Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2014:7044

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
04-11-2014
Datum publicatie
22-01-2015
Zaaknummer
C/08/162616 / KG RK 14-2931
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Verzoek tot wraking afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Wrakingskamer

Zittingsplaats Almelo

Zaaknummer: C/08/162616 / KG RK 14-2931

Beslissing van 4 november 2014 van de wrakingskamer van de rechtbank Overijssel op het verzoek van:

[verzoeker],

wonende te [woonplaats],

verzoeker tot wraking, verder te noemen “de verzoeker”,

strekkende tot wraking van mr. G. van Eerden, in zijn hoedanigheid van kantonrechter in deze rechtbank, verder ook te noemen “de kantonrechter”.

Het procesverloop

1.1 Bij de sector civiel, team kanton en handelsrecht, van deze rechtbank is tussen de stichting Almelose woningstichting ‘Beter Wonen’, verder te noemen ‘Beter Wonen’, en de verzoeker een procedure aanhangig onder zaaknummer 3042661 CV EXPL 2518-14.
In die procedure vordert Beter Wonen -samengevat en voor zover thans van belang-
primair
- ontbinding van de huurovereenkomst met verzoeker;
- de ontruiming van de gehuurde woning door verzoeker;
subsidiair
- de verzoeker te veroordelen om de woning in goede onderhoudstoestand te brengen en te
houden,
- Beter Wonen te machtigen om de onderhoudswerkzaamheden zelf te doen verrichten
welke nodig zijn om de tuin(en) bij de woning van de verzoeker in een goede
onderhoudstoestand te brengen en te houden;
- de verzoeker te veroordelen om Beter Wonen toe te laten tot zijn woning
- Beter Wonen te machtigen de woning van de verzoeker binnen te treden en die woning in
een zodanige toestand te brengen dat deze voldoet aan de huurovereenkomst en de
algemene huurvoorwaarden.

1.2 Op 8 september 2014 heeft de kantonrechter ter gelegenheid van een comparitie de zaak met partijen besproken. Van hetgeen is besproken is proces-verbaal opgemaakt. Daaruit blijkt dat de kantonrechter een bezichtiging van het gehuurde in het vooruitzicht heeft gesteld en dat verzoeker daarmee heeft ingestemd. Nadien is de bezichtiging vastgesteld op 6 oktober 2014.

1.3 Op 30 september 2014 heeft de verzoeker een verzoek tot wraking gedaan van mr. Van Eerden in zijn hoedanigheid van kantonrechter belast met de behandeling van de zaak die is geregistreerd onder 3042661 CV EXPL 2518-14. Mr. Van Eerden heeft hierop de behandeling van de zaak geschorst.

1.4 Op 6 oktober 2014 is binnengekomen een reactie van de kantonrechter.

1.5 Het wrakingsverzoek is behandeld ter openbare terechtzitting van 30 oktober 2014. Verzoeker is met bericht van verhindering niet verschenen. Als toehoorder is ter zitting verschenen: mr. K.E.M. Wigger van deurwaarderskantoor Wigger van het Laar.

1.6 De wrakingskamer heeft na sluiting van de behandeling bepaald zo spoedig mogelijk op het verzoek te zullen beslissen.

2 Het wrakingsverzoek

Verzoeker legt - kort weergegeven - het volgende aan zijn verzoek tot wraking van mr. Van Eerden ten grondslag. Hij stelt dat sprake is van vooringenomenheid en partijdigheid van mr. Van Eerden. De kantonrechter heeft zijn besluit om de woning van verzoeker te bezichtigen enkel genomen op basis van de stellingen van hiervoor bedoelde woningstichting. Van deze stellingen zijn geen bewijzen overgelegd. Dat kan ook niet, omdat alle door de woningstichting naar voren gebrachte stellingen leugens zijn. De kantonrechter heeft geen onderzoek gedaan naar de juistheid van de verklaringen van de woningstichting, terwijl de zitting daarvoor de aangewezen mogelijkheid is. Op de zitting is de verzoeker overdonderd door het besluit van de kantonrechter om zijn huis en tuin te willen zien. Pas later is het tot hem doorgedrongen dat dit een onjuist besluit is. De kantonrechter wil op deze manier het bewijs leveren van de onjuiste stellingen van de woningstichting, nu de woningstichting niet in staat is om dat bewijs zelf te leveren. Kennelijk gaat de kantonrechter ervan uit dat hetgeen de woningstichting beweert juist is, ook al is daarvoor geen enkele aanwijzing bekend. Daarnaast is sprake van chantage en machtsmisbruik, nu de kantonrechter de verzoeker ter zitting voor de keuze heeft gesteld om akkoord te gaan met het besluit om zijn woning te bezichtigen of anders in de bodemprocedure in het ongelijk gesteld te worden.

3 Het standpunt van mr. Van Eerden

De kantonrechter heeft niet in de wraking berust. Bij gelegenheid van de comparitie na conclusie van antwoord is aan verzoeker gevraagd of hij er bezwaar tegen had dat de kantonrechter in gezelschap van zijn griffier de situatie ter plaatse kwam bekijken. Na overleg met zijn gemachtigde, mr. K. ter Mors, advocaat te Almelo, heeft verzoeker daarmee ingestemd. De kantonrechter is van oordeel dat door de situatie ter plaatse te willen bekijken en dus niet af te gaan op de door de woningstichting overgelegde foto’s, evident geen sprake is van vooringenomenheid en partijdigheid.

4 De beoordeling

4.1

Verzoeker is ter zitting niet verschenen. Verzoeker heeft zeer kort voorafgaand aan de zitting kenbaar gemaakt dat hij niet kon verschijnen. De wrakingskamer achtte zich, mede gelet op de uitvoerige uiteenzetting in het door verzoeker ingediende verzoekschrift, voldoende voorgelicht om een beslissing te kunnen nemen.

4.2

Ingevolge artikel 36 Rv kan elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uitgangspunt dient te zijn dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing oplevert dat de betreffende rechter vooringenomen is jegens één van de bij de procedure betrokkenen, althans dat de vrees van die partij voor zulke vooringenomenheid objectief gerechtvaardigd is. Het enkele feit dat een beslissing van een rechter de verzoeker niet welgevallig is, levert geen grond op voor wraking.

4.3

Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter in de zin van artikel 36 Rv kan onderscheid gemaakt worden tussen subjectieve en objectieve aspecten van onpartijdigheid. Bij de subjectieve aspecten gaat het om de persoonlijke instelling van de rechter. Gesteld noch gebleken is dat de subjectieve onpartijdigheid in het geding is. De wrakingskamer zal zich daarom beperken tot een beoordeling van de objectieve aspecten van onpartijdigheid.

4.4

Bij de objectieve aspecten gaat het om feiten of omstandigheden die, ongeacht de persoonlijke instelling van de rechter, grond geven om te vrezen dat een rechter niet onpartijdig is, waarbij ook de (te vermijden) schijn van partijdigheid van belang is. De verzoeker hoeft niet te bewijzen dat die feiten of omstandigheden ook werkelijk tot vooringenomenheid hebben geleid: "legitimate doubt" kan voldoende zijn. De feiten waarop de verzoeker zich beroept moeten aannemelijk zijn geworden. Zij moeten zwaarwegende redenen opleveren voor (objectiveerbare) twijfel aan de onpartijdigheid.

4.5

In de kern komt het wrakingsverzoek van verzoeker erop neer dat hij de vrees heeft dat de kantonrechter vooringenomen is, nu hij, zonder nader onderzoek, uitgaat van de juistheid van de stellingen van de woningstichting terwijl hiervoor geen enkel bewijs is.

4.6

Naar het oordeel van de wrakingskamer is niet aangetoond dat de kantonrechter in deze vooringenomen zou zijn dan wel dat de vrees van verzoeker voor zulke vooringenomenheid objectief gerechtvaardigd is. Gebleken is immers dat de kantonrechter in de uitvoering van zijn taak juist niet af heeft willen gaan op hetgeen door Beter Wonen naar voren is gebracht, maar dat hij in het kader van de waarheidsvinding voortzetting van de behandeling wenste ter plaatse van de woning van de verzoeker om zodoende zich zelf een oordeel te kunnen vormen over de situatie in en rond de woning van de verzoeker. Uit deze handelwijze kan naar het oordeel van de wrakingskamer in het geheel geen vooringenomenheid of partijdigheid van de kantonrechter worden opgemaakt. Het verzoek tot wraking van mr. Van Eerden zal daarom worden afgewezen.

4.7

Naar het oordeel van de wrakingskamer is evenmin sprake van chantage of machtsmisbruik. De kantonrechter heeft de vrijheid om in het geval dat de verzoeker weigert mee te werken aan het door de kantonrechter voorgenomen nader onderzoek zodanige beslissing te nemen als hij geraden acht.

5 De beslissing

De wrakingskamer:

wijst het wrakingsverzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.A.O.M. van Aerde, mr. A.E. Zweers en mr. B.W.M. Hendriks in tegenwoordigheid van S. van Eijk, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 4 november 2014.