Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2014:6951

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
29-12-2014
Datum publicatie
05-01-2015
Zaaknummer
ak_14 _ 1758
Rechtsgebieden
Bestuursprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Wob-verzoek

Wetsverwijzingen
Wet openbaarheid van bestuur 10
Wet openbaarheid van bestuur 10
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Zwolle

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 14/1758

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

Vereniging Omwonenden Luchthaven Twente, te Ootmarsum, eiseres,

(gemachtigde: mr.drs. J. Glazenburg),

en

het dagelijks bestuur van de Gemeenschappelijke regeling Gebiedsontwikkeling Luchthaven Twente, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 20 januari 2014 ( primaire besluit) heeft verweerder het verzoek van eiseres om openbaarmaking van een leveringsakte van aandelen in Exploitatiemaatschappij Vliegveld Twente B.V. (EVT) geweigerd.

Bij besluit van 11 juni 2014 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres gedeeltelijk gegrond verklaard en de leveringsakte van 25 september 2013 gedeeltelijk openbaar gemaakt. Het bezwaar is voor het overige ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft de leveringsakte waarop het Wob-verzoek ziet toegezonden, met het verzoek ten aanzien daarvan toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Dit verzoek wordt op grond van het bepaalde in artikel 13, tweede lid, van de Procesregeling bestuursrecht geacht te zijn ingewilligd. Eiseres heeft vervolgens toestemming gegeven als bedoeld in artikel 8:29, vijfde lid, van de Awb.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 oktober 2014.

De zaak is gevoegd behandeld met de zaak met procedurenummer AWB 14/1960.

Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde en door [naam]. Namens verweerder is verschenen mr. H. Feitsma.

Na sluiting van het onderzoek ter zitting zijn de gevoegde zaken gesplitst.

Overwegingen

1. Bij brief van 15 oktober 2013 heeft eiseres verweerder, zich noemde Area Development Twente (hierna: ADT), om openbaarmaking gevraagd van onder meer een leveringsakte van aandelen in EVT van 25 september 2013.

Aanleiding voor het Wob-verzoek van eiseres was de reactie van een gedeputeerde van het college van Gedeputeerde Staten van Overijssel op door eiseres gestelde vragen over het bestaan van het aandeelhouderschap en/of de betrokkenheid van Aviapartner Holding N.V. bij E.V.T.

2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eiseres gedeeltelijk gegrond verklaard en de leveringsakte van aandelen (hierna: de leveringsakte) gedeeltelijk openbaar gemaakt.

Ten aanzien van de niet-openbaar gemaakte passages stelt verweerder dat de gevraagde gegevens al algemeen bekend zijn, omdat reeds algemeen bekend is dat Aviapartner in E.V.T. deelneemt.

Verder geeft verweerder aan dat alle informatie die tot personen is te herleiden onder toepassing van artikel 10, eerste lid, onder d is verwijderd, in verband met bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

Volgens verweerder bevat de leveringsakte bedrijfsgegevens, waarop artikel 10, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wob van toepassing is.

Verweerder doet tevens een beroep op het bepaalde in artikel 10, tweede lid, aanhef en onder g, van de Wob en geeft daarbij aan dat het Wob-verzoek ziet op het openbaar maken van gegevens over een deelneming in een vennootschap en de onderlinge verhoudingen tussen de aandeelhouders. Voor openbare informatie kan men het Handelsregister raadplegen, overige informatie over aandeelhouders wordt beschouwd als privacygevoelig. Verweerder verwijst hierbij naar de kabinetsplannen tot invoering van een centraal aandeelhoudersregister bij de KvK dat om privacyredenen alleen toegankelijk zal zijn voor overheidsdiensten, notarissen en aandeelhouders zelf.

Verweerder heeft aan de weigering voorts ten grondslag gelegd artikel 10, tweede lid, aanhef en onder b, omdat bij openbaarmaking van de in geding zijnde gegevens ADT onevenredig wordt benadeeld. Volgens verweerder zullen marktpartijen bij openbaarmaking niet langer bereid zijn tot samenwerking, waardoor de gebiedsontwikkeling ernstig wordt belemmerd.

Verweerder heeft bij het bestreden besluit tot slot aangegeven dat bescherming van de in het besluit aangegeven belangen zwaarder moet wegen dan het belang van de openbaarheid.

3. Eiseres voert aan dat geen informatie openbaar is gemaakt waaruit blijkt dat de aandeelhouder die door deelnemende partijen is aangewezen als Airport Operator conform de daaromtrent geldende voorwaarde de eigendomspositie heeft verworven in de opgerichte ‘SPV’. In dit verband stelt eiseres dat niet duidelijk is welke rechtspersoon aandeelhouder is geworden in EVT (exploitatiemaatschappij vliegveld Twente BV). Ook blijft onduidelijk of sprake is van een overdracht van 10% van de aandelen, het percentage waarvoor Aviapartner Holding N.V. zou toetreden.

Eiseres stelt dat verweerder zich er ten onrechte op beroept dat deelname van Aviapartner in EVT een feit van algemene bekendheid is, omdat dit iets anders is dan het openbaren van informatie.

Bovendien is er geen reden om niet te openbaren als de gegevens feitelijk al bekend zijn.

Eiseres bestrijdt dat de leveringsakte bedrijfsgegevens bevat die onder artikel 10, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wob vallen.

Verder motiveert verweerder niet waarom sprake zou zijn van onevenredige benadeling van ADT bij openbaarmaking van de gevraagde gegevens.

4. Ingevolge artikel 3, eerste lid, van de Wob kan een ieder een verzoek om informatie neergelegd in documenten over een bestuurlijke aangelegenheid richten tot een bestuursorgaan of een onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan werkzame instelling, dienst of bedrijf.

Ingevolge artikel 10, eerste lid, blijft het verstrekken van informatie ingevolge deze wet achterwege voor zover dit:

c. bedrijfs- en fabricagegegevens betreft, die door natuurlijke personen of rechtspersonen vertrouwelijk aan de overheid zijn meegedeeld;

d. persoonsgegevens betreft als bedoeld in paragraaf 2 van hoofdstuk 2 van de Wet bescherming persoonsgegevens, tenzij de verstrekking kennelijk geen inbreuk op de persoonlijke levenssfeer maakt.

Het tweede lid bepaalt dat het verstrekken van informatie ingevolge deze wet eveneens achterwege blijft voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen de volgende belangen:

b. de economische of financiële belangen van de Staat, de andere publiekrechtelijke lichamen of de in artikel 1a, onder c en d, bedoelde bestuursorganen;

c. de opsporing en vervolging van strafbare feiten;

e. de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer;

g. het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de aangelegenheid betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen dan wel van derden.

5. De rechtbank stelt voorop dat de beroepsgrond van eiseres, dat geen informatie openbaar is gemaakt waaruit blijkt dat de aandeelhouder die door deelnemende partijen is aangewezen als Airport Operator conform de daaromtrent geldende voorwaarde de eigendomspositie heeft verworven in de opgerichte ‘SPV’, geen in het kader van onderhavig geschil te beantwoorden vraag is. Beoordeeld dient te worden of verweerder terecht en op goede gronden openbaarmaking van de betreffende passages uit de leveringsakte heeft geweigerd. Of met de aandelenoverdracht voldaan is aan de voorwaarden die aan de luchthavenexploitant zouden zijn gesteld, staat niet ter beoordeling.

6.1

Verweerder stelt zich primair op het standpunt dat het Wob-verzoek kon worden afgewezen omdat de gevraagde gegevens, en met name de informatie over de overdracht van 10% van de aandelen in EVT aan Aviapartner, van algemene bekendheid zouden zijn. Verweerder heeft daarbij gewezen op de (openbare) discussie die heeft plaatsgevonden in de gemeenteraad van Enschede en bij Provinciale Staten van Overijssel in het kader van de uitslag van de aanbesteding.

6.2

De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende is komen vast te staan dat de informatie waarop het Wob-verzoek ziet reeds in een ander kader is openbaargemaakt. Verweerder heeft dit standpunt ook niet met stukken onderbouwd.

7 Ten aanzien van het niet verstrekken van tot personen te herleiden informatie is uit de onderliggende stukken en ter zitting gebleken het hierbij uitsluitend gaat om gegevens van natuurlijke personen die betrokken zijn geweest bij de totstandkoming en ondertekening van de akte. Namens eiseres is aangegeven dat haar beroep niet ziet op het niet openbaren van die gegevens. Of verweerder terecht bedoelde informatie niet openbaar heeft gemaakt met een beroep op artikel 10, eerste lid, aanhef en onder d, behoeft derhalve geen nadere bespreking.

8.1

Voor wat betreft het niet verstrekken van informatie met een beroep op het bepaalde in artikel 10, eerste lid, aanhef en onder c. overweegt de rechtbank als volgt. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (zie ondermeer haar uitspraak van 23 april 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:1403)) zijn bedrijfs- en fabricagegegevens in de zin van artikel 10, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wob, gegevens, waaruit wetenswaardigheden kunnen worden afgelezen of afgeleid over de technische bedrijfsvoering of het productieproces, dan wel over de afzet van de producten of de kring van afnemers en leveranciers. Ook gegevens die uitsluitend de financiële bedrijfsvoering betreffen, kunnen onder omstandigheden bedrijfsgegevens zijn in even bedoelde zin.

8.2

De rechtbank heeft in een ander geschil over de weigering tot openbaarmaking van passages uit de leveringsakte op 12 december 2014 uitspraak gedaan (ECLI:NL:RBOVE:2014:6642). In die uitspraak heeft de rechtbank geoordeeld dat de absolute weigeringsgrond van artikel 10, eerste lid, aanhef en onder c, zich niet voordoet. De rechtbank refereert zich aan dat oordeel in onderhavige procedure.

9.1

Ten aanzien van de weigering om informatie te verstrekken op grond van artikel 10, tweede lid, aanhef en onder b. en g. overweegt de rechtbank dat verweerder niet duidelijk heeft gemaakt welke informatie uit de leveringsakte met toepassing van deze weigeringsgronden niet is openbaargemaakt.

Voorts is naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk gemaakt dat de economische of financiële belangen van verweerder zich tegen openbaarmaking van de leveringsakte verzetten. In dit verband acht de rechtbank mede van belang dat het aanvankelijke plan om op het terrein van de voormalige luchtmachtbasis Twente een burgerluchthaven te realiseren geen doorgang zal vinden.

9.2

De rechtbank is daarbij van oordeel dat evenmin sprake is van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de aangelegenheid betrokken personen dan wel van derden. De privacy van de bij de leveringsakte betrokken partijen is naar het oordeel van de rechtbank niet in geding, aangezien bij de gesloten overeenkomst enkel rechtspersonen betrokken zijn. Anders dan natuurlijke personen hebben rechtspersonen geen recht op bescherming van hun persoonlijke levenssfeer. Ook overigens is niet gebleken dat een of meer van de betrokken rechtspersonen onevenredig benadeeld wordt door openbaarmaking van de leveringsakte.

10.1

De weigeringsgronden als bedoeld in artikel 10, tweede lid, aanhef en onder b en g, van de Wob doen zich dan ook niet voor.

10.2

De omstandigheid dat, naar verweerder heeft gesteld, sprake is van kabinetsplannen tot het instellen van een centraal aandeelhoudersregister, waardoor informatie als hier bedoeld slechts beperkt toegankelijk zal worden, kan, wat hiervan ook zij, evenmin leiden tot het oordeel dat verweerder openbaarmaking op grond van het thans geldende recht heeft mogen weigeren.

11. Het beroep is daarom gegrond en de rechtbank vernietigt het bestreden besluit in zoverre, wegens strijd met de Wob.

12. De rechtbank ziet aanleiding om, met toepassing van het bepaalde in artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Awb, zelf in de zaak te voorzien en het besluit van 20 januari 2014, voor zover hierbij geweigerd is om de leveringsakte openbaar te maken, te herroepen, te besluiten tot openbaarmaking van de leveringsakte en verweerder op te dragen daaraan uitvoering te geven.

13. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoedt.

14. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. .

Beslissing

De rechtbank:

  • -

    verklaart het beroep gegrond;

  • -

    vernietigt het bestreden besluit, voor zover daarbij de weigering om de leveringsakte openbaar te maken is gehandhaafd;

  • -

    herroept het primaire besluit en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van het bestreden besluit;

  • -

    draagt verweerder op binnen zes weken na verzending van deze uitspraak de leveringsakte openbaar te maken;

  • -

    draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 328, - aan eiseres te vergoeden;

  • -

    veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres, tot een bedrag van € 974, -.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.R.H. Lutjes, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Landstra griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

griffier rechter

de griffier is buiten staat

de uitspraak te ondertekenen

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.