Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2014:957

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
19-02-2014
Datum publicatie
03-03-2014
Zaaknummer
08/700286-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich samen met zijn mededaders schuldig gemaakt aan de levering van ruim 10,5 kilo cocaïne. Daarnaast is verdachte betrokken geweest bij een hennepkwekerij. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 3 jaar en 6 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Team strafrecht

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08/700286-12

Datum vonnis: 19 februari 2014

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum 1] in [geboorteplaats 1],

wonende in [woonplaats 1], [adres 1].

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 8 maart 2013, 15 maart 2013, 22 januari 2014 en 6 februari 2014. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. M.A.P.J.J Lousberg en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. P.J. Silvis, advocaat te Rotterdam, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: heeft deelgenomen aan een criminele organisatie;

feit 2: samen met anderen of een ander, dan wel alleen, drugs heeft uitgevoerd en daarin heeft gehandeld;

feit 3: samen met anderen of een ander, dan wel alleen, een aantal hennepkwekerijen heeft geëxploiteerd;

feit 4: samen met anderen of een ander, dan wel alleen, een hoeveelheid heroïne aanwezig heeft gehad;

feit 5: samen met anderen of een ander, dan wel alleen, een pistool en munitie aanwezig heeft gehad.

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 december 2011 tot en met 7 juni 2012 in de gemeente(n) Rotterdam en/of Enschede en/althans (elders) in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van:

- het (telkens) opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland brengen, als bedoeld in

artikel 1 lid 5 van de Opiumwet, en/of (telkens) opzettelijk verkopen en/of afleveren

en/of verstrekken en/of vervoeren en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken

en/althans/in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig hebben van (een) (grote)

hoeveelheid/hoeveelheden van een materia(a)l(en) bevattende cocaïne en/althans

(zijnde) cocaïne en/of (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende

lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet

(zakendossiers 01 en 02), en/of

- het (telkens) opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland brengen, als bedoeld in

artikel 1 lid 5 van de Opiumwet, en/of (telkens) opzettelijk telen en/of bereiden en/of

bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of

vervoeren en/althans/in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig hebben van (een)

hoeveelheid/hoeveelheden van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en

plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn

toegevoegd en/of hennep, zijnde hasjiesj en/of hennep (een) middel(en) als bedoeld in

de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid

van artikel 3a van die wet (zakendossier 02, 03 en 05), en/of

- het telkens met het oogmerk van wederrechteljke toeëigening weggenemen van (een)

(grote) hoeveelheid/hoeveelheden elektriciteit, in elk geval enig goed geheel of ten dele

toebehorende aan een ander of aan anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)

(zakendossiers 02, 03 en 05), en/of

- het (telkens) witwassen van een of meer (grote) geldbedragen, waarvan verdachte en/of

verdachtes mededader(s) wist(en) en/althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat

dat/die geldbedrag(en) (onmiddellijk of middellijk) afkomstig was/waren uit de uitvoer

en/of verkoop van en/of de handel in cocaïne en/of de teelt en/of de verkoop van en/of

de handel in hasjiesj/hennep en/althans uit enig misdrijf, en/of

- het voorhanden hebben van een of meer (vuur)wapen(s) en/of stuk(s) munitie van de

categorie II en/of III als bedoeld in de Wet Wapens en Munitie (zakendossier 12).

2.

hij (op of omstreeks de nader te noemen tijdstippen) in de periode van 1 januari 2012 tot en met 7 juni 2012 in de gemeente(n) Rotterdam en/of Enschede en/of Hengelo (O) en/althans (elders) in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/althans alleen, (telkens) opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 5 van de Opiumwet, en/of

(telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of

vervoerd en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, en/althans/in elk geval

(telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad,

nader te noemen hoeveelheid/hoeveelheden cocaïne, althans (telkens) (een)

(grote) hoeveelheid/hoeveelheden van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde

cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan

wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die Wet,

en wel:

- op 23 april 2012 een hoeveelheid van 100 gram cocaïne, en/of

- op 3 mei 2012 een hoeveelheid van 500 gram cocaïne, en/of

- op 6 en/of 7 juni 2012 een hoeveelheid van 5023,6 gram cocaïne, en/of

- op 7 juni 2012 een hoeveelheid van 5020 gram cocaïne.

3.

hij in of omstreeks de (nader te noemen tijdstippen in de) periode van 1 januari 2011 tot

7 juni 2012 (op/in nader te noemen plaatsen) in het arrondissement Almelo en/althans (elders) in Nederland (in de uitoefening van verdachtes beroep of bedrijf) tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/althans alleen, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, en/althans/in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep (telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, en wel:

- in of omstreeks de periode van 1 januari 2012 tot en met 17 april 2012 in een pand aan

[adres 2] te Enschede (zakendossier 02), en/of

- in of omstreeks de periode van 1 december 2011 tot en met 12 april 2012 in een pand/

woning aan de [adres 3] te Enschede (zakendossier 03), en/of

- in of omstreeks de periode van 1 januari 2012 tot en met 1 mei 2012 in een pand/

woning aan de [adres 4] te Enschede (zakendossier 04), en/of

- in of omstreeks de periode van 1 februari 2012 tot en met 10 april 2012 in een pand aan

de [adres 5] te Borculo (zakendossier 05).

4.

hij op of omstreeks 17 april 2012 in de gemeente Enschede tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 50 gram, in elk geval een hoeveelheid, van een materiaal bevattende heroïne (diacetylmorfine), zijnde heroïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

5.

hij op of omstreeks 6 en/of 7 juni 2012 in de gemeente(n) Enschede en/of Hengelo (O), en/althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/althans alleen een wapen van categorie III, te weten een pistool (merk Smith & Wesson, kal. 9

mm), en/of munitie van categorie III, te weten 14, althans een of meer kogelpatro(o)n(en), voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen.

3 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor feit 1 eerste gedachtestreepje voor wat betreft de uitvoer, vierde en vijfde gedachtestreepje, feit 3 derde en vierde gedachtestreepje en feit 5 wordt vrijgesproken.

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor feit 1 eerste gedachtestreepje voor het overige, tweede en derde gedachtestreepje, feit 2, feit 3 eerste en tweede gedachtestreepje en feit 4 wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier en een half jaar. De tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht dient hiervan te worden afgetrokken.

De inbeslaggenomen goederen kunnen aan verdachte worden geretourneerd.

4 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

De ontvankelijkheid van de officier van justitie

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De verdediging heeft gesteld dat de aan verdachte tenlastegelegde verkoop van cocaïne is uitgelokt door de pseudokopers. Dit moet leiden tot niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie, subsidiair tot strafvermindering.

De officier van justitie heeft betoogd dat het bevel rechtmatig is uitgevoerd.

De overwegingen van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank kan de verslaglegging van de Duitse opsporingsambtenaren dienen als grondslag voor de beoordeling van de rechtmatigheid van het pseudokooptraject. De twee Duitse opsporingsambtenaren die de contacten met de medeverdachten onderhielden, hebben steeds ieder voor zich verslag gedaan van hetgeen zij hebben gedaan en waargenomen. Al dan niet bewuste afstemming tussen de twee opsporingsambtenaren blijkt niet uit de verslagen, die hun eigen accenten kennen en op enkele punten ook verschillen. Dat de Nederlandse begeleiders ter verduidelijking vragen stelden aan hun Duitse collega's kan niet op zichzelf al leiden tot de conclusie dat sprake is geweest van beïnvloeding van de verslaglegging. Het stellen van vragen is een algemeen geaccepteerde gang van zaken bij het opmaken van processen-verbaal in opsporingsonderzoeken. Dat de Nederlandse opsporingsambtenaren de Duitse taal onvoldoende zouden beheersen, waarvoor de rechtbank overigens geen aanwijzingen heeft, is niet relevant. De Duitse opsporingsambtenaren maakten hun verslag immers op in hun eigen taal.

Over de vraag of verdachte en zijn medeverdachten zijn gebracht tot andere strafbare feiten dan waarop hun opzet reeds tevoren was gericht, overweegt de rechtbank dat om antwoord te kunnen geven op die vraag, zowel moet worden gekeken naar het bestaan van een generiek opzet bij verdachten op het verkopen van harddrugs voorafgaand aan de inzet van de pseudokopers. Daarnaast moet worden gekeken naar het gedrag van de pseudokopers zelf.

Het generieke opzet van verdachten om harddrugs te verkopen blijkt naar het oordeel van de rechtbank uit de omstandigheden waaronder de pseudokoop heeft plaatsgevonden in combinatie met de over verdachten ontvangen CIE-informatie. Onder de omstandigheden waaronder de pseudokoop heeft plaatsgevonden kunnen ook handelingen van verdachten worden geschaard die werden verricht nadat voor het eerst met de pseudokopers over harddrugs werd gesproken (zie EHRM 4 november 2010, ECLI:NL:XX:2010:BP1611, [naam], ro. 42).

In die CIE-informatie is vanaf januari 2011 consequent sprake van een groepering rondom medeverdachte [medeverdachte 1] die zich, onder andere, bezighoudt met de verkoop van harddrugs. Ook is daarin sprake van betrokkenheid van growshop [bedrijf 1] aan de [adres 6] in Enschede en van medeverdachte [medeverdachte 2], die dagelijks bij [bedrijf 1] aanwezig is en de kiosk op naam heeft staan die feitelijk wordt gedreven door de moeder van [medeverdachte 1].

Wanneer op vrijdag 20 april 2012 een van de pseudokopers in [bedrijf 1] in bedekte termen ter sprake brengt dat hij handelt in cocaïne, maakt [betrokkene 1] meteen duidelijk dat hij heroïne en cocaïne kan leveren via een relatie. [medeverdachte 2] is bij dit gesprek aanwezig, verlaat de ruimte en komt terug met verdachte. Deze laatste vertelt vervolgens ongevraagd dat hij handelt in heroïne en cocaïne. Hij vraagt hoe de samenwerking gestalte moet krijgen en spreekt zelf meteen de wens uit een langdurige relatie aan te gaan. Het verzoek om eerst 100 gram te leveren wordt zonder nader overleg met anderen ingewilligd en daarbij wordt ook direct een definitieve prijs afgesproken. Daarbij vertelt verdachte ook dat de prijs lager zal zijn als meer dan één kilo wordt afgenomen. Als overdrachtdatum wordt de maandag erna afgesproken en de cocaïne wordt ook daadwerkelijk drie dagen na de eerste ontmoeting in [bedrijf 1] geleverd.

Op die maandag 23 april 2012 wordt een afspraak gemaakt voor een vervolgaankoop van 500 gram cocaïne. Verdachte kan daarvan ter plekke de prijs bepalen. [betrokkene 1] kan verklaren waarom de prijs van een halve kilo relatief hoog is. Verdachte en [betrokkene 1] spreken uit dat levering van de cocaïne na een telefoontje van de pseudokopers nog dezelfde avond of nacht mogelijk is. Er wordt gesproken over nog grotere aankopen, waarbij verdachte duidelijk maakt dat aankopen tot drie of vier kilo geen enkel probleem opleveren en nog grotere aankopen ook niet omdat er iemand is die de cocaïne kan voorfinancieren. [betrokkene 1] maakt vervolgens afspraken over de wijze waarop contact wordt onderhouden die evident dienen als maatregel tegen afluisterende politie.

Uit het voorgaande volgt dat verdachte en [betrokkene 1] onmiddellijk bereid waren tot een harddrugstransactie. Zij beschikten over parate kennis over de handel in cocaïne en over de wijze waarop transacties zonder ontdekking door de politie konden worden afgehandeld. Zij hadden kennelijk een netwerk van leveranciers en financiers waardoor het mogelijk was op zeer korte termijn cocaïne in grotere hoeveelheden te leveren en zelfs zeer grote transacties af te handelen.

De rol van [medeverdachte 2] bij de feitelijke handelingen was minder prominent, maar het is voldoende aannemelijk dat hij samen handelde met verdachte en [betrokkene 1]. Hij is immers degene die op 20 april 2012 op eigen initiatief klaarblijkelijk verdachte inlicht over het gesprek dat [betrokkene 1] had gevoerd met de pseudokopers. Wanneer hij op 23 april 2012 tijdens de overdracht van de cocaïne de ruimte binnenkomt, vinden hijzelf, verdachte en [betrokkene 1] het plaatsvinden van deze transactie in hun aanwezigheid kennelijk normaal. Op 2 mei 2012 geeft [medeverdachte 2] de pseudokopers te kennen voldoende van deze zaken af te weten en geautoriseeerd te zijn om daarover afspraken kunnen te maken.

Gevoegd bij de CIE-informatie over de groep rondom [medeverdachte 1] en [bedrijf 1] is dit voldoende om vast te stellen dat verdachte, [betrokkene 1] en [medeverdachte 2] hetzij eerder harddrugstransacties hadden verricht, hetzij op dergelijke transacties waren voorbereid. In beide gevallen was het generieke opzet van verdachten al voor het contact met de pseudokopers gericht op dit strafbare feit. Dit geldt ook voor de derde transactie van

10 kilogram. Verdachte heeft immers al op 23 april 2012 kenbaar gemaakt ook grotere hoeveelheden dan vier kilogram te kunnen leveren. Op geen enkel moment hebben verdachte, [betrokkene 1] of [medeverdachte 2] kenbaar gemaakt een dergelijke hoeveelheid niet te willen verkopen. Zij hebben alleen om financieringstechnische redenen gevraagd in twee delen te mogen leveren. Overigens wordt ook in de CIE-informatie gesproken over verkoop van meerdere kilo's cocaïne (januari 2011) en handel op grote schaal (juni 2011).

In het licht van deze bestaande geneigdheid tot het plegen van strafbare feiten, kan niet worden gezegd dat het optreden van de pseudokopers van doorslaggevende invloed is geweest op de cocaïneleveringen. De mannelijke pseudokoper heeft niet meer gedaan dan in bedekte termen duidelijk te maken dat hij in cocaïne handelt. Daarmee heeft hij naar het oordeel van de rechtbank geen grens overschreden. Het zijn verdachte, [betrokkene 1] en, in hun kielzog, [medeverdachte 2] die vervolgens hebben aangeboden te gaan leveren.

Van uitlokking van verdachte is daarom geen sprake, zodat de officier van justitie ontvankelijk is.

De rechtbank overweegt reeds hier dat er dan ook geen aanleiding is voor strafvermindering vanwege uitlokking.

5 De beoordeling van het bewijs

Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of de tenlastegelegde feiten bewezenverklaard kunnen worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte de feiten heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

5.1

De vrijspraken

Evenals de officier van justitie en de verdediging acht de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte sub 3 derde en vierde gedachtestreepje en sub 5 is tenlastegelegd. De rechtbank zal hem daarvan vrijspreken.

5.2

Ten aanzien van feit 1: criminele organisatie

5.2.1

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie acht bewezen dat verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie.

De verdediging heeft vrijspraak bepleit.

5.2.2

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie. Niet is komen vast te staan dat verdachte met betrekking tot de hennepkwekerijen dan wel de leveringen van de cocaïne, diefstal van elektriciteit, witwassen en wapenbezit dusdanig heeft samengewerkt met de mededaders dat sprake is van een samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en structuur.

5.3

Ten aanzien van feit 2: handel in cocaïne

5.3.1

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat het bevel tot pseudokoop onrechtmatig is en dat daarom alle bewijs dat daaruit is voortgevloeid niet mag worden gebruikt. Het bevel is in strijd met de eisen van subsidiariteit.

De officier van justitie stelt dat het bevel rechtmatig is.

De officier van justitie acht het feit bewezen.

5.3.2

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

5.3.2.1 Rechtmatigheid van het bevel tot pseudokoop

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de officier van justitie het bevel tot pseudokoop in redelijkheid kunnen geven.

Zoals hiervoor al overwogen, is in CIE-informatie vanaf januari 2011 consequent sprake van een groepering rondom medeverdachte [medeverdachte 1] die zich, onder andere, bezighoudt met de verkoop van harddrugs. Ook is daarin sprake van betrokkenheid van growshop [bedrijf 1] aan de [adres 6] in Enschede. [medeverdachte 1] heeft blijkens tapgesprekken contacten met personen in Rotterdam, hij reist volgens mastlocaties zelf naar Rotterdam maar stuurt ook anderen, waarbij telefoongesprekken erop zouden kunnen wijzen dat het gaat om reizen die te maken hebben met drugs. Bij [bedrijf 1] worden kentekens genoteerd die op naam staan van personen die in Nederland en Duitsland in verband kunnen worden gebracht met drugs.

Gelet hierop bestond voldoende verdenking van het bestaan van een criminele groep die zich bezighield met de kweek en verkoop van softdrugs en van harddrugs, waarvan [medeverdachte 1] en [betrokkene 2] deel uitmaakten (beiden genoemd in de CIE-informatie), naast [betrokkene 3] (eigenaresse van [bedrijf 1]) en verdachte. Deze verdenking verminderde niet door de aanhouding van [medeverdachte 1] op 20 maart 2012, drie dagen voor het eerste bevel tot pseudokoop. De andere leden van de veronderstelde groep waren immers nog op vrije voeten. Bovendien kon [medeverdachte 1] ook vanuit de cel nog deel uitmaken van deze groep.

De officier van justitie kon verder van oordeel zijn dat de inzet van pseudokoop voldeed aan de maatstaven van subsidiariteit. Er was immers een verdenking van handel in hard- en softdrugs op grote schaal, met mogelijke export naar het buitenland. Andere opsporingsmiddelen bleken tot het moment van de pseudokoop minder effectief. Het afluisteren van telefoongesprekken had onvoldoende bewijs opgeleverd en er waren aanwijzingen dat het afluisteren opzettelijk werd bemoeilijkt door het wisselen van telefoons en door frequente ontmoetingen in persoon. Verdachten leken ook de observatie opzettelijk te bemoeilijken. Ten slotte zou uit CIE-informatie kunnen volgen dat medeverdachte [betrokkene 2] op de hoogte was van het politieonderzoek.

De rechtbank verwerpt daarom het verweer strekkende tot bewijsuitsluiting.

5.3.2.2 De feitelijke gang van zaken

De rechtbank stelt op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting de volgende feiten vast.

Op 23 april 2012 wordt door A-2030 en A-2031 een vertrouwensaankoop van 100 gram cocaïne gedaan. Zij krijgen deze cocaïne geleverd in het kantoor van de [bedrijf 1] in Enschede door [verdachte] (hierna: [verdachte]) en [betrokkene 1] (hierna: [betrokkene 1]). De cocaïne wordt gewogen en vervolgens door [verdachte] en [betrokkene 1] in een transportzak verpakt. [verdachte] neemt de koopsom in ontvangst. Deze hoeveelheid drugs is na inbeslagname gewogen door de politie en getest door het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: NFI). Het nettogewicht bedroeg 100 gram en de stof bevat cocaïne.

Vervolgens wordt overeengekomen dat op 3 mei 2012 bij het Van der Valk hotel in Hengelo (O) een volgende aankoop van 500 gram cocaïne wordt gedaan. Voor het hotel lopen A-2031 en [betrokkene 1] naar de huurauto van A-2031. In de auto wordt de cocaïne gewogen door [betrokkene 1] en getest door A-2031 waarbij wordt vastgesteld dat het cocaïne betreft. Hierop belt A-2031 met A-2030 om hem mee te delen dat alles in orde is. A-2030 geeft vervolgens de koopsom aan [verdachte] in de hotelkamer waar zij met zijn tweeën naar toe zijn gegaan. Deze hoeveelheid drugs is na inbeslagname gewogen door de politie en getest door het NFI. Het nettogewicht bedroeg 500 gram en de stof bevat cocaïne.

Op 21 mei 2012 gaan A-2030 en A-2031 wederom naar de growshop [bedrijf 1] in Enschede om een vervolgtransactie te bespreken. [verdachte] zei dat een levering van 10 kilo mogelijk was. Afgesproken wordt dat op 6 juni 2012 een voorgesprek zou plaatsvinden en de eigenlijke transactie op 7 juni 2012.

Op 7 juni 2012 gaan A-2030 en A-2031 wederom naar het Van der Valk hotel in Hengelo (O). Daar ontmoeten zij [verdachte]. [verdachte] heeft de 10 kilo cocaïne niet in één keer kunnen meenemen uit Rotterdam, zodat een chauffeur vandaag de tweede 5 kilo naar Hengelo (O) brengt. Op een gegeven moment arriveert ook [betrokkene 1] in de bar, die zegt de eerste 5 kilo in zijn auto te hebben liggen. Zij besluiten samen dat zij, voordat de andere 5 kilo arriveert, de reeds in Hengelo (O) aanwezige 5 kilo cocaïne alvast overdragen. A-2031 en [betrokkene 1] lopen naar de huurauto van [betrokkene 1] om de tas met drugs op te halen. Vervolgens nemen zij plaats in de huurauto van A-2031. A-2030 loopt met [verdachte] naar de hotelkamer van A-2030.

In de huurauto worden de vijf cocaïnestenen afzonderlijk gewogen en door A-2031 getest. Uit die test blijkt dat het om cocaïne gaat. [betrokkene 1] pakt de cocaïnestenen vervolgens over in de reistas van A-2031, die de tas vervolgens in de kofferbak van de auto zet. A-2031 belt A-2030 om te vertellen dat de koopwaar is ontvangen. Vervolgens worden zowel A-2030 en A-2031 als [verdachte] en [betrokkene 1] gearresteerd. Ook de chauffeur die onderweg is met de andere 5 kilogram cocaïne wordt op de snelweg gearresteerd. Na onderzoek aan zijn personenauto bleek dat de binnenbekleding was geprepareerd en dat er een beweegbare verdekte klep in deze binnenbekleding was aangebracht. Na opening van de klep werden vijf stukken cocaïne aangetroffen. Zowel de vijf cocaïnestenen die door [betrokkene 1] zijn overgedragen op de parkeerplaats bij het Van der Valk hotel in Hengelo als de vijf cocaïnestenen die zijn aangetroffen in de auto worden door de politie gewogen en door het NFI getest.

Het nettogewicht van de vijf cocaïnestenen van de overdracht op de parkeerplaats bedroeg in totaal 5023,6 gram en de stenen bevatten allen cocaïne. Het nettogewicht van de vijf cocaïnestenen die zijn aangetroffen in de auto bedroeg in totaal 5020 gram en de stenen bevatten allen cocaïne.

Op grond van vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte zich op 23 april 2012, 3 mei 2012, op 6 juni 2012 en op 7 juni 2012 schuldig heeft gemaakt aan het vervoeren, verkopen, afleveren en opzettelijk aanwezig hebben van 100 gram, 500 gram, 5023,6 gram en 5020 gram cocaïne.

5.4

Ten aanzien van feit 3: kweken van hennep

5.4.1

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie acht bewezen dat verdachte betrokken is geweest bij de exploitatie van de kennepkwekerijen aan [adres 2] te Enschede en de [adres 3] te Enschede.

De verdediging trekt in twijfel of er wel voldoende betrokkenheid is in de vorm van medeplegen of dat er slechts sprake is van medeplichtigheid, hetgeen niet ten laste is gelegd, zodat vrijspraak zou moeten volgen.

5.4.2

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

ten aanzien van [adres 2] te Enschede

De rechtbank stelt op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting de volgende feiten vast.

Op 17 april 2012 stelt de politie een onderzoek in bij perceel [adres 2] te Enschede omdat er informatie was dat in het perceel een hennepkwekerij zou zitten. Twee ruimtes bleken ingericht en in gebruik te zijn als kweekruimtes voor hennepplanten. In één van de kweekruimtes werden tien personen aangetroffen, onder wie verdachte, die bezig waren met het knippen van de hennepplanten.

Verdachte verklaart tegenover de politie dat hij daar aan het knippen was.

Op grond van vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte betrokken is geweest bij het verwerken van hennep aan [adres 2] te Enschede.

ten aanzien van de [adres 3] te Enschede

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte betrokken is geweest bij de exploitatie van deze kwekerij. Weliswaar zijn er verschillende aanwijzingen dat verdachte kennis had van deze kwekerij, maar het is onvoldoende duidelijk dat verdachte ook handelingen heeft verricht voor de exploitatie ervan.

5.5

Ten aanzien van feit 4: bezit heroïne

5.5.1

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie acht bewezen dat verdachte dit feit heeft gepleegd.

De verdediging heeft vrijspraak bepleit.

5.5.2

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder feit 4 wordt tenlastegelegd. De hoeveelheid heroïne die is aangetroffen zat in een tasje waarover verdachte weliswaar heeft verklaard dat dat zijn eigendom was, maar waarover hij tevens verklaart dat anderen spullen in dat tasje hebben gestopt. Het tasje is aangetroffen in een kamer die voor iedereen toegankelijk was. Het valt daarom niet uit te sluiten dat iemand anders die aangetroffen hoeveelheid heroïne in die tas heeft gestopt.

5.6

De conclusie

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte sub 1, sub 3 tweede, derde en vierde gedachtestreepje, sub 4 en sub 5 is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het sub 2 en sub 3 eerste gedachtestreepje, tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

2.

hij in de periode van 1 april 2012 tot en met 7 juni 2012 in de gemeenten Enschede en Hengelo (O) en elders in Nederland tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk heeft verkocht en afgeleverd en vervoerd en opzettelijk aanwezig heeft gehad, nader te noemen hoeveelheden cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, en wel:

- op 23 april 2012 een hoeveelheid van 100 gram cocaïne, en

- op 3 mei 2012 een hoeveelheid van 500 gram cocaïne, en

- op 6 en 7 juni 2012 een hoeveelheid van 5023,6 gram cocaïne, en

- op 7 juni 2012 een hoeveelheid van 5020 gram cocaïne (zakendossier 01).

3.

hij op 17 april 2012, in nader te noemen plaats in het arrondissement Almelo, tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk heeft verwerkt een groot aantal hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, en wel:

- in de periode van 1 januari 2012 tot en met 17 april 2012 in een pand aan [adres 2]

[adres 2] te Enschede (zakendossier 02).

De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte sub 2 en sub 3 eerste gedachtestreepje meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het sub 2 bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 10 Opiumwet jo. 47 Sr. Het sub 3 eerste gedachtestreepje is strafbaar gesteld bij de artikelen 11 Opiumwet jo. 47 Sr.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 2 het misdrijf: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

feit 3 eerste gedachtestreepje het misdrijf: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.

7 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

8 De op te leggen straf of maatregel

8.1

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

Verdachte heeft zich samen met zijn mededaders schuldig gemaakt aan de levering van ruim 10,5 kilo cocaïne. Deze partij cocaïne werd vervoerd in een speciaal daarvoor geprepareerde auto.

Gebleken is dat de verdachte bij de organisatie van de gang van zaken rondom de te leveren cocaïne een belangrijke rol speelde. Verdachte is degene geweest die de contacten onderhield met de feitelijke leverancier(s) van deze cocaïne. Door het handelen van verdachte wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan de handel in en verspreiding van harddrugs. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan. Harddrugs, zoals cocaïne, vormen een ernstig gevaar voor de gezondheid van de gebruikers ervan. Tevens is de verspreiding van en handel in cocaïne bezwarend voor de samenleving, onder meer vanwege de daarmee gepaard gaande criminaliteit, waaronder de door gebruikers gepleegde strafbare feiten ter financiering van hun behoefte aan deze stof.

Daarnaast is verdachte betrokken geweest bij een hennepkwekerij. Het op professionele wijze kweken van deze drugs neemt hand over hand toe, terwijl de kwaliteit van de werkzame stof van deze drugs steeds verder wordt verbeterd. Hierdoor wordt voor een aantal gebruikers de stap om over te gaan van soft- naar harddrugs verkleind, met alle gezondheidsrisico’s van dien. Net als bij harddrugs geschiedt ook de financiering van softdrugs veelal door vermogenscriminaliteit.

Door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht zijn voor de handel in harddrugs, zoals hier bewezen verklaard, geen oriëntatiepunten vastgesteld, zodat de rechtbank voor wat betreft het bepalen van de op te leggen straf en de hoogte daarvan de strafoplegging in soortgelijke zaken in haar overwegingen zal betrekken.

Voor de exploitatie van hennepkwekerijen zijn weliswaar wel oriëntatiepunten vastgesteld, maar deze gaan niet verder dan een kwekerij met 1000 planten, terwijl het in deze zaak gaat om ongeveer 1500 planten.

De rechtbank heeft verder rekening gehouden met een verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie waaruit blijkt dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren en 6 maanden passend is met aftrek van de door verdachte in voorarrest doorgebrachte tijd.

8.2

De inbeslaggenomen voorwerpen

De rechtbank is van oordeel dat de inbeslaggenomen voorwerpen aan verdachte dienen te worden geretourneerd.

9 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 27, 57 en 91 Sr.

10 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

  • -

    verklaart niet bewezen dat verdachte het sub 1, sub 3 tweede, derde en vierde gedachtestreepje, sub 4 en sub 5 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

  • -

    verklaart bewezen, dat verdachte het sub 2 en sub 3 eerste gedachtestreepje tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte sub 2 en sub 3 eerste gedachtestreepje meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

    feit 2: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

    feit 3 eerste gedachtestreepje: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod;

  • -

    verklaart verdachte strafbaar voor het onder feit 2 en 3, eerste gedachtestreepje, bewezenverklaarde;

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 3 (drie) jaren en 6 (zes) maanden;

  • -

    bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

de inbeslaggenomen voorwerpen

- gelast de teruggave aan verdachte van de inbeslaggenomen goederen.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.E. van Wees, voorzitter, mr. E. Venekatte en

mr. M.A.H. Heijink, rechters, in tegenwoordigheid van J. Last, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2014.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie Twente, unit regionale tactische recherche, team tactische recherche, Assan-team met nummer 2012056303. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

Wanneer in de bewijsmiddelen wordt gesproken over foto’s dan betreft dit – tenzij anders wordt vermeld – het in de ordner ‘Resume PV Assan-team’ als bijlage bij dat ambtsedige proces-verbaal gevoegde fotoboek van verdachten. In dat fotoboek is een inhoudsopgave opgenomen waarin staat vermeld welke foto van welke verdachte in dat fotoboek is opgenomen. In die gevallen waarin het bewijsmiddel zelf niet vermeldt wie volgens het fotoboek op de getoonde foto is afgebeeld, zal de rechtbank dit zelf doen. Zij brengt dit tot uitdrukking door toevoeging in het bewijsmiddel (achter het fotonummer) van de tekst: “de rechtbank stelt vast (…)”, gevolgd door de naam van de persoon die staat afgebeeld op de uit het fotoboek afkomstige foto. Die vaststelling door de rechtbank is gebaseerd op de als bijlage bij het voornoemde ambtsedige resumé proces-verbaal gevoegde fotoboek van verdachten.

Ten aanzien van feit 2:

1.

Het proces-verbaal van bevindingen begeleiding A-2030 en A-2031 van 20 april 2012, pagina 1686, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Door mij verbalisant B-1772 is afzonderlijk en gescheiden van elkaar aan A-2030 en aan mij A-2031 de politiefoto getoond van [verdachte], geboren op [geboortedatum 1]. A-2030 verklaarde tegenover mij: “dit is de persoon met wie ik gesproken heb in de growshop. Hij noemde zich [verdachte]’. A-2031 verklaarde tegenover mij: “dit is voor 100% zeker de persoon die ik ontmoet heb in de growshop in Enschede”.

2.

Het proces-verbaal inzake het onderzoek Assan van 13 juni 2012, pagina 1653, inhoudende, zakelijk weergegeven:

4e inzet op 20 april 2012

A-2030 en A-2031 hebben de vertrouwensaankoop besproken van 100 gram cocaïne met [medeverdachte 1], [verdachte] en [betrokkene 1]. Na afloop van deze inzet is de foto getoond van [verdachte], geboren op [geboortedatum 1]. Deze foto is door A-2030 en A-2031 afzonderlijk herkend als de persoon die zich als [verdachte], voor vrienden, [verdachte] voorstelde.

3.

Het proces-verbaal van de rechter-commissaris in de rechtbank Overijssel van 18 september 2013, inhoudende, zakelijk weergeven, als verklaring van getuige A-2031:

U vraagt mij naar de rol van [betrokkene 1] na het gesprek over cocaïne waarbij [betrokkene 1] zei dat hij niets met harddrugs doet. Na dat gesprek is [verdachte] gekomen. [betrokkene 1] heeft ons verteld dat [medeverdachte 1] [verdachte] zou ophalen en dat [verdachte] de persoon is met wie A-2030 de cocaïnetransactie kan doen.

In deze zaak hebben twee vertrouwensaankopen plaatsgevonden. De eerste keer ging het om 100 gram cocaïne en de tweede keer om 500 gram cocaïne. De afsluitende actie was een schijntransactie. Er is toen niet betaald en de verdachten zijn aangehouden. Uiteindelijk is er toen 5 kilogram geleverd.

U vraagt mij van wie de cocaïne kwam die [betrokkene 1] aan ons verstrekte. De eerste keer kreeg hij het van [verdachte]. De tweede keer had [betrokkene 1] een tas bij zich waar de cocaïne al in zat. De derde keer haalde [betrokkene 1] de cocaïne uit de auto.

4.

Het proces-verbaal van de rechter-commissaris in de rechtbank Overijssel van 19 september 2013, inhoudende, zakelijk weergeven, als verklaring van getuige A-2030:

[verdachte] vertelde dat marihuana niet zijn metier is. Hij zei dat hij zich normaal bezig hield met heroïne en cocaïne.

U vraagt mij te bevestigen dat ik niet degene ben geweest die om de hoeveelheden van 500 gram en 10 kilo heeft gevraagd. Dat klopt. Het initiatief kwam van [verdachte]. De 500 gram kwam tot stand omdat de kwaliteit van de 100 gram goed was. Wij zijn 500 gram overeengekomen. Mij is nog wat te binnen geschoten voor wat betreft de 500 gram. Daarbij heeft [verdachte] de prijs van 20.000 euro genoemd. Ik heb gezegd dat ik dat te duur vond. [verdachte] zei dat het naar 19.500 euro zou kunnen. Hij heeft ook gezegd dat als ik 1 kilo zou willen, dan zou het per gram 1 à 2 euro goedkoper zijn. Hij heeft uitgelegd dat de cocaïne geperst is in platen van 1 kilogram en dat bij mindere hoeveelheden dan 1 kilogram de plaat moet worden gedeeld en dat willen de meesten niet.

5.

Het overige geschrift zijnde de vertaling van een stuk genaamd proces-verbaal van bevindingen politiële informatie-inwinner A-2030 van 23 april 2012, pagina’s 1706 en 1707, inhoudende, zakelijk weergegeven:

In het kantoor gingen A-2031 en ik weer op dezelfde plaats als de vorige keer zitten. [verdachte] stond rechts van mij aan de voorzijde van de tafel en [betrokkene 1] stond naast hem. [verdachte] zette de plastic zak op de tafel en rolde de rand van de zak naar beneden. Nu kon ik zien dat in de zak brokstukken van een witachtige substantie zaten. [verdachte] zei dat dit de door ons bestelde 100 gram cocaïne was. [verdachte] zei dat hij de hoeveelheid had gewogen en dat het ruim 100 gram was. Ook de kwaliteit was super volgens hem.

[betrokkene 1] verliet het kantoor en kwam terug met een zak, een strijkijzer en een elektronische weegschaal. De weegschaal zette hij voor mij op tafel en [verdachte] legde de zak met cocaïne op de weegschaal. De weegschaal wees exact 102 gram aan.

Vervolgens begonnen [betrokkene 1] en [verdachte] samen de waar te verpakken in de zak die [betrokkene 1] had meegebracht. [betrokkene 1] legde de cocaïnezak in de verpakking en sealde de buitenverpakking met het strijkijzer. Vervolgens gaf hij mij de zak.

6.

Het overige geschrift zijnde de vertaling van een stuk genaamd proces-verbaal van bevindingen politiële informatie-inwinner A-2031 van 23 april 2012, pagina 1713, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Zoals we bij de vorige ontmoeting hadden afgesproken waren “[verdachte]” ([verdachte]) en [betrokkene 1] in de winkel en begroetten ons. [verdachte] had al een zak in zijn hand. Wij gingen beiden het kantoor binnen en [verdachte] legde de zak zonder iets te zeggen op tafel. [betrokkene 1] en A-2030 arriveerden even later ook in het kantoor. [verdachte] opende de zak en brak een stuk van de cocaïnesteen af om het ons te laten zien. [betrokkene 1] ging even het kantoor uit en kwam terug met een zak, een strijkijzer en een weegschaal. Eén van hen legde de cocaïne op de weegschaal. A-2030 zei dat de weegschaal 102 gram aanwees. [betrokkene 1] en [verdachte] verpakten samen de cocaïne. [betrokkene 1] knipte de grote zak voor het transport op maat, [verdachte] stak de verpakte cocaïne er in en hield de hoeken van de transportzak zo bij elkaar, dat [betrokkene 1] deze met het strijkijzer dicht kon sealen. Deze zak gaven ze aan A-2030, die hem doorgaf aan mij. Met de zak die ik in mijn handtas deed, ging ik naar buiten, verstopte hem in de auto en pakte de koopsom van 4300 euro uit de auto. Toen ik weer terug was, telde ik het geld uit in het bijzijn van [betrokkene 1] en [verdachte]. Daarna schoof ik het weer bij elkaar en hield het hun voor. [verdachte] greep het geld onmiddellijk en stak het bij zich.

7.

Het overige geschrift zijnde de vertaling van een stuk genaamd proces-verbaal van bevindingen politiële informatie-inwinner A-2030 van 3 mei 2012, pagina 1732, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Vandaag kregen A-2031 en ik van onze begeleiders B-1772 en B-1773 de opdracht, dat we vanmorgen naar het Van der Valk hotel in Hengelo moesten gaan om daar de afgesproken 500 gram cocaïne van de dadergroep te kopen.

Voor het hotel ontmoetten wij [betrokkene 1] en [verdachte]. Toen ik [betrokkene 1] zag, zag ik ook al dat hij een donkere plastic zak in de hand hield. Ik kon zien dat er iets in die zak zat. [betrokkene 1] ging met A-2031 richting parkeerplaats. Ik liep met [verdachte] richting hotelingang. Hij zei dat aan hun kant alles geregeld was. [betrokkene 1] had de cocaïne bij zich. Nadat A-2031 mij had laten weten dat de waar in orde en in zijn bezit was, heb ik [verdachte] het geld voorgelegd. Hij telde het geld niet na en stak het weg.

8.

Het overige geschrift zijnde de vertaling van een stuk genaamd proces-verbaal van bevindingen politiële informatie-inwinner A-2031 van 3 mei 2012, pagina 1735, inhoudende, zakelijk weergegeven:

3 mei 2012 reed ik met A-2030 de parkeerplaats bij het Van der Valk hotel in Hengelo op. Wij ontmoetten [verdachte] en [betrokkene 1] voor het hotel. [betrokkene 1] had een zwarte plastic tas met een niet zichtbare inhoud in de hand. Ik zei tegen [betrokkene 1] dat we nu naar onze huurauto zouden gaan. Aangekomen bij mijn auto gingen we in de auto zitten. Ik ging op de bestuurdersstoel zitten en [betrokkene 1] op de bijrijdersstoel. De zak die hij bij zich had zette hij tussen zijn benen op de vloer van de auto. Daar haalde hij de cocaïne uit. Het was een cocaïneplak, die omwikkeld was met doorzichtig vershoudfolie.

[betrokkene 1] zette de weegschaal op mijn aanwijzing op de vloer van de auto. Daarna gaf ik hem de cocaïnesteen om te wegen. Ik zag dat het display van de weegschaal 512 gram aangaf. Ik voerde een chemisch testproces uit en stelde vast dat het om cocaïne ging. Vervolgens pakte ik het materiaal in mijn handtas, stapte uit en borg de cocaïne op in de kofferbak. Ik ging weer bij hem in de auto zitten en zei dat ik nu A-2030 ging bellen om hem mee te delen, dat alles in orde was. A-2030 was bij [verdachte] in de hotelkamer om hem het geld te geven zodra ik hem gesproken had.

9.

Het overige geschrift zijnde de vertaling van een stuk genaamd proces-verbaal van bevindingen politiële informatie-inwinner A-2030 van 21 mei 2012, pagina’s 1746, 1747 en 1748, inhoudende, zakelijk weergegeven:

We kregen het over de volgende transacties en ik vroeg hij zich de verdere zakelijke relatie voorstelde. [verdachte] antwoordde daarop dat ik pas na ontvangst van de totale levering, hij praatte voor het eerst over 10 kilogram cocaïne, het totale bedrag zou moeten betalen.

Na dit gesprek zei ik tegen [betrokkene 1] en [verdachte] dat ik mij ongerust maak over de op handen zijnde transactie. Ik wil als besprekingsdag woensdag 6 juni 2012 en als overdrachtsdag donderdag 7 juni 2012 voorstellen. [verdachte] en [betrokkene 1] zeggen dat [betrokkene 1] samen met de broer van [verdachte] de overdracht zal verrichten. Met betrekking tot de bespreking de dag ervoor vinden zij dat [medeverdachte 1] dit kan doen, samen met de broer van [verdachte]. Vervolgens roept [betrokkene 1] [medeverdachte 1] naar het kantoor. Hij vroeg hem in onze aanwezigheid of hij op de geplande woensdag de afspraak samen met de broer van [verdachte] zou kunnen waarnemen. [medeverdachte 1] zegt, zonder te vragen naar de reden voor deze afspraak, dat hij dat wel kon doen en wel een plaatsvervanger voor de growshop kon vinden.

10.

Het overige geschrift zijnde de vertaling van een stuk genaamd proces-verbaal van bevindingen politiële informatie-inwinner A-2031 van 21 mei 2012, pagina’s 1754 en 1755, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Van mijn begeleiders kreeg ik vandaag, 21 mei 2012, de opdracht samen met A-2030 naar de growshop in Enschede te gaan om daar met [betrokkene 1], [verdachte] en [medeverdachte 1] te onderhandelen over de mogelijkheid om maximaal 10 kilo cocaïne en 2 kilo marihuana te kopen.

Tegen 15.10 uur kwam [betrokkene 1] bij ons in de verkoopwinkel. Nadat we even gekletst hadden arriveerden ook [verdachte] en [medeverdachte 1] in de growshop. [betrokkene 1], [verdachte], A-2030 en ik gingen naar het kantoor. Ik kon het verloop van het gesprek tussen A-2030, [betrokkene 1] en [verdachte] volgen. Ze hadden het over volgende transacties. Ik hoorde dat [verdachte] zei dat een levering van 10 kilo mogelijk was.

Toen kregen we het over het tijdstip waarop de transactie zou plaatsvinden. We kwamen een voorgesprek op 6 juni 2012 overeen en de eigenlijke transactie op 7 juni 2012.

Op 6 juni 2012 zou [medeverdachte 1] met de broer van [verdachte] naar het hotel komen voor de voorbespreking. [betrokkene 1] riep [medeverdachte 1] vanuit de verkoopruimte naar het kantoor. Na een kort gesprek tussen hen beiden in het Nederlands zei [medeverdachte 1] tegen ons het in orde was en dat hij die dag tegen 17.00 uur in het hotel zou zijn.

11.

Het overige geschrift zijnde de vertaling van een stuk genaamd proces-verbaal van bevindingen politiële informatie-inwinner A-2030 van 7 juni 2012, pagina’s 1773 en 1774, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Van mijn begeleiders B-1772 en B-1773 kregen A-2031 en ik de opdracht op 7 juni 2012 in de hotelbar van het Van der Valk hotel in Hengelo [verdachte] en [betrokkene 1] te ontmoeten. Volgens de gister gemaakte afspraak met hen zou de dadergroep ons vandaag 10 kilogram cocaïne verkopen.

[verdachte] vertelde dat hij gisteren nog naar zijn broer in Rotterdam was geweest. Hij had met zijn broer afgesproken dat die vandaag de tweede 5 kilogram cocaïne naar Hengelo zou brengen. Verder vertelde hij dat hij de 5 kilogram die hij bij zich had gisteren niet had meegenomen, maar bij [betrokkene 1] had achtergelaten. Tijdens ons gesprek vond een telefoongesprek plaats tussen [verdachte] en kennelijk diens broer. Hij zei dat hij de “papers” had en dat alles in orde was. Na het telefoongesprek zei [verdachte] tegen ons dat hij net met zijn broer had gebeld en tegen hem had gezegd dat hij het geld had gezien en dat alles in orde was. Dat hij kon vertrekken. Tussentijds kwam ook [betrokkene 1] binnen. Hij zei duidelijk dat hij de 5 kilogram hier in zijn auto had liggen. Tegen 12.50 uur kreeg [verdachte] weer een telefoontje. Daarna zei hij tegen ons dat zijn broer met het spul onderweg was. Bij de receptie gingen A-2031 en [betrokkene 1] samen weg om de overdracht op de parkeerplaats te verrichten. Ik ben met [verdachte] naar mijn kamer gegaan. Terwijl wij daar wachtten vroeg ik [verdachte] of hij zijn broer nog eens wilde bellen om te vragen hoe ver die was. Daarbij vernam ik van [verdachte] dat de chauffeur van gisteren met zijn auto net zoals gisteren op weg naar het hotel was. Ik begreep dat hij het transport van de cocaïne naar het hotel verrichtte. Even later belde A-2031 mij en deelde mee dat de koopwaar die ze net van [betrokkene 1] had gekregen in orde was. Vervolgens werden wij gearresteerd.

12.

Het overige geschrift zijnde de vertaling van een stuk genaamd proces-verbaal van bevindingen politiële informatie-inwinner A-2031 van 7 juni 2012, pagina’s 1777 en 1778, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Van mijn begeleiders B-1772 en B-1773 kregen A-2030 en ik de opdracht op 7 juni 2012 in de hotelbar van het Van der Valk hotel in Hengelo [verdachte] en [betrokkene 1] te ontmoeten. Volgens de gister gemaakte afspraak met hen zou de dadergroep ons vandaag 10 kilogram cocaïne verkopen. Na een korte begroeting vroeg ik [verdachte] hoe het stond met onze geplande transactie. [verdachte] antwoordde dat de 5 kiliogram in orde was en dat hij over 10 minuten een telefoontje zou krijgen over de andere 5 kilogram. Hij voegde hier aan toe dat hij zijn mensen zou zeggen dat hij het geld voor de eerste 5 kilogram al had, zodat zij ook de volgende 5 kilogram zouden leveren.

[verdachte] vertelde ons nog dat hij gisteren naar Rotterdam was gereden om alles voor vandaag in orde te maken. Hij zei dat hij de 5 kilogram zolang bij [betrokkene 1] had achtergelaten. Toen arriveerde ook [betrokkene 1] in de bar van het hotel. We besloten samen dat we, voordat de andere 5 kilogram arriveerde, we de eerste 5 kilogram vast konden overdragen. [betrokkene 1] en ik liepen naar zijn huurauto die op de parkeerplaats bij het hotel stond. Daar haalde hij een reistas van het merk Tommy Hilfiger uit de auto, waarna we naar mijn auto liepen. [betrokkene 1] droeg de tas. Aangekomen bij mijn auto nam ik plaats op de bestuurdersstoel. [betrokkene 1] ging met de tas op de bijrijdersstoel zitten. Hij haalde een weegschaal uit de tas, die we aan mijn kant op de vloer zetten. [betrokkene 1] legde de vijf geperste cocaïnestenen na elkaar op de weegschaal. Iedere cocaïnesteen woog iets meer dan een kilo. Na het wegen pakte hij de pakketjes steeds weer in de tas. Ik hielp hem daar bij. Bij de laatste cocaïnesteen zei ik tegen hem dat hij de doorzichtige vershoudfolie moest openmaken, omdat ik het wilde testen. Dat deed hij ook. Hij had cocaïne op de punt van zijn autosleutel en deed dit in de tester, die ik klaar hield. De tester verkleurde van wit naar blauw. Het was dus duidelijk dat het om cocaïne ging. Ik zei tegen [betrokkene 1] dat ik ook een reistas bij mij had. Hij zei meteen dat we de cocaïne konden overpakken in mijn reistas, wat hij daarop zelf deed. Ik stapte daarna met de reistas uit en zette die in de kofferbak. Daarna ging ik weer in de auto zitten en belde A-2030 om hem te vertellen dat ik de koopwaar had ontvangen. Vervolgens werden wij gearresteerd.

13.

Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] van 24 april 2012, pagina 2194, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 24 april 2012 ontvingen wij een gripzakje met daarin enkele brokjes met op cocaïne gelijkende stof (door mij voorzien van de SIN-sticker AAET9564NL). Vorenbedoelde op cocaïne gelijkende stof werd getest met de ODV verdovende middelen test en reageerde positief op de aanwezigheid van cocaïne, zijnde een stof als vermeld op lijst I van de Opiumwet. Het nettogewicht van deze stof bedroeg na weging 100 gram.

14.

Het geschrift, te weten het verslag van de deskundige ing. A.G.A. Sprong, werkzaam voor het Nederlands Forensisch Instituut, betreffende gehaltebepaling veel voorkomende drugs, van 26 april 2012, pagina 2197, inhoudende, zakelijk weergegeven:

AAET9564NL

Volgens opgave 100 gram, crèmekleurig poeder en brokjes in een gripzakje

Bevat cocaïne

15.

Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] van 3 mei 2012, pagina 2198, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 3 mei 2012 ontving ik een plastic zak met daarin op cocaïne gelijkende brokken (door mij voorzien van de SIN-sticker AADB8827NL). Vorenbedoelde op cocaïne gelijkende stof werd getest met de ODV verdovende middelen test en reageerde positief op de aanwezigheid van cocaïne, zijnde een stof als vermeld op lijst I van de Opiumwet. Het nettogewicht van deze stof bedroeg na weging 500 gram.

16.

Het geschrift, te weten het verslag van de deskundige ing. P.H. Walinga, werkzaam voor het Nederlands Forensisch Instituut, betreffende identificatie en gehaltebepaling veel voorkomende drugs, van 8 mei 2012, pagina 2201, inhoudende, zakelijk weergegeven:

AADB8827NL

Monster crèmekleurig brokje

Bevat cocaïne

17.

Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] van 7 juni 2012, pagina 2203, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 7 juni 2012 ontving ik een plastic zak met daarin vijf blokken met daarin op cocaïne gelijkende stof (door mij voorzien van de SIN-stickers AAEV9145NL tot en met AAEV9149NL). Vorenbedoelde in plastic folie gesealde blokken op cocaïne gelijkende stoffen werden getest met de ODV verdovende middelen test en reageerden positief op de aanwezigheid van cocaïne, zijnde een stof als vermeld op lijst I van de Opiumwet. Het nettogewicht van deze vijf blokken cocaïne (1000,7 gram, 1004,2 gram, 1004,1 gram, 1008,7 gram en 1005,9 gram) was in totaal 5023,6 gram.

18.

Het geschrift, te weten het verslag van de deskundige ing. A.G.A. Sprong, werkzaam voor het Nederlands Forensisch Instituut, betreffende gehaltebepaling veel voorkomende drugs, van 28 juni 2012, pagina 2211, inhoudende, zakelijk weergegeven:

AAEV9145NL

Monster crèmekleurig brokjes

Bevat cocaïne

AAEV9146NL

Monster crèmekleurige poeder en brokjes

Bevat cocaïne

AAEV9147NL

Monster crèmekleurige poeder en brokjes

Bevat cocaïne

AAEV9148NL

Monster crèmekleurige poeder en brokjes

Bevat cocaïne

AAEV9149NL

Monster crèmekleurige poeder en brokjes

Bevat cocaïne

19.

Het proces-verbaal van aanhouding van de opsporingsambtenaren AOE NON 011 en AOE NON 015 van 8 juni 2012, pagina 6 van het persoonsdossier van verdachte [medeverdachte 3], inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op donderdag 7 juni 2012 is [medeverdachte 3], geboren op [geboortedatum 2] in [geboorteplaats 2], wonende in [woonplaats 2] aan de [adres 7], op heterdaad aangehouden in verband met vermoedelijke overtreding van artikel 2 abc in verband met artikel 10 van de Opiumwet. Tijdens de aanhouding reed de verdachte als bestuurder in een personenauto merk Opel, type Astra, kleur blauw, voorzien van het kenteken [kenteken 1].

20.

Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] van 9 juni 2012, pagina’s 2213 en 2214, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 8 juni 2012 werd een onderzoek ingesteld aan een personenauto van het merk Opel, type Astra, kleur blauw en voorzien van het kenteken [kenteken 1]. Deze auto behoort in eigendom toe aan de verdachte [medeverdachte 3], geboren op [geboortedatum 2] in [geboorteplaats 2]. Tijdens het onderzoek bleek dat de binnenbekleding van de auto was geprepareerd en dat er een beweegbare verdekte klep in deze binnenbekleding was aangebracht. Nadat deze klep was geopend, bleek dat achter deze klep een elektrisch bedienbaar afsluitmechanisme was aangebracht waardoor de klep vastgezet kon worden bij afsluiting. Na opening van de klep waren meerdere pakketten zichtbaar. Het betroffen hier in totaal 5 stukken cocaïne, die allemaal apart waren verpakt in transparant vershoudfolie. Nadat de stukken cocaïne waren uitgepakt zijn deze genummerd met de nummers A, B, C, D en E en voorzien van de Sinstickers met de nummers:

A: AAEV9152NL

B: AAEV9153NL

C: AAEV9154NL

D: AAEV9155NL

E: AAEV9156NL

Vorenbedoelde op cocaïne gelijkende stoffen werden getest met de ODV verdovende middelen test en reageerden positief op de aanwezigheid van cocaïne, zijnde een stof als vermeld op lijst I van de Opiumwet. De verpakkingen wogen afzonderlijk:

A: 1003 gram (voorzien van de initialen HK in elkaar verwerkt)

B: 1010 gram (logo niet meer leesbaar)

C: 1002 gram (voorzien van de initialen HK in elkaar verwerkt)

D: 1001 gram (voorzien van een logo van Apple)

E: 1004 gram (voorzien van een VW logo)

21.

Het geschrift, te weten het verslag van de deskundige ing. P.H. Walinga, werkzaam voor het Nederlands Forensisch Instituut, betreffende gehaltebepaling veel voorkomende drugs, van 12 juli 2012, pagina 2258, inhoudende, zakelijk weergegeven:

AAEV9152NL

Monster crèmekleurig poeder en brokjes

Bevat cocaïne

AAEV9153NL

Monster crèmekleurige brokjes

Bevat cocaïne

AAEV9154NL

Monster crèmekleurige brokjes

Bevat cocaïne

AAEV9155NL

Monster crèmekleurige brokjes

Bevat cocaïne

AAEV9156NL

Monster crèmekleurig brokje

Bevat cocaïne

Ten aanzien van feit 3 eerste gedachtestreepje ([adres 2]):

1.

Het proces-verbaal verhoor van verdachte [medeverdachte 5], ongedateerd, pagina 3535 t/m 3541, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik wilde een bedrijfje beginnen. Het bedrijfje heet [bedrijf 2]. Zodoende heb ik het pand gehuurd. Het pand bestaat uit [adres 2]. De ruimte moest ik als 1 ruimte huren. Ik heb het huurcontract 1 januari 2012 in laten gaan. Ik heb [adres 2] voor een periode van vier maanden ter beschikking gesteld aan iemand.

2.

Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 1], [verbalisant 2], [verbalisant 3] en [verbalisant 4] van 18 april 2012, pagina 3208 t/m 3212, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 17 april 2012 hebben wij een onderzoek ingesteld bij perceel [adres 2] te Enschede. Perceel [adres 2] te Enschede is een bedrijfspand. De informatie was dat in het perceel [adres 2] te Enschede een hennepkwekerij zou zitten. Dit bedrijfspand was onderverdeeld in diverse grotere en kleinere ruimtes. Twee van deze ruimtes bleken bij onze komst ingericht en in gebruik te zijn als kweekruimtes voor hennepplanten. De hennepplanten in kweekruimte 1 waren reeds gedeeltelijk geknipt. Deze hennepplanten waren oogstrijp. In kweekruimte 2 werden door ons tien personen aangetroffen, die bezig waren met het knippen van de hennepplanten. Ook deze hennepplanten waren oogstrijp.

De tien knippers werden vervolgens als verdachte aangehouden. Het bleek onder meer te gaan om [verdachte], geboren op [geboortedatum 1].

Kweekruimte 1: deze kweekruimte was geheel ingericht als kweekruimte voor hennepplanten. Een groot gedeelte van de hennepplanten in deze kweekruimte was reeds geknipt.

In de ruimte naast deze kweekruimte stond een watervat, welke kennelijk gebruikt werd voor de irrigatie van de planten. Naast dit watervat stonden diverse volle en half volle vaten en flessen groei- en stimuleringsmiddelen voor planten. In deze kweekruimte was een zogenaamd kweekbed van zwart folie gemaakt. Het kweekbed in kweekruimte 1 was ongeveer 920 centimeter bij ongeveer 265 centimeter groot. De hennepplanten in deze kweekruimte waren of gepoot geweest in potaarde in vierkante bloempotten, welke in het kweekbed stonden. In elke bloempot stond of heeft een hennepplant gestaan. Bij de geknipte hennepplanten stonden de wortelresten nog in de potaarde. In deze ruimte stonden ongeveer 25 hennepplanten op een vierkante meter. In deze kweekruimte (groot ruim 24 vierkante meter) hebben in totaal 568 hennepplanten gestaan, waarvan een gedeelte geknipt was.

Belichting:

Deze hennepplanten werden gelijkelijk belicht door in totaal 33 assimilatielampen van elk 400 Watt. Het betreffen hier nagenoeg allemaal lampen met elk een afzonderlijke trafo. Deze trafo’s hingen elders in de kweekruimte. In totaal hingen hier 42 trafo’s., waarvan 9 behoorden bij kweekruimte 2. De lampen waren met een tijdschakelaar verbonden met het lichtnet. Op deze wijze kon de belichtingstijd van de planten op van tevoren geprogrammeerde wijze, geheel automatisch worden geregeld. De belichtingscyclus was nog ingesteld op een 12-urige cyclus.

Beluchting:

Voor de luchtcirculatie stonden of hingen hier 6 ventilatoren van elk 50 Watt.

In deze ruimte stond een airco van 1400 Watt welke gebruikt werd voor gekoelde luchtcirculatie. De verse lucht werd aangevoerd middels een aanzuigventilator van 850 Watt, gekoppeld aan een flexibele slang naar de zijkant van de kweekruimte en kwam vanuit de bedrijfsruimte zelf. De vervuilde lucht werd middels een afzuigventilator van 1350 Watt, gekoppeld aan twee koolstoffilters, door een flexibele buis via het dak afgevoerd. Verder werd er met CO-2 vervuilde lucht in deze kweekruimte afgezogen door twee aanzuigventilatoren van elk 350 Watt. Deze met C02 vervuilde lucht werd weer ingeblazen in kweekruimte II.

Irrigatie:

De planten in deze kweekruimte werden handmatig van water voorzien middels een dompelpomp van 450 Watt, gekoppeld aan een tuinslang vanuit een watervat in een ruimte naast kweekruimte 1. Dit watervat was nagenoeg geheel gevuld met water, al dan niet vermengd met voedings- c.q. meststoffen.

Kweekruimte 2: deze kweekruimte was geheel ingericht als kweekruimte voor hennepplanten. De hennepplanten in deze ruimte werden op het moment van in inval geknipt of waren reeds geknipt. In deze ruimte werden tien knippers aangehouden, die bezig waren met het knippen.

In de ruimte naast deze kweekruimte stond een watervat, welke kennelijk gebruikt werd voor de irrigatie van de planten. Naast dit watervat stonden diverse volle en half volle vaten en flessen groei- en stimuleringsmiddelen voor planten. In deze kweekruimte was een zogenaamd kweekbed van zwart folie gemaakt. Het kweekbed in kweekruimte 2 was ongeveer 1390 centimeter bij ongeveer 265 centimeter groot. De hennepplanten in deze kweekruimte waren gepoot of waren gepoot geweest in potaarde in vierkante bloempotten, welke in het kweekbed stonden. In elke bloempot, zoals hierboven omschreven heeft een hennepplant gestaan. Bij de geknipte hennepplanten stonden de wortelresten nog in de potaarde. In deze ruimte stonden ongeveer 25 hennepplanten op een vierkante meter. In deze kweekruimte (groot bijna 37 vierkante meter) hebben in totaal 962 hennepplanten gestaan, welke geknipt waren.

Belichting:

Deze hennepplanten werden gelijkelijk belicht door in totaal 42 assimilatielampen van elk 400 Watt. Het betreffen hier nagenoeg allemaal lampen met elk een afzonderlijke trafo. Deze trafo’s hingen elders in de kweekruimte. Negen trafo’s hingen in kweekruimte 1. De lampen waren met een tijdschakelaar verbonden met het lichtnet. Op deze wijze kon de belichtingstijd van de planten op van tevoren geprogrammeerde wijze, geheel automatisch worden geregeld. De belichtingscyclus was nog ingesteld op een 12-urige cyclus.

Beluchting:

Voor de luchtcirculatie stonden of hingen hier 6 ventilatoren van elk 50 Watt. In deze ruimte stond een airco van 1400 Watt welke gebruikt werd voor een gekoelde luchtcirculatie

De verse lucht werd aangevoerd middels een aanzuigventilator van 850 Watt, gekoppeld aan een flexibele slang naar het dak van de kweekruimte en kwam vanuit de bedrijfsruimte zelf.

De vervuilde lucht werd middels een afzuigventilator van 1350 Watt, gekoppeld aan twee koolstoffilters, door een flexibele buis via het de achterwand afgevoerd. Verder werd er met CO-2 vervuilde lucht in deze kweekruimte afgezogen door twee aanzuigventilatoren van elk 350 Watt. Deze met 002 vervuilde lucht werd weer ingeblazen in kweekruimte 1.

Irrigatie:

De planten in deze kweekruimte werden handmatig van water voorzien middels een dompelpomp van 450 Watt, gekoppeld aan een tuinslang vanuit een watervat in een ruimte naast kweekruimte 1. Dit watervat was nagenoeg geheel gevuld met water, al dan niet vermengd met voedings- c.q. meststoffen.

Eerdere oogst:

Een groot gedeelte van de hennepplanten in zowel kweekruimte 1 en alle planten in kweekruimte 2 waren reeds geknipt en geoogst.

Onderzoek en expertise:

Een aantal hennepplanten en resten van hennepplanten zijn door ons voor onderzoek en expertise veiliggesteld. De aangetroffen en in beslaggenomen hennepplanten zijn van de soort cannabis (Cannabis Sativa L). De hennepplanten waren naar schatting 8 weken oud.

De hennepplanten waren niet verkregen uit zaad, doch via ongeslachtelijke vermeerdering. Bij deze methode worden van een moederplant zijscheuten (stekken of klonen) genomen. Deze stekken worden na behandeling met een groeihormoon uitgeplant en gaan spoedig daarna tot wortelvorming over. De op deze wijze verkregen planten groeien daarna op tot volwassen planten met dezelfde eigenschappen als de moederplant. Indien deze geforceerde groeiwijze als bovenomschreven goed wordt toegepast, kunnen de planten in een periode van 6 tot 8 weken oogstrijp zijn.

Conclusie:

Er van uitgaande dat, volgens de landelijke richtlijn, per hennepplant gemiddeld 28,2 gram aan consumptieve marihuana wordt gewonnen, kan worden gesteld dat de opbrengst van de inbeslaggenomen hennepplanten indien de planten normaal volgroeid zouden zijn, vele malen groter zou zijn, dan de in artikel 11, lid 5 van de Opiumwet genoemde 30 gram.

Testen:

Van de aangetroffen hennepplanten c.q. resten van hennepplanten zijn monsters genomen welke zijn getest met de ODV verdovende middelentest voor hasj /marihuana. Deze testen verliepen positief op de aanwezigheid van THC (=Tetrahydrocanabinol), zijnde de werkzame stof in marihuana. Marihuana is afkomstig van de Hennepplant (geslacht cannabis) en staat als zodanig vermeld op lijst II van de Opiumwet.

3.

Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 5] van 28 november 2012, pagina 3008 t/m 3068, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Bakengeqevens van de Nissan Micra [kenteken 2]

Op 12 april 2012 werd er onder de personenauto van [medeverdachte 4], een Nissan Micra voorzien van het kenteken [kenteken 2], plaatsbepalingsapparatuur, een zogenaamd baken, geplaatst.

Selectie op adressen [adres 8], [adres 9] en [adres 2]:

12-04-2012 23:33:16.000 Micra Assan M(ove) [adres 8] Enschede

12-04-2012 23:34:40.000 Micra Assan S(top) [adres 8] Enschede

12-04-2012 23:38:46.000 Micra Assan S [adres 8] Enschede

13-04-2012 01:06:04.000 Micra Assan M [adres 8] Enschede

13-04-2012 14:43:59.000 Micra Assan M [adres 9] Enschede

13-04-2012 14:45:12.000 Micra Assan S [adres 8] Enschede

13-04-2012 14:49:22.000 Micra Assan S [adres 8] Enschede

13-04-2012 15:48:05.000 Micra Assan S [adres 8] Enschede

13-04-2012 16:46:46.000 Micra Assan S [adres 8] Enschede

13-04-2012 17:45:57.000 Micra Assan S [adres 8] Enschede

13-04-2012 19:56:19.000 Micra Assan M [adres 8] Enschede

13-04-2012 19:57:35.000 Micra Assan S [adres 2] Enschede

13-04-2012 20:01:47.000 Micra Assan S [adres 2] Enschede

13-04-2012 21:00:24.000 Micra Assan S [adres 2] Enschede

13-04-2012 21:59:28.000 Micra Assan S [adres 2] Enschede

13-04-2012 22:58:04.000 Micra Assan S [adres 8] Enschede

13-04-2012 23:56:53.000 Micra Assan S [adres 2] Enschede

14-04-2012 00:55:57.000 Micra Assan S [adres 8] Enschede

14-04-2012 01:54:34.000 MicraAssan S [adres 8] Enschede

14-04-2012 02:53:39.000 Micra Assan S [adres 2] Enschede

14-04-2012 03:52:16.000 Micra Assan S [adres 8] Enschede

14-04-2012 04:50:52.000 Micra Assan S [adres 8] Enschede

14-04-2012 05:49:57.000 Micra Assan S [adres 2] Enschede

14-04-2012 06:46:34.000 Micra Assan S [adres 2] Enschede

14-04-2012 07:47:10.000 Micra Assan S [adres 2] Enschede

14-04-2012 08:46:33.000 Micra Assan S [adres 2] Enschede

14-04-2012 09:45:10.000 Micra Assan S [adres 8] Enschede

14-04-2012 10:43:47.000 Micra Assan S [adres 8] Enschede

14-04-2012 11:42:24.000 Micra Assan S [adres 2] Enschede

14-04-2012 12:41:27.000 Micra Assan S [adres 8] Enschede

14-04-2012 13:40:04.000 Micra Assan S [adres 8] Enschede

14-04-2012 14:39:09.000 Micra Assan S [adres 2] Enschede

14-04-2012 15:37:46.000 Micra Assan S [adres 2] Enschede

14-04-2012 16:36:22.000 Micra Assan M [adres 2] Enschede

14-04-2012 17:35:28.000 Micra Assan S [adres 2] Enschede

14-04-2012 18:34:04.000 Micra Assan S [adres 8] Enschede

14-04-2012 19:32:41.000 Micra Assan S [adres 2] Enschede

14-04-2012 19:41:58.000 MicraAssan M [adres 8] Enschede

14-04-201 2 19:43:05.000 Micra Assan M [adres 8] Enschede

14-04-2012 20:24:40.000 Micra Assan M [adres 8] Enschede

14-04-2012 20:25:52.000 Micra Assan S [adres 8] Enschede

14-04-2012 20:29:58.000 Micra Assan S [adres 8] Enschede

14-04-2012 21:28:34.000 Micra Assan S [adres 2] Enschede

14-04-2012 22:27:40.000 Micra Assan S [adres 2] Enschede

14-04-2012 22:52:28.000 Micra Assan M [adres 8] Enschede

15-04-2012 22:04:35.000 Micra Assan M [adres 8] Enschede

15-04-2012 22:05:40.000 Micra Assan S [adres 8] Enschede

15-04-2012 22:09:45.000 Micra Assan S [adres 8] Enschede

15-04-2012 22:50:05.000 Micra Assan M [adres 8] Enschede

Opmerking verbalisant:

Bij bovengenoemde tijdstippen van de bakengegevens moet 2 uur opgeteld worden.

Blijkt dus dat de auto van [medeverdachte 4] op de volgende dagen en tijdstippen heeft stilgestaan aan de [adres 8] te Enschede (in de nabijheid van de hennepkwekerij aan [adres 2])

- 12 april 2012 van 01.33 uur tot 13 april 2012 03.06 uur (2 uur al verrekend)

- 13 april 2012 van 16.43 uur tot 14 april2012 18.36 uur

- 14 april 2012 van 19.35 uur tot 14 april2012 00.52 uur

- 15 april 2012 van 00.04 uur tot 15 april2012 00.50 uur.

4.

Het proces-verbaal verhoor van verdachte [medeverdachte 4] van 14 juni 2012 pagina 3615 t/m 3623, inhoudende, zakelijk weergegeven:

U vraagt mij of ik de hennepkwekerij aan [adres 2] te Enschede ken. Ik ben daar wel eens geweest. Ik was daar ook met anderen. Ik hielp daar met van alles en nog wat. Ik heb daar ook geld voor gekregen. Ik heb dat cash betaald gekregen. Ik weet niet hoe de rolverdeling in de groep was die betrokken was bij deze kwekerij.

5.

Het proces-verbaal verhoor van verdachte [verdachte] van 17 april 2012 pagina 3448 t/m 3449, inhoudende, zakelijk weergegeven:

V: zojuist werd er een hennepplantage aangetroffen in perceel [adres 2] te Enschede. Wat kun je ons daar over verklaren?

A: ik was daar aan het knippen.

6.

De verklaring van verdachte [medeverdachte 4], afgelegd ter terechtzitting, zakelijk weergegeven:

Ik ben daar één of twee keer geweest. Ik heb daar een kwekerij gezien. Ik kwam daar om iets te controleren of zo. Ik kan daar ook wel een keer met iemand anders zijn geweest.