Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2014:835

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
20-02-2014
Datum publicatie
20-02-2014
Zaaknummer
08.910038-13 en 08.910052-13
Formele relaties
Ontnemingsprocedure: ECLI:NL:RBOVE:2014:1700, Overig
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Overijssel veroordeelt een 23-jarige man uit Coevorden voor de serie brandstichtingen in de omgeving van IJhorst in het voorjaar en de zomer van 2013. Daarnaast is hij veroordeeld voor een aantal autokraken en een poging tot afpersing. De rechtbank legt de man een gevangenisstraf van 6 jaar op en TBS met dwangverpleging. De man lijdt aan meerdere stoornissen en is sterk verminderd toerekeningsvatbaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Afdeling Strafrecht - Meervoudige Kamer te Zwolle

Parketnummers: 08.910038-13 en 08.910052-13 (ter terechtzitting gevoegd).

Uitspraak: 20 februari 2014

VONNIS IN DE STRAFZAAK VAN:

het openbaar ministerie

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats 1],

gedetineerd te PI Almelo

ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 9 januari 2014 en 6 februari 2014.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. J.H. van Meurs, advocaat te Kampen.

Als officier van justitie was aanwezig mr. H.J. Timmer.

TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd

onder parketnummer 08.910038-13 dat:

hij op of omstreeks 30 maart 2013, in elk geval in of omstreeks de periode van 30 maart 2013 tot en met 31 maart 2013, te IJhorst, gemeente Staphorst, in elk geval in de gemeente Staphorst, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht in/bij/op een recreatiepark gelegen aan de [adres 1], te weten bij/in/aan en/of in de nabijheid van huis/woning [nummer 1], immers hebben/heeft verdachte en/of diens mededader(s) toen aldaar opzettelijk een aantal (2) flessen gevuld met benzine, althans een soortgelijke brandbare stof, met daarin een lont/stuk papier gepakt en/of (vervolgens) met een brandende aansteker/lucifer, althans een soortgelijk brandend voorwerp die/dat lont/stuk papier in brand gestoken en/of (vervolgens) die flessen, gevuld met benzine, althans die soortgelijke brandbare stof en met daarin die/dat brandende lont/stuk papier tegen en/of direct in de nabijheid van dat huis [nummer 1] gegooid en/of op de veranda van huis/woning [nummer 1] gegooid en/of benzine, althans een soortgelijke brandbare stof gegooid/gegoten en/of gesprenkeld op een of meer delen van huis/woning [nummer 1] en/of tegen huis/woning [nummer 1] en/of (vervolgens) een brandende lucifer in die benzine gegooid en/of met een brandende lucifer en/of brandende aansteker die met benzine, althans die met een soortgelijke brandbare stof, (besmeurde) delen van huis/woning [nummer 1] aangestoken, in elk geval (telkens) opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met benzine, althans een brandbare stof(fen) , ten gevolge waarvan huis/woning [nummer 1] en/of de inboedel van huis/woning [nummer 1] geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor huis/woning [nummer 1] en/of de inboedel van voormeld(e) huis/woning en goederen bevestigd tegen en/of aan voormeld huis/woning en/of goederen staande rondom voormeld(e) huis/woning en/of in de directe omgeving van voormeld(e) huis/woning en/of huizen in de buurt staande van voormeld(e)

huis/woning, in elk geval gemeen gevaar voor goederen, te duchten was;

2.

hij op of omstreeks 7 april 2013, te IJhorst, gemeente Staphorst, in elk geval in de gemeente Staphorst, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht in/bij/op een woning/huis [nummer 2] gelegen aan de [adres 1], immers hebben/heeft verdachte en/of diens mededader(s) toen aldaar opzettelijk een aantal (2) flessen gevuld met benzine, althans een soortgelijke brandbare

stof, met daarin een lont/een stuk papier gepakt/gestopt en/of (vervolgens) met een brandende lucifer/aansteker, althans een soortgelijk brandend voorwerp die/dat lont/stuk papier in brand gestoken en/of (vervolgens) die flessen gevuld met benzine, althans die soortgelijke brandbare stof en met daarin die/dat brandende lont/stuk papier tegen en/of direct in de nabijheid van dat/die woning/huis [nummer 2] gegooid en/of op de veranda van woning/huis [nummer 2] gegooid (waarna die fles kapot viel) en/of (vervolgens) die benzine, althans soortgelijke brandstof, zich verspreidde en in brand is gevlogen/een zogenaamde molotov cocktail) en/of benzine, althans een soortgelijke brandbare stof gegooid/gegoten en/of gesprenkeld op een of meer delen van woning/huis [nummer 2] en/of tegen woning/huis [nummer 2] en/of (vervolgens) een brandende lucifer in die benzine gegooid en/of met een brandende lucifer en/of brandende aansteker die met benzine, althans die soortgelijke brandbare stof, besmeurde delen van woning/huis [nummer 2] aangestoken, in elk geval (telkens) opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met benzine, althans (een) brandbare stof (fen) , ten gevolge waarvan woning/huis [nummer 2] geheel of gedeeltelijk is verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, te weten de/het woning/huis [nummer 2], de inboedel van voormeld(e) huis/woning en goederen bevestigd tegen en/of aan voormeld(e) woning/huis en/of goederen, natuur en/of huizen/woningen staande rondom/in de buurt van voormeld(e) woning/huis, in elk geval gemeen gevaar voor goederen, te duchten was;

althans, voor zover voor het vorenstaande onder 2 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen subsidiair, terzake dat

hij op of omstreeks 07 april 2013, te IJhorst, gemeente Staphorst, althans in de gemeente Staphorst, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk brand te stichten in/bij/op een woning/huis [nummer 2] gelegen aan de [adres 1], terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, te weten de/het woning/huis [nummer 2] en de inboedel van voormeld(e) huis/woning en goederen bevestigd tegen en/of aan voormeld(e) woning/huis en/of goederen, natuur en/of huizen staande rondom/in de buurt van voormeld(e) woning/huis, te duchten was, met dat opzet met een of meer van zijn mededader(s) , althans

alleen, een aantal (2) flessen heeft/hebben gevuld met benzine, althans een soortgelijke brandbare stof, met daarin een lont/een stuk papier gepakt/gestopt en/of (vervolgens) met een brandende lucifer/aansteker, althans een soortgelijk brandend voorwerp die/dat lont/stuk papier in brand heeft/hebben gestoken en/of (vervolgens) die flessen gevuld met benzine, althans die soortgelijke brandbare stof en met daarin die/dat brandende lont/stuk papier tegen en/of direct in de nabijheid van dat/die woning/huis [nummer 2] en/of op de veranda van woning/huis [nummer 2] heeft/hebben gegooid (waarna die fles kapot viel) en/of (vervolgens) die benzine, althans soortgelijke brandstof, zich verspreidde en in brand is gevlogen (een zogenaamde molotov cocktail) en/of benzine, althans een soortgelijke brandbare stof heeft/hebben gegooid/gegoten en/of gesprenkeld op een of meer delen van woning/huis [nummer 2] en/of tegen woning/huis [nummer 2] en/of (vervolgens) een brandende lucifer in die benzine heeft/hebben gegooid en/of met een brandende lucifer en/of brandende aansteker die met benzine, althans die soortgelijke brandbare stof, besmeurde delen van woning/huis [nummer 2] heeft/hebben aangestoken, in elk geval met dat opzet (open) vuur in aanraking heeft/hebben gebracht met benzine, althans met (een) brandbare stof (fen), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

hij op of omstreeks 16 juni 2013, te IJhorst, gemeente Staphorst, in elk geval in de gemeente Staphort, althans in Nederland, opzettelijk brand heeft gesticht in/aan een huis/woning gelegen op een recreatiepark ([recreatiepark]) , [nummer 3] (aan de [adres 2]) , immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk benzine, althans een brandbare stof gegooid en/of gesprenkeld tegen en/of in de buurt van voormeld(e) huis/woning [nummer 3] en/of (vervolgens) een brandende lucifer in die benzine, althans die soortgelijke brandstof gegooid en/of met een brandende lucifer en/of een brandende aansteker die met benzine, althans met een soortgelijke brandbare stof besmeurd(e) goederen en/of rieten dak van voormeld(e) huis/woning en/of delen van die woning/dat huis aangestoken, in elk geval met dat opzet (open) vuur in aanraking gebracht met benzine, althans een soortgelijke brandbare stof en/of (een met benzine, althans soortgelijke brandbare stof besmeurde) rieten dak van voormeld(e) huis/woning, althans met (een) brandbare stof (f en), in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met benzine, althans met (een) brandbare stof (fen) , ten gevolge waarvan dat/die huis/woning en/of die rieten kap, geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor alle goederen aan en in en/of in de directe omgeving van voormeld(e) huis/woning, [nummer 3], in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor voor 5, althans een aantal personen/bewoners, zich bevindende in dat/die huis/woning, [nummer 3] en/of personen zich bevindende in de nabijheid van voormeld(e) huis/woning en/of zich bevindende in huizen/woningen in de nabije omgeving, in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te duchten was;

althans, voor zover voor het vorenstaande onder 3 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, subsidiair, terzake dat

hij op of omstreeks 16 juni 2013, te IJhorst gemeente Staphorst, in elk geval in de gemeente Staphorst, althans in Nederland, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om opzettelijk brand te stichten in/aan een huis/woning gelegen op een recreatiepark ([recreatiepark]) , [nummer 3] (aan de [adres 2]) , terwijl daarvan gemeen gevaar voor alle goederen aan en in en/of in de directe omgeving van voormeld(e) huis/woning, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor 4, althans een aantal personen/bewoners, zich bevindende in dat/die huis/woning, [nummer 3] en/of personen zich bevindende in de nabijheid van voormeld(e) huis/woning en/of zich bevindende in huizen/woningen in de nabije omgeving, in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten was, met dat opzet benzine, althans een soortgelijke brandbare stof heeft gegooid en/of gesprenkeld tegen en/of in de buurt van voormeld(e) huis/woning [nummer 3] en/of (vervolgens) een brandende

lucifer in die benzine, althans die soortgelijke brandstof heeft gegooid en/of met een brandende lucifer en/of een brandende aansteker die met benzine, althans met een soortgelijke brandbare stof besmeurd(e) goederen en/of rieten dak van voormeld(e) huis/woning en/of delen van die woning/dat huis heeft aangestoken, in elk geval met dat opzet (open) vuur in aanraking heeft gebracht met benzine, althans een soortgelijke brandbare stof en/of (een met benzine, althans soortgelijke brandbare stof besmeurde rieten dak van voormeld(e) huis/woning, althans met (een) brandbare stof (f en), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4.

hij op of omstreeks 16 juni 2013, te IJhorst, gemeente Staphorst, in elk geval in de gemeente Staphorst, althans in Nederland, opzettelijk brand heeft gesticht op een recreatiepark (genaamd [recreatiepark]) in/aan/in de nabijheid van huis/woning [nummer 4] (gelegen aan de [adres 2]) , immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk benzine, althans een soortgelijk brandende stof gegooid/gegoten/gesprenkeld tegen en/of in de nabijheid van (delen van) voormeld(e) huis/woning en/of en/of delen van dat/die huis/woning en/of

(vervolgens) met een brandende lucifer/aansteker die benzine, althans die soortgelijke brandende stof en/of die (met benzine, althans soortgelijke brandbare stof besmeurde) delen en/of delen van dat/die huis/woning (rieten dak en/of deur) aangestoken, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met (benzine, althans een met een soortgelijke brandbare stof, besmeurd) voormeld(e) huis/woning en/of delen van voormeld(e) huis/woning, althans met (een) brandbare stof (fen), ten gevolge waarvan voormeld huis

[nummer 4] en/de inboedel van voormeld(e) huis/woning geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen in en/of rondom en/of bevestigd aan en/of staande in de buurt van huis/woning [nummer 4] en/of in de buurt staande huizen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor 4, althans een aantal zich in voormeld(e) huis/woning bevindende personen/bewoners en/of personen en/of bewoners zich bevindende in de buurt van dat buis en/of zich bevindende in in de buurt staande

huizen/woningen, in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te duchten was;

5.

hij op of omstreeks 16 juni 2013, te IJhorst, gemeente Staphorst, in elk geval in de gemeente Staphorst, althans in Nederland, opzettelijk brand heeft gesticht op een recreatiepark (genaamd [recreatiepark]) , aan/in/in de nabijheid van huis/woning [nummer 5] (gelegen aan de [adres 2]) , immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk benzine, althans een soortgelijk brandende stof, gegooid/gegoten en/of gesprenkeld tegen en/of in de nabijheid

van (delen van) voormeld(e) huis/woning en/of en/of delen van dat/die huis/woning (vervolgens) met een brandende lucifer/aansteker die benzine, althans die soortgelijke brandbare stof en/of die met benzine, althans soortgelijke brandbare stof, besmeurde delen en/of delen van dat/die huis/woning aangestoken, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met een met benzine, althans een soortgelijke brandbare stof, ten

gevolge waarvan voormeld(e) huis/woning [nummer 5] en/of delen ervan en/of de inboedel van voormeld(e) huis/woning geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen in en/of rondom en/of bevestigd aan en/of staande in de buurt van huis/woning [nummer 5] en/of in de buurt staande huizen/woningen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de zich in voormeld(e) huis/woning bevindende personen/bewoners en/of personen en/of bewoners zich bevindende in de buurt van dat huis en/of zich bevindende in in de buurt staande huizen/woningen, in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te duchten was;

althans, voor zover voor het vorenstaande onder 5 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, subsidiair, terzake dat

hij op of omstreeks 16 juni 2013, te IJhorst, gemeente Staphorst, in elk geval in de gemeente Staphorst, althans in Nederland, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om opzettelijk brand te stichten op een recreatiepark (genaamd [recreatiepark]), aan/in/in de nabijheid van huis [nummer 5] (gelegen aan de [adres 2]) , terwijl daarvan gemeen gevaar voor de in dat/die huis/woning bevindende goederen en/of in en/of rondom en/of bevestigd aan en/of staande in de buurt van huis/woning [nummer 5] en/of in de buurt staande huizen/woningen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor zich in dat/die huis/woning bevindende personen/bewoners en/of voor de zich in voormeld(e) huis/woning bevindende personen/bewoners en/of personen en/of bewoners zich bevindende in de buurt van dat huis en/of zich bevindende in in de buurt staande huizen/woningen, in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten was, met dat opzet opzettelijk benzine, althans een soortgelijk brandende stof heeft gegooid/gegoten en/of gesprenkeld tegen en/of in de nabijheid van (delen van) voormeld(e) huis/woning en/of

en/of delen van dat/die huis/woning (vervolgens) met een brandende lucifer/aansteker die benzine, althans die soortgelijke brandbare stof en/of die met benzine, althans soortgelijke brandbare stof besmeurde delen en/of delen van dat/die huis/woning aangestoken, in elk geval met dat opzet (open) vuur in aanraking heeft gebracht met benzine, althans met (een) brandbare stof (fen), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is

voltooid;

althans, voor zover voor het vorenstaande onder 5 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, subsidiair, terzake dat

hij op of omstreeks 16 juni 2013, te IJhorst, gemeente Staphorst, in elk geval in de gemeente Staphorst, althans in Nederland, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om opzettelijk brand te stichten op een recreatiepark (genaamd [recreatiepark]), aan/in/in de nabijheid van huis [nummer 5] (gelegen aan de [adres 2]) , terwijl daarvan gemeen gevaar voor de in dat/die huis/woning bevindende goederen en/of in en/of rondom en/of bevestigd aan en/of staande in de buurt van huis/woning [nummer 5] en/of in de buurt staande huizen/woningen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar

en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor zich in dat/die huis/woning bevindende personen/bewoners en/of voor de zich in voormeld(e) huis/woning bevindende personen/bewoners en/of personen en/of bewoners zich bevindende in de buurt van dat huis en/of zich bevindende in in de buurt staande huizen/woningen, in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten was, met dat opzet opzettelijk benzine, althans een soortgelijk brandende stof heeft gegooid/gegoten en/of gesprenkeld tegen en/of in de nabijheid van (delen van) voormeld(e) huis/woning en/of

en/of delen van dat/die huis/woning (vervolgens) met een brandende lucifer/aansteker die benzine, althans die soortgelijke brandbare stof en/of die met benzine, althans soortgelijke brandbare stof besmeurde delen en/of delen van dat/die huis/woning aangestoken, in elk geval met dat opzet (open) vuur in aanraking heeft gebracht met benzine, althans met (een) brandbare stof (fen), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

6.

hij op of omstreeks 30 juni 2013, te IJhorst, gemeente Staphorst, in elk geval in de gemeente Staphorst, althans in Nederland, opzettelijk brand heeft gesticht in/aan/in de nabijheid van een huis/woning aan de [adres 3], immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk benzine, althans een soortgelijke brandbare stof gegooid en/of gegoten en/of gesprenkeld tegen en/of in de nabijheid van voormeld(e) huis/woning en/of delen van voormeld(e) huis/woning en/of (vervolgens) deze benzine, althans die soortgelijk brandbare stof en/of (die met die benzine althans die met die soortgelijke brandbare stof besmeurde) delen van dat huis/woning en/of dat huis/woning met een brandende lucifer/aansteker aangestoken, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met benzine, althans een soortgelijke brandbare stof en/of delen van voormeld(e) huis/woning (welke waren besmeurd met benzine, althans een soortgelijke brandbare stof) , althans met (een) brandbare stof(fen) , ten gevolge waarvan voormeld(e) huis/woning, aan de [adres 3] en/of de goederen zich bevindende in voormeld(e) huis/woning geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor voormeld(e) huis/woning en/of de zich in dat/die huis/woning bevindende goederen en/of de in de buurt van voormeld(e)

huis/woning staande huizen/woningen, schuur en/of goederen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen, te duchten was;

althans, voor zover voor het vorenstaande onder 6 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, subsidiair, terzake dat hij op of omstreeks 30 juni 2013, te IJhorst, gemeente Staphorst, althans in de gemeente Staphorst, in ieder geval in Nederland, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om opzettelijk brand te stichten in/aan/in de nabijheid van een huis/woning aan de [adres 3], met dat opzet heeft verdachte toen aldaar opzettelijk benzine, althans een soortgelijke brandbare stof, gegooid en/of gegoten en/of gesprenkeld tegen en/of in de nabijheid van voormeld(e) huis/woning en/of delen van voormeld(e) huis/woning en/of (vervolgens) deze benzine, althans die soortgelijk brandbare stof en/of (die met die benzine, althans die met die soortgelijke brandbare stof besmeurde)

delen van dat huis/woning en/of dat huis/woning met een brandende lucifer/aansteker aangestoken, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met benzine, althans een soortgelijke brandbare stof en/of delen van voormeld(e) huis/woning (welke waren besmeurd met benzine, althans een soortgelijke brandbare stof), althans met (een) brandbare stof (f en), in elk geval met dat opzet (open) vuur in aanraking heeft gebracht met benzine,

althans met (een) brandbare stof (f en), terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten was, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

7.

hij op of omstreeks 12 juli 2013, te IJhorst, gemeente Staphorst, in elk geval in de gemeente Staphorst, althans in Nederland, opzettelijk brand heeft gesticht in/aan/in de nabijheid van een huis/woning (houtskeletbouw) aan de [adres 4], immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk benzine gegooid en/of gesprenkeld tegen/naar en/of in de nabijheid van voormeld(e) woning/huis en/of (vervolgens) met een brandende aansteker en/of lucifer voormelde benzine en/of met benzine besmeurde delen van voormeld(e) huis/woning aangestoken, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met benzine en/of (met benzine besmeurde) delen van voormeld(e) woning/huis, althans met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan voormeld(e) huis/woning en/of de inboedel ervan geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor zich in en/of aan en/of zich in de nabijheid van voormeld(e) woning/huis bevindende goederen en/of huizen/woningen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de zich in voormeld(e) woning/huis bevindende personen/bewoners en/of voor personen zich bevindende in de buurt van dat/die huis/woning en/of zich bevindende in woningen/huizen staande in de buurt van voormeld(e) woning/huis, in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te duchten was;

althans, voor zover voor het vorenstaande onder 7 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, subsidiair, terzake dat

hij op of omstreeks 12 juli 2013, te IJhorst, gemeente Staphorst, in elk geval in de gemeente Staphorst, althans in Nederland, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om opzettelijk brand te stichten in/aan/in de nabijheid van een huis/woning (houtskeletbouw) aan de [adres 4], terwijl daarvan gemeen gevaar voor alle goederen aan en in en/of in de directe omgeving van voormeld(e) huis/woning, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een aantal personen/bewoners zich bevindende in dat/die huis/woning, in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten was, met dat opzet benzine heeft gegooid en/of gesprenkeld tegen/naar en/of in de nabijheid van voormeld(e) woning/huis en/of (vervolgens) met een brandende lucifer en/of aansteker voormelde benzine en/of met benzine besmeurde delen van voormeld(e) huis/woning heeft aangestoken, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking heeft gebracht met benzine en/of (met benzine besmeurde) delen van voormeld(e) woning/huis, althans met (een) brandbare stof (fen), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

8.

hij op of omstreeks 12 juli 2013, te IJhorst, gemeente Staphorst, in elk geval in de gemeente Staphorst, althans in Nederland, opzettelijk brand heeft gesticht in/aan/bij in de nabijheid van een woning/huis [adres 5], immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk benzine, althans een soortgelijk brandbare stof gegooid tegen en/of in de buurt van voormeld(e) woning/huis en/of (vervolgens) met een brandende lucifer en/of een brandende aansteker

voormelde benzine en/of (met benzine besmeurde) delen van die/dat woning/huis in brand gestoken, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met benzine en/of met benzine besmeurde delen van voormeld(e) woning/huis, althans met (een) brandbare stof (fen), ten gevolge waarvan voormeld(e) woning/huis en/of de inboedel van voormeld(e) woning/huis en/of 2, althans een aantal, hond(en) geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor voormeld(e) woning/huis en/of de zich daarin bevindende goederen en/of dieren en/of de zich in de nabijheid van die woning bevindende goederen en/of de in de buurt staande schuur en/of huizen/woningen en/of de zich daarin bevindende goederen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor 3, althans een aantal, zich in dat/die huis/woning ([adres 5]) bevindende personen/bewoners, in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te duchten was;

onder parketnummer 08.910052-13 dat:

1.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 29 juli 2012 tot en met 2 december 2012, te weten op 29 juli 2012 en/of op 15 september 2012 en/of op 2 december 2012, te Coevorden, (telkens) opzettelijk brand heeft gesticht in/aan een woning aan de [adres 6], immers heeft verdachte toen aldaar (telkens) opzettelijk benzine, althans een brandbare stof tegen een deur van die woning gegooid of gesprenkeld en (vervolgens) (telkens) die benzine, althans die brandbare stof (fen) met een lucifer aangestoken, in elk geval (telkens) opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met benzine, althans met (een) brandbare stof (fen) , ten gevolge waarvan (telkens) die deur en/of goederen in (de hal van) die woning en/of een gordijn in die woning geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan (telkens) gemeen gevaar voor zich in die woning en/of aangrenzende woning(en) bevindende goederen, in elk geval gemeen gevaar voor

goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een zich in die woning bevindend persoon en/of in de aangrenzende woning(en) bevindende personen/bewoners, in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te duchten was;

althans, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, subsidiair, terzake dat

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 29 juli 2012 tot en met 2 december 2012, te weten op 29 juli 2012 en/of op 15 september 2012 en/of op 2 december 2012, te Coevorden, (telkens) ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om opzettelijk brand te stichten in een huis/woning aan de [adres 6], terwijl daarvan (telkens) gemeen gevaar voor die woning en/of in de aangrenzende woningen bevindende goederen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor zich in die woning bevindend persoon en/of in de aangrenzende woningen bevindende bewoners/personen, in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten was, met dat opzet (telkens) opzettelijk benzine, althans een brandbare stof, tegen een deur van die woning heeft gegooid of gesprenkeld en (vervolgens) (telkens) die benzine, althans die brandbare stof (fen) met een lucifer aangestoken, in elk geval (telkens) met dat opzet (open) vuur in aanraking heeft gebracht met

benzine, althans met (een) brandbare stof(fen), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf (telkens) niet is voltooid;

althans, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, meer subsidiair, terzake dat

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 29 juli 2012 tot en met 2 december 2012, te weten op 29 juli 2012 en/of 15 september 2012 en/of op 2 december 2012, te Coevorden, (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk een deur en/of een mat en/of een gordijn van/in een woning aan de [adres 6], in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

hij in of omstreeks de periode van 13 augustus 2011 tot en met 14 augustus 2011, te IJhorst, gemeente Staphorst, in elk geval in de gemeente Staphorst, en/of elders in Nederland, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, op de openbare weg ([adres 7]

[adres 7], althans een openbare weg) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 3] te dwingen tot de afgifte van een hoeveelheid geld en/of een auto, althans (een hoeveelheid) goederen van hun gading, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) , verdachte en/of verdachtes mededaders een of meer obstakel(s) heeft/hebben gelegd over een verkeersweg en/of een verkeersweg heeft/hebben geblokkeerd met (een) obstakel(s) en/of (vervolgens) verdachte en/of verdachtes mededader de auto, welke reed over die geblokkeerde weg en waarin die [slachtoffer 3] met zijn vriendin zaten op die wij ze tot stoppen heeft/hebben gedwongen en/of (vervolgens) nadat die [slachtoffer 3] uit de auto was gestapt, verdachte en/of verdachtes mededader een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft/hebben gericht op en/of op (dreigende wijze) getoond aan [slachtoffer 3] en/of (vervolgens) verdachte en/of verdachtes mededader die [slachtoffer 3] de woorden heeft/hebben toegevoegd “geld, geld” en/of “geef geld”, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of (vervolgens) met dat vuurwapen, althans dat op een vuurwapen gelijkende voorwerp, een of meerdere kogels/projectielen heeft/hebben afgeschoten op en/of in de richting van die [slachtoffer 3] en/of de auto van die [slachtoffer 3], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 12 juni 2011 tot en met 12 mei 2013, te IJhorst, gemeente Staphorst, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening

1) in/uit een auto (Citroen) heeft weggenomen een Tom Tom en/of een verbanddoos en/of (auto)papieren, in elk geval enig(e) goed(eren) , geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) (aangifte 1) en/of

2) in/uit een auto (Honda Civic) heeft weggenomen autopapieren en een veiligheidshamer, in elk geval enig(e) goed(eren) , geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) (aangifte 2) en/of

3) in/uit een auto (Renault) heeft weggenomen (auto)papieren en/of een rijbewijs en/of een kunststof bak met gereedschap, in elk geval enig(e) goed(eren) , geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) (aangifte 4) en/of

4) vanaf een auto (Volkswagen Golf) heeft weggenomen kapjes van de knipperlichten en/of afdekrubbers van dakdragers, in elk geval enig(e) goed(eren) , geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) (aangifte 8) en/of

5) in/uit een auto heeft weggenomen een koffer met gereedschap en/of een kentekenplaat, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 8], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) (aangifte 11) en/of

S in/uit (een) auto(s) (Renault en/of een Nissan en/of een camper) heeft weggenomen een autoradio met navigatiesysteem (Medion) en/of een mobiele telefoon (HTC) en/of een USB-stick en/of een portemonnee met bankpasjes en/of geld en/of een rijbewijs en/of een handtas en/of een fototoestel en/of een geheugenkaart en/of een lichtschakelaar en/of een playstation en/of spellen, in elk geval enig(e) goed(eren) , geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 9]

[slachtoffer 9] en/of [slachtoffer 13], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) (aangifte 12) en/of

7) in/uit een auto (Volvo) heeft weggenomen een Tom Tom, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 11], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) (aangifte 17) en/of

8) in/uit een auto (Audi) heeft weggenomen een Tom Tom en/of een telefoonlader en/of een pakje shag, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 10], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) (aangifte 21) en/of

9) in/uit een auto (Ford) heeft weggenomen een USB stick, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 12], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) (aangifte 22) waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich (telkens) de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak,

verbreking en/of inklimming;

VOORVRAGEN

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

BEWIJSOVERWEGINGEN

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting veroordeling van verdachte gevorderd voor wat ten aanzien van parketnummer 08.910038-13 onder 1, 2 primair, 3 primair, 4, 5 primair, 6 primair, 7 primair en 8, en wat ten aanzien van parketnummer 08.910052-13 onder 1 primair, 2 en 3 - met uitzondering van wat onder 3 onder 7 - ten laste is gelegd.

Het standpunt van de verdediging

Verdachte heeft zowel bij de politieverhoren als ter terechtzitting van 6 februari 2014 de feiten bekend. De raadsman heeft zich met betrekking tot het bewijs gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van alle aan verdachte ten laste gelegde feiten is sprake is van een bekennende verdachte in de zin van artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank zal daarom volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die tot de bewezenverklaring hebben geleid.1

De rechtbank acht slechts het ten laste gelegde onder parketnummer 08.910052-13, feit 3 onder 7 niet wettig en overtuigend bewezen. De verklaring van verdachte over dit feit vindt naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende steun in overige bewijsmiddelen. De rechtbank zal verdachte daarom van dit onderdeel vrijspreken.

Met betrekking tot parketnummer 08.910038-13:

feit 1.

1.

De bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 6 februari 2014.2

2.

Een proces-verbaal van bevindingen.3

3.

Een proces-verbaal van bevindingen.4

4.

Een proces-verbaal van bevindingen gemeen gevaar.5

feit 2.

1.

De bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 6 februari 2014.6

2.

Een proces-verbaal van sporenonderzoek.7

feit 3.

1.

De bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 6 februari 2014.8

2.

Een proces-verbaal van bevindingen.9

3.

Een proces-verbaal van sporenonderzoek.10

4.

Een proces-verbaal van aangifte.11

feit 4.

1.

De bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 6 februari 2014.12

2.

Een proces-verbaal van bevindingen.13

3.

Een proces-verbaal van sporenonderzoek.14

4.

Een proces-verbaal van aangifte.15

feit 5.

1.

De bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 6 februari 2014.16

2.

Een proces-verbaal van bevindingen.17

3.

Een proces-verbaal van sporenonderzoek.18

feit 6.

1.

De bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 6 februari 2014.19

2.

Een proces-verbaal van sporenonderzoek.20

feit 7.

1.

De bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 6 februari 2014.21

2.

Een proces-verbaal van sporenonderzoek.22

feit 8.

1.

De bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 6 februari 2014.23

2.

Een proces-verbaal van sporenonderzoek.24

Met betrekking tot parketnummer 08.910052-13:

feit 1.

1.

De bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 6 februari 2014.25

2.

Een proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2] d.d. 1 augustus 2012.26

3.

Een proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2] d.d. 19 september 2012.27

4.

Een proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2] d.d. 3 december 2012.28

feit 2.

1.

De bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 6 februari 2014.29

2.

Een proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 3].30

feit 3.

1.

De bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 6 februari 2014.31

2.

Een proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 4].32

3.

Een schriftelijk stuk, zijnde een afschrift van aangifte door [slachtoffer 5].33

4.

Een proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 6].34

5.

Een proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 7].35

6.

Een schriftelijk stuk, zijnde een mutatierapport met melding van diefstal door [slachtoffer 8].36

7.

Een schriftelijk stuk, zijnde een afschrift van een e-mail, verzonden door [slachtoffer 8].37

8.

Een proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 9].38

9.

Een proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 10].39

10.

Een proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 12].40

BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen wat verdachte ten laste is gelegd, ten aanzien van parketnummer 08.910038-13 onder

1, 2 primair, 3 primair, 4, 5 primair, 6 primair, 7 primair en 8

en ten aanzien van parketnummer 08.910052-13 onder

1

primair, 2 en 3,

met dien verstande dat

onder parketnummer 08.910038-13

1.

hij op 30 maart 2013 te IJhorst, gemeente Staphorst, , tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk brand heeft gesticht in een recreatiepark gelegen aan de [adres 1], te weten aan huis [nummer 1], immers hebben verdachte en diens mededader toen aldaar opzettelijk 2 flessen gevuld met benzine, met daarin een stuk papier gepakt en vervolgens met een brandende aansteker dat stuk papier in brand gestoken en vervolgens die flessen, gevuld met benzine en met daarin dat brandende stuk papier direct in de nabijheid van dat huis [nummer 1] gegooid en op de veranda van huis [nummer 1] gegooid, ten gevolge waarvan huis [nummer 1] en de inboedel van huis [nummer 1] geheel of gedeeltelijk zijn verbrand, terwijl daarvan gemeen gevaar voor huis [nummer 1] en de inboedel van voormeld huis en goederen bevestigd aan voormeld huis en goederen staande rondom voormeld huis en in de directe omgeving van voormeld huis, te duchten was;

2

primair.

hij op 7 april 2013, te IJhorst, gemeente Staphorst, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk brand heeft gesticht bij huis [nummer 2] gelegen aan de [adres 1], immers hebben verdachte en diens mededader toen aldaar opzettelijk 2 flessen gevuld met benzine, met daarin een stuk papier gepakt en vervolgens met een brandende aansteker dat stuk papier in brand gestoken en vervolgens die flessen gevuld met benzine, met daarin dat brandende stuk papier tegen huis [nummer 2] gegooid waarna die fles kapot viel en vervolgens die benzine zich verspreidde en in brand is gevlogen en benzine gegoten op delen van huis [nummer 2], ten gevolge waarvan huis [nummer 2] gedeeltelijk is verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, te weten huis [nummer 2], de inboedel van voormeld huis te duchten was;

3

primair.

hij op 16 juni 2013, te IJhorst, gemeente Staphorst, opzettelijk brand heeft gesticht aan een huis gelegen op een recreatiepark ([recreatiepark]), [nummer 3] (aan de [adres 2]) , immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk benzine gegooid tegen voormeld huis [nummer 3] en vervolgens een brandende lucifer in die benzine gegooid en delen van dat huis aangestoken, ten gevolge waarvan de rieten kap gedeeltelijk is verbrand, terwijl daarvan gemeen gevaar voor alle goederen in en in de directe omgeving van voormeld huis [nummer 3], en levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor 5 personen, zich bevindende in dat huis [nummer 3] te duchten was;

4.

hij op 16 juni 2013, te IJhorst, gemeente Staphorst, opzettelijk brand heeft gesticht op een recreatiepark (genaamd [recreatiepark]) aan huis [nummer 4] (gelegen aan de [adres 2]), immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk benzine gegooid tegen voormeld huis en vervolgens met een brandende lucifer die benzine aangestoken, ten gevolge waarvan voormeld huis [nummer 4] en de inboedel van voormeld huis zijn verbrand, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen in huis [nummer 4] en levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor 4 zich in voormeld huis bevindende personen te duchten was;

5

primair.

hij op 16 juni 2013, te IJhorst, gemeente Staphorst, opzettelijk brand heeft gesticht op een recreatiepark (genaamd [recreatiepark]), aan huis [nummer 5] (gelegen aan de [adres 2]), immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk benzine gegooid tegen voormeld huis en vervolgens met een brandende lucifer die benzine aangestoken, ten gevolge waarvan voormeld huis [nummer 5] gedeeltelijk is verbrand, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen in huis [nummer 5] te duchten was;

6

primair.

hij op 30 juni 2013, te IJhorst, gemeente Staphorst, opzettelijk brand heeft gesticht aan een huis aan de [adres 3], immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk benzine gegooid tegen voormeld huis en vervolgens deze benzine met een brandende lucifer aangestoken, ten gevolge waarvan voormeld huis aan de [adres 3] en de goederen zich bevindende in voormeld huis geheel of gedeeltelijk zijn verbrand, terwijl daarvan gemeen gevaar voor voormeld huis en de zich in dat huis bevindende goederen te duchten was;

7

primair.

hij op 12 juli 2013, te IJhorst, gemeente Staphorst, opzettelijk brand heeft gesticht aan een huis (houtskeletbouw) aan de [adres 4], immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk benzine gegooid tegen voormeld huis en vervolgens met een brandende lucifer voormelde benzine aangestoken, ten gevolge waarvan voormeld huis gedeeltelijk is verbrand, terwijl daarvan gemeen gevaar voor zich in voormeld huis bevindende goederen en levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de zich in voormeld huis bevindende personen te duchten was;

8.

hij op 12 juli 2013, te IJhorst, gemeente Staphorst, opzettelijk brand heeft gesticht aan een huis [adres 5], immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk benzine gegooid tegen voormelde woning en vervolgens met een brandende lucifer voormelde benzine in brand gestoken, ten gevolge waarvan voormeld huis en de inboedel van voormeld huis en 2 honden zijn verbrand, terwijl daarvan gemeen gevaar voor voormelde woning en de zich daarin bevindende goederen en dieren en de in de buurt staande schuur en levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een aantal zich in dat huis bevindende personen, te duchten was;

onder parketnummer 08.910052-13

1

primair.

hij op tijdstippen in de periode van 29 juli 2012 tot en met 2 december 2012, te weten op 29 juli 2012 en op 15 september 2012 en op 2 december 2012, te Coevorden, telkens opzettelijk brand heeft gesticht aan een woning aan de [adres 6], immers heeft verdachte toen aldaar telkens opzettelijk benzine tegen een deur van die woning gegooid en vervolgens telkens die benzine met een lucifer aangestoken, ten gevolge waarvan telkens die deur en/of goederen in (de hal van) die woning en/of een gordijn in die woning zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan telkens gemeen gevaar voor zich in die woning bevindende goederen en levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een zich in die woning bevindend persoon te duchten was;

2.

hij in de periode van 13 augustus 2011 tot en met 14 augustus 2011, te IJhorst, gemeente Staphorst, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, op de openbare weg ([adres 7]

[adres 7]) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 3] te dwingen tot de afgifte van een hoeveelheid geld en een auto, toebehorende aan [slachtoffer 3], verdachte en/of verdachtes mededader obstakels heeft/hebben gelegd over een verkeersweg en vervolgens verdachte en verdachtes mededader de auto, welke reed over die geblokkeerde weg en waarin die [slachtoffer 3] met zijn vriendin zat op die wijze tot stoppen heeft/hebben gedwongen en vervolgens, nadat die [slachtoffer 3] uit de auto was gestapt, verdachte een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op dreigende wijze getoond aan [slachtoffer 3] en vervolgens die [slachtoffer 3] de woorden heeft toegevoegd “geld, geld” en “geef geld” en vervolgens met dat op een vuurwapen gelijkende voorwerp, projectielen heeft afgeschoten in de richting van die [slachtoffer 3] en de auto van die [slachtoffer 3], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3, onder 1, 2 en 3.

hij opr tijdstippen omstreeks de periode van 12 juni 2011 tot en met 12 mei 2013, te IJhorst, gemeente Staphorst, tezamen en in vereniging met een ander, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening

1) uit een auto (Citroen) heeft weggenomen een Tom Tom en een verbanddoos en (auto)papieren, toebehorende aan [slachtoffer 4];

2) uit een auto (Honda Civic) heeft weggenomen autopapieren en een veiligheidshamer, toebehorende aan [slachtoffer 5];

3) uit een auto (Renault) heeft weggenomen (auto)papieren en een rijbewijs en een kunststof bak met gereedschap, toebehorende aan [slachtoffer 6];

3, onder 4 en 5.

hij op tijdstippen in de periode van 12 juni 2011 tot en met 12 mei 2013, te IJhorst, gemeente Staphorst, tezamen en in vereniging met een ander, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening

4) vanaf een auto (Volkswagen Golf) heeft weggenomen kapjes van de knipperlichten en afdekrubbers van dakdragers, toebehorende aan [slachtoffer 7];

5) uit een auto heeft weggenomen een koffer met gereedschap en een kentekenplaat, toebehorende aan [slachtoffer 8],

waarbij verdachte en/of zijn mededader telkens de weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van verbreking;

3, onder 6.

hij in de periode van 12 juni 2011 tot en met 12 mei 2013, te IJhorst, gemeente Staphorst, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening

6) uit auto’s (Renault en een Nissan) heeft weggenomen een autoradio met navigatiesysteem (Medion) en een mobiele telefoon (HTC) en een USB-stick en een portemonnee met bankpasjes en geld en een rijbewijs en een handtas en een fototoestel en een geheugenkaart en een lichtschakelaar, toebehorende aan [slachtoffer 9] en/of [slachtoffer 13],

waarbij verdachte en/of zijn mededader zich telkens de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft door middel van braak;

3, onder 8 en 9.

hij in de periode van 12 juni 2011 tot en met 12 mei 2013, te IJhorst, gemeente Staphorst, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening

8) uit een auto (Audi) heeft weggenomen een Tom Tom en een telefoonlader en een pakje shag, toebehorende aan [slachtoffer 10];

9) uit een auto (Ford) heeft weggenomen een USB stick, toebehorende aan [slachtoffer 12], waarbij verdachte zich telkens de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak.

Van het meer of anders ten laste gelegde zal verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

STRAFBAARHEID VAN HET FEIT

Het bewezenverklaarde levert op:

met betrekking tot parketnummer 08.910038-13:

feiten 1 en 2 primair, telkens:

medeplegen van opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is,

strafbaar gesteld bij artikel 157 jo 47 van het Wetboek van Strafrecht.

feiten 3 primair, 4, 7 primair en 8, telkens:

opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is,

strafbaar gesteld bij artikel 157 van het Wetboek van Strafrecht en

opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is,

strafbaar gesteld bij artikel 157 van het Wetboek van Strafrecht.

feiten 5 primair en 6 primair, telkens:

opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is,

Strafbaar gesteld bij artikel 157 van het Wetboek van Strafrecht.

Met betrekking tot parketnummer 08.910052-13:

feit 1 primair:

opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is, meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 157 van het Wetboek van Strafrecht en

opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is, meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 157 van het Wetboek van Strafrecht.

feit 2:

poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen,

strafbaar gesteld bij artikel 317 jo 312, 45 en 47 van het Wetboek van Strafrecht.

feit 3, onder 1, 2 en 3, telkens:

Diefstal, gepleegd door twee of meer verenigde personen,

strafbaar gesteld bij artikel 311 van het Wetboek van Strafrecht.

feit 3, onder 4 en 5, telkens:

Diefstal, gepleegd door twee of meer verenigde personen, waarbij verdachte en zijn mededader de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van verbreking,

strafbaar gesteld bij artikel 311 van het Wetboek van Strafrecht.

feit 3, onder 6:

Diefstal, gepleegd door twee of meer verenigde personen, waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak,

strafbaar gesteld bij artikel 311 van het Wetboek van Strafrecht.

feit 3, onder 8 en 9, telkens:

Diefstal, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijf heeft verschaft door middel van braak,

strafbaar gesteld bij artikel 311 van het Wetboek van Strafrecht.

De bewezen verklaarde feiten zijn volgens de wet strafbaar. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

STRAFBAARHEID van de VERDACHTE

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is dan ook strafbaar.

MOTIVERING VAN STRAF OF MAATREGEL

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft op grond van wat hij bewezen acht een gevangenisstraf gevorderd voor de duur van zes jaren en oplegging van de maatregel terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat het wenselijk is dat de behandeling van verdachte zo spoedig mogelijk begint. Om die reden bepleit de raadsman dat naast de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege een gevangenisstraf van kortere duur dan gevorderd wordt opgelegd.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft bij haar beslissing gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank rekening gehouden met:

een uittreksel justitiële documentatie van verdachte d.d. 4 december 2013;

een reclasseringsrapport over de persoon van verdachte d.d. 14 oktober 2013;

- een NIFP rapportage Pro Justitia van het Pieter Baan Centrum, opgemaakt door M. van Willigenburg, klinisch psycholoog en E.A. Beld, psychiater, d.d. 28 januari 2014;

de overige stukken in het persoonsdossier van verdachte.

- de ad informandum gevoegde feiten, bestaande uit meerdere vernielingen van ruiten, het voorhanden hebben van wapens en een poging tot diefstal, zoals valt af te leiden uit de processen-verbaal van politie, die zich in het onderhavige dossier bevinden. De verdachte heeft ter terechtzitting deze feiten bekend. De rechtbank heeft geen rekening gehouden met de onder 5 vermelde ad informandum gevoegde poging diefstal uit auto’s door middel van verbreking.

Verdachte heeft zich in een periode van 12 juni 2011 tot aan zijn aanhouding op 13 juli 2013 schuldig gemaakt aan een reeks van strafbare feiten. Achtereenvolgens gaat het om de volgende feiten.

In de periode van 12 juni 2011 tot en met 12 mei 2013 heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan meerdere diefstallen uit auto's. Daarbij is -al dan niet gecombineerd- sprake geweest van medeplegen, braak en verbreking. Bij het plegen van deze feiten stond voor verdachte in de eerste plaats het zoeken naar een gevoel van spanning voorop. De buitgemaakte goederen werden niet in geldelijk gewin omgezet, maar voor een groot deel weggegooid en vormden voor verdachte slechts een secundair doel. Dergelijke feiten veroorzaken, naast schade, veel hinder voor de slachtoffers, die tijd moeten investeren in herstel.

In augustus 2011 heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan een poging tot afpersing, door gewapend met een gaspistool en gekleed in een bivakmuts een weg te blokkeren en op die manier een auto tot stoppen te dwingen. Toen het slachtoffer vervolgens geen geld gaf, besloot verdachte projectielen af te vuren in de richting van het slachtoffer. Ook bij dit feit lijkt het motief van verdachte, naast geldelijk gewin, vooral een zucht naar sensatie te zijn geweest.

In de tweede helft van 2012 heeft verdachte tot drie maal toe brand gesticht aan de woning van een buurman, van wie verdachte zegt overlast te hebben ondervonden. In alle gevallen bevond het slachtoffer zich in de woning en is levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor hem ontstaan.

Omdat autokraken niet meer voldoende waren om zijn behoefte aan spanning en sensatie te bevredigen is verdachte ook andersoortige feiten gaan plegen.

Verdachte heeft zich vervolgens in een relatief korte periode van eind maart 2013 tot medio juli 2013 schuldig gemaakt aan een serie van acht brandstichtingen in de omgeving van IJhorst. Bij vier van deze branden is gevaar voor mensenlevens of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel ontstaan. Het is niet aan verdachte te danken dat betrokkenen zich op tijd in veiligheid hebben weten te brengen. Twee honden konden echter niet op tijd worden gered en hebben de brand aan de Heerenweg niet overleefd. De slachtoffers hebben zeer angstige momenten beleefd. De consequenties zijn enorm, zowel financieel als emotioneel, zoals ook blijkt uit de slachtofferverklaringen.

De branden hebben in alle gevallen materiele schade veroorzaakt, variërend van een forse schroeiplek op een rieten dak tot het vrijwel volledig afbranden van een woning, inclusief inboedel. In het laatste geval is niet alleen de zelf gerestaureerde monumentale woning totaal verwoest, maar is de familie bovendien getroffen nu het eigen bedrijf in de naastgelegen afgebrande schuur gevestigd was. Er zijn bij de verschillende branden persoonlijke bezittingen met soms grote immateriële waarde letterlijk in rook opgegaan. In een voorkomend geval werd het getroffen huis als een levenswerk beschouwd, daar het eigenhandig -in samenwerking met familie- was gebouwd.

Tijdens het onderzoek ter terechtzitting is daarnaast naar voren gekomen dat niet alleen de direct betrokkenen, maar ook anderen in IJhorst en omgeving zich gedurende langere tijd onveilig hebben gevoeld door de brandstichtingen. Zo werd er binnen gezinnen om de beurt geslapen zodat op elk moment van de dag iemand waakzaam en alert was. De gevoelde noodzaak daarvan geeft aan hoe groot de impact van de brandstichtingen, ook voor niet direct betrokkenen, is geweest.

Het meemaken van (woning)brand kan een zeer traumatische ervaring zijn. Dat slachtoffers daarvan nog langdurig gevoelens van angst en onveiligheid kunnen ondervinden, mag algemeen bekend worden geacht. In dat verband moet het voor de betrokkenen als uitermate schokkend en bijzonder pijnlijk zijn ervaren, dat verdachte geen berouw toont en ter terechtzitting heeft verklaard dat hij de feiten heeft gepleegd voor de kick en om op televisie te komen en nog ernstigere gevolgen van zijn handelen voor lief had genomen. De rechtbank zal het ontbreken van inlevingsvermogen evenwel niet ten nadele van verdachte laten meewegen bij het bepalen van de hoogte van de straf, nu dit moet worden gezien als uitvloeisel van de geestelijke gesteldheid van verdachte, zoals die hierna beschreven zal worden.

Uit het onderzoek in het Pieter Baan Centrum komt onder meer het volgende naar voren.

Verdachte heeft in zijn leven vaak te maken gehad met uitsluitingen. Zo werd hij op de middelbare school en tijdens een stage gepest en is hij tot driemaal toe afgewezen voor zijn droombaan bij het leger. Daarnaast vond verdachte in algemene zin moeilijk aansluiting bij andere mensen, waardoor hij vereenzaamde. Deze uitsluitingen hebben ondermijnend gewerkt voor het zelfbeeld van verdachte.

Gevoed door televisie en games is verdachte op zoek gegaan naar spanning in zijn leven door in het bos rond te gaan lopen en te fantaseren. Op den duur is verdachte naar die fantasieën gaan handelen en is hij vervallen in delictgedrag, in eerste instantie door vernielingen en autodiefstallen te gaan plegen. Door de gevoelens van spanning en macht die daarmee gepaard gingen, heeft het zelfbeeld van verdachte vermoedelijk een oppepper gekregen en dit heeft vervolgens de opmaat naar het plegen van meer en steeds ernstigere feiten gevormd, waaronder het stichten van brand. De media-aandacht bleek daarbij voor verdachte een sterk belonende factor: het droeg bij aan reparatie van het beschadigde zelfgevoel en wakkerde een sensatiezucht bij hem aan.

Verdachte wordt getypeerd als een man met fundamentele problemen in de sociale omgang en wederkerigheid. Er is een zeer gebrekkige empathie en een onvermogen zich een beeld te vormen van de belevingswereld van anderen. Er zijn sterke preoccupaties of fascinaties met geweld, wapens en misdaad. Verdachte heeft een zeer beperkt ontwikkeld geweten, in die zin dat hij nauwelijks wordt gestuurd door een innerlijk moreel kompas.

De gedragsdeskundigen komen op basis van het onderzoek tot de conclusie dat verdachte primair lijdt aan de stoornis van Asperger (een autismespectrumstoornis). Secundair aan deze stoornis kan gesproken worden van een persoonlijkheidsstoornis NAO met narcistische en antisociale kenmerken. Voorts is bij verdachte sprake van pyromanie.

De kenmerken van zijn stoornissen hebben de gedragingen en overwegingen van verdachte ten tijde van het bewezenverklaarde in sterke mate beïnvloed. Verdachte moet daarom worden beschouwd als sterk verminderd toerekeningsvatbaar. Gelet op onder meer de ernst, chroniciteit en starheid van verdachtes problematiek en de onzekerheid of en op welke termijn behandeling iets gaat opleveren in combinatie met de forse kans op fysiek agressief gedrag jegens derden en het aanwezige escalatiegevaar, wordt geadviseerd de maatregel terbeschikkingstelling met verpleging op te leggen.

De rechtbank neemt deze conclusies en adviezen uit het rapport over en maakt deze tot de hare. Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank bovendien in haar overwegingen betrokken dat het een nog jeugdige man betreft, zonder noemenswaardig strafblad. Dat verdachte na zijn aanhouding volledige medewerking heeft verleend aan zowel het politieonderzoek als het onderzoek in het Pieter Baan Centrum, is positief te noemen. Verdachte heeft bovendien verklaard mee te zullen werken aan de geadviseerde behandeling in het kader van de maatregel terbeschikkingstelling met verpleging.

Het voorgaande overziend, wordt verdachte schuldig bevonden aan een groot aantal zeer ernstige feiten, die diepgaand hebben ingegrepen en nog steeds ingrijpen in het leven van diverse slachtoffers en welke feiten grote maatschappelijke onrust hebben veroorzaakt in IJhorst en omgeving. Vanwege de ernst en de veelheid van deze feiten is een gevangenisstraf van lange duur gerechtvaardigd en heeft de rechtbank overwogen een langere gevangenisstraf op te leggen dan door de officier van justitie gevorderd.

Rekening houdend met de persoon van verdachte, zoals hiervoor is overwogen, vindt de rechtbank dat de door de officier van justitie gevorderde gevangenisstraf voor de duur van zes jaren, met oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging op evenwichtige wijze recht doet aan de ernst van de feiten enerzijds en het belang van de samenleving bij behandeling van verdachte anderzijds. De rechtbank zal verdachte daarom conform de eis van de officier van justitie veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren, met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht. Daarnaast wordt oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling gelast, waarbij de verpleging van verdachte zal worden bevolen.

De rechtbank overweegt daarbij dat de maatregel van terbeschikkingstelling zal worden opgelegd ter zake van misdrijven die een gevaar opleveren voor de onaantastbaarheid van het lichaam van personen, te weten het opzettelijk stichten van brand, waarvan levensgevaar te duchten is en een poging tot afpersing. De totale duur van de maatregel kan daarom een periode van vier jaar te boven gaan.

Vorderingen van benadeelde partijen

De rechtbank stelt voorop dat de hoogte van de verschillende vorderingen van de benadeelde partijen op zichzelf niet onredelijk voorkomen. Omdat de rechtbank de vorderingen moet beoordelen in een juridisch kader, kunnen de verschillende posten niet in alle gevallen worden toegewezen. Het komt bij de beoordeling van die posten aan op de onderbouwing en de mate van betwisting door de verdediging. Nader onderzoek naar de hoogte van verschillende posten levert naar het oordeel van de rechtbank in de gegeven omstandigheden een onevenredige belasting op voor het strafproces.

De rechtbank beslist als volgt.

De benadeelde partij [slachtoffer 8] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding van een bedrag van € 424,40 gevoegd in het strafproces. Naar het oordeel van de rechtbank is komen vast te staan, dat de benadeelde partij [slachtoffer 8] als gevolg van het hiervoor ten aanzien van parketnummer 08.910038-13 onder 3 bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade heeft geleden.

Naar het oordeel van de rechtbank kan het gevorderde bedrag van € 109,80 met betrekking tot het aanpassen van verlichting niet worden aangemerkt als rechtstreekse schade in de zin van artikel 51f van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank zal de vordering voor dat deel niet ontvankelijk verklaren.

De vordering is voor het overige met de door de benadeelde partij overgelegde stukken onderbouwd en niet, althans onvoldoende, weersproken. De hoogte van de schade is genoegzaam komen vast te staan tot een bedrag van € 314,60. De vordering zal dan ook tot dat bedrag worden toegewezen. De verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken, tot op heden begroot op nihil.

De benadeelde partij [benadeelde 1] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding van een bedrag van € 19.287,28 gevoegd in het strafproces. Naar het oordeel van de rechtbank is komen vast te staan, dat de benadeelde partij [benadeelde 1] als gevolg van het hiervoor ten aanzien van parketnummer 08.910038-13 onder 6 bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade heeft geleden.

De rechtbank overweegt met betrekking tot de gevorderde schadeposten als volgt.

De gestelde en gevorderde niet-vergoede waarde van de onroerende zaak van € 10.000,00 is voor de rechtbank niet eenvoudig vast te stellen op basis van de overgelegde stukken. De vordering is voor dat deel betwist, terwijl nader onderzoek naar de omvang van deze schade een onevenredige belasting voor het strafproces oplevert. De schade zal voor dit gedeelte niet ontvankelijk worden verklaard.

Ten aanzien van de gederfde huur zal de rechtbank de vordering toewijzen tot een bedrag van € 1.618,00. Dit bedrag is gebaseerd op de gemiddelde huuropbrengst over een periode van 18 maanden voorafgaand aan de brand, verminderd met de bijdrage van de verzekering. De vordering zal met betrekking tot deze schadepost voor het meer gevorderde niet ontvankelijk worden verklaard.

De gevorderde telefoonkosten á € 75,00 zal de rechtbank toewijzen tot een bedrag van

€ 48,00, nu de overgelegde facturen een periode van twee maanden bestrijken en de meerkosten aan telefonie gemiddeld € 16,00 bedroegen.

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij op voorkomende dagen meerdere malen heeft moeten reizen om zaken te regelen met betrekking tot de nasleep van voornoemd bewezenverklaard feit. De gevorderde reiskosten zullen daarom door de rechtbank volledig worden toegewezen.

De vordering is voor het overige met de door de benadeelde partij overgelegde stukken onderbouwd en niet, althans onvoldoende, weersproken. De hoogte van de schade is genoegzaam komen vast te staan tot een bedrag van € 2.293,28. De vordering zal dan ook tot dat bedrag worden toegewezen. De verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken, tot op heden begroot op nihil.

De benadeelde partij [benadeelde 2] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding van een bedrag van € 3.101,59 gevoegd in het strafproces. Naar het oordeel van de rechtbank is komen vast te staan, dat de benadeelde partij [benadeelde 2] als gevolg van het hiervoor ten aanzien van parketnummer 08.910038-13 onder 7 bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade heeft geleden.

Naar het oordeel van de rechtbank is de schade als gevolg van verloren arbeidsuren, gelet ook op de betwisting van de verdediging, onvoldoende onderbouwd. De rechtbank zal het met betrekking tot deze schadepost subsidiair gevorderde bedrag van € 136,20 toewijzen.

De vordering is voor het overige met de door de benadeelde partij overgelegde stukken onderbouwd en niet, althans onvoldoende, weersproken. De hoogte van de schade is genoegzaam komen vast te staan tot een bedrag van € 2.237,79. De vordering zal dan ook tot dat bedrag worden toegewezen. De verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken, tot op heden begroot op nihil.

De benadeelde partij [benadeelde 3] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding van een bedrag van € 2.062,69 gevoegd in het strafproces. Ter terechtzitting is het gevorderde bedrag verhoogd met € 75,60, betreffende reiskosten in verband met EMDR-therapie voor haar kind, zodat het totaal gevorderde bedrag € 2.138,29 bedraagt.

Naar het oordeel van de rechtbank is komen vast te staan, dat de benadeelde partij [benadeelde 3] als gevolg van het hiervoor ten aanzien van parketnummer 08.910038-13 onder 8 bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade heeft geleden.

De vordering is met de door de benadeelde partij overgelegde stukken onderbouwd en niet, althans onvoldoende, weersproken. Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de gevorderde reiskosten in verband met EMDR-therapie in de directe toekomst daadwerkelijk worden gemaakt en dat zij een rechtstreeks gevolg zijn van schade die al is ontstaan. Dat de kosten in de toekomst liggen, staat niet aan toewijzing van (dit deel van) de vordering in de weg.

De hoogte van de schade is genoegzaam komen vast te staan tot een bedrag van € 2.138,29. De vordering zal dan ook tot dat bedrag worden toegewezen. De verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken, tot op heden begroot op nihil.

De benadeelde partij [benadeelde 4] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding van een bedrag van € 9.742,50 gevoegd in het strafproces. Ter terechtzitting is deze vordering verlaagd met € 500,00, zodat het totaal gevorderde bedrag € 9.242,50 bedraagt. Naar het oordeel van de rechtbank is komen vast te staan, dat de benadeelde partij [benadeelde 4] als gevolg van het hiervoor ten aanzien van parketnummer 08.910038-13 onder 8 bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade heeft geleden.

Naar het oordeel van de rechtbank is de vordering, gelet ook op de betwisting van de verdediging, onvoldoende onderbouwd voor zover het de opruimkosten en geschatte overige kosten betreft. De vordering zal in zoverre niet ontvankelijk worden verklaard.

De vordering is voor het overige met de door de benadeelde partij overgelegde stukken onderbouwd en niet, althans onvoldoende, weersproken. Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk gemaakt dat de huurkosten ad € 6.000,00 daadwerkelijk zullen worden gemaakt, nu een verlenging van het huurcontract tot 1 januari 2015 is overgelegd en de benadeelde partij in aanvulling daarop heeft aangevoerd dat hun eigen woning niet vóór 1 januari 2015 weer kan worden bewoond. De hoogte van de schade is genoegzaam komen vast te staan tot een bedrag van € 8.060,00. De vordering zal dan ook tot dat bedrag worden toegewezen. De verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken, tot op heden begroot op nihil.

De benadeelde partij [benadeelde 5] B.V. heeft zich met een vordering tot schadevergoeding van een bedrag van € 13.575,85 gevoegd in het strafproces. Naar het oordeel van de rechtbank is komen vast te staan, dat de benadeelde partij [benadeelde 5] B.V. als gevolg van het hiervoor ten aanzien van parketnummer 08.910038-13 onder 8 bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade heeft geleden.

De rechtbank overweegt met betrekking tot de afzonderlijke schadeposten als volgt.

Voor huur en inrichting van een nieuwe bedrijfsruimte is een bedrag van € 4.314,09 gevorderd, bestaande uit kosten voor interieurbehandeling á € 247,73, stoffering á

€ 1.500,00 en (het aanleggen van) verwarming á € 2.566,36.

Naar het oordeel van de rechtbank is de vordering voor zover zij laatstgenoemde schadepost betreft zodanig complex dat nader onderzoek daarnaar een onevenredige belasting van het strafproces vormt. In zoverre zal de vordering niet ontvankelijk worden verklaard. De vordering zal voor beide overige posten worden toegewezen, met dien verstande dat de btw daarvan zal worden afgetrokken. De rechtbank zal de gevorderde kosten voor de postservice eveneens toewijzen tot het opgegeven bedrag exclusief btw.

Naar het oordeel van de rechtbank is de vordering eveneens onvoldoende onderbouwd voor zover zij betrekking heeft op de vorkheftruck en de veegmachine. Ook dit gedeelte van de vordering zal daarom niet ontvankelijk worden verklaard.

De vordering is voor het overige met de door de benadeelde partij overgelegde stukken onderbouwd en niet, althans onvoldoende, weersproken. De hoogte van de schade is genoegzaam komen vast te staan tot een bedrag van € 5.814,83. De vordering zal dan ook tot dat bedrag worden toegewezen. De verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken, tot op heden begroot op nihil.

De benadeelde partij [slachtoffer 4] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding van een bedrag van € 205,60 gevoegd in het strafproces. Naar het oordeel van de rechtbank is komen vast te staan, dat de benadeelde partij [slachtoffer 4] als gevolg van het hiervoor ten aanzien van parketnummer 08.910052-13 onder 3 bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade heeft geleden.

De vordering is met de door de benadeelde partij overgelegde stukken onderbouwd en niet, althans onvoldoende, weersproken. De hoogte van de schade is genoegzaam komen vast te staan tot een bedrag van € 205,60. De vordering zal dan ook tot dat bedrag worden toegewezen.

De verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken, tot op heden begroot op nihil.

De benadeelde partij [slachtoffer 6] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding van een bedrag van € 183,90 gevoegd in het strafproces. Naar het oordeel van de rechtbank is komen vast te staan, dat de benadeelde partij [slachtoffer 6] als gevolg van het hiervoor ten aanzien van parketnummer 08.910052-13 onder 3 bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade heeft geleden.

Naar het oordeel van de rechtbank is de vordering onvoldoende onderbouwd voor zover

€ 150,00 voor diverse gereedschappen wordt gevorderd. De rechtbank zal deze schadepost in redelijkheid begroten op € 50,00 en voor het overige niet ontvankelijk verklaren.

De vordering is voor het overige met de door de benadeelde partij overgelegde stukken onderbouwd en niet, althans onvoldoende, weersproken. De hoogte van de schade is genoegzaam komen vast te staan tot een bedrag van € 83,90. De vordering zal dan ook tot dat bedrag worden toegewezen. De verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken, tot op heden begroot op nihil.

De verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk.

Als extra waarborg voor betaling van de benadeelde partijen zal de rechtbank overeenkomstig artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van bovengenoemde geldsommen ten behoeve van de betreffende benadeelde partijen.

De oplegging van straf of maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 10, 27, 37a, 37b en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

Het ten aanzien van parketnummer 08.910038-13 onder 1, 2 primair, 3 primair, 4, 5 primair, 6 primair, 7 primair en 8 ten laste gelegde en het ten aanzien van parketnummer 08.910038-13 onder 1 primair, 2, en 3 ten laste gelegde is bewezen zoals hiervoor aangegeven en levert de strafbare feiten op, zoals hiervoor vermeld. De verdachte is strafbaar.

Het meer of anders ten laste gelegde is niet bewezen en de rechtbank spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren.

De tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht wordt bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering gebracht.

De rechtbank gelast dat verdachte ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat hij van overheidswege zal worden verpleegd.

Schadevergoeding

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 8], wonende te Oudkerk, van een bedrag van € 314,60 (zegge: driehonderdveertien euro en zestig eurocent). De verdachte wordt voorts veroordeeld in de kosten, die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank legt de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 314,60 ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 8], bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 6 dagen hechtenis.

De rechtbank bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 8] voor wat het meer gevorderde betreft in haar vordering niet ontvankelijk is. De benadeelde partij kan haar vordering voor dat deel bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 1], wonende te [woonplaats 2], van een bedrag van € 2.293,28 (zegge: tweeduizendtweehonderd-drieënnegentig euro en achtentwintig eurocent). De verdachte wordt voorts veroordeeld in de kosten, die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank legt de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 2.293,28 ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 1], bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 32 dagen hechtenis.

De rechtbank bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij [benadeelde 1] voor wat het meer gevorderde betreft in zijn vordering niet ontvankelijk is. De benadeelde partij kan zijn vordering voor dat deel bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 2], wonende te [woonplaats 3], van een bedrag van € 2.237,79 (zegge: tweeduizendtweehonderd-zevenendertig euro en negenenzeventig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 12 juli 2013 (de dag waarop het met betrekking tot parketnummer 08.910038-13 onder 7 bewezen verklaarde feit jegens de benadeelde partij werd gepleegd), tot de dag van de voldoening.

De verdachte wordt voorts veroordeeld in de kosten, die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank legt de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 2.237,79 ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 2], bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 32 dagen hechtenis.

De rechtbank bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij [benadeelde 2] voor wat het meer gevorderde betreft in zijn vordering niet ontvankelijk is. De benadeelde partij kan zijn vordering voor dat deel bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 3], wonende te [woonplaats 4], van een bedrag van € 2.138,29 (zegge: tweeduizendhonderd-achtendertig euro en negenentwintig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 12 juli 2013 (de dag waarop het met betrekking tot parketnummer 08.910038-13 onder 8 bewezen verklaarde feit jegens de benadeelde partij werd gepleegd), tot de dag van de voldoening.

De verdachte wordt voorts veroordeeld in de kosten, die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank legt de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 2.138,59 ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 3], bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 31 dagen hechtenis.

De rechtbank bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 4], wonende te [woonplaats 5], van een bedrag van € 8.060,00 (zegge: achtduizendzestig euro), vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 12 juli 2013 (de dag waarop het met betrekking tot parketnummer 08.910038-13 onder 8 bewezen verklaarde feit jegens de benadeelde partij werd gepleegd), tot de dag van de voldoening.

De verdachte wordt voorts veroordeeld in de kosten, die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank legt de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 8.060, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 4], bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 75 dagen hechtenis.

De rechtbank bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij [benadeelde 4] voor wat het meer gevorderde betreft in zijn vordering niet ontvankelijk is. De benadeelde partij kan zijn vordering voor dat deel bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 5] B.V., gevestigd te [woonplaats 6], van een bedrag van € 5.814,83 (zegge: vijfduizend achthonderdveertien euro en drieëntachtig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 12 juli 2013 (de dag waarop het met betrekking tot parketnummer 08.910038-13 onder 8 bewezen verklaarde feit jegens de benadeelde partij werd gepleegd), tot de dag van de voldoening.

De verdachte wordt voorts veroordeeld in de kosten, die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank legt de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 5.814,83 ten behoeve van benadeelde partij [benadeelde 5] B.V., bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 64 dagen hechtenis.

De rechtbank bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij [benadeelde 5] B.V. voor wat het meer gevorderde betreft in zijn vordering niet ontvankelijk is. De benadeelde partij kan zijn vordering voor dat deel bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 4], wonende te [woonplaats 7], van een bedrag van € 205,60 (zegge: tweehonderdvijf euro en zestig eurocent). Verdachte is naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover verdachte en/of zijn mededader heeft/hebben voldaan aan deze verplichting dan komt de andere daarmee te vervallen.

De verdachte wordt voorts veroordeeld in de kosten, die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank legt de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 205,60 ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 4], bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 4 dagen hechtenis.

De rechtbank bepaalt dat, indien verdachte en/of zijn mededader heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 4] in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte en/of zijn mededader heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 4], daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 6], wonende te [woonplaats 8], van een bedrag van € 83,90 (zegge: drieëntachtig euro en negentig eurocent). Verdachte is naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover verdachte en/of zijn mededader heeft/hebben voldaan aan deze verplichting dan komt de andere daarmee te vervallen.

De verdachte wordt voorts veroordeeld in de kosten, die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank legt de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 83,90, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 6], bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 1 dag hechtenis.

De rechtbank bepaalt dat, indien verdachte en/of zijn mededader heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 6] in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte en/of zijn mededader heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 6], daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 6] voor wat het meer gevorderde betreft in zijn vordering niet ontvankelijk is. De benadeelde partij kan zijn vordering voor dat deel bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Aldus gewezen door mr. F.E.J. Goffin, voorzitter, mrs. S. Taalman en V.P.K. van Rosmalen, rechters, in tegenwoordigheid van D.D. Drost als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 februari 2014.

Mr. Taalman en mr. Van Rosmalen voornoemd zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar met paginanummering aangeduide processen-verbaal en andere stukken, betreft dit op ambtseed/ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal dan wel andere bescheiden, als bijlagen opgenomen bij het proces-verbaal van het opsporingsonderzoek van de Regiopolitie IJsselland, onderzoek 04HEW 13002 Kolgans, opgemaakt op 27 augustus 2013.

2 Proces-verbaal van de terechtzitting van 6 februari 2014.

3 Pagina 367 e.v.

4 Pagina 372 e.v.

5 Pagina 286.

6 Proces-verbaal van de terechtzitting van 6 februari 2014.

7 Pagina 511 e.v.

8 Proces-verbaal van de terechtzitting van 6 februari 2014.

9 Pagina 626 e.v.

10 Pagina 633 e.v.

11 Pagina 676 e.v.

12 Proces-verbaal van de terechtzitting van 6 februari 2014.

13 Pagina 626 e.v.

14 Pagina 633 e.v.

15 Pagina 668 e.v.

16 Proces-verbaal van de terechtzitting van 6 februari 2014.

17 Pagina 626 e.v.

18 Pagina 633 e.v.

19 Proces-verbaal van de terechtzitting van 6 februari 2014.

20 Pagina 730 e.v.

21 Proces-verbaal van de terechtzitting van 6 februari 2014.

22 Pagina 823 e.v.

23 Proces-verbaal van de terechtzitting van 6 februari 2014.

24 Pagina 842 e.v.

25 Proces-verbaal van de terechtzitting van 6 februari 2014.

26 Pagina 911 e.v.

27 Pagina 915 e.v.

28 Pagina 931 e.v.

29 Proces-verbaal van de terechtzitting van 6 februari 2014.

30 Pagina 984 e.v.

31 Proces-verbaal van de terechtzitting van 6 februari 2014.

32 Pagina 1096 e.v.

33 Pagina 1101 e.v.

34 Pagina 1105 e.v.

35 Pagina 1122 e.v.

36 Pagina 1131 e.v.

37 Pagina 1134.

38 Pagina 1139 e.v.

39 Pagina 1196 e.v.

40 Pagina 1199 e.v.