Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2014:6680

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
16-12-2014
Datum publicatie
16-12-2014
Zaaknummer
C/08/164881 / KG RK 14-3089 (sr)
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

De rechtbank Overijssel oordeelt dat er geen directe noodzaak is om de monstertruck van het ongeluk in Haaksbergen in beslag te nemen. Voor de slachtoffers en nabestaanden biedt de Stichting Waarborgfonds Motorverkeer (WAM) voldoende zekerheid. Daarnaast is er mogelijk aanvullende dekking door de verzekeraars van de organisatie van het stuntevenement en de gemeente Haaksbergen. De rechter oordeelt dat de vrees voor verduistering van de monstertruck op basis van twee anonieme tips onvoldoende is onderbouwd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2015/37
NJF 2015/49
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer / rekestnummer: C/08/164881 / KG RK 14-3089 (sr)

Beschikking van de voorzieningenrechter van 16 december 2014

in de zaak van

1 [verzoeker 1],

zowel pro se als in zijn hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van verzoeker sub 3,

wonende te Haaksbergen,

2. [verzoeker 2]

zowel pro se als in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van verzoeker sub 3,

wonende te Haaksbergen,

3. [verzoeker 3],

wonende te Haaksbergen,

4. [verzoeker 4],

zowel pro se als in zijn hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van

verzoekers sub 5 en sub 6,

5. [verzoeker 5],

wonende te Haaksbergen,

6. [verzoeker 6],

wonende te Haaksbergen,

7. [verzoeker 7],

wonende te Haaksbergen,

8. [verzoekers],

domicilie gekozen te Haaksbergen,

9. [verzoeker 8],

wonende te Haaksbergen,

10. [verzoeker 9],

wonende te Cothen,

11. [verzoeker 10],

wonende te Haaksbergen,

12. [verzoeker 11],

wonende te Wijk bij Duurstede,

verzoekers,

advocaat: mr. J. Schep te Amersfoort,

tegen

[verweerder] ,

wonende te Haarlem,

verweerder,

verder te noemen [verweerder],

advocaat mr. I.I. Assink te Enschede.

1. De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift,

  • -

    de brief van officier van justitie mr. G.H. Agelink d.d. 1 december 2014,

  • -

    productie 1 aan de zijde van [verweerder],

  • -

    de mondelinge behandeling op 15 december 2014,

  • -

    de pleitnota van verzoekers,

  • -

    de pleitnota van [verweerder].

1.2

De beschikking is bepaald op heden.

2 De feiten

2.1

[verweerder] handelt onder de naam [bedrijf].

2.2

Op 28 september 2014 was [verweerder] met zijn monstertruck onderdeel van de stuntshow op het parkeerterrein van supermarkt Jumbo in Haaksbergen. De stuntshow was onderdeel van het evenement AutoMotorSportief georganiseerd door Stichting Sterevenementen Haaksbergen.

2.3

Verzoekers waren op 28 september 2014 als toeschouwers aanwezig bij deze stuntshow.

2.4

[verweerder] is bij het uitvoeren van een stunt met zijn monstertruck het publiek ingereden. Hierbij zijn 3 mensen om het leven gekomen en 28 mensen gewond geraakt.

2.5

Op de monstertruck rust thans strafrechtelijk beslag. De monstertruck bevindt zich op het NAVO-depot te Vriezenveen. Officier van justitie mr. G.H. Agelink heeft bij brief van 1 december 2014 onder meer bericht dat het strafrechtelijk beslag vooralsnog zal voortduren gezien de complexiteit van het onderzoek. Indien er geen strafvorderlijk belang meer is bij het handhaven van het beslag kan aan verzoekers kennis worden gegeven van de opheffing van het strafrechtelijk beslag.

2.6

De monstertruck is eigendom van [verweerder]. De monstertruck heeft geen kenteken en is niet verzekerd op grond van de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen (WAM).

3 De beoordeling

3.1

De voorzieningenrechter stelt voorop dat mr. Schep ter zitting het verzoekschrift heeft aangevuld met de ontbrekende pagina 6, waartegen door mr. Assink geen bezwaar is gemaakt. Daarnaast heeft mr. Schep ter zitting het petitum van zijn verzoekschrift op een tweetal punten gewijzigd, waartegen door mr. Assink evenmin bezwaar is gemaakt.

3.2

Verzoekers verzoeken -na wijziging- om aan hen verlof te verlenen om ter verzekering van het verhaal van hun vorderingen, in totaal voorlopig te begroten op € 390.000,00 inclusief rente en kosten, conservatoir beslag te doen leggen op de monstertruck, die zich bevindt op het Navo-depot te Vriezenveen of elders in Nederland, een en ander onder de voorwaarde dat de dagvaarding in de hoofdzaak binnen 4 weken na het beslag wordt uitgebracht. Tevens verzoeken verzoekers te bevelen dat de monstertruck in gerechtelijke bewaring wordt gegeven aan de beslagleggende deurwaarder.

3.3

Uitgangspunt is dat een verlof als het onderhavige kan worden verleend indien summierlijk is gebleken van de deugdelijkheid van de vordering ter verzekering waarvoor het beslag zal worden gelegd. De voorzieningenrechter is van oordeel dat gelet op de hiervoor onder 2. genoemde feiten voldoende aannemelijk is geworden dat verzoekers vorderingen van enige omvang jegens [verweerder] hebben. De vraag of [verweerder] aansprakelijk is voor deze vorderingen, is thans niet duidelijk. Dat is onder meer afhankelijk van de uitkomsten van het strafrechtelijk onderzoek, dat nog gaande is. De voorzieningenrechter acht het voorshands echter niet onaannemelijk dat te zijner tijd een aansprakelijkheid van [verweerder] voor de vorderingen van verzoekers zal worden vastgesteld. Onder deze omstandigheden kan thans worden aangenomen dat de vordering ter verzekering waarvan beslag zal worden gelegd summierlijk deugdelijk is.

3.4

Vervolgens is van belang of het door verzoekers gewenste beslag nodig is. Uit de in het geding gebrachte brief van Stichting Waarborgfonds Motorverkeer d.d. 4 december 2014 is gebleken dat Stichting Waarborgfonds Motorverkeer, hetzij onverplicht, hetzij op grond van haar aansprakelijkheid voortvloeiend uit de WAM, schadevergoedingen gaat verrichten aan de slachtoffers en de nabestaanden. De slachtoffers en de nabestaanden moeten hun vordering dan wel aan Stichting Waarborgfonds Motorverkeer overdragen. Stichting Waarborgfonds Motorverkeer biedt een maximale dekking van € 5.600.000,00 per gebeurtenis. Gelet hierop acht de voorzieningenrechter voorshands aannemelijk dat voor de verhaalbaarheid van de door verzoekers gestelde schade (ter hoogte van € 390.000,00 geschat) voldoende zekerheid wordt geboden.

3.5

Daar komt bij dat gebleken is dat Stichting Sterevenementen Haaksbergen een aansprakelijkheidsverzekering heeft afgesloten bij zowel Nationale Nederlanden als bij Achmea (via de gemeente Haaksbergen) en dat de gemeente Haaksbergen een (eigen) aansprakelijkheidsverzekering heeft afgesloten bij Achmea. Mr. Assink heeft ter zitting verklaard dat zij telefonisch contact heeft gehad met Nationale Nederlanden. Nationale Nederlanden heeft haar laten weten de schade te gaan uitkeren, indien blijkt dat Stichting Sterevenementen Haaksbergen aansprakelijk is voor de schade. Nationale Nederlanden zal zich dan niet beroepen op de clausule dat schade met en door een motorrijtuig standaard is uitgesloten. De voorzieningenrechter acht derhalve voldoende aannemelijk dat zowel Nationale Nederlanden als Achmea eveneens mogelijk dekking bieden voor de schade als gevolg van het ongeval van 28 september 2014. Dit klemt te meer nu Nationale Nederlanden en Achmea na het ongeval een noodfonds hebben opgericht, waarbij de slachtoffers en nabestaanden de tot nu toe geleden schade vergoed konden krijgen. Overigens is ter zitting gebleken dat dit noodfonds onlangs is opgeheven, omdat Stichting Waarborgfonds Motorverkeer inmiddels schadevergoedingen gaat verrichten.

3.6

Bij de beoordeling van de noodzaak heeft voorts te gelden dat de monstertruck voor [verweerder] een bedrijfsmiddel is, zij het dat [verweerder] voor zijn inkomsten niet volledig hiervan afhankelijk is en mede door het strafrechtelijk beslag geen inkomsten hiermee kan verwerven noch op korte termijn hiertoe concrete plannen heeft.

3.7

Tot slot is voor het verlenen van verlof tot het leggen van conservatoir beslag op een roerende zaak vereist dat sprake is van gegronde vrees voor verduistering van die roerende zaak. De voorzieningenrechter acht het in het (aangevulde) verzoekschrift gestelde en hetgeen ter zitting door mr. Schep met twee anonieme tips is gesteld onvoldoende om de vrees voor verduistering aannemelijk te achten. In ieder geval is de stelling dat [verweerder] bij het verkrijgen van een executoriale titel geen verhaal meer zal bieden, mede gelet op het hiervoor overwogene ten aanzien van Stichting Waarborgfonds Motorverkeer, Nationale Nederlanden en Achmea, onvoldoende om de die vrees te onderbouwen.

3.8

De voorzieningenrechter concludeert dat in het kader van het gevraagde beslagverlof voldoende aannemelijk is dat verzoekers over een vorderingsrecht op [verweerder] beschikken, zulks overigens afgezien van diens mogelijke verweermiddelen in een bodemprocedure omtrent de aansprakelijkheid. Gezien het feit dat verzoekers voor hun schade (ter hoogte van € 390.000,00 geschat) een rechtstreekse claim op Stichting Waarborgfonds Motorverkeer (tot een maximum van € 5.600.000,00) kunnen uitoefenen en zowel Stichting Sterevenementen Haaksbergen als de gemeente Haaksbergen ieder een eigen aansprakelijkheidsverzekering (polissen bij Nationale Nederlanden en Achmea respectievelijk Achmea) blijken te hebben gesloten, die waarschijnlijk, althans mogelijk, (aanvullende) dekking voor de schade van verzoekers kunnen bieden, is daarnaast geen (directe) noodzaak tot conservatoire inbeslagname van de monstertruck onder [verweerder].
Ten aanzien van de voor een dergelijk beslag(verlof) vereiste gegronde vrees voor verduistering overweegt de voorzieningenrechter dat daartoe in het (aangevulde) verzoekschrift onvoldoende wordt gesteld (immers enkel de vrees wordt geuit dat [verweerder] te zijner tijd niet in staat zal zijn een vordering te voldoen) en ter zitting enkel over een tweetal anonieme tips is gerept, hetgeen de voorzieningenrechter ter onderbouwing van voormeld vereiste volstrekt onvoldoende acht.

3.9

Gelet op het voorgaande zal de voorzieningenechter de gevraagde voorziening weigeren en ziet de voorzieningenrechter aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

4 De beslissing

De voorzieningenrechter:

4.1

weigert de gevraagde voorziening;

4.2

veroordeelt verzoekers in de gemaakte proceskosten, aan de zijde van [verweerder] tot

op heden begroot op € 452,00.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.H. van der Veer en in het openbaar uitgesproken op 16 december 2014 in tegenwoordigheid van de griffier1

1 type: