Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2014:6588

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
04-11-2014
Datum publicatie
11-12-2014
Zaaknummer
08.960091-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Overijssel veroordeelt een 47-jarige man uit Colombia tot een gevangenisstraf van 24 maanden voor witwassen in Amstelveen en Amsterdam. Hij maakte zich gedurende enkele weken schuldig aan het plegen van (gewoonte)witwassen, dat is gericht op het veiligstellen van uit misdrijf afkomstige opbrengsten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 08.960091-14

Datum vonnis: 4 november 2014

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1967 te [geboorteplaats] (Colombia),

thans zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

nu verblijvende in de Penitentiaire Inrichting Overijssel,

Huis van Bewaring Karelskamp te Almelo.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 21 oktober 2014. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. G.C. Bos en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. H.G. Koopman, advocaat te Amsterdam, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen, dan wel zich (meermalen) heeft schuldig gemaakt aan witwassen dan wel aan schuldwitwassen.

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juli 2014 tot en met 28 juli 2014 te Amstelveen en/of Amsterdam, althans (elders) in Nederland,

van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, althans zich schuldig heeft gemaakt aan (schuld)witwassen, immers heeft hij, verdachte, toen en daar (telkens) (krachtens die gewoonte) meermalen van (een) gro(o)t(e) geldbedrag(en) de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of verplaatsing verborgen en/of verhuld en/of verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(n) was/waren van die/dat geldbedrag(en),

althans heeft hij, verdachte die/dat geldbedrag(en) verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of van dat/die geldbedragen gebruik gemaakt,

terwijl hij verdachte ten aanzien van die/dat (grote) geldbedrag(en) wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat die onmiddellijk of middellijk afkomstig was/waren uit enig misdrijf.

3 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte terzake het impliciet primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden met aftrek van voorarrest.

4 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5 De beoordeling van het bewijs

Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of het tenlastegelegde feit bewezenverklaard kan worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte het feit heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

5.1

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte terzake het impliciet primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld.

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde.

De verdediging heeft hiertoe allereerst aangevoerd dat de taps en de observatie onvoldoende feiten en omstandigheden weergeven waaruit een redelijk vermoeden van schuld aan het strafbare feit witwassen kan worden afgeleid, hetgeen met zich meebrengt dat de politie geen bevoegdheid had om het voertuig te doorzoeken op grond van artikel 96b van het Wetboek van Strafvordering. Nu de doorzoeking onrechtmatig is, is ook de inbeslagname van het geldbedrag in het voertuig onrechtmatig. De doorzoeking van de woning aan de [adres] te Amstelveen is gelet hierop eveneens onrechtmatig.

De verdediging heeft voorts aangevoerd dat uit de bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat het niet anders kan zijn dan dat het inbeslaggenomen geld en de uit documenten blijkende gelden uit enig misdrijf afkomstig zijn. Verder kan uit de bewijsmiddelen niet worden afgeleid dat indien de gelden wel uit enig misdrijf afkomstig zijn, verdacht dit wist.

5.2

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Ten aanzien van de stelling van de verdediging dat de taps en de observatie onvoldoende feiten en omstandigheden weergeven waaruit een redelijk vermoeden van schuld aan het strafbare feit witwassen kan worden afgeleid, overweegt de rechtbank dat de startinformatie in combinatie met de informatie uit de taps en de observatie voldoende concreet en gedetailleerd was voor het aannemen van een redelijk vermoeden dat verdachte zich schuldig maakte aan witwassen. Gelet hierop was de doorzoeking in de Ford Focus en hiermee de daarop gevolgde doorzoeking in de woning aan de [adres] te Amstelveen rechtmatig.

De verdediging heeft voorts aangevoerd dat niet is vastgesteld dat het inbeslaggenomen geld en de uit documenten blijkende gelden een illegale herkomst hebben. De rechtbank overweegt daarover als volgt.

Voor een veroordeling ter zake (gewoonte)witwassen dient te worden bewezen dat geldbedragen van misdrijf afkomstig waren. Gebleken is dat er handelingen plaatsvonden onder omstandigheden die, in de context van de gebeurtenissen en in samenhang bezien, als zogenoemde typologieën van – en daarmee kenmerkend voor – witwassen zijn aan te merken. Het is een feit van algemene bekendheid dat diverse vormen van criminaliteit gepaard gaan met grote hoeveelheden contant geld. Verdachte kreeg op 28 juli 2014 een groot contant geldbedrag van € 94.720,- overhandigd, verpakt in een schoenendoos in een boodschappentas. Voorts is bij verdachte een geldtelmachine en een groot contant geldbedrag in beslag genomen en heeft hij verklaard dat hij sinds april 2014 grote contante geldbedragen ontving, die hij vervolgens dezelfde dag of de volgende dag weer overdroeg aan een andere persoon, hetgeen overeenkomt met de gegevens zoals door verdachte verwerkt in de onder hem inbeslaggenomen administratie. Het in een plastic tas zonder enige verdere bescherming vervoeren van grote hoeveelheden chartaal geld en het in het bezit hebben van grote hoeveelheden chartaal geld is zeer ongebruikelijk, onder meer vanwege de veiligheidsrisico’s. Crimineel geld maakt het kennelijk de moeite waard dat risico te lopen. Bovendien is niet gebleken dat, na de aanhouding van verdachte en de inbeslagname van het geld, iemand het geld heeft opgeëist.

Voornoemde omstandigheden rechtvaardigen het vermoeden van witwassen van opbrengsten van misdrijven. Gelet op dit vermoeden mag van de verdachte worden verwacht dat hij een verifieerbare verklaring geeft over de herkomst van het geldbedrag. Verdachte heeft echter geen verifieerbare gegevens verstrekt inhoudende dat de bij hem aangetroffen geldbedragen en de geldbedragen die in de administratie zijn verwerkt mogelijk op legale wijze zijn verkregen. Ook overigens biedt het dossier geen enkele aanwijzing dat de aangetroffen geldbedragen en de geldbedragen die in de administratie zijn verwerkt op legale wijze zijn verkregen. Op grond hiervan concludeert de rechtbank dat het niet anders kan of het inbeslaggenomen geld en de uit de documenten blijkende gelden hebben een illegale herkomst en dat verdachte dit heeft geweten. Bovendien heeft hij ter zitting verklaard dat hij (welbewust) geen navraag heeft gedaan naar de herkomst van de gelden.

De rechtbank overweegt dat voor het overige sprake is van een bekennende verdachte in de zin van artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering. Verdachte heeft namelijk ter terechtzitting d.d. 21 oktober 2014 onder meer het volgende verklaard:

“De gevonden notities zijn van mij. Op deze notities staat het geld dat aan mij overhandigd werd en dat ik doorgaf aan een andere persoon. Ik hield mij hier sinds april 2014 mee bezig. Ik heb nooit gevraagd waar het geld vandaan komt. Ik wilde dit niet weten. Hoe minder ik weet, hoe beter het is voor mij. Ik weet dat er risico’s aan zitten. Op 28 juli 2014 kreeg ik een hoeveelheid geld overhandigd.”

De rechtbank zal daarom in de bijlage van dit vonnis volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die tot de bewezenverklaring hebben geleid.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van diverse grote geldbedragen. Gelet op het grote aantal transacties is de rechtbank van oordeel dat het wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan gewoontewitwassen.

5.3

De conclusie

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het impliciet primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat hij op meerdere tijdstippen in de periode van 1 juli 2014 tot en met 28 juli 2014 te Amstelveen en/of Amsterdam, althans (elders) in Nederland,

van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft hij, verdachte, toen en daar meermalen van grote geldbedragen de herkomst verborgen en verhuld en verborgen en verhuld wie de rechthebbende(n) was/waren van die geldbedragen,

terwijl hij verdachte ten aanzien van die grote geldbedragen wist, dat die onmiddellijk of middellijk afkomstig waren uit enig misdrijf.

De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij artikel 420ter Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

het misdrijf: van het plegen van witwassen een gewoonte maken.

7 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.

8 De op te leggen straf of maatregel

8.1

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

De verdachte heeft zich gedurende enkele weken schuldig gemaakt aan het plegen van (gewoonte)witwassen, hetgeen gericht is op het veiligstellen van uit misdrijf afkomstige opbrengsten. Het witwassen van criminele gelden vormt een bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan. Voornoemd handelen van verdachte bevordert het plegen van delicten, omdat zonder het verschaffen van een schijnbare legale herkomst van criminele gelden, het genereren van illegale winsten een stuk minder lucratief zou zijn. De rechtbank acht dit dan ook een ernstig feit.

Ten voordele van verdachte heeft de rechtbank rekening gehouden met de omstandigheid dat de verdachte niet eerder wegens het plegen van een strafbaar feit is veroordeeld en met de positieve proceshouding van de verdachte.

De rechtbank is - alles overwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden straf is.

8.2

De inbeslaggenomen voorwerpen

De rechtbank zal de teruggave aan verdachte gelasten van de aan hem toebehorende op de beslaglijst vermelde laptop, aangezien deze niet vatbaar is voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en het belang van strafvordering zich niet tegen teruggave verzet.

9 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 10 en 27 Sr.

10 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

  • -

    verklaart bewezen, dat verdachte het impliciet primair tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
    het misdrijf: van het plegen van witwassen een gewoonte maken;

  • -

    verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 24 maanden;

  • -

    bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

de inbeslaggenomen voorwerpen

- de rechtbank gelast de teruggave van de inbeslaggenomen laptop aan verdachte.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.T.C. Jordaans, voorzitter, mr. R.P. van Eerde en

mr. S.M.M. Bordenga, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.C. van Druten, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 4 november 2014.

Mr. Jordaans voornoemd was buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de Landelijke Eenheid, Dienst Landelijke Recherche, met proces-verbaalnummer 26DLR14029-36. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

  • -

    De bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 21 oktober 2014;

  • -

    Een geschrift inhoudende een uitwerking van tapgesprekken, pagina P3-P9;

  • -

    Proces-verbaal van observeren 28 juli 2014, P10-P13;

  • -

    Proces-verbaal van aanhouding verdachte, P14-P16;

  • -

    Proces-verbaal van doorzoeking voertuig, P24-P25;

  • -

    Proces-verbaal van binnentreden in woning, P28-P31;

  • -

    Proces-verbaal van 1e verhoor verdachte [verdachte], P46-P52;

  • -

    Een geschrift inhoudende aantekeningen met een overzicht van uitgaven en inkomsten, P81-P82.