Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2014:6701

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
16-12-2014
Datum publicatie
16-12-2014
Zaaknummer
08/710342-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan belaging van zijn ex-vriendin en haar vader. Daarnaast heeft verdachte de vader van zijn ex-vriendin bedreigd. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 120 uur, waarvan 40 uur voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Als bijzondere voorwaarde stelt de rechtbank dat hij tijdens de proeftijd op geen enkele wijze contact op mag nemen met de slachtoffers.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08/710342-13

Datum vonnis: 16 december 2014

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedag] 1990 in [geboorteplaats] (Turkije),

wonende in [woonplaats], [adres].

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 2 december 2014. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. G.C. Pol en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. J. Michels, advocaat te Amersfoort, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en andere gezinsleden heeft gestalkt;

feit 2: [slachtoffer 2] heeft bedreigd.

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:

1.

hij in of omstreeks tussen 01 sept 2012 en 1 april 2013 te Enschede, althans

in Overijssel, in elk geval in Nederland, en/of in Gronau (Duitsland)

wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de

persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of één of meer

(overige) gezinsleden, in elk geval van een ander, met het oogmerk die

perso(o)n(en), in elk geval die ander te dwingen iets te doen, niet te doen,

te dulden en/of vrees aan te jagen, immers

= heeft hij die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] veelvuldig opgebeld en/of

veelvuldig sms-jes en/of Whatsapp-berichten en/of Facebook-berichten en/of

Twitterberichten gestuurd en/of via deze weg anderszins contact gezocht met

die personen en/of diens gezinsleden en/of

= heeft hij zich (daarbij) in (al dan niet (be)dreigende) bewoordingen

uitgelaten naar die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], te weten (onder meer):

* (dossierp. 22) 'Als ik in de gevangenis beland, krijgen [slachtoffer 1] en jullie 1000x

meer ellende en God zal jullie ook afstraffen ... Neem iedereen mee, ik wacht

op je' en/of

* (dossierp. 23) '.... Ik ben voor niemand bang ... dan zal ik zien wat ik jou

aan kan doen' en/of

* (dossierp. 23) - zakelijk weergegeven - dat er iemand is ingedrongen in het

lichaam van [slachtoffer 1] en/of

* (dossierp. 28) - zakelijk weergegeven - dat hij, verdachte, maatregelen zou

nemen als [slachtoffer 1] niet wat met hem zou willen en/of

* (dossierp. 30) 'Als je niet bij mij terugkomt, ga ik je ontvoeren' en/of 'Of

je bent van mij of van de grond' en/of

* (dossierp. 39/40) 'Ik geef u tot dinsdag de tijd. Als u tot dinsdag geen

3000 Euro brengt, zal ik alle naaktfoto's van uw dochter verspreiden...' en/of

= heeft hij zich (op verschillende data) (hinderlijk) in de nabijheid van die

[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] opgehouden, te weten de school van [slachtoffer 1]

en/of in de trein/op het station waar die [slachtoffer 1] zich op dat moment bevond

en/of het kantoor van [slachtoffer 2];

2.

hij op of omstreeks 25 maart 2013 te Zwolle, [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig

misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, en/of met

verkrachting en/of feitelijke aanranding van de eerbaarheid immers heeft

verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 2] dreigend de woorden toegevoegd:

'Wat doe je schijnheilig, ik heb niets gedaan, kankerkop. Ik heb je dochter

[slachtoffer 1] niet aangeraakt. Ik zal naaktfoto's overal verspreiden, kom vriend, kom

kankerkop, ik wacht op jou. Kankerschijterd, ik heb niks gedaan vriend, wat

denk je niet, ik wacht op jou. Kom maar ik ben voor het kantoor, ben je bang?

Wel naar de politie gaan, kom nu schijterd, jij bent niks.

Jij bent niks, kankerkop, kom naar kantoor, ik ben daar.

Ik ben niet bang, kom maar, als je me 1x aanraakt dan raak ik jou en jullie

allemaal. Ik heb alles voor je dochter gedaan, waar praat je over, je dochter

is de grootste hoer, waar praat je over, je bent niks.' en/of

- zakelijk weergegeven - dat die [slachtoffer 2] maar moest komen met een pistool, dan

zou hij ook een pistool meenemen en/of (in de Turkse taal) 'Ik zal 1 voor 1

jou en je familie neuken. Ik ben niet de man als ik een knuppel in je kont

steek. Je hebt vanaf nu geen leven meer. Ik zal je kankerkop uit je lichaam

verwijderen. Ik zal je kop los snijden en eraf trekken.', althans woorden van

gelijke dreigende aard of strekking;

3 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot niet ontvankelijkheid van het openbaar ministerie ten aanzien van – kort gezegd – de stalking van “een of meer (overige) gezinsleden” nu er door deze (overige) gezinsleden geen klacht is ingediend. Voor het onder 1 onder het 4e en 5e * heeft de officier van justitie vrijspraak gevorderd. Voorts heeft de officier van justitie gerekwireerd tot partiële nietigheid van het eerste deel van het onder 2 tenlastegelegde en tot vrijspraak van het tweede deel van het onder 2 tenlastegelegde. Voor het overigens onder feit 1 tenlastegelegde heeft de officier van justitie een taakstraf gevorderd voor de duur van 80 uur, subsidiair 40 dagen hechtenis, waarvan 40 uur, subsidiair 20 dagen hechtenis voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. De officier van justitie heeft gevorderd dat aan het voorwaardelijk deel een bijzondere voorwaarde wordt gekoppeld, te weten een contactverbod met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2].

4. De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5. De beoordeling van het bewijs 1

5.1

Feit 1

De vaststaande feiten

De onderstaande feiten volgen rechtstreeks uit de bewijsmiddelen en hebben bij de behandeling van de zaak niet ter discussie gestaan. Het vaststellen van deze feiten behoeft daarom geen andere motivering door de rechtbank dan een verwijzing naar de betreffende bewijsmiddelen.

Verdachte heeft in de periode tussen 1 september 2012 en 1 april 2013 in Nederland veelvuldig [slachtoffer 1] gebeld en sms berichten verstuurd en [slachtoffer 2] meermalen opgebeld en veel sms-jes gestuurd.2, 3

Verdachte heeft tegen [slachtoffer 2] de volgende woorden gezegd: 'Als ik in de gevangenis beland, krijgen [slachtoffer 1] en jullie 1000x meer ellende en God zal jullie ook afstraffen ... Neem iedereen mee, ik wacht op je' en ‘Ik ben voor niemand bang ... dan zal ik zien wat ik jou

aan kan doen' en 'Ik geef u tot dinsdag de tijd. Als u tot dinsdag geen 3000 Euro brengt, zal ik alle naaktfoto's van uw dochter verspreiden....’ Ook heeft verdachte tegen [slachtoffer 2] gezegd dat er iemand is ingedrongen in het lichaam van [slachtoffer 1].4

Verdachte heeft zich op verschillende data in de nabijheid van [slachtoffer 1], namelijk op haar school, in de trein en op het station waar [slachtoffer 1] zich op dat moment bevond, opgehouden. Ook heeft verdachte zich opgehouden bij het kantoor van [slachtoffer 2].5, 6, 7, 8

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk moet worden verklaard ten aanzien van – kort gezegd – de stalking van “een of meer (overige) gezinsleden” nu er door deze (overige) gezinsleden geen klacht is ingediend. De officier van justitie heeft voorts gesteld dat het onder 1 ten laste gelegde kan worden bewezen, met dien verstande dat hij vrijspraak heeft gevorderd voor het onder het 4e en 5e * tenlastegelegde nu dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte van het onder 1 tenlastegelegde moet worden vrijgesproken. De raadsman heeft aangevoerd dat ten aanzien van de dochter geen sprake is van stelselmatigheid en niet van inbreuk op de persoonlijke levenssfeer nu [slachtoffer 1] zelf ook contact zocht met verdachte. Ten aanzien van de vader heeft de raadsman aangevoerd dat de stelselmatigheid ontbreekt en dat geen sprake is van een klacht.

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

- klachtdelict

Krachtens artikel 285b lid 2 Sr vindt vervolging wegens belaging niet plaats anders dan op klacht van hem tegen wie het misdrijf is begaan. Bij de tweede aangifte van [slachtoffer 2] van 25 maart 2014 is er door de verbalisant melding van gemaakt, dat door [slachtoffer 2] tevens klacht is gedaan. 9 Daarnaast is de rechtbank, anders dan de verdediging, van oordeel dat ten aanzien van [slachtoffer 2] uit alle feiten en omstandigheden blijkt van de wil tot vervolging van verdachte. Niet alleen is door [slachtoffer 2] meermalen aangifte gedaan, maar ook heeft [slachtoffer 2] in een later stadium een vordering als benadeelde partij ingediend. De rechtbank verwerpt om die reden het verweer van de verdediging op dit punt.

- stelselmatigheid

Stelselmatig betekent volgens de Memorie van Toelichting, met een bepaalde intensiteit, duur en/of frequentie. Ingevolge de Hoge Raad zijn bij de beoordeling van de stelselmatigheid relevant de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de gedragingen, de omstandigheden waaronder deze plaatsvonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van de slachtoffers.

Naar het oordeel van de rechtbank volgt het stelselmatig karakter van de handelingen van verdachte reeds uit de intensiteit en de frequentie van de door verdachte aan [slachtoffer 1] gepleegde telefoontjes en verzonden berichten. Zo [slachtoffer 1] al een of meermalen zelf contact met verdachte heeft gezocht, doet dit aan de stelselmatigheid niet af.

Ook op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 2] heeft verdachte stelselmatig inbreuk gemaakt. Dit blijkt uit de aard van de telefoontjes en berichten, de vasthoudendheid waarmee verdachte op verschillende manieren met [slachtoffer 2] in contact probeert te komen (terwijl [slachtoffer 2] herhaaldelijk heeft aangegeven dat verdachte niet welkom is en dat hij, [slachtoffer 2], geen contact met verdachte wil) en de duur van de periode waarin verdachte contact opneemt. Dat de frequentie van de gepleegde telefoontjes en verzonden berichten door verdachte aan [slachtoffer 2] lager ligt dan bij [slachtoffer 1] doet aan de stelselmatigheid niet af.

De rechtbank verwerpt aldus de verweren van de verdediging hieromtrent.

- inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer

Er is sprake van een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer indien het slachtoffer de storing in haar persoonlijke levenssfeer niet wenst. Door [slachtoffer 1] is duidelijk te kennen gegeven aan verdachte dat zij het contact met hem niet wil. Bovendien heeft verdachte verklaard dat [slachtoffer 1] tegen hem heeft gezegd dat zij niet met hem wilde praten. Ook heeft verdachte verklaard dat hij wel begreep dat alle door hem gezonden berichten en telefoontjes lastig voor het slachtoffer zouden kunnen zijn.10

De rechtbank acht op basis hiervan een belemmering in de persoonlijke levenssfeer van

[slachtoffer 1] bewezen en verwerpt het verweer van de raadsman.

[slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hebben verdachte meermalen te kennen gegeven dat zij niet gediend waren van verdachtes gedrag en dat hij daarmee moest stoppen. Ook overigens moet dat verdachte duidelijk geweest zijn; hij werd niet toegelaten tot ruimten waar [slachtoffer 1] of [slachtoffer 2] verbleven, op de school van [slachtoffer 1] werd hij aangesproken op zijn gedrag, [slachtoffer 1] ontliep hem en op zijn vele berichten werd niet op de door hem gewenste manier gereageerd..11, 12 Desondanks staakte verdachte zijn handelen niet. Daarmee is de voor een bewezenverklaring vereiste opzet gegeven. Gelet op de frequentie, de gebruikte bewoordingen deels ook in samenhang met de bedreigingen van [slachtoffer 2] was het de kennelijke bedoeling van verdachte om [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] vrees aan te jagen.

Op basis van het vorenstaande komt de rechtbank tot de conclusie dat het onder 1 tenlastegelegde is bewezen.

5.2

Feit 2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het eerste deel van het onder 2 tenlastegelegde nietig is en dat vrijspraak van het tweede deel van het onder 2 tenlastegelegde moet volgen nu het bewijs voor dat deel van de tenlastelegging niet overtuigend is.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat onvoldoende bewijs aanwezig is voor het tweede deel van het onder 2 tenlastegelegde en dat verdachte moet worden vrijgesproken.

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Verdachte heeft verklaard dat hij in een boze bui de woorden zoals tenlastegelegd in het eerste deel van het onder 2 tenlastegelegde heeft uitgesproken.13 Verdachte heeft ook verklaard dat hij heeft gezegd dat hij [slachtoffer 2] kapot zou maken.14

[slachtoffer 2] heeft verklaard in zijn aangifte dat verdachte de woorden zoals tenlastegelegd in het eerste deel en in het tweede deel van het onder 2 tenlastegelegde heeft uitgesproken.15

Verbalisant [verbalisant 1] heeft gerelateerd dat zij aanwezig was bij een telefoongesprek dat verdachte had met [slachtoffer 2] waarbij in de Nederlandse en in de Turkse taal werd gesproken. Verbalisant [verbalisant 1] heeft verklaard dat zij hoorde dat verdachte de woorden zoals tenlastegelegd in het eerste deel van het onder 2 tenlastegelegde heeft uitgesproken. Tevens hoort zij van [slachtoffer 2] dat verdachte tegen [slachtoffer 2] heeft gezegd: ‘Ik zal 1 voor 1 jou en je familie neuken. Ik ben niet de man als ik een knuppel in je kont steek. Je hebt vanaf nu geen leven meer. Ik zal je kankerkop uit je lichaam verwijderen. Ik zal je kop los snijden en eraf trekken.’16 Door verbalisant [verbalisant 2] is gerelateerd dat hij via de luidspreker van de telefoon van [slachtoffer 2] hoorde dat verdachte tegen [slachtoffer 2] zei: ‘Kankerlijer, kom naar buiten als je durft, ik sta voor je zaak, kom naar buiten, ik maak je af, ik maak je kapot’.17 Verbalisant [verbalisant 1] en [verbalisant 2] relateren dat verdachte schreeuwde, dat hij boos en opgefokt klonk en dat hij agressief reageerde.18, 19

Op basis van voornoemde bewijsmiddelen komt de rechtbank tot de conclusie dat het onder 2 tenlastegelegde is bewezen.

5.3

De conclusie

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij tussen 1 september 2012 en 1 april 2013 in Nederland en in Gronau (Duitsland)

wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] met het oogmerk die personen te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en vrees aan te jagen, immers

= heeft hij die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] veelvuldig opgebeld en/of veelvuldig sms-jes en/of Whatsapp-berichten gestuurd en

= heeft hij zich daarbij in al dan niet bedreigende bewoordingen uitgelaten naar die

[slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], te weten:

* 'Als ik in de gevangenis beland, krijgen [slachtoffer 1] en jullie 1000x meer ellende en God zal jullie ook afstraffen ... Neem iedereen mee, ik wacht op je' en

* '.... Ik ben voor niemand bang ... dan zal ik zien wat ik jou aan kan doen' en

* - zakelijk weergegeven - dat er iemand is ingedrongen in het lichaam van [slachtoffer 1] en

* 'Ik geef u tot dinsdag de tijd. Als u tot dinsdag geen 3000 Euro brengt, zal ik alle naaktfoto's van uw dochter verspreiden...' en

= heeft hij zich hinderlijk in de nabijheid van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] opgehouden, te weten de school van [slachtoffer 1] en in de trein/op het station waar die

[slachtoffer 1] zich op dat moment bevond en het kantoor van [slachtoffer 2];

2.

hij op 25 maart 2013 te Zwolle [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling en met verkrachting en feitelijke aanranding van de eerbaarheid immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 2] dreigend de woorden toegevoegd:

'Wat doe je schijnheilig, ik heb niets gedaan, kankerkop. Ik heb je dochter [slachtoffer 1] niet aangeraakt. Ik zal naaktfoto's overal verspreiden, kom vriend, kom kankerkop, ik wacht op jou. Kankerschijterd, ik heb niks gedaan vriend, wat denk je niet, ik wacht op jou. Kom maar ik ben voor het kantoor, ben je bang? Wel naar de politie gaan, kom nu schijterd, jij bent niks. Jij bent niks, kankerkop, kom naar kantoor, ik ben daar. Ik ben niet bang, kom maar, als je me 1x aanraakt dan raak ik jou en jullie allemaal. Ik heb alles voor je dochter gedaan, waar praat je over, je dochter is de grootste hoer, waar praat je over, je bent niks.' en

- zakelijk weergegeven - dat die [slachtoffer 2] maar moest komen met een pistool, dan

zou hij ook een pistool meenemen en (in de Turkse taal) 'Ik zal 1 voor 1 jou en je familie neuken. Ik ben niet de man als ik een knuppel in je kont steek. Je hebt vanaf nu geen leven meer. Ik zal je kankerkop uit je lichaam verwijderen. Ik zal je kop los snijden en eraf trekken.', althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder 1 en 2 meer of anders is tenlastegelegd, dan hierboven is bewezen verklaard, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat het eerste deel van het onder 2 tenlastegelegde geen bedreiging is in de zin van de wet. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de dagvaarding onder feit 2 dus innerlijk tegenstrijdig is en derhalve partieel nietig moet worden verklaard.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de bewoordingen zoals tenlastegelegd in het eerste deel van het onder 2 tenlastegelegde feit geen bedreiging in de zin van de wet opleveren en dat verdachte op dit punt moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

De overwegingen van de rechtbank

De rechtbank is, evenals de officier van justitie en de raadsman, van oordeel dat de door verdachte geuite bewoordingen zoals tenlastegelegd in het eerste deel van het onder 2 tenlastegelegde geen bedreiging zijn in de zin van artikel 285 Sr. De rechtbank zal verdachte ten aanzien van dit deel van de tenlastelegging onder 2 dan ook ontslaan van alle rechtsvervolging.

Het overige bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 285 en 285b Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1

het misdrijf: belaging;

feit 2

het misdrijf: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling en met verkrachting en met feitelijke aanranding van de eerbaarheid.

7 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

8. De op te leggen straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan belaging van zijn ex-vriendin en haar vader. Daarnaast heeft verdachte de vader van zijn ex-vriendin bedreigd. Verdachte heeft hiermee ernstig inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van zijn ex-vriendin en haar vader. Uit de aangiftes en de schriftelijke slachtofferverklaring van [slachtoffer 1] blijkt dat verdachte verantwoordelijk is voor een heel angstige en onzekere periode in het leven van [slachtoffer 1] en haar vader. Zij zijn door toedoen van verdachte gedurende een langere periode ernstig belemmerd in hun normale functioneren. Dit rekent de rechtbank verdachte aan.

De rechtbank houdt bij het bepalen van de op te leggen straf rekening met de ernst van de bewezenverklaarde feiten in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in het wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Voor een verbale bedreiging is als oriëntatiepunt een geldboete van €250,-- vastgesteld. Voor het feit belaging als hier bewezen verklaard zijn geen oriëntatiepunten straftoemeting vastgesteld.

De rechtbank stelt vast dat verdachte lang in onzekerheid heeft verkeerd over de strafrechtelijke afdoening van de door hem reeds in de periode van september 2012 tot april 2013 gepleegde feiten. Deze onwenselijke vertraging van de afdoening van de zaak is niet aan verdachte te wijten. De rechtbank houdt met deze omstandigheid rekening in het voordeel van verdachte.

De rechtbank houdt ook, op de voet van het bepaalde in artikel 63 Wetboek van Strafrecht, rekening met de eerdere veroordeling van verdachte. Bij arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 21 maart 2014 is verdachte veroordeeld tot een taakstraf van 120 uren.

Nu de rechtbank, anders dan de officier van justitie, tot bewezenverklaring komt van een deel van het onder 2 tenlastegelegde, komt de rechtbank tot een andere, hogere straf dan door de officier van justitie geëist. Gelet op de ernst van de belaging en bedreigingen acht de rechtbank oplegging van een geldboete niet aan de orde. De rechtbank is op basis van het vorenstaande van oordeel dat aan verdachte een taakstraf moet worden opgelegd van 120 uren. Ook om verdachte er van te weerhouden in de toekomst opnieuw dergelijke strafbare feiten te plegen, zal de rechtbank een deel van voornoemde taakstraf, te weten 40 uren, voorwaardelijk opleggen. De rechtbank acht het voorts noodzakelijk om aan verdachte een contactverbod op te leggen ten aanzien van [slachtoffer 1] en haar vader [slachtoffer 2].

9 De schade van benadeelden

[slachtoffer 2], wonende te [woonplaats] aan de [adres], heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 1.314,00 wegens verlies van werkuren.

Dit is gevorderd als “voorschot”. De rechtbank begrijpt dit als een vordering tot schadevergoeding van slechts een deel van de geleden schade. De benadeelde partij behoudt zich kennelijk het recht voor een ander deel van de schade buiten het strafgeding van verdachte te vorderen.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft aangevoerd dat het werkelijk aantal uren niet is vast te stellen.

Ten aanzien van de post slapeloze nachten heeft de officier van justitie aangevoerd dat deze post kan worden gematigd of dat de hoogte door de rechtbank kan worden geschat.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat niet de gehele vordering toewijsbaar is, alsmede dat hij de beslissing tot matiging of schatting aan de rechtbank overlaat.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de onderbouwing voor het uurtarief onvoldoende is en dat de vordering niet ontvankelijk moet worden verklaard. De raadsman heeft aangevoerd dat het aantal uren niet is gedifferentieerd en dat één van de opgevoerde data buiten de tenlastegelegde periode ligt.

De overwegingen van de rechtbank

De gestelde schade is door de benadeelde partij niet voldoende onderbouwd. Het in de gelegenheid stellen van de benadeelde partij om zijn stellingen alsnog nader te onderbouwen leidt tot een onaanvaardbare vertraging van de strafrechtelijke procedure, zodat de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal verklaren. De benadeelde partij kan zijn vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

10 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57 Sr.

11 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

  • -

    verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 en 2 meer of anders is tenlastegelegd, dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het onder 2 ten aanzien van het eerste deel bewezenverklaarde geen strafbaar feit oplevert en ontslaat verdachte op dat onderdeel van alle rechtsvervolging;

  • -

    verklaart het (overigens) bewezenverklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart dat dat bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

    feit 1 het misdrijf: belaging;

    feit 2 het misdrijf: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling en met verkrachting en met feitelijke aanranding van de eerbaarheid;

  • -

    verklaart verdachte strafbaar voor dat onder 1 en 2 bewezenverklaarde;

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen vervangende hechtenis, waarvan 40 uren, subsidiair 20 dagen vervangende hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren;

  • -

    bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:
    - omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;
    - omdat de veroordeelde tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd;

  • -

    stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2];

schadevergoeding

- bepaalt dat de benadeelde partij: [slachtoffer 2], wonende te [woonplaats] aan de [adres] in het geheel niet-ontvankelijk is in zijn vordering en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.J. Stoové, voorzitter, mr. C.C.S. Koppes en

mr. H. Bloebaum, rechters, in tegenwoordigheid van D.A.C. Brockötter, griffier,

en is in het openbaar uitgesproken op 16 december 2014.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer 2013036692 van 31 juli 2013. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

2 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 3] van 6 augustus 2013, pagina 7.

3 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte van 28 maart 2013, pagina 49.

4 Het proces-verbaal van de terechtzitting van 3 december 2014, voor zover inhoudende de verklaring van verdachte.

5 Het proces-verbaal van de terechtzitting van 3 december 2014, voor zover inhoudende de verklaring van verdachte.

6 Het proces-verbaal van de terechtzitting van 3 december 2014, voor zover inhoudende de verklaring van verdachte.

7 Het processen-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] van 12 december 2012 met klacht, pagina 14 – 18 en van 18 maart 2013, pagina 26 - 29.

8 De processen-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] van 18 maart 2013, pagina 21 - 24 en van 25 maart 2013, pagina 35 – 38.

9 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] van 25 maart 2013, pagina 38.

10 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte van 28 maart 2013, pagina 48 en 50.

11 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] van 12 december 2012, pagina 26 – 28.

12 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] van 18 maart 2013, pagina 22.

13 Het proces-verbaal van de terechtzitting van 3 december 2014, voor zover inhoudende de verklaring van verdachte.

14 Het proces-verbaal van verhoor verdachte van 28 maart 2014, pagina 50.

15 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] van 25 maart 2013, pagina 36.

16 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] van 4 april 2013, pagina 44.

17 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] van 26 maart 2013, pagina 42 – 43.

18 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] van 26 maart 2013, pagina 42.

19 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] van 4 april 2013, pagina 44.