Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2014:884

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
24-02-2014
Datum publicatie
24-02-2014
Zaaknummer
07/996554-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank Overijssel veroordeelt 32-jarige man tot een gevangenisstraf van 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar, een taakstraf van 240 uur en een geldboete van 1000 euro wegens illegale handel in professioneel zwaar vuurwerk in de gemeente Hardenberg.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Team strafrecht

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 07/996554-12

Datum vonnis: 24 februari 2014

Verstekvonnis (promis) van de rechtbank Overijssel, meervoudige economische kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedag] 1982 in [geboorteplaats],

wonende in [adres 1].

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 10 februari 2014. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. S.T.C. van der Werf.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1:

A: op 24 juli 2012 1 stuks professioneel vuurwerk voorhanden heeft gehad en

B: op 16 mei 2012 10 stuks professioneel vuurwerk voorhanden heeft gehad en aan een ander ter beschikking heeft gesteld en

C: in de periode van 1 april 2012 tot en met 30 mei 2012 3 stuks professioneel vuurwerk aan een ander ter beschikking heeft gesteld en

D: in de periode van 3 mei 2012 tot en met 1 juni 2012 1 stuks professioneel vuurwerk aan een ander ter beschikking heeft gesteld.

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:

verdachte op nader te noemen data/datum, in/op na te noemen

plaats(en)/gemeente(n),

al dan niet opzettelijk, een hoeveelheid professioneel vuurwerk, (telkens)

bestemd voor particulier gebruik,

te weten:

A. op of omstreeks 24 juli 2012, te Rheezerveen, in de gemeente Hardenberg,

-1 stuks Silver Demon Ultimate Pyro,

voorhanden heeft gehad en/of

B. op of omstreeks 16 mei 2012, in de gemeente Hardenberg,

-5 stuks Black Vlinder 100, althans een aantal Black Vlinder 100 en/of

-5 stuks Black Vlinder 150, althans een aantal Black Vlinder 150,

voorhanden heeft gehad en/of aan een ander ter beschikking heeft gesteld

en/of

C. in of omstreeks de periode van 1 april 2012 tot en met 30 mei 2012, in de

gemeente Zeist en/of te Rheezerveen, in de gemeente Hardenberg, althans in

Nederland,

- 1 stuks Black Vlinder 100 en/of

- 2 stuks Succubus, althans een aantal Succubus,

aan een ander ter beschikking heeft gesteld en/of

D. in of omstreeks de periode van 3 mei 2012 t/m 1 juni 2012, in de gemeente

Hengelo (O), te Rheezerveen, in de gemeente Hardenberg, althans in

Nederland,

-1 stuks Black Vlinder 100,

aan een ander ter beschikking heeft gesteld.

3 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat het ten laste gelegde bewezen wordt verklaard en dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht maanden.

4 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5 De beoordeling van het bewijs

5.1

De standpunten van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde wettig een overtuigend bewezen kan worden.

5.3

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

De rechtbank overweegt, op grond van de hierna in voetnoten vermelde bewijsmiddelen, het navolgende1.

Op 20 februari 2012 verklaart verbalisant [verbalisant 1], werkzaam bij het interregionaal vuurwerkteam Midden Nederland het volgende:

Op zondag 18 februari deed ik onderzoek op het internet naar de handel in illegaal vuurwerk. Ik heb de mij ambtshalve bekende weblog met url: [website] ingevoerd. Ik zag op deze sites verschillende posts. Ook zag ik posts met het mailadres [e-mailadres]. Ik zag dat in deze posts verschillende soorten vuurwerk te koop werden aangeboden. Ik zag dat er namen van het vuurwerk en het soort/hoeveelheid kruit in de posts stonden vermeld. Ik maakte hieruit op dat dit vuurwerk niet bestemd of geschikt is voor particulier gebruik2.

Verbalisant [verbalisant 2], heeft op 26 juni 2012 het volgende verklaard: Op dinsdag 1 mei 2012 kreeg ik opdracht om voorbereidingen te treffen een pseudokoop uit te laten voeren met betrekking tot het kopen van een hoeveelheid illegaal vuurwerk. De officier van justitie heeft een bevel artikel 126i van het Wetboek van Strafvordering tot het verrichten van een pseudokoop afgegeven van 1 mei 2012 tot 1 juli 2012. Verbalisant KZ 7123 verklaart het volgende: In de periode 3 mei t/m 16 mei 2012 heb ik een mailwisseling gehad met een persoon die gebruik maakte van het mailadres: [e-mailadres]. De mailwisseling resulteerde in een fysieke afspraak op woensdag 16 mei 2012 te 17.00 uur aan de Oude Bosch te Hardenberg. De persoon zou een manspersoon zijn die volgens de mailwisseling gebruik maakte van de naam [alias verdachte]. Hij zou herkennen te zijn aan een wit petje. Ik reed de parkeerplaats op aan de Oude Bosch te Hardenberg en zag een manspersoon met een wit petje NN1 op een stenen trap rechts naast het Uitzendbureau Randstad zitten. Ik zag dat NN1 gelijk opstond en richting mij, verbalisant, liep. Ik zag dat NN1 een blauwkleurige rugzak droeg. Ik ben hierop uit de auto gestapt en heb NN1 een hand gegeven. Ik hoorde dat NN1 zich voorstelde als: “[alias verdachte]”. Ik zag dat NN1 de blauwkleurige rugzak opende en hier een plastic tas uit haalde. Ik zag dat NN1 1 stuks vuurwerk “Black Vlinder 150 gram” uit de zak haalde. Ik heb deze Blackvlinder aangepakt en weer aan NN1 teruggeven. NN1 deed de blackvlinder terug in de plastic tas. Ik zag dat er 10 stuks “black vlinders” in de plastic tas zaten. Ik heb NN1 volgens afspraak € 140,00 gegeven. Achteraf is mij door het tactisch team een foto van een persoon overhandigd. Ik zag dat NN1 dezelfde persoon was als de man op de foto. De man op de foto bleek te zijn: [verdachte], geboren op [geboortedag] 1982 te Enschede3.

In het proces-verbaal van observatie is door de verbalisanten gerelateerd dat zij op 16 mei 2012 in het centrum van Hardenberg een man, nader te noemen NNman, hebben geobserveerd en dat blijkens vooronderzoek de verkoper mogelijk [verdachte] zou kunnen zijn. Aan de verbalisanten was een foto ter beschikking gesteld van [verdachte]. Zij zien dat NNman een wit petje draagt en een donker rugtasje bij zich heeft. De verbalisant heeft verklaard dat hij heeft gezien dat NNman bij [naam 3] in de auto stapt. Nadat hij uit de auto is gestapt, is NNman door de verbalisant herkend als de man op de foto [verdachte]4.

Op 30 mei 2012 heeft [verbalisant 3], verbalisant het volgende verklaard: Dit proces-verbaal is opgemaakt naar aanleiding van een verzoek van de regio Zwolle IJsselland onder nummer PL 0400 en registratienummer 2012018353. Het onderzochte vuurwerk is door mij ingedeeld in lijst V, Bangers (knalvuurwerk) 10 stuks. Uit eigen waarneming aan het vuurwerk blijkt mij verbalisant het volgende:

Soort: Vlinder, Black Vlinder 100 NEM 100 gram, 5 stuks;

Soort: Vlinder, Black Vlinder 150 NEM 150 gram, 5 stuks.

De Black Vlinder 150 is onderzocht door het NFI. Uit onderzoek is gebleken dat de effectlading niet uitsluitend bestaat uit zwart buskruit. Derhalve voldoet dit vuurwerk niet aan de eisen voor de samenstelling van de lading. Aan de hand van de uiterlijke kenmerken van het vuurwerk, en indien van toepassing de informatie uit de bijbehorende NFI-verklaringen, stelde ik vast dat het vuurwerk niet voldeed aan het Vuurwerkbesluit zoals dat gold op 3 juli 2010 en ook niet aan het huidige Vuurwerkbesluit. Indien dit vuurwerk bestemd is voor particulier gebruik, als bedoeld in art. 1.2.2 lid 5 Vwb, wordt het op basis van art. 5.3.5 lid 2 Wwb aangemerkt als professioneel vuurwerk5.

Uit het aanvullend proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk 2012018353 blijkt dat verbalisant van de Black Vlinder 100 geen onderzoek bekend is. Gelet op de bevindingen van het NFI ten aanzien van de Black Vlinder 80 en de Black Vlinder 150 en de overeenkomstige kenmerken in constructie, type wikkel en opschriften is het aannemelijk dat de onderhavige Black Vlinder 100, circa 100 gram flitspoeder bevat en is het aannemelijk dat de onderhavige Black Vlinder meer dan 6 gram aan knallading bevat6.

Uit het proces-verbaal van doorzoeking van de rechter-commissaris d.d. 25 juli 2012 blijkt dat er op 24 juli 2012 in het onderzoek tegen verdachte een doorzoeking heeft plaatsgevonden in de woning op het adres [adres 2]7. De verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5] hebben verklaard dat bij de doorzoeking van de woning [adres 2] op 24 juli 2012 vuurwerk in beslag is genomen8. Uit de kennisgeving van inbeslagneming blijkt dat vuurwerk van het kenmerk Silver Demon was9.

Op 8 augustus 2012 heeft [verbalisant 3], verbalisant, het volgende verklaard: dit proces-verbaal is opgemaakt naar aanleiding van een verzoek van de regio Zwolle IJsselland onder nummer PL 04BM en registratienummer 2012018353. Het onderzochte vuurwerk is door mij ingedeeld in lijst V, Bangers (knalvuurwerk) 1 stuks. Uit eigen waarneming aan het vuurwerk blijkt mij verbalisant het volgende:

Soort: Silver Demon Ultimate Pyro 1 stuks.

Aan de hand van de uiterlijke kenmerken van het vuurwerk, en indien van toepassing de informatie uit de bijbehorende NFI-verklaring, stelde ik vast dat het vuurwerk niet voldeed aan het Vuurwerkbesluit zoals dat gold op 3 juli 201010. Uit het door de NFI opgemaakte rapportage d.d. 7 september 2012 blijkt het volgende: Het onderzoeksmateriaal is omschreven als: Banger: Silver Demon van Ultimate Pyro. Het is geen vuurwerk dat door de minister is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik en het betreft daarom professioneel vuurwerk als omschreven in artikel 1.1.1, lid 1 van het Vuurwerkbesluit11.

Uit een zich in het dossier bevindende bankafschrift ten name van verdachte blijkt dat [naam 1] op 3 mei 2012 en bedrag van € 60,75 heeft overgemaakt met de omschrijving PS3. [naam 1] heeft dienaangaande verklaard dat de betaling betrekking had op de aankoop van een Blue Storm en een Silver Demon en een Black Vlinder. Dat er op de betaling ps 3 is vermeld, was volgens [naam 1] op aangeven van verdachte zodat het niet zou opvallen dat het om vuurwerk ging. Het vuurwerk is volgens [naam 1] een week na betaling ontvangen en door hem met uitzondering van de Black Vlinder afgestoken. De Black Vlinder is door [naam 1] aan de verbalisanten overhandigd12.

Uit zich in het dossier bevindende bankafschriften ten name van verdachte blijkt [naam 2] op 11 april 2012 en 30 mei 2012 een bedrag van € 52,00 respectievelijk € 125,00 naar verdachte heeft overgemaakt13. [naam 2] heeft dienaangaande verklaard dat de betaling op 10 april betrekking had op de koop van 2 stuks zwaar vuurwerk, Succubus genaamd, 300 gram en dat hij, omdat verdachte te laat leverde, er een Black Vlinder bij heeft gekregen. Het vuurwerk is volgens [naam 2] 3 of 4 dagen voordat hij de € 125,00 had overgemaakt geleverd. Het vuurwerk is door [naam 2] aan de verbalisanten overhandigd14.

Op 18 september 2012 heeft [verbalisant 6], verbalisant het volgende verklaard: dit proces-verbaal is opgemaakt naar aanleiding van een verzoek van de regio Zwolle IJsselland onder nummer PL 0400 en registratienummer 2012018353. De verbalisant heeft het volgende verklaard: Ik zag dat op de Succubus een NEM stond vermeld van 300 gram en op de Black Vlinder 100 gram. Aan de hand van de uiterlijke kenmerken van het vuurwerk, en indien van toepassing de informatie uit de bijbehorende NFI-verklaring, stelde ik vast dat het vuurwerk niet voldeed aan het Vuurwerkbesluit zoals dat gold op 3 juli 2010 en ook niet aan het huidige Vuurwerkbesluit. Indien dit vuurwerk bestemd is voor particulier gebruik als bedoeld in art. 1.2.2 lid 5 Vwb wordt het op basis van art. 5.3.5 lid 2 Vwb aangemerkt als professioneel vuurwerk.15.

De rechtbank acht op grond van de inhoud van deze bewezenverklaring wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de periode van 1 april 2012 tot en met 1 juni 2012 11 stuks professioneel vuurwerk voorhanden heeft gehad en 14 stuks professioneel vuurwerk aan een ander ter beschikking heeft gesteld.

5.4

De conclusie

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

verdachte op nader te noemen data, in na te noemenplaatsen/gemeenten, opzettelijk, een hoeveelheid professioneel vuurwerk, telkens

bestemd voor particulier gebruik,

te weten:

A. op 24 juli 2012, te Rheezerveen, in de gemeente Hardenberg,

-1 stuks Silver Demon Ultimate Pyro,

voorhanden heeft gehad en

B. op 16 mei 2012, in de gemeente Hardenberg,

-5 stuks Black Vlinder 100, althans een aantal Black Vlinder 100 en

-5 stuks Black Vlinder 150, althans een aantal Black Vlinder 150,

voorhanden heeft gehad en aan een ander ter beschikking heeft gesteld en

C. in de periode van 1 april 2012 tot en met 30 mei 2012, in de

gemeente Zeist,

- 1 stuks Black Vlinder 100 en

- 2 stuks Succubus,

aan een ander ter beschikking heeft gesteld en

D. in de periode van 3 mei 2012 t/m 1 juni 2012, in de gemeente

Hengelo (O),

-1 stuks Black Vlinder 100,

aan een ander ter beschikking heeft gesteld.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 1a en 6 van de Wet op de economische delicten. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1

het misdrijf: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 1.2.2, eerste lid, van het Vuurwerkbesluit gesteld verbod, meermalen gepleegd.

7 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.

8 De op te leggen straf of maatregel

8.1

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

Verdachte heeft meermalen professioneel vuurwerk voorhanden gehad en aan anderen ter beschikking gesteld. Verdachte heeft daarmee die anderen in een situatie gebracht dat er zwaar zo niet dodelijk, letsel zou kunnen ontstaan ingeval er bij ontsteking van het vuurwerk iets niet goed zou gaan. De rechtbank rekent dit verdachte aan. De rechtbank rekent het verdachte verder aan dat hij zich bij zijn “handel” in professioneel vuurwerk heeft laten leiden door geldelijk gewin.

Bij de bepaling van de aan verdachte op te leggen straf heeft rechtbank, nu de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht voor delicten als de onderhavige geen oriëntatiepunten geven, gekeken naar de straffen die in min of meer vergelijkbare gevallen zijn opgelegd. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met het feit dat verdachte reeds eerder is veroordeeld, weliswaar voor andersoortige feiten, maar de forse straffen die hem in die zaken is opgelegd heeft hem er niet van weerhouden om strafbare feiten te plegen. Alles afwegende acht de rechtbank een werkstraf van na te noemen duur en een geldboete passend en geboden. De keuze voor het naast de werkstraf ook opleggen van een geldstraf is daarin gelegen dat de rechtbank van oordeel is dat het passend is om verdachte en anderen die overwegen soortgelijke feiten te plegen ervan te doordringen dat uiteindelijk, wanneer men veroordeeld wordt, zal blijken dat het puur uit geldelijk gewin gaan handelen in gevaarlijke goederen, geen enkel geldelijk voordeel oplevert; de boete ontneemt elk financieel gewin dat men had en alle moeite is voor niets geweest. Teneinde aan verdachte een duidelijke waarschuwing mee te geven is de rechtbank van oordeel dat er tevens een voorwaardelijke gevangenisstraf moet worden opgelegd.

8.2

De inbeslaggenomen voorwerpen

De rechtbank overweeg dat de onder verdachte in beslagenomen mobiele telefoon (Samsung) een verdachte teruggegeven moet worden.

11 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 10, 22c, 22d, 23, 24, 24c, 27 en 91 Sr en artikel 9.2.2.1 Wet Milieubeheer

12 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

  • -

    verklaart bewezen, dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
    opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 1.2.2, eerste lid, van het Vuurwerkbesluit gesteld verbod, meermalen gepleegd;

  • -

    verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van drie (3) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie (3) jaren;

  • -

    bepaalt dat de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:
    - omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

  • -

    veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid van 240 uren;

  • -

    beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 dagen;

  • -

    beveelt dat de tijd die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de taakstraf in mindering wordt gebracht, waarbij als maatstaf geldt dat voor de eerste 60 in verzekering of voorlopige hechtenis doorgebrachte dagen, twee uren en voor de resterende dagen één uur per dag aftrek plaatsvindt;

  • -

    veroordeelt verdachte tot een geldboete van € 1.000,00 subsidiair 20 dagen hechtenis onvoorwaardelijk.

beslag

- bepaalt dat de in beslag genomen mobiele telefoon (Samsung) aan verdachte moet worden teruggegeven.

Dit vonnis is gewezen door mr. Berg, voorzitter, mr. Huisman en mr. Bouma, rechters, in tegenwoordigheid van Wolbers, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2014.

Mr Bouma is buiten staat om dit vonnis te ondertekenen

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de politie IJsselland met nummer 2012018353 van 15 november 2012. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

2 Het proces-verbaal d.d. 20 februari 2012, blz. 13;

3 Het proces-verbaal d.d. 26 juni 2012, blz. 41, 42 en 43;

4 Het proces-verbaal d.d. 30 mei 2012, blz. 51;

5 Het proces-verbaal d.d. 30 mei 2012, blz. 58, 59, 61, 62 en 63;

6 Aanvullend proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk 2012018353;

7 Het door de rechter-commissaris opgemaakte proces-verbaal d.d. 25 juli 2012, blz. 563;

8 Het proces-verbaal d.d. 24 juli 2012, blz.564;

9 Een geschrift zijn een kennisgeving van inbeslagneming d.d. 25 juli 2012, blz. 566;

10 Het proces-verbaal d.d. 8 augustus 2012, blz. 104, en bijlage 1;

11 Een geschrift zijn de een door het NFI opgemaakte rapportage d.d. 7 september 2012, blz. 118, 120 en 123;

12 Het proces-verbaal verhoor van de verdachte [naam 1] d.d. 19 september 2012, blz. 540;

13 Geschriften zijnde bankafschriften tnv verdachte van 12 april 2012 en 31 mei 2012, blz. 548 en 549;

14 Het proces-verbaal van verhoor van de verdachte [naam 2], d.d. 13 september 2012, blz. 556.

15 Het proces-verbaal d.d. 18 september 2012, bijlage 2, blz. 331 en 332;