Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2014:6968

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
30-12-2014
Datum publicatie
30-12-2014
Zaaknummer
08.770074-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Overijssel veroordeelt een 31-jarige man uit Kampen tot 4 jaar cel voor seksueel misbruik van zijn zeer jonge stiefdochter. Bij het laatste misbruik was het slachtoffer nog maar zes jaar. Hierbij is sprake geweest van ontucht en seksueel binnendringen. Ook heeft het meisje een SOA opgelopen. Verder moet de man 5000 euro schadevergoeding betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 08.770074-14

Datum vonnis: 30 december 2014

Vonnis op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum 1] 1983 te [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats],,

nu verblijvende in het Huis van Bewaring Zwolle,

Huub van Doornestraat 15.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 16 december 2014. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. C.Y. Huang en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. R.W. van Faassen, advocaat te Zwolle naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte met zijn 6-jarige (feitelijke) stiefkind:

feit 1: handelingen heeft gepleegd die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.

feit 2: ontucht heeft gepleegd.

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:

1.

hij op één of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 14 december 2010 tot 7 augustus 2014 in de gemeente Kampen, en/of te Emmeloord, gemeente Noordoostpolder, in elk geval in Nederland, met [slachtoffer] (geboren [geboortedatum 2] 2007), die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, (telkens) een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte meermalen, althans eenmaal, zijn penis in de vagina van die [slachtoffer]

geduwd/gedrukt/gebracht/gehouden;

art 244 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 14 december 2010 tot 7 augustus 2014 in de gemeente Kampen, en/of te Emmeloord, gemeente Noordoostpolder, in elk geval in Nederland, (telkens) ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarig (stief)kind en/of de aan zijn zorg en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, [slachtoffer], geboren op [geboortedatum 2] 2007, immers heeft hij, verdachte, meermalen, althans éénmaal:

- zijn (stijve) penis door die [slachtoffer] laten vastpakken en/of vasthouden en/of (vervolgens) die [slachtoffer] een trekkende beweging aan zijn (stijve) penis laten maken en/of

- gemasturbeerd/zich afgetrokken boven/bij, althans dicht bij het gezicht en/of lichaam van die [slachtoffer] en/of (vervolgens sperma), althans een op sperma gelijkende substantie, op de vagina, althans schaamstreek, en/of lichaam van die [slachtoffer] gespoten en/of

- die (deels) naakte [slachtoffer] op zijn (deels) naakte schaamstreek, althans lichaam, gezet/ geplaatst, althans laten zitten en/of

- zijn (stijve) penis tegen en/of deels in de vagina, althans schaamstreek, van die [slachtoffer] geduwd/gedrukt/gehouden;

art 249 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren met aftrek van de duur dat verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

4 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5 De beoordeling van het bewijs

Op 7 augustus 2014 heeft [aangever] namens haar toentertijd zesjarige stiefdochter [slachtoffer] aangifte tegen verdachte gedaan van het plegen van seksueel misbruik. Verdachte is de feitelijke stiefvader van [slachtoffer]. Hij had ten tijde van de aangifte een relatie met [moeder slachtoffer], de moeder van [slachtoffer]. Aangeefster [aangever] is de stiefmoeder van [slachtoffer]. Zij heeft een relatie met [vader slachtoffer], de vader van [slachtoffer].

Aangeefster [aangever] heeft verklaard dat zij op 6 augustus 2014 tijdens een familievakantie op recreatiepark ’t Veluws hof te Hoenderloo aan [slachtoffer] heeft gevraagd of zij wel eens geheimpjes met papa [verdachte] heeft. [slachtoffer] zou hierop hebben geantwoord dat zij, als mama er niet was, mee mocht naar papa’s slaapkamer om daar het piemeltjesspel te spelen waarbij papa op het bed ging liggen en zij vervolgens aan het piemeltje ging trekken. [slachtoffer] heeft daarbij gezegd: “Als het piemeltje een piemel wordt, dan moet ie spugen in de poes” en “dat is mijn geheimpje met papa [verdachte], mama mag het niet weten.” (pagina’s 108 en 109).

De getuigen [getuige 1], [getuige 2], [getuige 3] en [getuige 4] zijn bij dit gesprek in de caravan aanwezig geweest en hebben ook gehoord dat [slachtoffer] iets dergelijks heeft gezegd.

Getuige [getuige 1] heeft verklaard: “Wij zaten bij het gesprek…[aangever] vroeg toen: “heb jij geheimpjes met papa?. [slachtoffer] zie toen: Ja, wij spelen dan piemeltje”. Dat gebeurt in de slaapkamer van papa en mama.” (dossierpagina 163)

Getuige [getuige 2] heeft verklaard: “[aangever] vroeg aan [slachtoffer] of haar stiefvader ([verdachte]) en haar broertjes geheimpjes hadden voor haar moeder. Toen zei [slachtoffer] van “nee”. Toen vroeg [aangever] aan [slachtoffer] of zij geheimpjes met haar stiefvader had voor moeder. Toen zei [slachtoffer] dat ze “piemeltje” met haar stiefvader speelde. [aangever] vroeg toen aan haar:“hoe werkt dat”? Toen zei ze dat de man op het bed gaat liggen, in dit geval haar stiefvader, dus. Daarna zei ze dat ze dan de piemel moest vast houden en dat ze “op en neer bewegingen” moest maken. [slachtoffer] vertelde dat het een spelletje was. Zij vertelde dat heel vrolijk. Volgens mij dacht zij dat iedereen dat wel deed.” (dossierpagina 169).

Getuige [getuige 3] heeft verklaard: “Mijn moeder vroeg aan [slachtoffer]:“Heb jij geheimpjes met [verdachte]” ze zei:”ja, als mama niet thuis is mag ik naar hun slaapkamer en dan mag ik het piemelspel spelen. (…) [slachtoffer] vertelde dat de man op bed gaat liggen en dat je aan de piemel gaat zitten en dan maak je trekbewegingen tot het een piemel wordt. …als het een piemel is geworden en het moet dan spugen dan moet ik gaan liggen en dan spuugt de piemel in de poes.”(pagina 173).

Getuige [vader slachtoffer], de vader van [slachtoffer], heeft verklaard:

[aangever] heeft mij verteld wat [slachtoffer] heeft gezegd. (…) Ik ben toen [slachtoffer] gegaan en ik heb tegen haar gezegd; ‘ik weet van het geheim tussen jou en papa [verdachte]’. Ze zei dat papa [verdachte] op bed ging liggen, dat ze van een piemeltje een piemel moest maken, dat ze er aan moest zitten net zolang totdat hij spuugde. (pagina 179).

Getuige [getuige 4], de oma van [slachtoffer], heeft verklaard dat zij heeft gehoord dat [slachtoffer] heeft gezegd:

“als mama weg was en [verdachte] haar naar bed bracht dat ze dan op de ouderlijke slaapkamer met het piemeltje mocht spelen.(…) dan mag ik met de piemel spelen. Als het piemeltje, dan een piemel wordt, dan mag het vrouwtje op bed liggen en dan gaat ie in het poesje en dan gaat ie spugen.” (dossierpagina 193).

Op 12 augustus 2014 is [slachtoffer] door een gecertificeerd zedenrechercheur in een kindervriendelijke studio gehoord. Dit verhoor werd audiovisueel geregistreerd. In dit verhoor heeft [slachtoffer] voor verdachte belastende verklaringen afgelegd. Tijdens dit verhoor heeft [slachtoffer] onder meer verklaard:

Als mijn moeder weg is, mag ik altijd naar mijn vaders kamer, en moeders kamer. (…) en dan mag ik met papa’s piemel spelen (…) En ik mag op papa zitten. En dan speel ik met pappa’s piemel, ga ik op en neer. Pappa spuugde me ook wel eens over mijn poes heen (128) (…) Ja want ik mag ook op pappa’s buik spugen haha (…) Ja met de piemel. Van mijn vader”. (129) (…) dan is mama aan het sporten (..) dan mag ik met pappa’s piemel spelen (132) (..) dan gaan we met pappa’s piemel spelen, pak ik hem vast. Met mijn handen en dan ga ik heel snel met zijn piemel spelen (…) Ga ik heeeel snel piemeltje spelen. Totdat het gaat spugen (..) dan zie ik witte spuug (…) Pappa heeft een doekje ervoor, dan veegt die het van zijn piemel af (136) (…) dat duurt wel lang, als die dan kriebels krijgt, dan gaat die spugen (137) (…) dat doet pappa wel eens, dat hij over mijn poes wil spugen. Dat wil die dan altijd (…) dan gaat pappa eventjes spelen en als dat, dan komt de spuug eruit en dan komt het op mijn poes (138) (…) dan kriebelt het op mijn poes (139) (…) Balletjes bij pappa’s piemel. En daar knijp ik wel eens in (…) Dan knijp ik, en dan springen de balletjes weg (143) (…) Ik heb ook een piemel in mijn gat, in mijn poes en toen ging die niet in mijn poes (…) Toen paste die er niet in , maar dan deed pappa het heel zachtjes (…) Deed het wel eens pijn. Toen zei ik “wil je het even zachtjes doen?” probeerde die het even zachtjes bij me (…) Dan gaat pappa steeds op het bed liggen en dan doet pappa de piemel rechtop zetten. Doet die heel voorzichtig mijn poes d’r op (…) Benen doe ik mijn benen wijd. Piemel rechtop zetten en dan auw, en dan uh..En dan gaat die beginnen (148) (…) en zat de piemel in mijn gaatje (…) dat deed pappa heel vaak. Omdat ik het heel graag wil (…) Ja, nee die paste niet in mijn gaatje, maar wil in het open stukje (150) (…) bij de plasser, waar je plas altijd uit ging, daar in het gaatje, ook altijd de piemel in doet. Daar komt je plas uit. Toen kreeg ik wel een beetje pijn in mijn poes. Toen moest ik ook altijd gelijk naar de wc om te plassen (…) meer keertjes (...) Doe het alleen met mijn vader (…) mijn vader heeft geen haartjes (…) Zitten geen haartjes op, is gewoon een kleine piemel (153).


Het openbaar ministerie heeft de Landelijke Expertise Groep Bijzondere Zedenzaken (LEBZ) over dit studioverhoor geconsulteerd. Op [geboortedatum 2] 2014 heeft drs. C. Brandt in onderhavige zaak onder meer gerapporteerd dat het studioverhoor goed is uitgevoerd, dat [slachtoffer] concreet en gedetailleerd heeft verklaard, dat [slachtoffer] de onthulling spontaan deed op het moment dat het gesprek over verdachte ging, dat [slachtoffer] consequent op een leeftijdsadequate wijze over het vermeende misbruik heeft verklaard, dat er geen aanwijzingen zijn aangetroffen dat [slachtoffer] ‘het piemelspel’ met iemand anders dan verdachte heeft gespeeld en dat het gelet op haar gedetailleerde en spontane verklaring onaannemelijk is dat zij door een derde is geïnstrueerd.

Gelet hierop ziet de Expertisegroep geen aanleiding om aan de betrouwbaarheid van de door [slachtoffer] afgelegde verklaring te twijfelen.

Uit medisch forensisch onderzoek van het Nederland Forensisch Instituut (NFI) is gebleken dat bij zowel verdachte als [slachtoffer] de Seksueel Overdraagbare Aandoening (SOA) Chlamydia is geconstateerd. Dr. W.A. Karst concludeert in zijn rapport d.d. 21 oktober 2014 dat onbeschermd seksueel contact, waarbij specifiek slijmvliescontact nodig is, de zeer aannemelijke wijze van overdacht is.

Prof. dr. S.A. Morré heeft aanvullend chlamydia-onderzoek uitgevoerd. Hij heeft in een rapport d.d. 3 december 2014 het volgende geschreven.

De Chiamydia trachomatis (CT) positiviteit is bevestigd in het slachtoffer en de vermeende dader op zowel het CT genoom als de CT plasmide niveau. Dit is een extra ondersteuning op de reeds eerder gegenereerde CI positiviteit inclusief het soms voorkomen van plasmide vrije CT.

- Er bestaan 19 CT typen de zogenaamde genovars of serovars, met genovar E als meest

voorkomende (40%). Het genovar in de vermeende dader en het slachtoffer zijn gelijk: genovar F (20% voorkomend). Dit is een extra ondersteuning voor transmissie van de CT infectie tussen de vermeende dader en het slachtoffer.

- Het genovar niveau kan verder onderverdeeld worden in zogenaamde Sequence Types (ST)

mbv de MLST techniek. Het ST type dat gevonden is, is 62b, een zeer zeldzaam type dat in

minder dan 1% van de CT geïnfecteerden voorkomt. Dit is een zeer sterkte ondersteuning van transmissie naar van de vermeende dader naar het slachtoffer.”

Verdachte is op 2 september 2014 aangehouden en is zes maal verhoord. Verdachte heeft stellig ontkend dat hij seksuele handelingen met [slachtoffer] heeft gepleegd en gesteld dat hij geen verklaring heeft voor de omstandigheid dat zowel hij als [slachtoffer] de SOA Chlamydia hebben.

Meerdere getuigen hebben verklaard dat zij op verschillende momenten krasjes en blauwe plekken op het lichaam van [slachtoffer] hebben gezien.

Zo heeft de getuige [getuige 4] (oma van [slachtoffer]) verklaard dat zij verschillende keren heeft gezien dat [slachtoffer] krasjes en blauwe plekken op de benen en armen had en dat ze twee keer heeft gezien dat [slachtoffer] rood van onderen was en allemaal pukkeltjes tussen de benen had. (pagina 193).

De getuige [getuige 5] (opa van [slachtoffer]) heeft verklaard dat hij een keer heeft gezien dat [slachtoffer] allemaal blauwe plekken op haar lichaam had en krassen op haar rug (201).

De getuige [moeder slachtoffer] (moeder van [slachtoffer]) heeft verklaard dat zij heeft gezien dat [slachtoffer] op de rand van haar buik hele kleine krasjes had, kleine blauwe plekken op de heupen, knieën en scheenbenen en hele kleine sneetjes bij de anus (213).

De getuige [vader slachtoffer] (vader van [slachtoffer]) heeft verklaard dat hij heeft gezien dat [slachtoffer] helemaal onder de blauwe plekken zat (185).

De getuige [moeder slachtoffer] heeft verder verklaard dat zij op de slaapkamer wel eens keiharde theedoeken of handdoeken onder het bed vond en dat verdachte zei dat hij zijn neus daarin had gesnoten. (pagina 214).

5.1

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie heeft zich, overeenkomstig de inhoud van een aan de rechtbank overgelegd schriftelijk requisitoir, op het standpunt gesteld dat de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen zijn.

De raadsman van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de hem onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten. In dit kader heeft de raadsman een aantal kritische opmerkingen geplaatst met betrekking tot de wijze waarop het studioverhoor van [slachtoffer] heeft plaatsgevonden. Zo worden in het verhoor onder meer de termen ‘vader’ en ‘papa’ door elkaar gebruikt waardoor niet duidelijk is op wie wordt gedoeld en wordt in het verhoor door het slachtoffer niet gemeld dat verdachte een groot litteken op zijn penis heeft.

Daarnaast heeft de raadsman in het kader van een eventueel alternatief scenario gewezen op de slechte verstandhouding die verdachte heeft met de biologische vader en moeder van het slachtoffer.

Voorts heeft de raadsman gewezen om de omstandigheid dat het medisch lichamelijk onderzoek van [slachtoffer] niets heeft opgeleverd, dat de roodheid rond de vagina/anus van het slachtoffer ook door andere omstandigheden kan worden verklaard en dat niet valt uit te sluiten dat de bij verdachte en het slachtoffer aangetroffen SOA ook bij andere personen aanwezig is.

5.2

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

De rechtbank stelt voorop dat zedenzaken zich doorgaans kenmerken door het feit dat in de regel slechts twee personen aanwezig zijn bij de veronderstelde seksuele handelingen: het veronderstelde slachtoffer en de veronderstelde dader. Wanneer dan de veronderstelde dader de seksuele handelingen ontkent, hetgeen zich ook in deze zaak voordoet, leidt dat er in veel gevallen toe dat slechts de verklaringen van het veronderstelde slachtoffer als wettig bewijs beschikbaar zijn. Op grond van het bepaalde in artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering is echter de enkele verklaring van een getuige (het veronderstelde slachtoffer) onvoldoende om tot een bewezenverklaring te kunnen komen. Hier staat echter tegenover dat in zedenzaken een geringe mate van steunbewijs in combinatie met de verklaringen van het veronderstelde slachtoffer reeds voldoende wettig bewijs van het tenlastegelegde kan opleveren.

De rechtbank beantwoordt in het kader van de feitenvaststelling daarom allereerst de vraag of de door het slachtoffer [slachtoffer] afgelegde verklaring, waaruit blijkt dat verdachte de tenlastegelegde feitelijkheden heeft gepleegd, als betrouwbaar kan worden aangemerkt. Vervolgens zal de rechtbank de vraag beantwoorden of er voldoende steunbewijs voorhanden is.

Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de verklaring van [slachtoffer]

als betrouwbaar kan worden aangemerkt. De rechtbank overweegt daartoe dat [slachtoffer] tijdens een familievakantie tegen haar stiefmoeder [aangever] heeft gezegd dat zij, als mama er niet was, mee mocht naar de slaapkamer van papa [verdachte] om daar het zogenaamde piemeltjesspel te spelen hetgeen onder meer inhield dat “als het piemeltje een piemel werd deze moest spugen in de poes”. De getuigen [getuige 1], [getuige 2], [getuige 3] en [getuige 4] waren hierbij aanwezig en hebben dit verhaal over het piemeltjesspel ook van [slachtoffer] gehoord. Weliswaar is deze informatie uit dezelfde bron afkomstig (van horen zeggen) maar deze informatie versterkt wel degelijk de bewijskracht van de door [slachtoffer] afgelegde verklaring.

Voorts is de rechtbank van oordeel dat de verklaring die [slachtoffer] tijdens het studioverhoor op
12 augustus 2014 omtrent het seksuele misbruik heeft afgelegd consistent, uitvoerig en gedetailleerd is. Bovendien weet zij desgevraagd de seksuele handelingen waarover ze verklaart nader toe te lichten.

Daarnaast is de rechtbank met de Landelijke Expertise Groep Bijzondere Zedenzaken van oordeel dat het studioverhoor goed is uitgevoerd, dat [slachtoffer] de onthulling spontaan heeft gedaan en dat zij op een leeftijdsadequate wijze over het misbruik heeft verklaard.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank het niet aannemelijk dat [slachtoffer] door een derde is geïnstrueerd zoals de verdachte lijkt te suggereren door zijn opmerkingen aangaande het door [vader slachtoffer] en [moeder slachtoffer] tegen verdachte gesmede complot.

In hetgeen de raadsman ter terechtzitting heeft aangevoerd ziet de rechtbank geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid en betrouwbaarheid van de door [slachtoffer] afgelegde verklaring.

Uit haar verklaring blijkt ondubbelzinnig dat haar verklaringen zien op verdachte: “papa [verdachte]”. Zo heeft [slachtoffer] op de vraag wie ze bedoelde met “die pappa” waar zij het over had geantwoord: “Uhm, dat is mijn neppe vader,. Stiefvader, bonusvader, stiefvader. En dat is uhm…En dat is, hij heet “papa [verdachte]” (131).

In de omstandigheid dat [slachtoffer] niet over het litteken op de penis van verdachte heeft verklaard ziet de rechtbank evenmin aanleiding om aan de betrouwbaarheid van de door [slachtoffer] afgelegde verklaring te twijfelen. Dit geldt temeer nu verbalisant [verbalisant] heeft opgemerkt dat het litteken is gepositioneerd ter hoogte van de lies (pagina 88) en dat het litteken niet duidelijk waarneembaar is. (pagina 18).

Naar het oordeel van de rechtbank is het juist de verklaring van verdachte die tegenstrijdigheden bevat waardoor aan het waarheidsgehalte van zijn verklaring kan worden getwijfeld. Zo heeft verdachte verklaard dat hij tijdens het douchen altijd een boxershort draagt zodat [slachtoffer] zijn geslachtsdeel niet kan zien terwijl hij ook heeft verklaard dat [slachtoffer] misschien op het moment dat hij na het douchen zijn boxershort uittrok heeft gezien dat hij zijn schaamhaar afgeschoren had. Daarbij betrekt de rechtbank voorts dat [moeder slachtoffer] heeft verklaard dat verdachte nooit een boxershort onder de douche droeg.

De rechtbank stelt op grond van het hiervoor eerder overwogene vast dat de door [slachtoffer] afgelegde verklaring authentiek en betrouwbaar is. Vervolgens is de vraag of er voldoende steunbewijs voorhanden is. De rechtbank beantwoordt ook deze vraag bevestigend.

De rechtbank wijst in dit kader op de eigen waarneming van de getuigen [getuige 4], [getuige 5], [moeder slachtoffer] en [vader slachtoffer]. Deze getuigen hebben allen verkleuringen en beschadigingen aan de huid van [slachtoffer] waargenomen die passen bij seksueel misbruik zoals blauwe plekken, krasjes op haar rug, roodheid van onderen, pukkeltjes tussen de benen en kleine sneetjes bij de anus had.

Voorts heeft getuige [vader slachtoffer] verklaard dat [slachtoffer] tijdens het douchen opeens met twee handen zijn penis beetpakte en aftrekkende bewegingen begon te maken. (185).

Daarnaast neemt de rechtbank als steunbewijs in aanmerking de objectieve gegevens van het medisch forensisch onderzoek van het NFI van dr. W.A. Karst alsmede het aanvullend onderzoek van Prof. dr. S.A. Morré. Hieruit is gebleken dat zowel verdachte als [slachtoffer] de seksueel overdraagbare aandoening Chlamydia hebben van hetzelfde zeldzame type hetgeen een zeer sterke ondersteuning vormt voor transmissie van verdachte naar [slachtoffer].

Op grond van de bewijsmiddelen acht de rechtbank daarom wettig en overtuigend bewezen dat de feitelijkheden zoals opgesomd in de tenlastelegging hebben plaatsgevonden.

Periode:

[slachtoffer] heeft op de vraag wanneer het seksueel misbruik voor de eerste keer is gebeurd verklaard ”Het is al zo lang geleden. Ik heb, toen ik klein was het ook al een keer gedaan”. Op de vraag hoe oud ze toen was heeft ze geantwoord dat zij toen 3 jaar was en dat zij dit weet omdat haar broertje nu ook 3 is. (pagina 133).

De rechtbank acht op grond van het voorgaande aannemelijk dat het seksuele misbruik in ieder geval gedurende een langere periode heeft plaatsgevonden.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.

5.3

De conclusie

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op tijdstippen in de periode van 14 december 2010 tot 7 augustus 2014 in de gemeente Kampen, en/of te Emmeloord, gemeente Noordoostpolder, met [slachtoffer] (geboren [geboortedatum 2] 2007), die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, telkens handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte meermalen zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] geduwd.

2.

hij op tijdstippen in de periode van 14 december 2010 tot 7 augustus 2014 in de gemeente Kampen, en/of te Emmeloord, gemeente Noordoostpolder, telkens ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, [slachtoffer], geboren op [geboortedatum 2] 2007, immers heeft hij, verdachte, meermalen:

- zijn stijve penis door die [slachtoffer] laten vastpakken en vervolgens die [slachtoffer] trekkende beweging aan zijn stijve penis laten maken en

- zich afgetrokken boven het lichaam van die [slachtoffer] en/of vervolgens sperma op het lichaam van die [slachtoffer] gespoten en

- die deels naakte [slachtoffer] op zijn deels naakte lichaam, gezet

althans laten zitten en

- zijn (stijve) penis tegen en/of deels in de vagina van die [slachtoffer] geduwd.

De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte 1 en 2 meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 244 en 249 van het Wetboek van Strafrecht. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1

het misdrijf: met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.

feit 2

het misdrijf: ontucht plegen met een aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige.

7 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

8 De op te leggen straf of maatregel

8.1

De gronden voor een straf of maatregel

Verdachte heeft gedurende een langere periode zijn zeer jonge (feitelijke) stiefdochter seksueel misbruikt. Bij het laatste misbruik was het slachtoffer nog maar zes jaar. Hierbij is sprake geweest van ontucht en seksueel binnendringen.

Met betrekking tot deze door verdachte gepleegde zedendelicten kan als feit van algemene bekendheid worden aangenomen, dat met name jeugdige slachtoffers van dit soort delicten vaak nog lang nadelige psychische gevolgen kunnen ondervinden van hetgeen hen is overkomen, dat deze gevolgen ook op latere leeftijd pas naar voren kunnen komen en vaak het verdere leven van de slachtoffers beïnvloeden.

Het handelen van verdachte werd slechts ingegeven door zijn eigen lustbevrediging.

Verdachte hij heeft op ernstige wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer en heeft op grove wijze het vertrouwen beschaamd dat het slachtoffer en haar ouders in hem hadden gesteld. Dit blijkt ook uit de slachtofferverklaring van [slachtoffer], zoals die ter terechtzitting is voorgelezen.

De rechtbank rekent verdachte dit misbruik zwaar aan.

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de na te noemen beslissing passend.

De rechtbank heeft bij de strafoplegging voorts de persoonlijke omstandigheden van verdachte in aanmerking genomen, zoals deze onder meer blijken uit de inhoud van de psychologische Pro Justitia rapportage d.d. 12 november 2014 en het reclasseringsadvies

d.d. 13 november 2014.

Uit de Pro Justitia rapportage d.d. 12 november 2014 uitgebracht door drs. H.E.W. Koornstra, psycholoog, blijkt dat bij verdachte sprake is van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de zin van zwakzinnigheid en dat er sterke aanwijzingen zijn voor narcistische afweer en daarmee trekken in de persoonlijkheid. Pedofilie kan niet worden uitgesloten.

De verminderde cognitieve vermogens van verdachte beïnvloedden al zijn beslissingen omdat hij in het algemeen beschikt over een verminderd in-en overzicht en hierdoor verminderd doordacht en meer impulsief handelt. In hoeverre dit een rol bij de ten laste gelegde feiten heeft gespeeld, kon gelet op de ontkenning van verdachte niet worden nagegaan. De psycholoog acht het van belang dat hij begeleiding krijgt op het juiste niveau.

In het rapport van Reclassering Nederland d.d. 13 november 2014 uitgebracht door
B.C. Bast, reclasseringsmedewerker, staat geschreven dat verdachte een zwakbegaafde man is die mogelijk gemakkelijk overschat wordt met betrekking tot zijn capaciteiten, dat verdachte niet wil meewerken aan behandeling maar wel open staat voor begeleiding met betrekking tot praktische zaken en dat het gelet op de ontkenning van verdachte niet mogelijk is om een plan van aanpak te presenteren. Gelet hierop wordt geen reclasseringstoezicht geadviseerd, hoewel dit in verband met een eventuele aanmelding voor een (forensische) verblijfplek wel wenselijk wordt geacht.

Verder heeft de rechtbank rekening gehouden met de omstandigheden dat verdachte, blijkens het uittreksel justitiële documentatie d.d. 10 november 2014, geen relevante strafrechtelijke documentatie heeft.

Gelet op alle specifieke omstandigheden van het geval en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zoals hiervoor beschreven acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren passend en geboden.

9 De schade van benadeelden

9.1

De vordering van de benadeelde partij

[moeder slachtoffer], domicilie kiezend op het adres van de raadsvrouw van het slachtoffer
mr. M.J. Ellebroek aan de Hoge Rij 11, 7413 WT Deventer, heeft zich als wettelijk vertegenwoordiger van [slachtoffer] voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 5.587,44, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de strafbare feiten zijn gepleegd. Deze schade bestaat uit de volgende posten:

  • -

    Reiskosten € 457,44;

  • -

    Kosten van opgenomen vrije dagen van vader [vader slachtoffer] € 130,--

  • -

    immateriële schade € 5.000,--

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De officier van justitie heeft toewijzing gevorderd van de vordering van de benadeelde partij met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De raadsman van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij in haar vordering niet ontvankelijk moet worden verklaard omdat verdachte van de ten laste gelegde feiten dient te worden vrijgesproken.

Naar het oordeel van de rechtbank is komen vast te staan, dat de benadeelde partij als gevolg van de hiervoor onder 1 en 2 bewezen verklaarde feiten rechtstreeks schade heeft geleden. Deze vordering is met de door de benadeelde partij overgelegde stukken onderbouwd.

De hoogte van de schade is genoegzaam komen vast te staan tot een bedrag van € 5000,-- (bestaande uit de post immateriële schade), vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag dat de onder 1 en 2 bewezen verklaarde feiten zijn gepleegd tot de dag van algehele voldoening. De vordering zal dan ook tot dat bedrag worden toegewezen. De verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank is van oordeel dat ten aanzien van de posten ‘reiskosten’ de onderbouwing in zoverre niet volledig is dat hieruit niet evident is of er een relatie is met de bewezenverklaarde feiten. De rechtbank is van oordeel dat de vordering voor dat deel niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor een behandeling in het strafgeding. Dit geldt evenzo ten aanzien van de post ‘opgenomen vrije dagen’. De rechtbank zal deze onderdelen van de vordering daarom niet-ontvankelijk verklaren.

9.2

De schadevergoedingsmaatregel

Als extra waarborg voor betaling aan de benadeelde partij zal de rechtbank overeenkomstig artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van bovengenoemde geldsom ten behoeve van de benadeelde partij.

10 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 10, 27, 36f Sr.

11 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

  • -

    verklaart bewezen, dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 en 2 meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

    feit 1 het misdrijf: met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.

feit 2 het misdrijf: ontucht plegen met een aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige.

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1 en 2 bewezenverklaarde;

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 4 jaren;

  • -

    bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

schadevergoeding

  • -

    bepaalt dat de benadeelde partij [moeder slachtoffer], domicilie kiezend op het adres van de Hoge Rij 11, 7413 WT Deventer, gedeeltelijk, te weten voor een bedrag van € 587,44 niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

  • -

    veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [moeder slachtoffer] van een bedrag van € 5000,-- (vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 december 2010)

  • -

    veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van de bewezen verklaarde feiten tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 5000.-- ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 60 dagen zal worden toegepast,

  • -

    bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

Dit vonnis is gewezen door mr. F. van der Maden, voorzitter, mr. L.J.C. Hangx en
mr. M. van Bruggen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.R. Lageveen, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 30 december 2014.

Buiten staat

Mrs. L.J.C. Hangx en mr. M. van Bruggen zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

De griffier is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.