Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2014:6741

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
18-12-2014
Datum publicatie
18-12-2014
Zaaknummer
08.760151-14 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Overijssel veroordeelt 23-jarige dief en overvaller uit Zwolle tot een celstraf van 36 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar en bijzondere voorwaarden. Twee keer liep hij een woning in en stal twee gitaren en een sleutelbos. Drie keer beroofde hij kwetsbare, oudere dames. Bij twee dames trok hij de halsketting van hun nek. De man moet 1048,80 euro betalen aan schadevergoeding betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 08.760151-14 (P)

Datum vonnis: 18 december 2014

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] [verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1991 in [geboorteplaats],

wonende [woonplaats],

nu verblijvende in de PI te Zwolle.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 4 december 2014. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. M. van Nes en van wat door de verdachte en diens raadsvrouw mr. D. van den Broek, advocaat te Utrecht, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: op 15 augustus 2014 twee gitaren uit de woning van [slachtoffer 1] te Zwolle heeft gestolen of dat sprake is geweest van heling;

feit 2: op 23 augustus 2014 halskettinkjes van de nek van [slachtoffer 2] te Zwolle heeft getrokken en gestolen of dat sprake is geweest van heling;

feit 3: op 26 augustus 2014 een halskettinkje van de nek van [slachtoffer 3] te Zwolle heeft getrokken en gestolen of dat sprake is geweest van heling;

feit 4: op 27 augustus 2014 een gouden ketting van de nek van [slachtoffer 4] te Zwolle heeft getrokken en gestolen;

feit 5: op 27 augustus 2014 een sleutelbos uit de woning van [slachtoffer 5] te Zwolle heeft gestolen of dat sprake is geweest van heling.

Voluit luidt de tenlastelegging -na wijziging tenlastelegging- aan de verdachte, dat:

1.

hij op of omstreeks 15 augustus 2014 in de gemeente Zwolle met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan [adres 1] heeft weggenomen een of meer gita(a)r(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming en/of door middel van een valse sleutel;

althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden

hij op of omstreeks 15 augustus 2014, althans in of omstreeks de periode van 15 augustus 2014 tot en met 16 augustus 2014 in de gemeente Zwolle een of meer gita(a)r(en) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die gita(a)r(en) wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof(fen);

2.

hij op of omstreeks 23 augustus 2014 in de gemeente Zwolle (op/aan de openbare weg, [adres 2]) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een of meer

(gouden) (hals)kettinkje(s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan een (81 jarige) vrouw, genaamd [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte hard/met snelheid en/of onverhoeds op die [slachtoffer 2] toe is komen rennen/lopen en/of (vervolgens) die [slachtoffer 2] bij de keel/hals heeft gepakt/gegrepen en/of (daarbij) die/dat (hals)kettinkje(s) van haar keel/hals heeft gerukt/getrokken;

althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden

hij op of omstreeks 23 augustus 2014, althans in of omstreeks de periode van 23 augustus 2014 tot en met 28 augustus 2014 in de gemeente Zwolle, althans in Nederland, een of meer (gouden) (hals)kettinkje(s) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die/dat (hals)kettinkje(s) wist dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

3.

hij op of omstreeks 26 augustus 2014 in de gemeente Zwolle (op de openbare weg, de Staatsmanlaan) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (een deel van) een (gouden) (hals)kettinkje, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan een (80 jarige) vrouw, genaamd [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte die [slachtoffer 3] onverhoeds/plotseling bij de keel/hals heeft gegrepen/gepakt en/of in de keel/hals heeft geknepen/gekrabt en/of (vervolgens/daarbij) dat (hals)kettinkje (gedeeltelijk) van haar keel/hals heeft gerukt/getrokken;

althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden

hij op of omstreeks 26 augustus 2014, althans in of omstreeks de periode van 26 augustus 2014 tot en met 28 augustus 2014, in de gemeente Zwolle, althans in Nederland, (een deel van) een (gouden) (hals)kettinkje heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dat kettinkje wist dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

4.

hij op of omstreeks 27 augustus 2014 te Zwolle met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een gouden ketting, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte,

- naar de woning - gelegen aan de [adres 3] - van die [slachtoffer 4] is gegaan en/of (vervolgens)

- bij de woning van die [slachtoffer 4] heeft aangeklopt en/of (vervolgens)

- (nadat die [slachtoffer 4] de deur van haar woning had geopend) tegen die [slachtoffer 4] heeft gezegd en/of medegedeeld dat hij verdachte zijn hond kwijt was, in elk geval een gesprek met die [slachtoffer 4] is aangegaan en/of (vervolgens)

- onverhoeds en/of met kracht de ketting van de hals/nek van die [slachtoffer 4] heeft afgerukt en/of afgetrokken;

5.

hij op of omstreeks 27 augustus 2014 te Zwolle met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres 4]) heeft weggenomen een sleutelbos, althans één of meer sleutels, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden

hij op of omstreeks 27 augustus 2014, althans in of omstreeks de periode van 27 augustus 2014 tot en met 28 augustus 2014, in de gemeente Zwolle een sleutelbos heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die sleutelbos wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

3 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt vrijgesproken voor het onder 5 primair tenlastegelegde en voor de feiten 1 primair, 2 primair, 3 primair, 4 en 5 subsidiair wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden met aftrek van het voorarrest. Ook vordert de officier van justitie toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

4 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5 De beoordeling van het bewijs

Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of de tenlastegelegde feiten bewezenverklaard kunnen worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte de feiten heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

5.1

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 1 primair, 2 primair, 3 primair, 4 en 5 subsidiair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. Hij baseert zich daarbij op de verschillende aangiftes, de verklaringen van de getuigen [getuige 1], [getuige 2] en [getuige 3], de telefoongegevens, het proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot de fiets van verdachte en het aantreffen van de sleutelbos bij verdachte thuis.

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het onder 1 primair, 2 primair, 4 en 5 primair ten laste gelegde. Daartoe heeft zij aangevoerd dat bij de feiten 1 en 2 de lengte in het door de getuigen en aangeefster opgegeven signalement een contra-indicatie is voor betrokkenheid van haar cliënt en dat bij feit 2 aangeefster een andere dan de fiets van verdachte heeft beschreven. Sowieso dient vrijspraak te volgen van het tenlastegelegde meervoud kettinkjes, omdat het slechts om één ketting ging. Voor feit 2 subsidiair heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Voor feit 4 heeft de raadsvrouw aangevoerd dat er geen link is tussen de gestolen ketting en haar cliënt. Ten tijde van de beroving was haar cliënt, blijkens de mastgegevens van zijn telefoon, 2,5 kilometer verderop. Daarnaast heeft aangeefster een signalement gegeven van de dader die op het punt van gezichtsbeharing niet overeenkomt met haar cliënt en bij de fotoconfrontatie heeft aangeefster twijfels geuit. De twee getuigen omschrijven een jongen die ze in de gangpoort hebben gezien, maar niet zonder meer kan worden aangenomen dat deze jongen de dief is geweest. Eén getuige geeft bovendien een signalement dat afwijkt van cliënt.

Voor feit 5 heeft de raadsvrouw aangevoerd dat haar cliënt de sleutels een dag voor zijn aanhouding heeft gevonden, waardoor hij geen kans heeft gehad om de sleutels naar het politiebureau te brengen. Het enkele voorhanden hebben van de sleutels is onvoldoende om de conclusie te kunnen trekken dat haar cliënt de sleutels door het plegen van vermogensdelicten heeft verkregen. De raadsvrouw verwijst daarvoor naar de uitspraak van de Hoge Raad met nummer ECLI:NL:HR:2013:BZ665.

Voor de feiten 1 subsidiair en 3 heeft de raadsvrouw gesteld dat zij, net als de officier van justitie, tot de conclusie komt dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden.

5.2

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Ten aanzien van feit 1

Uit de bewijsmiddelen concludeert de rechtbank het volgende.

Op 15 augustus 2014 verliet [slachtoffer 1] zijn woning aan de [adres 1] te Zwolle omstreeks 12.00 uur. Toen hij omstreeks 12.20 uur weer thuis kwam ontdekte hij dat er twee gitaren waren gestolen, één van het type Blade en één van het type Leo Eimers. Op dezelfde dag om 12.51 uur heeft verdachte de gitaar van het type Blade ter belening aangeboden bij [winkel] aan de [adres 5] in Zwolle. Een dag later heeft hij de andere gitaar verkocht aan [winkel].

Verdachte heeft verklaard dat hij de gitaren gevonden had in een park in de wijk Dieze-Oost en dat hij dacht dat hij die dag lopend was. De rechtbank acht die verklaring niet geloofwaardig. Gelet op het zeer korte tijdsverloop tussen diefstal van de gitaren en de belening van de eerste gitaar is de rechtbank van oordeel dat verdachte degene moet zijn geweest die de gitaren gestolen heeft. De rechtbank wordt gesterkt in haar oordeel door het feit dat het volgens Google-maps ongeveer een half uur lopen is van [adres 1] naar de [adres 5].

De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat het onder 1 primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden.

Ten aanzien van feit 2

Uit de bewijsmiddelen concludeert de rechtbank het volgende.

Op zaterdag 23 augustus 2014 stond mevrouw [slachtoffer 2], een 81 jarige dame, na het doen van boodschappen in het winkelcentrum in Zwolle-Zuid, in de toegangshal van haar appartementencomplex aan [adres 2] voor de lift te wachten. Plotseling zag zij een jongen hard op haar af komen lopen die haar met zijn ene arm van achteren om de keel pakte en met zijn andere hand haar twee gouden kettinkjes van haar hals trok. [slachtoffer 2] beschreef de jongen als iemand van tussen de 18 en 20 jaar oud met gemillimeterd donker haar, een normaal postuur en een zwarte jas aan. Ze kon nog net zien dat hij op een fiets weg reed richting de Ministerlaan.

Vanuit het Kruidvat in het winkelcentrum Zwolle-Zuid zijn camerabeelden gemaakt en veiliggesteld. Op de beelden is te zien dat op zaterdag 23 augustus 2014 [slachtoffer 2] om 15.00.25 voor het Kruidvat langs loopt naar de steeg die op de route naar haar woning ligt. Om 15.00.34 loopt zij de steeg in.

Om 15.00.47 loopt een jongeman met zijn fiets aan de hand voor het Kruidvat langs in de richting van de steeg waar [slachtoffer 2] in ging. Om 15.00.56 loopt hij die steeg in. De fiets die de man bij zich heeft betreft een donkere zogenaamde opoefiets met op de bagagedrager een zwart met grijs kinderzitje.

Verdachte heeft ter terechtzitting van 4 december 2014 over die beelden verklaard zichzelf te herkennen.

Van I-Watch zijn beelden opgevraagd en veiliggesteld van de camera die zij op [adres 2] te Zwolle hebben geplaatst. Op de beelden is te zien dat op zaterdag 23 augustus 2014 omstreeks 15.04.24 een persoon in het donker gekleed fietst over [adres 2] in de richting van de Ministerlaan.

Verdachte heeft zich bij de politie veelal beroepen op zijn zwijgrecht. Eerst ter terechtzitting van 4 december 2014 heeft hij verklaard dat hij op 23 augustus 2014 samen met iemand anders, wiens naam hij niet wil noemen, in het winkelcentrum in Zwolle-Zuid was. Die ander zou hebben gezegd dat hij geld wilde maken. Verdachte heeft verklaard dat diegene de ketting van [slachtoffer 2] gestolen moet hebben. Hij heeft die ander even later ook bij het winkelcentrum getroffen en de gouden kettingen gekregen om ze te verkopen. Verdachte heeft de gouden kettingen vervolgens verkocht aan [getuige 2] en hij heeft de buit met de ander verdeeld.

De rechtbank constateert dat nergens uit het dossier blijkt van een tweede verdachte. Op de camerabeelden van het Kruidvat is slechts verdachte te zien die een paar seconden na [slachtoffer 2] in beeld komt en dezelfde route als [slachtoffer 2] aflegt. Nu verdachte pas ter terechtzitting met een alternatief scenario komt waarvoor geen objectieve aanknopingspunten in het dossier te vinden zijn en zijn verklaring bovendien niet te verifiëren is nu verdachte de naam van de persoon die hij in het winkelcentrum zou zijn tegengekomen niet wil noemen, zal de rechtbank het scenario als onaannemelijk terzijde schuiven.

Verbalisant [verbalisant] heeft op ambtsbelofte verklaard dat de hem bekende [getuige 2] met twee goudkleurige kettingen op 27 augustus 2014 naar het politiebureau is gekomen. [getuige 2] vertelde verbalisant dat hij de kettingen op vrijdag 22 of zaterdag 23 augustus 2014 in onderpand heeft gekregen van [verdachte].

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het onder 2 primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden.

Ten aanzien van feit 3 primair

Net als de officier van justitie en de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte het onder 3 primair tenlastegelegde heeft begaan, omdat sprake is van een bekennende verdachte in de zin van artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank zal daarom in de bijlage van dit vonnis volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die tot de bewezenverklaring hebben geleid.

Ten aanzien van feit 4

Uit de bewijsmiddelen concludeert de rechtbank het volgende.

Op woensdag 27 augustus 2014 zat mevrouw [slachtoffer 4] om ongeveer 14.30 uur, nadat ze boodschappen had gedaan met haar rollator, in haar woning aan de [adres 3] te Zwolle, toen ze een jongen haar tuin binnen zag lopen. Deze jongen klopte op het raam van de achterdeur en vertelde [slachtoffer 4] toen ze in de deuropening was komen staan een verhaal over zijn hond die hij kwijt was. Vervolgens greep de jongen naar haar gouden halsketting en trok die met kracht van haar nek af waardoor de ketting brak. [slachtoffer 4] omschrijft de jongen als een blanke jongen van ongeveer 20 jaar oud, geen bril, snor, baard of andere kenmerken in het gezicht, kort donkerblond haar, geen stekels maar een gedekte lengte en ongeveer l.75m lang. De jongen droeg een donkerblauwe korte jas met lange mouw, een blauwe spijkerbroek en gympen.

De overbuurman [getuige 4] heeft als getuige verklaard dat hij op woensdag 27 augustus 2014 omstreeks 14.30 uur een jongen in de gangpoort tussen [adres 3] [nummer 1] en [nummer 2] zag staan. Hij zag ook een fiets in de gangpoort staan en hij zag dat de jongen met de fiets aan de hand wegliep. [getuige 4] omschrijft de fiets als een zwarte omafiets met achterop een zwart kinderzitje uit één stuk. De jongen omschrijft hij als een blanke jongen van begin twintig jaar oud, tussen de 1.70 en 1.80 meter lang, met een opvallend kapsel; bovenop was het haar langer en aan de zijkant korter, bijna gemillimeterd. Zijn haar was donker van kleur. De jongen droeg een blauwgrijze fleecejas.

[slachtoffer 4] heeft meegewerkt aan een Foslo-confrontatie. De getuigenbegeleider heeft verklaard dat [slachtoffer 4] bij het zien van de acht foto’s op het fototoonbord vrijwel gelijk zei dat de dader op nummer 3 lijkt. Na afloop van de confrontatie kreeg de getuigenbegeleider te horen dat de foto van verdachte in de selectie plaats 3 had gekregen.

Dat [slachtoffer 4] verder heeft verklaard niet honderd procent zeker te zijn doet naar het oordeel van de rechtbank niet af aan de resoluutheid van haar eerste indruk. De rechtbank gaat er dan ook van uit dat [slachtoffer 4] verdachte heeft herkend. Daarnaast constateert de rechtbank dat verdachte globaal past bij het door [getuige 4] gegeven signalement van de jongen en zijn fiets.

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat haar cliënt niet binnen het signalement van de dader past omdat hij gezichtsbeharing zou hebben gehad. Het is echter zeer wel mogelijk dat [slachtoffer 4] de minimale beharing op het gezicht van verdachte, zoals te zien op de foto van verdachte op pagina 15 en 212 van het dossier, heeft gemist. Een en ander doet naar het oordeel van de rechtbank niet af aan de betrouwbaarheid van de herkenning door [slachtoffer 4].

De rechtbank volgt de raadsvrouw niet in haar verweer dat verdachte zich, blijkens mastgegevens van de telefoon van verdachte, ten tijde van de beroving 2,5 kilometer verderop bevond. Uit de mastgegevens van de telefoon van verdachte blijkt namelijk slechts dat de telefoon van verdachte op 27 augustus 2014 om 15.06.00 uur de KPN-mast aan de Burgemeester Roelenweg te Zwolle heeft aangestraald. Naar het oordeel van de rechtbank laat dit de mogelijkheid open dat verdachte omstreeks 14.30 uur [slachtoffer 4] heeft beroofd van haar halsketting aan de [adres 3].

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het onder 4 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden.

Ten aanzien van feit 5

Uit de bewijsmiddelen concludeert de rechtbank het volgende.

Op woensdag 27 augustus 2014 omstreeks 12.45 uur werd [slachtoffer 5] aangesproken door haar overbuurvrouw. [slachtoffer 5] had net daarvoor buiten de ramen gezeemd en was even naar binnen gelopen om de was op te hangen en had daarbij de voordeur open laten staan. De overbuurvrouw vertelde haar dat een man haar woning was binnen gelopen die in de hal in jassen en tassen had gezocht. Vier dagen later kwam [slachtoffer 5] tot de ontdekking dat ze een sleutelbos miste met daaraan twee sleutels en een zwart lederen sleutelhanger met gouden of zilveren opdruk.

De overbuurvrouw, [getuige 3], heeft als getuige verklaard dat zij op woensdag 27 augustus 2014 een jongen op een donkere damesfiets met achterop een redelijk groot zwart kinderzitje door de straat zag fietsen. Ze zag dat hij de fiets verderop tegen een boom zette en de open voordeur van [adres 4] binnenstapte. Ze zag dat hij in de hal tussen allerlei goederen aan het zoeken was. Kort hierna zag ze dat de jongen weer naar buiten liep, de capuchon van zijn jas over zijn hoofd trok en terug liep naar zijn fiets. Hij fietste vervolgens weg in de richting van het winkelcentrum aan de Dobbe.

De getuige omschrijft de jongen als volgt: 1.75-1.80 meter lang, 20 tot 25 jaar oud, slank postuur met donker haar, aan de zijkant opgeschoren. Hij droeg een donkere gewatteerde winterjas met capuchon en een donkere, vermoedelijk zwarte, spijkerbroek.

Verdachte past binnen het door [getuige 3] opgegeven signalement van de jongen en zijn fiets.

Tijdens de doorzoeking van [woonplaats], de woning van [vriendin verdachte] zijnde de vriendin van verdachte en waar verdachte ook regelmatig verblijft, is op 2 september 2014 in de keukenlade een sleutelbos aangetroffen met daaraan twee sleutels en een zwart lederen label. [slachtoffer 5] heeft bevestigd dat dit haar sleutelbos betrof.

Getuige [vriendin verdachte], de vriendin van verdachte, heeft verklaard dat verdachte een zwarte opoefiets met achterop een zwart met grijs kinderzitje uit één stuk gebruikt en dat hij de enige is die daar op rijdt.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij de sleutelbos in de keukenlade heeft gelegd.

De rechtbank is op grond van het voorgaande, met name gelet op het korte tijdsbestek tussen de diefstal van de sleutelbos en het aantreffen ervan en gelet op het door [getuige 3] gegeven signalement van de dader en zijn fiets dat overeenkomst met verdachte en zijn fiets, van oordeel dat verdachte degene moet zijn geweest die bij [slachtoffer 5] naar binnen is gelopen en de sleutelbos heeft weggenomen. Verdachtes verklaring dat hij de sleutelbos ergens heeft gevonden en vervolgens in de keukenlade heeft gelegd en er nog niet aan toe was gekomen om ze naar het politiebureau te brengen acht de rechtbank, gelet op de bewijsmiddelen, onvoldoende aannemelijk. De rechtbank betrekt bij haar oordeel dat verdachte dit pas ter terechtzitting naar voren heeft gebracht en desgevraagd weinig concreet en specifiek heeft kunnen verklaren omtrent het moment, plaats en de wijze van aantreffen van de sleutels en evenmin weinig redengevend heeft verklaard omtrent de reden waarom hij de sleutels niet (meteen) als gevonden voorwerp bij de politie of gemeente heeft gemeld.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat het onder 5 primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden.

5.3

De conclusie

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het onder 1 primair, 2 primair, 3 primair, 4 en 5 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1. primair.

hij op 15 augustus 2014 in de gemeente Zwolle met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning aan [adres 1] heeft weggenomen 2 gitaren, toebehorende aan [slachtoffer 1];

2 primair.

hij op 23 augustus 2014 in de gemeente Zwolle met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 2 gouden halskettinkjes, toebehorende aan een (81 jarige) vrouw, genaamd [slachtoffer 2],

welke diefstal werd vergezeld van geweld tegen die [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken,

welk geweld hierin bestond dat verdachte hard en onverhoeds op die [slachtoffer 2] toe is komen lopen en vervolgens die [slachtoffer 2] bij de keel heeft gepakt en daarbij die halskettinkjes van haar hals heeft getrokken;

3 primair.

hij op 26 augustus 2014 in de gemeente Zwolle met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een deel van een gouden halskettinkje, toebehorende aan een (80 jarige) vrouw, genaamd [slachtoffer 3],

welke diefstal werd vergezeld van geweld tegen die [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken

welk geweld hierin bestond dat verdachte die [slachtoffer 3] onverhoeds bij de hals heeft gepakt en in de hals heeft gekrabd en daarbij dat halskettinkje gedeeltelijk van haar hals heeft getrokken;

4.

hij op 27 augustus 2014 te Zwolle met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een gouden ketting, toebehorende aan [slachtoffer 4], welke diefstal werd vergezeld van geweld tegen die [slachtoffer 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welk geweld hierin bestond dat hij, verdachte,

- naar de woning - gelegen aan de [adres 3] - van die [slachtoffer 4] is gegaan en vervolgens

- bij de woning van die [slachtoffer 4] heeft aangeklopt en vervolgens

- tegen die [slachtoffer 4] heeft gezegd dat hij verdachte zijn hond kwijt was en vervolgens

- onverhoeds en met kracht de ketting van de nek van die [slachtoffer 4] heeft afgetrokken;

5 primair.

hij op 27 augustus 2014 te Zwolle met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning (gelegen aan de [adres 4]) heeft weggenomen een sleutelbos, toebehorende aan [slachtoffer 5].

De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder 1 primair, 2 primair, 3 primair, 4 en 5 primair meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1 primair en 5 primair

telkens het misdrijf:

diefstal;

feit 2 primair, 3 primair en 4

telkens het misdrijf:

diefstal, vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken.

7 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

8 De op te leggen straf of maatregel en de gronden daarvoor

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de straf de geldende oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) als uitgangspunt genomen. Het LOVS geeft als oriëntatiepunt voor straftoemeting ten aanzien van een straatroof met licht geweld een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden en voor een insluiping in een woning een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank verder rekening gehouden met het uittreksel justitiële documentatie d.d. 5 november 2014, waaruit blijkt dat verdachte vaker is veroordeeld voor diefstallen.

Verdachte heeft, binnen een tijdsbestek van 12 dagen, in de zomermaand augustus 2014, vijf vermogensdelicten gepleegd. Twee maal is hij een woning binnengelopen en heeft bij die gelegenheden gitaren en een sleutelbos weggenomen. Drie maal heeft hij kwetsbare vrouwen, namelijk twee dames van 80 en 81 jaar en een dame met een rollator met geweld hun halsketting(en) van hun nek afgetrokken. In twee gevallen heeft verdachte deze latere slachtoffers daarvoor achtervolgd naar hun huis. Met name de berovingen van kwetsbare vrouwen acht de rechtbank zeer kwalijke feiten. Dat verdachte op een dergelijke wijze misbruik heeft gemaakt van hun kwetsbaarheid en daarbij bovendien sieraden met een emotionele waarde van hun hals heeft getrokken, rekent de rechtbank verdachte zeer zwaar aan. Ook zal de rechtbank de plek waar de beroving heeft plaatsgevonden, namelijk in de nabijheid van hun woning waar zij zich veilig zouden moeten kunnen voelen, als strafvermeerderende factor betrekken bij de strafoplegging.

In het kader van deze strafzaak is een psychologische rapportage door klinisch (neuro)psycholoog L.E.E. Ligthart uitgebracht over de persoon van verdachte. Uit de rapportage blijkt dat er bij verdachte sprake is van een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens in de vorm van zwakbegaafdheid en afhankelijkheid van diverse middelen. Omdat verdachte ten tijde van het onderzoek een ontkennende houding aannam heeft de psycholoog geen advies kunnen geven over een behandelingsmogelijkheid.

Y. Slot van Tactus verslavingszorg heeft op 9 oktober 2014 en op 3 december 2014 een reclasseringsadvies uitgebracht over de persoon van verdachte. In die adviezen wordt beschreven dat verdachte op meerdere leefgebieden problemen heeft, waaronder op het gebied van financiën, huisvesting en het gebruik van drugs. De reclassering schat het recidiverisico als hoog in, net als het risico op het onttrekken aan voorwaarden. De reclassering adviseert aan verdachte de volgende bijzondere voorwaarden op te leggen: meldplicht en ambulante (woon)begeleiding en -behandeling.

Gelet op de nog jonge leeftijd van verdachte en zijn verklaring ter terechtzitting dat hij open staat voor begeleiding en behandeling omdat hij verder wil met zijn toekomst, zal de rechtbank verdachte die kans nog gunnen en een gedeeltelijk voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen met daaraan gekoppeld de voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering.

9 De schade van benadeelden

9.1

De vorderingen van de benadeelde partijen

[slachtoffer 1], wonende te Zwolle, heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal
€ 378,80, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit de volgende posten:

  • -

    vervangen van sloten à € 78,80;

  • -

    immateriële schade à € 300,-.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in zijn vordering ontvankelijk en is de vordering gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit 1 primair rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De opgevoerde schadeposten zijn onvoldoende betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 378,80, inclusief de van rechtswege verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

[slachtoffer 2], wonende te Zwolle, heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 650,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit de volgende posten:

  • -

    reparatie kettingen à € 350,-;

  • -

    immateriële schade van € 300,-.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit 2 primair rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. Verdachte heeft ter terechtzitting aangegeven bereid te zijn het gevorderde bedrag te betalen. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 650,-, inclusief de van rechtswege verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

[slachtoffer 3], wonende te Zwolle, heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 20,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit de volgende post:

- reparatie ketting à € 20,-.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit 3 primair rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. Verdachte heeft ter terechtzitting aangegeven bereid te zijn het gevorderde bedrag te betalen. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 20,-, inclusief de van rechtswege verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

9.2

De schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal bij de toegewezen vorderingen de maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen, aangezien de verdachte jegens de slachtoffers naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de feiten 1 primair, 2 primair en 3 primair zijn toegebracht.

10 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 27 en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

11 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

  • -

    verklaart bewezen, dat verdachte het onder 1 primair, 2 primair, 3 primair, 4 en 5 primair tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 primair, 2 primair, 3 primair, 4 en 5 primair meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

    feit 1 primair en 5 primair
    telkens het misdrijf:

diefstal

feit 2 primair, 3 primair en 4

telkens het misdrijf:

diefstal, vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken;

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1 primair, 2 primair, 3 primair, 4 en 5 primair bewezenverklaarde;

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 36 (zesendertig) maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren;

  • -

    bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:
    - omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;
    - omdat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of omdat de veroordeelde geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden;

- omdat de veroordeelde geen medewerking aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, Sr heeft verleend, medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- omdat de veroordeelde tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd. Als bijzondere voorwaarden worden gesteld dat:

  • -

    de veroordeelde zich op uitnodiging van de reclassering aldaar moet melden en zich daarna moet melden zo frequent en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht;

  • -

    de veroordeelde zich onder behandeling zal stellen van de forensische verslavingspolikliniek JusTact van GGZ Tactus Verslavingszorg of soortgelijke instelling, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij de verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven, ook als dit inhoudt een klinische opname voor de duur van maximaal zeven weken ten behoeve van crisis, detoxificatie, stabilisatie, observatie en/of diagnostiek, als de reclassering dit noodzakelijk acht, teneinde zich te laten behandelen voor zijn drugsgebruik;

  • -

    de veroordeelde zich zal conformeren aan (woon)begeleiding door Creating Balance te Zwolle of soortgelijke instelling, en hij zich zal houden aan het (dag-) programma dat deze instelling in overleg met de reclassering heeft opgesteld, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

  • -

    geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

schadevergoeding

  • -

    veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van een bedrag van € 378,80 (zegge: driehonderdachtenzeventig euro en tachtig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 augustus 2014;

  • -

    veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 1 primair tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 378, 80, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 augustus 2014, ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 7 dagen zal worden toegepast;

  • -

    bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

  • -

    veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van een bedrag van € 650,- (zegge: zeshonderdvijftig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 augustus 2014;

  • -

    veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 2 primair tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 650,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 augustus 2014, ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 13 dagen zal worden toegepast;

  • -

    bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

  • -

    veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] van een bedrag van € 20,- (zegge: twintig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 augustus 2014;

  • -

    veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 3 primair tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 20,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 augustus 2014, ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 1 dag zal worden toegepast;

  • -

    bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. S. Taalman, voorzitter, mr. F.E.J. Goffin en mr. R.A.M. Elbers, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.E. Blauw, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 18 december 2014.

Mr. Taalman, mr. Elbers en de griffier zijn niet in staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie IJsselland, Team Zwolle-Noord, met registratienummer PL0400-2014092538. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

Ten aanzien van de feiten 1 primair, 2 primair, 4 en 5 primair.

De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 4 december 2014 onder meer inhoudende:

(…) Ik heb op 15 augustus 2014 een gitaar ingeleverd bij [winkel] in Zwolle (…) Volgens mij was ik lopend die dag. (…) Op 23 augustus 2014 was ik in het winkelcentrum in Zwolle-Zuid (…) We liepen waarschijnlijk achter die mevrouw [slachtoffer 2] (…) Ik herken mezelf met de fiets op de beelden. (…) Ik heb de twee gouden kettingen bij [getuige 2] verkocht. (…) Ik heb de sleutelbos in de keukenla gelegd. (…)

De aangifte van [slachtoffer 1] d.d. 15 augustus 2014 (pag. 222 en 224, inclusief bijlage weggenomen goederen) waarbij hij onder meer het volgende heeft verklaard:

(…) Adres : [adres 1] Postcode plaats : [adres 1] (…) Vanmiddag, 15 augustus 2014 omstreeks 12.00 uur ben ik van huis gegaan (…) Ongeveer 20 minuten later om 12.20 uur ben ik weer thuisgekomen. (…) Ik zag dat er twee gitaren weg waren. (…) Een van de gitaren in een koffer en de andere in een zwarte hoes. (…)

Bijlage goederen

Goednummer : PL04ZO-2014068705-362674

Categorie omschrijving : Muziekinstrument

Object : Snaar (Gitaar)

Merk/type : Blade

Kleur : Oranje (…)

Bijzonderheden : Electrische jazz bas gitaar 5 snarig in zwarte hoes (oud) (…)

Goednummer : PL04ZO-20l4068705-362675

Categorie omschrijving : Muziekinstrument

Object : Snaar (Gitaar)

Merk/type : Overige Leo Eimers

Kleur : Beige (…)

Bijzonderheden : Handgemaakt leo eimers type nymphias (blank hout) (…)

Het proces-verbaal verhoor getuige d.d. 18 augustus 2014 (pag. 235 en 236) waarbij [naam 1], onder meer het volgende heeft verklaard:

(…) Ik ben filiaalmanager bij [winkel] gevestigd aan de [adres 5] te Zwolle. [winkel] betreft een pandjeshuis alwaar goederen ingekocht of beleend worden. Op zaterdag 16 augustus 2014 is er een gitaar ingekocht bij mijn collega [naam 2]. Deze gitaar van het merk Leo Eimers model Nympheas is houtkleurig en zat in een zwarte harde koffer. Bij deze inkoop is 125,- euro betaald voor deze gitaar. De verkoper heeft zich voor de verkoop geïdentificeerd met zijn legitimatie als zijnde:

[verdachte]

wonend aan de [adres 6]

[adres 6]

geboren op [geboortedatum]-1991 (…)

Op vrijdag 15 augustus 2014 was ik werkzaam in de zaak. Deze zelfde man meldde zich toen ook met een gitaar. (…) De gitaar die hij uitleende was een 5 snaren basgitaar, merk Levison Blade, kleur oranje. (…)

Het (nagezonden) proces-verbaal d.d. 24 november 2014 (blz. 1 en 2) waarin [verbalisant], inspecteur, het volgende heeft gerelateerd:

(…) onderwerp: inbraak woning [adres 1] in Zwolle

verdachte(n) : [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1991 (…)

Op maandag 18 augustus 2014 werd door collega’s een onderzoek ingesteld bij [winkel] aan de [adres 5] in Zwolle. De collega’s spraken in die winkel de filiaalmanager en na onderzoek bleek dat de twee gitaren die bij de genoemde woninginbraak waren weggenomen, ‘ingeleverd’ waren bij [winkel] door [verdachte] (…). Ik verbalisant heb contact gehad met de filiaalmanager en hij gaf mij aan dat genoemde [verdachte] een gitaar op 15 augustus 2014, omstreeks 12.50 uur had ingeleverd. Later verstrekte de filiaalmanager mij een afschrift van deze ‘inlevering’ door [verdachte]. (…)

Factuurgegevens

Type Terugkoop

Datum 15 augustus 2014 12:51 (…)

Factuurregels

Productnaam

Levinson Blade Limited 5 snarige Basgitaar incl. tas (…)

De aangifte van [slachtoffer 2] d.d. 24 augustus 2014 (pag. 101, 102, 104, 106 tot en met 111, inclusief fotobladen) waarbij zij onder meer het volgende heeft verklaard:

(…) Op 23 augustus 2014 omstreeks 14.30 uur, vertrok ik lopend vanuit mijn woning, gelegen aan [adres 2] te Zwolle, naar het winkelcentrum Zwolle-Zuid aan de van der Capellenstraat om boodschappen te doen. (…) Vanaf mijn woning stak ik de Patriottenlaan over en liep ik via een steegje de winkelstraat in. Aan dit steegje bevindt zich ondermeer een filiaal van de Blokker. Ik heb vervolgens bij de Albert Heijn boodschappen gedaan. Toen ik daar klaar was heb ik nog wat boodschappen gehaald bij de groentenboer tegenover de Albert Heijn. Daarna ben ik via dezelfde route als de heenweg teruggelopen naar mijn woning. De boodschappen had ik in een karretje gedaan (bijlage: 2) Toen ik bij de centrale toegangsdeur van het appartementencomplex stond opende ik de deur met een sleutel (bijlage: 5). Hierna liep ik naar binnen in de richting van de lift die zich verderop in de hal bevindt (bijlage 4). Toen ik voor de lift stond te wachten zag ik iemand hard op mij af komen lopen. Deze persoon stond achter mij en greep mij met zijn linkerarm om mijn keel. Gelijktijdig voelde ik dat hij met zijn rechterarm mijn twee kettingen van mijn hals rukte. Als gevolg hiervan viel ik op de grond en zag ik dat de dader er hardlopend vandoor ging. Ik schreeuwde hem nog na: “Oh, dat is van mijn man!” De kettinkjes die hij van mijn hals rukte betroffen een heel dun gouden kettinkje met daarin een hangertje in de vorm van een bloemkopje waarin zich as van mijn overleden man bevond. Het andere kettinkje betrof een ketting met schakeltjes van ongeveer een halve centimeter van deels wit- en deels geel goud. Op uw verzoek zal ik nagaan of er foto’s zijn waarop deze sieraden te zien zijn en zal u die ten behoeve van het onderzoek ter beschikking stellen. Toen ik weer overeind was gekomen kon ik nog net via de ramen van de centrale toegangshal zien dat de dader op een fiets voorbij reed in de richting van de Ministerlaan (bijlage 6). (…) Ondanks dat het allemaal heel snel ging kan ik u het volgende signalement van de dader opgeven;

- Hij was licht getint, mogelijk Marokkaans of Turks maar het zou ook heel goed een blank iemand kunnen zijn met een wat donkere huidskleur.

- Zijn leeftijd was naar mijn idee tussen de 18 en 20 jaar maar ik kan niet goed onderbouwen waarom ik dat denk. (…)

- Hij had een normaal postuur.

- Zijn haar was kort, ik denk zelfs gemillimeterd.

- De haarkleur was donker, bijna zwart.

- Hij droeg een zwarte jas die niet lang was. Voor mijn gevoel was hij volledig in het zwart gekleed. (…)

Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 augustus 2014 (pag. 114 tot en met 118, inclusief fotobladen) waarin [verbalisant], brigadier, onder meer het volgende heeft geverbaliseerd:

(…) Op woensdag 27 augustus 2014 omstreeks 19.00 uur werd ik gebeld door de dienstdoende wachtcommandant van het hoofdbureau in Zwolle, brigadier van politie [verbalisant]. Hij vertelde mij dat de hem bekende [getuige 2] aan het bureau was verschenen. (…) Toen ik met [getuige 2] in een kamer van het bureau zat zag ik dat hij (…) twee goudkleurige kettingen uit de portemonnee haalde en die aan mij gaf. Ik zag dat één van de kettingen nog intact was en dat de andere ogenschijnlijk kapot was. De ketting die nog intact was herkende ik meteen als een soortgelijke ketting die was weggenomen bij een beroving van een bejaarde vrouw aan [adres 2] te Zwolle op zaterdag 23 augustus 2014. (…) Ik vroeg [getuige 2] hoe hij aan de kettingen was gekomen. Hij vertelde mij dat bij de ketting die nog intact was op vrijdag 22 of zaterdag 23 augustus 2014 had gekregen. Van de andere ketting meende hij zich te herinneren dat hij die op maandag 24 augustus 2014 had gekregen. Met de aanbieder had hij afgesproken dat hij beide kettingen in onderpand zou nemen totdat die weer geld had gebeurd om ze terug te kunnen kopen. (…) [getuige 2] verklaarde dat de persoon die hem de kettingen had gegeven familie was van zijn vrouw en noemde de naam van de mij ambtshalve bekende [verdachte]. (…) Ter verificatie van de persoon die [getuige 2] noemde, toonde ik hem een politiefoto van [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1991. [getuige 2] verklaarde dat dit de persoon was die hem de kettingen had aangeboden. (…)

Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 september 2014 (pag. 126 tot en met 134) waarin [verbalisant], brigadier, onder meer het volgende heeft geverbaliseerd:

(…) Beelden Kruidvat

Door mij verbalisant [verbalisant] zijn de beelden uitgekeken van het Kruidvat gelegen aan de van der Capellenstraat 244 te Zwolle. De beelden werden veiliggesteld over de periode 23 augustus 2014 van 13.30 uur tot 15.30 uur.

Het volgende werd waargenomen:

Op zaterdag 23 augustus 2014 loopt het slachtoffer om 15.00.25 uur voor het Kruidvat langs in de richting van de steeg die op de route naar haar woning ligt (zie foto 1). Omstreeks 15.00.34 uur loopt zij de steeg in (zie foto 2). Om 15.00.47 komt de verdachte in beeld voor het Kruidvat langs. Hij loopt in de richting van de steeg (zie foto 4 en foto 5). Verdachte loopt met zijn fiets aan de hand. Om 15.00.56 uur loopt verdachte de steeg waar zojuist ook het slachtoffer in is gelopen (zie foto 6).

Signalement verdachte

De verdachte die te zien is op de beelden is gekleed in een donkere jas met capuchon en daaronder een donkere broek. De capuchon draagt hij over zijn hoofd. (…)

Ik verbalisant zag dat de verdachte grotendeels voldeed aan het opgegeven signalement van het slachtoffer van de beroving.

Omschrijving fiets

De fiets welke de verdachte bij zich heeft betreft een donkere ‘opoefiets’. Op de bagagedrager zit een zwart met grijs kinderzitje.

Op donderdag 28 augustus 2014 heeft verbalisant [verbalisant] achter de woning (in de steeg) van de vriendin van verdachte [verdachte] wonende aan de [woonplaats] een foto gemaakt van een zwarte ‘opoefiets’ met op de bagagedrager een zwart met grijs kinderzitje (zie foto 7). Deze fiets komt overeen met de fiets waarop verdachte te zien is op de beelden van het Kruidvat d.d. zaterdag 23 januari 2014.

Bijlagen

Foto 1 - 15.00.25 - Slachtoffer passeert het Kruidvat en loopt richting de steeg

Foto 2 - 15.00.34 - Slachtoffer loopt de steeg in

Foto 3 - 15.00.47 - Verdachte loopt met zijn fiets aan de hand en passeert het Kruidvat (1)

Foto 4 - 15.00.48 - Verdachte loopt met zijn fiets aan de hand en passeert het Kruidvat (2)

Foto 5 - 15.00.51 - Verdachte loopt met zijn fiets aan de hand en passeert het Kruidvat (3)

Foto 6 - 15.00.56 - Verdachte loopt met zijn fiets aan de hand de steeg in

Foto 7 - Foto van de aangetroffen fiets vastgelegd door verbalisant [verbalisant] (…)

Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 september 2014 (pag. 135 en 137) waarin [verbalisant], brigadier, onder meer het volgende heeft geverbaliseerd:

(…) Opvragen beeldmateriaal

Op basis van de aangifte van het slachtoffer werden de beelden opgevraagd van I-Watch die op [adres 2] te Zwolle een camera geplaatst hebben in verband met overlast van jeugd. (…)

Beelden [adres 2]

Door mij verbalisant [verbalisant] zijn de beelden uitgekeken van [adres 2] te Zwolle. De beelden werden veiliggesteld over de periode 23 augustus 2014 van 12.00 uur tot 15.10 uur.

Het volgende werd waargenomen:

Op zaterdag 23 augustus 2014 omstreeks 15.04.24 uur is op [adres 2] te zien dat een persoon in het donker gekleed fiets over [adres 2] in de richting van de Ministerlaan (zie foto). Op de Ministerlaan is deze persoon rechtsaf geslagen.

Opmerking verbalisant

Om 15.00 uur is de verdachte nog te zien op de beelden van het Kruidvat gelegen aan de van der Capellenstraat te Zwolle. De woning van het slachtoffer is op een steenworpafstand gelegen van het winkelcentrum. Het slachtoffer is beroofd op het moment dat zij stond te wachten op de lift bij haar appartement. Na de beroving ziet zij de dader wegfietsen in de richting van de Ministerlaan.

Bijlage

Foto 1 - 15.04.24 - Persoon in het donker gekleed fiets op [adres 2] richting de Ministerlaan. (…)

De aangifte van [slachtoffer 4] d.d. 27 augustus 2014 (pag. 196, 197, 199 en 202, inclusief bijlage goederen en fotoblad) waarbij zij onder meer het volgende heeft verklaard:

(…) Ik woon aan de [adres 3] te Zwolle. (…) Voor de lange stukken gebruik

ik altijd een rollator omdat ik het anders niet volhoud. Op woensdag 27 augustus 2014, omstreeks 14:00 uur, heb ik mijn woning verlaten om boodschappen te doen. Ik doe mijn boodschappen altijd bij de supermarkt genaamd “Jumbo”, gelegen aan de Assendorperstraat te Zwolle. (…) Ik ben vervolgens naar huis gelopen. Ik ben weer via dezelfde route gelopen als dat ik heen ging. Dit is dan de route Assendorperdijk, Sallandstraat, Molenweg, Papaverstraat en dan de [adres 3]. (…) Ik geloof dat het toen zo rond 14:30 uur was. Ik heb mijn boodschappen opgeruimd en ben aan de eettafel gaan zitten. (…) Toen ik keek zag ik een jongen in mijn tuin lopen. De jongen klopte op het raam van de achterdeur en riep daarbij: “Hallo, Hallo”. Ik stond op en liep naar de achterdeur toe welke open stond. (…) Ineens begon de jongen een heel raar verhaal over zijn hond die hij kwijt was. (…) De jongen stond toen vlak voor mij. Vervolgens greep de jongen naar mijn gouden ketting die ik om mijn nek droeg. Hij trok de ketting met kracht van mijn nek af. De ketting brak hierdoor. (…) Ik kan het volgende signalement geven van de jongen die mijn ketting gestolen heeft:

- blanke jongen van ongeveer 20 jaar oud

- schooiertype

- geen bril / snor / baard of andere kenmerken in het gezicht

- kort donkerblond haar, geen stekels maar een gedekte lengte

- ongeveer l.75m lang

- donkerblauwe korte jas/jack met lange mouw (weet niet wat voor stof)

- blauwe spijkerbroek

- gympen (…)

Het proces-verbaal verhoor getuige d.d. 3 september 2014 (pag. 206 tot en met 208, inclusief fotoblad) waarbij [getuige 4], onder meer het volgende heeft verklaard:

(…) Op woensdag, 27 augustus 2014, werd mijn buurvrouw beroofd. Ik woon tegenover het slachtoffer van de beroving. Ik zag diezelfde dag, omstreeks 14:30 uur, een jongen in de gangpoort staan naast de woning van het slachtoffer. Met deze gangpoort bedoel ik de gangpoort tussen de [adres 3] en de [nummer 2]. (…) Ik zag ook een fiets in de gangsteeg staan. (…) Hierop zag ik de jongen met de fiets aan de hand weglopen in de richting van de Asterstraat. (…) De fiets die in de gangsteeg stond was een soort omafiets, ik zag dat de fiets zwart was. Achterop de fiets zat een kinderzitje. Dit kinderzitje was ook zwart van kleur. Achterop dit kinderzitje zat iets roods bevestigd. (…) Dit kinderzitje bestond uit één stuk, dus alle onderdelen bestonden uit één stuk. Ik vond het een Halfords kinderzitje, via internet heb ik een soortgelijke kinderzitje gevonden. Deze afbeelding zal ik u e-mailen.

De afbeelding van dit kinderzitje werd als bijlage aan dit proces-verbaal toegevoegd.

Signalement dader

De jongen die ik in de gangsteeg zag had het volgende signalement:

- Het was een blanke jongen van begin twintig jaar oud;

- Hij was tussen de 1.70 en 1.80 meter lang;

- Hij droeg zijn haar in een opvallend kapsel: bovenop langer en aan de zijkant korter, bijna gemillimeterd, zijn haar was donker van kleur;

- Hij droeg een blauwgrijze fleecejas (…)

Het proces-verbaal [verbalisant] selectie bij simultane fotobewijsconfrontatie d.d. 4 september 2014 (pag. 213 tot en met 215) waarin [verbalisant], administratief rechercheur, onder meer het volgende heeft geverbaliseerd:

(…) Op donderdag 4 september 2014, omstreeks 13:40 uur, confronteerde ik als getuigenbegeleider op verzoek van de confrontatieleider [verbalisant], op het adres [adres 3] te Zwolle, de aangever,

Voornamen : [slachtoffer 4]

Voorvoegsel : [slachtoffer 4]

Achternaam : [slachtoffer 4] (…)

met een fotoselectie van 8 personen.

De selectie was gewaarmerkt als “Confrontatie A. In de selectie waren geen foto’s opgenomen van personen die ik kende. (…)

Ik toonde aan de aangever de foto’s van de personen simultaan middels een fototoonbord. De foto’s waren doorlopend genummerd van 1 tot en met 8. Ik liet de fotoselectie ongeveer 32 seconden aan de getuige zien. Terwijl de getuige naar de selectie keek, hoorde ik dat zij

uit eigen beweging zei: ”Hij lijkt op nummer 3 (drie), maar zijn haar was langer. (…)

Ik observeerde de aangever terwijl deze naar de selectie keek. Ik nam daarbij het volgende waar: mevr. [slachtoffer 4] stond op een kleine meter afstand van de getoonde foto’s en keek aandachtig naar alle foto’s Mevrouw zei vrijwel gelijk: “Hij lijkt op nr. 3”.

Na afloop van de confrontatie deelde de confrontatieleider mij mede, dat de foto van de verdachte in de selectie plaats 3 had ingenomen. (…)

Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 oktober 2014 (pag. 151 en 153) waarin [verbalisant], rechercheur, en [verbalisant], analist, onder meer het volgende hebben geverbaliseerd:

(…) Opvragen historische gegevens telecommunicatie

De verdachte [verdachte] bleek tijdens zijn aanhouding in het bezit te zijn van een mobiele telefoon die was voorzien van een simkaart, met het bijbehorende telefoonnummer 06-[nummer 3]. Tevens bleek dat de verdachte tijdens zijn aanhouding in het bezit was van een losse simkaart, met het bijbehorende telefoonnummer 06-[nummer 5]. Tijdens de doorzoeking in de woning aan de [woonplaats] werd nog een mobiele telefoon aangetroffen, met het Imeinummer [nummer 4]. (…) Vanaf 24 augustus 2014, te 18:35:53 uur tot en met 27 augustus 2014 te 22:33:15 uur zat de simkaart met het nummer 06-[nummer 5] in een toestel met het Imeinummer [nummer 6]. (…)

Zaak 3 - BVH 2014072006 - zaak straatroof [adres 3] d.d. 26 augustus 2014

Op woensdag 27 augustus 2014 te 15:06:00 uur, 15:21:55 uur, 15:30:44 uur, 15:31:12 uur en 15:33:03 uur bevond de gebruiker van het nummer 06-[nummer 5] (nummer simkaart aangetroffen bij verdachte) zich onder het bereik van KPN-mast 324046943, staande Burg. Roelenweg 10, 8021EW Zwolle. (…)

De aangifte van [slachtoffer 5] d.d. 2 september 2014 (pag. 251 tot en met 253, inclusief bijlage goederen) waarbij zij onder meer het volgende heeft verklaard:

(…) Ik bewoon een geschakelde rijtjeswoning aan de [adres 4] te Zwolle. (…) Op woensdag 27 augustus 2014 omstreeks 12:30 uur was ik buiten aan de voorzijde van

mijn woning de ramen aan het zemen. (…) Ik ben naar binnen gelopen en heb de voordeur

open gelaten. Nadat ik ongeveer tien á vijftien minuten later weer buiten kwam (…) werd ik aangesproken door de buurvrouw van [adres 7]. Ik hoorde haar zeggen dat er een man in mijn woning was geweest en dat hij in de hal in de jassen en tassen had gezocht. (…) Op zondag 31 augustus 2014 augustus wilde ik de sleutel van mijn fietskluis pakken en kwam ik tot de ontdekking dat de sleutel verdwenen was. (…) Ik zag dat de sleutel niet meer in het vakje van de tas lag en dat verschillende andere goederen uit het andere vakje naast de tas lagen. De weggenomen sleutel zat samen met nog één (1) andere sleutel aan een sleutelbos. Deze sleutelbos heeft een opvallend draaisysteem om de sleutels aan en van de sleutelbos te krijgen. De sleutelbos heeft daarnaast een zwart lederen ovale sleutelhanger van ongeveer 8 cm lang. Ik weet dat er ook letters op deze sleutelhanger staan (…). Volgens mij staan de letters er in het goud of zilver opgedrukt. Naast de sleutel voor de fietskluis zat ook mijn huissleutel aan de sleutelhanger (…)

Het proces-verbaal verhoor getuige d.d. 27 augustus 2014 (pag. 254 en 255) waarbij [getuige 3], onder meer het volgende heeft verklaard:

(…) Vandaag, woensdag 27 augustus 2014, (…) uur zat ik in een woning aan de [adres 7] te Zwolle. Ik zag op dat moment een jongen op een damesfiets door te straat fietsen. Ik zag dat de voordeur van [adres 4] open stond. Ik zag dat de jongen voorbij deze woning fietste en zichtbaar naar binnen keek. Ik zag dat de jongen uit de richting van het winkelcentrum kwam en fietste in de richting van de Brinkhoekweg. Ik zag vervolgens dat de jongen met zijn fiets weer terug kwam fietsen en weer bij [adres 4] naar binnen keek. (…) Op een gegeven moment zag ik dat de jongen zijn fiets verderop in de straat tegen een boom zette. Ik zag dat de jongen vervolgens naar [adres 4] liep. Ik zag dat de jongen voor de voordeur om zich heen keek en vervolgens de woning in stapte. Ik zag dat de jongen in de hal tussen allerlei goederen zat te zoeken. Ik zag kort hierop dat de jongen weer de woning uit kwam en naar de oprit van [adres 8]liep. Ik zag dat de jongen op de oprit de capuchon van zijn jas over zijn hoofd trok en rustig terug liep naar zijn fiets. Ik zag vervolgens dat de jongen weg fietste in de richting van het winkelcentrum de Dobbe.

Ik kan de jongen als volgt omschrijven:

(…)

- 175-180 lang

- 20 tot 25 jaar oud

- slank postuur

- donker haar, aan de zijkant opgeschoren

- droeg een donkere gewatteerde winterjas met capuchon

- droeg een donkere, vermoedelijk zwarte, spijkerbroek (…)

De fiets waarop de jongen fietste:

- een donkere damesfiets

- achterop een redelijk groot zwart kinderzitje (…)

Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming (pag. 36) en de daarbij behorende bijlage “Lijst van inbeslaggenomen goederen” d.d. 2 september 2014 (pag. 38) waarin onder meer staat vermeld:

Op 2 september 2014, omstreeks 0.9:55 uur, werd door de rechter-commissaris, mr. G.M.J. Vijftigschild binnengetreden in een tussenwoning aan de [woonplaats]. De doorzoeking werd door de rechter-commissaris geopend op 2 september 2014, omstreeks 10.00 uur (..)

(…) Behoort bij perceel : [woonplaats]. (…) Datum doorzoeking: 2 september 2014

Codering

Omschrijving goederen

Keukenlade

A.01

Sleutelbos met twee sleutels en zwart lederen label (…)

Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 september 2014 (pag. 256) waarin [verbalisant] onder meer het volgende heeft geverbaliseerd:

(…) Naar aanleiding van de aangetroffen sleutelbos tijdens de zoeking aan de [woonplaats] voerde ik, verbalisant [verbalisant], een onderzoek uit. (…) Ik trof de aangeefster aan op haar woonadres, [adres 4] te Zwolle, (…) Ik hoorde haar zeggen dat dit de sleutelbos was die bij haar was weggenomen (…).

Het proces-verbaal verhoor getuige d.d. 5 september 2014 (pag. 155, 156, 157, 163, 164 en 165, inclusief fotobladen) waarbij [vriendin verdachte], onder meer het volgende heeft verklaard:

(…) O= Ik heb je op dinsdag 2 september 2014 tijdens de doorzoeking in je woning aan de [woonplaats] gevraagd of je een verklaring zou willen afleggen met betrekking tot de aanhouding van [verdachte]. (…)

V= Ik heb je tijdens de doorzoeking een foto getoond van een ‘opoefiets’, je vertelde toen dat deze fiets van [verdachte] was. Ik toon je nu nogmaals de foto van deze fiets. Is deze van [verdachte]?

A= Ja, deze fiets is van [verdachte].

V= Hoe lang heeft hij deze fiets al?

A= Ik denk ongeveer 2 weken, misschien nog wel iets minder. (…)

V= Wie maken er allemaal gebruik van deze fiets?

A= Alleen hij. (…)

V= Ik toon je nu nog een foto van deze fiets. Hier loopt een persoon bij, wie zal deze persoon zijn?

A= Het zou maar zo [verdachte] kunnen zijn, maar ik zie zijn hoofd niet. De fiets komt wel overeen.

V= Nu laat ik je een foto zien van een persoon die in de winkelstraat loopt in Zwolle Zuid. Wie is deze persoon?

A= Hij lijkt wel heel erg op [verdachte]. In ieder geval die schoenen en die broek heeft [verdachte] ook. Ik heb zo’n soortgelijke grijze joggingbroek naar het politiebureau gebracht naar zijn aanhouding. Die was bedoeld als extra kleding voor [verdachte].

V= Hoe lang heeft hij die schoenen al?

A= Die heeft hij volgens mij op zaterdag 23 augustus gekocht. Ik was er niet bij.

V= Waar heeft hij deze gekocht?

A= Bij van Haren schoenen in het centrum van Zwolle.

V= Hoe heeft hij deze betaald?

A= Hij had volgens mij geld gekregen van [getuige 2] volgens mij om schoenen te kopen.

V= Waar liep hij daarvoor op dan?

A= Op slippers.

V= Welke [getuige 2] bedoel je dan?

A= [getuige 2], hij heeft een autobedrijf in Assendorp. (…)

V= Op de foto’s heeft [verdachte] een donkere jas aan met capuchon, waar is deze jas?

A= Toen hij voor het laatst bij mij weg is gegaan om die woensdagavond had hij deze jas aan. (…)

Als bewijsmiddelen voor feit 3 primair gelden:

1. het proces-verbaal van de terechtzitting van 4 december 2014, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van de verdachte als bedoeld in art. 359, derde lid, laatste volzin, Wetboek van Strafvordering;

4. de aangifte van [slachtoffer 3], opgemaakt op 27 augustus 2014 door [verbalisant], brigadier, pag. 170, 171, 174.