Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2014:962

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
27-02-2014
Datum publicatie
27-02-2014
Zaaknummer
07.996507-09 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Overijssel veroordeelt een ex-directeur van The Entertainment Group (TEG) tot een gevangenisstraf van 15 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk. De rechtbank acht bewezen dat de man een bedrag van €304.250,- heeft onttrokken aan de boedel van het bedrijf, dat in 2009 failliet ging. Daarnaast heeft hij facturen vervalst om ten onrechte BTW terug te kunnen vragen bij de Belastingdienst en heeft hij onjuiste belastingaangiftes gedaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Afdeling Strafrecht - Meervoudige Kamer te Zwolle

Parketnummer: 07.996507-09 (P)

Uitspraak: 27 februari 2014

VONNIS IN DE STRAFZAAK VAN:

het openbaar ministerie

tegen

[verdachte],

geboren op [geboortedag 1] 1955 te [geboortedag 2],

wonende te [adres 1], [woonplaats].

ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 11 september 2012 en

13 februari 2014. De verdachte is verschenen, laatstelijk bijgestaan door mr. H.G. Ruis, advocaat te Meppel.

Als officier van justitie was aanwezig mr. J.W. Bollen.

TENLASTELEGGING

Aan verdachte is tenlastegelegd dat

1.

hij als bestuurder (financieel/gevolmachtigd directeur) van de rechtspersoon , de besloten vennootschap The Entertainment Group B.V. op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 9 februari 2009 tot en met 31 december 2009 te Zwolle en/of Hilversum, in ieder geval in Nederland, welke rechtspersoon bij vonnis van de arrondissementsrechtbank te Amsterdam op 22 september 2009 in staat van faillissement was verklaard, ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeisers van voornoemde rechtspersoon, een hoeveelheid geld groot 304.250, in ieder geval een hoeveelheid geld, aan de boedel van voornoemde rechtspersoon heeft onttrokken of heeft laten ontrekken, door dit geld, in zijn, verdachtes, opdracht zonder rechtsgeldige titel of tegenprestatie te laten overboeken van de ABN-AMRO-rekening van TEG B.V. naar een bankrekening van [B.V. 1], waartoe/ waarop hij, verdachte gemachtigde/rechthebbende was;

2.

de rechtspersoon [B.V. 1] danwel de rechtspersoon [B.V. 2] op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juni 2005 tot en met 1 september 2009 te Zwolle en/of Hilversum, in ieder geval in Nederland, 11, althans een of meer, factu(u)r(en) /invoice(s), - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -(telkens) valselijk heeft opgemaakt of heeft laten opmaken danwel heeft vervalst of heeft laten vervalsen, door (telkens) opzettelijk valselijk en in strijd met de waarheid in:

1-de factuur voorzien van het nummer A.02.01.34 (document 35 van het proces-verbaal te vermelden of te laten vermelden dat door haar, [B.V. 1], voor een bedrag van euro 535.000 (inclusief BTW) advies- en projectwerkzaamheden waren verricht ten behoeve van The Entertainment Group B.V., zulks terwijl die werkzaamheden in werkelijkheid niet zijn verricht en/of

2-de invoice voorzien van het nummer A.2009.43 (pagina 438 van het proces-verbaal(kopie) te vermelden of te laten vermelden dat door haar, [B.V. 2] handelend onder de naam [B.V. 10], voor een bedrag van euro 702.100 (inclusief BTW) projectwerkzaamheden waren verricht ten behoeve van The Entertainment Group B.V., zulks terwijl die werkzaamheden in werkelijkheid niet zijn verricht en/of

3-de invoice voorzien van het nummer A.2009.47 (pagina 443 van het proces-verbaal(kopie) te vermelden of te laten vermelden dat door haar, [B.V. 2], voor een bedrag van euro 636.650 (inclusief BTW) projectwerkzaamheden waren verricht ten behoeve van The Entertainment Group B.V., zulks terwijl die werkzaamheden in werkelijkheid niet zijn verricht en/of

4-de invoice voorzien van het nummer A.2009.51 (pagina 446 van het proces-verbaal(kopie) te vermelden of te laten vermelden dat door haar, [B.V. 2], voor een bedrag van euro 586.670 (inclusief BTW) projectwerkzaamheden waren verricht ten behoeve van The Entertainment Group B.V., zulks terwijl die werkzaamheden in werkelijkheid niet zijn verricht en/of

5-de invoice voorzien van het nummer A.2009.53 (pagina 449 van het proces-verbaal(kopie) te vermelden of te laten vermelden dat door haar, [B.V. 2], voor een bedrag van euro 705.479,60 (inclusief BTW) projectwerkzaamheden waren verricht ten behoeve van The Entertainment Group B.V., zulks terwijl die werkzaamheden in werkelijkheid niet zijn verricht en/of

6-de invoice voorzien van het nummer A.2009.61 (document 113 van het proces-verbaal(kopie) te vermelden of te laten vermelden dat door haar, [B.V. 2], voor een bedrag van euro 680.953,70 (inclusief BTW) projectwerkzaamheden waren verricht ten behoeve van The Entertainment Group B.V., zulks terwijl die werkzaamheden in werkelijkheid niet zijn verricht en/of

7-de invoice voorzien van het nummer A.09.04.24 (document 10 van het proces-verbaal(kopie) te vermelden of te laten vermelden dat door haar, [B.V. 2], voor een bedrag van euro 11.279,22 (inclusief BTW) schoonmaak- en reparatiewerk-zaamheden waren verricht ten behoeve van [restaurant] B.V., zulks terwijl die werkzaamheden in werkelijkheid niet zijn verricht en/of

8-de invoice/deelfactuur voorzien van het nummer A.2009.61 (document 11 van het proces-verbaal(kopie) te vermelden of te laten vermelden dat door haar, [B.V. 2], voor een bedrag van euro 18.757,97 (inclusief BTW) verbouwingswerkzaamheden waren verricht ten behoeve van [restaurant] B.V., zulks terwijl die werkzaamheden in werkelijkheid niet zijn verricht en/of

9-de invoice/factuur voorzien van het nummer A.2009.47 (document 52 van het proces-verbaal) te vermelden of te laten vermelden dat door haar, [B.V. 2], voor een bedrag van euro 22.276,80 (inclusief BTW) adviseringswerkzaamheden waren verricht ten behoeve van [naam 1], zulks terwijl die werkzaamheden in werkelijkheid niet zijn verricht en/of

10-de factuur voorzien van het nummer 004.07.09 (document 15 van het proces-verbaal(kopie) te vermelden of te laten vermelden dat door [B.V. 9] B.V., voor een bedrag van euro 49.765,80 (inclusief BTW) werkzaamheden waren verricht ten behoeve van [B.V. 2], zulks terwijl die werkzaamheden in werkelijkheid niet zijn verricht en/of

11-de factuur voorzien van het nummer 005.06.2.2 (document 16 van het proces-verbaal(kopie) te vermelden of te laten vermelden dat door [B.V. 9] B.V., voor een bedrag van euro 43.161,30 (inclusief BTW) werkzaamheden waren verricht ten behoeve van [B.V. 2], zulks terwijl die werkzaamheden in werkelijkheid niet zijn verricht, zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, tot het plegen van welk(e) strafbare feit(en) hij, verdachte, opdracht heeft gegeven dan wel aan welke verboden gedraging(en) hij, verdachte, feitelijke leiding heeft gegeven;

3.

de rechtspersoon [B.V. 2] op of omstreeks 4 juli 2005 en/of 5 oktober 2005, althans op twee, althans een, tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juli 2005 tot en met 31 oktober 2005 te Zwolle en/of Amsterdam en/of elders in Nederland, opzettelijk twee, althans een, bij de Belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten (een) aangifte(n) voor de omzetbelasting onjuist en/of onvolledig heeft gedaan of laten doen, door op de/ het bij de Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst te Zwolle danwel Amsterdam ingeleverde/ electronisch ingediende aangiftebiljet(ten) omzetbelasting over:

-het tweede kwartaal 2005 (uitgeprint: document 156) als totaal terug te vragen omzetbelasting euro 7856 op te geven of te laten opgeven, terwijl dit in werkelijkheid euro 964,70, in ieder geval een lager terug te vragen bedrag, diende te zijn en/of

-het derde kwartaal 2005 (uitgeprint: document 157) als totaal terug te vragen omzetbelasting euro 8987 op te geven of te laten opgeven, terwijl dit in werkelijkheid euro 1041,70, in ieder geval een lager terug te vragen bedrag, diende te zijn, terwijl dat feit (telkens) ertoe strekte dat te weinig belasting werd geheven, tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven.

De nummering van de facturen/invoices in feit 2 is door de rechtbank aangebracht.

VOORVRAGEN

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

BEWIJSOVERWEGINGEN

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd dat het ten aanzien van verdachte onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde bewezen kan worden.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van de verdachte heeft bepleit dat zijn cliënt moet worden vrijgesproken van de gehele tenlastelegging.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft ten aanzien van feit 1 acht geslagen op de volgende bewijsmiddelen1.

Verdachte heeft ter terechtzitting van 13 februari 2014 onder meer het volgende verklaard:

(…) Ik ben verantwoordelijk voor het bedrijf [B.V. 1] (…) In december 2008, tussen kerst en oud & nieuw, ben ik via [naam 7] benaderd om samen met hem en twee anderen als “De 4 Musketiers” voor The Entertainment Group B.V. te komen werken. (…) In januari 2009 heb ik gesprekken gevoerd met aandeelhouders en het management. Ik heb een verkort rapport opgesteld. (…) Op 23 januari werd bevestigd dat er een groot financieel probleem was. Daarom heb ik toen ook gesprekken gevoerd met derde partijen. In april ben ik gevraagd om bestuurder te worden, dat is toen met terugwerkende kracht per 23 maart ingegaan. (…) Het klopt dat er op 9 februari 2009 535.500 euro op een rekening van [B.V. 1] is overgeboekt. In januari 2009 is gesproken over problemen met de bank. We hebben toen afgesproken om een aparte rekening te openen om daarop geld veilig te stellen. (…) De factuur die ik hiervoor heb opgesteld klopte voor wat betreft de inhoud niet. (…) Op een gegeven moment moest ik 231.250 euro overmaken naar de rekening van TEG bij Staalbankiers. (…) De rest heb ik gehouden omdat ik vond dat ik daar recht op had. (…)2

Het rekeningafschrift d.d. 27 februari 2009 van rekeningnummer [rekeningnummer 1] waarop onder meer de volgende bijschrijving staat genoteerd3:

Boekdatum

09-02

Omschrijving

[rekeningnummer 2]

THE ENTERTAINMENT GROUP

POSTBUS 27

1200 AA HILVERSUM

A.02.01.34

Bedrag af (debet)

Bedrag bij (credit)

535.500

Het rekeningafschrift d.d. 29 mei 2009 van rekeningnummer [rekeningnummer 1] waarop onder meer de volgende afschrijving staat genoteerd4:

Boekdatum

13-05

Omschrijving

[rekeningnummer 3]

The Entertainment Group

verrekening

Bedrag af (debet)

231.250,00

Bedrag bij (credit)

De factuur van [B.V. 1] d.d. 14 januari 2009 aan The Entertainment Group B.V. waarin onder meer staat:

(…) Invoice No: A.02.01.34 (…)

Description

Amount

Advies en interim project t.m. december 2008 “Project TEG”.

€ 450.000

Payment: Electronic Transfer

Subtotal

€ 450.000

VAT 19%

€ 85.500

Total

€ 535.500

Beneficiary [B.V. 1]

BANKACCOUNT [rekeningnummer 1] (…)5

De aangifte van curator mr. J.A.H. Padberg d.d. 25 juni 2010 waarbij hij onder meer het volgende heeft verklaard:

(…) Ondergetekende, (…) mr. J.A.H. Padberg (…) is bij vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Amsterdam d.d. 22 september 2009 benoemd tot curator in het faillissement van: (…) The Entertainment Group B.V. (…)6

De brief van -onder meer- verdachte van 23 januari 2009 aan [B.V. 3] t.a.v. de heer [naam 2], [B.V. 4]t.a.v. de heer [naam 3], [B.V. 5] t.a.v. de heer [naam 4] en [B.V. 6] t.a.v. de heer [naam 5], waarin onder meer het volgende staat:

(…) inzake: TEG BV en [B.V. 7] (…) Mijne heren, beste [naam 2], [naam 3], [naam 4] en [naam 5], Op de eerste plaats willen wij graag verwijzen naar de zeer goede, plezierige maar ook intensieve gesprekken die wij in de afgelopen periode met jullie afzonderlijk en als team hebben mogen voeren. (…) Om te komen tot een financieel gezonde structuur, waarbij tevens de positie van alle aandeelhouders aan de orde komt, spraken wij af dat [B.V. 8] zich in de meest volledige zin des woords zal inzetten om zorg te dragen voor:

A. totale herfinanciering van the Entertainment Group BV en haar meerderheidsdeelnemingen, inclusief, (…)

- euro 2.000.000,- ten behoeve van het werkkapitaal van TEG Next

- aflossing euro 250.000,- per Rekening Courant, van de Rekening Courant tussen TEG BV en drie afzonderlijke houdstermaatschappijen van [naam 2], [naam 3] en [naam 4], in totaal euro 750.000,- (…)

In het licht van onze betrokkenheid mag het duidelijk zijn dat wij [B.V. 8] gezien de urgentie, per direct, vooruitlopend op de notariële overdracht, alvast namens en in nauwe samenspraak met jullie, voortvarend de besproken plannen oppakken. (…) Namens [B.V. 8], (…) [verdachte] (…)7.

De e-mailwisseling tussen verdachte en [getuige] d.d. 9 februari 2009 waarin onder meer het volgende staat:

(…) Van: [verdachte] (…) Verzonden: maandag 9 februari 2009 17:57 Aan: [getuige] (…) Beste [getuige],

Zie onderstaande antwoorden in het rood. (De rechtbank neemt aan dat hiermee de laatste vet gedrukte regels worden bedoeld).

Gr, [verdachte]

Van: [getuige] (…) Aan: [verdachte] (…)

Beste [verdachte],

? TEG Nederland en TEG België moeten alles op onderstaande rekening storten, of moet dit nog via [B.V. 1], of? (…)

Je moet de €. 535.000 storten vanuit TEG Nederland naar:

[B.V. 1]

t.a.v. mij

[adres 1]

[woonplaats]

Bankrekening [rekeningnummer 1]

Factuur: A.02.01.34 (…)8

Het proces-verbaal verhoor getuige bij de rechter-commissaris d.d. 4 december 2012 waarbij [getuige] onder meer het volgende heeft verklaard:

(…) Ik heb [verdachte] in januari 2009 voor het eerst ontmoet. (…) Later is hij aangesteld als CFO. (…) [naam 6] (…) vertelde dat [verdachte] mijn nieuwe leidinggevende was. Ik weet de exacte datum niet, maar het was in januari of februari 2009. (…) U houdt mij voor de factuur op blz. 194 van het dossier. (…) Dat bedrag is betaald op basis van een e-mail. De factuur kwam pas achteraf. De diensten op de factuur zijn niet werkelijk geleverd. Dat wist ik ook al op dat moment. Ik kon echter moeilijk mijn direct leidinggevende, [verdachte], negeren. (…)9

De rechtbank overweegt het volgende. Aan verdachte wordt onder feit 1 het verwijt gemaakt dat hij zich als bestuurder van de rechtspersoon The Entertainment Group B.V. (hierna: TEG) schuldig heeft gemaakt aan bedrieglijke bankbreuk. Voor een bewezenverklaring van dit feit is, gelet op de tekst van artikel 343 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr), vereist dat uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat verdachte ten tijde van de hem verweten handelingen als bestuurder of commissaris van de desbetreffende rechtspersoon heeft gefungeerd. Dat is in de eerste plaats het geval, als de verdachte op grond van het vennootschapsrecht als bestuurder kan worden aangemerkt. Volgens het uittreksel van de Kamer van Koophandel stond verdachte van 23 maart 2009 tot en met 1 september 2009 als Chief Financial Officer (CFO)/gevolmachtigd directeur van TEG ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Voor feit 1 is echter, gelet op de feitelijke omschrijving in de tenlastelegging, 9 februari 2009 van belang, zijnde het moment waarop de overboeking heeft plaatsgevonden. Verdachte stond op dat moment nog niet als bestuurder van de vennootschap ingeschreven in het handelsregister. Ook overigens is niet gebleken dat hij toen als bestuurder in formele zin kon worden aangemerkt. Volgens jurisprudentie van de Hoge Raad (zie bijvoorbeeld HR 3 december 1974, NJ 1975, 229 en HR 16 juni 1981, NJ 1981, 586) kan ook degene die zich feitelijk als bestuurder van de vennootschap heeft gedragen als bestuurder in de zin van artikel 343 Sr worden aangemerkt. Daarvoor moet gekeken worden naar de maatschappelijke realiteit. De vraag die de rechtbank dus te beantwoorden heeft is of uit de bewijsmiddelen kan blijken dat verdachte een rol binnen TEG heeft vervuld die feitelijk gelijk is te stellen aan de rol van bestuurder.

Deze vraag moet bevestigend beantwoord worden. De hiervoor beschreven bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd duiden op een rol van verdachte die alle kenmerken vertoonde van het daadwerkelijk fungeren als bestuurder van TEG. Uit de bewijsmiddelen komt het beeld naar voren van een man die volledig en nauw betrokken was bij de (financiële) bedrijfsvoering en zich daarbij ook actief en leidend heeft opgesteld.

Gebleken is dat op 9 februari 2009 € 535.500,- op de rekening van een bedrijf van verdachte is overgeboekt, afkomstig van TEG. Op dat moment heeft verdachte de aanmerkelijke kans aanvaard dat de rechten van de schuldeisers zouden worden verkort. Het doel was immers te voorkomen dat de ABN Amro beslag op bedoeld geld zou leggen en het geld veilig te stellen. Niet gebleken is dat de rekening, waarnaar verdachte op 23 mei 2009 een deel van het geld, te weten € 231.250,- heeft teruggeboekt, zijnde een rekening van TEG bij Staalbankiers, buiten het bereik van de curator is gebleven, zodat per saldo het ten laste gelegde bedrag à € 304.250,- onttrokken is aan de boedel.

Gelet op het voorgaande is feit 1 wettig en overtuigend bewezen.

De rechtbank heeft ten aanzien van feit 2 acht geslagen op de volgende bewijsmiddelen

Ten aanzien van de facturen/invoices genummerd 1 tot en met 6.

Verdachte heeft ter terechtzitting van 13 februari 2014 onder meer het volgende verklaard:

(…) Ik ben verantwoordelijk voor de bedrijven [B.V. 1] en [B.V. 2] (…) Het klopt dat ik de factuur met nummer 1 op mijn computer thuis heb gemaakt. De inhoud van deze factuur klopt niet. (…) De facturen met de nummers 2 tot en met 6 heb ik opgemaakt om te zien wat er gebeurde. (…) Het waren documenten die niet inhielden wat ze zouden moeten. (…)10

Het proces-verbaal verhoor van getuige d.d. 19 oktober 2010 waarbij [getuige] onder meer het volgende heeft verklaard:

(…) Ik ben op 18 februari 2008 bij The Entertainment Group B.V. (hierna: TEG) begonnen. (…) Ik ben per 1 december 2008 aangesteld als manager finance en control. (…) [verdachte] gaf aan dat in dit kader, in het zicht van het extra krediet, als tijdelijke oplossing per maand door [verdachte] facturen door hem zouden worden uitgeschreven inclusief BTW. Deze BTW konden wij, van TEG, dan in vooraftrek brengen. (…) Deze facturen waren allemaal fake. De omschrijving op de facturen, zoals diensten, zijn allemaal verzonnen. Ook de bedragen slaan nergens op, als je die terugrekent in uren, dan red je niet in uren per maand. (…) Deze facturen zijn in de omzetbelasting aangiften van TEG meegenomen, de BTW is dus in aftrek gebracht en terug ontvangen. (…) [verdachte] factureerde vanuit zijn ondernemingen [B.V. 2] en of [B.V. 1]. Alle facturen die [verdachte] heeft uitgeschreven zijn vals. Ze werden per mail gestuurd door [verdachte] of gegeven door [verdachte]. De facturen werden aan mij persoonlijk gestuurd en ze werden door [verdachte] thuis gemaakt op zijn computer. (…)

Noot verbalisanten: Wij tonen gehoorde een vijftal facturen van [B.V. 2] Consultants en/of [B.V. 10] aan TEG, diverse data en met diverse omschrijvingen, bijgevoegd als bijlage 4, 5, 6, 7 en 8. (…)

Dit zijn door [verdachte] [verdachte] vals opgemaakte, facturen, welke hij heeft opgemaakt om TEG de gelegenheid te bieden de omzetbelasting in vooraftrek te nemen met het doel om hoogstnoodzakelijke belastingen te kunnen verrichten. (…) Alle omschrijvingen op deze facturen slaan helemaal nergens op, die heeft [verdachte] [verdachte] zelf bedacht.

Noot verbalisanten: Wij tonen gehoorde een factuur d.d. 14 januari 2009, factuurnummer A.02.01.34, groot € 535.500,- inclusief 85.500,-- BTW. Bijgevoegd als bijlage 9.

De factuur is gericht aan The Entertainment Group B.V., t.a.v. [getuige] te Hilversum. De omschrijving op de factuur is “Advies en interim project t.m. december 2008 “Project TEG”. (…) [verdachte] was in december 2008 nog niet eens in beeld. Hij kon toen dus ook nog niet gepresteerd hebben. Ik moet opmerken dat deze factuur is opgemaakt en gestuurd door [verdachte] en afkomstig is van [B.V. 1]. (…)

Vraag verbalisanten: Is deze factuur conform de waarheid, juist en volledig opgemaakt?

Antwoord gehoorde: Nee, want hij werkte nog niet eens voor TEG.

Vraag verbalisanten: Is deze factuur in de administratie van TEG opgenomen en is de voorbelasting in aftrek gebracht?

Antwoord gehoorde: Ja, dat denk ik wel. (…)11

De e-mailwisseling tussen verdachte en [naam 4] d.d. 7 mei 2009 waarin onder meer het volgende staat:

(…) Van: [verdachte] [mailto: [e-mailadres 1]] (…) Verzonden: donderdag 7 mei 2009 23:07 Aan: [naam 4] CC: [getuige] Onderwerp: FW: Factuur [B.V. 1]

Hi [naam 4],

Ter info:

Zoals met jou mondeling besproken (…) heb ik een factuur ingediend waardoor TEG beduidend minder btw dient te betalen. (…)

Deze info is vertrouwelijk!

Gr, [verdachte] (…)12

Met betrekking tot de facturen 1 tot en met 6 heeft verdachte bekend dat hij deze facturen heeft opgemaakt en dat de inhoud van de facturen niet klopt. Het verweer, inhoudende dat verdachte geen oogmerk had om deze vervalste geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, verwerpt de rechtbank. Uit geen van de facturen blijkt immers op enigerlei wijze dat ze vals waren en niet als factuur dienden.. Daarnaast verklaart getuige [getuige] dat hij de betreffende facturen van verdachte heeft gekregen om deze te gebruiken om de BTW terug te vragen, welke verklaring wordt ondersteund door een email van verdachte aan [naam 4] d.d. 7 mei 2009, waarin verdachte schrijft dat hij een factuur heeft ingediend “waardoor TEG beduidend minder BTW dient te betalen”. Maar ook in de lezing van verdachte, dat hij de facturen aan TEG heeft doen toekomen met de bedoeling om te kijken of en hoe deze in de administratie zouden worden verwerkt, betekent dat hij daarmee misleiding ten aanzien van het nodige gebruik van deze facturen, bijvoorbeeld jegens de fiscus, voor ogen heeft gehad.

Dat betekent dat dit deel van feit 2 wettig en overtuigend bewezen is.

Ten aanzien van de facturen/invoices genummerd 7 en 8.

Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 15 februari 2011 waarbij hij onder meer het volgende heeft verklaard:

(…) Noot verbalisanten: Wij tonen gehoorde een invoice groot € 18.757,97, nr. A.2009.61 d.d. 24-mei-09 van [B.V. 2] aan Restaurant “[restaurant]”B.V. De factuur is gericht ter attentie van dhr. [naam 8] en betreft eveneens “2e deelfactuur werkzaamheden verbouwing Epse”. (…)

Antwoord gehoorde: Dit is de goede factuur, want ik zie dat may is veranderd in mei. Deze zal aan [naam 8] zijn gegeven.(…)

Noot verbalisanten: Wij tonen gehoorde een invoice groot € 11.279,22 inclusief € 1.800,88 BTW, factuurnummer A.09.04.24, d.d. 24 april 2009 van [B.V. 2] aan Restaurant “[restaurant]”B.V. te Epse. De factuur is gericht ter attentie van dhr. [naam 8] en betreft volgens de omschrijving eveneens “wekzaamheden Epse” en “schoonmaken dakgoot en reparage daklekkage restaurant Epse”. (…)

Vraag verbalisanten: Wat kunt u verklaren over de op de factuur vermelde werkzaamheden?

Antwoord gehoorde: Die zijn niet uitgevoerd. (…)

Vraag verbalisanten: Waarom heeft u deze factuur opgesteld?

Antwoord gehoorde: Weer hetzelfde, het is allemaal identiek. [naam 8] riep weer dat er voor een groot bedrag aan werkzaamheden moest plaatsvinden. Ik heb toen weer een factuur uitgeschreven. (…) U zegt tegen mij dat het normaal gesproken toch zo is dat eerst de dienst of de levering moet zijn uitgevoerd en dat dan de factuur gemaakt wordt. Dat klopt, maar kort nadat we een afspraak hadden gemaakt en ik de factuur had opgesteld voor de werkzaamheden, draaide hij weer om en hoefde plotseling niets meer te gebeuren. U vraagt mij wie ik dan gevraagd heb om deze werkzaamheden tegen het door mij genoemde tarief te laten uitvoeren. Ik heb niemand gevraagd, ik ben daar helemaal niet aan toe gekomen. (…) U vraagt mij of de werkzaamheden zijn uitgevoerd, nee. (…)13

Het proces-verbaal verhoor van getuige d.d. 26 oktober 2009 waarbij [naam 8] onder meer het volgende heeft verklaard:

(…) Sinds september 2008 ben ik uitbater van het [restaurant] in Epse. (…) [verdachte] [verdachte] heeft mij op 31 maart 2009 per mail een factuur gestuurd d.d. 24/02/2009 van [B.V. 2] Consultants aan [restaurant] BV. Op de factuur heeft [verdachte] [verdachte] geschreven dat het om schoonmaken van dakgoten gaat en de reparatie van daklekkage. Deze werkzaamheden zijn helemaal niet uitgevoerd. Deze factuur is volstrekte onzin. (…) [verdachte] heeft deze factuur vals opgemaakt met de bedoeling deze in mijn administratie te laten opnemen, zodat ik de voorbelasting kon claimen bij de belastingdienst, waardoor ik weer liquide middelen zou ontvangen. (…)

Aangezien [verdachte] mij € 32.000,-- had betaald voor de overuren van mijn medewerkers en hij vond dat ik hem dit terug moest betalen, heeft [verdachte] op 07 juli 2009 nog twee facturen opgemaakt en per mail aan mij gestuurd, met dezelfde bedoeling om voorbelasting terug te vragen. (…)14

De e-mailwisseling tussen verdachte en [naam 8] d.d. 7 juli 2009 waarin onder meer het volgende staat:

(…) Van: [verdachte] ([e-mailadres 1])

Verzonden: dinsdag 7 juli 2009 12:10:02

Aan: ‘[naam 8]’ ([e-mailadres 2]) (…)

Bijlagen: FACTUUR [B.V. 2] – Epse.doc (40,5 kB), Factuur [restaurant] 2.xls (96,0 kB)

Beste [naam 8] (…),

Zoals besproken hierbij de facturen.

Gr, [verdachte] (…)15

Het proces-verbaal verhoor getuige bij de rechter-commissaris d.d. 6 december 2012 waarbij [naam 8] onder meer het volgende heeft verklaard:

(…) De onderhoudstoestand van [restaurant] was super slecht. Ik heb verschillende lekkages gehad en iedere dag waren er problemen met het riool. (…) Het dak en de goten waren slecht. (…) Vanaf dag 1 dacht ik dat [verdachte] de eigenaar was. (…) Er is nooit een reparateur voor het dak of de goten geweest. (…) Ik heb van [verdachte] 1 keer, toen ik krap zat, via de mail facturen gekregen. Die kon ik dan in mijn boekhouding verwerken om de BTW terug te vorderen, maar dat heb ik nooit gedaan. Dat ik weet dat er facturen zijn weet ik van de FIOD want die heeft ze mij laten zien. Dat waren facturen op mijn naam. (…)16

Met betrekking tot de facturen 7 en 8 heeft verdachte in zijn verhoor bij de FIOD verklaard dat de op de facturen vermelde werkzaamheden nooit zijn verricht. Volgens de verklaring van getuige [naam 8] waren deze facturen bedoeld om de voorbelasting terug te kunnen vragen.

Dat betekent dat ook dit deel van feit 2 wettig en overtuigend bewezen is.

Ten aanzien van factuur nummer 9

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat deze factuur door verdachte ten onrechte is opgemaakt. Uit de verklaring van de geadresseerde, Ellen te Brake, is dat niet te concluderen, nu zij weliswaar blijkens haar verklaring de mening was toegedaan dat zij voor haar werkzaamheden aan verdachte een factuur diende te sturen, maar zij heeft zich daarbij niet uitgelaten over de vraag of in hoeverre door verdachte ook werkzaamheden voor haar zijn verricht.

Ten aanzien van de facturen/invoices genummerd 10 en 11.

Het proces-verbaal verhoor van getuige d.d. 20 april 2011 waarbij [naam 9] onder meer het volgende heeft verklaard:

(…) T.P. Mulder, mijn partner, heeft [B.V. 9] opgericht in 2003, ik heb het volgens mij begin 2004 overgenomen en ergens in 19 juli 2005 verkocht. (…)17

Het proces-verbaal verhoor getuige bij de rechter-commissaris d.d. 6 december 2012 waarin [naam 9] onder meer het volgende heeft verklaard:

(…) Ik weet nog dat ik 20 april 2011 door de FIOD ben gehoord. (…) Toen ik daar was bleek het te gaan over facturen van [B.V. 9]. Daar zijn mij toen ook facturen getoond. Dat waren geen facturen van ons. De nummering klopte niet en de stijl en het lettertype ook niet. U toont mij de factuur op blz. 237 van het dossier. Dat is een factuur van [B.V. 9] die ik zelf bij de FIOD heb ingeleverd. Het is een origineel. Dat papier heb ik bij de drukker laten maken. De kop- en voettekst zijn door de drukker aangebracht. De rest doen wij zelf met de printer. U toont mij de facturen op blz. 234 en 235 van het dossier. Deze facturen heeft de FIOD mij laten zien, zoals ik ze nu ook zie. Tot mijn verbazing zag ik een heel andere stijl. Het logo en de bankrelatie kloppen, maar onze specifieke wijze van nummeren staat er niet op. Het sluit niet aan op onze administratie. (…) Het Icotec project zegt mij niets. De nummers 204 en 205 zeggen mij ook niets. (…) Door [B.V. 9] is nooit een factuur aan [verdachte] gezonden. (…)18

Het proces-verbaal van verbalisant [verbalisant 1], opsporingsambtenaar Belastingdienst/FIOD-ECD, waarin hij onder meer relateert:

(…) Als de facturen van [B.V. 9], met name die van d.d. 09 juli 2004 (handmatig veranderd in 2005), nu worden gelegd naast een aantal facturen van respectievelijk [B.V. 11] B.V. en [B.V. 10] “[B.V. 10]”, beide ondernemingen van of in relatie tot [verdachte] en of
[naam 10], valt een aantal specifieke overeenkomsten op.

Deze overeenkomsten doen vermoeden dat de facturen van [B.V. 9] valselijk zijn opgemaakt door [verdachte] en of [naam 10], omdat:

  • -

    De lay-out dezelfde lijkt te zijn.

  • -

    De factuurnummers overeenkomsten vertonen, waarbij dient te worden opgemerkt dat de facturen beginnen met het jaartal, waarin de prestatie lijkt te hebben plaatsgevonden, bijvoorbeeld 004 betreft 2004 en 006 betreft 2006. Één factuur van [B.V. 9] d.d. 2 juni 2005 begint met 005 en de tweede lijkt opgemaakt d.d. 09 juli 2004, maar de vier is hier veranderd in een vijf, waardoor de prestatie in 2005 lijkt te zijn uitgevoerd.

  • -

    Op de facturen van [B.V. 11], [B.V. 10] en [B.V. 9], beginnend met 004, achter het eerste “€” teken geen punt staat, waarna vervolgens achter elke ander “€” teken wel een punt staat opgenomen.

  • -

    Op de facturen de tekst “gelieve bovenstaande totaal factuurbedrag over te maken binnen 8 of 4 dagen na dato” staat geschreven, wat doet vermoeden dat met name de term “na dato” door één en dezelfde persoon is bedacht.

  • -

    Op één van de facturen van [B.V. 9] staat getypt ”betaling heden ontvangen per bank van [verdachte]!”, terwijl hiervoor geen bewijs is gevonden.

  • -

    Daarnaast heeft [verdachte] aan de controlerend ambtenaren aangegeven dat hij deze facturen toch niet zou betalen, aangezien hij onenigheid over de facturen heeft gekregen.

  • -

    [B.V. 9] ogenschijnlijk gevestigd was aan de [adres 2], waar gezien de adressering op de factuur van [B.V. 10] d.d. 03 januari 2005 ook dit bedrijf gevestigd was.

  • -

    Hierbij door vermoedelijk [verdachte] of [naam 10] een fout is gemaakt, aangezien op de factuur van [B.V. 10] d.d. 03 januari 2005 de postcode [woonplaats] is opgenomen, de postcode behorend bij het adres [adres 1] te Zwolle.
    [verdachte] is woonachtig [adres 1] te Zwolle. De postcode van de
    [adres 2].

  • -

    Voor zover bekend is [B.V. 10] niet aan de [adres 2] gevestigd gewest, waardoor het vermoeden bestaat dat bij de opmaak van de factuur van [B.V. 10] gegevens van [B.V. 9] zijn gebruikt. (…)

De controlerend ambtenaar schrijft in zijn rapport, dat over 2005 op naam van de fiscale eenheid nihil aangiften omzetbelasting zijn ingediend over het 2e en 3e kwartaal. Dit past in de veronderstelling dat de twee facturen van [B.V. 9], zoals hiervoor beschreven valselijk zijn opgemaakt. (…)19

Gelet op de aangehaalde bewijsmiddelen is ook het deel van de tenlastelegging, dat ziet op de facturen 10 en 11, wettig en overtuigend bewezen.

De rechtbank heeft ten aanzien van feit 3 acht geslagen op de volgende bewijsmiddelen.

Verdachte heeft ter terechtzitting van 13 februari 2014 onder meer het volgende verklaard:

(…) Ik heb de aangiften omzetbelasting digitaal bij de belastingdienst ingediend. (…)20

De ambtsedige verklaring Omzetbelasting d.d. 14 juli 2009 waarin [belastingambtenaar], ambtenaar belastingdienst/Centrale Administratie, onder meer verklaart:

(…) verklaart (…) ten behoeve van [B.V. 2], [adres 3], fiscaalnummer / burgerservicenummer / sofinummer [nummer 1] (hierna te noemen belastingplichtige):

X dat het persoonlijk domein met gebruikersnaam [nummer 2] van de aangever is geactiveerd met het daarbij opgegeven e-mailadres [e-mailadres 1]

X dat over de tijdvakken 1e kwartaal 2005 t/m 1e kwartaal 2009 de aangiften omzetbelasting betreffende belastingplichtige elektronisch zijn binnengekomen op de computersystemen van de Belastingdienst internetsite met gebruikmaking van de uitgereikte gebruikersnaam en het daaraan gekoppelde persoonlijke wachtwoord. 21

De uitdraaien uit het geautomatiseerde systeem van de belastingdienst waaruit het volgende blijkt:

  • -

    op 04-07-2005 is binnengekomen de aangifte omzetbelasting van fiscaalnummer 812070732. Een bedrag van € 7856 aan voorbelasting is teruggevraagd;

  • -

    op 05-10-2005 is binnengekomen de aangifte omzetbelasting van fiscaalnummer 812070732. Een bedrag van € 8987 aan voorbelasting is teruggevraagd.22

Twee facturen van [B.V. 9] BV te Zwolle waarin het volgende is vermeld:

Factuur van 9 juli 2004 (handmatig veranderd in 2005): voorzien van nummer 004.07.09, van [B.V. 9] BV gericht aan [B.V. 2] met als omschrijving “werkzaamheden Icotec project” voor een bedrag van € 49.765,80, inclusief BTW à € 7.945,80.23

Factuur van 2 juni 2005: voorzien van nummer 005.06.02.2, van [B.V. 9] BV gericht aan [B.V. 2], met als omschrijving: “werkzaamheden ICT Config Guard project” voor een bedrag van € 43.161,30 inclusief BTW à € 6.891,30.24

Een selectie uit de auditfiles (uit het inkoopboek) van het bedrijf [B.V. 2] Consultants BV over het jaar 2005 waaruit het volgende blijkt25:

Noot verbalisant

Hieronder zijn uit het inkoopboek de (journaal)boekingen van de transactienummers 2525 en 2521 opgenomen.

Hierin is de btw-boeking niet meegenomen omdat deze automatisch, door het gebruik van code 3 bij het boeken wordt verwerkt.

Het bedrag van deze btw-boeking heb ik zelf ter controle vermeld.

Omschrijving GrbRek

Mutatie

datum

Omschrijving mutatie

debet

credit

boekstuk

BTW-co

Kostprijs advies

09-07-2005

[B.V. 9] 0040709

41.820,00

0,00

2525

0

crediteuren

09-07-2005

[B.V. 9] 0040709

0,00

49.765,80

2525

3

Verschil Credit minus Debet is via code 3 naar grb “1510 BTW voorheffing hoog” geboekt

7.945,80

49.765,80

49.765,80

Omschrijving GrbRek

Mutatie

datum

Omschrijving mutatie

debet

credit

boekstuk

BTW-co

Crediteuren

02-06-2005

[B.V. 9] 0050622

0,00

43.161,30

2521

3

Kostprijs advies

02-06-2005

[B.V. 9] 0050622

36.270,00

0,00

2521

0

Verschil Credit minus Debet is via code 3 naar grb “1510 BTW voorheffing hoog” geboekt

6.891,30

43.161,30

43.161,30

Totaal van [B.V. 9] facturen naar grootboekrekening “1510 BTW voorheffing hoog” geboekt

7.945,80

6.891,30

14.837,10

Uit bovengenoemde bewijsmiddelen volgt dat verdachte, door middel van de valselijk opgemaakte facturen 10 en 11 uit feit 2, twee keer opzettelijk een onjuiste aangifte omzetbelasting heeft ingediend. Hierdoor heeft verdachte twee keer een te hoog bedrag aan BTW ontvangen.

Dat betekent dat feit 3 wettig en overtuigend bewezen is.

BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 1, 2 en 3 ten laste is gelegd, met dien verstande dat

1.

hij als bestuurder (financieel/gevolmachtigd directeur) van de rechtspersoon, de besloten vennootschap The Entertainment Group B.V. in de periode van 9 februari 2009 tot en met
23 mei 2009 te Zwolle, welke rechtspersoon bij vonnis van de arrondissementsrechtbank te Amsterdam op 22 september 2009 in staat van faillissement was verklaard, ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeisers van voornoemde rechtspersoon, een hoeveelheid geld groot euro 304.250, aan de boedel van voornoemde rechtspersoon heeft onttrokken door dit geld, in zijn, verdachtes, opdracht zonder rechtsgeldige titel of tegenprestatie te laten overboeken van de ABN-AMRO-rekening van TEG B.V. naar een bankrekening van [B.V. 1], waartoe/waarop hij, verdachte gemachtigde/rechthebbende was;

2.

de rechtspersoon [B.V. 1] dan wel de rechtspersoon [B.V. 2] in de periode van 1 juni 2005 tot en met 1 september 2009 te Zwolle, 11 facturen /invoices, - elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - telkens valselijk heeft opgemaakt, door telkens opzettelijk valselijk en in strijd met de waarheid in:

1-de factuur voorzien van het nummer A.02.01.34 te vermelden dat door haar, [B.V. 1], voor een bedrag van euro 535.500 (inclusief BTW) advies- en projectwerkzaamheden waren verricht ten behoeve van The Entertainment Group B.V., zulks terwijl die werkzaamheden in werkelijkheid niet zijn verricht en

2-de invoice voorzien van het nummer A.2009.43 te vermelden dat door haar, [B.V. 2] handelend onder de naam [B.V. 10], voor een bedrag van euro 702.100 (inclusief BTW) projectwerkzaamheden waren verricht ten behoeve van The Entertainment Group B.V., zulks terwijl die werkzaamheden in werkelijkheid niet zijn verricht en

3-de invoice voorzien van het nummer A.2009.47 te vermelden dat door haar, [B.V. 2], voor een bedrag van euro 636.650 (inclusief BTW) projectwerkzaamheden waren verricht ten behoeve van The Entertainment Group B.V., zulks terwijl die werkzaamheden in werkelijkheid niet zijn verricht en

4-de invoice voorzien van het nummer A.2009.51 te vermelden dat door haar, [B.V. 2], voor een bedrag van euro 586.670 (inclusief BTW) projectwerkzaamheden waren verricht ten behoeve van The Entertainment Group B.V., zulks terwijl die werkzaamheden in werkelijkheid niet zijn verricht en

5-de invoice voorzien van het nummer A.2009.53 te vermelden dat door haar, [B.V. 2], voor een bedrag van euro 705.479,60 (inclusief BTW) projectwerkzaamheden waren verricht ten behoeve van The Entertainment Group B.V., zulks terwijl die werkzaamheden in werkelijkheid niet zijn verricht en

6-de invoice voorzien van het nummer A.2009.61 te vermelden dat door haar, [B.V. 2], voor een bedrag van euro 680.953,70 (inclusief BTW) projectwerkzaamheden waren verricht ten behoeve van The Entertainment Group B.V., zulks terwijl die werkzaamheden in werkelijkheid niet zijn verricht en

7-de invoice voorzien van het nummer A.09.04.24 te vermelden dat door haar, [B.V. 2], voor een bedrag van euro 11.279,22 (inclusief BTW) schoonmaak- en reparatiewerkzaamheden waren verricht ten behoeve van [restaurant] B.V., zulks terwijl die werkzaamheden in werkelijkheid niet zijn verricht en

8-de invoice/deelfactuur voorzien van het nummer A.2009.61 te vermelden dat door haar, [B.V. 2], voor een bedrag van euro 18.757,97 (inclusief BTW) verbouwingswerkzaamheden waren verricht ten behoeve van [restaurant] B.V., zulks terwijl die werkzaamheden in werkelijkheid niet zijn verricht en

10-de factuur voorzien van het nummer 004.07.09 te vermelden of te laten vermelden dat door [B.V. 9] B.V., voor een bedrag van euro 49.765,80 (inclusief BTW) werkzaamheden waren verricht ten behoeve van [B.V. 2], zulks terwijl die werkzaamheden in werkelijkheid niet zijn verricht en

11-de factuur voorzien van het nummer 005.06.2.2 te vermelden dat door [B.V. 9] B.V., voor een bedrag van euro 43.161,30 (inclusief BTW) werkzaamheden waren verricht ten behoeve van [B.V. 2], zulks terwijl die werkzaamheden in werkelijkheid niet zijn verricht,

zulks telkens met het oogmerk om dat geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, aan welke verboden gedragingen hij, verdachte, feitelijk leiding heeft gegeven;

3.

de rechtspersoon [B.V. 2] op 4 juli 2005 en 5 oktober 2005 te Zwolle, opzettelijk twee, bij de Belastingwet voorziene aangiften, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten aangiften voor de omzetbelasting onjuist heeft gedaan, door op de bij de Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst te Zwolle elektronisch ingediende aangiftebiljetten omzetbelasting over:

-het tweede kwartaal 2005 als totaal terug te vragen omzetbelasting euro 7856 op te geven, terwijl dit in werkelijkheid euro 964,70 diende te zijn en

-het derde kwartaal 2005 als totaal terug te vragen omzetbelasting euro 8987 op te geven, terwijl dit in werkelijkheid euro 1041,20 diende te zijn,

terwijl dat feit telkens ertoe strekte dat te weinig belasting werd geheven, aan welke bovenomschreven verboden gedragingen verdachte telkens feitelijk leiding heeft gegeven.

Van het onder 1, 2 en 3 meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

Ten gevolge van kennelijke vergissingen staat in de tenlastelegging in feit 2 in de zesde regel “535.000” in plaats van “535.500” en in feit 3 in de tiende regel "1041,70" in plaats van "1041,20". De rechtbank herstelt deze vergissingen door het laatste woord steeds te lezen voor het eerste. De rechtbank verbetert in de tenlastelegging ook een aantal kennelijke schrijffouten. Verdachte wordt daardoor in zijn verdediging niet geschaad.

STRAFBAARHEID VAN HET FEIT

Het bewezene levert op:

1.

Als bestuurder van een rechtspersoon welke in staat van faillissement is verklaard, ter bedrieglijke verkorting van de rechten der schuldeisers van de rechtspersoon een goed aan de boedel onttrekken,

strafbaar gesteld bij artikel 343 van het Wetboek van Strafrecht.

2.

Valsheid in geschrift, meermalen gepleegd, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging,

strafbaar gesteld bij artikel 225 juncto 51 van het Wetboek van Strafrecht.

3.

Opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging,

strafbaar gesteld bij artikel 68 (oud) en 69 (oud) van de Algemene wet inzake rijksbelastingen juncto artikel 51 van het Wetboek van Strafrecht.

De bewezen verklaarde feiten zijn volgens de wet strafbaar. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

STRAFBAARHEID van de VERDACHTE

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is dan ook strafbaar.

MOTIVERING VAN STRAF OF MAATREGEL

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd dat verdachte veroordeeld wordt tot een gevangenisstraf voor de duur van 22 maanden.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat, voor zover de rechtbank komt tot een bewezenverklaring en strafoplegging, de rechtbank rekening moet houden met de persoonlijke omstandigheden van zijn cliënt en het feit dat alleen hij wordt vervolgd in verband met het TEG-debacle. De raadsman verzoekt te volstaan met een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf, al dan niet in combinatie met een taakstraf.

Het oordeel van de rechtbank

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de na te noemen beslissing passend.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de straf de geldende oriëntatiepunten van het Landelijk overleg van voorzitters van de strafsectoren van de gerechtshoven en de rechtbanken (LOVS) als uitgangspunt genomen. Het LOVS geeft als oriëntatiepunt voor straftoemeting ten aanzien van fraude bij een benadelingsbedrag van € 250.000,- tot

€ 500.000,- een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 tot 18 maanden en bij een benadelingsbedrag van € 500.000,- tot € 1.000.000,- een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 18 tot 24 maanden.

Verdachte heeft zich in de periode 2005 tot en met 2009 als bestuurder van de rechtspersonen [B.V. 2], [B.V. 1] of TEG B.V. (vanuit welke hoedanigheid hij feitelijk leiding gaf aan die besloten vennootschappen) schuldig gemaakt aan bedrieglijke bankbreuk van een rechtspersoon, (meermalen) valsheid in geschrift en fiscale fraude.

Verdachte werd eind 2008 benaderd om als één van de zogenaamde 4 Musketiers te helpen om TEG voor de ondergang te behoeden. De rechtbank stelt vast dat verdachte voor financiële hulp niet alleen aan derden als geldschieters dacht, maar dat hij vooral ook een belangrijke kredietfunctie voor de belastingdienst in gedachten had. Door allerhande facturen voor nooit verrichte werkzaamheden op te maken en daaraan een hoog bedrag te verbinden, konden hoge bedragen aan BTW teruggevraagd, dan wel verrekend worden. Dat deze werkwijze verdachte niet vreemd is, blijkt uit de overige bewezen verklaarde feiten.

Dat de Nederlandse Staat door het plegen van dit soort strafbare feiten voor een niet onaanzienlijk bedrag is benadeeld lijkt verdachte niet uit te maken.

De rechtbank gaat, anders dan de officier van justitie, uit van een benadelingsbedrag van

€ 319.087,10. Dit is de optelsom van € 304.250,- uit feit 1 en € 14.837,10 uit feit 3. De overige valse facturen hebben weliswaar nadeel aan de Staat toegebracht, maar heeft verdachte geen eigen voordeel opgeleverd.

Verdachte heeft daarbij gebruik gemaakt van valse facturen. In het handelsverkeer wordt een grote waarde toegekend aan onder meer facturen. Het vertrouwen dat aan dergelijke stukken door zakenpartners en de overheid wordt toegekend, is meerdere keren op grove wijze door verdachte beschaamd.

Voor wat betreft de persoon van verdachte heeft de rechtbank acht geslagen op het Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 4 december 2013, waaruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten. Omdat deze veroordelingen hebben plaatsgevonden in 2000 en 2003 zal de rechtbank deze niet ten nadele van verdachte bij de strafmaat betrekken.

De rechtbank houdt verder rekening met het feit dat verdachte bij vonnis van de civiele kamer van deze rechtbank d.d. 26 oktober 2011 is veroordeeld tot betaling aan de curator van een bedrag van € 339.866,- en privé failliet is verklaard op 13 maart 2012.

Daarnaast is van belang dat de feiten dateren uit 2005 en 2009. Ook heeft de zaak tegen verdachte de nodige media-aandacht gehad, waarbij ten onrechte het beeld is geschetst dat het faillissement van TEG (enkel) aan (het handelen van) verdachte te wijten is geweest.

Gelet op vorenstaande, acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden passend en geboden. De rechtbank zal een gedeelte van de gevangenisstraf, groot vijf maanden, voorwaardelijk doen zijn om verdachte ervan te weerhouden in de toekomst strafbare feiten te plegen.

De oplegging van straf of maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 57 en 91 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart bewezen, dat verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 15 (vijftien) maanden;

- bepaalt dat een gedeelte van de straf, te weten 5 (vijf) maanden, niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Aldus gewezen door mr. S. Taalman, voorzitter, mrs. G.H. Meijer en Y. Cenik, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.E. Blauw als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 februari 2014.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar met paginanummering aangeduide processen-verbaal en andere stukken, betreft dit op ambtseed/ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal dan wel andere bescheiden, onderdeel uitmakende van het proces-verbaal van het opsporingsonderzoek van de Belastingdienst/FIOD, onder dossiernummer 44052, opgemaakt op 10 mei 2011.

2 Het proces-verbaal ter terechtzitting van 13 februari 2014.

3 Pag. 711.

4 Pag. 713.

5 Pag. 630 (idem op 194).

6 Pag. 715.

7 Als bijlage gevoegd bij het getuigenverhoor van [naam 2] bij de rechter-commissaris
d.d. 3 mei 2013.

8 Pag. 904.

9 Pag. 1 en 2.

10 Het proces-verbaal ter terechtzitting van 13 februari 2014.

11 Opgemaakt door [verbalisant 1] en [verbalisant 2], beide opsporingsambtenaar Belastingdienst/FIOD-ECD, op 19 oktober 2010, pag. 182 tot en met 185 en 189 tot en met 194.

12 Pag. 187.

13 Opgemaakt door [verbalisant 1] en [verbalisant 2], beide opsporingsambtenaar Belastingdienst/FIOD-ECD, op 15 februari 2011, pag. 160 tot en met 162.

14 Opgemaakt door [verbalisant 1] en [verbalisant 2], beide opsporingsambtenaar Belastingdienst/FIOD-ECD, op 26 oktober 2009, pag. 200, 202 tot en met 204.

15 Pag. 602 en de twee facturen op pag. 597 en 598.

16 Pag. 1 en 2.

17 Opgemaakt door [verbalisant 1] en [verbalisant 2], beide opsporingsambtenaar Belastingdienst/FIOD-ECD, op 20 april 2011, pag. 231.

18 Pag. 1.

19 Opgemaakt op 9 juli 2009, pag. 245 en 246.

20 Het proces-verbaal ter terechtzitting van 13 februari 2014.

21 Pag. 514.

22 Pag. 960 en 961.

23 Pag. 610.

24 Pag. 611.

25 Pag. 963.