Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2015:3503

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
06-07-2015
Datum publicatie
21-07-2015
Zaaknummer
C/08/173620 / KG ZA 15-223
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Verkoopvolmacht – leveringsdatum – belangenafweging – ontruiming

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer: C/08/173620 / KG ZA 15-223

datum vonnis: 10 juli 2015 (jk)

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Overijssel, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

de naamloze vennootschap

ING Bank N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres,

advocaat: mr. T.J.P. Jager te Amsterdam,

tegen

1 [gedaagde 1],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

in persoon verschenen,

2. [gedaagde 2],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ‘ING’, ‘[gedaagde 1]’ en ‘[gedaagde 2]’ genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding inclusief producties,

  • -

    de mondelinge behandeling,

- het tijdens de behandeling tegen [gedaagde 2] verleende verstek.

1.2.

Vonnis is - bij vervroeging - bepaald op vandaag.

1.3.

Gelet op de belangen aan de zijde van ING is zonder nadere motivering van de voorzieningenrechter reeds bij vonnis van 6 juli 2015 op het door ING gevorderde beslist.

De feiten, standpunten van partijen en de motivering van de voorzieningenrechter volgen hieronder.

2 De feiten

2.1.

In deze zaak staat het navolgende vast.

2.2.

ING heeft - mede handelend onder de naam Westland Utrecht Bank - met gedaagden een hypothecaire geldlening gesloten. Tot zekerheid van nakoming van de verplichtingen van de lening, is een hypotheek gevestigd bij akte van 30 oktober 1998. Het recht van eerste hypotheek is gevestigd op het woonhuis met garage/berging, ondergrond, erf en tuin, staande en gelegen aan de [adres] te [vestigingsplaats], uitmakende een ter plaatse kennelijk afgepaald gedeelte ter grootte van ongeveer negen are en zeventig centiare van het perceel kadastraal bekend gemeente [A], sektie B [nummer] (hierna ook: ‘de onroerende zaak’).

2.3.

Gedaagden kunnen hun verplichtingen uit hoofde van de hypothecaire geldlening niet (langer) nakomen en teneinde een executoriale verkoop te voorkomen hebben gedaagden op 28 oktober 2013 een notariële onherroepelijke verkoopvolmacht afgegeven. Hierin is

- voor zover hier van belang - het navolgende bepaald:

“b. (…) Onderdeel van deze verkoopvoorwaarden zal (naast hetgeen gebruikelijk in koop- of leveringsakten wordt opgenomen) in ieder geval zijn de bepaling dat de verkoper zich verplicht, zonder enige gerechtelijke tussenkomst, voorafgaande aan de levering het pand geheel vrij van huur, leeg en ontruimd (behoudens de eventueel meeverkochte roerende zaken) en ongevorderd op te leveren;

(…)

Voor wat betreft (onderhandelingen met betrekking tot) de onderhandse verkoop van het registergoed en opschorting van verdere executiemaatregelen, zomede met betrekking tot verdere handelingen op basis van de verstrekte volmacht, geldt nog het volgende:

(..)

3. Tenzij anders wordt overeengekomen, zal verkoper het registergoed uiterlijk vijf dagen voor de overeengekomen feitelijke levering ervan vrij van aanspraken tot gebruik, ongevorderd en behoudens de eventueel verkochte roerende zaken, leeg en ontruimd opleveren en alle sleutels ervan afleveren bij de notaris die de levering van het registergoed verzorgt.”

2.4.

De opeisbare vordering bedraagt per 6 juli 2015 in totaal een bedrag van € 240.121,88.

2.5.

Er is een koper gevonden die bereid is de onroerende zaak te kopen voor een koopsom van € 200.000,--. Dit bod is geaccepteerd door ING, waarna op 1 mei 2015 een koopovereenkomst met kopers is gesloten (die zij op 5 mei 2015 hebben ondertekend).

In de koopakte staat - voor zover hier van belang - onder meer:

Artikel 4 Eigendomsoverdracht

4.1

De akte van levering zal gepasseerd worden op uiterlijk 1 juli 2015 of zoveel eerder of later als partijen tezamen nader overeenkomen, (…). ”

2.6.

ING en kopers zijn geen andere datum dan 1 juli 2015 overeengekomen. Na inspectie is gebleken dat gedaagden de woning niet hebben verlaten of ontruimd, zodat het passeren van de leveringsakte op 1 juli 2015 geen doorgang heeft kunnen vinden.

2.7.

De kopers zijn bij brief van 1 juli 2015 overgegaan tot ingebrekestelling en vorderen bovendien dat het passeren van de leveringsakte op uiterlijk 9 juli 2015 zal plaatsvinden.

3. Het geschil

3.1.

ING vordert - zakelijk weergegeven - om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, gedaagden te veroordelen en te bevelen de onroerende zaak, voornoemd, uiterlijk 8 juli 2015 om 10.00 uur te hebben ontruimd en verlaten, alsmede ING te machtigen de ontruiming op kosten van gedaagden te doen bewerkstelligen met behulp van de sterke arm en justitie, een deurwaarder en slotenmaker, indien gedaagden nalatig zijn tijdig hieraan te voldoen, met veroordeling van gedaagden in de kosten van het geding, te vermeerderen met de nakosten.

3.2.

Daartoe stelt ING kort gezegd dat er kopers zijn gevonden voor de woning van gedaagden en dat dit bod ruim boven de executiewaarde ligt. Daarmee hebben ook gedaagden er alle belang bij dat de koop doorgaat. Met de kopers was een leveringsdatum afgesproken, te weten 1 juli 2015. Blijkens de door gedaagden afgegeven volmacht hadden gedaagden de woning vijf dagen voordien te hebben ontruimd en verlaten. Nu is gebleken dat dit niet het geval is, kon de levering van de woning geen doorgang vinden en zijn de kopers direct overgegaan tot het sturen van een ingebrekestelling, alsmede hebben zij gevorderd dat de levering van de woning uiterlijk 9 juli 2015 zal plaatsvinden. Dit betekent dat gedaagden de woning aldus 8 juli 2015 dienen te hebben ontruimd en verlaten, zodat de spoedeisendheid daarmee gegeven is. De kopers hebben voorts te kennen gegeven dat, indien levering niet op 9 juli 2015 kan plaatsvinden, er schadevergoeding gevorderd gaat worden en er een aansprakelijkstelling volgt voor de in artikel 11.3 van de koopovereenkomst opgenomen boeteclausule, waarin is bepaald dat er per dag dat ingebreke wordt gebleven met de nakoming van de koopovereenkomst er een boete van 3% van de koopsom verschuldigd zal zijn met een maximum van 10% van de koopsom (onverminderd het recht op aanvullende schadevergoeding). ING heeft voorts gesteld dat gedaagden al geruime tijd - al vanaf het moment van het ondertekenen van de volmacht - op de hoogte waren van het feit dat zij vervangende woonruimte dienden te zoeken en dat ook de jurisprudentie laat zien dat er wat geregeld moet worden op het moment dat men wetenschap heeft van de datum waarop een onroerende zaak ontruimd en verlaten moet zijn.

3.3.

[gedaagde 1] voert verweer en samengevat weergegeven stelt hij dat er geen sprake is van onwil aan de zijde van gedaagden, maar onmacht. Gedaagden zijn bekend met de overeengekomen transportdatum, hoewel dat in een betrekkelijk laat stadium was, en weten dat zij de woning dienen te verlaten en willen dat ook. Echter, [gedaagde 1] is enkele jaren geleden ernstig ziek geworden waardoor hij geen inkomsten meer kan genereren. Op basis van het jaarinkomen van zijn vrouw is het onmogelijk om geschikte huisvesting te vinden in de omgeving [woonplaats]-[A]. De crisiswoning die hij toegewezen heeft gekregen valt na bezichtiging af, omdat die zo klein is dat [gedaagde 1] vreest last te krijgen van zijn claustrofobie die hij heeft opgelopen na zijn ziekenhuisopname. [gedaagde 1] heeft bovendien getracht om een zomerhuisje of een caravan te betrekken op een nabij gelegen camping of bungalowcomplex, maar ook die zijn allemaal verhuurd. Om die reden verzoekt [gedaagde 1] dan ook uitstel van ontruiming tot 31 juli 2015 omdat hij per die datum waarschijnlijk wel een geschikte woning zal kunnen betrekken. Maar daar is ook nog geen definitief uitsluitsel over.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is voldoende aannemelijk geworden dat ING een spoedeisend belang heeft bij een deel van de gevorderde voorzieningen.

4.2.

Tussen partijen is, gelet op de door gedaagden afgegeven verkoopvolmacht en de door ING overeengekomen verkoop van de woning, niet in geschil dat gedaagden de onroerende zaak dienen te ontruimen en verlaten. Het geschil spitst zich derhalve toe op de vraag wanneer gedaagden de woning moeten hebben ontruimd en verlaten.

4.3.

Blijkens de door ING overgelegde koopovereenkomst is als leveringsdatum van de onroerende zaak 1 juli 2015 overeengekomen en uit de volmacht blijkt dat gedaagden vijf dagen voor de datum van levering de woning hadden moeten ontruimen en verlaten. Dit is niet gebeurd, zodat de kopers zijn overgegaan tot ingebrekestelling en een nieuwe leveringsdatum hebben gevorderd, te weten 9 juli 2015. Hoewel de voorzieningenrechter begrip heeft voor de uiterst moeilijke situatie waarin gedaagden zich momenteel verkeren, brengt een belangenafweging, (mede) gelet op bestendige jurisprudentie, met zich dat ING een groter belang heeft bij toewijzing van de vorderingen die zien op de ontruiming en de verkoop/overdracht van de onroerende zaak. In dat kader is onder meer van belang dat gedaagden reeds vanaf het moment van het ondertekenen van de volmacht (en eigenlijk ook daarvoor al) wetenschap hebben van het feit dat zij de woning moeten verlaten. Voorts acht de voorzieningenrechter van belang - en ook in het belang van gedaagden - dat kopers geen aanspraak kunnen maken op de in de koopakte overeengekomen boeteclausule of (hoewel niet plausibel) annulering van de koop. Gedaagden hebben er in het bijzonder belang bij dat, gelet op de getaxeerde executiewaarde, deze verkoop doorgang zal vinden.

4.4.

De gevorderde machtiging om de ontruiming zo nodig zelf te doen bewerkstelligen zal worden afgewezen, omdat zij ingevolge artikel 556 lid 1 en artikel 557 Wetboek Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) overbodig is.

4.5.

Gedaagden zullen als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten worden veroordeeld.

De beslissing (zoals uitgesproken op 6 juli 2015)

De voorzieningenrechter:

I. veroordeelt en beveelt gedaagden de onroerende zaak, te weten: het woonhuis met garage/berging, ondergrond, erf en tuin, staande en gelegen aan de [adres] te [vestigingsplaats], uitmakende een ter plaatse kennelijk afgepaald gedeelte ter grootte van ongeveer negen are en zeventig centiare van het perceel kadastraal bekend gemeente [A], sektie B [nummer], uiterlijk 8 juli 2015 om 10.00 uur te hebben ontruimd en verlaten met al het hunne en al degenen die zich zijnentwege aldaar bevinden en ontruimd houden, een en ander bezemschoon en in goede staat, met achterlating van hetgeen aard- en nagelvast zit en onder afgifte van de sleutels de onroerende zaak ter vrije en algehele beschikking van ING te stellen, bij gebreke waarvan ING de hiervoor genoemde onroerende zaak en gedaagden vanaf 9 juli 2015 direct kan (laten) ontruimen, met dien verstande dat het in deze te wijzen vonnis binnen de termijn van één jaar ook zal kunnen worden ten uitvoer gelegd tegen eenieder die ten tijde van de tenuitvoerlegging zich daar bevindt of daar binnentreedt en telkens wanneer dat zich voordoet;

II. veroordeelt gedaagden in de kosten van dit geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van ING begroot op € 711,13 aan verschotten en € 527,- aan salaris van de advocaat.

III. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

IV. wijst af het meer of anders gevorderde.

Deze motivering is op 10 juli 2015 gegeven door mr. M.M. Verhoeven, voorzieningenrechter, en is door hem en de griffier ondertekend.