Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2015:2074

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
28-04-2015
Datum publicatie
28-04-2015
Zaaknummer
08/760235-14 en 08/952547-14 (gev. ttz)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Overijssel veroordeelt een 31-jarige vrouw uit Amersfoort wegens diefstallen uit bejaarden-, verzorgings- en verpleeghuizen tot een gevangenisstraf van dertig maanden waarvan tien maanden voorwaardelijk. De rechtbank acht bewezen dat de vrouw meer dan veertig keer sieraden en andere spullen stal van bewoners van deze tehuizen. Naast de straf moet de vrouw ook een groot aantal slachtoffers een schadevergoeding betalen, in totaal bijna €46.000,-.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Almelo

Parketnummers: 08/760235-14 en 08/952547-14 (gev. ttz)

Datum vonnis: 28 april 2015

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedag] 1983 in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats], aan de [adres].

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 14 april 2015. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. C.M. Brugman en van hetgeen door de verdachte en haar raadsvrouw mr. A.R. de Witte, advocaat te Delden, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte diefstallen heeft gepleegd in bejaarden-, verzorgings- en verpleeghuizen, waarbij zij onder meer sieraden heeft weggenomen en voorts dat zij zich samen met een ander schuldig heeft gemaakt aan gewoontewitwassen.

Voluit luidt, na wijziging, de tenlastelegging aan de verdachte, dat:

Inzake parketnummer 08/760235-14

1.

zij op of omstreeks 16 oktober 2013, te Oldebroek, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een gouden ketting, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

2.

zij op een of meer tijdstippen op of omstreeks 22 augustus 2013, te Soest, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een horloge en/of een aantal gouden kettinkjes en/of een gouden armband, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of een gouden armband, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

Inzake parketnummer 08/952547-14

1.

zij op een of meer tijdstippen of omstreeks 29 juni 2014, te Delden, gemeente Hof van Twente, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

a. a) geld, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

b) een portemonee en/of 350 Euro, althans geld, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

c) gouden en/of zilveren sieraden en/of horloges, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

2.

zij op een of meer tijdstippen of omstreeks 27 juli 2014, te Doetinchem en/of te Varsseveld, gemeente Oude IJsselstreek en/of te Groenlo, gemeente Oost Gelre en/of te Eibergen, gemeente Berkelland, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

a. a) een portemonnee met geld en/of zorgpas, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

b) twee gouden kettingen met hangers, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 8], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

c) een portemonee met ongeveer 20 Euro, althans geld en/of een gouden ketting, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 9], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

d) een gouden ketting, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 10], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

e) een gouden schakelarmband, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 11], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

f) een gouden collier met hanger, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 12], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

3.

zij op een of meer tijdstippen op of omstreeks 14 juli 2014, te Apeldoorn en/of te Barneveld, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

a. a) een gouden ketting en/of een zilveren ketting en/of een broche, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 13], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

b) een gouden ketting met hanger en/of een gouden trouwring en/of een gouden armband, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 14], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

c) een gouden armband en/of een gouden horloge, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 15], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

d) een gouden ketting en/of een gouden trouwring, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 16], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

e) een gouden ketting met hanger, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 17], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

4.

zij op een of meer tijdstippen of omstreeks 13 juli 2014, te Coevorden en/of te Schoonebeek en/of te Nieuw Amsterdam en/of Hoogeveen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

a. a) 10 Euro, althans geld en/of een gouden ketting, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 18], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

b) een gouden armband met bedels en/of een gouden mannenarmband en/of een gouden ketting met driehoekige hangers en/of gouden oorknopjes, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 19], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

c) een geldkist met papieren en/of een zorgpas en/of een toegangspas en/of een trouwboekje en/of een portemonnee met 10 Euro, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 20] en/of

d) een gouden ketting, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 21], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

e) een gouden ketting, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 22], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

f) een gouden armband, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 23], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

g) een gouden ketting en/of een gouden armband, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 24], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

h) een gouden ketting met hanger en witte opaalsteen, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 25], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

i. i) een gouden halsketting, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 26], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

j) een sieradenkistje met daarin gouden armband en/of kettingen en/of horloges en/of ringen en/of oorbellen en/of een broche en/of hangers, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 27], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

5.

zij op een of meer tijdstippen op of omstreeks 02 juli 2014, te Deventer en/of te Raalte en/of te Hengelo (O), (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

a. a) een gouden horloge, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 28], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

b) een gouden armband en/of een gouden ring en/of een witte armband met hartjes en/of een gouden armband, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 29], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

c) een gouden ring met groene smaragdsteen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 30], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

d) een gouden ketting met medaillon en/of een aantal gouden ringen en/of een gouden tientje en/of een of meer gouden kettingen en/of armbanden en/of een gouden hangertje (tweelingen) en/of twee broches, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 31], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

6.

zij in of omstreeks de periode van 1 maart 2013 tot en met 29 juli 2014, in de gemeente Amersfoort en/of te Enschede, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft zij, verdachte, en/of haar mededader(s) (telkens) een hoeveelheid geld (in totaal ongeveer 32.321,93 Euro), verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of gebruik gemaakt, welk geld (telkens) was verkregen door/met de verkoop van gestolen (gouden) sieraden, althans gestolen goederen, aan (een) opkoper(s);

3 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor parketnummer 08/760235-14 onder 1 en 2 en voor parketnummer 08/952547-14 onder 1, 2, 3, 4, feit 5 sub a, b en d en onder 6 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaren, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, waarvan één jaar voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren en daarbij de bijzondere voorwaarden van meldplicht bij Reclassering Nederland en ambulante behandelverplichting bij De Waag in Amersfoort of een soortgelijke instelling.

4 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5 De beoordeling van het bewijs

Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of de ten laste gelegde feiten bewezenverklaard kunnen worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte de feiten heeft begaan op de inhoud van de genoemde bewijsmiddelen. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

5.1

Parketnummer 08/760235-14

Evenals de officier van justitie en de verdediging, acht de rechtbank de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank – nu verdachte deze feiten heeft bekend en door of namens haar geen vrijspraak is bepleit – zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen, te weten1:


t.a.v. het onder 1 ten laste gelegde:

  • -

    proces-verbaal van de terechtzitting van 14 april 2015, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van de verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste volzin, Wetboek van Strafvordering (Sv);

  • -

    proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] van 16 oktober 2013, pagina’s 26 t/m 28;

t.a.v. het onder 2 ten laste gelegde:

  • -

    proces-verbaal van de terechtzitting van 14 april 2015, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van de verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste volzin, Sv;

  • -

    proces-verbaal van aangifte namens [slachtoffer 2] van 24 augustus 2013, pagina’s 82 t/m 86;

  • -

    proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] van 22 augustus 2013, pagina’s 87 t/m 89.

5.2

Parketnummer 08/952547-14

5.2.1

Feiten 1 en 2 sub a, b en c

Evenals de officier van justitie en de verdediging, acht de rechtbank de onder 1 en de onder

2 sub a, b en c ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank – nu verdachte deze feiten heeft bekend en door of namens haar geen vrijspraak is bepleit – zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen, te weten2:

t.a.v. het onder 1 ten laste gelegde:

  • -

    proces-verbaal van de terechtzitting van 14 april 2015, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van de verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste volzin, Sv;

  • -

    processen-verbaal van aangifte van:

  • -

    [slachtoffer 4] van 30 juni 2014, pagina’s 1259 t/m 1261;

  • -

    [slachtoffer 5] van 30 juni 2014, pagina’s 1264 t/m 1266;

  • -

    [slachtoffer 6] van 30 juni 2014, pagina’s 1254 t/m 1258;

t.a.v. het onder 2 sub a, b en c ten laste gelegde:

- proces-verbaal van de terechtzitting van 14 april 2015, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van de verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste volzin, Sv;

  • -

    proces-verbaal van aangifte namens [slachtoffer 7] van 29 juli 2014, pagina’s 1318 t/m 1320;

  • -

    processen-verbaal van aangifte van:

  • -

    [slachtoffer 8] van 29 juli 2014, pagina’s 1327 t/m 1338;

  • -

    [slachtoffer 9] van 28 juli 2014, pagina’s 1348 t/m 1350

5.2.2

Feit 2 sub d, e en f

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte de diefstallen in Groenlo en Eibergen bij aangeefsters [slachtoffer 10], [slachtoffer 11] en [slachtoffer 12] heeft gepleegd. Verdachte is op 27 juli 2014 op pad geweest, is op de camerabeelden van die dag van ’t Weerdje in Doetinchem (feit 2 sub a en b) en Bettekamp in Varsseveld (feit 2 sub c) herkend en de mastgegevens van de telefoon van verdachte van die dag komen overeen met de pleegplaatsen en tijdstippen zoals die uit de aangiftes naar voren komen. Aan het einde van de dag heeft verdachte, gelet op de mastgegevens en whatsapp-berichten, afgesproken met haar opkoper, medeverdachte [medeverdachte 1]. Verdachte heeft bovendien erkend dat zij in De Molenberg in Groenlo is geweest en verklaard dat zij niet uitsluit dat zij in Eibergen is geweest.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het onder 2 sub d, e en f ten laste gelegde. Daartoe heeft de verdediging gesteld dat verdachte heeft erkend dat zij in verpleeghuis De Molenberg te Groenlo is geweest, maar dat zij ook expliciet heeft verklaard dat zij uiteindelijk in dit tehuis niets heeft gestolen (sub d en e). Verdachte heeft het verzorgingstehuis de Meergaarden in Eibergen (sub f) bovendien niet herkend en evenmin is op de camerabeelden van dit verzorgingstehuis iemand gezien die aan de omschrijving voldoet. Het enkele feit dat de telefoon van verdachte contact heeft gemaakt met een gsm-mast is onvoldoende om tot een bewezenverklaring te komen.

Overwegingen van de rechtbank

Uit de aangiftes van aangeefsters [slachtoffer 10], [slachtoffer 11] en [slachtoffer 12] blijkt dat bij hen goederen zijn gestolen. Uit de gegevens van gsm-masten en het gegeven dat verdachte die dag bij een snelheidscontrole in Eibergen is geflitst blijkt dat verdachte op 27 juli 2014 in (de buurt van) Groenlo en Eibergen is geweest. Voor het overige is geen bewijs voorhanden waaruit de betrokkenheid van verdachte bij deze diefstallen zou kunnen blijken. De rechtbank is van oordeel dat het enkele gegeven dat verdachte op die dag in (de buurt van) Groenlo en Eibergen is geweest - hoe opmerkelijk ook -, onvoldoende is om op wettig en overtuigende wijze tot een bewezenverklaring te komen. De rechtbank spreekt verdachte daarom vrij van het onder 2 sub d, e en f ten laste gelegde.

5.2.3

Feit 3

Evenals de officier van justitie en de verdediging, acht de rechtbank het onder 3 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen.

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank – nu verdachte deze feiten heeft bekend en door of namens haar geen vrijspraak is bepleit – zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen, te weten:

  • -

    proces-verbaal van de terechtzitting van 14 april 2015, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van de verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste volzin, Sv;

  • -

    processen-verbaal van aangifte van:

  • -

    [slachtoffer 13] van 14 juli 2014, pagina’s 1497 t/m 1499;

  • -

    [slachtoffer 14] van 14 juli 2014, pagina’s 1504 t/m 1506;

  • -

    [slachtoffer 15] van 14 juli 2014, pagina’s 1509 t/m 1511;

  • -

    [slachtoffer 16] van 29 juli 2014, pagina’s 1521 en 1522;

  • -

    [slachtoffer 17] van 18 juli 2014, pagina’s 1527 t/m 1529.

5.2.4

Feit 4 sub a en b

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 4 sub a en b ten laste gelegde, te weten de diefstallen bij aangeefsters [slachtoffer 18] en [slachtoffer 19] in Coevorden, wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. Daartoe heeft de officier van justitie gesteld dat de door aangeefsters omschreven werkwijze sterk aan de werkwijze van verdachte doet denken, dat de telefoon van verdachte die middag in Coevorden heeft gestraald op tijdstippen die overeenkomen met de aangiftes en dat zij – gelet op whatsapp-berichten- aan het eind van de dag een afspraak had met [medeverdachte 1]. Verdachte heeft andere diefstallen waarbij de slachtoffers sliepen of rusten, wel erkend, zodat het verweer van verdachte niet opgaat, aldus de officier van justitie. Bovendien acht de officier van justitie het onwaarschijnlijk dat op hetzelfde moment in dezelfde omgeving nog een persoon op dievenpad is geweest.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor het onder feit 4 sub a en b ten laste gelegde. Verdachte heeft ontkend dat zij deze diefstallen heeft gepleegd. Zij herkent zich niet in hetgeen uit de aangifte blijkt, nu zij nooit goederen bij slapende vrouwen heeft weggenomen omdat zij bang was dat die vrouwen dan een hartaanval zouden kunnen krijgen. Door aangeefster [slachtoffer 19] is verklaard dat de vrouw tussen 40 en 50 jaar oud zou zijn en kleding droeg met blauw en rode kleuren. Uit de camerabeelden van diezelfde dag in Hoogeveen blijkt dat verdachte die dag geen rode of blauwe kleding droeg.

Overwegingen van de rechtbank

Uit de aangiftes van aangeefsters [slachtoffer 18] en [slachtoffer 19], beide wonende in woon- en zorgcentrum De Voorde te Coevorden, blijkt dat bij hen op 13 juli 2014 tussen 13.15 en 13.45 uur ([slachtoffer 19]) en tussen 13.30 uur en 17.30 uur ([slachtoffer 18]) een portemonnee en diverse sieraden zijn weggenomen. Verdachte heeft erkend dat zij op 13 juli 2014 op pad is geweest en meerdere diefstallen heeft gepleegd (zie hierna feit 4 sub c t/m j), waaronder één diefstal in verzorgingshuis St. Franciscus te Coevorden. Uit de mastgegevens blijkt dat de telefoon van verdachte op 13 juli 2014 tussen 12.39 uur en 13.58 uur in (de buurt van) Coevorden is geweest.

Aangeefster [slachtoffer 18] heeft van de diefstal zelf niets gemerkt. Nu over de gang van zaken rond de diefstal niets bekend is, kan ook niet worden gesproken over een specifieke werkwijze die overeenkomt met de werkwijze van verdachte. De rechtbank acht het opmerkelijk dat verdachte op 13 juli 2014 rond de tijdstippen waarop volgens aangeefster de goederen zijn weggenomen, in (de buurt van) Coevorden is geweest. De enkele aanwezigheid in (de buurt van) de woningen van aangeefsters is echter onvoldoende om tot een bewezenverklaring te komen. Het is goed mogelijk dat verdachte de diefstal bij aangeefster [slachtoffer 18] heeft gepleegd, doch bij gebrek aan bewijs dient de rechtbank verdachte vrij te spreken van het onder feit 4 sub a ten laste gelegde.

Ook ten aanzien van aangeefster [slachtoffer 19] merkt de rechtbank op dat het opmerkelijk is dat verdachte juist rond het tijdstip waarop de diefstal heeft plaatsgevonden, in (de buurt van) Coevorden was. Naar het oordeel van de rechtbank is er echter onvoldoende bewijs dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan deze diefstal. Het is goed mogelijk dat verdachte ook deze diefstal heeft gepleegd, doch bij gebrek aan bewijs spreekt de rechtbank verdachte vrij van dit feit.

5.2.5

Feiten 4 sub c t/m j en 5 sub a en d

Evenals de officier van justitie en de verdediging, acht de rechtbank de onder 4 sub c t/m j en 5 sub a en d ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank – nu verdachte deze feiten heeft bekend en door of namens haar geen vrijspraak is bepleit – zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen, te weten:

t.a.v. het onder 4 c t/m j ten laste gelegde:

- proces-verbaal van de terechtzitting van 14 april 2015, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van de verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste volzin, Sv;

  • -

    processen-verbaal van aangifte namens:

  • -

    [slachtoffer 20] van 16 juli 2014, pagina’s 1571 t/m 1576;

  • -

    [slachtoffer 21] van 23 juli 2014, pagina’s 1578 t/m 1581;

  • -

    [slachtoffer 22] van 19 september 2014, pagina’s 1582 t/m 1584;

  • -

    [slachtoffer 26] van 24 juli 2014, pagina’s 1596 t/m 1598;

  • -

    processen-verbaal van aangifte van:

  • -

    [slachtoffer 23] van 13 juli 2014, pagina’s 1585 t/m 1588;

  • -

    [slachtoffer 24] van 16 juli 2014, pagina’s 1589 t/m 1591

  • -

    [slachtoffer 25] van 13 juli 2014, pagina’s 1592 t/m 1595;

  • -

    [slachtoffer 27] van 13 juli 2014, pagina’s 1599 t/m 1606;

t.a.v. het onder 5 sub a en d ten laste gelegde:

- proces-verbaal van de terechtzitting van 14 april 2015, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van de verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste volzin, Sv;

  • -

    processen-verbaal van aangifte van:

  • -

    [slachtoffer 28] van 2 juli 2014, pagina’s 1856 t/m 1859;

  • -

    [slachtoffer 31] van 10 juli 2014, pagina’s. 1877 t/m 1884.

5.2.6

Feit 5 sub b en c

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 5 sub b ([slachtoffer 29]) wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard, nu het door [slachtoffer 29] gegeven signalement overeenkomt met het signalement van verdachte en verdachte volgens de mastgegevens in Deventer is geweest rond het genoemde tijdstip. Ten aanzien van het onder 5 sub c ([slachtoffer 30]) ten laste gelegde heeft de officier van justitie vrijspraak bepleit, nu de werkwijze niet overeenkomt met die van verdachte en het tijdstip waarop de diefstal is gepleegd niet overeenkomt met het tijdstip waarop verdachte die dag in Raalte was.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het onder 5 sub b en c ten laste gelegde en heeft daartoe gesteld dat de werkwijze in beide zaken niet overeenkomt met de werkwijze van verdachte. Aangeefster [slachtoffer 29] heeft verklaard dat de dief een 55-jarige vrouw was, die haar heeft gewassen en ruim een kwartier lang heeft gemasseerd bij haar schouder. Verdachte heeft verklaard dat zij nimmer is overgegaan tot het wassen en masseren van personen.

Bij aangeefster [slachtoffer 30], die in een verpleeghuis verbleef, zou de ring van de vinger van [slachtoffer 30] zijn gehaald. Verdachte heeft ontkend dit feit te hebben gepleegd. Zij herinnert zich het tehuis in Deventer niet en zij heeft verklaard dat zij niet naar verpleeghuizen ging voor diefstallen, omdat de bewoners van een verpleeghuis vaak geen goederen van waarde meer hebben.

Overwegingen van de rechtbank

Uit de aangifte van aangeefster [slachtoffer 29] blijkt dat op 2 juli 2014 omstreeks 14.15 uur sieraden zijn gestolen door een vrouw die zich voordeed als hulp en die [slachtoffer 29] heeft gewassen en ruim een kwartier lang heeft gemasseerd. De rechtbank acht het opmerkelijk dat de telefoon van verdachte om 14.29 uur in (de buurt van) Deventer is, maar is van oordeel dat niet op wettige en overtuigende wijze kan worden bewezen dat het verdachte is die zich schuldig heeft gemaakt aan de diefstal bij aangeefster [slachtoffer 29], nu de werkwijze van de dader niet overeenkomt met de gebruikelijke werkwijze van verdachte en zij steeds heeft ontkend deze diefstal te hebben gepleegd. De rechtbank spreekt verdachte daarom vrij van het onder feit 5 sub b ten laste gelegde.

Evenals de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 5 sub c ten laste gelegde. Uit de aangifte gedaan namens aangeefster [slachtoffer 30] blijkt dat in de periode tussen 2 juli 2014 omstreeks 20.00 uur-21.00 uur en 3 juli 2014 ’s ochtends een gouden ring van de vinger van [slachtoffer 30] is gestolen, terwijl [slachtoffer 30] sliep. De wijze waarop deze ring is ontvreemd komt naar het oordeel van de rechtbank niet overeen met de werkwijze van verdachte, terwijl uit de mastgegevens blijkt dat (de telefoon van) verdachte tussen 17.59 uur en 18.18 uur in Hengelo (O) was en om 21.45 uur weer in Amersfoort. Er is onvoldoende bewijs dat verdachte deze diefstal heeft gepleegd, zodat de rechtbank verdacht vrijspreekt van het onder feit 5 sub c ten laste gelegde.

5.2.7

Feit 6

Evenals de officier van justitie en de verdediging acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van gewoontewitwassen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diverse diefstallen van onder meer sieraden. Een gedeelte van deze sieraden is door verdachte verkocht aan een opkoper. Het daarvoor ontvangen geld heeft verdachte besteed aan kosten van de huishouding of op de bankrekening van medeverdachte [medeverdachte 2] gestort, zodat [medeverdachte 2] daarmee onder meer online kon gokken. Daarmee heeft verdachte zich samen met medeverdachte [medeverdachte 2] schuldig gemaakt aan witwassen, terwijl zij hiervan een gewoonte heeft gemaakt.

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank – nu verdachte deze feiten heeft bekend en door of namens haar geen vrijspraak is bepleit – verder zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen, te weten:

  • -

    proces-verbaal van de terechtzitting van 14 april 2015, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, Sv;

  • -

    proces-verbaal van verhoor van verdachte van 30 juli 2014, pagina 176;

  • -

    proces-verbaal van verhoor van verdachte van 31 juli 2014, pagina 180;

  • -

    proces-verbaal van verhoor van verdachte van 6 augustus 2014, pagina 198;

  • -

    proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 2] van 15 augustus 2014, pagina’s 498 t/m 500.

5.3

De conclusie

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder parketnummer 08/952547-14 onder 2 sub d, e en f, feit 4 sub a en b en feit 5 sub b en c is ten laste gelegd, zodat zij haar daarvan zal vrijspreken.

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het inzake parketnummer 08/760235-14 onder 1 en 2 en het onder parketnummer 08/952547-14 onder feit 1, feit 2 sub a t/m c, feit 3, feit 4 sub c t/m j en feit 5 sub a en d en feit 6 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Parketnummer 08/760235-14

1.

zij op 16 oktober 2013 te Oldebroek met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een gouden ketting, toebehorende aan [slachtoffer 1];

2.

zij op 22 augustus 2013, te Soest, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een horloge en een aantal gouden kettinkjes en een gouden armband, toebehorende aan [slachtoffer 2], en een gouden armband, toebehorende aan

[slachtoffer 3];

Parketnummer 08/952547-14

1.

zij op of omstreeks 29 juni 2014, te Delden, gemeente Hof van Twente, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

a. a) geld, toebehorende aan [slachtoffer 4], en

b) een portemonnee en 350 Euro, toebehorende aan [slachtoffer 5], en

c) gouden en zilveren sieraden en horloges, toebehorende aan [slachtoffer 6];

2.

zij op of omstreeks 27 juli 2014, te Doetinchem en te Varsseveld, gemeente Oude IJsselstreek, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

a. a) een portemonnee met geld en zorgpas, toebehorende aan [slachtoffer 7], en

b) twee gouden kettingen met hangers, toebehorende aan [slachtoffer 8], en

c) een portemonnee met geld en een gouden ketting, toebehorende aan [slachtoffer 9];

3.

zij op 14 juli 2014, te Apeldoorn en te Barneveld, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

a. a) een gouden ketting en een zilveren ketting en een broche, toebehorende aan [slachtoffer 13], en

b) een gouden ketting en een gouden trouwring en een gouden armband, toebehorende aan [slachtoffer 14], en

c) een gouden armband en een gouden horloge, toebehorende aan [slachtoffer 15], en

d) een gouden ketting en een gouden trouwring, toebehorende aan [slachtoffer 16], en

e) een gouden ketting met hanger, toebehorende aan [slachtoffer 17];

4.

zij op of omstreeks 13 juli 2014, te Coevorden en te Schoonebeek en te Nieuw Amsterdam en Hoogeveen, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

c) een geldkist met papieren en een zorgpas en een toegangspas en een trouwboekje en een portemonnee met 10 Euro, toebehorende aan [slachtoffer 20] en

d) een gouden ketting, toebehorende aan [slachtoffer 21], en

e) een gouden ketting, toebehorende aan [slachtoffer 22], en

f) een gouden armband, toebehorende aan [slachtoffer 23], en

g) een gouden ketting en een gouden armband, toebehorende aan [slachtoffer 24], en

h) een gouden ketting met hanger met witte opaalsteen, toebehorende aan [slachtoffer 25], en

i. i) een gouden halsketting, toebehorende aan [slachtoffer 26], en

j) een gouden armband en kettingen en een horloge en ringen en oorbellen en een broche en een hanger, toebehorende aan [slachtoffer 27];

5.

zij op of omstreeks 2 juli 2014, te Raalte en te Hengelo (O), telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

a. a) een gouden horloge, toebehorende aan [slachtoffer 28], en

d) een gouden ketting met medaillon en een aantal gouden ringen en een gouden tientje en gouden kettingen en armbanden en een gouden hangertje (tweelingen) en twee broches, toebehorende aan [slachtoffer 31];

6.

zij in de periode van 1 maart 2013 tot en met 29 juli 2014 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander (van 1 februari 2014 tot en met 29 juli 2014) en alleen (van 1 maart 2013 tot 1 februari 2014) van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft zij, verdachte, telkens een hoeveelheid geld verworven en voorhanden gehad en omgezet en daarvan gebruik gemaakt, welk geld telkens was verkregen door de verkoop van gestolen (gouden) sieraden.

De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in haar verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij haar daarvan zal vrijspreken.

6 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 310 en 420bis jo. 420ter Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

Parketnummer 08/760235-14

feit 1

het misdrijf: diefstal

feit 2

het misdrijf: diefstal, meermalen gepleegd;

Parketnummer 08/952547-14

feit 1, 2 sub a t/m c, 3, 4 sub c t/m j en 5 sub a en d

telkens het misdrijf: diefstal;

feit 6

het misdrijf: medeplegen van gewoontewitwassen.

7 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

8 De op te leggen straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen.

Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

Bij het bepalen van de strafmaat worden mede in aanmerking genomen de ter kennisneming gevoegde zaken onder parketnummer 08/760235-14 genummerd 1 tot en met 5, en onder parketnummer 08/952547-14 genummerd 2, 3, 4, 5A (Harke), 9, 10, 13, 15 en 17 tot en met 21, nu aannemelijk is geworden dat verdachte deze feiten heeft gepleegd – verdachte heeft deze feiten immers ter terechtzitting bekend- en de officier van justitie heeft toegezegd dat voor die feiten geen verdere strafvervolging zal volgen. De onder parketnummer 08/952547-14 onder nummer

1, 5B, 6, 7, 8, 11, 12, 14 en 16 ad informandum gevoegde feiten zijn niet in aanmerking genomen, nu verdachte heeft ontkend deze feiten te hebben gepleegd.

Verdachte en haar echtgenoot kampten met financiële problemen, onder meer ontstaan door de gokverslaving van haar echtgenoot, medeverdachte [medeverdachte 2]. Verdachte heeft ervoor gekozen om haar financiële problemen te verlichten door andermans goederen weg te nemen en die goederen te gelde te maken. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meer dan 40 diefstallen. De slachtoffers van deze diefstallen zijn allen op hoge leeftijd en verblijven in bejaarden-, verzorgings- of verpleeghuizen. De slachtoffers zijn veelal kwetsbaar en afhankelijk van zorg van hulpverleners in wie zij hun vertrouwen moeten stellen.

Door zich voor te doen als iemand die op enigerlei wijze hulp kwam verlenen aan de slachtoffers, terwijl zij eigenlijk voornemens was om goederen van hen te stelen, heeft verdachte een ernstige inbreuk gemaakt op de gevoelens van veiligheid en van vertrouwen in de medemens van de slachtoffers. Naast financiële schade hebben veel slachtoffers ook te kampen met een gemis van sieraden die een grote emotionele waarde hadden, zoals erfstukken en aandenkens aan inmiddels overleden dierbaren. De rechtbank rekent het verdachte ernstig aan dat zij welbewust voor deze kwetsbare slachtoffers heeft gekozen en dat zij bij hen sieraden en andere goederen heeft weggenomen, waarbij zij zelfs er niet voor is teruggedeinsd om sieraden direct van het lichaam van de slachtoffers af te nemen, met alle gevolgen van dien voor de slachtoffers.

Voorts heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van gewoontewitwassen. Dergelijke feiten maken een ernstige inbreuk op de integriteit van het financieel en economisch verkeer.

In februari 2014 is verdachte reeds aangehouden, verhoord en in verzekering gesteld voor diverse diefstallen. De rechtbank rekent het verdachte in hoge mate aan dat zij desondanks kort daarna is doorgegaan met het plegen van diefstallen.

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de bewezen verklaarde feiten in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals deze onder meer tot uitdrukking komen in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. In de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht zijn weliswaar oriëntatiepunten gehanteerd voor diefstallen, maar deze oriëntatiepunten zijn niet van toepassing gelet op de ernst en omvang van de diefstallen in de onderhavige zaak. Voor het gewoontewitwassen zijn geen oriëntatiepunten vastgesteld. De rechtbank heeft derhalve zowel voor de diefstallen als voor het witwassen de strafoplegging in soortgelijke zaken bij haar overwegingen betrokken.

Uit de justitiële documentatie is de rechtbank gebleken dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit.

De rechtbank heeft kennis genomen van het over verdachte opgemaakte Pro Justitia rapport van de GZ-psycholoog drs. N. Märker van 7 oktober 2014, waarvan de conclusie is dat bij verdachte geen sprake is van een ziekelijke stoornis of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Verdachte beschikt over een gemiddelde intelligentie. Er is sprake van ontwijkende en antisociale trekken, doch deze zijn onvoldoende om te kunnen spreken van een persoonlijkheidsstoornis. Verdachte is conflictvermijdend en beschikt over onvoldoende adequate copingvaardigheden om stress en problemen te hanteren. Zij beschikt over een slechte impulscontrole en kan opportunistisch en egocentrisch handelen. Enerzijds is zij behulpzaam en sociaal naar anderen, anderzijds weet zij haar intelligentie en sociale vaardigheden ook in te zetten om anderen voor te liegen en te manipuleren voor haar eigen belang. De psycholoog heeft geadviseerd om verdachte als volledig toerekeningsvatbaar te beschouwen. Het recidiverisico wordt door de psycholoog als laag tot matig ingeschat. De kans op recidive zal toenemen onder stresserende omstandigheden. Volgens de psycholoog zou het goed zijn om de ontwijkende en antisociale persoonlijkheidstrekken van verdachte te behandelen om het recidiverisico te verkleinen.

De rechtbank heeft tevens kennis genomen van de reclasseringsrapportages van 30 oktober 2014 en 24 maart 2015. De reclassering heeft, gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte, geadviseerd om een forse werkstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met de bijzondere voorwaarden van meldplicht en een ambulante behandelverplichting bij een forensische psychiatrische instelling.

De hierboven genoemde overwegingen overziend is de rechtbank van oordeel dat gelet op de aard en de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder zij zijn gepleegd, slechts een vrijheidsstraf passend is. De rechtbank zal verdachte veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. De rechtbank zal daarbij de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht opleggen. De rechtbank acht onvoldoende termen aanwezig om tevens de bijzondere voorwaarde op te nemen van een ambulante behandelverplichting bij De Waag. Hoewel de rechtbank het als positief beoordeeld dat verdachte bereid is om bij De Waag aan haar eigen persoonsontwikkeling te werken, is de rechtbank van oordeel dat daarvoor geen juridisch kader is geïndiceerd.

9 De schade van benadeelden

9.1

De vorderingen van de benadeelde partijen

Na te melden personen hebben zich, al dan niet door een gemachtigde, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. Zij vorderen afzonderlijk veroordeling van verdachte tot betaling van het bedrag dat hierna telkens bij iedere benadeelde partij wordt vermeld:

[slachtoffer 2] (overleden), p/a [woonplaats, adres], een bedrag van € 12.770,-- (materieel) + wettelijke rente;

[slachtoffer 5], wonende te [woonplaats, adres], een bedrag van

€ 463,05 (materieel) + wettelijke rente;

[slachtoffer 6], wonende te [woonplaats, adres], een bedrag van

€ 7.385,67 (materieel € 7.085,67 en immaterieel € 300,--) + wettelijke rente;

[slachtoffer 8], wonende te [woonplaats, adres], een bedrag van

€ 500,-- (materieel € 200,-- en immaterieel € 300,--) + wettelijke rente;

[slachtoffer 11], wonende te [woonplaats, adres], een bedrag van € 1.100,-- (materieel € 800,-- en immaterieel € 300,--) + wettelijke rente;

[slachtoffer 17], wonende te [woonplaats, adres], een bedrag van € 1.000,-- (materieel € 700,-- en immaterieel € 300,--) + wettelijke rente;

[slachtoffer 18], wonende te [woonplaats, adres], een bedrag van € 300,-- (immaterieel) + wettelijke rente;

[slachtoffer 19], wonende te [woonplaats, adres], een bedrag van

€ 300,-- (immaterieel) + wettelijke rente;

[slachtoffer 22], wonende te [woonplaats, adres], een bedrag van € 3.599,-- (materieel € 3.299,-- en immaterieel € 300,--) + wettelijke rente;

[slachtoffer 23], wonende te [woonplaats, adres], een bedrag van € 384,48 (materieel € 84,48 en immaterieel € 300,--) + wettelijke rente;

[slachtoffer 24], wonende te [woonplaats, adres], een bedrag van € 2.604,34 (materieel € 2.304,34 en immaterieel € 300,--) + wettelijke rente;

[slachtoffer 25], wonende te [woonplaats, adres], een bedrag van € 2.348,00 (materieel) + wettelijke rente;

[slachtoffer 26] (overleden), p/a [woonplaats, adres], een bedrag van € 750,-- (materieel € 450,-- en immaterieel € 300,--) + wettelijke rente;

[slachtoffer 28], wonende te [woonplaats, adres], een bedrag van € 594,96 (materieel € 294,96 en immaterieel € 300,--) + wettelijke rente;

[slachtoffer 30], wonende te [woonplaats, adres], een bedrag van € 1.620,-- (materieel € 1.320,-- en immaterieel € 300,--) + wettelijke rente;

[slachtoffer 31], wonende te [woonplaats, adres], een bedrag van € 4.030,-- (materieel € 3.680,-- en immaterieel € 350,--) + wettelijke rente;

[slachtoffer 32], wonende te [woonplaats, adres], een bedrag van € 650,00 (materieel 350,-- en immaterieel € 300,--) + wettelijke rente;

[slachtoffer 33], wonende te [woonplaats, adres], een bedrag van € 3.004,50 (materieel € 2.704,50 en immaterieel € 300,--) + wettelijke rente;

[slachtoffer 34], wonende te [woonplaats, adres], een bedrag van € 2.809,-- (materieel € 2.509,-- en immaterieel € 300,--) + wettelijke rente;

[slachtoffer 35], wonende te [woonplaats, adres], een bedrag van € 2.695,-- (materieel € 2.395,-- en immaterieel € 300,--) + wettelijke rente;

[slachtoffer 36], wonende te [woonplaats, adres], een bedrag van € 1.270,-- (materieel € 970,-- en immaterieel € 300,--) + wettelijke rente;

[slachtoffer 37], wonende te [woonplaats, adres], een bedrag van € 1.240,70 (materieel € 940,70 en immaterieel € 300,--) + wettelijke rente;

[slachtoffer 38], wonende te [woonplaats, adres], een bedrag van € 1.800,-- (materieel € 1.500,-- en immaterieel € 300,--) + wettelijke rente;

[slachtoffer 39], wonende te [woonplaats, adres], een bedrag van € 3.050,-- (materieel € 2.750,-- en immaterieel € 300,--) + wettelijke rente;

[slachtoffer 40], wonende te [woonplaats, adres], een bedrag van € 228,05 (materieel € 78,05 en immaterieel € 150,--) + wettelijke rente;

[slachtoffer 41] (overleden), p/a [woonplaats, adres], een bedrag van

€ 1.050,-- (materieel € 750,-- en immaterieel € 300,--) + wettelijke rente;

[slachtoffer 42], wonende te [woonplaats, adres], een bedrag van € 750,-- (materieel € 600,-- en immaterieel € 150,--) + wettelijke rente;

[slachtoffer 43], wonende te [woonplaats, adres], een bedrag van

€ 800,-- (materieel € 500,-- en immaterieel € 300,--) + wettelijke rente;

[slachtoffer 44], wonende te [woonplaats, adres], een bedrag van € 508,-- (materieel € 308,-- en immaterieel € 200,--) + wettelijke rente;

[slachtoffer 45], wonende te [woonplaats, adres], een bedrag van € 3.204,64 (materieel € 2.854,-- en immaterieel € 350,--) + wettelijke rente;

[slachtoffer 46], wonende te [woonplaats, adres], een bedrag van € 210,-- (materieel € 60,-- en immaterieel € 150,--) + wettelijke rente;

[slachtoffer 47], wonende te [woonplaats, adres], een bedrag van

€ 1.455,-- (materieel);

[slachtoffer 48], wonende te [woonplaats, adres], een bedrag van

€ 5.580,-- (materieel) + wettelijke rente.

[slachtoffer 49], wonende te [woonplaats, adres], een bedrag van

€ 625,-- (materieel € 325,-- en immaterieel € 300,--) + wettelijke rente;

[slachtoffer 50], wonende te [woonplaats, adres], een bedrag van € 350,-- (immaterieel) + wettelijke rente;

[slachtoffer 51], wonende te [woonplaats, adres], een bedrag van € 550,-- (materieel € 250,-- en immaterieel € 300,--) + wettelijke rente;

[slachtoffer 52], p/a [woonplaats, adres], een bedrag van € 250,-- (materieel) + wettelijke rente;

[slachtoffer 53], wonende te [woonplaats, adres], een bedrag van

€ 800,-- (materieel € 500,-- en immaterieel € 300,--) + wettelijke rente;

[slachtoffer 54], wonende te [woonplaats, adres], een bedrag van € 1.300,-- (materieel € 1.000,-- en immaterieel € 300,--).

Ook hebben de benadeelde partijen gevraagd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De ter terechtzitting aanwezige D. Mollen en B. Hendriks, beiden werkzaam bij Slachtofferhulp Nederland, delen mee dat zij de benadeelde partijen ten aanzien van wie zij de vorderingen hebben beoordeeld, vertegenwoordigen. Daar waar nodig heeft één van hen ter zitting de vordering toegelicht.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen conform het door haar bij requisitoir overgelegde overzicht, voor toewijzing vatbaar zijn. Daarbij heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat [slachtoffer 30] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vordering, nu voor dit feit vrijspraak dient te volgen. De officier van justitie heeft tevens geconcludeerd tot niet-ontvankelijk verklaren van de vorderingen die betrekking hebben op ad informandum gevoegde feiten die door verdachte worden ontkend (de inhoud van voormeld overzicht wordt als bijlage aan het proces-verbaal van de terechtzitting gehecht).

Het standpunt van de verdediging

Primair heeft de raadsvrouw betoogd dat, daar waar door de benadeelde partijen materiële schade wordt gevorderd, de vordering dient te worden afgewezen dan wel niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, nu er van uit mag worden gegaan dat de verzekering deze schade zal vergoeden of inmiddels heeft vergoed.

Daar waar door een benadeelde partij reiskosten van € 0,28 per kilometer worden gevorderd, is de raadsvrouw van mening dat dat bedrag dient te worden beperkt tot € 0,19 per kilometer.

Voor het overige heeft de raadsvrouw per benadeelde partij haar standpunt kenbaar gemaakt in de door haar overlegde pleitnota, welke als bijlage aan het proces-verbaal van de terechtzitting wordt gehecht.

Overwegingen van de rechtbank

Het betoog van de raadsvrouw, dat eventuele materiële schade door de verzekering zal worden vergoed en dat om die reden de vorderingen die zien op materiële schade dienen te worden afgewezen, dan wel dat de benadeelde partijen ten aanzien van die vorderingen, niet ontvankelijk dienen te worden verklaard, vindt naar het oordeel van de rechtbank, geen steun in de wet.

Met betrekking tot het betoog van de raadsvrouw over de hoogte van de kilometervergoeding, overweegt de rechtbank dat ingevolge artikel 11 lid 1 onder c Besluit Tarief in Strafzaken jo. artikel 6 Wet Tarieven in Strafzaken, het tarief voor vergoedingen wegens reiskosten een tarief beloopt waarvan de hoogte gelijk is aan de reiskosten per openbaar middel van vervoer, laagste klasse dan wel een kilometervergoeding van € 0,28 per kilometer indien openbaar vervoer niet of niet voldoende mogelijk is. Aldus is, daar waar door de benadeelde partij een vergoeding van € 0,28 per kilometer wordt gevorderd, deze vordering voor toewijzing vatbaar.

Daar waar door een benadeelde partij een vordering tot vergoeding wegens immateriële schade wordt ingediend tegen verdachte, overweegt de rechtbank dat voldoende aannemelijk is gemaakt dat, met name gelet op de kwetsbare positie waarin het slachtoffer zich bevond, het gepleegde feit een dusdanige impact heeft gehad dat daardoor ernstige emotionele schade is ontstaan. Gelet hierop acht de rechtbank, daar waar door een benadeelde partij een bedrag van € 300,-- of meer wordt gevorderd, de vordering tot een bedrag van € 300,-- toewijsbaar met een eventuele niet-ontvankelijkheid van het overige deel van de gevorderde immateriële schade.

Naar het oordeel van de rechtbank zijn de hierna te noemen benadeelde partijen in hun vordering voor het te noemen deel ontvankelijk en zijn de vorderingen voor na te melden deel gegrond. Ten aanzien van na te melden benadeelde partijen is door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling ter terechtzitting komen vast te staan dat de verdachte door de bewezenverklaarde en door de door verdachte bekende ad informandum gevoegde feiten rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de slachtoffers.

De opgevoerde schadeposten die worden toegewezen worden niet, althans onvoldoende betwist en zijn telkens voldoende aannemelijk gemaakt door de desbetreffende benadeelde partij.

De rechtbank zal het gevorderde daarom aan de hierna genoemde personen voor een na te melden bedrag toewijzen inclusief - daar waar gevorderd - de wettelijke rente. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

Daar waar een benadeelde partij ten aanzien van een eventueel deel van de gevorderde schade niet-ontvankelijk wordt verklaard, is de vordering op dit punt onvoldoende onderbouwd of ontbreekt voor toewijzing van dat deel van de vordering de wettelijke grondslag. De rechtbank oordeelt ten aanzien daarvan, dat het in de gelegenheid stellen van de benadeelde partij om haar stelling ten aanzien van dat deel van de vordering alsnog nader te onderbouwen, leidt tot een onaanvaardbare vertraging van de strafrechtelijke procedure. De benadeelde partij kan in dat geval haar vordering in zoverre eventueel aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Vorenstaande resulteert in een toewijzing van na te melden bedragen aan de na te noemen benadeelde partijen.

[slachtoffer 2], voornoemd, een bedrag van € 12.770,-- (materieel), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 augustus 2013;

[slachtoffer 5], voornoemd, een bedrag van € 413,05 (materieel), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 juni 2014;

[slachtoffer 6], voornoemd, een bedrag van € 7.385,67 (materieel € 7.085,67 en immaterieel € 300,--) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 juni 2014;

[slachtoffer 8], voornoemd, een bedrag van € 500,-- (materieel € 200,-- en immaterieel

€ 300,--), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 juli 2014;

[slachtoffer 17], voornoemd, een bedrag van € 500,-- (materieel € 200,-- en immaterieel

€ 300,--) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 juli 2014;

[slachtoffer 22], voornoemd, een bedrag van € 3.599,-- (materieel € 3.299,-- en immaterieel

€ 300,--) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 juli 2014;

[slachtoffer 23], voornoemd, een bedrag van € 384,48 (materieel € 84,48 en immaterieel € 300,--) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 juli 2014;

[slachtoffer 24], voornoemd, een bedrag van € 2.604,34 (materieel € 2.304,34 en immaterieel € 300,--) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 juli 2014;

[slachtoffer 25], voornoemd, een bedrag van € 2.348,00 (materieel) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 juli 2014;

[slachtoffer 26], voornoemd, een bedrag van € 750,-- (materieel € 450,-- en immaterieel € 300,--) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 juli 2014;

[slachtoffer 28], voornoemd, een bedrag van € 594,96 (materieel € 294,96 en immaterieel € 300,--) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 juli 2014;

[slachtoffer 31], voornoemd, een bedrag van € 3.980,-- (materieel € 3.680,-- en immaterieel € 300,--) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 juli 2014;

[slachtoffer 34], voornoemd, een bedrag van € 300,-- (immaterieel) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 juli 2014;

[slachtoffer 35], voornoemd, een bedrag van € 2.695,-- (materieel € 2.395,-- en immaterieel € 300,--) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 juli 2014;

[slachtoffer 43], voornoemd, een bedrag van € 800,-- (materieel € 500,-- en immaterieel

€ 300,--) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 juli 2014;

[slachtoffer 44], voornoemd, een bedrag van € 508,-- (materieel € 308,-- en immaterieel

€ 200,--) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 juli 2014;

[slachtoffer 45], voornoemd, een bedrag van € 3.100,-- (materieel € 2.800,-- en immaterieel

€ 300,--) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 juli 2014;

[slachtoffer 46], voornoemd, een bedrag van € 210,-- (materieel € 60,-- en immaterieel € 150,--) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 juli 2014;

[slachtoffer 47], voornoemd, een bedrag van € 1.295,-- (materieel);

[slachtoffer 49], voornoemd, een bedrag van € 625,-- (materieel € 325,-- en immaterieel € 300,--) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 november 2013;

[slachtoffer 51], voornoemd, een bedrag van € 550,-- (materieel 250,-- en immaterieel € 300,--) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 juli 2014.

De vorderingen ingediend door

[slachtoffer 42],

[slachtoffer 32],

[slachtoffer 33],

[slachtoffer 36],

[slachtoffer 37],

[slachtoffer 38],

[slachtoffer 40],

[slachtoffer 41]

[slachtoffer 50],

[slachtoffer 52],

[slachtoffer 53],

[slachtoffer 54] en

[slachtoffer 39], allen voornoemd,

laat de rechtbank buiten beschouwing, nu de feiten waarop deze vorderingen betrekking hebben, zogenaamde ad informandum gevoegde feiten betreffen en verdachte deze feiten ter terechtzitting heeft ontkend.

Ten aanzien van de vorderingen ingediend door [slachtoffer 11], [slachtoffer 18], [slachtoffer 19] en [slachtoffer 30], allen voornoemd, oordeelt de rechtbank dat die benadeelde partijen in hun vorderingen niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard, nu verdachte van de feiten waarop die vorderingen betrekking hebben, wordt vrijgesproken.

Ten aanzien van de (niet nader onderbouwde) vorderingen van [slachtoffer 17], [slachtoffer 28], [slachtoffer 43] en [slachtoffer 51], heeft de rechtbank telkens de door die benadeelde partijen gevorderde materiële schade geschat op in ieder geval de bedragen zoals die hierboven bij die benadeelde partijen zijn vermeld. De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partijen hun vorderingen tot de hoogte van die bedragen voldoende aannemelijk hebben gemaakt.

De door de benadeelde partijen [slachtoffer 47] en [slachtoffer 45] gevorderde reiskosten, zijn reiskosten die door een ander dan de benadeelde partij zijn gemaakt en zijn wegens het ontbreken van een rechtstreeks verband tussen de ontstane schade en het strafbare feit, niet voor toewijzing vatbaar.

De door de benadeelde partij [slachtoffer 48] ingediende vordering is onvoldoende onderbouwd, in die zin dat niet kan worden vastgesteld of de overgelegde factuur betrekking heeft op de armband die in de aangifte beschreven wordt, zodat de vordering niet voor toewijzing vatbaar is.

De door de benadeelde partij [slachtoffer 34] ingediende vordering is, wat betreft de materiele schade, onvoldoende onderbouwd. Door de verzekering is een bedrag van

€ 1.482,-- uitbetaald en niet is komen vast te staan dat de geleden materiële schade hoger is dan het door de verzekering uitbetaalde bedrag, zodat de vordering, wat het materieel deel betreft, niet voor toewijzing vatbaar is.

9.2

De schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal hierbij de maatregel als bedoeld in art. 36f Sr opleggen, aangezien de verdachte jegens de slachtoffers, wiens vorderingen (deels) worden toegewezen, naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het betreffende feit is toegebracht.

10 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 27 en 57 Sr.

11 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

  • -

    verklaart niet bewezen dat verdachte het inzake parketnummer 08/952547-14 onder 2 sub d, e en f, feit 4 sub a en b en feit 5 sub b en c ten laste gelegde heeft begaan en spreekt haar daarvan vrij;

  • -

    verklaart bewezen, dat verdachte het inzake parketnummer 08/760235-14 onder 1 en 2 en het inzake parketnummer 08/952547-14 onder feit 1, feit 2 sub a t/m c, feit 3, feit 4 sub c t/m j en feit 5 sub a en d en feit 6 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt haar daarvan vrij;

strafbaarheid

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

Inzake parketnummer 08/760235-14

feit 1

het misdrijf: diefstal;

feit 2

het misdrijf: diefstal, meermalen gepleegd;

Inzake parketnummer 08/952547-14

feit 1, 2 sub a t/m c, 3, 4 sub c t/m j en 5 sub a en d

telkens het misdrijf: diefstal;

feit 6

het misdrijf: gewoontewitwassen

- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 30 (dertig) maanden, waarvan 10 (tien) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren;

  • -

    bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:
    - omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;
    - omdat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van haar identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of omdat de veroordeelde geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden;

- omdat de veroordeelde geen medewerking aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, Sr heeft verleend, medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- omdat de veroordeelde tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

  • -

    stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens de Reclassering Nederland;

  • -

    draagt deze reclasseringsinstelling op om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

  • -

    bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

schadevergoeding

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partijen:

[slachtoffer 2], voornoemd, een bedrag van € 12.770,-- (materieel), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 augustus 2013;

[slachtoffer 5], voornoemd, een bedrag van € 413,05 (materieel), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 juni 2014;

[slachtoffer 6], voornoemd, een bedrag van € 7.385,67 (materieel € 7.085,67 en immaterieel € 300,--) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 juni 2014;

[slachtoffer 8], voornoemd, een bedrag van € 500,-- (materieel € 200,-- en immaterieel

€ 300,--), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 juli 2014;

[slachtoffer 17], voornoemd, een bedrag van € 500,-- (materieel € 200,-- en immaterieel

€ 300,--) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 juli 2014;

[slachtoffer 22], voornoemd, een bedrag van € 3.599,-- (materieel € 3.299,-- en immaterieel

€ 300,--) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 juli 2014;

[slachtoffer 23], voornoemd, een bedrag van € 384,48 (materieel € 84,48 en immaterieel € 300,--) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 juli 2014;

[slachtoffer 24], voornoemd, een bedrag van € 2.604,34 (materieel € 2.304,34 en immaterieel € 300,--) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 juli 2014;

[slachtoffer 25], voornoemd, een bedrag van € 2.348,00 (materieel) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 juli 2014;

[slachtoffer 26], voornoemd, een bedrag van € 750,-- (materieel € 450,-- en immaterieel € 300,--) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 juli 2014;

[slachtoffer 28], voornoemd, een bedrag van € 594,96 (materieel € 294,96 en immaterieel € 300,--) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 juli 2014;

[slachtoffer 31], voornoemd, een bedrag van € 3.980,-- (materieel € 3.680,-- en immaterieel € 300,--) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 juli 2014;

[slachtoffer 34], voornoemd, een bedrag van € 300,-- (immaterieel) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 juli 2014;

[slachtoffer 35], voornoemd, een bedrag van € 2.695,-- (materieel € 2.395,-- en immaterieel € 300,--) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 juli 2014;

[slachtoffer 43], voornoemd, een bedrag van € 800,-- (materieel € 500,-- en immaterieel

€ 300,--) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 juli 2014;

[slachtoffer 44], voornoemd, een bedrag van € 508,-- (materieel € 308,-- en immaterieel

€ 200,--) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 juli 2014;

[slachtoffer 45], voornoemd, een bedrag van € 3.100,-- (materieel € 2.800,-- en immaterieel

€ 300,--) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 juli 2014;

[slachtoffer 46], voornoemd, een bedrag van € 210,-- (materieel € 60,-- en immaterieel € 150,--) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 juli 2014;

[slachtoffer 47], voornoemd, een bedrag van € 1.295,-- (materieel);

[slachtoffer 49], voornoemd, een bedrag van € 625,-- (materieel € 325,-- en immaterieel € 300,--) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 november 2013;

[slachtoffer 51], voornoemd, een bedrag van € 550,-- (materieel 250,-- en immaterieel € 300,--) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 juli 2014.

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de bovenstaande benadeelde partijen gemaakt tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende onder de invordering;

- legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van de bewezen verklaarde feiten tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van

€ 12.770,-- ten behoeve van de benadeelde [slachtoffer 2], voornoemd, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 98 dagen zal worden toegepast;

€ 413,05, ten behoeve van de benadeelde [slachtoffer 5], voornoemd, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 8 dagen zal worden toegepast;

€ 7.385,67 ten behoeve van de benadeelde [slachtoffer 6], voornoemd, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 71 dagen zal worden toegepast;

€ 500,-- ten behoeve van de benadeelde [slachtoffer 8], voornoemd, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 10 dagen zal worden toegepast;

€ 500,-- ten behoeve van de benadeelde [slachtoffer 17], voornoemd, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 10 dagen zal worden toegepast;

€ 3.599,-- ten behoeve van de benadeelde [slachtoffer 22], voornoemd, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 45 dagen zal worden toegepast;

€ 384,48 ten behoeve van de benadeelde [slachtoffer 23], voornoemd, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 7 dagen zal worden toegepast;

€ 2.604,34 ten behoeve van de benadeelde [slachtoffer 24], met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 36 dagen zal worden toegepast;

€ 2.348,-- ten behoeve van de benadeelde [slachtoffer 25], voornoemd, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 33 dagen zal worden toegepast;

€ 750,-- ten behoeve van de benadeelde [slachtoffer 26], voornoemd, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 15 dagen zal worden toegepast;

€ 594,96 ten behoeve van de benadeelde [slachtoffer 28], voornoemd, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 11 dagen zal worden toegepast;

€ 3.980,-- ten behoeve van de benadeelde [slachtoffer 31], voornoemd, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 49 dagen zal worden toegepast;

€ 300,-- ten behoeve van de benadeelde [slachtoffer 34], voornoemd, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 6 dagen zal worden toegepast;

€ 2.695,-- ten behoeve van de benadeelde [slachtoffer 35], voornoemd, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 36 dagen zal worden toegepast;

€ 800,-- ten behoeve van de benadeelde [slachtoffer 43], voornoemd, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 16 dagen zal worden toegepast;

€ 508,-- ten behoeve van de benadeelde [slachtoffer 44], voornoemd, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 10 dagen zal worden toegepast;

€ 3.100,-- ten behoeve van de benadeelde [slachtoffer 45], voornoemd, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 41 dagen zal worden toegepast;

€ 210,-- ten behoeve van de benadeelde [slachtoffer 46], voornoemd, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 4 dagen zal worden toegepast;

€ 1.295,-- ten behoeve van de benadeelde [slachtoffer 47], voornoemd, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 22 dagen zal worden toegepast;

€ 625,- ten behoeve van de benadeelde [slachtoffer 49], voornoemd, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 12 dagen zal worden toegepast;

€ 550,-- ten behoeve van de benadeelde [slachtoffer 51], voornoemd, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 11 dagen zal worden toegepast;

- bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan haar verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoelde bedragen daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partijen die bedragen te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partijen de verschuldigde bedragen heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van die bedragen komt te vervallen;

- bepaalt dat na te noemen benadeelde partijen voor na te melden bedragen niet-ontvankelijk zijn in hun vorderingen en dat die benadeelde partijen dat deel van hun vordering bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen.

[slachtoffer 5], voornoemd, voor een bedrag van € 50,--;

[slachtoffer 11], voornoemd, voor een bedrag van € 1.100,--;

[slachtoffer 17], voornoemd, voor een bedrag van € 500,--;

[slachtoffer 18], voornoemd, voor een bedrag van € 300,--;

[slachtoffer 19], voornoemd, voor een bedrag van € 300,--;

[slachtoffer 30], voornoemd, voor een bedrag van 1.620,--;

[slachtoffer 31], voor een bedrag van € 50,--;

[slachtoffer 34], voornoemd, voor een bedrag van € 2.509,--;

[slachtoffer 45], voornoemd, voor een bedrag van € 104,64;

[slachtoffer 47], voornoemd, voor een bedrag van € 160,--;

[slachtoffer 48], voornoemd, voor een bedrag van € 5.580,--.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.J. Stoové, voorzitter, mr. F.H.W. Teekman en mr. P.M.F. Schreurs, rechters, in tegenwoordigheid van P.G.M. Klaassen, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 28 april 2015.

Buiten staat

Mr. Stoové en mr. Schreurs zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna ter zake parketnummer 08/760235-14 wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer PL0615-2014030215. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

2 Wanneer hierna ter zake parketnummer 08/952547-14 wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer 2015034874 ‘Bitterzoet’. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.