Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2014:6877

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
24-12-2014
Datum publicatie
24-12-2014
Zaaknummer
08/710124-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Overijssel veroordeelt een 59-jarige man uit Almelo tot een werkstraf van 50 uur en 2 weken voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd van 2 jaar, om hem er op die manier van te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. De man heeft samen met een ander het artikel ‘De gotspe van de holocaust’ op het internet gezet, in welk artikel hij zich zeer kwetsend en beledigend heeft uitgelaten over de Joden. In het artikel worden de Holocaust, Auschwitz en de gaskamers als leugens bestempeld, terwijl algemeen bekend is dat in de Tweede Wereldoorlog miljoenen Joden zijn weggevoerd en vermoord.

De bagatellisering en ontkenning van (delen van) de Holocaust kunnen persoonlijk leed teweegbrengen bij Joden en niet-Joden en kunnen bijdragen aan gevoelens van onrust in de maatschappij. De man heeft zich strafbaar gemaakt aan een ernstig en verwerpelijk feit.

De Almeloër is vrijgesproken voor het aanzetten tot haat, discriminatie of geweld tegen Joden. De rechtbank oordeelt dat de vierde en vijfde alinea van het artikel binnen de reikwijdte van dit ten laste gelegde feit kunnen vallen. Er is in deze alinea’s geen sprake van een krachtversterkend element waarbij anderen worden opgehitst of opgeroepen om iets te doen. Verder hebben deze alinea’s geen discriminatoir karakter, nu deze niet voorstellen om onderscheid te maken tussen bevolkingsgroepen of oproepen tot uitsluiting, beperking of voorkeur van een bevolkingsgroep. Verdachte dient daarom te worden vrijgesproken van het aanzetten tot discriminatie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Onder redactie van Tina van der Linden-Smith, met medewerking van <br/>Kea de Raaij annotatie in UDH:IR/12218

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08/710124-14

Datum vonnis: 24 december 2014

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1955 in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats].

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 12 december 2014. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. G. Dankers en van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: al dan niet samen met (een) ander(en) Joden heeft gediscrimineerd door op een openbare website een geschrift met de titel ‘De gotspe van de holocaust’ te plaatsen;

feit 2: al dan niet samen met (een) ander(en) heeft aangezet tot haat, discriminatie of geweld tegen Joden door op een openbare website een geschrift met de titel ‘De gotspe van de holocaust’ te plaatsen.

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:

1.
hij in of omstreeks de periode van 20 oktober 2013 tot 1 novemer 2014 te Almelo en/of Zwolle, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, zich in het openbaar, bij geschrift of afbeelding, opzettelijk beledigend heeft uitgelaten over een groep mensen, te weten Joden, wegens hun ras, godsdienst of levensovertuiging door opzettelijk beledigend op de openbare website [website] een geschrift, althans een tekst, te plaatsen met de titel “De gotspe van de holocaust” en waarin is geschreven:

“Waarschuwing: het lezen van dit artikel kan bij jodenvergoders en adelvereerders leiden tot cognitieve dissonantie. Deze mensen wordt geadviseerd om niet verder te lezen en voor het hervinden van innerlijke rust op DEZE VERWIJZING te klikken.)

Wanneer zullen de progroms beginnen? Ze zullen een keer komen, als de gotspe van de holocaust meer in de openbaarheid komt. De woede van de heidenen zal groot zijn. De Kristallnacht zal er nog een rustdag bij lijken. Nee, de heidenen (=gojiem) zijn geen boosaardige beesten met een aangeboren Jodenhaat. Ze zullen terecht boos zijn, omdat de Joden hun economieën verwoest hebben, hun samenlevingen ontwricht hebben met feminisme en homoseksualiteit en hen tot oorlogen opgehitst hebben, wat geresulteerd heeft in miljoenen doden. Daarnaast zullen ze woedend zijn, dat de Joden tegelijkertijd nog de brutaliteit hadden om 'de vermoorde onschuld'uit te hangen in de vorm van holocaust-slachtoffers. De verontwaardiging van de heidenen zal terecht zijn en hun komende woede hangt als een opkomend onweer boven het experiment van het zionisme.

In de tussentijd wil ik nog een poging doen om de gemiddelde Jood, die het judaïsme ziet als een soort folklore, te wijzen op hun rabbijnen, die dit opkomend onweer over hen hebben afgeroepen. Net als de leden van de Joodse Raad in Amsterdam, die de gewone Joden uitleverden aan de Nazi's, maar zelf buiten schot bleven, zullen de leiders van het Joodse volk deze truc weer uithalen. Ze zullen de gewone Joden overleveren aan de woede van de heidenen. Al in de dagen na Jesaja overlegden de leiders - en spotters - van Jeruzalem: We hebben een verbond met de dood gesloten en met het dodenrijk een verdrag gemaakt; wanneer de voortstormende gesel doortrekt, zal hij ons niet bereiken, want wij hebben leugen tot onze schuilplaats gesteld en in bedrog ons verborgen (NBG vert. Jes. 28, 15)

Het standaard voorbeeld van een gotspe (Eng. Chutzpah) is van een kind dat zijn vader en moeder heeft vermoord en vervolgens de rechter smeekt om medelijden, omdat het wees is (Michael Hoffman, Judaïsm's Strange Gods, p. 56). Heidenvolken kennen dit soort brutaliteit en onbeschaamdheid niet. We moeten het daarom doen met het Hebreeuwse leenwoord. Trouwens, tal van Hebreeuwse leenwoorden in het Nederlands zitten in een bedenkelijke sfeer: sjacheren, jatten en smoes. De heidenen waren vol medelijden, toen ze hoorden over Auschwitz en de gaskamers. Nu deze niet bestaan blijken te hebben, voelen

ze zich terecht bekocht.

Daarom raad ik u, Joden van Nederland en daarbuiten, aan berouw te tonen over deze schaamteloze leugens. Dit druist wel zeer in tegen de mentaliteit die de rabbijnen u bijgebracht hebben. Ze hebben u de ene na de andere veer in de kont gestoken door te zeggen dat u zoveel slimmer was dan die stomme heidenen. Dat ging erin als koek. Einstein was het grote voorbeeld van die superieure Joodse intelligentie. Daarna kwam de lijst met nobelprijswinnaars. De rabbijnen vertelden u dat die heidenen zo dom waren als het achtereind van een varken. Eigenlijk waren ze niet meer dan dieren. De onlangs overleden rabbijn Ovadja Josel vergeleek ze openlijk met ezels. Je kon deze van alles wijsmaken. De heidenen hebben de Holocaust-leugen inderdaad lange tijd geslikt. Maar de heidenen zijn aan een inhaalslag bezig. De leugen wordt ontmaskerd.

Behalve dat het u als een rabbijns geïndoctrineerde Jood moeilijk zal vallen om vergiffenis te vragen aan een heiden, zal het ook zeer moeilijk voor u zijn om verantwoording af te leggen aan een heiden. De rabbijnen hebben u bijgebracht dat u als heer bent aangesteld over de heidenen. Ovadja Jozef verwoordde het zo: 'We zullen neerzitten als een effendi (‘heer’ of ‘meester’ in het Arabisch) en eten’(zie: Ted Pike, JEWRY MOURNS DEATH OF “GREATEST” RACIST RABBI). Maar u bent geen heer in Nederland, noch in Duitsland of Rusland. U bent daar te gast. Het past niet dat een gast zijn gastheer de wet voorschrijft. U zult uw rol als 'Hofjude' moeten opgeven. Deze term wordt door historica Nesta Webster (boek: Secret Societies and Subversive Movements) opgediept voor de Joden die zich nestelen aan de hoven der koningen, de centra van de macht.

Uw rabbijnen hebben u verteld dat macht en geld belangrijk zijn, omdat hun 'komende wereld' een aardse wereld is. De Messias die de voorgangers van de rabbijnen, de Farizeeën, verworpen hebben, was Jezus Christus. Hij zij tegen Pilatus dat Zijn koninkrijk niet van deze wereld was. De lijst met rabbijnse messiassen is daarom een lijst met mislukkelingen. Ik noem slechts Bar Kochba in 135. Sjabtaj Tzwi (ook: Sabbatai Zevi) in 1966 en Menachem Schneerson, overleden in 1994. Het is allemaal op niets uitgelopen. Ook de zionistische heilstaat, die nu in het Midden-Oosten wordt gebouwd op het bloed van de Arabieren en de centen van Europa en de VS, zal op een mislukking uitlopen.

Ik begrijp dat het voor u als Jood moeilijk is om afstand te nemen van de rabbijnen, want hiermee riskeert u 'uit de synagoge geworpen te worden'; ook al komt u daar nooit. In het Nieuwe Tesament staat zo'n verhaal beschreven. Een blindgeboren man, die door Jezus ziende gemaakt is, moet van de Farizeeën op het matje komen. Ze verzekeren hem dat Jezus een zondaar is. Hij antwoord: 'Als deze niet van God gekomen was, dan had Hij niets kunnen doen' (Joh. 9,33). Dergelijke logica konden de Farizeeën niet verdragen. Ze schopten hem eruit. Mensen die zelf kunnen nadenken, passen niet in de synagoge. De

Farizeeën en de rabbijnen eisen blinde gehoozaambeid. Menig oprechte Jood is in de loop der tijden al geëxcommuniceerd. Er is zelfs een hele groep, de Kraïeten, die alleen in de Tenach (Oude Testament) geloven en de rabbijnse Talmoed verwerpen. Excommunicatie betekent dat u de steun van de mede Joden in het maatschappelijk leven zult moeten missen. Als u bijvoorbeeld burgemeester van Groningen zou willen worden, dan zult u dat op eigen kracht moeten doen. De 'Hofjuden' zullen geen goed woordje meer voor u doen. Het moet gezegd, dat de rabbijnen goed voor hun volgelingen zorgen en hen rijkelijk belonen voor hun kadaverdiscipline.

Maar het verbond met de dood zal geen stand houden. Ik citeer verder uit Jesaja:

En ik zal het recht tot meetsnoer maken en gerechtigheid tot paslood: en de hagel zal de leugenschuilplaats wegvagen en het water zal de toevlucht wegspoelen. (Jes. 28,17)”;

2.
hij in of omstreeks de periode van 20 oktober 2013 tot 1 november 2014 te Almelo en/of Zwolle, althans in Nederland,tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, zich in het openbaar, bij geschrift of afbeelding, heeft aangezet tot haat tegen en/of discriminatie van mensen, te weten Joden en/of gewelddadig optreden tegen persoon of goed van mensen, te weten Joden, wegens ras, door op de openbare website [website] een geschrift, althans een tekst, te plaatsen met als titel "De gotspe van de holocaust” en

waarin is gescheven:

“Waarschuwing: het lezen van dit artikel kan bij jodenvergoders en adelvereerders leiden tot cognitieve dissonantie. Deze mensen wordt geadviseerd om niet verder te lezen en voor het hervinden van innerlijke rust op DEZE VERWIJZING te klikken.)

Wanneer zullen de progroms beginnen? Ze zullen een keer komen, als de gotspe van de holocaust meer in de openbaarheid komt. De woede van de heidenen zal groot zijn. De Kristallnacht zal er nog een rustdag bij lijken. Nee, de heidenen (=gojiem) zijn geen boosaardige beesten met een aangeboren Jodenhaat. Ze zullen terecht boos zijn, omdat de Joden hun economieën verwoest hebben, hun samenlevingen ontwricht hebben met feminisme en homoseksualiteit en hen tot oorlogen opgehitst hebben, wat geresulteerd heeft in miljoenen doden. Daarnaast zullen ze woedend zijn, dat de Joden tegelijkertijd nog de brutaliteit hadden om 'de vermoorde onschuld'uit te hangen in de vorm van holocaust-slachtoffers. De verontwaardiging van de heidenen zal terecht zijn en hun komende woede hangt als een opkomend onweer boven het experiment van het zionisme.

In de tussentijd wil ik nog een poging doen om de gemiddelde Jood, die het judaïsme ziet als een soort folklore, te wijzen op hun rabbijnen, die dit opkomend onweer over hen hebben afgeroepen. Net als de leden van de Joodse Raad in Amsterdam, die de gewone Joden uitleverden aan de Nazi's, maar zelf buiten schot bleven, zullen de leiders van het Joodse volk deze truc weer uithalen. Ze zullen de gewone Joden overleveren aan de woede van de heidenen. Al in de dagen na Jesaja overlegden de leiders - en spotters - van Jeruzalem: We hebben een verbond met de dood gesloten en met het dodenrijk een verdrag gemaakt; wanneer de voortstormende gesel doortrekt, zal hij ons niet bereiken, want wij hebben leugen tot onze schuilplaats gesteld en in bedrog ons verborgen (NBG vert. Jes. 28, 15)

Het standaard voorbeeld van een gotspe (Eng. Chutzpah) is van een kind dat zijn vader en moeder heeft vermoord en vervolgens de rechter smeekt om medelijden, omdat het wees is (Michael Hoffman, Judaïsm's Strange Gods, p. 56). Heidenvolken kennen dit soort brutaliteit en onbeschaamdheid niet. We moeten het daarom doen met het Hebreeuwse leenwoord. Trouwens, tal van Hebreeuwse leenwoorden in het Nederlands zitten in een bedenkelijke sfeer: sjacheren, jatten en smoes. De heidenen waren vol medelijden, toen ze hoorden over Auschwitz en de gaskamers. Nu deze niet bestaan blijken te hebben, voelen

ze zich terecht bekocht.

Daarom raad ik u, Joden van Nederland en daarbuiten, aan berouw te tonen over deze schaamteloze leugens. Dit druist wel zeer in tegen de mentaliteit die de rabbijnen u bijgebracht hebben. Ze hebben u de ene na de andere veer in de kont gestoken door te zeggen dat u zoveel slimmer was dan die stomme heidenen. Dat ging erin als koek. Einstein was het grote voorbeeld van die superieure Joodse intelligentie. Daarna kwam de lijst met nobelprijswinnaars. De rabbijnen vertelden u dat die heidenen zo dom waren als het achtereind van een varken. Eigenlijk waren ze niet meer dan dieren. De onlangs overleden rabbijn Ovadja Josel vergeleek ze openlijk met ezels. Je kon deze van alles wijsmaken. De heidenen hebben de Holocaust-leugen inderdaad lange tijd geslikt. Maar de heidenen zijn aan een inhaalslag bezig. De leugen wordt ontmaskerd.

Behalve dat het u als een rabbijns geïndoctrineerde Jood moeilijk zal vallen om vergiffenis te vragen aan een heiden, zal het ook zeer moeilijk voor u zijn om verantwoording af te leggen aan een heiden. De rabbijnen hebben u bijgebracht dat u als heer bent aangesteld over de heidenen. Ovadja Jozef verwoordde het zo: 'We zullen neerzitten als een effendi (‘heer’ of ‘meester’ in het Arabisch) en eten’(zie: Ted Pike, JEWRY MOURNS DEATH OF “GREATEST” RACIST RABBI). Maar u bent geen heer in Nederland, noch in Duitsland of Rusland. U bent daar te gast. Het past niet dat een gast zijn gastheer de wet voorschrijft. U zult uw rol als 'Hofjude' moeten opgeven. Deze term wordt door historica Nesta Webster (boek: Secret Societies and Subversive Movements) opgediept voor de Joden die zich nestelen aan de hoven der koningen, de centra van de macht.

Uw rabbijnen hebben u verteld dat macht en geld belangrijk zijn, omdat hun 'komende wereld' een aardse wereld is. De Messias die de voorgangers van de rabbijnen, de Farizeeën, verworpen hebben, was Jezus Christus. Hij zij tegen Pilatus dat Zijn koninkrijk niet van deze wereld was. De lijst met rabbijnse messiassen is daarom een lijst met mislukkelingen. Ik noem slechts Bar Kochba in 135. Sjabtaj Tzwi (ook: Sabbatai Zevi) in 1966 en Menachem Schneerson, overleden in 1994. Het is allemaal op niets uitgelopen. Ook de zionistische heilstaat, die nu in het Midden-Oosten wordt gebouwd op het bloed van de Arabieren en de centen van Europa en de VS, zal op een mislukking uitlopen.

Ik begrijp dat het voor u als Jood moeilijk is om afstand te nemen van de rabbijnen, want hiermee riskeert u 'uit de synagoge geworpen te worden'; ook al komt u daar nooit. In het Nieuwe Tesament staat zo'n verhaal beschreven. Een blindgeboren man, die door Jezus ziende gemaakt is, moet van de Farizeeën op het matje komen. Ze verzekeren hem dat Jezus een zondaar is. Hij antwoord: 'Als deze niet van God gekomen was, dan had Hij niets kunnen doen' (Joh. 9,33). Dergelijke logica konden de Farizeeën niet verdragen. Ze schopten hem eruit. Mensen die zelf kunnen nadenken, passen niet in de synagoge. De

Farizeeën en de rabbijnen eisen blinde gehoozaambeid. Menig oprechte Jood is in de loop der tijden al geëxcommuniceerd. Er is zelfs een hele groep, de Kraïeten, die alleen in de Tenach (Oude Testament) geloven en de rabbijnse Talmoed verwerpen. Excommunicatie betekent dat u de steun van de mede Joden in het maatschappelijk leven zult moeten missen. Als u bijvoorbeeld burgemeester van Groningen zou willen worden, dan zult u dat op eigen kracht moeten doen. De 'Hofjuden' zullen geen goed woordje meer voor u doen. Het moet gezegd, dat de rabbijnen goed voor hun volgelingen zorgen en hen rijkelijk belonen voor hun kadaverdiscipline.

Maar het verbond met de dood zal geen stand houden. Ik citeer verder uit Jesaja:

En ik zal het recht tot meetsnoer maken en gerechtigheid tot paslood: en de hagel zal de leugenschuilplaats wegvagen en het water zal de toevlucht wegspoelen. (Jes. 28,17)”.

3 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wegens het onder 1 en 2 tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een taakstraf van 50 uren, waarvan 20 uren voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

4 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5 De beoordeling van het bewijs

Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of de tenlastegelegde feiten bewezenverklaard kunnen worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. Indien de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte het feit heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

5.1

De feiten die niet ter discussie staan

De rechtbank constateert dat de onderstaande feiten bij de behandeling van de zaak op de terechtzitting niet ter discussie hebben gestaan.

Verdachte heeft het artikel ‘De gotspe van de holocaust’ (verder: het artikel), waarvan de inhoud in de tenlastelegging is opgenomen, geschreven en dit artikel aan [naam beheerder website], beheerder van website [website], gestuurd ten behoeve van plaatsing op de door haar beheerde website. [naam beheerder website] heeft het artikel op 20 oktober 2013 geplaatst op de voor een ieder toegankelijke website [website]. In de periode van 20 oktober 2013 tot in ieder geval

1 november 2014 heeft het artikel op de website [website] gestaan.

5.2

Feit 1



5.2.1 Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigen bewezen kan worden verklaard dat verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan. Daartoe heeft de officier van justitie gesteld dat het artikel openbaar is gemaakt en doorspekt is met aan Joden gerichte beledigingen, waaronder de ontkenning van de holocaust en de benoeming van de holocaust als schaamteloze leugen. De eigenschappen die in dit artikel aan Joden worden toegedicht acht de officier van justitie eveneens zeer beledigend. De officier van justitie heeft verder betoogd dat er geen sprake is van een context die het beledigende karakter zou kunnen wegnemen, omdat er geen sprake is van het voeren van een maatschappelijk debat of een artistieke expressie in de vorm van een column. Ook indien wel sprake zou zijn van een maatschappelijk debat, ontneemt de context volgens de officier van justitie het beledigend karakter niet, gelet op de hoeveelheid, hardheid en het diep beledigende karakter van de uitingen.

5.2.2

Standpunt van de verdachte

Verdachte heeft betwist dat hij in het artikel Joden heeft beledigd. Daartoe heeft verdachte gesteld dat hij geen scheldwoorden in het artikel heeft gebruikt. Verdachte heeft een beroep gedaan op zijn vrijheid van meningsuiting en heeft betoogd dat zijn uitingen in de vorm van een column zijn weergegeven en dat dan kwetsende uitlatingen zijn toegestaan.

Hoewel verdachte zich kan voorstellen dat mensen die in de concentratiekampen hebben gezeten het als kwetsend ervaren om zijn artikel te lezen, is hij van mening dat er steeds minder mensen zijn die het feitelijk hebben meegemaakt en het thans tijd is om op te houden over Joden en de Tweede Wereldoorlog.



5.2.3 Overwegingen van de rechtbank

Toetsingskader
Op grond van artikel 137c van het Wetboek van Strafrecht (Sr) is het strafbaar om zich in het openbaar bij geschrift opzettelijk beledigend uit te laten over een groep mensen wegens hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging.

Uit de parlementaire stukken blijkt dat alleen het aantasten van de eigenwaarde of het in diskrediet brengen van de groep, omdat die van een bepaald ras is, een bepaalde godsdienst belijdt of een bepaalde levensovertuiging is toegedaan, strafbaar is.

Kritiek op opvattingen of gedragingen – in welke vorm dan ook- valt buiten het bereik van deze bepaling.1

Verder blijkt uit de parlementaire stukken dat het beledigen van een groep mensen alleen onder het bereik van artikel 137c Sr valt als men de mensen, behorend tot die groep, collectief treft in hetgeen voor die groep kenmerkend is. Daarbij kan gedacht worden aan belediging van mensen omdat zij een bepaald geloof aanhangen of omdat zij van een bepaald ras zijn. Alle, zelfs felle kritiek op opvattingen die in die groep leven of op het gedrag van hen, die tot de groep behoren, blijft buiten het bereik van artikel 137c Sr.2



Openbaar geschrift

Het door verdachte opgestelde geschrift is geplaatst op een voor een ieder vrij toegankelijke website, met het doel om meer personen in kennis te stellen van de inhoud van het artikel. Verdachte heeft zich zodoende opzettelijk in het openbaar uitgelaten bij geschrift.



Beoordeling uitlatingen betreffende Holocaust

De rechtbank dient te beoordelen of de uitlatingen een beledigend karakter hebben. Voor de beoordeling van het bestanddeel ‘beledigend’ heeft de Hoge Raad een driestappenmodel gegeven3:

  • -

    in de eerste stap wordt beoordeeld of de uitlating op zich genomen beledigend is voor een groep mensen;

  • -

    in de tweede stap wordt beoordeeld of beschouwd in haar context de uitlating van betekenis is voor een maatschappelijk debat, waardoor het beledigend karakter kan wegvallen;

  • -

    in de derde stap wordt beoordeeld of de uitlating niet onnodig grievend is, waardoor deze alsnog als beledigend kan worden aangemerkt.


In de vierde en vijfde alinea van het artikel staat:

“De heidenen waren vol medelijden, toen ze hoorden over Auschwitz en de gaskamers. Nu deze niet bestaan blijken te hebben, voelen ze zich terecht bekocht.

Daarom raad ik u, Joden van Nederland en daarbuiten, aan berouw te tonen over deze schaamteloze leugens.
[…]
De heidenen hebben de Holocaust-leugen inderdaad lange tijd geslikt. Maar de heidenen zijn aan een inhaalslag bezig. De leugen wordt ontmaskerd.”

- Beledigend
Ten eerste dient te worden beoordeeld of voornoemde uitlatingen op zichzelf beschouwd als beledigend voor een groep kunnen worden aangemerkt. Daarbij zijn de subjectieve intenties van verdachte niet beslissend. Ook is daarbij niet doorslaggevend of er al dan niet scheldwoorden zijn gebruikt. Beoordeeld dient te worden of deze uitlatingen naar algemeen spraakgebruik de strekking hebben om een groep bij het publiek in een kwaad daglicht te stellen.4 In voornoemde uitlatingen worden de Joden ervan beticht dat zij hebben gelogen over de Holocaust en dat zij ten onrechte stellen dat Auschwitz en de gaskamers hebben bestaan. De Joden worden er op zijn minst van beticht dat zij de Holocaust grovelijk hebben overdreven. Dergelijke uitlatingen zijn kwetsend en beledigend, nu het een feit van algemene bekendheid is welk lot de Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft getroffen. Naar het oordeel van de rechtbank hebben deze uitlatingen naar algemeen spraakgebruik de strekking om Joden bij het publiek in een kwaad daglicht te stellen, en zijn zodoende op zichzelf beschouwd beledigend aan te merken voor die groep mensen wegens hun ras.



- Context
Ten tweede dient beoordeeld te worden of door de context het beledigende karakter van de uitlatingen wegvalt. De rechtbank stelt hierbij voorop dat het moet gaan om uitspraken die in een democratie van publiek belang zijn, dat de context voor derden kenbaar moet zijn en dat de context naar objectieve maatstaven zodanig moet zijn dat het beledigende karakter wegvalt. Of sprake is van een dergelijke context is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waaronder het medium waarbinnen die uitlatingen zijn gedaan.

Verdachte heeft gesteld dat het zijn bedoeling is om de christen-zionisten te waarschuwen, omdat zij Joden ten onrechte op een voetstuk plaatsen. Door onder meer dit artikel te schrijven en op internet te plaatsen, wenst verdachte mee te doen aan het maatschappelijk debat.

Naar het oordeel van de rechtbank is van een context die voor derden kenbaar is en die naar objectieve maatstaven zodanig is dat het beledigende karakter van de uitlating wegvalt, geen sprake.

Het artikel is geplaatst op een voor een ieder toegankelijke website, terwijl niet is gebleken dat die uitlatingen zijn gedaan binnen een voor een ieder kenbare context van het door de verdachte uitgedragen gedachtengoed. Verdachte heeft weliswaar een waarschuwing bovenaan het artikel geplaatst met als inhoud: “Waarschuwing: het lezen van dit artikel kan bij jodenvergoders en adelvereerders leiden tot cognitieve dissonantie. Deze mensen wordt geadviseerd om niet verder te lezen en voor het hervinden van innerlijke rust op DEZE VERWIJZING te klikken.)”, maar die waarschuwing brengt geen verduidelijking ten aanzien van het doel van de uitlatingen of de context waarbinnen verdachte de uitlatingen heeft gedaan. Evenmin kan worden geoordeeld dat, hetzij door gebruik van deze “disclaimer, hetzij omdat sprake is van een website die zich richt op min of meer gelijkgestemden, naar objectieve maatstaven sprake is van een context die zodanig is dat het beledigend karakter van de uitlating wegvalt.

Verdachte heeft zich verder op het standpunt gesteld dat het artikel in de vorm van een column is weergegeven waarin kwetsende uitlatingen zijn toegestaan. De rechtbank merkt allereerst op dat hoewel in beginsel een uitlating in een column, gelet op het bijzondere karakter daarvan, minder snel als beledigend zal worden opgevat, het schrijven in de vorm van een column geen vrijbrief oplevert om kwetsende uitlatingen te doen. Ook bij het schrijven van een column gelden er grenzen. De rechtbank is verder van oordeel dat, in tegenstelling tot hetgeen verdachte ter zitting heeft verklaard, het door verdachte geschreven artikel niet in de vorm van een column is geschreven, doch veeleer een in stukken geknipt lang artikel is. De rechtbank merkt op dat ook wanneer dit artikel wel als column zou worden aangemerkt, gelet op de ernst van de kwetsende uitlatingen en de overige omstandigheden van het geval, de grenzen van het toelaatbare zijn overgeschreden en er geen sprake is van een context die het beledigende karakter zou doen wegvallen.

Onnodig grievend

Ten overvloede overweegt de rechtbank dat ook wanneer het beledigende karakter door de context opgeheven zou kunnen worden, het onder 1 tenlastegelegde bewezen kan worden verklaard. Naar het oordeel van de rechtbank zijn deze uitlatingen waarbij Joden er van worden beticht de Holocaust te hebben verzonnen of op zijn minst te hebben overdreven, buitengewoon kwetsend en onnodig grievend voor Joden. Zodoende zijn deze uitlatingen als beledigend aan te merken.

Vrijheid van meningsuiting

Op grond van artikel 10 lid 1 van het Europees Verdrag voor de bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) heeft een ieder recht op vrijheid van meningsuiting. Dat recht is echter niet onbeperkt. Inbreuk op het recht op vrijheid van meningsuiting is onder bijzondere omstandigheden geoorloofd (artikel 10 lid 2 EVRM).

Door verdachte te veroordelen wegens schending van artikel 137c Sr wordt inbreuk gemaakt op zijn vrijheid van meningsuiting. De rechtbank is van oordeel dat deze inbreuk geoorloofd is, nu deze bij wet is voorzien, de in artikel 10 lid 2 EVRM genoemde doelen dient en noodzakelijk is in een democratische maatschappij. Ten aanzien van het laatstgenoemde overweegt de rechtbank dat de Joodse bevolkingsgroep er zonder meer recht op heeft verschoond te blijven van ernstige kwetsingen ter zake van ontkenning dan wel bagatellisering van de Holocaust. Bovendien komt volgens vaste jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) geen beroep op de vrijheid van meningsuiting toe aan diegene die de Holocaust ontkent of bagatelliseert, omdat dergelijke uitlatingen tegen de grondwaarden van het EVRM ingaan.5

Ras
Het is een feit van algemene bekendheid dat in de Tweede Wereldoorlog op grond van de nationaal-socialistische leer, die zich bij uitstek kenmerkt door rassenleer en antisemitisme, de Joden in Europa zijn vervolgd en op grote schaal zijn vermoord. Ook is algemeen bekend dat deze Jodenvervolging Holocaust wordt genoemd. De uitlatingen van verdachte in het artikel ten aanzien van de Holocaust zijn daarmee uitlatingen die beledigend zijn voor Joden wegens hun ras.


Medeplegen

Vaststaat dat verdachte het artikel aan [naam beheerder website] heeft doen toekomen, dat deze [naam beheerder website] beoordeelt of een artikel kan worden geplaatst en dat [naam beheerder website] het onderhavige artikel op de website [website] heeft geplaatst. Naar het oordeel van de rechtbank hebben verdachte en [naam beheerder website] daarmee gezamenlijk uitvoering gegeven aan het openbaar maken van voor Joden beledigende uitlatingen, zodat sprake is van een bewuste en nauwe samenwerking en daarmee van medeplegen.


Overige uitlatingen

De rechtbank is van oordeel dat de overige uitlatingen in het artikel zien op gestelde opvattingen en gedragingen van Joden en rabbijnen in het bijzonder. Ook in samenhang met het gehele artikel bezien is de rechtbank van oordeel dat deze uitlatingen niet vallen onder de beperkte reikwijdte van artikel 137c Sr. De rechtbank zal verdachte van die onderdelen dan ook vrijspreken.

5.3

Feit 2

5.3.1

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan. Daartoe heeft de officier van justitie gesteld dat voor het aanzetten tot haat van belang is of er sprake is van een intrinsiek conflictueuze tweedeling en dat in de tekst van het artikel duidelijk twee groepen, te weten Joden en niet-Joden, tegen over elkaar worden gesteld. De officier van justitie heeft betoogd dat uit de hoeveelheid en de intensiteit van de uitingen waarin gewelddadige conflicten worden aangekondigd blijkt dat verdachte heeft geprobeerd mensen te bewegen om tot geweld tegen Joden en tot achterstelling (discriminatie) van Joden over te gaan.

5.3.2

Standpunt van de verdachte

Verdachte heeft betwist dat sprake is van aanzetten tot haat, discriminatie of geweld. Daartoe heeft hij gesteld dat niet is gebleken dat zijn uitingen ook daadwerkelijk tot haat, discriminatie of geweld zullen leiden.



5.3.3 Overwegingen van de rechtbank

Toetsingskader
Op grond van artikel 137d Sr is het strafbaar om in het openbaar bij geschrift aan te zetten tot haat tegen of discriminatie van mensen of gewelddadig optreden tegen persoon of goed van mensen wegens hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging.

Het artikel is beperkt tot ‘mensen wegens hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging’. Uitlatingen betreffende opvattingen of gedragingen, alsmede uitlatingen ter zake het geloof, vallen derhalve naar het oordeel van de rechtbank, niet binnen de reikwijdte van artikel 137d Sr. De rechtbank verwijst hierbij naar hetgeen zij hiervoor bij het toetsingskader ter zake de reikwijdte van artikel 137c Sr heeft overwogen.


Uit de wetsgeschiedenis kan worden afgeleid dat de wetgever voor de uitleg van het bestanddeel ‘aanzetten tot’ aansluiting heeft gezocht bij het in artikel 131 Sr neergelegde delict opruien, welk begrip wordt uitgelegd als het aanzetten tot iets ongeoorloofds. Voor een bewezenverklaring op grond van artikel 137d Sr hoeft geen sprake te zijn van enig resultaat van het aanzetten.



Uitlatingen
Overeenkomstig hetgeen de rechtbank ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde feit heeft overwogen, is de rechtbank van oordeel dat de volgende uitlatingen uit de vierde en vijfde alinea van het artikel binnen de reikwijdte van artikel 137d Sr vallen, nu deze betrekking hebben op een groep, te weten Joden:

“De heidenen waren vol medelijden, toen ze hoorden over Auschwitz en de gaskamers. Nu deze niet bestaan blijken te hebben, voelen ze zich terecht bekocht.

Daarom raad ik u, Joden van Nederland en daarbuiten, aan berouw te tonen over deze schaamteloze leugens.
[…]
De heidenen hebben de Holocaust-leugen inderdaad lange tijd geslikt. Maar de heidenen zijn aan een inhaalslag bezig. De leugen wordt ontmaskerd.”

De overige uitlatingen in het artikel zien op gestelde opvattingen en gedragingen van Joden en rabbijnen in het bijzonder. Ook in samenhang met het gehele artikel bezien is de rechtbank van oordeel dat deze uitlatingen niet vallen onder de beperkte reikwijdte van artikel 137d Sr. De rechtbank zal verdachte ter zake deze uitlatingen dan ook vrijspreken.



De rechtbank zal hierna beoordelen of de aangehaalde uitlatingen uit het vierde en vijfde artikel aanzetten tot haat, discriminatie of gewelddadig optreden. Overeenkomstig de jurisprudentie van de Hoge Raad zal de rechtbank bij de beantwoording van de vraag of sprake is van aanzetten tot haat, discriminatie of gewelddadig optreden de uitlatingen niet uitsluitend op zichzelf bezien, maar tevens in de omstandigheden van het geval en in het licht van de associaties die deze wekken.6

Aanzetten tot haat
Ten aanzien van het aanzetten tot haat heeft de rechtbank Amsterdam overwogen dat gelet op het gegeven dat volgens de wetsgeschiedenis ‘aanzetten tot’ moet worden gelijkgesteld met ‘opruien’ en het gegeven dat haat een extreme emotie van diepe afkeer en vijandigheid is, in beginsel volgt dat voor het aanzetten tot haat sprake moet zijn van een krachtversterkend element.7 De rechtbank neemt die overweging over. Er is in casu geen sprake van een dergelijk krachtversterkend element waarbij anderen worden opgehitst of opgeroepen om iets te doen, zodat verdachte reeds daarom dient te worden vrijgesproken van het aanzetten tot haat.

Aanzetten tot discriminatie

Onder discriminatie wordt volgens artikel 90quater Sr verstaan “elke vorm van onderscheid, elke uitsluiting, beperking of voorkeur, die ten doel heeft of ten gevolge kan hebben dat de erkenning, het genot of de uitoefening op voet van gelijkheid van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden op politiek, economisch, sociaal of cultureel terrein of op andere terreinen van het maatschappelijk leven, wordt teniet gedaan of aangetast”. Voor discriminatie is niet een krachtversterkend element vereist.

Naar het oordeel van de rechtbank hebben deze uitlatingen geen discriminatoir karakter, nu deze niet voorstellen om onderscheid te maken tussen bevolkingsgroepen of oproepen tot uitsluiting, beperking of voorkeur van een bevolkingsgroep. Verdachte dient daarom te worden vrijgesproken van het aanzetten tot discriminatie.

Aanzetten tot gewelddadig optreden

Naar het oordeel van de rechtbank hebben de uitlatingen evenmin betrekking op gewelddadige conflicten, zodat verdachte ook van het aanzetten tot gewelddadig optreden zal worden vrijgesproken.

5.4

De conclusie

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder 2 is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij in de periode van 20 oktober 2013 tot 1 november 2014 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, zich in het openbaar bij geschrift opzettelijk beledigend heeft uitgelaten over een groep mensen, te weten Joden, wegens hun ras door opzettelijk beledigend op de openbare website [website] een geschrift te plaatsen met de titel “De gotspe van de holocaust” en waarin is geschreven:

“De heidenen waren vol medelijden, toen ze hoorden over Auschwitz en de gaskamers. Nu deze niet bestaan blijken te hebben, voelen ze zich terecht bekocht.

Daarom raad ik u, Joden van Nederland en daarbuiten, aan berouw te tonen over deze schaamteloze leugens.
[…]
De heidenen hebben de Holocaust-leugen inderdaad lange tijd geslikt. Maar de heidenen zijn aan een inhaalslag bezig. De leugen wordt ontmaskerd.”

De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder 1 meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij artikel 137c Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1

het misdrijf: medeplegen van het zich in het openbaar bij geschrift opzettelijk beledigend uitlaten over Joden wegens hun ras.

7 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.

8 De op te leggen straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

Bij de vaststelling van de hoogte van de straf houdt de rechtbank er, in het voordeel van verdachte, rekening mee dat hij niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten.

Verdachte heeft samen met een ander het artikel ‘De gotspe van de holocaust’ op het internet gezet, in welk artikel hij zich zeer kwetsend en beledigend heeft uitgelaten over de Joden. In het artikel worden de Holocaust, Auschwitz en de gaskamers als leugens bestempeld, terwijl algemeen bekend is dat in de Tweede Wereldoorlog miljoenen Joden zijn weggevoerd en vermoord. De bagatellisering en ontkenning van (delen van) de Holocaust kunnen persoonlijk leed teweegbrengen bij Joden en niet-Joden en kunnen bijdragen aan gevoelens van onrust in de maatschappij. Verdachte heeft zich strafbaar gemaakt aan een ernstig en verwerpelijk feit.

De rechtbank is van oordeel dat aan verdachte een taakstraf dient te worden opgelegd. Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat deze taakstraf geheel onvoorwaardelijk dient te worden opgelegd. De rechtbank acht een onvoorwaardelijke taakstraf van 50 uren, te vervangen door 25 dagen hechtenis indien de taakstraf niet naar behoren wordt verricht, passend en geboden.

De rechtbank zal daarnaast aan verdachte een voorwaardelijke straf opleggen om hem er op die manier van te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. Gelet op de ernst van het bewezenverklaarde feit zal de rechtbank daarom aan verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken opleggen, met een proeftijd van twee jaar.


9. De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 47 Sr.

10 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

  • -

    verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

  • -

    verklaart bewezen, dat verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

    feit 1: het misdrijf: medeplegen van het zich in het openbaar bij geschrift opzettelijk beledigend uitlaten over Joden wegens hun ras.

  • -

    verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van twee weken voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren;

  • -

    bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

  • -

    veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid van 50 uren;

  • -

    beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 25 dagen.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.J. Stoové, voorzitter, mr. E. Venekatte en mr. P.M.F. Schreurs, rechters, in tegenwoordigheid van A. Akfidan-Turan, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 24 december 2014.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer 2013089093. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

1. Proces-verbaal van bevindingen van 9 december 2013, pagina’s 100 tot en met 129, zakelijk weergegeven, voor zover inhoudende de verklaring van verbalisant [verbalisant]:

Ik heb op 14 november 2013 de website van [website] bezocht en afdrukken gemaakt van hetgeen de heer [verdachte] op deze site heeft geplaatst. De link is als volgt: http://[link]. Een uitdraai hiervan is bijgevoegd.

Deze site is voor iedereen toegankelijk zonder invoer van wachtwoord en zonder registratie.

2. Bijlage bij het proces-verbaal van bevindingen van 9 december 2013, pagina’s 108 tot en met 110, voor zover inhoudende een uitdraai van de website http://[link]:

Gastspreker aan het Woord, [verdachte], met: De Gotspe van de Holocaust
oktober 20, 2013 By: [naam beheerder website] Category: Actueel, Diverse Artikelen, religie

door: [verdachte]

De gotspe van de holocaust


(Waarschuwing: het lezen van dit artikel kan bij jodenvergoders en adelvereerders leiden tot cognitieve dissonantie. Deze mensen wordt geadviseerd om niet verder te lezen en voor het hervinden van innerlijke rust op DEZE VERWIJZING te klikken.)

Wanneer zullen de progroms beginnen? Ze zullen een keer komen, als de gotspe van de holocaust meer in de openbaarheid komt. De woede van de heidenen zal groot zijn. De Kristallnacht zal er nog een rustdag bij lijken. Nee, de heidenen (=gojiem) zijn geen boosaardige beesten met een aangeboren Jodenhaat. Ze zullen terecht boos zijn, omdat de Joden hun economieën verwoest hebben, hun samenlevingen ontwricht hebben met feminisme en homoseksualiteit en hen tot oorlogen opgehitst hebben, wat geresulteerd heeft in miljoenen doden. Daarnaast zullen ze woedend zijn, dat de Joden tegelijkertijd nog de brutaliteit hadden om 'de vermoorde onschuld'uit te hangen in de vorm van holocaust-slachtoffers. De verontwaardiging van de heidenen zal terecht zijn en hun komende woede hangt als een opkomend onweer boven het experiment van het zionisme.

In de tussentijd wil ik nog een poging doen om de gemiddelde Jood, die het judaisme ziet als een soort folklore, te wijzen op hun rabbijnen, die dit opkomend onweer over hen hebben afgeroepen. Net als de leden van de Joodse Raad in Amsterdam, die de gewone Joden uitleverden aan de Nazi's, maar zelf buiten schot bleven, zullen de leiders van het Joodse volk deze truc weer uithalen. Ze zullen de gewone Joden overleveren aan de woede van de heidenen. Al in de dagen na Jesaja overlegden de leiders - en spotters - van Jeruzalem: We hebben een verbond met de dood gesloten en met het dodenrijk een verdrag gemaakt; wanneer de voortstormende gesel doortrekt, zal hij ons niet bereiken, want wij hebben leugen tot onze schuilplaats gesteld en in bedrog ons verborgen (NBG vert. Jes. 28, 15)

Het standaard voorbeeld van een gotspe (Eng. Chutzpah) is van een kind dat zijn vader en moeder heeft vermoord en vervolgens de rechter smeekt om medelijden, omdat het wees is (Michael Hoffman, Judaism's Strange Gods, p.56). Heidenvolken kennen dit soort brutaliteit en onbeschaamdheid niet. We moeten het daarom doen met het Hebreeuwse leenwoord. Trouwens, tal van Hebreeuwse leenwoorden in het Nederlands zitten in een bedenkelijke sfeer: sjacheren, jatten en smoes. De heidenen waren vol medelijden, toen ze hoorden over Auschwitz en de gaskamers. Nu deze niet bestaan blijken te hebben, voelen ze zich terecht bekocht.


Daarom raad ik u, Joden van Nederland en daarbuiten, aan berouw te tonen over deze schaamteloze leugens. Dit druist wel zeer in tegen de mentaliteit die de rabbijnen u bijgebracht hebben. Ze hebben u de ene na de andere veer in de kont gestoken door te zeggen dat u zoveel slimmer was dan die stomme heidenen. Dat ging erin als koek. Einstein was het grote voorbeeld van die superieure Joodse intelligentie. Daarna kwam de lijst met nobelprijswinnaars. De rabbijnen vertelden u dat die heidenen zo dom waren als het achtereind van een varken. Eigenlijk waren ze niet meer dan dieren. De onlangs overleden rabbijn Ovadja Josel vergeleek ze openlijk met ezels. Je kon deze van alles wijsmaken. De heidenen hebben de Holocaust-leugen inderdaad lange tijd geslikt. Maar de heidenen zijn aan een inhaalslag bezig. De leugen wordt ontmaskerd.

Behalve dat het u als een rabbijns geïndoctrineerde Jood moeilijk zal vallen om vergiffenis te vragen aan een heiden, zal het ook zeer moeilijk voor u zijn om verantwoording af te leggen aan een heiden. De rabbijnen hebben u bijgebracht dat u als heer bent aangesteld over de heidenen. Ovadja Jozef verwoordde het zo: 'We zullen neerzitten als een effendi (‘heer’ of 'meester' in het Arabisch) en eten’(zie: Ted Pike, JEWRY MOURNS DEATH OF “GREATEST” RACIST RABBI). Maar u bent geen heer in Nederland, noch in Duitsland of Rusland. U bent daar te gast. Het past niet dat een gast zijn gastheer de wet voorschrijft. U zult uw rol als 'Hofjude' moeten opgeven. Deze term wordt door historica Nesta Webster (boek: Secret Societies and Subversive Movements) opgediept voor de Joden die zich nestelen aan de hoven der koningen, de centra van de macht.

Uw rabbijnen hebben u verteld dat macht en geld belangrijk zijn, omdat hun 'komende wereld' een aardse wereld is. De Messias die de voorgangers van de rabbijnen, de Farizeeën, verworpen hebben, was Jezus Christus. Hij zij tegen Pilatus dat Zijn koninkrijk niet van deze wereld was. De lijst met rabbijnse messiassen is daarom een lijst met mislukkelingen. Ik noem slechts Bar Kochba in 135. Sjabtaj Tzwi (ook: Sabbatai Zevi) in 1966 en Menachem Schneerson, overleden in 1994. Het is allemaal op niets uitgelopen. Ook de zionistische heilstaat, die nu in het Midden-Oosten wordt gebouwd op het bloed van de Arabieren en de centen van Europa en de VS, zal op een mislukking uitlopen.

Ik begrijp dat het voor u als Jood moeilijk is om afstand te nemen van de rabbijnen, want hiermee riskeert u 'uit de synagoge geworpen te worden'; ook al komt u daar nooit. In het Nieuwe Tesament staat zo'n verhaal beschreven. Een blindgeboren man, die door Jezus ziende gemaakt is, moet van de Farizeeën op het matje komen. Ze verzekeren hem dat Jezus een zondaar is. Hij antwoord: 'Als deze niet van God gekomen was, dan had Hij niets kunnen doen' (Joh. 9,33). Dergelijke logica konden de Farizeeën niet verdragen. Ze schopten hem eruit. Mensen die zelf kunnen nadenken, passen niet in de synagoge. De Farizeeën en de rabbijnen eisen blinde gehoozaambeid. Menig oprechte Jood is in de loop der tijden al geëxcommuniceerd. Er is zelfs een hele groep, de Kraïeten, die alleen in de Tenach (Oude Testament) geloven en de rabbijnse Talmoed verwerpen. Excommunicatie betekent dat u de steun van de mede Joden in het maatschappelijk leven zult moeten missen. Als u bijvoorbeeld burgemeester van Groningen zou willen worden, dan zult u dat op eigen kracht moeten doen. De 'Hofjuden' zullen geen goed woordje meer voor u doen. Het moet gezegd, dat de rabbijnen goed voor hun volgelingen zorgen en hen rijkelijk belonen voor hun kadaverdiscipline.

Maar het verbond met de dood zal geen stand houden. Ik citeer verder uit Jesaja:

En ik zal het recht tot meetsnoer maken en gerechtigheid tot paslood: en de hagel zal de leugenschuilplaats wegvagen en het water zal de toevlucht wegspoelen. (Jes. 28,17)”;



3. Proces-verbaal van bevindingen van 23 oktober 2014, zakelijk weergegeven, voor zover inhoudende de verklaring van verbalisant [verbalisant]:

Op mijn vraag antwoordde mevrouw [naam beheerder website] de datum van het artikel is de datum van de plaatsing op de website.

4. Proces-verbaal van bevindingen van 6 november 2014, zakelijk weergegeven, voor zover inhoudende de verklaring van verbalisant [verbalisant]:

Op 6 november 2014 heb ik op de website [website] het artikel “De Gotspe van de Holocaust” opgezocht. Dit artikel staat tot op heden nog gepubliceerd op de bovengenoemde website. Het artikel zelf is te lezen.

5. Proces-verbaal van de terechtzitting van 12 december 2014, zakelijk weergegeven, voor zover inhoudende de verklaring van verdachte:

Ik heb het artikel ‘De gotspe van de holocaust’ geschreven. Dit artikel heeft van 20 oktober 2013 tot 11 november 2014 op de website [website] gestaan.

6. Proces-verbaal van getuigenverhoor van 9 oktober 2014, zakelijk weergegeven, voor zover inhoudende de verklaring van [naam beheerder website]:

Ik beheer al ruim vier jaar de website [website]. Iedereen die toegang heeft tot internet kan de website bezoeken en de artikelen lezen.
Bij het plaatsen van artikelen stuurt iemand een artikel per email naar mij toe. Ik bekijk het artikel, al dan niet samen met iemand anders, en besluit dan of ik het wel of niet op de site plaats. Ik plaats de artikelen en lees de artikelen voor het plaatsen door. Ik moet diegene zijn die het artikel ‘De gotspe van de holocaust’ heeft geplaatst.

1 Kamerstukken II 1969-1970, 9724, Memorie van Antwoord, nr. 6, p. 4

2 Handelingen I 1970-1971, p. 555

3 HR 14 januari 2003, ECLI:NL:HR:2003,AE7632

4 Vgl. HR 30 oktober 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB3143

5 EHRC 2003/69 EHRM, 24-06-2003, 65831/01 (Garaudy vs. Frankrijk)

6 HR 23 november 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM9135

7 Rechtbank Amsterdam, 23 juni 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ9001