Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2015:1633

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
31-03-2015
Datum publicatie
02-04-2015
Zaaknummer
3373799 CV EXPL 14-8903
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering verplicht eigen risico zorgverzeking en wettelijke schuldsanering. Onderhavige vordering is naar het oordeel van de kantonrechter een schoolvoorbeeld van misbruik van procesrecht. De kantonrechter wijst de vordering af met veroordeling van eiser in de proceskosten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2015/139
NJF 2015/260

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Enschede

Zaaknummer : 3373799 CV EXPL 14-8903

Uitspraak : 31 maart 2015 (mjw)

Vonnis in de zaak van:

de naamloze vennootschap

Menzis Zorgverzekeraar N.V.

gevestigd en kantoorhoudende te Wageningen

eiseres in conventie, verweerster in reconventie,

hierna ook wel Menzis te noemen

gemachtigde: GGN Mastering Credit te Almelo

- tegen -

[gedaagde]

wonende in de gemeente [woonplaats]

gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,

hierna ook wel [gedaagde] te noemen

gemachtigde: mr. D. van den Berg,

advocaat te Enschede

1 procedure

Deze blijkt uit de navolgende stukken:

- de dagvaarding van 19 augustus 2014;

- de conclusie van antwoord in conventie, tevens houdende een eis in reconventie;

- de akte houdende doorhaling in conventie, antwoord in reconventie;

- de antwoordakte in conventie, repliek in reconventie;

- de conclusie van dupliek in reconventie.

het vonnis is bepaald op heden.

2 feiten

2.1

Tussen partijen staat, als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of niet voldoende betwist, het navolgende vast.

2.2

[gedaagde] heeft bij Menzis een zorgverzekering en/of een aanvullende zorgverzekering afgesloten.

2.3

Indien een zorgverzekerde aanspraak maakt op vergoeding van de aan hem/haar verleende zorg, dan geldt ingevolge artikel 19 van de Zorgverzekeringswet een verplicht eigen risico.

2.4

[gedaagde] heeft in 2012 aanspraak gemaakt op vergoeding van aan haar verleende zorg op grond waarvan Menzis bij factuur d.d. 24 januari 2013 in totaal aan verplicht eigen risico bij [gedaagde] een bedrag van € 176,69 in rekening heeft gebracht.

2.5

[gedaagde] is op 17 juli 2012 toegelaten tot de WSNP met aanstelling van mevrouw [bewindvoerder] tot bewindvoerder.

2.6

De gemachtigde van [gedaagde] staat met toestemming van de bewindvoerder en de rechter-commissaris [gedaagde] bij in onderhavige procedure.

3 geschil

in conventie en reconventie

de vordering in conventie

3.1

Menzis vordert – zakelijk weergegeven – de veroordeling van [gedaagde] tot betaling van een bedrag van € 186,33, vermeerderd met de wettelijke rente over € 176,69 vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening. Tevens vordert zij veroordeling van [gedaagde] in de kosten van het geding.

3.2

Menzis baseert haar vordering op de vaststaande feiten zoals hiervoor weergegeven onder 2.2 t/m 2.4 waarbij zij het navolgende nog heeft aangevoerd. Omdat van [gedaagde] geen betaling viel te verkrijgen, zag Menzis zich genoodzaakt haar vordering ter incasso uit handen te geven. De kosten daarvoor bedragen € 48,40 en komen, evenals de op voorhand tot 19 augustus 2014 berekende wettelijke rente ad € 8,11, voor rekening van [gedaagde].

3.3

Menzis is bekend met het verweer van [gedaagde], inhoudende dat het in casus een vordering betreft welke materieel is ontstaan voor de toelating van de [gedaagde] tot de WSNP en derhalve binnen de werking van de WSNP valt. Menzis betwist dit verweer. De eerste aanbiedingsbrief van Menzis is leidend om te bepalen of de vordering binnen de WSNP valt. Aangezien de eerste aanbiedingsbrief dateert van 13 januari 2013, valt de vordering niet onder de WSNP en dient volledig voldaan te worden.

het verweer in conventie en de eis in reconventie

3.4

[gedaagde] voert in haar verweer aan dat zij op 1 februari 2012 behandeld is in het ziekenhuis. Op dat moment was zij zorgverzekerd bij Menzis. Niet het moment waarop de eerste aanbiedingsbrief wordt aangeboden is bepalend voor het moment waarop de vordering met betrekking tot het verplicht eigen risico is ontstaan maar het moment waarop de zorgbehandeling is uitgevoerd. [gedaagde] staat op het standpunt dat de verbintenis op grond waarvan zij het verplichte eigen risico moet betalen te beschouwen is als een voorwaardelijke verbintenis in de zin van artikel 6:21 BW. De werking van deze verbintenis tot betaling van het verplicht eigen risico is afhankelijk gesteld van het al dan niet plaatsvinden van een toekomstige onzekere gebeurtenis, namelijk of [gedaagde] zorg nodig heeft. Met het ondergaan van de behandeling op 1 februari 2012 is de voorwaarde van deze verbintenis vervuld en is tevens de vordering terzake het verplicht eigen risico ontstaan. Nu de vordering materieel ontstaan is vóór de toelating tot de WSNP, valt de vordering in de WSNP en is het een verifieerbare concurrente vordering.

3.4

Nadat Menzis in haar reactie op het verweer erkend heeft dat haar vordering bij de bewindvoerder had moeten worden ingediend en daarbij verzocht heeft om de procedure door te halen, verzoekt [gedaagde] om Menzis te veroordelen in de daadwerkelijke proceskosten Rv ten bedrage van € 2.200,00 ex btw. Met de rechter-commissaris in de schuldsanering van [gedaagde] is dit bedrag als een vaste prijs afgesproken voor het voeren van verweer in deze procedure.

3.5

In reconventie vordert [gedaagde] veroordeling van Menzis tot (terug)betaling van € 46,87 aan [gedaagde]. Dit bedrag is door Menzis in conventie in mindering gebracht op de hoofdsom. Dat is niet toegestaan nu de gehele vordering bij de bewindvoerder ingediend had moeten worden. Van verrekening kan geen sprake zijn nu [gedaagde] geen achterstanden heeft in de betaling van haar premie. Onduidelijk is of Menzis anderszins in de toekomst nog een vordering op [gedaagde] zal krijgen.

het verweer in reconventie:

Menzis erkent dat er sprake is geweest van een deelbetaling van € 46,87. Menzis wijst erop dat, nu er sprake is van een doorlopende zorgverzekeringsovereenkomst met [gedaagde], dit bedrag aangewend zal worden ter voldoening van de lopende premies.

4 de beoordeling in conventie en reconventie

conventie:

4.1

Het standpunt zoals dat bij dagvaarding door Menzis (lees: GGN) terzake het moment van ontstaan van de vordering ter zake het verplicht eigen risico is onbegrijpelijk. Gelet op de latere erkenning van Menzis dat zij haar vordering bij de bewindvoerder had moeten indienen, volstaat de kantonrechter met het onderschrijven van het standpunt van [gedaagde] dat voormelde vordering niet eerder en niet later is ontstaan dan op het moment van behandeling in het ziekenhuis, 1 februari 2012. Dat betekent, nu [gedaagde] op 17 juli 2012 is toegelaten tot de WSNP, dat de vordering ingediend had moeten worden bij de bewindvoerder. De vordering wordt afgewezen onder veroordeling van Menzis in de proceskosten. Het verzoek van [gedaagde], de kantonrechter interpreteert dit als een vordering, om de proceskosten vast te stellen op de daadwerkelijk gemaakte proceskosten zal gehonoreerd worden. De kantonrechter is niet verplicht om het liquidatietarief te volgen; het is een niet bindende richtlijn. Een vordering tot vergoeding van de volledige proceskosten is namelijk toewijsbaar in geval van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen.

Van misbruik van procesrecht is volgens de Hoge Raad in zijn arrest van 29 juni 2007 (ECLI:NL:HR:2007:BA3516) sprake als de vordering, gelet op de evidente ongegrondheid achterwege had moeten blijven, namelijk als eiser op voorhand had moeten begrijpen dat de vordering geen kans van slagen had. Onderhavige vordering van Menzis is daarvan naar het oordeel van de kantonrechter een schoolvoorbeeld.

Menzis betitelt de prijsafspraak tussen het advocatenkantoor Damsté en de rechter-commissaris als ‘vermeend’, met andere woorden Menzis betwist de juistheid van de handgeschreven toestemming namens de rechter-commissaris van de rechtbank Overijssel. Het is de kantonrechter ambtshalve bekend dat van vermeendheid geen sprake is en dat de rechter-commissaris de toestemming heeft gegeven als door [gedaagde] gesteld. Het verweer van Menzis op dit punt dient dan ook gepasseerd te worden. Het gevorderde bedrag aan daadwerkelijke proceskosten, € 2.200,00 ex btw zijnde het bedrag dat ten laste van de boedel komt, is dan ook toewijsbaar.

reconventie:

4.2

De vordering in reconventie zal worden toegewezen. Menzis wenst de ontvangen deelbetaling te verrekenen met de lopende premie. Verrekening kan alleen dan aan de orde zijn ingeval van wederkerig schuldeiserschap. Daarvan is geen sprake, immers onweersproken staat vast dat de lopende premie door Menzis automatisch geïncasseerd wordt, er dienaangaande geen achterstand bestaat en het nog maar de vraag is of er in de toekomst een achterstand c.q. vordering zal ontstaan. Het beroep op verrekening faalt derhalve.

4.3

Menzis zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure met dien verstande dat deze kosten worden geacht te zijn begrepen in het in conventie toegewezen bedrag aan proceskosten

5 De beslissing:

In conventie:

Wijst de vordering af.

Veroordeelt Menzis in de kosten van deze procedure tot op deze uitspraak aan de zijde van [gedaagde] begroot op € 2.662,00 inclusief btw.

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

In reconventie:

Veroordeelt Menzis om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [gedaagde] te betalen het bedrag van € 46,87.

Veroordeelt Menzis in de kosten van deze procedure, welke kosten worden geacht te zijn begrepen in de in conventie uitgesproken kostenveroordeling.

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen te Enschede door mr. M.H. van Rhijn, kantonrechter en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dinsdag 31 maart 2015, in tegenwoordigheid van de griffier.