Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2015:3343

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
13-07-2015
Datum publicatie
13-07-2015
Zaaknummer
08.710004-15 en 08.730086-15 en 08.730103-14 (vtvv) (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een overval op een snackbar en een Chinees restaurant, waarbij verdachte de aanwezige personeelsleden heeft bedreigd met een op een wapen gelijkend voorwerp. De rechtbank constateert dat geen sprake is geweest van een impulsieve daad, maar van een weloverwogen besluit van verdachte.

De rechtbank concludeert dat verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar dient te worden beschouwd. De rechtbank neemt verder in het bijzonder in aanmerking dat het gaat om zeer ernstige strafbare feiten en dat in de reeks van de door verdachte gepleegde strafbare feiten een opbouw naar steeds ernstiger wordende daden zichtbaar is. Gezien de nog jonge leeftijd van verdachte baart dat heel grote zorgen.

Rekening houdend met al het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van 9 maanden met aftrek van het voorarrest een passende straf is. Voorts is de rechtbank van oordeel dat aan de verdachte een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel dient te worden opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummers: 08.710004-15 en 08.730086-15 en 08.730103-14 (vtvv) (P)

Datum vonnis: 13 juli 2015

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedag] 1999 in [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

nu verblijvende in Intermetzo JJI Lelystad te Lelystad.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op terechtzitting met gesloten deuren van 29 juni 2015. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. S. Leusink en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. K. Kok, advocaat te Zwolle, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte wordt verdachte van:

Parketnummer 08.710004-15:

feit 1 primair: Afpersing van cafetaria [cafetaria] op 1 februari 2015;

feit 1 subsidiair: Diefstal met geweld van cafetaria [cafetaria] op 1 februari 2015;

feit 2 primair: Poging tot afpersing van Chinees Restaurant [restaurant] op 17 augustus 2014;

feit 2 subsidiair: Poging tot diefstal met geweld van Chinees Restaurant [restaurant] op 17 augustus 2014;

Parketnummer 08.730086-15:

Het voorhanden hebben van een elektronisch stroomstootwapen op 25 januari 2015.

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:

Parketnummer 08.710004-15:

1.

hij op of omstreeks 01 februari 2015 te Zwolle met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van één of meer bankbiljetten en/of muntgeld (in totaal 190 euro), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan cafetaria [cafetaria] ([naam]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, toen daar opzettelijk gewelddadig en/of bedreigend:

- cafetaria [cafetaria] heeft betreden en/of (vervolgens)

- een pistool, althans een daaropgelijkend voorwerp, heeft gericht en/of gehouden naar en/of in de richting van die [slachtoffer 1] en/of (daarbij) heeft gezegd -zakelijk weergegeven-: "Ik wil geld zien" en/of "Loop naar de kassa" en/of "Doe het geld in een tas" en/of "Schiet op";

Althans, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, subsidiair terzake dat

hij op of omstreeks 01 februari 2015 te Zwolle met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een snackbar heeft weggenomen één of meer bankbiljetten en/of muntgeld (in totaal ongeveer 190 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Cafetaria [cafetaria] ([naam]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te

bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, toen daar opzettelijk gewelddadig en/of bedreigend:

- cafetaria [cafetaria] heeft betreden en/of (vervolgens)

- een pistool, althans een daaropgelijkend voorwerp, heeft gericht en/of gehouden naar en/of in de richting van die [slachtoffer 1] en/of (daarbij) heeft gezegd -zakelijk weergegeven-: "Ik wil geld zien" en/of "Loop naar de kassa" en/of "Doe het geld in een tas" en/of "Schiet op";

2.

hij op of omstreeks 17 augustus 2014 in de gemeente Zwolle ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 2] en/of andere personen van Chinees restaurant ([restaurant]) te dwingen tot de afgifte van geld, in elk geval van enig goed/geld, geheel of ten dele toebehorende aan genoemde [slachtoffer 2] en/of Chinees

restaurant [restaurant], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

- zich heeft begeven naar dat Chinees restaurant [restaurant] (op/aan [adres]) en/of (vervolgens)

- met een (bivak)muts op zijn hoofd, althans met een bedekt gezicht, dat restaurant heeft betreden en/of (vervolgens)

- een (vuur)wapen, althans een daarop gelijkend voorwerp, heeft gericht op het lichaam van genoemde [slachtoffer 2] en/of andere personen en/of (daarbij) heeft geroepen: "Hier met geld, hier met geld", althans woorden van gelijke aarde en/of strekking en/of (vervolgens)

- (met) een barkruk heeft (om)gegooid en/of van zich afgegooid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Althans, voor zover voor het vorenstaande onder 2 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, subsidiair, terzake dat

hij op of omstreeks 17 augustus 2014 te Zwolle ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of Chinees restaurant [restaurant], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen genoemde [slachtoffer 2] en/of andere personen, te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

- zich heeft begeven naar dat Chinees restaurant [restaurant] op/aan [adres] en/of

- met een (bivak)muts op zijn hoofd, althans met een bedekt gezicht, dat restaurant heeft betreden en/of (vervolgens)

- een (vuur)wapen, althans een daarop gelijkend voorwerp, heeft gericht op het lichaam van genoemde [slachtoffer 2] en/of andere personen en/of (daarbij) heeft geroepen: "Hier met geld, hier met geld", althans woorden van gelijke aarde en/of strekking en/of (vervolgens)

- (met) een barkruk heeft (om)gegooid en/of van zich afgegooid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Parketnummer 08.730086-15:

hij op of omstreeks 25 januari 2015 te Lemele, gemeente Ommen, (een) wapen(s) van categorie II onder 5°, te weten een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, voorhanden heeft gehad.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of de tenlastegelegde feiten bewezenverklaard kunnen worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte de feiten heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld voor het onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde met parketnummer 08.710004-15 en voor het ten laste gelegde met parketnummer 08.730086-15 tot jeugddetentie voor de duur van 12 maanden met aftrek van het voorarrest en daarnaast oplegging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (PIJ-maatregel).

Voorts heeft de officier van justitie gepersisteerd bij de vordering tot tenuitvoerlegging met parketnummer 08.730103-14.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft zich – overeenkomstig de inhoud van de door hem aan de rechtbank overgelegde pleitnota – op het standpunt gesteld dat de verdediging zich met betrekking tot de ten laste gelegde feiten refereert aan het oordeel van de rechtbank.

De raadsman heeft ten aanzien van de op te leggen straf of maatregel betoogd dat de gevorderde jeugddetentie te fors is, gelet op het feit en de maximum op te leggen straf voor een minderjarige van verdachtes leeftijd. Voorts heeft hij betoogd dat nu nog geen onvoorwaardelijke PIJ-maatregel moet worden opgelegd, maar eerst een voorwaardelijke PIJ-maatregel. Hiertoe moeten eerst de te stellen voorwaarden worden vastgesteld, zodat is verzocht om de behandeling van de strafzaken aan te houden.

Mocht de rechtbank de verdediging niet volgen en wel aan verdachte een onvoorwaardelijke PIJ maatregel opleggen, dan dient de behandeling van verdachte zo snel mogelijk aan te vangen, zodat wordt verzocht een onvoorwaardelijke jeugddetentie op te leggen die gelijk is aan de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht.

Voorts heeft de raadsman verzocht om bij oplegging van de PIJ-maatregel de vordering tot tenuitvoerlegging af te wijzen, omdat de tenuitvoerlegging dan geen meerwaarde heeft.

4.3

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Parketnummer: 08.710004-15:

Overweging met betrekking tot het onder 1 primair ten laste gelegde.

De rechtbank overweegt dat ten aanzien van het ten laste gelegde feit – de afpersing van de snackbar - sprake is van een bekennende verdachte in de zin van artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank zal daarom in de bijlage volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die tot de bewezenverklaring hebben geleid.

Overweging met betrekking tot het onder 2 primair ten laste gelegde.

De rechtbank overweegt dat ten aanzien van het ten laste gelegde feit – de poging tot afpersing van een Chinees Restaurant - sprake is van een bekennende verdachte in de zin van artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank zal daarom in de bijlage volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die tot de bewezenverklaring hebben geleid.

Parketnummer: 08.730086-15:

De rechtbank overweegt dat ten aanzien van het ten laste gelegde feit – het voorhanden hebben van een elektrisch stroomstootwapen - sprake is van een bekennende verdachte in de zin van artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank zal daarom in de bijlage volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die tot de bewezenverklaring hebben geleid.

4.4

De conclusie

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde met parketnummer 08.710004-15 en het ten laste gelegde met parketnummer 08.730086-15 heeft begaan, met dien verstande dat:

Parketnummer 08.710004-15:

1. primair.

hij op 01 februari 2015 te Zwolle met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van één of meer bankbiljetten en/of muntgeld (in totaal 190 euro), toebehorende aan cafetaria [cafetaria] ([naam]), welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, toen daar opzettelijk bedreigend:

- cafetaria [cafetaria] heeft betreden en (vervolgens)

- een pistool, althans een daarop gelijkend voorwerp, heeft gericht en gehouden naar en/of in de richting van die [slachtoffer 1] en (daarbij) heeft gezegd -zakelijk weergegeven-: "Ik wil geld zien" en/of "Loop naar de kassa" en/of "Doe het geld in een tas" en/of "Schiet op";

2 primair.

hij op 17 augustus 2014 in de gemeente Zwolle ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 2] en/of andere personen van Chinees restaurant ([restaurant]) te dwingen tot de afgifte van geld, toebehorende aan genoemde [slachtoffer 2] en/of Chinees

restaurant [restaurant],

- zich heeft begeven naar dat Chinees restaurant [restaurant] (op/aan [adres]) en (vervolgens)

- met een (bivak)muts op zijn hoofd, dat restaurant heeft betreden en (vervolgens)

- een (vuur)wapen, althans een daarop gelijkend voorwerp, heeft gericht op het lichaam van genoemde [slachtoffer 2] en (daarbij) heeft geroepen: "Hier met geld, hier met geld", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en (vervolgens)

- een barkruk heeft (om)gegooid en/of van zich afgegooid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Parketnummer 08.730086-15:

hij op 25 januari 2015 te Lemele, gemeente Ommen, (een) wapen van categorie II onder 5°, te weten een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, voorhanden heeft gehad.

De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder 1 primair en 2 primair met parketnummer 08.710004-15 en onder parketnummer 08.730086-15 meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 26 en 55 van de Wet Wapens en Munitie en 45 en 317 van het Wetboek van Strafrecht. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

Parketnummer: 08.710004-15:

feit 1 primair:

het misdrijf: Afpersing;

feit 2 primair:

het misdrijf: Poging tot afpersing;

Parketnummer 08.730086-15:

het misdrijf: Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet Wapens en Munitie, strafbaar gesteld bij artikel 55 van de Wet Wapens en Munitie.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een overval op een snackbar en een Chinees restaurant, waarbij verdachte de aanwezige personeelsleden heeft bedreigd met een op een wapen gelijkend voorwerp. Daarbij heeft verdachte bij de snackbar € 190,-- buitgemaakt. Bij het Chinees restaurant heeft hij geen geld buitgemaakt, zodat het zijns ondanks bij een poging is gebleven. Dit zijn hele ernstige feiten. Het spreekt voor zich dat op deze manier uitgevoerde overvallen voor de slachtoffers een traumatische ervaring is.

De rechtbank constateert dat geen sprake is geweest van een impulsieve daad, maar van een weloverwogen besluit van verdachte. Verdachte heeft op de dag van de overval op zijn geplande vluchtroute een broek en jas neergelegd, zodat hij deze aan kon trekken en er sprake was van een ander signalement. Verdachte had geld nodig en heeft bedacht het geld op deze manier te verkrijgen. Verdachte heeft daarin een volstrekt verkeerde belangenafweging gemaakt. De rechtbank neemt hem dit zeer kwalijk.

Daarnaast heeft verdachte een elektrisch stroomstootwapen voorhanden gehad.

De rechtbank heeft kennis genomen van:

  • -

    het Pro Justitia rapport d.d. 27 mei 2015 over de persoon van verdachte opgemaakt door drs. M.A. Westerink - Hetebrij, GZ-psycholoog;

  • -

    het Pro Justitia rapport d.d. 27 mei 2015 over de persoon van verdachte opgemaakt door drs. G.C.G.M. Broekman, kinder- en jeugdpsychiater;

  • -

    een brief van de Raad voor de Kinderbescherming d.d. 24 juni 2015 opgemaakt door G. Batterink en

  • -

    het uittreksel justitieel documentatieregister d.d. 13 april 2015.

Uit de psychologische en psychiatrische onderzoeksrapporten komt naar voren dat bij verdachte sprake is van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de vorm van een gedragsstoornis, beginnend in de kinderleeftijd, die ernstig van aard is. Tevens vertoont verdachte problematische agressie-impulsregulatie en een zorgelijke emotionele, sociale en morele ontwikkeling. Verder zijn er symptomen van dyslexie en cannabisabuse. Daarnaast is sprake van een ernstig bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling met antisociale en narcistische trekken. Uit de rapporten is voorts gebleken dat verdachte een patroon van wet- en regel overschrijdend gedrag vertoont, waarbij hij zelfbepalend is. Als gevolg van zijn ernstig lacunaire gewetensontwikkeling en gebrekkige empathische vermogens heeft verdachte geen rem op zijn eigen handelen. Gebleken is dat geen sprake is geweest van impulsdelicten, maar dat hij zich steeds had voorbereid. Het reageren vanuit zijn eigen wensen en behoeften draagt tevens bij aan zijn gedrag, waarbij verdachte vanuit krenking en negatieve gedachten en gevoelens overgaat tot de overvallen. Er lijkt een patroon zichtbaar dat verdachte vanuit negatieve gevoelens en gedachten en een gevoel van krenking overgaat tot crimineel gedrag. Alhoewel verdachte zijn handelen ten aanzien van de overvallen heeft gepland, bepalen zijn gedragsstoornis en zijn gebrekkige ontwikkeling mede zijn denkpatroon en belemmeren hem om alle aspecten van zijn handelen te overzien en in zijn overwegingen te betrekken.

Geadviseerd wordt dan ook om verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen.

Uit de rapporten is voorts gebleken dat de kans op recidive groot is, gelet op de lange bestaande gedragsproblemen en de daarmee samenhangende agressieve impulsregulatieproblemen. Daarnaast vergroten de lacunaire gewetensontwikkeling, het gebrek aan empathie, de krenkbaarheid en gevoelens van miskenning de kans op recidive. Ter voorkoming van recidive is het van belang dat verdachte een pro-sociaal netwerk en dagbesteding ontwikkelt, dat wordt voorkomen dat verdachte contact heeft met antisociale leeftijdsgenoten, dat verdachte leert verantwoordelijkheid te nemen en dat zijn copingvaardigheden en stresshantering worden vergroot. Daarnaast moet een verdere positieve ontwikkeling van de persoonlijkheid van verdachte worden bevorderd.

De deskundigen adviseren om aan verdachte plaatsing in een inrichting voor jeugdigen op te leggen, omdat verdachte behandeling nodig heeft waarin er sprake is van veel duidelijkheid, verdachte voor langere tijd uit zijn omgeving wordt gehaald en er voor een eventuele terugkeer naar huis met de ouders is gewerkt aan hun opvoedvaardigheden en relatie. Binnen de JJI kan gewerkt worden aan de gedragsstoornis van verdachte – zodat hij zich leert te voegen naar de regels die er zijn en het gezag – en kan er tevens met hem gewerkt worden aan zijn gewetensontwikkeling, empathisch vermogen en het leren hanteren van krenking en leren omgaan met problemen. Tevens wordt geadviseerd om aan verdachte de benodigde hulp op te leggen op die gebieden waar de ontwikkeling van verdachte ernstig is verstoord, waaraan verdachte zich niet kan onttrekken. Om verdachte langer tijd dwingend optimaal te kunnen behandelen wordt een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel geadviseerd.

Uit de brief van de Raad voor de Kinderbescherming d.d. 24 juni 2015, opgemaakt door G. Batterink komt naar voren dat ook de Raad voor de Kinderbescherming adviseert aan verdachte de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen op te leggen.

De rechtbank neemt de conclusies en de adviezen van de deskundigen over en maakt die tot de hare.

De rechtbank stelt allereerst vast dat verdachte ten tijde van het plegen van de delicten de leeftijd van zestien nog niet had bereikt, zodat de duur van de jeugddetentie ten hoogste twaalf maanden kan bedragen.

De rechtbank concludeert voorts op basis van voornoemde rapporten dat verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar dient te worden beschouwd en zal bij de strafoplegging rekening houden met de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte. De rechtbank is van oordeel dat de conclusies en adviezen van de gedragsdeskundigen wijzen op een onvermijdelijke keuze voor oplegging van de onvoorwaardelijke maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen.

De rechtbank stelt vast dat de gepleegde feiten misdrijven zijn waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaar of meer is gesteld. Op grond van hetgeen de psycholoog en de psychiater in de rapporten vermelden is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat bij de verdachte ten tijde van het begaan van de misdrijven een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens bestond en dat daarnaast de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen en goederen het opleggen van een PIJ-maatregel eisen.

De rechtbank acht oplegging van een geheel voorwaardelijke PIJ maatregel, zoals door de verdediging is betoogd, thans niet meer aan de orde gelet op het feit dat verdachte eerder verschillende straffen in voorwaardelijke vorm opgelegd heeft gekregen, maar alle straffen uiteindelijk tot een (vordering tot) tenuitvoerlegging hebben geleid, omdat verdachte zich niet hield aan de opgelegde bijzondere voorwaarden, dan wel omdat verdachte een nieuw strafbaar feit had gepleegd. Verdachte heeft zelfs een stroomstootwapen voorhanden gehad en de overval op cafetaria [cafetaria] gepleegd, terwijl hij werd begeleid door de jeugdreclassering én behandeling volgde bij Accare. Dit heeft verdachte er kennelijk niet van weerhouden om wederom strafbare feiten te plegen, waarbij de rechtbank in het bijzonder in aanmerking heeft genomen dat het gaat om zeer ernstige strafbare feiten en dat in de reeks van de door verdachte gepleegde strafbare feiten een opbouw naar steeds ernstiger wordende daden zichtbaar is. Gezien de nog jonge leeftijd van verdachte baart dat heel grote zorgen.

Tegen die achtergrond acht de rechtbank - gegeven de advisering van de deskundigen in hun rapporten en de daarop ter zitting gegeven toelichting, waarbij elk van hen zich onomwonden vóór oplegging van een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel heeft uitgesproken - oplegging van de onvoorwaardelijk PIJ-maatregel in het belang van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van de verdachte.

De rechtbank overweegt dat de PIJ-maatregel zal worden opgelegd ter zake van twee misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Dit betekent dat verlenging van deze maatregel mogelijk is voor zover de maatregel daardoor de duur van zeven jaar niet te boven gaat.

De rechtbank is in dit geval van oordeel dat naast oplegging van een onvoorwaardelijke PIJ maatregel ook een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf noodzakelijk is, omdat aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, gelet ook op het strafrechtelijk verleden van de verdachte, door een lichtere strafrechtelijke afdoening van de zaak miskend zouden worden. Bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel zouden moeten voeren, acht de rechtbank niet aanwezig.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de hoogte van de aan verdachte op te leggen jeugddetentie als strafverzwarende omstandigheid laten meewegen dat verdachte niet in een impuls, maar welbewust tot het plegen van de overvallen is overgegaan. Daarnaast rekent de rechtbank het verdachte aan dat hij zich kort na de behandeling ter terechtzitting op 8 januari 2015 tijdens de proeftijd wederom heeft schuldig gemaakt aan het plegen van ernstige strafbare feiten. In strafmatigende zin heeft de rechtbank meegewogen dat verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar moet worden beschouwd.

Rekening houdend met al het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van 9 maanden met aftrek van het voorarrest een passende straf is. Voorts is de rechtbank van oordeel dat aan de verdachte een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel dient te worden opgelegd.

7.2

De inbeslaggenomen voorwerpen

De officier van justitie heeft ten aanzien van de in beslag genomen goederen op de beslaglijst vermeld onder de nummers 1 (portemonnee), 4 (zwarte jas), 7 (zwarte Asics schoenen), 8 (zwarte Adidas broek) en 11 (grijze Louis Vuitton tas) gevorderd dat besloten wordt deze goederen terug te geven aan verdachte.

Ten aanzien van de op de beslaglijst vermelde goederen met de nummers 2 (geld met een waarde van € 79,60) en 5 (geld met een waarde van € 50,--) heeft de officier van justitie gevorderd te besluiten dat dit geld wordt teruggegeven aan de rechthebbende, te weten cafetaria [cafetaria].

De officier van justitie heeft ten aanzien van goed nummer 6 op de beslaglijst (Iphone telefoon) gevorderd dat dit wordt verbeurdverklaard.

Tot slot heeft de officier van justitie ten aanzien van goed nummer 12 op de beslaglijst (balletjespistool) gevorderd dat dit moet worden onttrokken aan het verkeer.

De raadsman van verdachte heeft zich ten aanzien van de in beslaggenomen goederen op het standpunt gesteld dat de in beslag genomen goederen kunnen worden teruggegeven aan verdachte.

De rechtbank is van oordeel dat het op de beslaglijst vermelde goed met nummer 6 (Iphone telefoon) moet worden verbeurdverklaard, nu uit onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat met behulp van dit voorwerp het feit is voorbereid.

De rechtbank is van oordeel dat het op de beslaglijst vermelde goed met nummer 12 (balletjespistool) moet worden onttrokken aan het verkeer, nu uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat het ongecontroleerde bezit van dit voorwerp in strijd is met de wet of het algemeen belang.

Voorts is de rechtbank van oordeel dat de op de beslaglijst vermelde goederen met nummer 2 (geldbedrag van € 79,60) en nummer 5 (geldbedrag van € 50,--) kunnen worden teruggegeven aan de rechthebbende, te weten cafetaria [cafetaria].

De rechtbank zal de teruggave aan verdachte gelasten van de op de beslaglijst vermelde goederen met nummers 1 (portemonnee), 4 (zwarte jas), 7 (zwarte Asics schoenen), 8 (zwarte Adidas broek) en 11 (grijze Louis Vuitton tas) aangezien deze niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en het belang van strafvordering zich niet tegen teruggave verzet.

8 De schade van benadeelden

8.1

De vordering van de benadeelde partij

[slachtoffer 2], wonende te [woonplaats], heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 1.000,-- (duizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit de volgende posten:

- immateriële schade van € 1.000,--.

De officier van justitie heeft gevorderd dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] wordt toegewezen tot een bedrag van € 1.000,-- met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel tot voornoemd bedrag.

De raadsman van verdachte heeft ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] betoogd dat deze vordering kan worden toegewezen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, maar heeft verzocht om maar één dag vervangende jeugddetentie op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het onder 2 primair met parketnummer 08.710004-15 bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. Verdachte heeft de hoogte van de gevorderde immateriële schade van € 1.000,-- niet betwist en ook overigens staat niets aan toewijzing van het gevorderde in de weg.. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 1.000,--. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

8.2

De schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal hierbij de maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen, aangezien de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door feit 2 primair met parketnummer 08.710004-15 is toegebracht. De rechtbank zal bij de schadevergoedingsmaatregel één dag vervangende jeugddetentie opleggen.

9 De vordering tenuitvoerlegging

Gelet op de op te leggen maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen acht de rechtbank tenuitvoerlegging van de bij vonnis van 8 januari 2015 van de kinderrechter te Zwolle opgelegde voorwaardelijk opgelegde straf niet opportuun en zal zij de vordering om die reden afwijzen.

10 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 27, 33, 33a, 36b, 36c, 36f, 63, 77a, 77g, 77h, 77i, 77s, 77gg en 91 van het Wetboek van Strafrecht .

11 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

  • -

    verklaart bewezen, dat verdachte het onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde met parketnummer 08.710004-15 en het tenlastegelegde met parketnummer 08.730086-15 heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 primair en 2 primair met parketnummer 08.710004-15 en onder parketnummer 08.730086-15 meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
    Parketnummer 08.710004-15:

feit 1 primair

het misdrijf: Afpersing;

feit 2 primair

het misdrijf: Poging tot afpersing;

Parketnummer 08.730086-15:

het misdrijf: Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet Wapens en Munitie, strafbaar gesteld bij artikel 55 van de Wet Wapens en Munitie;

- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie van 9 maanden;

  • -

    bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de jeugddetentie geheel in mindering zal worden gebracht;

maatregel

- legt voorts aan de verdachte op de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen;

schadevergoeding

  • -

    wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] toe;

  • -

    veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van een bedrag van € 1.000,-- (vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 augustus 2014);

  • -

    veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het onder 2 primair met parketnummer 08.710004-15 bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 1.000,-- ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende jeugddetentie voor de tijd van 1 dag zal worden toegepast;

  • -

    bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

de inbeslaggenomen voorwerpen

  • -

    verklaart verbeurd het op de beslaglijst vermelde goed nummer 6 (Iphone telefoon);

  • -

    onttrekt aan het verkeer het op de beslaglijst vermelde goed nummer 12 (balletjespistool);

  • -

    gelast de teruggave van de op de beslaglijst vermelde goederen nummers 2 (geldbedrag van € 79,60) en 5 (geldbedrag van € 50,--) aan de rechthebbende, te weten cafetaria [cafetaria];

  • -

    gelast de teruggave aan verdachte van de op de beslaglijst vermelde goederen nummers 1 (portemonnee), 4 (zwarte jas), 7 (zwarte Asics schoenen), 8 (zwarte Adidas broek) en 11 (grijze Louis Vuitton tas);

tenuitvoerlegging vonnis met parketnummer 08.730103-14

- wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging van de in de zaak met parketnummer 08.730103-14 van de kinderrechter te Zwolle voorwaardelijk aan verdachte opgelegde straf.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.M. Milani, voorzitter, mr. H.W.H. Oude Aarninkhof en mr. G.A. Versteeg, rechters, tevens kinderrechters, in tegenwoordigheid van mr. M. van Nassau, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 13 juli 2015.

Buiten staat

Mr. G.A. Versteeg is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Het onder 1 ten laste gelegde met parketnummer 08.710004-15:

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de Politie Oost-Nederland, District IJsselland met registratienummer PL0600 2015054857. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder 1 primair ten laste is gelegd, gelet op de volgende bewijsmiddelen:

 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1]1;

 De bekennende verklaring van verdachte2.

 De bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting3;

Het onder 2 ten laste gelegde met parketnummer 08.710004-15:

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de Politie Oost-Nederland, District IJsselland met registratienummer PL0600 2015143947. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder 2 primair ten laste is gelegd, gelet op de volgende bewijsmiddelen:

 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2]4;

 De bekennende verklaring van verdachte5.

 De bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting6;

Parketnummer 08.730086-15:

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de Politie Oost-Nederland, IJs team Dalfsen/Ommen met registratienummer PL0600 2015042200. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte ten laste is gelegd, gelet op de volgende bewijsmiddelen:

 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige]7;

 Het proces-verbaal onderzoek wapen8;

 De bekennende verklaring van verdachte9;

 De bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting10.

1 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] d.d. 1 februari 2015, pag. 23 en 24.

2 Proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 5 februari 2015, pag. 237.

3 Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 29 juni 2015.

4 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] d.d. 17 augustus 2014, pag. 14 en 15.

5 Proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 24 maart 2015, pag. 113 t/m 115.

6 Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 29 juni 2015.

7 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige] d.d. 25 januari 2015, pag. 5.

8 Proces-verbaal onderzoek wapen met foto map d.d. 2 februari 2015, pag. 29 t/m 34

9 Proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 25 januari 2015, pag. 17 en 18.

10 Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 29 juni 2015.