Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2014:691

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
13-02-2014
Datum publicatie
13-02-2014
Zaaknummer
Awb 13/2124
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2014:4076, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Invoering verbeurde dwangsommen wegens overschrijding geluidsnorm door ijzer- en metaalhandel te Oldenzaal; beroep ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Omgevingsvergunning in de praktijk 2014/3315

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Bestuursrecht

Zittingsplaats Zwolle

Registratienummer: Awb 13/2124

uitspraak van de enkelvoudige kamer in het geschil tussen

[eiseres].,

gevestigd te Oldenzaal, eiseres,

gemachtigde: mr. J. van Groningen,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oldenzaal,

verweerder,

en

[belanghebbenden],

allen wonende te Oldenzaal, belanghebbenden,

gemachtigde: ing. M.H. Middelkamp.

13/2124

Procesverloop

Bij besluit van 4 april 2013 heeft verweerder eiseres meegedeeld over te gaan tot invordering van de twee door haar verbeurde dwangsommen van elk € 400,-.

Bij besluit van 6 augustus 2013 heeft verweerder het daartegen door eiseres ingediende bezwaar ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen dit besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft verweer gevoerd.

Het beroep is ter zitting van 6 januari 2014 behandeld. Namens eiseres zijn verschenen [naam 1] en [naam 2], bijgestaan door de gemachtigde van eiseres. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door H.A.M. Vaneker en E. Slot.

Namens belanghebbenden is verschenen[naam 3]bijgestaan door hun gemachtigde.

Overwegingen

1.

Bij besluit van 18 oktober 2011 heeft verweerder eiseres een last onder dwangsom opgelegd ter zake van het overschrijden van de maximaal toegestane geluidsnorm zoals voorgeschreven in artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit milieubeheer (hierna: het Activiteitenbesluit). Bij mondelinge uitspraak van 2 juli 2012 heeft de rechtbank Almelo de tegen deze last onder dwangsom door belanghebbenden ingediende beroepen gegrond verklaard en zelf in de zaak voorzien door onder meer de aan eiseres opgelegde last onder dwangsom als volgt te herformuleren:

“wij leggen u een last onder dwangsom op van € 400,- voor elke keer dat u artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit overtreedt, voor zover daarbij het maximale geluidniveau Lamax van 70 dB(A) op de gevel van gevoelige gebouwen wordt overschreden, met een maximum van

€ 8.000,-.”

Deze uitspraak is onherroepelijk geworden.

2.

Verweerder heeft aan het besluit tot invordering van de twee dwangsommen de rapportage van Munsterhuis Geluidsadvies (hierna te noemen: Munsterhuis) van 11 maart 2013 ten grondslag gelegd. Dit rapport bevat de resultaten van de geluidsmeting die op zaterdagochtend 9 maart 2013 vanaf circa 10:15 uur tot circa 12:45 uur is gehouden nabij het terrein van eiseres. Tijdens deze meting is geconstateerd dat ter plaatse van de achtergevel van de woning aan de [adres] Oldenzaal om 11:37 uur het invallend geluidniveau het maximaal toegestane geluidniveau van 70 dB(A) met 1 dB(A) overschreed.

In het rapport van Munsterhuis is vermeld dat deze overschrijding werd veroorzaakt door het vallen van metaal dat met behulp van een kraan werd verplaatst. Vervolgens is om 11:39 uur gemeten dat het invallend geluidniveau het maximaal toegestane geluidniveau met 2 dB(A) overschreed. In het geluidrapport is vermeld dat deze overschrijding van de geluidsnorm het gevolg was van het verplaatsen van metaal met behulp van een kraan.

Aan het thans bestreden besluit heeft verweerder voorts nog een aanvullende verklaring van ing. R.P.M. Munsterhuis van 28 juni 2013 ten grondslag gelegd.

3.

Eiseres stelt in beroep dat zij op zaterdag 9 maart 2013 van 11:29 uur tot 11:46 uur ononderbroken met een kraan ijzer heeft verplaatst. De twee overschrijdingen van de geluidnorm zijn derhalve gedurende één voortdurende handeling geconstateerd. Eiseres stelt zich op het standpunt dat een redelijke toepassing van de handhavingsbevoegdheid van verweerder met zich brengt dat bij het ononderbroken uitvoeren van één handeling niet meerdere dwangsommen kunnen worden verbeurd. Daarnaast is volgens eiseres in het geheel geen sprake van een overtreding van de last, omdat in artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit is bepaald dat de voorgeschreven maximale geluidnorm niet van toepassing is op laad- en losactiviteiten. De handeling waarbij de overschrijdingen zijn geconstateerd betrof volgens eiseres het lossen van metalen. In dit verband heeft eiseres voorts aangevoerd dat Munsterhuis vanaf de meetopstelling niet heeft kunnen waarnemen welke activiteiten de gemeten geluidniveaus precies hebben veroorzaakt. Verder heeft eiseres aangevoerd dat het geluidrapport van Munsterhuis van 11 maart 2013 niet kan dienen ter onderbouwing dat de last is overtreden, omdat dit niet is ondertekend.

4.

Onder andere in de uitspraak van 13 november 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1911, overwoog de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) dat aan een invorderingsbesluit een deugdelijke en controleerbare vaststelling van relevante feiten en omstandigheden ten grondslag dient te liggen. Dit brengt met zich dat de waarneming van feiten en omstandigheden die leiden tot verbeurte van een dwangsom dient te worden gedaan door een ter zake deskundige medewerker van het bevoegd gezag en dat bevindingen op schrift worden gesteld. Het geschrift dient in beginsel ten minste te bevatten de plaats, het tijdstip en de datum van de waarneming, een inzichtelijke beschrijving van de gehanteerde werkwijze en een inzichtelijke beschrijving van hetgeen is waargenomen. Dit geschrift dient voorts te zijn voorzien van een ondertekening door de opsteller en een dagtekening. In het geval dat het geschrift in een digitaal systeem is opgemaakt en ondertekening ontbreekt, dient het bevoegd gezag anderszins aan te tonen op welke datum de deskundige medewerker het geschrift heeft vastgesteld.

5.

Het geluidrapport van 11 maart 2013 was zowel ten tijde van het primaire besluit van

4 april 2013 als ten tijde van het thans bestreden besluit van 6 augustus 2013 niet ondertekend. De verklaring van Munsterhuis van 28 juni 2013 is wel door hem ondertekend.

In deze verklaring licht Munsterhuis nader toe op welke wijze de geluidmetingen zijn verricht en op welke wijze hij heeft vastgesteld welke activiteiten er tijdens die metingen op het perceel van eiseres plaatsvonden. Verder heeft verweerder bij het verweerschrift van

11 november 2013 alsnog een door Munsterhuis ondertekend exemplaar van het geluidrapport van 11 maart 2013 overgelegd.

6.

Eiseres heeft ter zitting desgevraagd aangegeven dat, indien Munsterhuis oprecht is, hij nu alsnog heeft ondertekend wat hij destijds bij het opstellen van het rapport van 11 maart 2013 had moeten ondertekenen. Voorts heeft eiseres verklaard geen reden te hebben om te twijfelen aan de oprechtheid van Munsterhuis. Mede gelet op deze verklaringen, is de rechtbank van oordeel dat verweerder voldoende heeft aangetoond dat het geluidrapport van de metingen van 9 maart 2013 op 11 maart 2013 door Munsterhuis is opgemaakt.

De rechtbank acht hiermee het aan dit rapport klevende gebrek hersteld. Op grond van

artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht ziet de rechtbank in het ontbreken van de ondertekening van het geluidrapport ten tijde van het thans bestreden besluit dan ook geen aanleiding om dit besluit te vernietigen.

7.

In de uitspraak van 7 mei 2003, LJN: AF8291, overwoog de Afdeling dat onder het begrip laden en lossen niet valt het op- en overslaan van goederen in een container binnen de inrichting voordat de in een container gestorte goederen per vrachtwagen worden afgevoerd.

8.

In het geluidrapport van 11 maart 2013 is vermeld dat de activiteiten die tijdens de meting op het terrein plaatsvonden, betreffen het rijden met een kraan, sorteren van ijzer met de kraan en de hand, het rijden met heftrucks, het storten van ijzer met behulp van de kraan en heftruck en het rijden met vrachtwagens en personenauto’s. Bijlage 2 bij dit rapport bevat een overzicht van de verschillende geluidniveaus die van 10:15 uur tot 12:45 uur zijn gemeten. Daarbij is per gemeten geluidniveau vermeld op welk tijdstip dat is gemeten en door welke handeling of activiteit dit geluidniveau is veroorzaakt. Verder is in het geluidrapport vermeld dat piekgeluiden ten gevolge van het laden en lossen buiten beschouwing kunnen worden gelaten.

9.

In de aanvullende verklaring van 28 juni 2013 heeft Munsterhuis met betrekking tot de verrichte geluidmetingen uitgelegd dat eerst een analyse is gemaakt van de werkzaamheden die op het perceel van eiseres plaatsvonden. Dit is gedaan door middel van het over de schutting, die om het terrein van eiseres is geplaatst, heen kijken en het door de kieren van deze schutting heen kijken. Tevens zijn tijdens de inventarisatie en tijdens alle meetsessies geluidopnamen gemaakt en is visuele waarneming gedaan zodat de betreffende activiteiten geverifieerd konden worden met de meetresultaten. Munsterhuis concludeert dat uit de metingen en inventarisatie blijkt dat de hoogste piekgeluiden, die verantwoordelijk zijn voor de overschrijding, worden veroorzaakt door het vallen van metaal bij werkzaamheden door de kraan. Hierbij stelt hij dat heel duidelijk visueel is waargenomen dat er activiteiten werden uitgevoerd door de kraan. Deze activiteiten betroffen volgens Munsterhuis zeer zeker niet het laden en lossen van vrachtwagens of aanhangers of rijbewegingen van voertuigen. In zijn verklaring van 28 juni 2013 heeft hij verder aangegeven dat, omdat piekgeluiden die worden veroorzaakt door laad- en losactiviteiten buiten beschouwing moeten worden gelaten, ook specifiek op die activiteiten is gelet.

10.

Uit het rapport van 11 maart 2013 blijkt dat de overschrijdingen van de maximaal toegestane geluidnorm veroorzaakt werden door het met behulp van een kraan verplaatsen en het vallen van metaal uit een container die om 11:25 uur van een vrachtwagen was gelost.

Ter zitting heeft eiseres uitgelegd dat binnen haar inrichting metaal met behulp van de kraan vanuit een container wordt overgeheveld naar andere containers. De rechtbank is van oordeel dat, omdat het in dit geval gaat om het overhevelen van metaal van een container die al was gelost van de vrachtwagen naar andere containers, deze activiteit niet kan worden aangemerkt als laad- en losactiviteit in de zin van artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat verweerder op basis van het rapport van

11 maart 2013 tot invordering van de dwangsommen over heeft kunnen gaan. Zoals door Munsterhuis in zijn toelichting van 28 juni 2013 is verduidelijkt, blijkt uit dit rapport dat tijdens de meting die op zaterdagochtend 9 maart 2013 heeft plaatsgevonden twee maal het maximaal toegestane geluidniveau van 70 dB(A) is overschreden door handelingen die niet zijn aan te merken als laad- en losactiviteiten in de zin van artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit. Voorts is de rechtbank van oordeel dat Munsterhuis in zijn verklaring van 28 juni 2013 voldoende heeft aangetoond dat en op welke wijze hij heeft kunnen bepalen welke activiteiten tot de betreffende gemeten geluidniveaus hebben geleid.

11.

Voor het oordeel dat in het onderhavige geval slechts sprake is van één overtreding in plaats van twee ziet de rechtbank geen aanleiding. Uit de formulering van de aan eiseres opgelegde last volgt dat voor elke overschrijding van het maximaal toegestane geluidniveau een dwangsom van € 400,- wordt verbeurd. Naar het oordeel van de rechtbank kan het overhevelen van metaal uit een container naar andere containers niet in die zin als één handeling aangemerkt worden dat dit tot gevolg zou hebben dat deze gehele activiteit slechts één overtreding van de last zou opleveren. Uit de omstandigheid dat er slechts twee minuten tussen beide overschrijdingen van de geluidnorm zit, volgt evenmin dat sprake is van één en dezelfde handeling.

12.

Uit het voorgaande volgt dat het beroep ongegrond is.

13.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.F. Bijloo, rechter, en door hem en mr. P.J.H. Bijleveld als griffier ondertekend. Uitgesproken in het openbaar op

Afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat voor een belanghebbende en het bestuursorgaan hoger beroep open. Dit dient te worden ingesteld binnen zes weken na de datum van verzending van deze uitspraak door een beroepschrift en een kopie van deze uitspraak te zenden aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag.

U kunt ook digitaal hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Kijk op www.raadvanstate.nl voor meer informatie over het indienen van digitaal beroep.