Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2014:6817

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
22-12-2014
Datum publicatie
22-12-2014
Zaaknummer
08/994526-13 en 24/001604-11(vordering tul)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 68-jarige handelaar in illegaal en zwaar vuurwerk uit Drenthe is door de rechtbank Overijssel veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3,5 jaar. Daarnaast moet hij een eerdere celstraf van 10 maanden uitzitten. De man is veroordeeld voor de illegale opslag van grote partijen verboden en zwaar vuurwerk in Groningen en Drenthe. In het verleden is hij meerdere keren veroordeeld voor gelijke feiten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Almelo

Parketnummers: 08/994526-13 en 24/001604-11(vordering tul)

Datum vonnis: 22 december 2014

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige economische kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1946 in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats],

nu verblijvende in het Huis van Bewaring Karelskamp te Almelo.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 7 april 2014, 25 augustus 2014 en 8 december 2014. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. D. van Ieperen en van wat door de verdachte en diens raadsman mr. M.G. Doornbos, advocaat te Assen, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1

primair: met anderen opzettelijk op diverse plaatsen professioneel vuurwerk heeft opgeslagen/voorhanden gehad (a), en/of

hij opzettelijk aan anderen professioneel vuurwerk ter beschikking heeft gesteld (b),

subsidiair: met anderen opzettelijk, terwijl hij niet over gespecialiseerde kennis beschikte, op diverse plaatsen professioneel vuurwerk heeft opgeslagen/voorhanden gehad;

feit 2: met anderen opzettelijk op diverse plaatsen vuurwerk in zijn bezit heeft gehad, buiten een daartoe bestemde inrichting;

feit 3: terwijl hij niet over gespecialiseerde kennis beschikte, in Duitsland professioneel vuurwerk had opgeslagen/voorhanden had;

feit 4: een gaspistool met knalpatronen in zijn bezit had.

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:

1a.

hij op of omstreeks nader te noemen data, in ieder geval in 2013, in nader

te noemen plaatsen, in ieder geval in Nederland, telkens tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, opzettelijk, meermalen, telkens

professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik, te weten:

A. In de periode van 1 nov 2013 t/m 23 dec 2013, althans op 23 december 2013,

in een loods aan of nabij [adres 1] te Kolham, gemeente Slochteren, onder

meer:

- 1254 kg professioneel en/of niet ingedeeld vuurwerk dat niet is genoemd in

lijst III (lijst II),

- 3900 stuks lawinepijlen (Foguete/Signal Rockets 901) (lijst III) en/of

B. In de periode van 1 nov 2013 t/m 23 dec 2013, althans op 23 december 2013,

in een woning aan [adres 2] te Schildwolde, gemeente Slochteren, onder meer:

- 78 stuks lawinepijlen) (Foguete/Signal Rockets 901) met stok,

- 179 stuks lawinepijlen (Foguete/Signal Rockets 901) zonder stok en/of

C. In de periode van 1 nov 2013 t/m 24 dec 2013, althans op 24 december 2013,

in een gebouw aan [adres 3] te Groningen, onder meer:

- 69,8 kg/23.500 stuks knalvuurwerk (Schweizer kracher K0203) Lijst

D. In de periode van 1 nov 2013 t/m 24 dec 2013, althans op 24 december 2013,

ín een aanhangwagen op [adres 4] te Kolham, gemeente Slochteren:

- 640 stuks lawinepijlen (Foguete/Signal Rockets 901) en/of

E. In de periode van 1 nov 2013 t/m 28 dec 2013, althans op 28 december 2013,

in een aanhangwagen op [adres 4] te Roderesch, gemeente Noordenveld, onder

meer

- 229 stuks lawinepijlen (Foguete/Signal Rockets 901) en/of

F. In de periode van 1 nov 2013 t/m 29 dec 2013, althans op 29 december 2013,

in een schuur aan [adres 5] te Slochteren,

- 216 stuks lawinepijlen (Foguete/Signal Rockets 901),

althans telkens een hoeveelheíd professioneel vuurwerk,

heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad;

en/of

1b.

hij op omstreeks de periode van 1 november 2013 tot en met 29 december 2013,

althans in 2013, in Nederland, opzettelíjk, meermalen, telkens professioneel

vuurwerk bestemd voor partículier gebruik, te weten: onder meer

A. 1254 kg professioneel en/of níet íngedeeld vuurwerk dat niet is genoemd in

líjst III (lijst II) en/of 3900 stuks lawínepijlen (Foguete/Signal Rockets

901) (líjst III) en/of

B. 78 stuks lawinepijlen) (Foguete/Signal Rockets 901) met stok en/of 179

stuks lawínepíjlen (Foguete/Signal Rockets 901) zonder stok en/of

C. 69,8 kg/23.500 stuks knalvuurwerk (Schweízer kracher K0203) Líjst II, 252

stuks knalvuurwerk (SP1010) lijst III en/of

D. 640 stuks lawínepijlen (Foguete/Signal Rockets 901), en/of

E. 229 stuks lawinepíjlen (Foguete/Signal Rockets 901) en/of

F. 216 stuks lawinepijlen (Foguete/Signal Rockets 901),

althans telkens een hoeveelheid professioneel vuurwerk,

aan [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2], althans een of meer anderen ter

beschikking heeft gesteld;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

híj op of omstreeks nader te noemen data, in ieder geval in 2013, ín nader

te noemen plaatsen, ín íeder geval ín Nederland, telkens tezamen en in

vereníging met een ander of anderen, opzettelijk, meermalen, als een ander

dan een persoon met gespecialiseerde kennis, professioneel vuurwerk, te

weten:

A. In de periode van 1 nov 2013 t/m 23 dec 2013, althans op 23 december 2013,

in een loods aan of nabij [adres 1] te Kolham, gemeente Slochteren, onder

meer:

- 1254 kg professioneel en/of niet ingedeeld vuurwerk dat niet is genoemd in

lijst III (lijst II),

- 3900 stuks lawinepijlen (Foguete/Signal Rockets 901) (lijst III) en/of

B. In de periode van 1 nov 2013 t/m 23 dec 2013, althans op 23 december 2013,

in een woning aan [adres 2] te Schildwolde, gemeente Slochteren, onder meer:

- 78 stuks lawinepijlen) (Foguete/Signal Rockets 901) met stok,

- 179 stuks lawinepijlen (Foguete/Signal Rockets 901) zonder stok en/of

C. In de periode van 1 nov 2013 t/m 24 dec 2013, althans op 24 december 2013,

in een gebouw aan [adres 3] te Groningen, onder meer:

- 69,8 kg/23.500 stuks knalvuurwerk (Schweizer kracher K0203) Lijst

D. In de periode van 1 nov 2013 t/m 24 dec 2013, althans op 24 december 2013,

in een aanhangwagen op [adres 4] te Kolham, gemeente Slochteren:

- 640 stuks lawinepijlen (Foguete/Signal Rockets 901) en/of

E. In de periode van 1 nov 2013 t/m 28 dec 2013, althans op 28 december 2013,

in een aanhangwagen op [adres 4] te Roderesch, gemeente Noordenveld, onder

meer

- 229 stuks lawinepijlen (Foguete/Signal Rockets 901) en/of

F. In de periode van 1 nov 2013 t/m 29 dee 2013, althans op 29 december 2013,

in een schuur aan [adres 5] te Slochteren,

- 216 stuks lawinepijlen (Foguete/Signal Rockets 901),

althans telkens professioneel vuurwerk,

heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad;

2.

hij in december 2013, in ieder geval in 2013, in Nederland, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, opzettelijk, meermalen, een grote

hoeveelheid vuurwerk (in totaal meer dan 4000 kg) voorhanden heeft gehad

buiten een inrichting als bedoeld in artikel 1.1.4, 2.2.1, 3.2.1 of 3A.2.1

Vuurwerkbesluit, immers was dat vuurwerk voorhanden in

- A. een loods aan [adres 1] te Kolham,

- B. een woning aan [adres 2] te Schildwolde,

- C. een gebouw aan [adres 3] te Groningen,

- D. een aanhangwagen op [adres 4] te Kolham,

- E. een aanhangwagen op [adres 4] te Roderesch en

- F. een schuur aan [adres 5] in Slochteren;

3.

hij in de periode van 2011 tot en met 2013, in Duitsland, althans buiten het

Rijk in Europa, als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis,

meermalen, telkens opzettelijk, ongeveer 19.500, althans een groot aantal,

lawinepijlen (Foguete/Signal Rocket 901), althans professioneel vuurwerk,

heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad;

4.

hij op of omstreeks 27 december 2013 te Roderesch, gemeente Noorderveld,

- een wapen van de categorie III, te weten een gaspistool en/of

- munitie van de categorie III, te weten Randvuur knalpatronen,

voorhanden heeft gehad;

De rechtbank heeft in de nummering van de tenlastelegging een nadere aanduiding gemaakt. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

3 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het onder 1 primair (zoals hiervoor door de rechtbank nader aangeduid met a en b), 2, 3 en 4 tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zes jaar, terwijl zij persisteerde bij de vordering tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van tien maanden. Voorts heeft de officier van justitie met betrekking tot de in beslag genomen goederen gevorderd dat de bakwagen en aanhangwagen worden verbeurd verklaard en dat de “jammer” en het vuurwerk worden onttrokken aan het verkeer.

4 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in haar vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5 De beoordeling van het bewijs

5.1

De vaststaande feiten

Onderstaand feit volgt rechtstreeks uit de bewijsmiddelen en heeft bij de behandeling van de zaak niet ter discussie gestaan. Het vaststellen van dit feit behoeft daarom geen andere motivering door de rechtbank dan een verwijzing naar de betreffende bewijsmiddelen1.

Feiten 1 en 2:

Verdachte heeft geen vergunningen of certificaten om in Nederland professioneel vuurwerk op te slaan, voorhanden te hebben, of af te steken. Hij staat evenmin als vuurwerkdeskundige (Kiwa) geregistreerd. Voor Duitsland geldt hetzelfde2.

Verdachte heeft in 2010 in Portugal 20.000 stuks vuurpijlen/raketten laten maken3. 500 stuks zijn in het kader van het politieonderzoek genaamd “Goudenregen” door de politie in beslag genomen. De aanschafprijs bedroeg € 36.800,00. Het was een éénmalige en unieke partij met de opdruk “Foguete/Signal Rockets 901”. Op 28 oktober 2010 heeft verdachte die partij vuurpijlen/raketten vanuit Portugal laten overbrengen naar vuurwerkbunkers van [bedrijf] GmbH, gevestigd aan [adres 6] te Krelinger Bruch4.

Het vuurwerk, vermeld in de tenlastelegging, is aangetroffen op de plaatsen en in de hoeveelheden zoals aldaar vermeld.

Al het op de tenlastelegging opgesomde en inbeslaggenomen vuurwerk is afgevoerd naar een opslagterrein te Ullicoten en aldaar door het NFI onderzocht. In alle gevallen betrof het zwaar professioneel vuurwerk, steeds tevens zijnde niet-toegestaan consumentenvuurwerk. De inbeslaggenomen vuurpijlen/raketten “Foguete/Signalrockets 901” behoren te worden ingedeeld in de vervoersklasse 1.1G en betreft vuurwerk dat massa-explosief kan reageren5.

Feit 4:

op 27 december 2013 had verdachte in Roderesch (gemeente Noordenveld) een gaspistool en Randvuur knalpatronen in zijn bezit6.

5.2

Feit 1

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

Volgens de officier van justitie staat vast dat het in deze zaak gaat om niet toegelaten, professioneel vuurwerk. Uit het dossier blijkt volgens haar dat er voor elke in de tenlastelegging genoemde locatie voldoende bewijs aanwezig is om bewezen te kunnen verklaren dat verdachte het vuurwerk tezamen en in vereniging met anderen voorhanden heeft gehad.

De verklaring van verdachte, dat het vuurwerk weliswaar ooit van hem was, maar daarna is ontvreemd in Duitsland, is volgens de officier van justitie ongeloofwaardig en niet verifieerbaar. Daar komt bij dat verdachte tijdens zijn detentie de medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] heeft gebeld met de boodschap om hun verklaringen aan te passen. Ook zou [medeverdachte 2] zijn bedreigd door de zoon van verdachte. Ten slotte blijkt uit de verklaring van [medeverdachte 1] de nauwe en bewuste samenwerking tussen [medeverdachte 1], verdachte en [medeverdachte 2].

Het voorgaande leidt naar de mening van de officier van justitie tot de conclusie dat het onder 1 (door de rechtbank nader aangeduid als 1a en 1b) primair tenlastegelegde bewezen is.

De raadsman stelt dat verdachte vuurwerk had opgeslagen in Duitsland en dat hij na zijn vrijlating uit detentie bemerkte dat dit vuurwerk, onder meer bestaande uit de ooit in zijn opdracht gefabriceerde lawinepijlen, gestolen was. Voorts kan de rechtbank volgens de raadsman onmogelijk vaststellen dat er sprake is van “tezamen en in vereniging” plegen van het tenlastegelegde, aangezien de mededaders (nog) niet zijn vervolgd. Ook is er geen bewijs voor het “meermalen” plegen, nu dat niet uit het dossier valt op te maken. Evenmin is er bewijs dat het aangetroffen vuurwerk, afgezien van een geringe hoeveelheid die in zijn woning is gevonden en waarvoor hij al eerder is veroordeeld, van verdachte afkomstig was en dat hij bij de tenlastegelegde feiten betrokkenheid heeft gehad. De verklaringen van de medeverdachten [medeverdachte 1], [naam 2] en [medeverdachte 2] spreken elkaar op onderdelen tegen en zijn mede daarom niet geloofwaardig, waardoor het overtuigende bewijs ten enenmale ontbreekt. Daarbij verklaren de getuigen / medeverdachten telkens anders en soms tegenstrijdig, zodat niet te achterhalen is of en wanneer zij de waarheid hebben gesproken. De verklaringen van [medeverdachte 2], die overwegend belastend voor verdachte zijn, blijken met name gebaseerd op wat hij anderen heeft horen zeggen. Andere getuigen bevestigen die verklaringen echter niet, of onvoldoende.

Volgens de raadsman volgt hieruit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder feit 1 (a en b) primair en subsidiair tenlastegelegde.

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Ad A.

In een loods aan [adres 1] in Kolham is op 23 december 20137 1254 kg professioneel vuurwerk en 3900 stuks lawinepijlen met de aanduiding “Foguete/Signal Rockets 901”aangetroffen8. De loods blijkt te zijn verhuurd aan medeverdachte [medeverdachte 1]. [medeverdachte 1] verklaarde dat het aangetroffen vuurwerk van verdachte was. Hij, [medeverdachte 1], had op verzoek van verdachte de loods gevonden en gehuurd, waarna verdachte er genoemd vuurwerk in opsloeg9. De huur ontving hij contant van verdachte en droeg hij gedeeltelijk af aan de verhuurder. De verklaring van [medeverdachte 1] over de huur van genoemde loods aan verdachte wordt bevestigd door medeverdachte [medeverdachte 3]. [medeverdachte 3] heeft verklaard dat, zowel verdachte, als [medeverdachte 1] kennissen van hem zijn. [medeverdachte 3] heeft voorts verklaard met [medeverdachte 1] - die de sleutel had - in de loods in Kolham te zijn geweest. [medeverdachte 3] wist dat er vuurwerk in de loods zou komen te staan; hij heeft dat uit een telefoongesprek tussen [medeverdachte 1] en verdachte opgevangen. [medeverdachte 1] vertelde hem ook dat er vuurwerk in de loods is gezet; dat het in een trailer aankwam. [medeverdachte 3] heeft het vuurwerk ook in een trailer in die loods gezien. De trailer was tot de nok toe vol10. Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft verklaard van verdachte en [medeverdachte 1] te hebben gehoord dat er vuurwerk in bedoelde loods lag opgeslagen en dat dit vuurwerk van verdachte was11. Ten slotte heeft getuige [getuige], die met verdachte enige tijd heeft samengewoond, verklaard dat zij met verdachte bij de loods in Kolham is geweest. Zij is op verzoek van verdachte, die slecht ter been was, de loods ingegaan om te zien of er dozen stonden. [getuige] heeft daarbij bruine langwerpige dozen gezien12.

Ad C.

De politie heeft aan [adres 3] in Groningen, in de loods van [medeverdachte 2] , zo’n 23.500 stuks knalvuurwerk aangetroffen13. [medeverdachte 2] heeft verklaard, dat [medeverdachte 1] vuurwerk vanuit de container in Kolham naar deze loods heeft gebracht en dat dat vuurwerk van verdachte afkomstig is; [medeverdachte 2] heeft voorts verklaard dat verdachte een deel van het vuurwerk heeft opgehaald, samen met anderen en soms ook alleen14. Verdachte had [medeverdachte 2] gevraagd om vuurwerk in deze loods op te slaan, zo verklaarde [medeverdachte 2] 15. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat verdachte hem heeft gezegd dat er vuurwerk in de loods lag en dat hij, [medeverdachte 1], daarover ook met verdachte en [medeverdachte 2] heeft gesproken. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij het vuurwerk uit de loods in opdracht van verdachte en [medeverdachte 2] naar het gebouw aan [adres 3] heeft gebracht16.

Ad D.

Op [adres 4][adres 4] te Kolham is een aanhangwagen (afgesloten met een kunststof klep) aangetroffen met daarin 640 stuks lawinepijlen van het type “Foguete/Signal Rockets 901”17. Volgens [medeverdachte 1] heeft hij deze aanhangwagen, die hij nauwkeurig beschrijft, aan verdachte uitgeleend18. Op de dozen staat als afleveradres “[adres 7] – Roderesch – Netherland”, te weten het bedrijf van verdachte19.

Ad E.

Een aanhangwagen (met blauwe huif) is aangetroffen op [adres 4][adres 4] te Roderesch, ongeveer 150 meter van de woning van verdachte. In deze aanhangwagen is divers vuurwerk aangetroffen, waaronder dozen met vuurwerkpijlen van het type Foguete/Signal Rockets 901 met daarop stickers voorzien van het afleveradres “[adres 7] – Roderesch – Netherland” dat, op een kennelijke type- of drukfout na, overeenkomt met het woonadres van verdachte 20. Ook deze aanhangwagen is herkend door [medeverdachte 1], die verklaarde dat de wagen van [verdachte] is21. Getuige [getuige] heeft verklaard dat verdachte, op het moment dat hij vernam dat iemand bij de politie had “lopen zingen”(praten), snel een aanhanger met blauw zeil van zijn erf af heeft gereden, waarna hij vrij snel weer terugkwam. [getuige] concludeerde daaruit dat de aanhanger vlakbij moest zijn gestald22.

Het door verdachte geschetste scenario dat hij vuurwerk in Duitsland had opgeslagen dat –op 500 lawinepijlen na – vervolgens is ontvreemd, wordt op geen enkele wijze ondersteund en is niet verifieerbaar gebleken. De rechtbank merkt in dit verband op dat verdachte van die diefstal geen aangifte heeft gedaan, terwijl verdachte groot financieel nadeel van een dergelijke diefstal zou hebben ondervonden. Van enig onderzoek door de politie in Duitsland en/of Nederland is niet gebleken. Aan deze enkele stelling van verdachte dat het vuurwerk gestolen is, gaat de rechtbank daarom voorbij. Evenmin acht de rechtbank aannemelijk geworden dat, in het bijzonder de medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] alsmede de getuige [getuige], enkel uit eigenbelang belastend en tevens leugenachtig over verdachte hebben verklaard. De belastende verklaringen van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] over verdachte, doen immers niets af aan de strafbaarheid van hun eigen gedragingen. De rechtbank is voorts van oordeel dat de diverse door [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] afgelegde verklaringen weliswaar niet altijd op details, maar in de kern als consistent kunnen worden aangemerkt. Ten slotte geldt ook voor de getuige [getuige] dat niet is gebleken van redenen om verdachte een hak te zetten en dus valse verklaringen af te leggen.

Gelet op de vaststaande feiten, in combinatie met vorenstaande bewijsmiddelen, gezien in onderlinge samenhang, is de rechtbank van oordeel dat de primair tenlastegelegde opslag en het voorhanden hebben van professioneel vuurwerk (1a) wettig en overtuigend bewezen is, voor wat betreft de onder A, C, D en E genoemde locaties met dien verstande dat voor datgene wat verdachte onder D en E wordt verweten het bewijs voor medeplegen met anderen ontbreekt. Wel is wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte het vuurwerk dat is aangetroffen op deze locaties alleen heeft opgeslagen en voorhanden gehad.

Met betrekking tot de woning aan [adres 2] te Schildwolde (B) overweegt de rechtbank in dat verband dat dit de woning van [medeverdachte 1], [naam 2], [medeverdachte 3] en [naam 1] betreft en dat [medeverdachte 1] heeft verklaard het vuurwerk van verdachte te hebben gekregen, zodat er van moet worden uitgegaan dat verdachte op enig moment “afstand” van dat vuurwerk had gedaan, zodat het bewijs voor het in de tenlastegelegde periode of datum tezamen en in vereniging opslaan of voorhanden hebben ontbreekt.

Dat geldt ook voor het vuurwerk dat is aangetroffen in de schuur aan [adres 5] te Slochteren (F), welke schuur in gebruik is bij [medeverdachte 1] en gelegen is in de directe omgeving van de locatie genoemd onder B. Voor beide locaties geldt dat er slechts bewijs is voor verdachtes betrokkenheid voor zover het de herkomst van het aangetroffen vuurwerk betreft. Van betrokkenheid van verdachte bij de opslag c.q. het voorhanden hebben van het vuurwerk op deze locaties, blijkt niets, laat staan een bewuste en nauwe samenwerking met genoemde medeverdachten ten aanzien van deze feiten.

Voor de onder B en F genoemde onderdelen van de tenlastelegging dient verdachte daarom te worden vrijgesproken.

De rechtbank is, op grond van het voorgaande, voorts van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte het professionele vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, zoals genoemd in de tenlastelegging onder A en C, tevens ter beschikking heeft gesteld (1b) aan [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]. Ten aanzien van de locaties A en C blijkt uit de bewijsmiddelen in voldoende mate dat het van verdachte afkomstige vuurwerk werd opgeslagen in de loods in Kolham en dat het door [medeverdachte 1] vervolgens in delen werd vervoerd naar de loods van [medeverdachte 2] aan [adres 3] in Groningen, waar het vervolgens door particuliere kopers werd afgehaald. Het bestellen, betalen en het tijdstip van afhalen werd door verdachte geregeld, aldus [medeverdachte 2]23.

Dat de in beide aanhangers aangetroffen partijen vuurwerk door verdachte aan de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] ter beschikking zijn gesteld, zoals is ten laste gelegd, blijkt uit geen enkel bewijsmiddel. Ook voor de partijen aangetroffen in de woning en schuur van [medeverdachte 1] ontbreekt bewijs waaruit overtuigend kan kunnen blijken dat het aldaar aangetroffen vuurwerk opzettelijk door verdachte aan [medeverdachte 1] ter beschikking is gesteld. Alleen [medeverdachte 1] zegt dat hij het bij hem aangetroffen vuurwerk van verdachte heeft gekregen. Verdachte betwist dat. Omdat [medeverdachte 1] toegang had tot de voorraad vuurwerk in Kolham, valt niet uit te sluiten dat [medeverdachte 1] het bij hem aangetroffen vuurwerk, eigenmachtig en buiten medeweten van verdachte in zijn woning en schuur heeft opgeslagen. Voor de locaties genoemd onder B, D, E en F van onderdeel 1b van de tenlastelegging dient derhalve vrijspraak te volgen.

5.3

Feit 2

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

Volgens de officier van justitie volgt uit de in haar requisitoir genoemde bewijsmiddelen, waaruit blijkt dat verdachte zich aan het onder 1 primair tenlastegelegde schuldig heeft gemaakt, tevens dat hij met anderen het vuurwerk in niet vergunde inrichtingen (gebouwen c.q. aanhangers) voorhanden heeft gehad. Ook feit 2 kan daarmee volgens de officier van justitie wettig en overtuigend bewezen worden.

Omdat het onder 1 primair tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen kan worden, stelt de verdediging zich op het standpunt dat ook voor feit 2 vrijspraak dient te volgen. Subsidiair heeft de verdediging nog betoogd dat het hier dezelfde partij(en) vuurwerk betreft en dat het te beschermen rechtsbelang ook overeenkomt: er is niet alleen gelijktijdigheid van handelen, ook wat betreft de strekking van het te beschermen rechtsbelang komt wat onder 1 en 2 is ten laste gelegd overeen. Mocht het toch tot een bewezenverklaring komen dan meent de verdediging daarom dat er sprake is van eendaadse samenloop zoals bedoeld in artikel 55 Wetboek van Strafrecht (Sr).

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij, noch in Nederland, noch in Duitsland een vergunning of certificaten heeft om in vuurwerk te mogen handelen of vuurwerk op te slaan en voorts dat hij geen vuurwerkdeskundige is als bedoeld in de regelgeving. Gelet op de bewijsmiddelen vermeldt in verband met het onder 1 primair (sub a + b) tenlastegelegde en de daarbij vermelde overwegingen, is de rechtbank van oordeel dat verdachte zich tevens schuldig heeft gemaakt aan het onder 2 tenlastegelegde, echter met uitzondering van de ten laste gelegde locaties genoemd onder B en F. Van een zodanige betrokkenheid van verdachte bij het voorhanden hebben van professioneel vuurwerk in de woning en schuur van [medeverdachte 1] is, zoals hiervoor al overwogen, niet gebleken. Van het medeplegen van het voorhanden hebben van die partijen vuurwerk buiten een vergunde inrichting, kan dan evenmin wettig en overtuigend bewijs aanwezig worden geacht. Voor wat betreft de beide aanhangers met vuurwerk is de rechtbank van oordeel dat verdachte van het bestanddeel medeplegen moet worden vrijgesproken met dien verstande dat voor datgene wat verdachte onder D en E wordt verweten het bewijs voor medeplegen met anderen ontbreekt. Aanvullend merkt de rechtbank op dat het – gelet op de aangetroffen en tenlastegelegde hoeveelheden - naar haar oordeel telkens om een grote hoeveelheid vuurwerk gaat.

Met de raadsman is de rechtbank van oordeel dat er voor wat betreft de feiten 1 (a + b) en 2 sprake is van een eendaadse samenloop. Het gaat hier immers om dezelfde partijen vuurwerk, er is sprake van gelijktijdigheid van handelen en ook wat betreft de strekking van het te beschermen rechtsbelang komt hetgeen onder 1 primair (a + b) en onder 2 is bewezenverklaard in de kern overeen.

5.4

Feit 3

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie is van mening dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in de vervolging voor dit feit, dat in Duitsland gepleegd zou zijn, en heeft daarbij verwezen naar een arrest van het gerechtshof Leeuwarden, d.d. 27 april 2012, gewezen in een eerdere strafzaak tegen verdachte.

Voorts stelt de officier van justitie dat verdachte geen vuurwerk in Duitsland mocht opslaan: dat is illegaal. Hij staat immers niet in Nederland als vuurwerkdeskundige geregistreerd en hij heeft evenmin een Duitse vergunning, terwijl hij ook niet aan de voorwaarden voldoet om de vereiste Duitse papieren te krijgen. Uit de verklaringen van [verdachte] zelf blijkt dat zijn handel in Duitsland heeft gelegen en uit wat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] hebben verklaard volgt volgens de officier van justitie, dat het onder 3 tenlastegelegde feit bewezen kan worden verklaard.

Volgens de raadsman is het in Nederland niet strafbaar om in Duitsland vuurwerk op te slaan. Daarbij is het Vuurwerkbesluit een Nederlands besluit en is artikel 9.2.2.1 Wet Milieubeheer alleen in Nederland van toepassing. Voorts ontbreekt het bewijs dat verdachte in de tenlastegelegde periode in Duitsland lawinepijlen (Foguete/Signal Rockets 901) vuurwerk opgeslagen of voorhanden heeft gehad.

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Uit het bepaalde in artikel 5, eerste lid onder 2e Sr volgt dat de Nederlandse strafwet van toepassing is op de Nederlander die zich buiten Nederland schuldig maakt aan een feit dat door de Nederlandse strafwet als misdrijf wordt beschouwd en waarop door de wet van het land waar het begaan is, straf is gesteld. Daarbij hoeft de buitenlandse strafbaarstelling niet in alle opzichten overeen te stemmen met de Nederlandse. Voldoende is dat die buitenlandse strafbaarstelling in de kern hetzelfde rechtsgoed beschermt als de Nederlandse strafbaarstelling. Met betrekking tot het onderhavige feit heeft de Duitse strafbepaling (zoals gegeven in het “Sprengstoffgesetz”) als doel de bescherming van mens en milieu. Dat geldt ook voor de Nederlandse strafbaarstelling. Voorts is (ook) op overtreding van de Duitse strafbepaling gevangenisstraf gesteld. Daarbij is voldaan aan de vereiste van dubbele strafbaarheid. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging voor het onder 3 tenlastegelegde.

Verdachte heeft zijn eerder tegenover de politie afgelegde verklaring, inhoudende dat hij vuurwerk in Duitsland had opgeslagen, ter zitting van 8 december 2014 ingetrokken. Daarmee is de bij de politie afgelegde verklaring niet zonder meer bruikbaar voor het bewijs. Te minder niet nu verdachte de verklaring, waarvan de verbalisanten verklaren dat hij die heeft afgelegd, niet zelf heeft ondertekend. De in dit verband belastende verklaringen van [medeverdachte 2] kunnen evenmin bijdragen aan het bewijs. Hij verklaarde weliswaar dat hij, in aanwezigheid van [verdachte], vuurwerk heeft gezien dat in bunkers in Duitsland lag opgeslagen, maar ieder direct bewijs ontbreekt, op grond waarvan buiten twijfel kan worden vastgesteld dat verdachte in Duitsland de tenlastegelegde vuurpijlen van het type Foguete/Signal Rockets 901 opgeslagen heeft gehad. Dat de in Kolham aangetroffen container met vuurwerk, waaronder 3900 lawinepijlen van het type Foguete/Signal Rockets 901, door vermoedelijk een Duits gekentekende vrachtwagen is afgeleverd, is misschien een aanwijzing, maar geen direct, en zeker niet voldoende, bewijs voor het sub 3 tenlastegelegde, te weten de illegale opslag van 19.500 lawinepijlen (Foguete/Signal Rockets 901) in Duitsland. Voor de verklaringen van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2], dat zij met verdachte in Duitsland zijn geweest in verband met vuurwerk, geldt hetzelfde. Uit niets blijkt dat deze bezoeken specifiek betrekking hadden op de thans tenlastegelegde partij vuurpijlen. Zelfs de verklaring van verdachte, weergegeven op pagina 1056 van het dossier, inhoudende “die 19.500 knalvuurpijlen lagen in de bunker in Duitsland”, levert daartoe niet het overtuigende bewijs, omdat niet duidelijk is over welke periode verdachte spreekt. Zijn verklaring kan evenzeer verklaring hebben op de periode vóór de thans tenlastegelegde periode 2011-2013. In de strafzaak van 2010, volgend op het politieonderzoek “Goudenregen”, is verdachte voor hetzelfde feit in een periode vóór 2011 overigens al veroordeeld.

De slotsom dient dan ook te zijn dat verdachte voor dit feit moet worden vrijgesproken wegens het ontbreken van wettig en overtuigende bewijs.

5.5

De conclusie

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder 3 is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het onder 1 primair (a + b), 2 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1a.

hij op nader te noemen data in nader te noemen plaatsen , opzettelijk telkens professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, te weten:

A. in de periode van 1 november 2013 tot en met 23 december 2013, in een loods aan [adres 1] te Kolham, gemeente Slochteren, tezamen en in vereniging met anderen:

- 1254 kg professioneel en niet ingedeeld vuurwerk dat niet is genoemd in

lijst III (lijst II),

- 3900 stuks lawinepijlen (Foguete/Signal Rockets 901) (lijst III) en

C. in de periode van 1 november 2013 tot en met 23 december 2013, in een gebouw aan [adres 3] te Groningen tezamen en in vereniging met anderen, onder meer:

- 69,8 kg/23.500 stuks knalvuurwerk (Schweizer kracher K0203),

heeft opgeslagen en voorhanden heeft gehad;

1b.

hij in de periode van 1 november 2013 tot en met 29 december 2013,

in Nederland, opzettelijk, telkens professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik, te weten:

A. 1254 kg professioneel en niet ingedeeld vuurwerk dat niet is genoemd in

lijst III (lijst II) en 3900 stuks lawinepijlen (Foguete/Signal Rockets

901) (lijst III) en

C. 69,8 kg/23.500 stuks knalvuurwerk (Schweizer kracher K0203) Líjst II en 252

stuks knalvuurwerk (SP1010) lijst III,

aan [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2], ter beschikking heeft gesteld;

2.

hij in december 2013, in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk een grote hoeveelheid vuurwerk voorhanden heeft gehad buiten een inrichting als bedoeld in artikel 1.1.4, 2.2.1, 3.2.1 of 3A.2.1 Vuurwerkbesluit, immers was dat vuurwerk voorhanden in

- A. een loods aan [adres 1] te Kolham en

- C. een gebouw aan [adres 3] te Groningen,

en

hij in december 2013, in Nederland, opzettelijk een grote hoeveelheid vuurwerk voorhanden heeft gehad buiten een inrichting als bedoeld in artikel 1.1.4, 2.2.1, 3.2.1 of 3A.2.1 Vuurwerkbesluit, immers was dat vuurwerk voorhanden in

- D. een aanhangwagen op [adres 4] te Kolham, en

- E. een aanhangwagen op [adres 4] te Roderesch;

4.

hij op 27 december 2013 te Roderesch, gemeente Noorderveld,

- een wapen van de categorie III, te weten een gaspistool en

- munitie van de categorie III, te weten Randvuur knalpatronen,

voorhanden heeft gehad.

De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder 1 primair, 2 en 4 meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 1.2.2 lid 1 en 1.2.4 lid 1 van het Vuurwerkbesluit, artikel 9.2.2.1 van de Wet Milieubeheer, de artikelen 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten, de artikelen 26 en 55 Wet wapens en munitie, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1 primair en 2:

telkens het misdrijf: (mede)plegen van een overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan.

feit 4:

het misdrijf: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd.

7 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

8 De op te leggen straf of maatregel

8.1

De gronden voor een straf of maatregel

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

Aangezien verdachte volgens de officier van justitie een notoire recidivist is, het hier (wederom) gaat om aanzienlijke hoeveelheden zeer gevaarlijk massa-explosief vuurwerk, verdachte onverantwoorde risico’s neemt waarmee hij gevaar veroorzaakt voor de samenleving en keer op keer met levens speelt, dient de maatschappij tegen deze gevaarlijke man in bescherming te worden genomen. Daarom is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zes jaar passend en geboden.

De verdediging wijst op de broze gezondheid van verdachte, die immers hartklachten heeft en daarvoor is geopereerd. De raadsman gaat uit van veroordeling voor één misdrijf (feit 4) en meent dat daarvoor niet meer dient te worden opgelegd dan een gevangenisstraf, gelijk aan de duur van het voorarrest.

Het oordeel van de rechtbank

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, straffen die in vergelijkbare zaken en eerdere zaken tegen verdachte zijn opgelegd en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

Verdachte heeft grote hoeveelheden illegaal vuurwerk, zijnde 4.769 stuks lawinepijlen Foguete/Signal Rockets 901), 23.500 stuks knalvuurwerk (Schweizer kracher K0203) en daarnaast nog eens 1254 kg professioneel vuurwerk opgeslagen en voorhanden gehad, terwijl die opslagplaatsen niet aan de daarvoor gestelde eisen voldeden. Ook heeft verdachte een gaspistool en knalpatronen voorhanden gehad.

De regel voor opslag(plaatsen) en het voorhanden hebben van vuurwerk zijn streng. Zij zijn opgesteld met het doel om (levens)gevaar voor personen en materiële schade door het gebruik van dat vuurwerk zoveel mogelijk te voorkomen. Het vuurwerk dat verdachte heeft opgeslagen, voorhanden heeft gehad en ter beschikking heeft gesteld, voldeed niet aan de Nederlandse vuurwerkvoorschriften. Zo was het vuurwerk, waarvan is vastgesteld dat het massa-explosief kan reageren, niet voorzien van een gebruiksaanwijzing met aanwijzingen en waarschuwingen en had het vuurwerk een veel zwaardere lading dan is toegestaan voor consumentenvuurwerk. Dergelijk vuurwerk in handen van leken/consumenten, is zeer gevaarlijk en veroorzaakt niet zelden ernstig letsel en grote materiële schade. Soms zijn er onder de afnemers en/of omstanders zelfs dodelijke slachtoffers te betreuren. In casu was het potentiële gevaar voor omwonenden en andere gebruikers van de diverse opslagplaatsen (gebouwen en de aanhangwagens) aanzienlijk, nu deze niet geschikt en ingericht waren voor het opslaan van dit zeer gevaarlijke vuurwerk. Verdachte zou als geen ander van deze gevaren doordrongen moeten zijn, enerzijds gelet op zijn naar eigen zeggen langjarige deskundigheid op het gebied van vuurwerk en anderzijds vanwege zijn omvangrijke documentatie op het gebied van illegaal vuurwerk. Blijkens het uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 27 maart 2014 is verdachte diverse keren – zoals in 2013, 2012 en 2011 – voor het bezit van illegaal vuurwerk veroordeeld tot (gedeeltelijk) onvoorwaardelijke gevangenisstraffen. Geen van die veroordelingen hebben verdachte er van kunnen weerhouden om zich opnieuw met verboden, zwaar vuurwerk in te laten, waarbij hij er wederom niet voor is teruggedeinsd anderen aan grote gevaren bloot te stellen. Dit alles rekent de rechtbank verdachte zwaar aan.

Mevrouw J. Poutsma van de Reclassering Nederland, adviesunit Noord-Nederland, heeft op 29 december 2013 over verdachte gerapporteerd. Vanwege de ontkenning van verdachte heeft de reclassering geen strafadvies gegeven. Wel is aangegeven dat tijdens het contact met verdachte is gebleken dat verdachte er geheel eigen denkpatronen en houding op na houdt en zich niets tot nauwelijks iets aantrekt van de in de samenleving geldende wetten en regels. Hij zegt geen problemen te hebben en zegt niet open te staan voor gedragsverandering en hulpverlening. Dit beeld heeft ook de rechtbank uit eigen waarneming van verdachte gekregen.

Gelet op vorenstaande feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van hierna te noemen duur dient te worden opgelegd. De hardnekkigheid waarmee verdachte aan zijn delictgedrag vasthoudt in aanmerking genomen en gezien het feit dat verdachte nog bij arrest van 24 april 2012 is veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf, waarvan een voorwaardelijk gedeelte voor de duur van tien 10 maanden, is de rechtbank van oordeel dat er thans geen ruimte meer is om een deel van de opgelegde straf voorwaardelijke te doen zijn. Verdachte trekt zich immers niets aan van reeds eerder opgelegde (deels) voorwaardelijke straffen.

8.2

De inbeslaggenomen voorwerpen

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie heeft de verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen bakwagen en de aanhangwagen gevorderd. Volgens haar dienen de GPS/GMS-Jammer en het vuurwerk te worden onttrokken aan het verkeer.

De raadsman meent, gelet op zijn bewijsverweer, dat het beslag dient te worden geretourneerd aan verdachte, met uitzondering van het vuurwerk.

Het oordeel van de rechtbank

Van de inbeslaggenomen goederen ontbreekt een beslaglijst in het dossier.

Niettemin is de rechtbank van oordeel dat het in dit onderzoek inbeslaggenomen vuurwerk vatbaar is voor onttrekking aan het verkeer, omdat – zoals blijkt uit het onderzoek ter terechtzitting – de feiten 1 primair (a + b) en 2 met betrekking tot dit vuurwerk zijn begaan, dan wel zijn aangetroffen bij gelegenheid van het onderzoek naar de door verdachte begane strafbare feiten, en het van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet. Met betrekking tot de “jammer” geldt eveneens dat het is aangetroffen bij gelegenheid van het onderzoek naar de door verdachte begane strafbare feiten en dat het van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en daarom eveneens onttrokken dient te worden aan het verkeer.

De inbeslaggenomen bakwagen en aanhangwagen, waarin vuurwerk is opgeslagen en vervoerd, worden verbeurd verklaard aangezien de feiten onder 1 primair en 2 mede met behulp van deze voorwerpen zijn begaan.

9 De vordering tenuitvoerlegging

De officier van justitie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van de gevangenisstraf van tien maanden die het gerechtshof Leeuwarden bij vonnis van 27 april 2012 aan verdachte voorwaardelijk heeft opgelegd. Een van de gestelde voorwaarden betrof het niet opnieuw plegen van strafbare feiten binnen de proeftijd. De rechtbank is van oordeel dat die vordering moet worden toegewezen. Het is immers gebleken dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd meermalen aan een nieuw strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, terwijl hij wist dat hem een voorwaardelijke gevangenisstraf boven het hoofd hing. Voor de geloofwaardigheid van de strafrechtspleging is het van belang dat voorwaardelijke straffen, bij overtreding van voorwaarden, worden tenuitvoergelegd, behoudens zeer bijzondere omstandigheden, die hier niet aan de orde zijn.

10 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 10, 14g, 27, 33, 33a, 36b, 36c, 55, 57 en 91 Sr en artikel 7 van de Wet op de economische delicten.

11 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

  • -

    verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 3 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

  • -

    verklaart bewezen, dat verdachte het onder 1 primair (a + b), 2 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 primair (a + b), 2 en 4 meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

    feit 1 primair (a + b) en 2:

telkens het misdrijf: (mede)plegen van een overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan;

feit 4:

het misdrijf: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd;

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1 primair (a + b), 2 en 4 bewezenverklaarde;

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van drie (3) jaren en zes (6) maanden ;

  • -

    bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

beslag

  • -

    verklaart onttrokken aan het verkeer het in dit onderzoek inbeslaggenomen vuurwerk alsmede een “jammer”;

  • -

    verklaart verbeurd een bakwagen en een aanhangwagen;

tenuitvoerlegging vonnis met parketnummer 24-001604-11

- gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van het gerechtshof Leeuwarden van 27 april 2012, te weten van tien (10) maanden gevangenisstraf.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Melaard, voorzitter, mr. F.H.W. Teekman en

mr. C.C.S. Koppes, rechters, in tegenwoordigheid van E.P. Endlich, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 22 december 2014.

Mr. Teekman is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit een drietal ordners van de politie-eenheid Noord-Nederland, Team Milieu, op de rug waarvan onder meer (telkens) staat vermeld “01RMT13012 SOUVRET” en waarvan het afsluitende proces-verbaal is gedateerd 28 februari 2014. De ordners zijn doorgenummerd (inclusief bijlagen) tot 1283. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

2 De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 8 december 2014.

3 Overzichtsproces-verbaal d.d. 28 februari 2014 (blz. 35 en 61 tem. 63).

4 Proces-verbaal van verhoor verdachte van 3 januari 2014 (blz. 1056).

5 Rapport van het NFI “Explosievenonderzoek naar aanleiding van het voorhanden hebben van betwist vuurwerk in Roderesch op 12 december 2010” d.d. 18 januari 2011 (blz. 351 te. 363). Een rapport van het NFI van 24 mei 2013 (blz. 395). Een rapport van het NFI van 18 januari 2011 (blz.456).

6 De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 8 december 2014. Proces-verbaal nr. 01-2013135849 van 27 januari 2014 (blz. 368).

7 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 31 januari 2014 (blz. 176 en 177).

8 Kennisgeving van inbeslagneming d.d. 23 december 2013, met bijlage (blz. 839 en 840). Het proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk d.d. 2 januari 2014 (blz. 476 en 477). Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 31 januari 2014 (blz.176 en 177).

9 Proces-verbaal verhoor H. [medeverdachte 1] d.d. 23 december 2013 (blz. 932 tem. 934). Verklaring [medeverdachte 1] bij de rechter-commissaris d.d. 28 juli 2014 (pagina 5).

10 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 3] d.d. 24 december 2013 (blz. 1009 tem. 1012).

11 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 2] d.d. 30 januari 2014 (blz. 1191en 1192). Verklaring [medeverdachte 2] bij de rechter-commissaris d.d. 15 oktober 2014 (pagina 2).

12 Proces-verbaal verhoor [getuige] d.d. 22 januari 2014 (blz. 670 en 671).

13 Kennisgeving van inbeslagneming d.d. 24 december 2013 (blz. 874). Proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk d.d. 22 januari 2014 (blz. 433 tem. 435). Proces-verbaal van bevindingen aantreffen vuurwerk d.d. 7 januari 2014 (blz. 308). Een bijlage, gevoegd bij het proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 februari 2014 (blz. 346).

14 Proces-verbaal verhoor [medeverdachte 2] d.d. 30 januari 2014 (blz. 1193 en 1194).

15 Verklaring [medeverdachte 2] bij de rechter-commissaris d.d. 15 oktober 2014 (p. 2).

16 Proces-verbaal verhoor [medeverdachte 1] d.d. 21 januari 2014 (blz. 950 en 951). Verklaring [medeverdachte 1] bij de rechter-commissaris d.d. 28 juli 2014 (p. 2 en 3).

17 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 31 december 2013 (blz. 302). Kennisgeving van inbeslagneming d.d. 30 december 2014 (blz. 864). Proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk d.d. 22 januari 2014 (blz. 453 en 454).

18 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 1] d.d. 21 januari 2014 (blz. 949). Verklaring [medeverdachte 1] bij de rechter-commissaris d.d. 28 juli 2014 (p. 4).

19 Overzichtsproces-verbaal d.d. 28 februari 2014 (blz. 35). Proces-verbaal van bevindingen d.d. 31 december 2013 (blz. 302).

20 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 december 2013 (blz. 293). Kennisgeving van inbeslagneming d.d. 28 december 2013 (blz. 862). Proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk d.d. 14 januari 2014 (blz. 372).

21 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 1] d.d. 21 januari 2014 (blz. 952). Verklaring [medeverdachte 1] bij de rechter-commissaris d.d. 28 juli 2014 (p. 4).

22 Proces-verbaal van verhoor [getuige] d.d. 22 januari 2014 (blz. 671).

23 Proces-verbaal verhoor [medeverdachte 2] d.d. 30 januari 2014 (blz. 1193 en 1194). Verklaring [medeverdachte 2] bij de rechter-commissaris d.d. 15 oktober 2014 (p. 2).