Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2015:3266

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
07-07-2015
Datum publicatie
09-07-2015
Zaaknummer
C/08/171239 / KG ZA 15-154
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

De kort gedingrechter schorst de executie van een vonnis van de rechtbank Noord-Nederland, dat gaat over de overdracht van een tankstation in Staphorst, totdat partijen daarover een overeenkomst hebben bereikt.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 438
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 162
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JBO 2016/41 met annotatie van H.J. Bos

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zwolle

zaaknummer / rolnummer: C/08/171239 / KG ZA 15-154

Vonnis in kort geding van 7 juli 2015

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te Staphorst,

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

advocaat mr. A.A. Vogelsang te Meppel,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te De Wijk,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. E. Blokzijl te Meppel.

Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de brief van 4 juni 2015 met productie 18 van [eiseres]

  • -

    de eis in reconventie

  • -

    de mondelinge behandeling

  • -

    de aanhouding ten behoeve van minnelijk overleg

  • -

    de brief van [eiseres] van 30 juni 2015.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Bij beschikking van 27 maart 2013 is door de rechtbank Noord-Nederland, Locatie Assen, de echtscheiding uitgesproken tussen [eiseres] en [gedaagde], die op [datum 1] 1990 op huwelijkse voorwaarden waren gehuwd. De echtscheiding is op [datum 2] 2013 ingeschreven in het registers van de burgerlijke stand van de gemeente Staphorst.

2.2.

Bij beschikking van 10 september 2014, zaaknummer C/19/98087, van voornoemde rechtbank is een beslissing gegeven ter zake van de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden.

2.3.

Deze beschikking bepaalt onder meer:

“1.2 De man tegen genoemde verzoeken van de vrouw verweer gevoerd en heeft bij het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek onder meer verzocht: “3. Dat het de rechtbank moge behagen bij uitspraak, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [de vrouw] na betaling door de man aan haar van het bedrag ad f 33.750,--/€ 15.045,81 te veroordelen tot levering [aan de man] van het bij haar in eigendom zijnde onroerend goed (de woning met showroom, magazijn, ondergrond, erf en verdere aanhorigheden, staande en gelegen aan de [adres] te Staphorst, kadastraal bekend gemeente Staphorst, [kadastrale gegevens], en primair te bepalen dat de ter zake door de rechtbank te wijzen uitspraak dezelfde kracht heeft als een in wettige vorm opgemaakte

(transport-)akte van voormelde onroerende zaak, dit op de voet van art. 3:300 lid 2 BW, zodat de uitspraak ten effecte rechtens in de daartoe bestemde openbare registers overgeschreven zal (kunnen) worden, (…)”

“2.5 Het door de man in dit verband primair verzochte zal worden toegewezen, met dien verstande dat de man aan de vrouw fl. 33.156,60 ofwel € 15.046,-- dient te betalen. Daarmee zal het sub 5 door de vrouw verzochte eveneens worden toegewezen. De rechtbank zal het in dit verband gedane primaire accessoire verzoek afwijzen, omdat de notariële expertise bij de levering van registergoederen slecht gemist kan worden, zoals algemeen bekend is.”

BESLISSING

De rechtbank:

veroordeelt de vrouw tot levering van de onroerende zaak, staande en gelegen aan de [adres] te Staphorst, kadastraal bekend gemeente Staphorst [kadastrale gegevens], aan de man;

veroordeelt de man tot betaling van € 15.046,-- aan de vrouw;”

2.4.

De onroerende zaak omvat een woning met showroom, magazijn, erf en verdere aanhorigheden. Op de onroerende zaak is in het verleden, laatstelijk door de ouders van [gedaagde], een benzinepompstation geëxploiteerd geweest. In 1986 heeft [gedaagde] de economische eigendom aan [eiseres] geleverd. Bedoelde exploitatie was toen al niet meer aan de orde en is door [eiseres] niet hernomen.

2.5.

Bij werkzaamheden tot aanleg van een nieuwe waterleiding is ter plaatse van de onroerende zaak bodemverontreiniging gebleken. Deze bodemverontreiniging is vóór 1986 ontstaan.

2.6.

Levering van de onroerende zaak heeft niet plaatsgevonden.

2.7.

Betaling van het bedrag van € 15.046,00 heeft niet plaatsgevonden.

2.8.

Op 13 oktober 2014 heeft mr. J. Meijerink van Notariaat Ritsma B.V. te Staphorst (hierna te noemen: de notaris) een ontwerp van de leveringsakte voor de levering van de onroerende zaak aan partijen toegezonden, gedateerd 13 oktober 2014. Dit ontwerp voorziet in levering op grond van een koopovereenkomst. Partijen konden zich niet vinden in dit ontwerp.

2.9.

Op 8 december 2014 heeft de notaris een (gewijzigde) ontwerpakte tot levering, thans op grond van de onder 2.2 genoemde beschikking, aan partijen toegezonden, gedateerd 8 december 2014. [eiseres] heeft in reactie daarop medegedeeld niet met de inhoud daarvan in te kunnen stemmen.

2.10.

Bij deurwaardersexploot van 10 maart 2015 is onder de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [bedrijf 1] B.V., gevestigd te Staphorst en kantoorhoudende in de onroerende zaak, uit hoofde van de onder 2.2 genoemde beschikking executoriaal beslag gelegd op alle vorderingen die de schuldenaar op de derde-beslagene heeft of uit een ten tijde van het beslag reeds bestaande rechtsverhouding rechtstreeks zal verkrijgen en op de onder de derde-beslagene berustende aan schuldenaar toebehorende roerende zaken die geen registergoederen zijn, meer speciaal op, doch niet beperkt tot, aan schuldenaar uit te keren salaris en emolumenten. Het beslagexploot is op 16 maart 2015 aan [eiseres] betekend.

2.11.

Bij deurwaardersexploot van 1 mei 2015 is onder [naam], handelende onder de naam [bedrijf 2], wonende en kantoorhoudende te Meppel, eveneens uit kracht van de onder 2.2 genoemde beschikking, executoriaal beslag gelegd op alle vorderingen die de schuldenaar op de derde beslagene heeft of uit een ten tijde van het beslag reeds bestaande rechtsverhouding rechtstreeks zal verkrijgen en op de onder de derde-beslagene berustende aan schuldenaar toebehorende roerende zaken die geen registergoederen zijn, meer speciaal op, doch niet beperkt tot, aan schuldenaar uit te keren salaris en emolumenten. Aangezien dit exploot door [eiseres] is overgelegd, gaat de voorzieningenrechter ervan uit dat dit beslag aan hem betekend is, nu daarvan geen stuk is overgelegd.

2.12.

De voorzieningenrechter stelt vast dat minnelijk overleg tussen partijen, met aangeraden consultering van een notaris, waartoe de zaak vier weken is aangehouden, niet tot een oplossing van het geschil heeft geleid en dat [eiseres] na ommekomst van die periode vonnis heeft verzocht.

3 Het geschil in conventie

3.1.

[eiseres] vordert schorsing van de op basis van de beschikking van 10 september 2014 van de rechtbank Noord-Nederland, Locatie Assen, ingezette executie(maatregelen).

Voorts vordert [eiseres] om [gedaagde] te verbieden nieuwe maatregelen te entameren voordat door haar een schriftelijke verklaring is afgegeven dat zij [eiseres] vrijwaart wat betreft (de opheffing van) alle verontreinigingen welke veroorzaakt en/of annex zijn aan het door de familie [gedaagde] en/of haar rechtsvoorgang(st)ers in/bij de onroerende zaak in het verleden gedreven benzinestation/garagebedrijf (waaronder mede te begrijpen de verwijdering van de twee ondergrondse brandstoftanks c.a. alsook de onderzoekskosten c.a. en aangaande de onroerende zaak zelf de waardevermindering als gevolg van die verontreiniging(en)), dit tenzij [gedaagde] aantoont dat die verontreinigingen door [eiseres] veroorzaakt zijn.

Tenslotte vordert [eiseres] veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

3.2.

[gedaagde] voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 Het geschil in reconventie

4.1.

[gedaagde] vordert veroordeling van [eiseres] tot betaling met ingang van 10 september 2014, dan wel een zodanige datum die de voorzieningenrechter juist acht, aan [gedaagde] van de eigenaarslasten van de onroerende zaak, zolang de onroerende zaak niet is geleverd aan [eiseres].

4.2.

[eiseres] voert verweer.

4.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5 De beoordeling in conventie

5.1.

De voorzieningenrechter acht voldoende spoedeisend belang gegeven bij de gevraagde voorziening, gelet op de aard van de vordering(en).

5.2.

In een executiegeschil kan de voorzieningenrechter de tenuitvoerlegging van een vonnis c.q. beschikking slechts schorsen, indien hij van oordeel is dat de executant mede gelet op de belangen aan de zijde van de geëxecuteerde die door de executie zullen worden geschaad - geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij gebruikmaking van zijn bevoegdheid tot tenuitvoerlegging over te gaan. Dat zal het geval kunnen zijn indien de te executeren beschikking klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust of indien de tenuitvoerlegging op grond van na deze beschikking voorgevallen of aan het licht gekomen feiten klaarblijkelijk aan de zijde van de geëxecuteerde een noodtoestand zal doen ontstaan, waardoor een onverwijlde tenuitvoerlegging niet kan worden aanvaard.

5.3.

[eiseres] heeft zich op het standpunt gesteld dat levering van de onroerende zaak door middel van de leveringsakten, zoals die hem in ontwerp zijn voorgelegd, niet van hem kan worden gevorderd. Hij wenst dat [gedaagde] hem in het kader van de levering van de onroerende zaak vrijwaart voor de nadelige financiële consequenties en/of risico’s die (kunnen) voortvloeien en/of samenhangen met (opheffing van) de bodemverontreiniging onder/nabij de onroerende zaak dan wel voor juridische aanspraken ter zake jegens hem. De afwikkeling van de huwelijkse vooraarden conform de beschikking wordt beheerst door de redelijkheid en billijkheid, zo heeft [eiseres] betoogd.

De in gang gezette executie dient, gelet op zijn belangen, geen in redelijkheid te respecteren belang van [gedaagde], zo heeft [eiseres] aangevoerd, zodat met de acties van [gedaagde], die voor hem een noodtoestand tot gevolg hebben, sprake is van misbruik van bevoegdheid. Hij heeft hierbij gewezen zijn inkomenssituatie, die bepaald wordt door een WAZ-arbeidsongeschiktheidsuitkering en wisselende c.q. incidentele inkomsten bij [bedrijf 2] en waarin hij de hypotheeklasten voldoet.

[eiseres] heeft verklaard op korte termijn te willen komen tot afname van de onroerende zaak, met voldoening aan [gedaagde] van € 15.046,00 en met het bewerkstelligen dat [gedaagde] uit de hoofdelijke aansprakelijk in verband met de hypothecaire geldlening wordt ontslagen, zonder dat de door de familie [gedaagde] (en rechtsvoorgangers) veroorzaakte bodemverontreiniging voor zijn risico en rekening komt.

5.4.

[gedaagde] is niet bereid mee te werken aan het opnemen van voorwaarden in de door [eiseres] bedoelde zin aan de levering van de onroerende zaak. De betalingsverplichting, waartoe [eiseres] is veroordeeld bij die beschikking, staat volgens [gedaagde] los van de veroordeling tot levering. Zij is van mening dat zij met recht tot executie van de beschikking heeft kunnen overgaan.

[gedaagde] is voorts het standpunt toegedaan dat [eiseres] thans niet bij wijze van verkapt appel de beschikking waarvan de executie is aangevangen, kan bestrijden, te meer waar hij reeds ten tijde van de echtscheidingsprocedure c.q. van de beschikking op de hoogte was van de het voormalige benzinepompstation en de ernst en mate van de bodemverontreiniging en toentertijd geen voorwaarden heeft opgeworpen en geen appel tegen de beschikking heeft ingesteld.

5.5.

Ter beoordeling staan de executoriale handelingen die [gedaagde] heeft doen plaatsvinden ter executie van de beschikking van 10 september 2014, als genoemd in 2.11 en 2.12. [eiseres] verzoekt schorsing van die maatregelen.

5.6.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat in een executiegeschil slechts de executie het voorwerp van het geschil kan zijn en niet de inhoud van de beschikking waarvan de executie de tenuitvoerlegging betreft. Voor de beoordeling van de vordering van [eiseres] is wel van belang om kennis te nemen van de beschikking, dat wil zeggen van de onderbouwing door de rechtbank van de daarin vervatte beslissingen, voor zover thans aan de orde, te weten de veroordelingen tot levering en tot betaling.

5.7.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat de levering van de onroerende zaak én de betaling van € 15.046,00 in een onderlinge samenhang als één geheel moeten worden beschouwd en verwijst daarbij naar rechtsoverweging 2.5 van de beschikking van 10 september 2014, in samenhang bezien met rechtsoverwegingen 2.2 en 1.2, betreffende de vorderingen over en weer ter zake van de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden.

Ook de akte van 29 oktober 1986, waarvan de rechtbank Noord-Nederland het bestaan heeft vastgesteld, vormt daarvoor een aanknopingspunt, evenals de aanvankelijke concept-leveringsakte van 8 december 2014 (met het onderdeel “Betaling”). In alle gevallen is daarin het door [eiseres] te betalen bedrag genoemd in relatie tot de levering. De voorzieningenrechter volgt derhalve [gedaagde] niet in haar standpunt dat beide beslissingen in de beschikking op zichzelf moeten worden beschouwd.

5.8.

Gelet op de samenhang tussen de levering en de betaling van voormeld bedrag en de belangen van partijen afwegende, is de voorzieningenrecher van oordeel dat onder de hiervoor aangegeven omstandigheden het enkel executeren van de veroordeling van een geldsom, terwijl partijen geen overeenstemming kunnen bereiken over de levering van de onroerende zaak, misbruik van bevoegdheid oplevert. Nu vooralsnog geen sprake is van levering, ligt betaling van de geldsom evenmin in de rede. In dit kader wordt overwogen dat van [eiseres] in redelijkheid niet mag worden verwacht dat hij iedere leveringsakte ondertekent. Dat de rechtbank Noord-Nederland dit kennelijk ook zo heeft bedoeld, kan worden afgeleid uit de overweging dat “notariële expertise slecht gemist kan worden”.

De voorzieningenrechter is derhalve van oordeel dat inhoud van een leveringsakte recht zal moeten doen aan de feiten van dit geval en naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid aanvaardbaar moet worden geacht.

Bij de belangenafweging wordt naar voorlopig oordeel een gewichtig belang van [eiseres] aanwezig geacht in verband met het hem na levering in beginsel toevallende risicopositie met het oog op (een sanering van) de bodemverontreiniging.

5.9.

Voor een beslissing op de vordering van [eiseres] om een vrijwaring te bepalen als genoemd in 3.1 acht de voorzieningenrechter in de kortgedingprocedure geen plaats. Partijen zullen het geschil ter zake van de effectuering van de beschikking wat betreft de levering van de onroerende zaak aan de bodemrechter dienen voor te leggen, tenzij zij minnelijk tot een formulering van de leveringsakte kunnen komen.

5.10.

De voorzieningenrechter zal dan ook de vordering tot het schorsen van de ingezette executiemaatregelen – de gelegde derde-beslagen – toewijzen.

Het door [eiseres] gevorderde verbod om nieuwe maatregelen te entameren zal eveneens worden toegewezen, zij het in die zin dat dit verbod, evenals de schorsing, geldt in afwachting van de totstandkoming van een overeenkomst tussen partijen dan wel een gerechtelijke uitspraak over het gerezen geschil.

5.11.

Gelet op het feit dat partijen voormalige echtgenoten zijn, zullen de proceskosten worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

6 De beoordeling in reconventie

6.1.

De vordering tot betaling van de eigenaarslasten ziet blijkens het lichaam van de eis in reconventie en de daarbij gevoegd productie op gemeentelijke belastingen en op waterschapsbelasting, ondanks het gebruik van de vermelding “bestaande uit o.a.”.

Voor zover de vordering volgens het petitum beoogd is zich verder uit te strekken tot andere lasten, acht de voorzieningenrechter de vordering te onbepaald, waarbij in aanmerking is genomen dat [eiseres] de hypotheeklasten reeds draagt.

6.2.

De vordering is gebaseerd op het standpunt dat [eiseres] als gevolg van de bij beschikking van 10 september 2014 bepaalde levering, die niet is gevolgd, vanaf deze datum de genoemde eigenaarslasten dient te voldoen.

De voorzieningenrechter ziet echter geen grond om de vordering toe te wijzen, aangezien [eiseres] terecht heeft aangevoerd dat [gedaagde] onverminderd (juridisch) eigenaar is (gebleven) van de onroerende zaak.

6.3.

Gelet op het feit dat partijen voormalige echtgenoten zijn, zullen de proceskosten worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

7 De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie

7.1.

schorst de door [gedaagde] op basis van de uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland, Locatie Assen, d.d. 10 september 2014, zaaknummer C/19/98087/FA RK 13-761, ingezette executie(maatregelen),

7.2.

bepaalt dat de onder 7.1 uitgesproken schorsing voortduurt totdat tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen dan wel totdat in rechte is beslist in het geschil tussen partijen, in beide gevallen over de voorwaarden die ter zake van de levering hebben te gelden,

7.3.

verbiedt [gedaagde] het nieuwe maatregelen ter zake te entameren, zolang tussen partijen geen overeenkomst tot stand is gekomen dan wel niet in rechte is beslist in het geschil tussen partijen, in beide gevallen over de voorwaarden die ter zake van de levering van de onroerende zaak hebben te gelden,

7.4.

compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

7.5.

verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

7.6.

wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

7.7.

wijst de vordering af,

7.8.

compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

7.9.

verklaart dit vonnis in reconventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.N. Bartels en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2015.