Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2014:891

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
19-02-2014
Datum publicatie
03-03-2014
Zaaknummer
08/700462-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft als leider deelgenomen aan een criminele organisatie en in dat kader gedurende een periode van een half jaar op grote schaal hennep geteeld. Verdachte is al eerder met justitie in aanraking geweest voor druggerelateerde feiten. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van twee jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Team strafrecht

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08/700462-11

Datum vonnis: 19 februari 2014

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte 1],

geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats],

nu uit anderen hoofde verblijvende in de P.I. Veenhuizen.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 8 maart 2013, 15 maart 2013, 4 juni 2013, 22 januari 2014 en 6 februari 2014. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. M.A.P.J.J. Lousberg en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. A.B.G.T. von Bóné, advocaat te Rotterdam, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: (als leider) heeft deelgenomen aan een criminele organisatie;

feit 2: samen met anderen of een ander, dan wel alleen, drugs heeft uitgevoerd en daarin heeft gehandeld;

feit 3: beroepsmatig, samen met anderen of een ander, dan wel alleen, een aantal hennepkwekerijen heeft geëxploiteerd;

feit 4 primair: samen met anderen of een ander, dan wel alleen, zich schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van geld en subsidiair samen met anderen of een ander, dan wel alleen, zich schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van geld.

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2009 tot en met 7 juni 2012 in de gemeente(n) Enschede en/althans (elders) in Nederland, (als leider) heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van:

- het (telkens) opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland brengen, als bedoeld in

artikel 1 lid 5 van de Opiumwet, en/of (telkens) opzettelijk verkopen en/of afleveren

en/of verstrekken en/of vervoeren en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken

en/althans/in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig hebben van (een) (grote)

hoeveelheid/hoeveelheden van een materia(a)l(en) bevattende cocaïne en/althans

(zijnde) cocaïne en/of (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende

lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet

(onder andere zakendossiers 01, 14 en 20), en/of

- het (telkens) opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland brengen, als bedoeld in

artikel 1 lid 5 van de Opiumwet, en/of (telkens) opzettelijk telen en/of bereiden en/of

bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of

vervoeren en/althans/in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig hebben van (een)

hoeveelheid/hoeveelheden van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en

plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn

toegevoegd en/of hennep, zijnde hasjiesj en/of hennep (een) middel(en) als bedoeld in

de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid

van artikel 3a van die wet (zakendossiers 02, 03, 04, 05, 06, 07, 09, 10 en 14), en/of

- het telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weggenemen van (een)

(grote) hoeveelheid/hoeveelheden elektriciteit, in elk geval enig goed geheel of ten dele

toebehorende aan een ander of aan anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)

(zakendossiers 02, 03, 05, 06, 07, 09 en 10), en/of

- het (telkens) witwassen van een of meer (grote) geldbedragen, waarvan verdachte en/of

verdachtes mededader(s) wist(en) en/althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat

dat/die geldbedrag(en) (onmiddellijk of middellijk) afkomstig was/waren uit de uitvoer

en/of verkoop van en/of de handel in cocaïne en/of de teelt en/of de verkoop van en/of

de handel in hasjiesj/hennep en/althans uit enig misdrijf (zakendossier 22), en/of

- het voorhanden hebben van een of meer (vuur)wapen(s) en/of stuk(s) munitie van de

categorie II en/of III als bedoeld in de Wet Wapens en Munitie (zakendossier 13).

2.

hij in de periode van 1 januari 2010 tot en met 7 juni 2012, althans in of omstreeks de periode van 1 december 2011 tot en met 7 juni 2012 in de gemeente(n) Enschede en/of Hengelo (O) en/of en/of Almelo en/of Rotterdam en/althans (elders) in Nederland

tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/althans alleen,

* (telkens) opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld

in artikel 1 lid 5 van de Opiumwet (zakendossier 01), en/of

* (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of

bereid en/of bewerkt en/of verwerkt (onder andere zakendossiers 14 en 20), en/althans/

in elk geval

* (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad (zakendossier 14), (een) (grote) hoeveelheid/

hoeveelheden van een materia(a)l(en) bevattende cocaïne en/of heroïne

(diacetylmorfine), zijnde cocaïne en/of heroïne (een) middel(en) als bedoeld in de bij de

Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a

van die Wet.

3.

hij in of omstreeks de (nader te noemen tijdstippen in de) periode van 1 oktober 2009 tot en met 7 juni 2012 (op/in nader te noemen plaatsen) in het arrondissement Almelo en/althans (elders) in Nederland (in de uitoefening van verdachtes beroep of bedrijf)

tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/althans alleen, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, en/althans/in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep (telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, en wel:

- in of omstreeks de periode van 1 januari 2012 tot en met 17 april 2012 in een pand aan

[adres 1] te Enschede (zakendossier 02), en/of

- in of omstreeks de periode van 1 december 2011 tot en met 12 april 2012 in een pand/

woning aan de [adres 2] te Enschede (zakendossier 03), en/of

- in of omstreeks de periode van 1 januari 2012 tot en met 1 mei 2012 in een pand/woning

aan de [adres 3] te Enschede (zakendossier 04), en/of

- in of omstreeks de periode van 1 februari 2012 tot en met 10 april 2012 in een pand aan

de [adres 4] te Borculo (zakendossier 05), en/of

- in of omstreeks de periode van 1 september 2011 tot en met 20 februari 2012 in een

pand/ woning aan de [adres 5] te Beckum (zakendossier 06), en/of

- in of omstreeks de periode van 1 oktober 2011 tot en met 13 december 2011 in een pand

aan de [adres 6] te Vriezenveen (zakendossier 07); en/of

- in of omstreeks de periode van 22 februari 2010 tot en met 27 augustus 2010 in een

pand aan de [adres 7] te Hengelo (O) (zakendossier 09), en/of

- in of omstreeks de periode van 1 oktober 2009 tot en met 29 december 2009 in een pand

aan de [adres 8] te Aadorp (zakendossier 10).

4.

hij in of omstreeks de periode van 26 januari 2010 tot en met 7 juni 2012, in de gemeente Enschede en/of te Overdinkel in de gemeente Losser en/althans (elders) in Nederland en/althans als Nederlander in Duitsland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/althans alleen (van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt door) (telkens) van een voorwerp, te weten een geldbedrag(en), te weten:

* in de periode van 26 januari 2010 tot en met 13 februari 2012 een of meer

kasstorting(en) (tot een totaalbedrag van euro 33.305,00) op ABN AMRO

bankrekening nr. [rekeningnummer 1] (zie pag 012584/012585), en/of

* in de periode van 23 maart 2011 tot en met 9 maart 2012 een of meer

kasstorting(en) (tot een totaalbedrag van euro 5.850,--) op

Volksbankrekeningnr. [rekeningnummer 2] (zie pag 012621), en/of

* op 21 juli 2011 een bedrag van euro 3.958,49,-- (betreffende contante

betaling inzake de aanschaf van babyartikelen/uitzet, zie pag 012663), en/of

* op 3 december 2010 (een) bedrag(en) van euro 677,-- en/of euro 1.563,99

(betreffende contante betalingen inzake de aanschaf van elektronica

apparatuur, zie pag 012664-012666),en/of

* in de periode van 1 mei 2011 tot en met 7 juni 2011, een of meer

siera(a)d(en), te weten een gouden armband en/of gouden oorringen en/of

een gouden collier en/of een gouden ring,

de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de

verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, althans heeft verborgen en/of

verhuld wie de rechthebbende op die/dat geldbedrag(en) en/of goed(eren) was,

en/of

bovenomschreven geldbedrag(en) en/of goed(eren) heeft verworven en/of

voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of omgezet en/althans van

die/dat geldbedrag(en) en/of goed(eren) gebruik heeft gemaakt,

terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en) dan wel redelijkerwijs kon(den)

vermoeden dat bovenomschreven geldbedrag(en) en/of goed(eren) - onmiddellijk

of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf.

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 4 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, SUBSIDIAIR, ter zake dat

hij in of omstreeks de (nader te nomen) periode(n) van 26 januari 2010 tot en met 7 juni 2012 in de gemeente Enschede en/of te Overdinkel in de gemeente Losser en/althans (elders) in Nederland en/althans als Nederlander in Duitsland tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/althans alleen, op verschillende tijdstippen, in elk geval eenmaal, en wel:

* in de periode van 26 januari 2010 tot en met 13 februari 2012 een of meer

kasstorting(en) (tot een totaalbedrag van euro 33.305,00) op ABN AMRO

bankrekening nr. [rekeningnummer 1] (zie pag 012584/012585), en/of

* in de periode van 23 maart 2011 tot en met 9 maart 2012 een of meer

kasstorting(en) (tot een totaalbedrag van euro 5.850,--) op

Volksbankrekeningnr. [rekeningnummer 2] (zie pag 012621), en/of

* op 21 juli 2011 een bedrag van euro 3.958,49,-- (betreffende contante

betaling inzake de aanschaf van babyartikelen/uitzet, zie pag 012663), en/of

* op 3 december 2010 (een) bedrag(en) van euro 677,-- en/of euro 1.563,99

(betreffende contante betalingen inzake de aanschaf van elektronica

apparatuur, zie pag 012664-012666),en/of

* in de periode van 1 mei 2011 tot en met 7 juni 2011, een of meer

siera(a)d(en), te weten een gouden armband en/of gouden oorringen en/of

een gouden collier en/of een gouden ring,

heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij

en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen

van die/dat aanzienlijk(e) geldbedrag(en) en/of siera(a)d(en) (telkens)

wist(en) dan wel redelijkerwijs kon(den) vermoeden dat het (een) door misdrijf

verkregen geld/goed(eren) betrof.

3 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte van feit 2, feit 3, eerste en zesde gedachtestreepje en feit 4 primair wordt vrijgesproken. Voor de feiten 1, 3 tweede tot en met vijfde, zevende en achtste gedachtestreepje en feit 4 subsidiair heeft de officier van justitie gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, geheel onvoorwaardelijk.

4 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4.2.1. De geldigheid van de dagvaarding

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de dagvaarding nietig is wat betreft feit 1 vierde gedachtestreepje, de criminele organisatie gericht op witwassen. Niet duidelijk zou zijn welke geldbedragen zouden zijn witgewassen en op welke wijze dit zou zijn gedaan. Weliswaar is er ook een beschuldiging van witwassen bij een individuele persoon, maar dat levert nog geen organisatie op.

De officier van justitie heeft zich niet uitgelaten over dit verweer.

De overwegingen van de rechtbank

De rechtbank verwerpt het verweer. In het gehele dossier is zakendossier 22 gewijd aan de beschuldiging tot witwassen. Dit zakendossier wordt ook genoemd bij het vierde gedachtestreepje van feit 1 op de tenlastelegging. Daarnaast wordt zowel verdachte als diens medeverdachte [verdachte 9] ook afzonderlijk het feit van witwassen tenlastegelegd. Daarmee dient de verdediging voldoende duidelijk te zijn waarop bij de tenlastelegging van de criminele organisatie gericht op witwassen wordt gedoeld.

Ook overigens zijn er geen gronden de dagvaarding nietig te achten.

4.2.2. De ontvankelijkheid van de officier van justitie

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De verdediging heeft bepleit dat de officier deels niet-ontvankelijk is in de vervolging van feit 4, het witwassen. Verdachte is in de zaak met parketnummer 08/700182-12 ook al vervolgd voor witwassen in de periode 1 februari 2012 tot en met 20 februari 2012 en is daarvan vrijgesproken. Tegen dit onderdeel van het vonnis is geen hoger beroep ingesteld.

De officier van justitie stelt dat zich op het standpunt dat inderdaad sprake is van een dubbele vervolging als het gaat om luxe goederen, te weten elektronica en babyspullen, en om een sieraad (1 ring).

De overwegingen van de rechtbank

Het verbod van een tweede vervolging zoals dat is neergelegd in artikel 68 Sr is slechts van toepassing als het eerste vonnis onherroepelijk is geworden. Anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het hele vonnis onherroepelijk dient te zijn en dat niet voldoende is dat tegen de bewijsbeslissing van hetzelfde feit geen rechtsmiddel meer openstaat. In de zaak met parketnummer 08/700182-12 loopt nog een beroep in cassatie. Op voorhand is niet uit te sluiten dat het arrest van het hof wordt vernietigd op één van de voorvragen en daarmee ook de bewijsbeslissing zijn betekenis verliest.

Ook overigens zijn er geen gronden de officier van justitie niet-ontvankelijk te verklaren.

5 De beoordeling van het bewijs

Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of de tenlastegelegde feiten bewezenverklaard kunnen worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte de feiten heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

5.1

De vrijspraken die niet in geschil zijn

Evenals de officier van justitie en de verdediging acht de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte sub 2, sub 3 eerste en zesde gedachtestreepje en sub 4 primair is tenlastegelegd. De rechtbank zal hem daarvan vrijspreken.

5.2

Ten aanzien van feit 1: criminele organisatie

5.2.1

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De verdediging stelt dat verdachte niet betrokken is geweest bij de feiten die ten grondslag liggen aan de beschuldiging van deelname aan een criminele organisatie. Er zijn ook geen personen die verklaren over de structuur van de gestelde organisatie. Ten slotte kan verdachte niet hebben deelgenomen aan een organisatie na het moment dat hij op 20 maart 2012 was aangehouden door de politie.

De officier van justitie heeft betoogd verdachte wel deelnam aan een criminele organisatie.

5.2.2

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Van een organisatie is sprake bij een samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en structuur, tussen verdachte en ten minste één andere persoon.

Verdachte wordt samen met medeverdachte [verdachte 2] veroordeeld voor het kweken van hennep in de periode van 1 december 2011 tot en met 10 april 2012, te weten zakendossier 3 [adres 2], Enschede en zakendossier 5 [adres 4], Borculo. Uit de verklaringen van de getuigen [verdachte 3] en [betrokkene 1] is op te maken dat verdachte in deze zaken een leidende rol vervulde. Aan de [adres 2] maakte verdachte de plannen, bepaalde hij de financiële vergoeding en gaf hij instructies over de opbouw. Aan de [adres 4] inspecteerde hij eveneens een kwekerij in opbouw en gaf hij instructies.

In beide gevallen was er sprake van een team van personen dat zich bezighield met de opbouw, kweek en oogst van hennep. Eén van die personen was medeverdachte [verdachte 2], die het pand aan de [adres 4] huurde, in beide kwekerijen hand- en spandiensten verleende en aan de [adres 2] de oogst coördineerde en optrad als gewapende bewaker. Al eerder, in 2010, hadden verdachte en [verdachte 2] samengewerkt, bij een pand aan [adres 7] in Hengelo. Ook dat pand had [verdachte 2] gehuurd. Zij konden dus eind 2011 hun samenwerking eenvoudig voortzetten.

Daarmee bestaat een voldoende structuur en de samenwerking heeft ook enige tijd geduurd. De organisatie was gericht op het exploiteren van hennepkwekerijen en de daarmee gepaard gaande diefstal van elektriciteit. De deelname van verdachte aan de samenwerking stopt niet noodzakelijkerwijs door zijn aanhouding. De rechtbank heeft geen aanwijzingen dat verdachte de samenwerking – na of wegens zijn aanhouding op verdenking van een ander strafbaar feit - heeft beëindigd. Het enkele feit dat verdachte in voorlopige hechtenis verbleef is daartoe onvoldoende.

Volgens de tenlastelegging zou de organisatie ook tot doel hebben de handel in harddrugs, het bezit van vuurwapens en witwassen. Met deze feiten kan verdachte echter niet in verband worden gebracht. Bovendien heeft de rechtbank niet vast kunnen stellen dat de aangetroffen vuurwapens binnen het georganiseerd verband vielen.

5.3

Ten aanzien van feit 3: kweken van hennep

5.3.1

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt vrijgesproken van de hennepkwekerijen aan [adres 1] te Enschede en de [adres 6] te Vriezenveen.

De officier van justitie acht bewezen dat verdachte beroepsmatig betrokken is geweest bij de exploitatie van de kennepkwekerijen aan De [adres 2] te Enschede, de [adres 3] te Enschede, de [adres 4] te Borculo, de [adres 5] te Beckum, de [adres 7] te Hengelo (O) en de [adres 8] te Aadorp.

De verdediging heeft integrale vrijspraak bepleit.

5.3.2

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

ten aanzien van de [adres 2] te Enschede

De rechtbank stelt op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting de volgende feiten vast.

[verdachte 8] heeft verdachte benaderd om in de woning van [verdachte 3] aan de [adres 2] in Enschede een hennepkwekerij op te zetten. Hij is samen met verdachte naar de woning van [verdachte 3] gegaan om die te bekijken. Verdachte zei dat het wel wat kon worden. [verdachte 3] heeft verklaard dat hij zich geen zorgen hoefde te maken, zij zouden het allemaal wel regelen. Vervolgens zijn er verschillende personen in de woning van [verdachte 3] geweest om materialen te brengen en de kwekerij op te zetten. Nadat de kwekerij was opgebouwd is verdachte nogmaals wezen kijken om te bezien of alles in orde was. Hij heeft een dag later een ventilator geplaatst, omdat dat volgens hem nodig was. Ook heeft hij de tijden ingesteld voor de lampen. Op 12 april 2012 is door de politie de hennepkwekerij geruimd.

Op grond van vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte betrokken is geweest bij de exploitatie van de hennepkwekerij aan de [adres 2] in Enschede.

ten aanzien van de [adres 10] te Enschede

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte betrokken is geweest bij de exploitatie van een hennepkwekerij op dit adres. Het dossier biedt weliswaar aanwijzingen voor een kwekerij op dit adres, maar er is feitelijk geen kwekerij aangetroffen en een onderbouwing voor de datering van de aangetroffen sporen ontbreekt.

ten aanzien van de [adres 4] te Borculo

De rechtbank stelt op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting de volgende feiten vast.

[betrokkene 1] verklaart dat zij samen met verdachte in het pand aan de [adres 4] in Borculo is geweest. Zij heeft van verdachte gehoord dat ze bezig waren met het opbouwen van een kwekerij en hij wilde zien hoe ver ze waren. Zij zag buizen en draden (kabels) op de vloer liggen en zwart plastic, een soortvloerbedekking. Verder zag zij een grote zwarte tent en lampen en afzuigkappen. Ook lagen er kisten. Zij vroeg aan verdachte wat daarin zat en zij hoorde hem zeggen: “Tenten”. Zij heeft daar verder twee rijen met zwarte plantenpotten gezien. Zij verklaart verder dat verdachte de jongens instructies heeft gegeven over de verdere werkzaamheden. Zij weet nog dat hij aan de jongens heeft gezegd dat zij de afzuiging op een bepaalde manier moesten plaatsen, dat had te maken met de luchtafvoer naar buiten. Zij hoorde hem tegen de jongens zeggen dat het er goed uit zag.

Zij had van verdachte gehoord dat hij naar de jongens moest gaan om hen instructies te geven. De jongens waren toen nog aan het bouwen met de kwekerij.

[getuige 2] verklaart dat hij het pand aan de [adres 4] per 1 februari 2012 heeft verhuurd aan [verdachte 2] en uit de historische verkeersgegevens blijkt dat de telefoon van verdachte op 1 februari 2012 in de buurt was van het pand aan de [adres 4] te Borculo.

Op grond van vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte betrokken is geweest bij de exploitatie van de hennepkwekerij aan de [adres 4] te Borculo.

ten aanzien van [adres 5] te Beckum

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte betrokken is geweest bij de exploitatie van een hennepkwekerij op dit adres. Er is sms-verkeer tussen verdachte en [betrokkene 6] Abali op het moment dat de telefoon van verdachte in de buurt is van dit perceel, maar niet bekend is of er op dat moment is geoogst. [verdachte 5] ontkent expliciet. Verdachte en [verdachte 5] hebben contact waarbij verdachte onder meer zegt dat de jongens eraan komen. Op die dagen, te weten op 6 en 7 januari 2012 is er echter geen telefoon van verdachte geregistreerd in de omgeving van het pand.

ten aanzien van [adres 7] te Hengelo (O)

De rechtbank stelt op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting de volgende feiten vast.

Op vrijdag 27 augustus 2010 is een hennepkwekerij aan de [adres 7] in Hengelo (O) ontmanteld. Door [verdachte 2] is verklaard dat hij deze kwekerij op zich heeft genomen voor verdachte. De stekken kwamen van de growshop waar verdachte werkzaam was. De kwekerij is opgericht door en voor verdachte. [verdachte 2] had met verdachte afgesproken dat verdachte de rekeningen van Enexis voor [verdachte 2] zou betalen en dat [verdachte 2] een bepaald bedrag van verdachte zou krijgen voor het op zich nemen van de kwekerij.

Verder is in de kwekerij een sigarettenpeuk gevonden met daarop DNA dat past bij het DNA van verdachte.

Op grond van vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte betrokken is geweest bij de exploitatie van de hennepkwekerij aan de [adres 7] in Hengelo (O).

ten aanzien van de [adres 8] te Aadorp

De rechtbank acht ook hier niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte betrokken is geweest bij de exploitatie van deze kwekerij. De verklaring die [verdachte 6] aflegt is weliswaar belastend, maar verder steunbewijs ontbreekt in het dossier. Het feit dat verdachte en [verdachte 7] het pand zouden hebben gehuurd aan de [adres 8] te Aadorp betekent niet zonder meer dat zij medeschuldig zijn aan de hennepkwekerij die daar gevonden is.

5.4

Ten aanzien van feit 4: witwassen en heling

5.4.1

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie acht bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het sub 4 subsidiair tenlastegelegde en wel in de vorm van schuldheling.

De verdediging heeft vrijspraak bepleit.

5.4.2.

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

De rechtbank stelt op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting de volgende feiten vast.

De tenlastelegging betreft het witwassen of helen van specifieke geldbedragen en/of voorwerpen. Uit de bewijsmiddelen valt echter naar het oordeel van de rechtbank niet af te leiden dat deze bedragen en/of voorwerpen direct of indirect zijn verkregen uit een misdrijf. De politie gaat uit van gezamenlijk loon ten bedrage van gemiddeld € 3092 netto per maand dat door verdachte en zijn levenspartner zou zijn verdiend voor de werkzaamheden die zij hebben verricht voor growshop [bedrijf 1]. De rechtbank is van oordeel dat deze loonbetalingen de stortingen zou kunnen verklaren, terwijl andere bedragen en/of voorwerpen die in de tenlastelegging worden genoemd uit legale inkomsten te verklaren zouden kunnen zijn.

De rechtbank zal verdachte daarom eveneens vrijspreken van hetgeen aan verdachte onder feit 4 primair en subsidiair is tenlastegelegd.

5.5

De conclusie

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte sub 1 eerste, vierde en vijfde gedachtestreepje, sub 2, sub 3 eerste, derde, vijfde, zesde en achtste gedachtestreepje en sub 4 primair en subsidiair is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het sub 1 tweede en derde gedachtestreepje, sub 3 tweede, vierde en zevende gedachtestreepje, tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 1 december 2011 tot en met 7 juni 2012 in Nederland, als leider heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van:

- het telkens opzettelijk telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of

vervoeren van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen

van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hennep een

middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II en

- het telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening wegnemen van

(grote) hoeveelheden elektriciteit, toebehorende aan een ander of aan anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededaders.

3.

hij in de periode van 22 februari 2010 tot en met 12 april 2012 in nader te noemen plaatsen in het arrondissement Almelo en elders in Nederland, in de uitoefening van verdachtes beroep of bedrijf, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft geteeld, een groot aantal hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, en wel:

- in de periode van 1 december 2011 tot en met 12 april 2012 in een woning aan de

[adres 2] te Enschede (zakendossier 03), en

- in de periode van 1 februari 2012 tot en met 10 april 2012 in een pand aan de

[adres 4] te Borculo (zakendossier 05), en

- in de periode van 22 februari 2010 tot en met 27 augustus 2010 in een pand aan de

[adres 7] te Hengelo (O) (zakendossier 09).

De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte sub 1 tweede en derde gedachtestreepje, sub 3 tweede, vierde en zevende gedachtestreepje meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het sub 1 bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij artikel 140 Sr. Het sub 3 tweede, vierde en zevende gedachtestreepje is strafbaar gesteld bij de artikelen 11 Opiumwet jo. 47 Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1 tweede en derde gedachtestreepje het misdrijf: als leider deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven;

feit 3 tweede, vierde en zevende gedachtestreepje het misdrijf: in de uitoefening van een beroep of bedrijf medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.

7 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

8 De op te leggen straf of maatregel

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

Verdachte heeft als leider deelgenomen aan een criminele organisatie en in dat kader gedurende een periode van een half jaar op grote schaal hennep geteeld. Het op professionele wijze kweken van deze drugs neemt hand over hand toe, terwijl de kwaliteit van de werkzame stof van deze drugs steeds verder wordt verbeterd. Het spreekt voor zich dat het kweken van een softdrug als hennep een strafbaar feit is dat overlast veroorzaakt en schade voor de maatschappij oplevert. Softdrugs zijn immers stoffen die bij langdurig gebruik kunnen leiden tot schade aan de lichamelijke en geestelijke gezondheid. Voorts leveren hennepkwekerijen, waarbij veelal op illegale wijze elektriciteit wordt onttrokken aan het net en de elektrische installatie ondeskundig is aangelegd, (brand)gevaar op voor de omgeving. Dit is des te kwalijker, nu één van de kwekerijen is aangetroffen in een woning. Verdachte heeft zich kennelijk om deze gevolgen niet bekommerd en heeft slechts gehandeld uit winstbejag, hetgeen de rechtbank hem aanrekent

Door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht zijn weliswaar oriëntatiepunten vastgesteld voor hennepkwekerijen, maar nu verdachte in het kader van een georganiseerd verband heeft gehandeld zijn deze oriëntatiepunten niet toepasbaar op onderhavige feiten. De rechtbank zal de strafoplegging in soortgelijke zaken bij haar overwegingen betrekken.

De rechtbank heeft verder rekening gehouden met een verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie waaruit blijkt dat verdachte eerder in verband met druggerelateerde feiten met justitie in aanraking is geweest.

Bij de straftoemeting heeft de rechtbank in rekening gebracht het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 20 november 2013, bij welk arrest verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de tijd van vier jaren.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 2 jaar passend is.

9 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 57, 63 en 91 Sr.

10 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

  • -

    verklaart niet bewezen dat verdachte het sub 1 eerste, vierde en vijfde gedachtestreepje, sub 2, sub 3 eerste, derde, vijfde, zesde en achtste gedachtestreepje en sub 4 primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

  • -

    verklaart bewezen, dat verdachte het sub 1 tweede en derde gedachtestreepje, sub 3 tweede, vierde en zevende gedachtestreepje tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte sub 1 tweede en derde gedachtestreepje, sub 3 tweede, vierde en zevende gedachtestreepje meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

    feit 1 het misdrijf: als leider deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven;

  • -

    feit 3 tweede, vierde en zevende gedachtestreepje het misdrijf: in de uitoefening van een beroep of bedrijf medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

  • -

    verklaart verdachte strafbaar voor het onder sub 1 tweede en derde gedachtestreepje, sub 3 tweede, vierde en zevende gedachtestreepje bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 2 (twee) jaren.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.E. van Wees, voorzitter, mr. E. Venekatte en

mr. M.A.H. Heijink, rechters, in tegenwoordigheid van J. Last, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2014.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie Twente, unit regionale tactische recherche, team tactische recherche, Assan-team met nummer 2012056303. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

Wanneer in de bewijsmiddelen wordt gesproken over foto’s dan betreft dit – tenzij anders wordt vermeld – het in de ordner ‘Resume PV Assan-team’ als bijlage bij dat ambtsedige proces-verbaal gevoegde fotoboek van verdachten. In dat fotoboek is een inhoudsopgave opgenomen waarin staat vermeld welke foto van welke verdachte in dat fotoboek is opgenomen. In die gevallen waarin het bewijsmiddel zelf niet vermeldt wie volgens het fotoboek op de getoonde foto is afgebeeld, zal de rechtbank dit zelf doen. Zij brengt dit tot uitdrukking door toevoeging in het bewijsmiddel (achter het fotonummer) van de tekst: “de rechtbank stelt vast (…)”, gevolgd door de naam van de persoon die staat afgebeeld op de uit het fotoboek afkomstige foto. Die vaststelling door de rechtbank is gebaseerd op de als bijlage bij het voornoemde ambtsedige resumé proces-verbaal gevoegde fotoboek van verdachten.

Ten aanzien van feit 1 en feit 3 tweede gedachtestreepje ([adres 2]):

1.

Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte 3] van 17 juli 2012, pagina’s 4479 tot en met 4481, inhoudende, zakelijk weergegeven:

’s avonds kwam [verdachte 8] samen met een voor mij onbekend persoon aan de deur. [verdachte 8] noemde hem bij naam. Hij noemde hem [verdachte 1].

Ze waren nog geen 20 of 30 seconden binnen in mijn woonkamer toen [verdachte 1] zei dat hij boven ging kijken. Ze liepen direct door naar boven, [verdachte 1] voorop, [verdachte 8] erachter en ik enkele treden later.

Ik voelde mij overrompeld. Het ging mij allemaal te snel. Ik voelde mij toen al geen baas meer over mijn eigen woning. Ze liepen eerst naar de zolder. [verdachte 1] was aan het kijken, aan het meten. Hij zei: “het loopt allemaal schuin hier. Dat levert niets op. Dat wordt hem niet. Er moet een kamertje bij”. [verdachte 1] met [verdachte 8] er achteraan liep toen naar de slaapkamer aan de voorzijde. [verdachte 1] zei dat het zo wel wat zou worden, dat hij er wel wat van kom maken en dat we er nog wel wat aan over zouden houden. 4000 of 5000 moest wel lukken. Dat was voor mij. Ik hoefde mij geen zorgen te maken. Zij zouden het allemaal regelen. Een dag of vier later belde [verdachte 8] mij op dat ze morgen langs zouden komen. De dag erna kwam de man die ik gisteren aangewezen heb op foto 15 – de rechtbank stelt vast [verdachte 7] – met een witte bestelbus dozen brengen. Deze dozen heb ik samen met hem in de garage gezet. De man is toen naar boven gelopen en heeft de boel opgemeten en gekeken wat er nog meer nodig was. De man is in beide ruimtes geweest. Een dag of twee dagen later kwam de man weer om de rest te brengen. Hij bracht toen alles op elektrisch gebied, lampen, kabels, ventilatoren, plastic, hout. Hij was toen weer met die bus. Direct de dag erna is de elektricien met ‘[bijnaam]’ gekomen. Zij hebben samen de kwekerij opgebouwd. Hierna kwam [verdachte 1] de boel bekijken en hij zag dat er nog dingen moesten gebeuren. Er moest volgens [verdachte 1] nog een ventilator bijgeplaatst worden. De dag erop is [verdachte 1] weer gekomen. Hij heeft toen een ventilator geplaatst op zolder. Hij heeft ook bij de schakelkast gezeten. Hij heeft de tijden ingesteld voor de lampen.

2.

Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte 8] van 13 september 2012, pagina’s 4655 tot en met 4657, inhoudende, zakelijk weergegeven:

[verdachte 3] wilde een hennepkwekerij in zijn woning. Ik heb vervolgens [verdachte 1] gebeld. Ik had nog schulden bij [verdachte 1]. Ik wist dat [verdachte 1] zich bezig hield met kwekerijen. Het zou heel goed kunnen dat ik samen met [verdachte 1] naar de woning van [verdachte 3] ben gegaan aan de [adres 2] in Enschede. [verdachte 1] en [verdachte 3] deden alles achter mijn rug om. In het begin ging het contact via mij, maar later niet meer. Ik ben er tussenuit gewerkt. [verdachte 1] heeft deze hennepkwekerij gefinancierd.

3.

Het proces-verbaal van verhoor van getuige [betrokkene 1] van 18 september 2012, pagina’s 4731, 4736 en 4737, inhoudende, zakelijk weergegeven:

In 2007 had ik een relatie met [verdachte 1]. Ik noem hem verder in mijn verklaring [verdachte 1]. Ik ben samen met [verdachte 1] naar hokken geweest die in Borculo en Glanerbrug waren. De kwekerij in Glanerbrug was in een rijtjeswoning op een bovenetage. Ik ben daar twee keer geweest. Dat moet eind februari 2012 zijn geweest. Daar was ook een Syrische man, die volgens mij [betrokkene 3] heette. Ik hoorde dat [verdachte 1] twee keer een trap naar boven opliep. Voordat [verdachte 1] en [betrokkene 3] naar boven liepen hoorde ik [betrokkene 3] zeggen “het stoort”. U toont mij een aantal foto’s van een woning. Ik herken de woning die op de foto staat afgebeeld als zijnde de woning waar ik over verklaard heb. Het betreft de woning in Glanerbrug waar de kwekerij is geweest en waar [verdachte 1] en [betrokkene 3] elkaar hebben ontmoet. Ik hoor u het adres aanduiden als [adres 2].

4.

Het proces-verbaal van aangifte van [getuige 1] van 8 mei 2012, pagina’s 4364 tot en met 4366, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Namens Enexis B.V. gevestigd Burg. Burgerslaan 40 in Rosmalen ben ik, [getuige 1], in dienstbetrekking als Medewerker Fraudebestrijding, uit hoofde van mijn functie bevoegd om aangifte te doen bij de politie. Enexis B.V. transporteert en distribueert energie naar particulieren en bedrijven, waaronder naar de contractant van perceel [adres 2] in Enschede. Enexis B.V. heeft samen met een persoon genaamd [verdachte 3] een overeenkomst betreffende aansluiting en transport van elektriciteit naar bovengenoemd perceel. Op verzoek van politieambtenaar [verbalisant 1] van korps Twente is op 12 april 2012 door fraude-inspecteur [inspecteur] van Enexis B.V. een onderzoek ingesteld naar de meetinrichting in bovengenoemd perceel. De fraude-inspecteur constateerde op 12 april 2012 verboden handelingen aan de elektriciteitsinstallatie en trof het volgende aan: illegale aftakking gemaakt op de aansluitkabel binnen, deksel van de aansluitkast open, installatie bestaat gedeeltelijk uit buigzame leidingen, ondeugdelijke beveiliging tegen direct en indirecte aanraking en onvoldoende beveiliging tegen kortsluiting. De eerdergenoemde fraude-inspecteur zag dat de hoofdbeveiliging ten behoeve van de elektrische installatie verzwaard was. Contractueel hoort er 3 x 25 ampère in te zitten. Hij zag dat er nu een illegale aftakking zat voor de hoofdzekeringen en zodoende was de installatie onbeperkt gezekerd. Door voorstaande werd schade en hinder veroorzaakt aan Enexis B.V. omdat de juiste tarievenregeling niet kon worden toegepast. Voorts was het gelijktijdige af te nemen vermogen van de getransporteerde elektriciteit niet meer in overeenstemming met de installatie. Door de manipulatie werd afgenomen elektriciteit ten behoeve van de hennepplantage niet correct via de elektriciteitsmeter geregistreerd. Uit het door Enexis B.V. ingestelde onderzoek is gebleken dat er een hennepplantage was ingericht in bovengenoemd perceel. Naar aanleiding van deze inventarisatie en het door Enexis B.V. ingestelde onderzoek is door mij een berekening gemaakt waaruit blijkt dat er minimaal 43.641 kWh illegaal is afgenomen (weggenomen) ten behoeve van de hennepplantage.

Het totaalbedrag dat de contractant hierdoor aan Enexis B.V. verschuldigd is, bedraagt € 4.376,05 vrij van BTW. Niemand had het recht of de toestemming van Enexis B.V. om het zegel te verbreken of wijziging in de bedrading aan te brengen. Niemand is gerechtigd de elektra, zijnde eigendom van Enexis B.V. op deze wijze weg te nemen en zich toe te eigenen.

5.

Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] van

13 april 2012 pagina’s 4336 t/m 4340, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op donderdag 12 april 2012 werd onze assistentie verzocht, omdat het vermoeden bestond, dat in perceel [adres 2] te Enschede een hennepkwekerij zou zijn. Perceel [adres 2] in Enschede is een twee-onder-één-kap woning. Eén van de slaapkamers aan de voorzijde van de woning was in gebruik als kweekruimte voor hennepplanten. Eén slaapkamer aan de achterzijde was in gebruik als opslagruimte voor kweekbenodigdheden voor een hennepkwekerij. De tweede verdieping is de zolderverdieping. Deze zolderruimte was ook geheel in gebruik als kweekruimte voor hennepplanten. De hennepplanten in de kweekruimte op de eerste verdieping (kweekruimte 1) waren reeds geknipt en geoogst. De kweekruimte op zolder (kweekruimte 2) was nog in werking.

De hennepplanten in deze kweekruimte waren ongeveer acht weken oud en waren nagenoeg oogstrijp.

Kweekruimte 1:

In deze ruimte hingen of stonden voor de verwarming twee kachels van 3000 Watt en een kachel van 2000 Watt. In deze kweekruimte was een zogenaamd kweekbed van folie gemaakt. Dit kweekbed was ongeveer 325 centimeter bij ongeveer 300 centimeter groot. De hennepplanten in deze kweekruimte waren gepoot geweest in potaarde in vierkante bloempotten, die in het kweekbed stonden. Die bloempotten hadden een doorsnede van 25 bij 25 centimeter met een hoogte van 26 centimeter. In elke bloempot heeft een hennepplant gestaan. De wortelresten stonden nog in de potaarde. In deze ruimte stonden ongeveer 16 planten per vierkante meter. In deze kweekruimte (ruim 9,5 vierkante meter groot) hebben in totaal 131 hennepplanten gestaan. Deze hennepplanten werden gelijkelijk belicht door in totaal 12 assimilatielampen van elk 600 Watt. Het betreffen hier lampen met elk een afzonderlijke trafo. Deze trafo’s hingen op de wand van de overloop op de trapwand naar kweekruimte 2. De lampen waren met een tijdschakelaar verbonden met het lichtnet. Op deze wijze kon de belichtingstijd van de planten op van tevoren geprogrammeerde wijze, geheel automatisch worden geregeld. De belichtingscyclus was ingesteld op een 12-urige cyclus.

Voor de luchtcirculatie stond hier een hangende ventilator van 50 Watt. De verse lucht werd aangevoerd middels een aanzuigventilator van 95 Watt, gekoppeld aan een flexibele slang. De verse lucht werd aangezogen door een slaapkamerraam op de eerste verdieping aan de achterzijde van de woning. De vervuilde lucht werd middels een afzuigventilator van 850 Watt, gekoppeld aan een koolstoffilter, door een flexibele buis via de slaapkamer aan de achterzijde afgevoerd. De planten in deze kweekruimte werden kennelijk handmatig van water voorzien.

Kweekruimte 2:

Deze ruimte was geheel ingericht als kweekruimte voor hennepplanten en stond ook nog vol met nagenoeg oogstrijpe hennepplanten. Deze hennepplanten waren tussen de 100 en 120 centimeter hoog en waren naar schatting 8 weken oud. In deze ruimte hingen of stonden voor de verwarming twee kachels van 2000 Watt. In deze kweekruimte was een zogenaamd kweekbed van folie gemaakt. Het kweekbed was ongeveer 600 centimeter bij ongeveer 350 centimeter groot. De hennepplanten waren gepoot geweest in potaarde in vierkante bloempotten, die in het kweekbed stonden. Deze vierkante bloempotten hadden een doorsnede van 25 bij 25 centimeter met een hoogte van 26 centimeter. In elke bloempot stond een hennepplant. In deze ruimte stonden ongeveer 16 planten per vierkante meter. In deze kweekruimte (ongeveer 21 vierkante meter groot) stonden in totaal 299 hennepplanten. Deze hennepplanten werden gelijkelijk belicht door in totaal 24 assimilatielampen van elk 600 Watt. Het betreffen hier lampen met elk een afzonderlijke trafo. Deze trafo’s hingen op de wand van de overloop op de trapwand naar kweekruimte 2. De lampen waren met een tijdschakelaar verbonden met het lichtnet. Op deze wijze kon de belichtingstijd van de planten op van tevoren geprogrammeerde wijze, geheel automatisch worden geregeld. De belichtingscyclus was ingesteld op een 12-urige cyclus. Voor de luchtcirculatie hingen hier twee hangende ventilatoren van 50 Watt en stond hier een ventilator van 50 Watt. De verse lucht werd aangevoerd middels een aanzuigventilator van 95 Watt gekoppeld aan een flexibele slang. De verse lucht werd aangezogen via het dak van de woning. De vervuilde lucht werd middels een afzuigventilator van 1350 Watt, gekoppeld aan twee koolstoffilters, door een flexibele buis via de slaapkamer aan de achterzijde afgevoerd.

In de kweekruimte stonden twee rechthoekige watervaten. Deze watervaten hadden de doorsnede van 78 centimeter bij 62 centimeter. Dit watervat was 83 centimeter hoog. De planten werden kennelijk handmatig van water voorzien middels twee dompelpompen van elk 550 Watt middels tuinslangen vanuit de twee watervaten. De watervaten waren nagenoeg geheel gevuld met water, al dan niet vermengd met voedings- c.q. meststoffen.

De aangetroffen en inbeslaggenomen hennepplanten zijn van de soort cannabis (Cannabis Sativa L). De hennepplanten waren niet verkregen uit zaad, doch via ongeslachtelijke vermeerdering. Bij deze methode worden van een moederplant zijscheuten (stekken of klonen) genomen. Deze stekken worden na behandeling met een groeihormoon uitgeplant en gaan spoedig daarna tot wortelvorming over. De op deze wijze verkregen planten groeien daarna op tot volwassen planten met dezelfde eigenschappen als de moederplant. Indien deze geforceerde groeiwijze als bovenomschreven goed wordt toegepast, kunnen de planten in een periode van 6 tot 8 weken oogstrijp zijn.

Er van uitgaande dat, volgens de landelijke richtlijn, per hennepplant gemiddeld 28,2 gram aan consumptieve marihuana wordt gewonnen, kan worden gesteld dat de opbrengst van de inbeslaggenomen hennepplanten indien de planten normaal volgroeid zouden zijn, vele malen groter zou zijn, dan de in artikel 11 lid 5 van de Opiumwet genoemde 30 gram.

Van de aangetroffen hennepplanten c.q. resten van hennepplanten en THC houdend stof zijn monsters genomen die zijn getest met de ODV verdovende middelentest voor hasj/marihuana. Deze test verliep positief op de aanwezigheid van THC, zijnde de werkzame stof in marihuana. Marihuana is afkomstig van de hennepplant (geslacht; cannabis) en staat als zodanig vermeld op lijst II van de Opiumwet.

Ten aanzien van feit 1 en feit 3 vierde gedachtestreepje ([adres 4]):

1.

Het proces-verbaal verhoor van getuige [getuige 2] van 13 april 2012, pagina 5652 t/m 5653, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik ben beheerder van [bedrijf 2]. Dit is een beleggingsbedrijf. Twee jaren geleden heeft mijn vader uit naam van het bedrijf een bedrijfsunit gekocht aan de [adres 4] te Borculo.

Eind januari 2012 kwam [verdachte 2] bij mij. Hij vertelde mij dat hij de bedrijfsunit wilde huren. Wij spraken met hem een huurprijs af van € 1250,- per maand en dat hij het pand kon huren met ingang van 1 februari 2012.

2.

Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 7] van 16 april 2012, pagina 5573 t/m 5574, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Tussen 10 april 2012 omstreeks 09:30 uur en 10 april 2012 omstreeks 13:30 uur, heb ik een onderzoek ingesteld waarbij het volgende is bevonden.

Naar aanleiding van een Meld Misdaad Anoniem (MMA) melding is er een onderzoek

gestart naar een hennepplantage in het pand [adres 4] te Borculo. Hier is een

warmtemeting verricht en hier is een verhoogde warmte gemeten.

Op dinsdag 10 april 2012 om 09:30 uur ben ik verbalisant, vergezeld van 4 collega’s

het bedrijfspand aan de [adres 4] binnengegaan. Bij liet betreden van het pand voelden we dat de luchtvochtigheid en temperatuur hoger waren. Ook roken wij bij binnenkomst een lucht die ik, verbalisant, herkende als een henneplucht.

Achter in het bedrijfspand werd een professioneel inwerking zijnde hennepkwekerij

aangetroffen. De hennepkwekerij was ingericht in vijf aan elkaar geschakelde kweektenten. Deze tenten hebben elk een afmeting van circa 3x6 meter.

Alle hennepplanten waren afzonderlijk in een pot met aarde gezet. De hennepplanten hadden een typisch lancetvormig blad en hadden een typische lucht die de hennepplant kenmerkt.

Totaal zijn de volgende goederen in de hennepkwekerij aangetroffen:

- 1500 hennepplanten van circa 3 weken oud.

- 89 lampen met geintegreerde trafo’s.

- 2 schakelborden.

- 8 grote koolstoffilter

- 6 slakkenhuizen

- 7 ventilatoren

- 4 kachels

- 2 dompelpompen

- 5 hygrometers

Alle goederen waren erg schoon en vrijwel nieuw. Er was geen kalk en/of stofaanslag

op armaturen en/of andere goederen. Voor de luchtafzuiging waren er in het dak van het pand twee gaten gemaakt. Op deze gaten waren twee slagen aangesloten.

3.

Het proces-verbaal van aangifte van [betrokkene 4] van 18 april 2012, pagina’s 5585 t/m 5587, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Pleegplaats: Borculo

Adres: [adres 4]

Namens Liander N.V. ben ik, [betrokkene 4], in dienstbetrekking als administratief

medewerker bij Liander N.V., afdeling Energiefraude, gevestigd Coenensparkstraat 25 te Zutphen, uit hoofde van mijn functie bevoegd om aangifte te doen bij de politie. Liander N.V. transporteert en distribueert energie naar particulieren en bedrijven, waaronder naar de contractant van bovengenoemd perceel. Liander N.V. heeft vanaf 22 februari 2012 met een persoon genaamd [getuige 2] een overeenkomst betreffende aansluiting en transport van elektriciteit naar bovengenoemd perceel. Op verzoek van Liander N.V. is in samenwerking met de politie te Borculo op 10 april 2012 door fraudespecialist (M 10) van Liander N.V., een onderzoek ingesteld naar de aansluiting, waaronder de meetinrichting die eigendom is van Liander N,V. en die zich bevindt in bovengenoemd perceel. De fraudespecialist (M 10) constateerde op 10 april 2012 verboden handelingen aan de elektriciteitsinstallatie en trof het volgende aan: het deksel van de huisaansluitkast was niet meer aanwezig was op de huisaansluitkast. Ook zag hij dat aan de onderzijde van de zekeringhouders een

illegale 3 fasen elektriciteitsaansluiting was gemaakt. Hij zag dat deze illegale 3 fasen

elektriciteitsaansluiting buiten de elektriciteitsmeter om liep naar de hennepplantage en deze voorzag van elektriciteit. Door de manipulatie werd de afgenomen elektriciteit ten behoeve van de hennepplantage niet via de elektriciteitsmeter geregistreerd. Uit het door Liander N.V. ingestelde onderzoek is gebleken dat er een hennepplantage was ingericht in bovengenoemd perceel in ieder geval in de periode van maart 2012 tot 10 april 2012. Naar aanleiding van deze inventarisatie en het door Liander N.V. ingestelde onderzoek is door mij een

berekening gemaakt waaruit blijkt dat er minimaal 16.041 kWh illegaal is afgenomen (weggenomen) ten behoeve van de hennepplantage. Het totaalbedrag dat de contractant hierdoor aan Liander N.V. verschuldigd is, bedraagt € 3.069,62 inclusief BTW.

Niemand had het recht of de toestemming van Liander N.V. om het zegel te verbreken of wijziging in de bedrading aan te brengen. Niemand is gerechtigd de elektra, zijnde eigendom van Liander N.V. op deze wijze weg te nemen en zich toe te eigenen.

4.

Het proces-verbaal verhoor van verdachte [verdachte 2] van 14 juni 2012, pagina 5732 t/m 5737, inhoudende, zakelijk weergegeven:

V: wat kun je ons over de locatie in Borculo vertellen.

A: ik ben er wel eens geweest. Als ik er kwam dan was het ‘s nachts. Twee maanden geleden is het pand volgens mij opgerold.

V: kun je ons iets vertellen over het aantal plantjes dat daar stond?

A: ik ben er twee keer binnen geweest. Er stonden kweektenten binnen. Toen ik er was, heb ik geen planten gezien. Ik was er alleen ter voorbereiding. Dus het systeem voor de kweek in orde maken. Ik heb dit pand op naam gezet omdat ik schulden had en ik wilde één keer oogsten. Ik had namelijk een schuld van de kwekerij in Hengelo van 10.000 euro en die wilde ik aflossen. Iemand heeft mij gevraagd om dit pand op naam te zetten. Dit was in ieder geval voor april. Ik kreeg 1250 euro in contanten van een persoon en dat was voor de huur. Dit heb ik aan de pandeigenaar betaald. De persoon die mij vroeg het pand te huren en op mijn naam te zetten, is een kennis van mij. Hij heeft zelf het pand niet op naam gezet, omdat hij dat niet wilde. Zo gaat in die deze wereld van de hennepkweek. Ik zou 10.00 (rechtbank 10.000) euro krijgen van de persoon, zodat ik mijn schuld kon aflossen.

V: wie hadden er allemaal een sleutel/toegang tot het pand?

A: ik niet. Ik reed altijd met iemand mee of ik reed zelf. Ik beschikte niet over de sleutel, want ik had niet de behoefte om dat ding te hebben. De persoon die met mij meeging of met wie ik meeging, zou de kwekerij verzorgen.

V: hoe vaak kwam je zelf in het pand?

A: twee keer geweest. De eerste keer dat ik kwam stond er één kweektent. Het was wel een grote ruimte. Met een tent is er niet veel ruimte nodig denk ik. In die tent kunnen ongeveer 250/300 planten, weet ik uit ervaring.

V: welk vervoermiddel gebruikte je om bij deze kwekerij te komen.

A: met de auto. We gingen dan met mijn auto. De ene keer reed ik en de andere keer reed de ander. De keren dat ik ging, ging ik altijd met dezelfde persoon in de Nissan Micra. Ik heb één keer wat dingen meegenomen.

V: je hebt al verklaard dat je werkzaamheden heb verricht bij deze kwekerij. Waar bestonden deze werkzaamheden uit?

A: ik heb er materiaal naar toe gebracht. Ik denk dat dat was voor het inrichten van de loods. Ik wilde dat het pand zo snel mogelijk werd ingericht zodat ik zo snel mogelijk mijn geld kreeg.

Ik bracht daarom de spullen en het andere team zou de inrichting gaan doen, is mij verteld door de persoon die mij vroeg om het pand te huren.

V: wie gaf jou de opdracht hiervoor?

A: alle verzoeken die ik heb gekregen om te doen in het kader van de kwekerij in Borculo kwamen van een en dezelfde persoon. Dat was de persoon die mij vroeg het pand te huren en de huur op naam te zetten.

Ik heb nooit met anderen gesproken dan de persoon met wie ik naar de kwekerij in Borculo reed en de persoon die mij vroeg het pand te huren en de huur op naam te zetten.

5.

Het proces-verbaal verhoor van getuige [betrokkene 1] van 18 september 2012, pagina 5663 t/m 5676, inhoudende, zakelijk weergegeven:

In 2007 had ik een relatie met [verdachte 1]. Ik noem hem verder in mijn verklaring [verdachte 1].

V: op 14 april 2012, omstreeks 20.00 uur, ben jij gebeld door [betrokkene 5]. [betrokkene 5] vertelt jou dat er twee hokken zijn opgepakt. Jij vraagt welke en [betrokkene 5] zegt Glanerbrug en Borculo. Jij weet daarbij precies waar het over gaat. Wat kun je daarover verklaren?

Wat bedoelt [betrokkene 5] met Borculo?

A: ze hadden daar ook een bedrijfspand. Ik ben daar één keer geweest. Het pand lag afgelegen op een industrieterrein en dus niet in het centrum. Ik ben daar samen met [verdachte 1] en een jongen genaamd [betrokkene 7] geweest. [betrokkene 7] heeft een broer genaamd [betrokkene 8] en hij heet in werkelijkheid [betrokkene 8]. In het pand was een jongen genaamd [betrokkene 2].

V: waren daar nog andere jongens aanwezig?

A: ja [betrokkene 6], hij had een gebroken been. Hij zat daar op een stoel.

V: wat hebben jullie in dat pand gedaan?

A: we zijn naar het pand gereden en op aankloppen werd door de jongen die binnen was geopend.

Wij toonden vervolgens de getuige een afbeelding van het bedrijfspand [adres 4] te Borculo.

V: wat herken je van dit pand?

A: ik herken het pand waar over ik zojuist verklaard heb.

V: wat heb je vervolgens binnen gezien en gehoord?

A: ik hoorde van [verdachte 1] dat ze bezig waren met het opbouwen van een kwekerij en [verdachte 1] wilde zien hoe ver ze waren.

V: wat zag je?

A: ik zag buizen en draden (kabels) op de vloer lag zwart plastic een soortvloerbedekking. Ik heb verder een grote zwarte tent gezien. Ik heb ook lampen en afzuigkappen gezien. Ook lagen er kisten. Ik vroeg aan [verdachte 1] wat daarin zat en ik hoorde hem zeggen: “Tenten”. Ik heb daar twee rijen met zwarte plantenpotten gezien. Ik schat dat de rijen wel 1,80 meter hoog was.

[verdachte 1] heeft vervolgens de jongens instructie gegeven over de verdere werkzaamheden. Ik weet nog dat hij aan de jongens heeft gezegd dat zij de afzuiging op een bepaalde manier moesten plaatsen, dat had te maken met de luchtafvoer naar buiten. Ik hoorde hem tegen de jongens zeggen dat het er goed uit zag.

V: heb je hem gevraagd wat hij in Borculo moest doen?

A: ik hoorde van [verdachte 1] dat hij naar de jongens moest gaan om hen instructies te geven. Ik ben samen met [verdachte 1] naar “hokken” geweest die in Borculo en Glanerbrug waren. De jongens waren toen nog aan het bouwen met de kwekerij.

6.

Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 4] van 28 november 2012, pagina 5505 t/m 5527, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Historische verkeersgegevens [telefoonnummer 1]

Vanaf 28-01-2012 tot 17-02-2012 blijkt uit historische verkeergegevens die werden aangevraagd van het telefoonnummer [telefoonnummer 1] (in gebruik bij [verdachte 1]) dat de telefoon van [verdachte 1] de mastlocatie Needseweg te Borculo aanstraalt.

Startdatum Starttijd Mast straat Mast Plaats Telefoonnummer

01-02-2012 18:59:53 Needseweg23 7271A Borculo [telefoonnummer 2]

01-02-2012 19:02:48 Needseweg 23 7271A Borculo [telefoonnummer 2]

01-02-2012 19:02:55 [telefoonnummer 2]

01-02-2012 19:03:25 [telefoonnummer 2]

01-02-2012 19:04:43 [telefoonnummer 2]

01-02-2012 19:04:45 Bleekeneschweg 5 7161 P Neede [telefoonnummer 2]

01-02-2012 19:05:52 [telefoonnummer 2]

01-02-2012 19:05:56 Bleekeneschweg 5 7161 P Neede [telefoonnummer 3].

7.

De verklaring van verdachte [verdachte 2], afgelegd ter terechtzitting, zakelijk weergegeven:

Over het pand aan de [adres 9] in Borculo kan ik zeggen dat ik door iemand benaderd ben om het pand op mijn naam te zetten. Ik heb daar ook spullen afgeleverd.

Ten aanzien van feit 1 en feit 3 zevende gedachtestreepje ([adres 7]):

1.

Het proces-verbaal van de terechtzitting van 22 januari 2014, inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verdachte:

Ik heb gewerkt bij [bedrijf 1]. In eerste instantie als verkoper en later om klanten te werven. Ik kocht voor een zo laag mogelijk bedrag materiaal in. [verdachte 2] zou 50% van de opbrengst van de hennepkwekerij krijgen. Ik heb de materialen geleverd voor de kwekerij aan de [adres 7]. Er kwam een man met de rekening van de stroom en ik heb gezegd “geef die rekening maar”.

2.

Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 8] en [verbalisant 9] van

30 augustus 2010 pagina’s 7513 t/m 7516, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op vrijdag 27 augustus 2010 hebben wij, verbalisanten, assistentie verleend bij de ontmanteling van een hennepkwekerij in Hengelo. Ons werd verzocht om te gaan naar perceel [adres 7], alwaar informatie van was dat daar in een loods een kwekerij zou zitten.

Perceel [adres 7] te Hengelo is een bedrijfspand. In de linkerhoek van het pand zat een kamer. De deur van deze kamer was dicht. Wij, verbalisanten, hebben deze deur geopend en zagen dat de ruimte was ingericht als een kweekruimte, nader te noemen als kweekruimte 1.

In het plafond zat een uitsparing met een luik waar een hangslot op zat dat was opengebroken. Nadat wij het luik hadden geopend, konden wij de eerste etage betreden. Wij kwamen in een ruimte, nader te noemen als overloop. Via de overloop kon je ook naar links naar een ruimte. Hier werd een in werking zijnde kwekerij aangetroffen, nader te noemen als kweekruimte 3.

Kweekruimte 1

Direct na het betreden van de ruimte zagen wij, verbalisanten, een zwart plastic waarmee een kleine ruimte achter de toegangsdeur was afgeschermd ten opzichte van de erachter gelegen kweekruimte. In de kweekruimte stonden 117 hennepplanten. Deze waren ongeveer 40 à 60 centimeter hoog. Iedere afzonderlijke hennepplant stond in teelaarde in een zwarte ronde plastic bloempot met een doorsnede van ongeveer 23 centimeter en een hoogte van ongeveer 25 centimeter. De ruimte bedroeg 610 x 420 centimeter. De vloer en wanden waren met zwart landbouwplastic bekleed dat aan de buitenzijde zwart en aan de binnenzijde wit van kleur is. Boven de aanwezige hennepplanten hingen in totaal 12 assimilatielampen. De lampen waren ieder van het type 600 Watt en hadden een inhuizige trafo. De lampen werden door middel van een tijdschakelaar automatisch in- en uitgeschakeld. In de kweekruimte hing een koolstoffilter waarvan het filterdoek duidelijk vervuild was. Tevens hing er een slakkenhuisventilator voor de aanvoer van lucht en een slakkenhuisventilator voor de afvoer van vervuilde door de koolstoffilter af te voeren lucht. Aan de wand hing de elektronische installatie waarbij een digitale temperatuurmeter. In de kweekruimte stond een groot vierkant waterreservoir. Dit vat bleek geen water te bevatten, maar een tweetal nog in plastic verpakking zijnde geel/zwarte waterslangen. In het vat zat verder een handsproeier. Op de grond in het “looppad” langs de kweekbak lag een tweede handsproeier. Aan de wand waren een aantal houten plankjes bevestigd. Op deze plankjes lagen schroevendraaiers, een meter, een rol grijs Duck-tape en stukjes afgeknipt elektriciteitsdraad.

Overloop

Op de overloop stonden een watervat met de afmeting 110 x 90 x 110, 14 jerrycans met voedingsmiddelen (groei en bloei bevorderende stoffen), twee elektrische regelkasten, een wand met trafo’s, enkele flexibele buizen die lucht beneden in de loods inblazen en opzuigen en een papier met een groeischema. Op de overloop werden aantal sigarettenpeuken, flesjes drinken en de kappen van de elektrische regelkasten veilig gesteld. Op de overloop heb je toegang tot de kweekruimtes 2 en 3.

Kweekruimte 3

Deze ruimte zat links als je op de overloop staat. Het effectieve kweekgedeelte van deze ruimte was 1030 x 420 centimeter groot. In deze kweekruimte stonden bloempotten gevuld met aarde. Deze bloempotten stonden op een zwart vijverfolie. In elke bloempot stond een hennepplant van tussen de 30 en 40 centimeter hoog. De bloempotten waren vierkante potten van 25 centimeter. De hennepplanten waren naar schatting tussen de vier en vijf weken oud en waren nog niet oogstrijp. In deze kweekruimte stonden 16 hennepplanten per vierkante meter. In totaal werden in deze kweekruimte 756 potten aangetroffen met daarin hennepplanten. De hennepplanten werden gelijk belicht door in totaal 40 assimilatielampen van elk 600 Watt. Het betreffen hier lampen met elk een afzonderlijke trafo. Deze trafo’s voor de kweekruimte stonden op de overloop. Tevens waren er ook drie lampen met een ingebouwde trafo. Deze lampen waren 640 Watt. De lampen waren met een tijdschakelaar verbonden op het elektriciteitsnet. Op deze wijze kon de belichtingstijd van de planten op van tevoren geprogrammeerde wijze geheel automatisch worden geregeld. Het betrof hier een 12-uurs cyclus. Er konden twee kweekruimtes gelijktijdig worden belicht. Door middel van een blaasventilator van 500 Watt, gekoppeld aan een flexibele buis, werd vanuit de loods verse lucht in deze kweekruimte geblazen. De vervuilde lucht werd door middel van 2 afzuigventilatoren van 1000 Watt, gekoppeld aan vier koolstoffilters, door een flexibele buis de loods ingeblazen. De watervoorziening naar de planten vond plaats vanuit een centraal reservoir. Via een dompelpomp en een tuinslang werd water naar de planten gepompt. Bedoeld reservoir, een watervat met een doorsnede van 50 centimeter, was gedeeltelijk gevuld met water.

Van de resten van hennepplanten en de schaartjes zijn monsters genomen, die zijn getest met de ODV verdovende middelentest voor hasj/marihuana. Deze test verliep positief op de aanwezigheid van THC, zijnde de werkzame stof in marihuana. Marihuana is afkomstig van de hennepplant (geslacht cannabis) en staat als zodanig vermeld op lijst II van de Opiumwet.

3.

Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte 2] van 9 juli 2012, pagina’s 7573 en 7574, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

U vraagt mij of ik iets weet over een kwekerij aan de [adres 7] te Hengelo die in 2010 is opgerold. Ja, daar weet ik wat van ja. Dat is niet goed gegaan. Ik heb die kwekerij op mij genomen voor [verdachte 1]. Ik had afspraken met [verdachte 1] over de kwekerij en die is hij niet nagekomen.

Vraag: tijdens de huiszoeking bij [verdachte 9] en [verdachte 1] thuis aan de [adres 11] te Overdinkel werden brieven van Enexis gevonden gericht aan jou. Wat wij dan begrijpen uit jouw vorige verklaring is dat [verdachte 1] deze rekening voor jou zou betalen?

Antwoord: dat was wel de bedoeling.

Vraag: kunnen wij het zo zeggen dat de hennepkwekerij aan de [adres 7] te Hengelo van [verdachte 1] is geweest?

Antwoord: onder meer. Er waren meer mensen bij betrokken.

Vraag: wij krijgen de indruk door dit alles dat deze hennepkwekerij opgericht is door en voor de organisatie van [verdachte 1] mede omdat jij eerder hebt verklaard dat de stekken wegkwamen bij [bedrijf 1] in Enschede en jij zei dat je de kwekerij op je hebt genomen voor [verdachte 1]. Klopt dit?

Antwoord: ja.

Vraag: jij verklaart eerder dat je afspraken had gemaakt met [verdachte 1] over de kwekerij die hij niet nagekomen is. Wat voor afspraken waren dat?

Antwoord: wij hebben vooraf afgesproken dat ik een bepaald bedrag zou krijgen. Ook als de hennepkwekerij gepakt zou worden, zou ik dat bedrag krijgen. [verdachte 1] zou de boetes betalen en nog een bedrag daar bovenop.

4.

Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 5] van 23 november 2012 pagina 7684, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Van de hierna als verdachte genoemde persoon werd door het Nederlands Forensisch Instituut een DNA-profiel opgenomen in de landelijke DNA-databank.

Verdachte

Achternaam : [verdachte 1]

Voornamen : [verdachte 1]

Geboren : [geboortedatum]

Geboorteplaats : [geboorteplaats]

Geslacht : Man

Uit het door het Nederlands Forensisch Instituut ingesteld vergelijkend onderzoek bleek dat het hieronder genoemde spoor is geïdentificeerd op het DNA-profiel van voornoemde verdachte.

Delictinformatie forensisch onderzoek

Proces-verbaalnummer : 2010077524

Delictinformatie : vervaardigen softdrugs lijst II

Datum onderzoek : 28 augustus 2010

Plaats delict : de [adres 7] Hengelo, binnen de gemeente Hengelo (O)

Spooromschrijving : peuken

Spoornummer(s) : 4061

SIN : AAAW4013NL

5.

Het proces-verbaal Aanvraag DNA-onderzoek sporen van verbalisant [verbalisant 6] van 29 augustus 2012, pagina 7686, met bijlage, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op vrijdag 27 augustus 2010 werd er een hennepkwekerij aangetroffen in perceel [adres 7] te Hengelo. Tussen twee kweekruimtes bevond zich een soort overloop. Op de vloer van deze overloop werd een hoeveelheid sigarettenpeuken aangetroffen.

SIN: AAAW4013NL

Soort: Peuken

Plaats veiligstellen: Op overloop tussen twee kweekruimtes.