Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2014:6973

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
19-12-2014
Datum publicatie
31-12-2014
Zaaknummer
C/08/165521 / KG ZA 14-425
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Conservatoir beslag in kort geding opgeheven. Niet voldaan aan informatieverplichting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer: C/08/165521 / KG ZA 14-425

datum vonnis: 19 december 2014 (sr)

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Overijssel, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

1. de vennootschap onder firma

[eiser 3],

gevestigd te Enschede,

verder te noemen [eiser 3],

2. [eiser 1],

wonende te [woonplaats 1],

verder te noemen [eiser 1],

3. [eiser 2],

wonende te [woonplaats 2],

verder te noemen [eiser 2],

eisers,
verder gezamenlijk in enkelvoud te noemen [eiser 3],

advocaat: mr. R.T. Profijt te Enschede,

tegen

de vennootschap naar Duits recht

Flintermann GmbH & Co. KG,

gevestigd te D-48499 Salzbergen, Duitsland,

gedaagde,

verder te noemen Flintermann,

advocaat: mr. K.J. Coenen te Enschede.

1 Het procesverloop

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met producties;

  • -

    8 producties aan de zijde van Flintermann;

  • -

    de mondelinge behandeling;

  • -

    de pleitnota van [eiser 3];

  • -

    de pleitnota van Flintermann.

1.2

Het vonnis is bepaald op vandaag.

2 De feiten

2.1

[eiser 3]. is een bedrijf dat zich bezighoudt met de verkoop en montage van kunststof elementen (onder meer kozijnen) en dakkapellen, alsmede met woningstoffering en de verkoop van vloeren. [eiser 1] en [eiser 2] zijn de enige vennoten van [eiser 3].

2.3

Flintermann is een onderneming die zich onder meer bezighoudt met het produceren en verkopen van glas.

2.4

[eiser 3] kocht (deels) bij Flintermann het glas voor haar kozijnen in.

2.5

Bij verzoekschrift van 20 november 2014 heeft Flintermann aan de voorzieningenrechter in deze rechtbank verlof gevraagd om conservatoir beslag te mogen leggen ten laste van [eiser 3] op grond van een door haar gepretendeerde vordering op [eiser 3].

2.5

Bij beschikking van 25 november 2014 heeft de voorzieningenrechter in deze rechtbank verlof verleend tot het treffen van conservatoire maatregelen tegen [eiser 3].

2.6

Flintermann heeft de volgende beslagen laten leggen:

Ten laste van [eiser 3].

-conservatoir derdenbeslag onder de naamloze vennootschap ING Bank N.V.;

- conservatoir derdenbeslag onder de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid VSI Holding B.V.;

- convervatoir derdenbeslag tot afgifte van zaken onder de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid VSI Holding B.V.;

- conservatoir derdenbeslag onder de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Vrije Schuimplastic Industrie (VSI) B.V.;

- conservatoir derdenbeslag tot afgifte van zaken onder de besloten vennootschap met bepekte aansprakelijkheid Vrije Schuimplastic Industrie (VSI) B.V.;

Ten laste van [eiser 1]

- conservatoir derdenbeslag onder de naamloze vennootschap ING Bank N.V.;

Ten laste van [eiser 2]

- conservatoir derdenbeslag onder de naamloze vennootschap ING Bank N.V.;

- conservatoir beslag op het onverdeelde aandeel in de woning aan de [adres].

2.7

Flintermann heeft inmiddels een procedure aanhangig gemaakt bij de kantonrechter in deze rechtbank ter zake de door haar gepretendeerde vordering op [eiser 3].

3 Het geschil

3.1

[eiser 3] vordert -kort gezegd- de opheffing van de hiervoor onder rechtsoverweging 2.6 vermelde beslagen op straffe van verbeurte van een dwangsom. Daarnaast vordert [eiser 3] Flintermann te veroordelen in de werkelijke kosten van deze procedure.

3.2

[eiser 3] stelt daartoe dat de door Flintermann gelegde beslagen vexatoir zijn. Op het moment dat Flintermann beslagverlof heeft gevraagd was slechts een bedrag van € 194,67 daadwerkelijk opeisbaar, terwijl Flintermann in haar beslagrekest aan de voorzieningenrechter heeft voorgehouden dat zij een bedrag van € 9.538,79 opeisbaar van [eiser 3] te vorderen had.

Flintermann heeft in haar rekest geen melding gemaakt van de getroffen betalingsregeling, zodat het beslagverlof ten onrechte voor een bedrag van € 15.000,00 is verleend. Het beslagverlof was niet verleend als de voorzieningenrechter door Flintermann juist zou zijn geïnformeerd. Daarnaast kan niet worden gezegd dat Flintermann de beslagen op de minst bezwarende wijze heeft gelegd. Flintermann heeft de bedrijfsvoering van [eiser 3] immers ernstig in gevaar gebracht en [eiser 1] en [eiser 2] zijn door de beslagen op de bankrekeningen in een financieel penibele situatie terecht gekomen.

3.3

Flintermann voert verweer. Op dit verweer wordt hierna -voor zover van belang- nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1

Gezien de aard van de vorderingen heeft [eiser 3] een voldoende spoedeisend belang bij haar vorderingen.

4.2

Een conservatoir beslag onder een bank, op een onroerende zaak of bedrijfsvoorraden is een ingrijpend dwangmiddel, waardoor onder omstandigheden aan de wederpartij of de derde onder wie het beslag wordt gelegd aanzienlijke hinder of schade kan worden toegebracht. Aan de stelplicht van degene die verlof vraagt om dat beslag te leggen mogen dan ook hoge eisen worden gesteld.

4.3

Op een verzoek strekkende tot het verkrijgen van verlof tot het leggen van conservatoir beslag wordt ingevolge artikel 700 lid 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) beslist na “summier onderzoek”. Dit betekent dat de voorzieningenrechter doorgaans op het verzoek beslist zonder de gerekwestreerde te horen. In de regel mag, en in de praktijk zal, de voorzieningenrechter afgaan op de mededelingen van de verzoeker en de door hem overhandigde stukken.

4.4

Uit het summiere karakter van het onderzoek volgt voorts dat de verzoeker de voorzieningenrechter van alle voor de beslissing relevante feiten en omstandigheden dient te voorzien, waarbij de voorzieningenrechter erop moet kunnen vertrouwen dat de verzoeker hem volledig en naar waarheid inlicht.

4.5

Onder meer omdat op het verlenen van verlof tot beslaglegging ex parte (zonder dat de gerekwestreerde wordt gehoord) pleegt te worden beslist, kan misleiding door onvoldoende toelichting in het beslagrekest de voorzieningenrechter reden geven om een latere vordering tot opheffing van het beslag reeds om die reden toe te wijzen.

4.6

Een dergelijke situatie doet zich nu voor in deze zaak. Flintermann heeft in haar beslagrekest van 20 november 2014 geen enkel inzicht gegeven in de aard en strekking van het door [eiser 3] ingenomen standpunt of de gevoerde weren. In het kader van het onderhavige kort geding is echter gebleken dat [eiser 3] en Flintermann op 18 november 2014 zonder verder voorbehoud de volgende betalingsregeling waren overeengekomen, neergelegd in de brief van Flintermann van 18 november 2014 aan [eiser 3] (productie 12 aan de zijde van [eiser 3]):

“(…).
Het totaalbedrag van de openstaande factuur bedraagt € 8998,86.


De overeengekomen betalingsregeling luidt als volgt:

Vanaf uiterlijk 01/12/2014 € 2249,72 per maand, te betalen op onze bankrekening onder vermelding van uw debiteurennummer en factuurnummer.

Voorwaarde voor deze regeling is dat de vordering altijd opeisbaar blijft. De regeling is vervallen zodra u met tijdige betaling in gebreke blijft. In de situatie dat u nalatig blijft, zullen wij onze vordering zonder nadere waarschuwing uit handen geven aan Vanhommerig & Vanhommerig gerechtsdeurwaarders (…)”.


4.7 Het totaal van de vordering van Flintermann bedroeg volgens diens opgave d.d. 20 november 2014 aan [eiser 3] een bedrag van € 9.538,79 (productie 11 aan de zijde van [eiser 3]). Voor € 8.998,86 gold echter voormelde betalingsregeling, enkel een factuur van € 194,67 was vervallen en stond open. De vier andere facturen (ten bedrage van € 47,52, € 102,72, € 102,72 respectievelijk € 92.30) vervielen eerst per 5 december 2014.

4.8

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter had Flintermann dienvolgens het treffen van voorgaande regeling ter kennis van de beslagrechter moeten brengen, zodat deze de noodzaak, proportionaliteit en gegronde vrees voor verduistering had kunnen wegen ten opzichte van de verzochte begroting van de vordering van Flintermann op € 15.000,00 en gevraagde beslaglegging niet alleen onder Vrije Schuimplastic Industrie (VSI) B.V. en VSI Holding B.V. te Geldermalsen, afnemers van [eiser 3], en ING Bank N.V. te Amsterdam, maar ook op de onroerende zaak van [eiser 1] te Enschede, zomede de bedrijfsvoorraden van [eiser 3] voor zover geleverd door Flintermann en zich bevindend te Geldermalsen bij VSI voornoemd.

4.9

Omdat Flintermann dit alles heeft nagelaten, heeft zij haar informatieverplichtingen voornoemd geschonden en kan het beslag niet in stand blijven. De voorzieningenrechter zal het beslag opheffen en Flintermann in de proceskosten veroordelen.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

I. Heft op de door Flintermann ten laste van [eiser 3], [eiser 1] en [eiser 2] gelegde beslagen (zoals onder rechtsoverweging 2.6 vermeld);

II. Veroordeelt Flintermann in de kosten van dit geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van [eiser 3] begroot op € 701,80 aan verschotten en € 816,00 aan salaris van de advocaat;

III. Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

IV. Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. J.H. van der Veer, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 december 2014, in tegenwoordigheid van de griffier.