Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2014:6420

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
28-11-2014
Datum publicatie
04-12-2014
Zaaknummer
164871 KG ZA 14-407
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Afsluiting van energie onrechtmatig? Veroordeling tot heraansluiting na betaling van een voorschot.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

Zaaknummer : 164871 KG ZA 14-407

datum vonnis : 28 november 2014

Motivering d.d. 3 december 2014 van het vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Overijssel d.d. 28 november 2014, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

verder te noemen [eiser],

advocaat: mr. J.M. Pol te Assen,

tegen

1 de maatschap DMJ,

gevestigd te Geesteren,

2. [gedaagde 2],

wonende te [woonplaats],

3. [gedaagde 3],

wonende te [woonplaats],

4. [gedaagde 4],

wonende te [woonplaats],

gedaagden,

verder te noemen DMJ,

advocaat: mr. P.A.J.M. Lodestijn te Nijmegen.

1 Het procesverloop

1.1

[eiser] heeft gevorderd als vermeld in de dagvaarding.

1.2

De zaak is behandeld ter terechtzitting van 28 november 2014. Ter zitting zijn verschenen:

De heer [eiser], vergezeld door zijn zoon en door mr. Pol en namens gedaagden de heer [B] vergezeld door mr. Lodestijn.

De standpunten zijn toegelicht.

1.3

De voorzieningenrechter heeft wegens de spoed reeds bij vonnis van 28 november 2014 op het door [eiser] gevorderde beslist, zonder motivering. De motivering van de beslissing van de voorzieningenrechter was aangekondigd voor 5 december 2014 doch volgt thans.

2 De feiten

2.1

In deze zaak staat het navolgende vast. [eiser], 87 jaar oud, woont al tientallen jaren in de woning aan de [adres] te [plaats]. Het betreft een woning boven een bedrijfspand, in welk pand [eiser] in het verleden zijn onderneming dreef. Begin deze eeuw heeft [eiser] zijn onderneming overgedragen aan zijn zoon [A]. De onderneming en het onroerend goed waren ondergebracht in een BV, [X] (hierna: [X]). De overname door de zoon van [eiser] werd door omstandigheden geen succes waarop een bedrijfsopvolger werd gezocht en werd gevonden in de persoon van de heer [L] van [Y]te [plaats] (hierna: [L]), althans zijn vennootschap Demajo Onroerend Goed BV (hierna: Demajo). In november 2010 heeft Demajo de aandelen van [X] overgenomen. Na het faillissement van [X] op 21 december 2011 heeft de curator van [X] met Demajo overeenstemming bereikt over de verkoop van de onroerende zaken van [X], waaronder de bovenwoning van [eiser].

2.2

Ten aanzien van [eiser] zijn de curator van [X] en Demajo in artikel 5.4 van de koopovereenkomst het volgende overeengekomen:

5.4

Demajo O.G. dient de bestaande huurrechten met betrekking tot de gekochte bedrijfspanden en de daarbij behorende woningen te respecteren, daaronder begrepen het aan de heer [eiser] verleende gebruiksrecht van de woning boven het bedrijfspand [adres] te [plaats], welk gebruiksrecht hem is verleend “om-niet tot zijn overlijden”. Het hiervoor vermelde beding met betrekking tot het gebruiksrecht van de heer [eiser], dient door Demajo O.G. in de vorm van een kettingbeding te worden opgelegd aan opvolgende verkrijgers of zakelijk gerechtigden van het genoemde registergoed. Dit beding is een beding als bedoeld in artikel 6: 253 BW (derdenbeding) dat door de curator ten behoeve van en namens [eiser] voornoemd door ondertekening van deze overeenkomst wordt aanvaard.

2.3

Bij akte van koop en levering d.d. 9 november 2012 is door Demajo onder meer de bovenwoning van [eiser] verkocht aan gedaagden, de maatschap DMJ, van de dochters van [L]. In de akte is het onder 2.2. genoemde artikel 5.4 als ketting-/derdenbeding opgenomen.

2.4

In september 2014 ontving [eiser] een brief van een deurwaarder, waarin namens DMJ aanspraak werd gemaakt op betaling van een bedrag van € 6123,05 wegens achterstallige energiekosten. DMJ heeft [eiser], die de energiekosten niet wilde betalen, na 24 november 2014 afgesloten van energie.

3 Het geschil

3.1

[eiser] heeft kort gezegd gevorderd DMJ te gebieden de afsluiting van de nutsvoorzieningen in de woning van [eiser] ongedaan te maken en DMJ te verbieden opnieuw de nutsvoorzieningen in de woning van [eiser] af te sluiten, op straffe van dwangsommen.

3.2

Volgens [eiser] is het glashelder dat is afgesproken dat hij in de bovenwoning gratis mag blijven zitten, dus zonder energiekosten te betalen, tot zijn dood. Naast het hiervoor vermelde artikel 5.4 heeft [eiser] gewezen op een e-mail van zijn advocaat aan de heer [O] van Demajo d.d. 8 november 2010, waarin kort gezegd de (in het kader van de aandelenkoop) aanvullende afspraak staat dat [eiser] om niet in de woning [adres] kan blijven wonen. [eiser] heeft in het verleden nimmer huur en energiekosten betaald en bij de overdracht aan Demajo is afgesproken dat die situatie zou worden gecontinueerd. [eiser] hoefde ook nimmer energiekosten aan Demajo te betalen en hij hoeft dat nu ook aan DMJ niet te betalen. DMJ heeft dat recht van [eiser] ook 2 jaar erkend. De afsluiting is onrechtmatig. DMJ had bovendien een minder ingrijpend middel kunnen kiezen om haar recht te halen; zij had gewoon een procedure bij de kantonrechter kunnen starten. [eiser] heeft nog opgemerkt dat er in het bedrijfspand, waar meerdere bedrijven (kunnen) zijn gevestigd, maar 1 aansluiting/meter is voor elektra, gas en water.

3.3

DMJ heeft geconcludeerd tot afwijzing van de vorderingen. Volgens DMJ ontbreekt het vereiste spoedeisend belang en dient de vordering ook op inhoudelijke gronden te worden afgewezen. [eiser] is deugdelijk aangemaand voor de vordering en bij brief van 24 november 2014 is aangekondigd dat er afgesloten zal worden. Volgens DMJ wordt er een spelletje gespeeld door [eiser] en betreft het betalingsonwil. Geld is bij [eiser] geen probleem, hij betaalt immers geen huur. [eiser] had bijvoorbeeld zekerheid kunnen stellen en dan was deze procedure niet nodig geweest. Inhoudelijk ontkent DMJ dat de aanvullende afspraak zoals vermeld in de e-mail van 8 november 2010 is gemaakt en zij interpreteert artikel 5.4 van de koopovereenkomst anders dan [eiser]: het gebruiksrecht wordt om niet verleend, maar een gebruiker dient de verbruikskosten als energie, televisie e.d. zelf te betalen. [L] heeft [eiser] destijds gratis, zonder gebruikskosten, laten wonen, maar toen wist [L] nog niet dat [eiser] illegaal stroom aftapte. Een huurder in het bedrijfspand ontdekte dat er illegaal draadjes naar boven liepen en heeft inmiddels tussenmeters laten plaatsen. Gelet op deze situatie is er geen sprake van opgewekt vertrouwen of rechtsverwerking door DMJ aangaande de energiekosten. DMJ heeft geen verdergaande verplichting dan [eiser] gratis het gebruiksrecht te verlenen. Volgens DMJ waren er geen minder ingrijpende maatregelen mogelijk. DMJ heeft [eiser] deugdelijk gewaarschuwd en [L], althans zijn vennootschap heeft al een niet te verhalen vordering op [eiser] van € 550.000,00. DMJ wilde daarom geen proceskosten meer maken. DMJ is bereid [eiser] weer aan te sluiten tegen het stellen van zekerheid, betaling van een voorschot van € 250,00 per maand.

4 De beoordeling

4.1

De voorzieningenrechter overweegt het volgende. Het vereiste spoedeisend belang is in deze zaak aanwezig gelet op de aard van het gevorderde, heraansluiting op de nutsvoorzieningen, en de buitentemperaturen van thans rond het vriespunt.

4.2

De voorzieningenrechter heeft ter zitting al opgemerkt dat in deze procedure geen (definitief) oordeel zal worden gegeven over de vraag wat partijen precies hebben afgesproken tijdens de overdracht van onder meer de bovenwoning van [eiser], of onderdeel van de afspraken is dat [eiser] ook geen energiekosten hoeft te betalen. Partijen hebben hieromtrent gemotiveerd standpunten ingenomen en die staan lijnrecht tegenover elkaar. Zo verschillen partijen van mening over de interpretatie van voormeld artikel 5.4, over de aanvullende afspraak in de e-mail van 8 november 2010 en ook verschillen zij van mening over de al dan niet illegale aansluiting in het bedrijfspand. Teneinde voldoende opheldering te verkrijgen, zou een nader onderzoek naar de hiervoor relevante feiten en omstandigheden ingesteld moeten worden. Een dergelijk onderzoek gaat echter het kader van dit kort geding te buiten; dit zal moeten worden onderzocht en beoordeeld in een bodemprocedure.

4.3

In deze procedure gaat het om het geven van een ordemaatregel als voorlopige voorziening, om de afsluiting van energie ongedaan te maken en te houden gedurende de duur van de bodemprocedure. Het is voor de voorzieningenrechter, anders dan [eiser], niet glashelder dat onderdeel van de afspraken is geweest dat [eiser] geen energiekosten zou hoeven te betalen. Artikel 5.4 heeft het immers alleen over een gebruiksrecht en daaronder vallen in beginsel niet verbruikskosten als energie, water, televisie e.d.

De voorzieningenrechter zal daarom een door [eiser] te betalen maandelijks voorschot bepalen, na betaling waarvan DMJ gehouden is de afsluiting ongedaan te maken. Gelet op hetgeen partijen hieromtrent aangevoerd hebben omtrent de hoogte van het voorschot (volgens [eiser] is een voorschot van € 250,00 te hoog, volgens DMJ komt het verbruik van [eiser] daar ongeveer op neer, gelet op de facturen die zij van de huurder heeft gehad) zal de voorzieningenrechter het voorschot bepalen op € 200,00 per maand. [eiser] heeft wel gesteld dat hij niet tot betaling van dat bedrag in staat is, maar dat is voorshands niet door hem aangetoond, terwijl vast staat dat hij een WAO uitkering heeft en hij geen maandelijkse woonlasten voor gebruik van de woning heeft.

4.4

De vordering zal als volgt worden toegewezen. De voorzieningenrechter ziet aanleiding de proceskosten te compenseren.

5 De beslissing (zoals uitgesproken op 28 november 2014)

De voorzieningenrechter:

I. Gebiedt DMJ, ieder voor zich, om binnen drie uur na betaling van een voorschot van

€ 200,00 de afsluiting van de nutsvoorzieningen in de woning van [eiser] ongedaan te maken, op straffe van een dwangsom van € 2.500,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat gedaagden aan deze veroordeling geen gehoor geven, met een maximum van € 50.000,00.

II. Verbiedt DMJ, ieder voor zich, om de nutsvoorzieningen in de woning van [eiser] opnieuw af te sluiten, zo lang [eiser] na het eerste hierboven bedoelde voorschot maandelijks een voorschot van € 200,00 betaalt, en totdat een rechter in een bodemprocedure anders zal beslissen, op straffe van een dwangsom van € 2.500,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat gedaagden aan deze veroordeling geen gehoor geven, met een maximum van

€ 50.000,00.

III. Compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

IV. Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

V. Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. A.E. Zweers, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 november 2014, in tegenwoordigheid van de griffier.