Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2015:3545

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
22-07-2015
Datum publicatie
22-07-2015
Zaaknummer
08/955042-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Overijssel veroordeelt een 77-jarige autobestuurder uit Ootmarsum tot een boete van 500 euro en een voorwaardelijke rijontzegging van 4 maanden. De man veroorzaakte in zijn auto in Ootmarsum een verkeersongeval waardoor een 81-jarige fietser kwam te overlijden.

Bij de bepaling van de strafmaat is rekening gehouden met het gegeven dat de verkeersfout met desastreuze gevolgen van verdachte geen misdrijf oplevert, maar dat sprake is van een overtreding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08/955042-15

Datum vonnis: 22 juli 2015

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1938 in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats].

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van

8 juli 2015. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. E. Agelink en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. C. Eenhoorn, advocaat te Groningen, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte (primair) met zijn personenauto een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft veroorzaakt waarbij het slachtoffer, [slachtoffer], zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen en/of werd gedood dan wel (subsidiair) dat hij de verkeersveiligheid in gevaar heeft gebracht, waarbij hij die [slachtoffer] heeft aangereden.

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:

hij op of omstreeks 19 januari 2015 te Ootmarsum, gemeente Dinkelland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmee komende uit de richting van de Alleeweg, heeft gereden over de weg, Wildehof, gaande in de richting van de kruising/splitsing van deze weg en de Profietstraat en

aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend

terwijl uit tegenovergestelde richting een over dezelfde weg (de Wildehof) rijdende bestuurder van een fiets hem, verdachte dicht genaderd was

niet of in onvoldoende mate heeft gelet op het direct voor hem gelegen weggedeelte van die weg, de Wildehof en/of

naar links, gaande in de richting van de Profietstraat, is afgeslagen en in strijd met het gestelde in artikel 18 lid 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, die hem, verdachte over dezelfde weg tegemoetkomende bestuurder van een fiets, niet voor heeft laten gaan en/of

is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met die hem dicht genaderd zijnde fiets en/of de bestuurder van die fiets, ten gevolge waarvan of waarbij die bestuurder van die fiets ten val is gekomen

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer]) zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht en/of werd gedood;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, SUBSIDIAIR, ter zake dat

hij op of omstreeks 19 januari 2015 te Ootmarsum, gemeente Dinkelland, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmee komende uit de richting van de Alleeweg, heeft gereden over de weg, Wildehof, gaande in de richting van de kruising/splitsing van deze weg en de Profietstraat en

terwijl uit tegenovergestelde richting een over dezelfde weg (de Wildehof) rijdende bestuurder van een fiets hem, verdachte dicht genaderd was

naar links, gaande in de richting van de Profietstraat, is afgeslagen en in strijd met het gestelde in artikel 18 lid 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, die hem, verdachte over dezelfde weg tegemoetkomende bestuurder van een fiets, niet voor heeft laten gaan en/of

is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met die hem, verdachte dicht genaderd zijnde fiets en/of de bestuurder van die fiets, ten gevolge waarvan of waarbij die bestuurder van die fiets ten val is gekomen,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.

3 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een taakstraf van 240 uren waarvan 120 uren voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van één jaar waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

4 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5 De beoordeling van het bewijs

Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of het tenlastegelegde feit bewezenverklaard kan worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte het feit heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

5.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte een aanmerkelijke verkeersfout heeft gemaakt en dat het verkeersongeval, waarbij [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht en ten gevolge waarvan hij is overleden, aan de schuld van verdachte te wijten is. De officier van justitie heeft zijn standpunt gebaseerd op de getuigenverklaring van [getuige], het proces-verbaal VerkeersOngevalsAnalyse en de verklaring van verdachte afgelegd bij de politie.

5.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat is vast te stellen dat een aanrijding heeft plaatsgevonden, doordat verdachte geen voorrang heeft verleend. Voor het overige is niet vast te stellen dat verdachte nog een verkeersfout heeft gemaakt. Voor het aanmerkelijk onvoorzichtig of onoplettend handelen is een enkele verkeersfout onvoldoende. Verdachte dient dan ook van het primair tenlastegelegde te worden vrijgesproken.

De verdediging refereert zich voor een bewezenverklaring ter zake het subsidiair tenlastegelegde.

5.3

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Beoordelingskader

De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of en in welke mate sprake is van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW).

Toedracht ongeval

Op 19 januari 2015 rijdt verdachte in zijn personenauto, merk Volkswagen Golf voorzien van kenteken [kenteken] op de Wildehof in Ootmarsum. Verdachte nadert een splitsing en wil links afslaan de Profietstraat in. Op dat moment komt op dezelfde weg [slachtoffer] uit tegenovergestelde richting aanfietsen. [slachtoffer] wil rechtdoor op dezelfde weg. Verdachte slaat met zijn personenauto links af en komt in aanrijding met [slachtoffer] waardoor die [slachtoffer] ten val komt. [slachtoffer] wordt met ernstig hersenletsel per traumahelikopter vervoerd naar het Medisch Spectrum Twente in Enschede.

Plaats van het ongeval

Het verkeersongeval vindt plaats op de Profietstraat, gelegen binnen de als zodanig aangeduide bebouwde kom van Ootmarsum, gemeente Dinkelland. De Profietstraat heeft zijn verloop van de Wildehof naar de Winhofflaan en vice versa. Voor motorvoertuigen bedroeg de ter plaatse toegestane maximumsnelheid 30 km per uur. Verdachte heeft niet harder gereden dan de maximumsnelheid van 30 km per uur.

Dood

Door het ongeval heeft het eenentachtigjarige slachtoffer [slachtoffer] een forse schedelbasisfractuur met bloedingen in de hersenen opgelopen. Op 23 februari 2015 is het slachtoffer [slachtoffer] overleden aan een verslikpneumonie ten gevolge van genoemd hersenletsel.

Conclusie

De rechtbank constateert uit het bovenstaande dat slechts één overtreding van de wet kan worden vastgesteld, te weten overtreding van artikel 18, eerste lid van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. Verdachte heeft geen voorrang verleend aan [slachtoffer] die verdachte fietsend op dezelfde weg tegemoet kwam.

Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad is niet in zijn algemeenheid aan te geven of één verkeersovertreding voldoende kan zijn voor bewezenverklaring van schuld in de zin van artikel 6 WVW, maar komt het daarbij aan op het geheel van de gedragingen van verdachte, de aard en de concrete ernst van de verkeersovertreding en de overige omstandigheden van het geval. Uit de ernst van de gevolgen van het verkeersgedrag dat in strijd is met een wettelijke gedragsregel in het verkeer, kan niet reeds worden afgeleid dat er sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW (HR 1 juni 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO5822).

De rechtbank is van oordeel dat onder de gegeven omstandigheden het enkele geen voorrang verlenen aan een fietser op dezelfde weg gezien de aard en de ernst van die overtreding niet kan worden aangemerkt als een feitelijke gedraging die schuld in de zin van artikel 6 WVW oplevert.

Gelet hierop dient verdachte te worden vrijgesproken van het primair tenlastegelegde.

De rechtbank acht wel bewezen wat aan verdachte subsidiair is tenlastegelegd. De rechtbank is van oordeel dat verdachte door zijn rijgedrag gevaar op de weg heeft veroorzaakt, welk gevaar zich ten volle heeft verwezenlijkt, nu [slachtoffer] daardoor is komen te overlijden.

5.4

De conclusie

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte primair is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 19 januari 2015 te Ootmarsum, gemeente Dinkelland, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmee komende uit de richting van de Alleeweg, heeft gereden over de weg, Wildehof, gaande in de richting van de splitsing van deze weg en de Profietstraat en terwijl uit tegenovergestelde richting een over dezelfde weg rijdende bestuurder van een fiets hem, verdachte dicht genaderd was, naar links, gaande in de richting van de Profietstraat, is afgeslagen en in strijd met het gestelde in artikel 18 lid 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, die hem, verdachte over dezelfde weg tegemoetkomende bestuurder van een fiets, niet voor heeft laten gaan en

in aanrijding is gekomen met die hem, verdachte dicht genaderd zijnde fiets en de bestuurder van die fiets, ten gevolge waarvan die bestuurder van die fiets ten val is gekomen,

door welke gedragingen van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt.

De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte subsidiair meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij artikel 177 WVW. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

subsidiair

de overtreding: overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

7 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.

8 De op te leggen straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

Verdachte heeft als bestuurder van een personenauto een verkeersongeval veroorzaakt, als gevolg waarvan de eenentachtigjarige [slachtoffer] is komen te overlijden. Door het handelen van verdachte is aan de nabestaanden van [slachtoffer] een onherstelbaar leed toegebracht. Een strafoplegging, in welke vorm of omvang dan ook, zal dit leed niet ongedaan kunnen maken.

Strafoplegging dient bovendien te geschieden, niet alleen met inachtneming van de, in dit geval desastreuze, gevolgen van de gemaakte verkeersfout, maar ook en vooral afgezet te worden tegen de ernst van de gemaakte verkeersfout en de mate waarin dit aan verdachte kan worden verweten. Bij de bepaling van de strafmaat is rekening gehouden met het gegeven dat de verkeersfout van verdachte geen misdrijf oplevert, maar dat sprake is van een overtreding.

Voor de bepaling van de strafmaat heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de straffen die in soortgelijke zaken voor overtredingen van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 worden opgelegd, welke straffen veelal geldboetes betreffen.

Daar komt bij dat dit ongeval ook op verdachte een grote impact heeft gehad en nog steeds heeft en dat uit het uittreksel van de justitiële documentatie blijkt dat verdachte niet eerder met justitie in aanraking is gekomen.

Alles overwegende acht de rechtbank een geldboete van € 500,00 passend en geboden.

De rechtbank acht het ter bescherming van de verkeersveiligheid en om ervoor te zorgen dat verdachte zich in de toekomst vergewist van risico’s die deelname aan het verkeer met zich brengen, passend en geboden om aan verdachte tevens een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van vier maanden op te leggen, met een proeftijd van twee jaar.

9 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c en 91 van het Wetboek van Strafrecht en de artikel 177 en 179 WVW.

10 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

  • -

    verklaart niet bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

  • -

    verklaart bewezen, dat verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte subsidiair meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
    de overtreding: overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994;

  • -

    verklaart verdachte strafbaar voor het subsidiair bewezenverklaarde;

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een geldboete van vijfhonderd euro (€ 500,00), subsidiair tien (10) dagen hechtenis;

  • -

    ontzegt verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van vier (4) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee (2) jaren;

  • -

    bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. Wentink, voorzitter, mr. H. Stam en mr. B.T.C. Jordaans, rechters, in tegenwoordigheid van M.M. Greven-Diepenmaat, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2015.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer 2015032626. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

1.

Proces-verbaal van de terechtzitting van 8 juli 2015, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, de verklaring van verdachte:

Op 19 januari 2015 reed ik in mijn personenauto, merk Volkswagen Golf, voorzien van kenteken [kenteken] op de Wildehof in Ootmarsum. Ik wilde bij de splitsing links af de Profietstraat inslaan. Ik stond stil en heb naar rechts gekeken. Ik heb niemand opgemerkt. Ik heb heel langzaam opgetrokken en maakte de bocht naar links. Ik zag door het bestuurdersraam flarden van een persoon. Ik zag de heer [slachtoffer] pas op moment dat het ongeval al een feit was.

2.

Proces-verbaal verhoor getuige [getuige] van 19 januari 2015, pagina’s 13 en 14, zakelijk weergegeven, voor zover inhoudende:

Op 19 januari 2015 in Ootmarsum zag ik op de T-splitsing een oudere man van links over de Profietstraat aan komen fietsen. Ik zag dat van rechts op de T-splitsing met de Wildehof een personenauto aan kwam rijden. Ik zag dat deze personenauto, voor hem gezien, linksaf de Profietstraat inreed. Ik zag vervolgens dat de auto de oudere man op de fiets raakte en dat de man hierdoor ten val kwam.

3.

Proces-verbaal van de Dienst VerkeersOngevalsAnalyse van 18 februari 2015, zakelijk weergegeven, voor zover inhoudende:

1.2

Beknopte ongevalsbeschrijving

De bestuurder van de fiets reed over de Profietstraat te Ootmarsum, komende uit de richting van de Winhofflaan en gaande in de richting van de Wildehof. De bestuurder van de Volkswagen reed over de Wildehof, komende vanuit de richting van de Berend Vinckenstraat en gaande in de richting van de Profietstraat. Op het kruispunt Wildehof-Profietstraat-Vijverstraat heeft de linksaf rijdende bestuurder van de Volkswagen de doorgang niet vrijgelaten voor de hem op dezelfde weg tegemoetkomende en

rechtdoorgaande bestuurder van de fiets. De bestuurder van de fiets raakte ten gevolge van de aanrijding zwaar gewond en is per ambulance vervoerd naar het Medisch Spectrum Twente.

2.2.2

Wegsituatie

Het verkeersongeval had plaats gevonden op de Profietstraat, gelegen binnen de als

zodanig aangeduide bebouwde kom van Ootmarsum in de gemeente Dinkelland. De

Profietstraat heeft zijn verloop van de Wildehof naar de Winhofflaan en vice versa.

2.2.3

Verkeersmaatregelen ter plaatse

• Voor motorvoertuigen bedroeg de ter plaatse toegestane maximumsnelheid 30 km/h.