Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2014:6949

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
22-12-2014
Datum publicatie
29-12-2014
Zaaknummer
08.963513-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Overijssel spreekt een vrouw uit Rotterdam vrij van mensensmokkel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 08.963513-14

Datum vonnis: 22 december 2014

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum 1] 1990 in [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats].

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van

8 december 2014. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. D. Stikkelbroeck en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. G.R. Stolk, advocaat te Rotterdam, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte een man uit Nigeria behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot dan wel verblijf in Frankrijk door onder meer een schijnhuwelijk met hem aan te gaan.

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:

zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2011

tot en met 31 december 2011, te Rotterdam en/of te Schiedam en/althans (elders) in Nederland en/of in Frankrijk, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een ander, te weten een man genaamd of zich noemende [naam] (geboren

op [geboortedatum 2] 1969 te Nigeria), (telkens)

-behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot en/of

-uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in

Frankrijk, in elk geval in een lidstaat van de Europese Unie of een staat die

is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen

Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht,

tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag

tegen transnationale georganiseerde misdaad,

en/of hem daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft,

terwijl verdachte en/of haar mededader(s) wist(en) of ernstige redenen

had(den) te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk was,

immers heeft/hebben/is/zijn verdachte en/of haar mededader(s) (telkens):

-contact gehad en/of onderhouden met en/of instructies ontvangen van en/of

afspraken gemaakt met verdachtes mededader(s) en/of een of meer organisatoren

en/althans personen in Frankrijk en/of met/over een - onrechtmatig in

Frankrijk wonende/verblijvende - man genaamd of zich noemende [naam]

[naam], over de organisatie en het sluiten van een zogenaamd schijnhuwelijk

tussen die [naam] en verdachte (zijnde [verdachte]) en/of over het

vervoer en/of verblijf van voornoemd(e) perso(o)n(en) naar/in Frankrijk en/of

-met verdachtes mededader(s) en/of met een man genaamd of zich noemende

[naam] en/althans met een of meer organisatoren en/althans personen

in Frankrijk besproken/afgesproken dat zij (verdachte) in Frankrijk een

(schijn)huwelijk zou aangaan met een man genaamd of zich noemende [naam]

[naam] en/of daarvoor een bepaald geldbedrag zou ontvangen en/of

-(meermalen) al dan niet met verdachtes mededader(s) naar Parijs afgereisd

en/of in Parijs verbleven en/of naar de Nederlandse Ambassade in Parijs

gegaan en/of (aldaar) een of meer consulaire verklaring(en) aangevraagd en/of

laten aanvragen en/of afgehaald en/of afgegeven aan verdachtes mededader(s)

en/of een of meer documenten ondertekend en/of

-een zogenaamde "Attestation D'Hebergement", bedoeld als bewijs van

inschrijving/huisvesting van die [verdachte] en/of die [naam] in Frankrijk

en/of een arbeidscontract met een werkgever in Parijs (op naam van verdachte)

(valselijk) opgemaakt en/of (valselijk) laten opmaken en/of ondertekend en/of

aan verdachtes mededader(s) afgegeven en/of

-een (huwelijks)dossier, met onder meer voornoemde (valse/vervalste) documenten

bij de gemeente Bry sur Marne ingediend en/of laten indienen en/of daarmee

kenbaar gemaakt dat een man genaamd of zich noemende [naam] en/of die

[verdachte] voornemens waren met elkaar te trouwen en/of (daarbij) een

identiteitskaart (op naam van die [verdachte]) overlegd en/of getoond en/of

een of meer documenten ondertekend en/of

-met verdachtes mededader(s) en/of een man genaamd of zich noemende [naam]

[naam] een trouwjurk en/of trouwringen en/of een bruidstaart uitgezocht

en/of gekocht en/of

-(in augustus 2011) in de gemeente Bry sur Marne een (schijn)huwelijk aangegaan

en/of laten sluiten tussen verdachte en een man genaamd of zich noemende

[naam] en/of

-(aldus) een of meer handeling(en) verricht teneinde een man genaamd of zich

noemende [naam] een legaal verblijf in Frankrijk te verschaffen

en/of de toegang tot en/of het verblijf in Frankrijk van die [naam]

georganiseerd en/of gefaciliteerd.

3 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte vrij te spreken van het behulpzaam zijn bij het verschaffen van toegang tot Frankrijk en te veroordelen ter zake het uit winstbejag behulpzaam zijn bij het verschaffen van verblijf in Frankrijk tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden met aftrek van voorarrest.

4 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5 De beoordeling van het bewijs

Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of het tenlastegelegde feit bewezenverklaard kan worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte het feit heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

5.1

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte vrij te spreken van het behulpzaam zijn bij het verschaffen van toegang tot Frankrijk en te veroordelen ter zake het uit winstbejag behulpzaam zijn bij het verschaffen van verblijf in Frankrijk.

De verdediging heeft vrijspraak bepleit omdat er geen sprake is van een voltooid delict.

5.2

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat verdachte vrijgesproken dient te worden van het behulpzaam zijn bij het verschaffen van toegang tot Frankrijk, nu [naam] reeds in Frankrijk verbleef ten tijde van de verweten gedragingen.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte ook vrijgesproken dient te worden van het uit winstbejag behulpzaam zijn bij het verschaffen van verblijf in Frankrijk, nu uit de bewijsmiddelen niet blijkt dat verdachte het oogmerk had van winstbejag. Verdachte heeft weliswaar verklaard dat [naam] weekenden in Parijs voor haar bekostigde, maar niet is gebleken van een causale relatie tussen deze betalingen en de verweten gedragingen. De overige door [naam] gedane uitgaven, zoals sierraden, de trouwjurk en het huwelijksfeest, zijn gedaan in het kader van het (schijn)huwelijk. Deze uitgaven leveren geen bewijs voor het door verdachte uit winstbejag behulpzaam zijn bij het verschaffen van verblijf op.

5.3

De conclusie

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte is tenlastegelegd, zodat zij haar daarvan zal vrijspreken.

6 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

- verklaart niet bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt haar daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.M.M. Bordenga, voorzitter, mr. R.P. van Eerde en mr. B.T.C. Jordaans, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.C. van Druten, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 22 december 2014.