Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2014:6742

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
19-11-2014
Datum publicatie
14-01-2015
Zaaknummer
C/08/135587 / HA ZA 13-61
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verkoop en levering zendvergunning. Ontbinding.

De rechtbank is van oordeel dat de overeenkomst met wederzijds goedvinden is ontbonden. Na die ontbinding stond het gedaagde sub 1 vrij om de vergunningen over te dragen aan een ander. Zij heeft dat ook gedaan door de vergunningen over te dragen aan gedaagde sub 3. Er is dus geen sprake van wanprestatie, noch van een onrechtmatige daad.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2013/371

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer: C/08/135587 / HA ZA 13-61

datum vonnis: 19 november 2014

Vonnis van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor burgerlijke zaken, in de zaak van:

1 de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Trend Media Groep B.V.,

verder ook te noemen TMG,

gevestigd te Hengelo,

2 de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Trend Deco Design B.V.,

verder ook te noemen TDD,

gevestigd te Bornerbroek, gemeente Almelo,

eiseressen,

verder gezamenlijk ook aan te duiden als TMG, dan wel TMG c.s.,

advocaat: mr. dr. A.S. Westerdijk te Enschede,

tegen

1 de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Telecom Vision International B.V.,

gevestigd te Bornerbroek, gemeente Almelo,

verder ook te noemen TVI,

2 de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Hotradio B.V.,

gevestigd te Hardenberg,

verder ook te noemen Hotradio,

3 de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

De Muziekvrienden B.V.,

gevestigd te Smallingerland,

verder ook te noemen De Muziekvrienden,

gedaagden,

advocaat: mr. W. Mollema te Leeuwarden.

1 Het procesverloop

1.1.

Bij tussenvonnis van 25 september 2013 werd in deze zaak een comparitie van partijen bevolen, die blijkens het daarvan opgemaakte proces-verbaal heeft plaatsgehad op
4 februari 2014.

1.2.

Na het tussenvonnis zijn de volgende stukken gewisseld:
- een brief d.d. 21 januari 2014 ter overlegging van een aantal producties, aangevuld en deels gecorrigeerd door een brief d.d. 22 januari 2014,
- een akte overlegging productie zijdens De Muziekvrienden,
- een akte overlegging productie zijdens Hotradio en TVI,
- de conclusie van repliek, met producties, tevens houdende een wijziging van de eis.

1.3.

Gedaagden hebben tegen deze eiswijziging bezwaar gemaakt. Bij brief van 28 mei 2014 heeft de rechtbank namens de rolrechter aan partijen meegedeeld dat de eiswijziging buiten beschouwing moet worden gelaten omdat deze, gezien de stand waarin de procedure zich toen bevond, in strijd is met de eisen van een goede procesorde, nu het toelaten daarvan onredelijke bemoeilijking van de verdediging dan wel onredelijke vertraging van het geding tot gevolg zou hebben.

1.4.

Daarna zijn nog de volgende stukken gewisseld:
- de conclusie van dupliek van Hotradio en TVI, met producties,
- de conclusie van dupliek van De Muziekvrienden,
- een akte uitlating producties zijdens TMG,
- een antwoordakte zijdens Hotradio en TVI.

1.5.

Tenslotte is vonnis gevraagd. De datum van de uitspraak is, na uitstel, vastgesteld op vandaag.

2 De feiten

2.1.

Voor een zakelijke samenvatting van de relevante feiten verwijst de rechtbank naar het tussen partijen gewezen incidentele vonnis van 12 juni 2013.


3. Het standpunt en de vorderingen van TMG

3.1.

De FM-etherfrequenties, die bestemd zijn voor niet-landelijke commerciële omroepen (NCLO), zijn verdeeld over kavels. Voor zulke kavels verstrekt het Ministerie van Economische Zaken uitzendvergunningen. De vergunningen voor kavels B-11 (drie FM-frequenties) en B-19 (acht FM-frequenties, waaronder 93.4 MHz) werden toegewezen aan TVI. TVI verhuurde deze frequentie aan een derde partij. De aandelen in TVI waren eigendom van TDD (eiseres sub 2).

Verkoop en levering aandelen TVI


3.2.1. TDD heeft de aandelen in TVI voor € 410.000,- erkocht aan [O] en/of aan Hotradio en deze overgedragen per 28 juli 2011. Feitelijk beoogden partijen met die transactie slechts om de door TVI gehouden zendvergunningen in de kavels B-11 en B-19 te verkopen aan Hotradio.

3.2.2.

Als uitgangspunt voor de berekening van de koopprijs gold dat sprake zou zijn van een ‘cash and debtfree’ aandelentransactie. Die bedoeling blijkt uit artikel 2 sub b van de intentieverklaring, waarin partijen hebben overwogen dat het gaat om de “verkoop/koop en overdracht van omroepkavel B-11 en het HOTRADIO radiostation als going concern”. De koopprijs was (mede) gebaseerd op de overnamebalans van TVI en een ‘staat van kosten en baten’. Er is een eindafrekening opgemaakt.

3.2.3.

In het verleden is aan TVI door het Commissariaat voor de Media (verder: “CvdM”) een boete opgelegd van € 10.000,- wegens een niet toegestane reclame-uitzending, voorafgaand aan een nieuwsuitzending. TMG heeft die boete betaald. TMG heeft aan TVI gevraagd om in haar administratie na te gaan of deze boete al niet eerder door TVI aan het CvdM was voldaan. Als zou blijken dat TVI dat bedrag in het verleden al had betaald voordat TMG dat bedrag aan het CvdM voldeed, zou TMG het door haar betaalde boetebedrag op grond van onverschuldigde betaling van het CvdM willen terugvorderen.

3.2.4.

Op grond van de onderhavige verkoop en levering van de aandelen in TVI als hiervoor omschreven, vordert TMG om Hotradio en TVI op straffe van een dwangsom te gebieden om aan te tonen dat TVI in het verleden niet reeds de boete van € 10.000,- aan het CvdM heeft voldaan, in ieder geval om Hotradio en TVI te gebieden om bankafschriften van TVI over de periode van 20 november 2007 tot en met 30 januari 2008 af te geven aan TDD.

3.2.5.

Tevens vordert TMG voor recht te verklaren dat bij de verkoop van de aandelen in TVI als uitgangspunt gold een ‘cash and debtfree’ transactie, en dat Hotradio in dat kader geen vordering meer heeft op TDD en dat TDD heeft voldaan aan al haar verplichtingen voortvloeiende uit de koopovereenkomst, in het bijzonder de eindafrekening.

Verkoop en levering zendvergunning

3.3.1.

TMG en TVI zijn mondeling overeengekomen dat de vergunning van
NLCO Kavel B-11 zou worden overgedragen aan TMG tegen een koopprijs van € 90.000,-. TMG heeft dit bedrag op 28 juli 2011 aan TVI betaald. TVI weigert echter ondanks sommatie al sedert 23 januari 2012 om deze vergunning op naam te zetten van TMG. TVI is daarom in verzuim.

3.3.2.

TMG is nooit tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit deze overeenkomst. De overeenkomst is, anders dan TVI nu stelt, niet met wederzijds goedvinden ontbonden. Mocht al sprake zijn van ontbinding met wederzijds goedvinden, dan heeft TMG aanspraak op terugbetaling van de koopprijs van € 90.000,-. Ten onrechte beroept TVI zich op verrekening van die vordering met een tegenvordering. Die tegenvordering wordt betwist.

3.3.3.

Inmiddels is gebleken dat TVI deze vergunning al op of voor 14 mei 2012 had verkocht en overgedragen aan De Muziekvrienden. Een en ander levert niet alleen wanprestatie, maar ook een onrechtmatige daad op van TVI jegens TMG.

3.3.4.

De Muziekvrienden heeft jegens TMG onrechtmatig gehandeld doordat zij, terwijl zij volledig op de hoogte was van alle afspraken tussen TMG en TVI, bewust van die wanprestatie en/of die onrechtmatige daad heeft geprofiteerd door moedwillig alles in het werk te stellen om de vergunning op haar naam te krijgen en TMG te benadelen.


3.3.5. Op 28 juli 2011 werden de aandelen in TVI door TDD notarieel overgedragen aan Hotradio. Daardoor werd de vergunning voor Kavel B-11 geleverd aan TMG. De Muziekvrienden was daarvan op de hoogte, toen op 14 mei 2012 de vergunning op naam van De Muziekvrienden werd gezet. Daarom was De Muziekvrienden op laatstgenoemde datum niet te goeder trouw in de zin van artikel 3:86 BW en zij is daarom toen geen eigenaar van de vergunning geworden. Tot op heden is TMG de eigenaar gebleven.

3.3.6.

Op grond van hetgeen hiervoor in rechtsoverwegingen 3.3.1. tot en met 3.3.5. is samengevat, vordert TMG primair:
- om De Muziekvrienden te gebieden om, op straffe van een dwangsom, Kavel B-11 over te dragen aan TMG,
- om TVI te veroordelen tot betaling aan TMG van tot juli 2012 misgelopen inkomsten tot een bedrag van € 15.120,- met de wettelijke rente daarover,
- om TVI te veroordelen tot betaling aan TMG over de periode tot september 2017 misgelopen inkomsten tot een bedrag van € 274.996,-, en over de periode tot september 2023 misgelopen inkomsten tot een bedrag van € 504.000,- een en ander te verminderen met de inkomsten van TMG na overdracht van de vergunning aan haar, en te vermeerderen met de wettelijke rente over de verschuldigde bedragen,
- om voor recht te verklaren dat De Muziekvrienden jegens TMG onrechtmatig heeft gehandeld als voormeld,
- om De Muziekvrienden te veroordelen tot betaling aan TMG over de periode tot september 2017 misgelopen inkomsten tot een bedrag van € 274.996,-, en over de periode tot september 2023 misgelopen inkomsten tot een bedrag van € 504.000,- een en ander te verminderen met de inkomsten van TMG na overdracht van de vergunning aan haar, en te vermeerderen met de wettelijke rente over de verschuldigde bedragen.

3.3.7.

Subsidiair vordert TMG:
- om voor recht te verklaren dat TVI jegens TMG wanprestatie heeft gepleegd en onrechtmatig heeft gehandeld met betrekking tot de koop en verkoop van Kavel B-11,
- (terug-)betaling door TVI van € 90.000,- exclusief BTW ter zake van de voor kavel B-11 betaalde koopsom,
- om TVI te veroordelen tot betaling van € 15.120,- ter zake van na juni 2012 misgelopen inkomsten,
- om TVI te veroordelen tot betaling aan TMG over de periode tot september 2017 misgelopen inkomsten tot een bedrag van € 274.996,-, en over de periode tot september 2023 misgelopen inkomsten tot een bedrag van € 504.000,-, althans een door de rechtbank te begroten bedrag,
- om voor recht te verklaren dat De Muziekvrienden jegens TMG wanprestatie heeft gepleegd en onrechtmatig heeft gehandeld met betrekking tot de koop en verkoop van Kavel B-11,
- om De Muziekvrienden te veroordelen tot betaling aan TMG over de periode tot
september 2017 misgelopen inkomsten tot een bedrag van € 274.996,-, en over de periode tot september 2023 misgelopen inkomsten tot een bedrag van € 504.000,-, althans een door de rechtbank te begroten bedrag,

- een en ander met wettelijke rente.

Huurovereenkomsten zendmasten

3.4.1.

Ingevolge tussen TVI met TMG gesloten huurovereenkomsten voor het gebruik van de opstelpunten te Huissen, Markelo en Zieuwent is TVI huur verschuldigd.

3.4.2.

De zendmast in Huissen was van KPN en is nu eigendom van de
Stichting Kabeltelevisie Huissen. Deze Stichting heeft weliswaar overwogen om de mast aan TVI over te dragen, maar zij heeft dat niet gedaan. TMG is gerechtigd de exploitatie over dit opstelpunt te voeren. Zij verhuurt de mast aan TVI.

3.4.3.

De mast in Markelo was van KPN en is nu van Mobile Radio Networks Vehicle BV. TMG heeft van Stichting Kabeltelevisie Huissen het recht verkregen om dit opstelpunt te exploiteren en TMG doet dit door het te verhuren aan TVI.

3.4.4.

Het opstelpunt in Zieuwent was voorheen ook van KPN en is nu van de
Stichting Kabeltelevisie Huissen, die het exploitatierecht heeft verleend aan TMG. TMG verhuurt de mast aan TVI.

3.4.5.

TMG vordert om TVI te veroordelen tot betaling van de op grond van die huurovereenkomsten verschuldigde huur, ter hoogte van € 13.527,24 per 8 februari 2013, te vermeerderen met de huurbedragen, die na die datum verschuldigd zijn geworden, en met de wettelijke handelsrente. Tevens vordert TMG om TVI te gebieden die huurovereenkomsten onverkort na te komen, op straffe van een dwangsom.

Programmaproductie-overeenkomst, een overeenkomst van opdracht en een overeenkomst aanvullende bepalingen


3.5.1. Op 1 september 2008 sloot TVI met De Muziekvrienden een ‘programmaproductie-overeenkomst’ en een overeenkomst van opdracht. Krachtens die overeenkomsten huurde
De Muziekvrienden de FM-frequenties van NLCO-kavel B-11 tegen een vergoeding van
€ 1.890,- per maand. TVI heeft deze overeenkomsten opgezegd tegen 20 juni 2011. Nadat een meningsverschil was ontstaan over de vraag of daarbij de overeengekomen opzeggingstermijnen in acht waren genomen, zijn de contracten nogmaals opgezegd tegen
20 juni 2012. Over de beëindiging van deze overeenkomsten is tussen partijen vervolgens een geschil ontstaan.

3.5.2.

Op 28 juli 2011 sloten TMG en TVI een ‘programmaproductie-overeenkomst’, een overeenkomst van opdracht en een ‘overeenkomst aanvullende bepalingen’.

In die context heeft TVI in een brief van 26 maart 2012 aan TMG meegedeeld dat de opstelpunten (zendmasten) voor de frequenties 88.5 MHz en 88.7 MHz waren gewijzigd, dat die opstelpunten zouden worden verplaatst naar twee andere locaties, en dat TVI die zenders in april 2012 in gebruik zou nemen en daarom aan het Agentschap Telecom zou verzoeken om tot handhaving over te gaan, wanneer TMG haar zenders niet tijdig zou uitschakelen.

3.5.3.

Dit betekende (onder meer), dat de opstelpunten (zendmasten) waren gewijzigd, met als gevolg dat er officieel niet meer via de opstelpunten in Apeldoorn en Huissen en dus ook niet meer met de zendapparatuur van TMG radio-uitzendingen mochten worden uitgezonden. Ook zou het radioprogramma van TMG ‘HOTRADIO Hits’ niet meer worden uitgezonden, omdat TVI (met die apparatuur en via die opstelpunten) kennelijk een eigen programma, dan wel een programma van derden, wilde gaan uitzenden, terwijl tegelijkertijd TMG het risico liep dat het Agentschap Telecom op verzoek van TVI boetes aan TMG zou opleggen als TMG radio-uitzendingen via de zendmasten in Huissen en Apeldoorn zou doen. TMG zou daardoor schade lijden, onder meer omdat zij in dat geval ook geen reclame meer zou kunnen uitzenden.

3.5.4.

Bij brief van 2 april 2012 heeft TMG TVI gesommeerd om de wijzigingen aan de opstelpunten ongedaan te maken en om het radioprogramma van TMG onverkort te (laten) uitzenden. Toen deze sommatie tevergeefs bleek, is TVI op vordering van TMG bij in kort geding gewezen vonnis van 3 mei 2012 veroordeeld om de wijzigingen aan de zendmasten ongedaan te maken en om een daartoe strekkend verzoek te richten aan het
Agentschap Telecom.

3.5.5.

TMG vordert om TVI te veroordelen om deze overeenkomsten onverkort na te komen, en om TVI te gebieden om de wijzigingen ten aanzien van de zendmasten van de frequenties 88.5 MHz en 88.7 MHz ongedaan te maken, en om een daartoe strekkend verzoek binnen twee dagen na dit vonnis in te dienen bij het Agentschap Telecom.


3.5.6. TMG vordert daarnaast om TVI te verbieden om gedurende de looptijd van deze overeenkomsten via deze zendmasten op de frequenties 88.5 MHz en 88.7 MHz enig ander radioprogramma uit te zenden dan het programma ‘HOTRADIO Hits’ van TMG, en om TVI te verbieden om, gedurende de looptijd van deze overeenkomsten, aan het
Agentschap Telecom om handhaving te verzoeken met betrekking tot het gebruik van de frequenties 88.5 MHz en 88.7 MHz, een en ander op straffe van een dwangsom.

3.5.7.

Verder vordert TMG in verband met de ‘programmaproductie-overeenkomst’ en de overeenkomst van opdracht, veroordeling van TVI om aan TMG te betalen:
- alle vorderingen van derden die volgen uit het feit dat het programma ‘HOTRADIO Hits’ niet meer wordt uitgezonden,
- de kosten die voortvloeien uit doorlopende contracten met leveranciers en
- alle boetes die eventueel door het Agentschap Telecom aan TMG zullen worden opgelegd.

3.5.8.

Op 28 juli 2012 hebben TMG en TVI een ‘overeenkomst aanvullende bepalingen’ gesloten, waarin zij onder meer hebben afgesproken dat TMG recht zou hebben op uitzending van 130.000 seconden radioreclame via de frequenties 98.0 MHz en 101.9 MHz.

3.5.9.

TVI heeft niet aan die verplichting voldaan. Zij heeft, ondanks herhaalde sommaties zijdens TMG, het gebruik van die frequenties verstrekt aan een derde. TMG heeft daardoor schade geleden ten bedrage van (ten tijde van de dagvaarding) € 32.500,- op basis van
130.000 seconden met een waarde van € 0,25 per seconde.

Opgave van inkomsten, incassokosten en proceskosten

3.6.1.

Met betrekking tot alle voormelde vorderingen vordert TMG tevens hoofdelijke veroordeling van gedaagden tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten, en om hen te bevelen om inlichtingen en een opgave te verstrekken omtrent hun binnen- en buitenlandse inkomens- en vermogenspositie, op straffe van een dwangsom, een en ander met hoofdelijke veroordeling van gedaagden in de proceskosten, alsmede nakosten.



4.De standpunten en verweren van TVI en Hotradio

Verkoop en levering aandelen TVI


4.1. Bij overeenkomst van 30 augustus 2010 heeft TDD tegen een koopprijs van € 410.000,- alle aandelen in TVI verkocht en op 28 juli 2011 overgedragen aan Hotradio. TMG en Hotradio beoogden met die transactie in feite niet meer dan de overdracht aan TMG van door TVI gehouden zendvergunningen in de kavels B-11 en B-19. Omdat rechtstreekse overdracht van die vergunningen door TVI aan Hotradio onpraktischer bleek dan overdracht van de aandelen in TVI, werd besloten tot dat laatste.

4.2.

Met betrekking tot die verkoop van aandelen vordert TMG (in de kern samengevat):
- om Hotradio en TVI op straffe van een dwangsom te gebieden om aan te tonen dat TVI in het verleden niet reeds de boete van € 10.000,- aan het CvdM heeft voldaan, in ieder geval om Hotradio en TVI te gebieden om bankafschriften van TVI over de periode van
20 november 2007 tot en met 30 januari 2008 af te geven aan TDD, en
- om voor recht te verklaren dat bij de verkoop van de aandelen in TVI als uitgangspunt gold van een ‘cash and debtfree’ transactie, en dat Hotradio in dat kader geen vordering meer heeft op TDD en dat TDD heeft voldaan aan al haar verplichtingen voortvloeiende uit de koopovereenkomst, in het bijzonder de eindafrekening.

4.3.

Die vorderingen zijn niet toewijsbaar. TVI werd na de overdracht van haar aandelen aan Hotradio geconfronteerd met betalingsherinneringen van het CvdM in verband met een openstaande boete, die was opgelegd wegens een niet toegestane reclame-uitzending. TMG heeft dat bedrag vervolgens aan het Commissariaat betaald. Daardoor is echter geen vordering van TMG op TVI tot vergoeding van dat bedrag aan TMG ontstaan, noch enig recht van TMG op inzage van de boeken van TVI.

4.4.

Bij de verkoop van de aandelen in TVI gold voorts, anders dan TMG c.s. hebben gesteld, niet als uitgangspunt een ‘cash and debtfree’ transactie. Dat is niet overeengekomen en dat blijkt ook niet uit de overgelegde stukken. Er bestaat daarom geen rechtsgrond voor de op dit punt gevorderde verklaring voor recht.

Verkoop en levering zendvergunning

4.5.

TMG stelt dat TVI in strijd met haar desbetreffende overeenkomst met TMG haar zendvergunning niet aan TMG heeft overgedragen. TMG vordert om TVI te veroordelen tot betaling aan TMG ter vergoeding van door TMG over de periode tot september 2023 misgelopen inkomsten (met rente en kosten).

4.6.

TVI heeft inderdaad met TMG een overeenkomst gesloten waarbij de vergunning(en), behorende bij kavel B-11 door TVI aan TMG zouden worden overgedragen tegen een koopprijs van € 90.000,-. Deze overeenkomst is echter door beide partijen met wederzijds goedvinden ontbonden, nadat kort na het sluiten van deze overeenkomst was gebleken dat De Muziekvrienden krachtens overeenkomst met TVI (nog) het recht hadden om radio-uitzendingen via frequenties in kavel B-11 te verzorgen. De Muziekvrienden was niet bereid om die aanspraken prijs te geven.


4.7. Na confrontatie met die aanspraken van De Muziekvrienden heeft TMG (bij monde van haar bestuurder de heer [K]) in oktober of november 2011 aan [S], die toen als advocaat adviseerde aan zowel TMG als TVI, te kennen gegeven af te zien van de overdracht van de vergunning. [S] heeft dit vervolgens aan de heer [O] (van TVI) meegedeeld. [O] heeft als bestuurder van TVI met dat voorstel ingestemd. Daarbij is geen concrete afspraak gemaakt om in de toekomst een nieuwe overeenkomst tot verkoop van de vergunning te sluiten.

4.8.

[O] heeft dus (namens TVI) het voorstel van [K] (namens TMG) tot ontbinding van de overeenkomst tot overname van de zendvergunning aanvaard. Daarmee was die ontbinding een feit.

4.9.

Daarna hebben [K] en [O] deze ontbinding besproken in aanwezigheid van [G]. Deze laatste heeft daarover blijkens een (door TVI als productie 16 bij akte overgelegde) ondertekende verklaring onder meer geschreven: “Op dinsdag 20 of
27 november 2011 was ik bij [O], [O] is een vriend van mij. [O] had de heer [K] op bezoek. (…) ik hoorde dat [K] tegen [O] zij dat hij kavel B11 nooit had moeten terug kopen nu er zoveel gedonder over is. [K] vertelde aan [O] dat hij een brief had verzonden dat de koop niet door ging, betaal de 90 K maar terug ik had er nooit aan moeten beginnen zij [K], ik hoorde [O] zeggen ik zal je de koopsom terug storten, of mag het ook in termijnen, dat kan eventueel ook, daar hebben we het nog wel over antwoordde [K].”

4.10.

Weer later, op 7 maart 2012, vond een mondelinge behandeling plaats van een bezwaarschrift, dat De Muziekvrienden hadden gericht tegen verlenging van de vergunning van TVI. Bij die gelegenheid was ook [K] aanwezig. Hij heeft toen de ontbinding van de overeenkomst tot overdracht van de vergunning (door TVI aan TMG) mondeling bevestigd ten overstaan van de bezwaarschriftencommissie, alsmede de heren [H] en [O], en ook [M] en [T], die daar aanwezig waren in hun hoedanigheid van advocaten van De Muziekvrienden.

4.11.

Na deze ontbinding met wederzijds goedvinden van de overeenkomst tot overdracht van de vergunning door TVI aan TMG stond het TVI vrij om de vergunningen over te dragen aan een ander. Zij heeft dat ook gedaan door de vergunningen, verbonden aan kavel B-11, over te dragen aan De Muziekvrienden.

4.12.

Ook al zou de overeenkomst niet met onderling goedvinden zijn ontbonden, zoals hiervoor beschreven, dan is nog geen sprake van wanprestatie van TVI. Immers, tussen TVI en TMG was afgesproken dat de vergunningen, behorende bij kavel B-11, aan TMG zouden worden overgedragen en dat TVI vervolgens verschoond zou blijven van iedere juridische discussie dienaangaande. Gezien het vervolgens ontstane debat met De Muziekvrienden kon TMG niet aan die afspraak voldoen en geraakte op dit punt in verzuim. TMG kan vervolgens geen beroep doen op niet-nakoming door TVI.

4.13. Gezien het voorgaande is dus geen sprake van wanprestatie van TVI, zodat geen grond bestaat voor veroordeling van TVI tot vergoeding van gederfde inkomsten. De gevorderde schadebedragen zijn bovendien reeds hierom niet toewijsbaar, omdat elke onderbouwing van die bedragen ontbreekt. Schadebedragen over de periode na 1 september 2017 stuiten af op de omstandigheid dat te verwachten valt dat de Minister dan opnieuw zal overgaan tot her-aanbesteding van de frequenties, zodat niet zeker is of TVI ook daarna vergunninghouder zal blijven.

4.14.

De subsidiair gevorderde terugbetaling van de koopprijs voor de zendvergunning is niet toewijsbaar, omdat deze vordering van € 90.000,- teniet is gegaan door verrekening met een tegenvordering van TVI. Die tegenvordering bestaat uit verschillende posten, zoals gespecificeerd in productie 13 bij de conclusie van antwoord.


Huurovereenkomsten zendmasten

4.15.

TMG heeft gesteld dat zij op grond van tussen TVI met TMG gesloten huurovereenkomsten recht heeft op huur voor het gebruik van de opstelpunten (zendmasten) te Huissen, Markelo en Zieuwent, ter hoogte van € 13.527,24 per 8 februari 2013, te vermeerderen met de huur, die na die datum verschuldigd is geworden, en met de wettelijke handelsrente. Tevens vordert TMG om TVI te gebieden die huurovereenkomsten onverkort na te komen, op straffe van een dwangsom.

4.16.

TVI bestrijdt die vordering primair op grond, dat zij met TMG geen huurovereenkomsten heeft gesloten. Partijen hebben dit onderwerp ook nooit besproken, aldus TVI. De door TMG ten bewijze van zulke contracten bij dagvaarding overgelegde fotokopieën worden betwist. TMG kon de opstelpunten niet aan TVI verhuren, omdat zij daarvan geen eigenaar is. Van (een bevoegdheid tot) onderhuur blijkt evenmin.

4.17.

De zendmast in Huissen is door de Stichting Kabeltelevisie Huissen overgedragen aan TVI. Het opstelpunt in Zieuwent was eigendom van KPN en is sinds 31 januari 2012 eigendom van Shere Masten B.V. Het opstelpunt in Markelo was ook van KPN, dat de mast heeft overgedragen aan Mobile Radio Networks Vehicle B.V. De eigenaar van de mast heeft geen relatie met TMG.

4.18.

De stellingen van TMG met betrekking tot de door haar gepretendeerde rechten op de opstelpunten in Huissen, Markelo en Zieuwent, zijn niet met documenten onderbouwd en bovendien ongeloofwaardig. Niet blijkt van enigerlei relatie tussen TMG met de eigenaren van de masten.

4.19.

De stelling van TMG dat zij de masten aan TVI verhuurde en/of verhuurt is bovendien onverenigbaar met de weigering van TMG om (ondanks herhaalde verzoeken en sommaties) TVI tot die opstelpunten feitelijk toegang te geven. Dat TMG (later) aan TVI een voorstel heeft gedaan met betrekking tot de toegang tot de zendmasten maakt dit niet anders, omdat dat voorstel een vorm van toegang onder toezicht behelsde, hetgeen eveneens onverenigbaar is met de onbeperkte toegankelijkheid tot het gehuurde, waarop een huurder krachtens een huurovereenkomst recht heeft.

‘Programmaproductie-overeenkomst’, overeenkomst van opdracht, en ‘Overeenkomst aanvullende bepalingen’


4.20. TMG vordert op grond van deze overeenkomsten, zakelijk samengevat::
- onverkorte nakoming daarvan,
- om TVI te gebieden om de wijzigingen ten aanzien van de zendmasten van de frequenties 88.5 MHz en 88.7 MHz ongedaan te maken,
- om TVI te verbieden om gedurende de looptijd van deze overeenkomsten via deze zendmasten op de frequenties 88.5 MHz en 88.7 MHz enig ander radioprogramma uit te zenden dan het programma ‘HOTRADIO Hits’ van TMG,
- om TVI te verbieden om aan het Agentschap Telecom om handhaving te verzoeken met betrekking tot het gebruik van de frequenties 88.5 MHz en 88.7 MHz,
- om aan TMG te betalen alle vorderingen van derden die volgen uit het feit dat het programma ‘HOTRADIO Hits’ niet meer wordt uitgezonden, alsmede de kosten die voortvloeien uit doorlopende contracten met leveranciers en alle boetes die eventueel door het Agentschap Telecom aan TMG zullen worden opgelegd.
- om TVI te veroordelen tot betaling van € 32.500,- wegens gederfde inkomsten uit reclamezendtijd, op basis van 130.000 seconden met een waarde van € 0,25 per seconde.

4.21.

Ook deze vorderingen zijn niet voor toewijzing vatbaar, omdat zij berusten op het onjuiste standpunt van TMG, dat zij (nog) aanspraken kan doen gelden op de uitzendvergunning(en) van kavel B-11. Dat is echter niet het geval: een desbetreffende overeenkomst tot overdracht tussen TMG en TVI is door hen met wederzijds goedvinden ontbonden. Krachtens die overeenkomst heeft ook geen overdracht plaatsgehad, omdat voor levering toestemming van de Minister van Economische Zaken (Agentschap Telecom) nodig zou zijn geweest, maar die toestemming is niet verleend.

4.22.

De gevorderde schadebedragen zijn bovendien alleen al hierom niet toewijsbaar, omdat elke onderbouwing van die bedragen ontbreekt. Voor zover de vorderingen betrekking hebben op kavel B-19 zijn zij niet toewijsbaar, omdat TVI geen houdster is van een vergunning in die kavel.

5 De standpunten en verweren van De Muziekvrienden



5.1. De vorderingen van TMG tegen De Muziekvrienden strekken tot:
- overdracht van vergunningen, die horen bij kavel B-11, aan TMG, en
- veroordeling van De Muziekvrienden tot betaling aan TMG van een vergoeding van door TMG misgelopen inkomsten over tot september 2023 (te vermeerderen met rente en kosten).

5.2.

In 2003 is met betrekking tot kavel B-11 een aanbesteding gehouden. TVI is toen vergunninghouder van deze kavel geworden. De Muziekvrienden maakt een radioprogramma met de titel ‘Holland FM’. TVI en De Muziekvrienden zijn in 2003 overeengekomen dat De Muziekvrienden dit programma mocht uitzenden op de onder kavel B-11 vallende frequenties 97.7, 97.9 en 104.7 MHz. Deze overeenkomst liep tot
1 september 2011. Bij verlenging van de zendvergunning na die datum zou de overeenkomst worden voortgezet.

5.3.

In 2009 heeft de Minister van Economische Zaken afgezien van her-aanbesteding van alle zendvergunningen. De vergunning van TVI voor kavel B-11 is toen verlengd tot
1 september 2017. De hiervoor in r.o. 4.10 genoemde overeenkomst loopt dus door tot die datum.


5.4. Bij brief van 22 februari 2011 heeft TVI (in de kern samengevat) de overeenkomst(en) tussen TVI en De Muziekvrienden opgezegd tegen 20 juni 2012. Op 7 december 2011 echter zijn TVI en De Muziekvrienden mondeling overeengekomen dat de in r.o. 5.2 genoemde overeenkomst (met betrekking tot het uitzenden van het programma ‘Holland FM’ door
De Muziekvrienden) werd verlengd tot september 2017.


5.5. Op 9 maart 2012 zijn TVI en De Muziekvrienden mondeling overeengekomen dat TVI de zendvergunning voor kavel B-11 aan De Muziekvrienden overdroeg. Uit e-mailberichten van TMG d.d. 21 maart en 26 maart 2012 werd De Muziekvrienden bekend met het standpunt van TMG, dat TMG rechten kon doen gelden op kavel B-11. TVI heeft vervolgens (opnieuw) aan De Muziekvrienden bevestigd dat alleen TVI, en niet TMG, bevoegd was om over de zendvergunning te beschikken. Voormelde mondelinge afspraak tussen TVI en
De Muziekvrienden van 9 maart 2012, strekkende tot overdracht van de zendvergunning aan TVI, werd vervolgens schriftelijk vastgelegd in een schriftelijk contract, gedateerd op
3 april 2012.

5.6.

Artikel 3.20 van de Telecommunicatiewet bepaalt dat zendvergunningen (zoals die van kavel B-11) voor overdracht vatbaar zijn, evenwel niet voordat de daarvoor benodigde toestemming van de Minister (te verlenen via het Agentschap Telecom) is verkregen. Dit is een goederenrechtelijk vereiste voor overdracht van een zendvergunning. Aan dit vereiste is niet voldaan omdat de Minister (het Agentschap Telecom) geen toestemming heeft verleend. TVI heeft de vergunning dus niet aan TMG overgedragen.

5.7.

Gezien het voorgaande droeg De Muziekvrienden ten tijde van het sluiten van deze (eerst op 9 maart 2012 mondeling aangegane en pas op 3 april 2012 schriftelijk vastgelegde) overeenkomst geen kennis van een overeenkomst tot overdracht van de vergunning door TVI aan TMG, en hoefde zij daarmee om die reden ook geen rekening te houden. Zij heeft niet onrechtmatig jegens TMG gehandeld. Subsidiair betwist De Muziekvrienden de door TMG gestelde schadebedragen.

6 De beoordeling

6.1.

De vorderingen van TMG zijn gebaseerd op de verwijten, dat TVI en Hotradio contractuele verplichtingen jegens TMG niet zijn nagekomen, en dat De Muziekvrienden onrechtmatig heeft geprofiteerd van niet-naleving van zulke verplichtingen. De rechtbank zal deze stellingname van TMG en de daartegen gerichte verweren telkens beoordelen per overeenkomst, zoals door TMG gesteld.

Verkoop en levering aandelen TVI

6.2.

De vorderingen met betrekking tot de verkoop en levering van de aandelen in TVI strekken er ten eerste toe om Hotradio en TVI te gebieden om aan te tonen dat TVI in het verleden niet reeds de boete van € 10.000,- aan het CvdM heeft voldaan, in ieder geval om Hotradio en TVI te gebieden om bankafschriften van TVI over de periode van
20 november 2007 tot en met 30 januari 2008 af te geven aan TDD.

6.3.

Die vordering is niet toewijsbaar. TVI heeft onweersproken gesteld dat zij pas na de overdracht van haar aandelen aan Hotradio werd geconfronteerd met betalingsherinneringen van het CvdM in verband met een openstaande boete. TMG heeft dat bedrag vervolgens aan het Commissariaat betaald.

6.4.

TVI stelt zich terecht op het standpunt dat daardoor geen vordering van TMG op TVI tot vergoeding van dat bedrag aan TMG is ontstaan, noch enig recht van TMG op inzage van de boeken van TVI.


6.5. Ten tweede vordert TMG om voor recht te verklaren dat bij de verkoop van de aandelen in TVI als uitgangspunt gold een ‘cash and debtfree’ transactie, en dat Hotradio in dat kader geen vordering meer heeft op TDD, en dat TDD heeft voldaan aan al haar verplichtingen voortvloeiende uit de koopovereenkomst, in het bijzonder de eindafrekening.

6.6.

Ook deze eis is niet voor toewijzing vatbaar. TVI heeft betwist dat, zoals TMG heeft gesteld, als uitgangspunt voor de overname van de TVI-aandelen gold dat dit een ‘cash and debtfree’ transactie zou zijn. Zoiets is niet afgesproken en iets dergelijks blijkt ook niet uit de overgelegde stukken, aldus TVI.

6.7.

Tegenover deze gemotiveerde betwisting heeft TMG niet gedocumenteerd onderbouwd dat voormeld uitgangspunt zou gelden. Evenmin valt, als dat wel het geval zou zijn, uit dat ‘uitgangspunt’ af te leiden dat Hotradio in dat kader geen vordering meer heeft op TDD, en dat TDD heeft voldaan aan al haar verplichtingen voortvloeiende uit de koopovereenkomst, in het bijzonder de eindafrekening. Er bestaat daarom geen rechtsgrond voor de op dit punt gevorderde verklaring voor recht, zodat ook dit onderdeel van de eis zal worden afgewezen.


Verkoop en levering zendvergunning

6.8.

TMG heeft de hiervoor in r.o. 3.3.6. weergegeven vorderingen ingesteld op grond van de stelling, dat TVI met TMG een overeenkomst heeft gesloten waarbij de vergunning(en), behorende bij kavel B-11 door TVI aan TMG zouden worden overgedragen tegen een koopprijs van € 90.000,-.

6.9.

Het verst strekkend verweer van TVI tegen deze vorderingen houdt in, dat deze overeenkomst door partijen met wederzijds goedvinden is ontbonden. Dat verweer treft doel, hetgeen blijkt uit de hierna in r.o. 6.10 tot en met 6.15 weergegeven, door TVI gestelde en door TMG vervolgens niet concreet en specifiek betwiste feiten.

6.10.

Kort na het sluiten van deze overeenkomst was gebleken dat De Muziekvrienden krachtens een overeenkomst met TVI (nog) het recht hadden om radio-uitzendingen via frequenties in kavel B-11 te verzorgen. De Muziekvrienden was niet bereid om die aanspraken prijs te geven.

6.11.

Na confrontatie met die aanspraken van De Muziekvrienden heeft TMG (bij monde van haar bestuurder de heer [K]) in oktober of november 2011 aan [S], die toen als advocaat adviseerde aan zowel TMG als TVI, te kennen gegeven om af te zien van de overdracht van de vergunning.

6.12.

[S] heeft dit vervolgens aan de heer [O] (van TVI) meegedeeld. [O] heeft als bestuurder van TVI met dat voorstel ingestemd. [O] heeft dus (namens TVI) het voorstel van [K] (namens TMG) tot ontbinding van de overeenkomst tot overname van de zendvergunning aanvaard. Daarmee was die ontbinding een feit.

6.13.

Daarna hebben [K] en [O] deze ontbinding besproken in aanwezigheid van
[G]. Deze heeft daarover, blijkens een (door TVI als productie 16 bij akte overgelegde) ondertekende verklaring, onder meer geschreven: “Op dinsdag 20 of 27 november 2011 was ik bij [O] , [O] is een vriend van mij. [O] had de heer [K] op bezoek. (…) ik hoorde dat [K] tegen [O] zij dat hij kavel B11 nooit had moeten terug kopen nu er zoveel gedonder over is. [K] vertelde aan [O] dat hij een brief had verzonden dat de koop niet door ging, betaal de 90 K maar terug ik had er nooit aan moeten beginnen zij [K], ik hoorde [O] zeggen ik zal je de koopsom terug storten, of mag het ook in termijnen, dat kan eventueel ook, daar hebben we het nog wel over antwoordde [K].”

6.14.

Weer later, op 7 maart 2012, vond een mondelinge behandeling plaats van een bezwaarschrift, dat De Muziekvrienden hadden gericht tegen verlenging van de vergunning van TVI. Bij die gelegenheid was ook [K] aanwezig. Hij heeft toen de ontbinding van de overeenkomst tot overdracht van de vergunning (door TVI aan TMG) mondeling bevestigd ten overstaan van de bezwaarschriftencommissie, alsmede de heren [H] en [O], en ook [M] en [T], die daar aanwezig waren in hun hoedanigheid van advocaten van De Muziekvrienden.

6.15.

Op grond van de in r.o. 6.11 tot en met 6.14 weergegeven en onbetwist gebleven feiten is de rechtbank van oordeel dat de overeenkomst met wederzijds goedvinden is ontbonden. Na die ontbinding stond het TVI vrij om de vergunningen over te dragen aan een ander. Zij heeft dat ook gedaan door de vergunningen, verbonden aan kavel B-11, over te dragen aan De Muziekvrienden. Er is dus geen sprake van wanprestatie, noch van een onrechtmatige daad van TVI jegens TMG.

6.16.

Met dat oordeel ontvalt ook de grondslag aan de tegen De Muziekvrienden ingestelde vordering. Nu met betrekking tot de aan kavel B-1 verbonden vergunningen geen sprake is van wanprestatie van TVI jegens TMG, heeft De Muziekvrienden ook niet onrechtmatig gehandeld jegens TMG door van zulke wanprestatie onrechtmatig te profiteren.

6.17.

Wel toewijsbaar is de (subsidiair) gevorderde terugbetaling van de koopprijs voor de zendvergunning. TMG heeft dat bedrag betaald voor de vergunning, die zij vervolgens na ontbinding van de koopovereenkomst niet heeft gekregen, en zij heeft daarom recht op terugbetaling van de koopprijs.

6.18.

De rechtbank verwerpt de stelling van TVI, dat die vordering van TMG te niet is gegaan door verrekening met een tegenvordering van TVI op TMG. TMG heeft deze tegenvordering betwist, en de gegrondheid van die vordering blijkt geenszins uit het stuk, waarop TVI zich zonder nadere toelichting op beroept.

6.19.

Dit stuk (als productie 13 bij conclusie van antwoord overgelegd) is immers niet meer dan een niet-onderbouwd overzicht van (ongeveer) 63 afzonderlijke bedragen ad in totaal
€ 113.722,71, welke posten TMG volgens TVI op uiteenlopende gronden aan haar verschuldigd zou zijn.

6.20.

Aan de hand van alleen dat stuk kan de rechtbank niet nagaan of de door TVI gepretendeerde en door TMG betwiste tegenvordering voldoende vast staat, en of deze voldoet aan artikel 6:127 lid 2 BW, dat voorschrijft dat een bevoegdheid tot verrekening slechts bestaat wanneer de schuldenaar (in dit geval TVI) een prestatie te vorderen heeft die beantwoordt aan zijn schuld jegens dezelfde wederpartij (TMG).

6.21.

De rechtbank zal een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten toewijzen over het door TVI aan TMG terug te betalen bedrag van € 90.000,-. Aannemelijk is, dat TMG zulke kosten heeft gemaakt, omdat uit het procesdossier duidelijk naar voren komt dat deze complexe procedure een lange aanloop heeft gehad, waarin tussen de advocaten veel is gecorrespondeerd en tussen partijen een poging tot mediation is gedaan.

6.22.

Onder deze omstandigheden kan TMG aanspraak maken op een forfaitair bedrag aan incassokosten en hoeft deze niet exact te specificeren. De rechtbank stelt het bedrag naar redelijkheid en billijkheid vast op € 1.800,-.

Huurovereenkomsten zendmasten

6.23.

TMG vordert op grond van tussen TVI met TMG gesloten huurovereenkomsten huur voor het gebruik van de opstelpunten (zendmasten) te Huissen, Markelo en Zieuwent. Deze vordering heeft dus betrekking op huurovereenkomsten in de zin van artikel 93, aanhef en sub c Rv. Artikel 93 Rv wijst de kantonrechter aan als de bij uitsluiting bevoegde rechter.

6.24.

Om redenen van proces-economie en op grond van de onderlinge samenhang tussen alle in dit geding ingestelde vorderingen en de cumulatieve waarde daarvan zal de rechtbank verwijzing van de huurvordering naar de kantonrechter achterwege laten en deze, mede gelet op de strekking van de artikelen 98 en 15 lid 2 Rv, meervoudig afdoen in een samenstelling, waarvan ook een kantonrechter deel uitmaakt.


6.25. TVI ontkent het bestaan van zulke huurovereenkomsten, en wijst er op dat TMG de opstelpunten niet aan TVI kon verhuren, omdat zij daarvan geen eigenaar is, terwijl evenmin blijkt van (een bevoegdheid tot) onderhuur.

6.26.

Immers, aldus TVI, de zendmast in Huissen is door de Stichting Kabeltelevisie Huissen overgedragen aan TVI, het opstelpunt in Zieuwent was eigendom van KPN en is sinds 31 januari 2012 eigendom van Shere Masten BV, en de mast in Markelo was ook van KPN, dat deze heeft overgedragen aan Mobile Radio Networks Vehicle BV.

6.27.

Tegenover dit verweer heeft TMG haar gepretendeerde rechten op de opstelpunten in Huissen, Markelo en Zieuwent, niet met documenten onderbouwd. De rechtbank acht deze aanspraken ongeloofwaardig. TMG is kennelijk zelf geen eigenaar, en niet blijkt van enigerlei op dit punt rechtens relevante relatie tussen TMG en de eigenaren van de masten.

6.28.

De stelling van TMG dat zij de masten aan TVI verhuurde en/of verhuurt, is bovendien onverenigbaar met de weigering van TMG om (ondanks herhaalde verzoeken en sommaties) TVI tot die opstelpunten feitelijk toegang te geven. Dat is onverenigbaar met de onbeperkte toegankelijkheid tot het gehuurde, waarop een huurder krachtens een huurovereenkomst recht heeft.

6.29.

Dat TMG (later) aan TVI een voorstel heeft gedaan met betrekking tot de toegang tot de zendmasten, maakt dit niet anders, omdat dat voorstel een vorm van toegang onder toezicht behelsde. Uit het voorgaande volgt dat de vordering tot huurbetaling c.a. moet worden afgewezen.

‘Programmaproductie-overeenkomst’, ‘overeenkomst van opdracht’, en
‘Overeenkomst aanvullende bepalingen’


6.30. TMG heeft op grond van de door haar gestelde ‘Programmaproductie-overeenkomst’, ‘overeenkomst van opdracht’, en ‘Overeenkomst aanvullende bepalingen’

een aantal vorderingen ingesteld, zoals hiervoor weergegeven in r.o. 4.20.
6.31. Ook deze vorderingen zijn niet voor toewijzing vatbaar omdat zij, zoals TVI onbetwist ten verwere heeft aangevoerd, berusten op het onjuiste standpunt van TMG, dat TMG aanspraken kan doen gelden op de uitzendvergunning(en) van kavel B-11.

6.32.

Dat is echter niet het geval: zoals hiervoor al is overwogen en beslist, is de overeenkomst tot overdracht door TVI aan TMG van de bij kavel B-11 behorende uitzendvergunning(en) door hen met wederzijds goedvinden ontbonden. De vergunning(en) is/zijn ook niet aan TMG overgedragen, omdat voor levering toestemming van de
Minister van Economische Zaken (via het Agentschap Telecom) nodig zou zijn geweest en die toestemming (onbetwist) niet is verleend.

6.33.

Voor zover de vorderingen betrekking hebben op kavel B-19, zijn zij niet toewijsbaar. TVI heeft onbetwist gesteld dat zij geen houdster (meer) is van een vergunning in die kavel.

6.34.

Ten overvloede overweegt de rechtbank dat de geldvorderingen alleen al hierom niet toewijsbaar zijn, omdat elke onderbouwing van die bedragen ontbreekt.


Proceskosten

6.35.

Uit het voorgaande volgt, dat de door TMG tegen TVI ingestelde vorderingen grotendeels moeten worden afgewezen, en dat geen van de vorderingen tegen Hotradio en De Muziekvrienden toewijsbaar is. TMG c.s. dient daarom als de in overwegende mate in het ongelijk gestelde partij te worden verwezen in de proceskosten zoals hieronder vermeld.

6.36.

De rechtbank zal daarbij de proceskosten aan de zijde van Hotradio naar redelijkheid en billijkheid begroten op nihil, omdat TVI en Hotradio samen door dezelfde advocaat dezelfde proceshandelingen hebben doen verrichten.

7 De beslissing

De rechtbank:

I. Veroordeelt TVI om aan TMG te betalen € 90.000,- exclusief BTW, te vermeerderen met € 1.800,- buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze bedragen van de dag der dagvaarding, 15 februari 2013, tot de dag der voldoening.

II. Veroordeelt TMG in de kosten van deze procedure, tot deze uitspraak begroot:
- aan de zijde van TVI op € 3.715,- voor verschotten (vast recht) en op € 10.320,- voor salaris van hun advocaat (4 punten, Tarief VII),
- aan de zijde van Hotradio op nihil, en
- aan de zijde van De Muziekvrienden op nihil voor verschotten, en op € 9.030,- voor salaris van haar advocaat (3 1/2 punten, Tarief VII).

III. Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

IV. Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mrs. Hangelbroek (tevens kantonrechter),
Van der Veer en Van den Wall Bake, en op 19 november 2014 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.