Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2014:6490

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
09-12-2014
Datum publicatie
09-12-2014
Zaaknummer
08/730256-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Overijssel veroordeelt een 27-jarige man uit Balkbrug tot een werkstraf van 60 uur. Hij maakte zich schuldig aan het welbewust verbergen van goederen met de bedoeling om het opsporingsonderzoek te bemoeilijken en vervolging van zijn werkgever te voorkomen. Deze misplaatste vorm van hulp aan een werkgever en het op deze wijze frustreren van het politie-onderzoek, dient door het opleggen van een onvoorwaardelijke straf ontmoedigd te worden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08/730256-14

Datum vonnis: 9 december 2014

Vonnis op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1987 in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats].

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 25 november 2014. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. Y. Oosterhof en van hetgeen door de verdachte en diens raadsvrouw mr. L. van der Werff, advocaat te Enschede, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 28 april 2014 opzettelijk van misdrijf afkomstige voorwerpen aan het onderzoek door justitie of politie heeft onttrokken;

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:

hij op of omstreeks 28 april 2014 te Balkbrug, gemeente Hardenberg, althans in Nederland, nadat er door [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2], althans door een of meer perso(o)n(en) op of omstreeks 23 april 2014 te Albergen, gemeente Tubbergen, het misdrijf was gepleegd van artikel 312 lid 2 aanhef en onder 2 Wetboek van Strafrecht, althans nadat er enig misdrijf was gepleegd, met het oogmerk om dat misdrijf te bedekken of de nasporing of vervolging daarvan te beletten of te bemoeilijken, een of meer voorwerpen waarop of waarmede dat misdrijf was gepleegd of andere sporen van dat misdrijf heeft vernietigd en/of weggemaakt en/of verborgen en/of aan het onderzoek van de ambtenaren van de justitie of politie onttrokken, hierin bestaande dat verdachte - zakelijk - weergegeven - :

nadat hij was gebeld door de partner van zijn werkgever [medeverdachte 1] met de mededeling "die spullen moeten daar weg", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, naar het pand van [bedrijf] (waar verdachte werkzaam is) is gegaan en/of (vervolgens) een of meer bij voormeld misdrijf weggenomen voorwerp(en), te weten een notebook (merk Dell) en/of een notebook (merk Acer) en/of een IPad met oplader en/of een hoofdtelefoon (merk Beats by dr. Dre), in een plastic zak heeft gedaan en/of (vervolgens) deze plastic zak met die voorwerp(en) in een container bij zijn woning te Balkbrug heeft verborgen;

3. De vordering van de officier van justitie en het standpunt van de verdediging

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een werkstraf van 80 uren.

De verdediging stelt zich op het standpunt dat er vrijspraak dient te volgen.

Tenlastegelegd is dat verdachte het oogmerk had om dat misdrijf, te weten het daarvoor genoemde misdrijf van artikel 312 van het Wetboek van Strafrecht, te bedekken. Aangezien verdachte niet wist of en zo ja, welk misdrijf er was gepleegd, kon zijn oogmerk hierop niet zijn gericht.

Mocht de rechtbank tot een bewezenverklaring komen dan dient, gelet op de loyaliteit van verdachte jegens zijn werkgever in deze zaak, volstaan te worden met een geheel voorwaardelijke straf, dan wel een aanmerkelijk lagere straf dan door de officier van justitie is geëist.

4 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5 De beoordeling van het bewijs

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 28 april 2014 te Balkbrug, gemeente Hardenberg, nadat er enig misdrijf was gepleegd, met het oogmerk om dat misdrijf te bedekken of de nasporing of vervolging daarvan te beletten of te bemoeilijken, sporen van dat misdrijf heeft verborgen en aan het onderzoek van de ambtenaren van de politie onttrokken, hierin bestaande dat verdachte - zakelijk weergegeven - :

nadat hij was gebeld door de partner van zijn werkgever [medeverdachte 1] met de mededeling "die spullen moeten daar weg", naar het pand van [bedrijf] (waar verdachte werkzaam is) is gegaan en vervolgens bij voormeld misdrijf weggenomen voorwerpen, te weten een notebook (merk Dell) en een notebook (merk Acer) en een hoofdtelefoon (merk Beats by dr. Dre), in een plastic zak heeft gedaan en vervolgens deze plastic zak met die voorwerpen in een container bij zijn woning te Balkbrug heeft verborgen.

In geval van hoger beroep zullen de gebruikte bewijsmiddelen worden opgenomen in een aanvulling bij dit vonnis. De in die bewijsmiddelen voorkomende feiten en omstandigheden zijn redengevend voor deze beslissing. De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank overweegt met betrekking tot het oogmerk het volgende.

Verdachte moet het oogmerk hebben gehad om enig misdrijf te bedekken of de nasporing of vervolging daarvan te beletten of te bemoeilijken.

Van oogmerk bij de verdachte is sprake als zijn handelen, naar hij moet hebben beseft, als noodzakelijk en dus door hem gewild gevolg meebracht dat sporen van het misdrijf werden verborgen of aan het onderzoek van de ambtenaren van de politie werden onttrokken. Uit de hierna volgende feiten en omstandigheden leidt de rechtbank af dat voormeld oogmerk bij verdachte aanwezig was ten tijde van het verbergen en onttrekken van de goederen.

Verdachte is als werknemer in dienst bij het bedrijf [bedrijf]. Als werknemer heeft hij namens het bedrijf goederen geleverd aan een persoon, welke goederen door deze persoon niet zijn betaald. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij zich tegenover zijn werkgever schuldig voelde over deze gang van zaken, waardoor zijn werkgever schade heeft ondervonden. Verdachte is op enig moment op de hoogte geraakt van de naam ([naam]) en de woonplaats (Albergen) van deze persoon. Verdachte wist dat zijn werkgever,

[medeverdachte 1], op 23 april 2014 een bezoek zou gaan brengen aan de woonplaats van [naam] en wilde gaan kijken waar deze precies woonde. Verdachte verklaart dat dit niet de normale gang van zaken bij het bedrijf was. Op 24 april heeft verdachte van zijn werkgever [medeverdachte 1] gehoord dat hij bij de woning van [naam] geweest was en dat hij laptops had meegenomen. Verdachte verklaart dat hij wist dat de laptops op de een of andere manier uit Albergen waren gekomen. Wanneer verdachte vervolgens in de vroege ochtend van 28 april 2014 wordt gebeld door de vrouw van zijn werkgever met de mededeling “die spullen moeten daar weg” weet verdachte welke spullen weg moeten en rijdt hij onmiddellijk naar de winkel. Verdachte heeft twee laptops, een koptelefoon en een ander hoesje mee naar huis genomen, in een plastic zak gedaan en in een container bij zijn huis gelegd.

Verdachte verklaart ter terechtzitting dat hij de spullen niet in zijn huis wil hebben.

De vriendin van verdachte ziet dat verdachte terug komt met een zwarte vuilniszak en deze in de container bij hun huis legt. Zij brengt de - door verdachte in de container verborgen – goederen, te weten twee laptops, een hoofdtelefoon en een toetsenbord, naar de politie.

De voorgaande feiten en omstandigheden leiden tot de conclusie dat verdachte weet had van het feit dat zijn werkgever op strafbare wijze de beschikking had gekregen over de goederen en dat verdachte zich realiseerde dat het van groot belang was om de goederen te verbergen en aan het onderzoek van de politie te onttrekken. Verdachtes onmiddellijke handelen na de aanhouding van zijn werkgever en het paniektelefoontje van diens vrouw, laat zich in die zin ook verklaren.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij artikel 189 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

nadat enig misdrijf is gepleegd met het oogmerk om het te bedekken of de nasporing of vervolging te beletten of te bemoeilijken, sporen van het misdrijf verbergen en aan het onderzoek van de ambtenaren van de politie onttrekken.

7 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.

8 De op te leggen straf of maatregel

8.1

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het welbewust verbergen van goederen met de bedoeling om het opsporingsonderzoek te bemoeilijken en vervolging van zijn werkgever te voorkomen.

Deze misplaatste vorm van hulp aan een werkgever en het op deze wijze frustreren van het politie-onderzoek, dient door het opleggen van een onvoorwaardelijke straf ontmoedigd te worden.

In het voordeel van verdachte weegt de rechtbank mee dat verdachte niet eerder met justitie in aanraking is geweest.

Alles afwegend acht de rechtbank een werkstraf, als na te melden, passend en geboden.

9 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 22c, 22d en 27 Sr.

10 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

  • -

    verklaart bewezen, dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

nadat enig misdrijf is gepleegd met het oogmerk om het te bedekken of de nasporing of vervolging te beletten of te bemoeilijken, sporen van het misdrijf verbergen en aan het onderzoek van de ambtenaren van de politie onttrekken.

- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid van 60 uren;

  • -

    beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 30 dagen;

  • -

    beveelt dat de tijd die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de taakstraf in mindering wordt gebracht, waarbij als maatstaf geldt dat voor de eerste 60 in verzekering of voorlopige hechtenis doorgebrachte dagen, twee uren en voor de resterende dagen één uur per dag aftrek plaatsvindt;

Dit vonnis is gewezen door mr. M.H. van der Lecq voorzitter, mr. G.J. Stoové en mr. C.C.S. Koppes, rechters, in tegenwoordigheid van H.K.S. Feijer, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 9 december 2014.