Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2014:853

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
09-01-2014
Datum publicatie
21-02-2014
Zaaknummer
13/1040
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Last onder dwangsom om met de bestemming strijdige activiteiten te beëindigen en beëindigd te houden. Eiser heeft onweersproken gesteld dat hij geen eigenaar is van het betreffende perceel en ook geen leiding geeft in het bedrijf dat op dat perceel de activiteiten verricht. Eiser kan niet worden aangemerkt als overtreder. Beroep gegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Bestuursrecht

Zittingsplaats Zwolle

Registratienummer: Awb 13/1040

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam 1],

wonende te Steenwijk, eiser,

en

het college van burgemeester en wethouders van Steenwijkerland,

verweerder.

en

[naam 2],

allen wonende te Giethoorn, belanghebbenden.

Procesverloop

Bij besluit van 5 november 2012 (het primaire besluit) heeft verweerder eiser gelast de strijdige activiteiten op de percelen, gelegen aan de [adres 1] en [adres 2] in Giethoorn en kadastraal bekend [kadastraal nummer 1] en [kadastraal nummer 2], definitief te – doen - beëindigen en beëindigd te houden.

Bij besluit van 2 april 2013 (het bestreden besluit) heeft verweerder het hiertegen ingediende bezwaar ongegrond verklaard, met dien verstande dat de last onder dwangsom in die zin is herroepen dat daaruit de aanschrijving jegens ‘[bedrijf]’ en ‘Jewelish.nl’ is verwijderd.

Eiser heeft tegen dit besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken en een verweerschrift ingediend.

Het beroep is, samen met de zaak met procedurenummer Awb 13/1099, ter zitting van 25 juli 2013 behandeld. Eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door P. Kleine. Namens belanghebbenden is verschenen [naam 3].

Tijdens deze zitting heeft de rechtbank het onderzoek geschorst om partijen in de gelegenheid te stellen door middel van mediation tot een oplossing in het onderhavige geschil te komen.

Nadat was gebleken dat partijen niet in onderling overleg tot een oplossing zijn gekomen, heeft de rechtbank het beroep, samen met de zaak met procedurenummer Awb 13/1099, op 28 november 2013 opnieuw ter zitting behandeld. Eiser is verschenen. Namens verweerder is niemand verschenen. Namens belanghebbenden zijn verschenen [naam 3] en [naam 4].

Na de zitting zijn beide zaken gescheiden en wordt afzonderlijk uitspraak gedaan.

Overwegingen

1.

In het primaire besluit heeft verweerder overwogen dat tijdens een controle op 20 september 2012 een aantal overtredingen is geconstateerd op de percelen aan de [adres 1] en [adres 2] in Giethoorn, kadastraal bekend gemeente Brederwiede, [kadastraal nummer 1] en [kadastraal nummer 2]. Verweerder stelt in dit besluit dat is gebleken dat eiser sinds eind 2010 eigenaar is van deze percelen en dat de zoon van eiser, [naam 5], eigenaar is van de ter plaatse gevestigde ondernemingen ‘Slootschoon.nl’, ‘Van Rees Techniek’, ‘Woongarden.com’ en ‘Jewelish.nl’. Verder wordt in dit besluit vermeld dat eiser samen met zijn zoon partner/vennoot is in ‘Slootschoon.nl’ en ‘[bedrijf]’.

Uit het primaire besluit blijkt dat tijdens de controle op 20 september 2012 is geconstateerd dat op het erf met de kadastrale aanduiding [kadastraal nummer 2], (boot)trailers en aanhangwagens waren gestald dan wel ten verkoop/verhuur werden aangeboden. Aan de voorzijde van het perceel, naast de woningen aan de [adres 1] en [adres 2], bevonden zich vijf (boot)trailers en aan de achterzijde, achter de woningen, elf. Daarnaast bevonden zich op dit perceel ook enkele landbouwmachines. Verder zijn op dit perceel, zonder de daarvoor vereiste omgevingsvergunning, oppervlakteverharding en een aarden wal aangebracht. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat het stallen van de aanhangwagens, boottrailers en machines alsmede het aanbrengen van de oppervlakteverharding en de aarden wal in strijd is met de voor beide percelen geldende bestemmingen.

Nadat tijdens een op 31 oktober 2012 gehouden controle was geconstateerd dat de situatie op de betreffende percelen ongewijzigd was gebleven, heeft verweerder eiser in het primaire besluit gelast de met de bestemming strijdige activiteiten op deze percelen definitief te – doen - beëindigen en beëindigd te houden. In deze last zijn de strijdige activiteiten specifiek omschreven als het stallen/opslaan van de (boot)trailers en aanhangwagens, al dan niet ten verkoop, het stallen/opslaan van de rupsgraafmachine, de ‘Hooby’, de shovel en de tractoren, alsmede de bedrijfsactiviteiten onder de naam ‘Slootschoon.nl’, ‘[bedrijf], ‘Woongarden.com’ en ‘Jewelisch.nl’.

Aan deze last heeft verweerder een dwangsom verbonden van € 1.500,- per week dat wordt geconstateerd dat de genoemde voertuigen zich nog op de percelen aan de [adres 1] en [adres 2] bevinden en/of dat de strijdige bedrijfsactiviteiten op het perceel nog worden uitgeoefend, met een maximum van € 15.000,-.

Bij het bestreden besluit heeft verweerder dit besluit gehandhaafd, met dien verstande dat de last onder dwangsom in die zin is herroepen dat daaruit de aanschrijving jegens ‘[bedrijf]’ en ‘Jewelish.nl’ is verwijderd.

2.

Eiser voert in beroep aan dat de precieze oppervlakte alsmede de begrenzing van het perceel met de bestemming ‘Bedrijfsdoeleinden’ met de nadere aanduiding ‘A’ (Aannemersbedrijf) niet duidelijk is vastgesteld. De door verweerder in de bezwaarfase overgelegde luchtfoto waarop deze bestemming nader is ingetekend, heeft volgens hem niet de vereiste duidelijkheid hieromtrent verschaft. Daarnaast is eiser van mening dat de werkzaamheden die onder de bedrijfsnaam ‘Slootschoon.nl’ worden verricht zijn aan te merken als aannemerswerkzaamheden. Deze werkzaamheden verschillen niet wezenlijk van de werkzaamheden die ter plaatse werden verricht binnen het bedrijf van de vorige eigenaar van de percelen aan de [adres 1] en [adres 2] en passen volgens eiser binnen de bestemming ‘Bedrijfsdoeleinden’ met de nadere aanduiding ‘A’. Hij stelt voorts dat de aangetroffen landbouwmachines bij dit bedrijf horen en dat deze uitsluitend zijn gestald op gronden met de bedrijfsbestemming. Volgens eiser is de aanwezigheid van deze machines op het perceel met de bestemming ‘Bedrijfsdoeleinden’ daarom toegestaan.

3.

De rechtbank overweegt als volgt.

3.1.

Uit de stukken blijkt dat de percelen aan de [adres 1] en [adres 2], met de kadastrale nummers [kadastraal nummer 1] en [kadastraal nummer 2], zijn gelegen binnen het bestemmingsplan ‘Buitengebied Noord-Oost’. Het perceel met nummer [kadastraal nummer 1] heeft een oppervlakte van circa 915 m² en het perceel met nummer [kadastraal nummer 2] heeft een oppervlakte van circa 15.405 m².

Het grootste gedeelte van het perceel met nummer [kadastraal nummer 2] heeft de bestemming ‘Natuurgebied met agrarisch gebruik’. Het gehele perceel met nummer [kadastraal nummer 1] alsmede een klein gedeelte van het perceel met nummer [kadastraal nummer 2] heeft de bestemming ‘Bedrijfsdoeleinden’ met de nadere aanduiding ‘A’ (Aannemersbedrijf). Het bedrijfsterrein met deze bestemming heeft een totale oppervlakte van circa 2.750 m².

Artikel 7, onderdeel A, van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Noord-Oost’, voor zover hier van belang, bepaalt dat gronden met de bestemming ‘Natuurgebied met agrarisch gebruik’ zijn bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de natuurlijke en landschappelijke waarde alsmede voor de uitoefening van het agrarisch bedrijf, met de daarbij behorende bebouwing en voorzieningen. Hierbij is vermeld dat de landschappelijke en natuurlijke waarde primair is en dat de agrarische functie daaraan ondergeschikt is.

Ingevolge artikel 11, onderdeel A, van het bestemmingsplan zijn gronden met de bestemming ‘Bedrijfsdoeleinden’ en de nadere aanduiding ‘A’ bestemd voor de uitoefening van het ambachtelijk bedrijf alsmede voor de uitoefening van een aannemersbedrijf met de daarbij behorende gebouwen, andere bouwwerken en terreinen en met dien verstande dat per bouwperceel ten hoogste één bedrijf is toegestaan.

Artikel 29, onderdeel A, van het bestemmingsplan bepaalt dat het is verboden gronden of opstallen te gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met de in dat plan aan de grond gegeven bestemming.

3.2.

De rechtbank stelt vast dat verweerder in het primaire besluit heeft geconcludeerd dat eiser als eigenaar van de genoemde percelen en als partner in ‘Slootschoon.nl’ zonder vergunning en in strijd met de geldende bestemming en voorschriften boottrailers, aanhangwagens en grondverzetmachines op het erf heeft laten stallen.

3.3.

Tijdens de zitting van 25 juli 2013 hebben eiser en zijn zoon echter onweersproken verklaard dat laatstgenoemde eigenaar is van de woning aan de [adres 1] en van het perceel met het kadastrale nummer [kadastraal nummer 2] en dat eerstgenoemde eigenaar is van de woning met nummer [adres 2] en het perceel met het kadastrale nummer[kadastraal nummer 1]. De woning met nummer [adres 2] wordt verhuurd aan een derde. Daarnaast heeft eiser tijdens deze zitting onweersproken verklaard dat hij agrariër in ruste is, geen leiding meer geeft in het bedrijf en alleen af en toe nog hand- en spandiensten verricht. De zoon van eiser heeft ter zitting toegelicht dat de werkzaamheden die door het bedrijf “Slootschoon.nl’ worden uitgevoerd kunnen variëren van het weghalen van grond tot het aanleggen van wegen en het plaatsen of weghalen van beschoeiing en dat dit bedrijf voornamelijk werkzaamheden uitvoert die verband houden met cultuurtechniek.

3.4.

Uit hetgeen eiser ter zitting onweersproken heeft verklaard volgt dat hij geen eigenaar is van het perceel met het kadastrale nummer [kadastraal nummer 2], zijnde het perceel waarop volgens verweerder de aanhangers, boottrailers en landbouwmachines waren gestald. Uit de stukken blijkt niet dat deze bewering van eiser onjuist is. Datzelfde geldt voor eisers stelling dat hij geen leiding geeft in het bedrijf ‘Slootschoon.nl’, maar slechts af en toe hand- en spandiensten verricht. Daarnaast stelt de rechtbank vast dat in artikel 29, onderdeel A, van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Noord-Oost’ uitsluitend het ‘gebruiken’ van gronden of opstallen op een wijze of tot een doel, strijdig met de daaraan gegeven bestemming is verboden. Het ‘laten gebruiken’ van deze gronden in strijd met de bestemming is in dit artikel niet verboden. Niet gebleken is dat dit bestemmingsplan een andere bepaling bevat die het laten gebruiken van gronden of opstallen in strijd met de bestemming verbiedt.

3.5.

De rechtbank is van oordeel dat uit de onder 3.4. genoemde omstandigheden volgt dat eiser in het onderhavige geval niet kan worden aangemerkt als overtreder. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de bestreden last onder dwangsom ten onrechte aan hem is opgelegd. De rechtbank zal het bestreden besluit daarom vernietigen en het primaire besluit herroepen. De vraag of de door ‘Slootschoon.nl’ verrichte werkzaamheden zijn aan te merken als aannemerswerkzaamheden en binnen de bestemming ‘Bedrijfsdoeleinden’ met de nadere aanduiding ‘A’ passen kan, gelet op het voorgaande, buiten beschouwing blijven.

4.

Uit het voorgaande volgt dat het beroep gegrond is.

5.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding, nu van de kant van eiser niet van dergelijke kosten is gebleken. Wel dient verweerder het door eiser betaalde griffierecht aan hem te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:

  • -

    verklaart het beroep gegrond;

  • -

    vernietigt het bestreden besluit;

  • -

    herroept het primaire besluit;

  • -

    bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit op bezwaar;

    gelast verweerder het door eiser betaalde griffierecht ter hoogte van € 160,- aan hem te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.J.B. Cornelissen, rechter, en door hem en mr. P.J.H. Bijleveld als griffier ondertekend. Uitgesproken in het openbaar op 9 januari 2014.

Afschrift verzonden op 9 jannuari 2014

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat voor een belanghebbende en het bestuursorgaan hoger beroep open. Dit dient te worden ingesteld binnen zes weken na de datum van verzending van deze uitspraak door een beroepschrift en een kopie van deze uitspraak te zenden aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag.

U kunt ook digitaal hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Kijk op www.raadvanstate.nl voor meer informatie over het indienen van digitaal beroep.