Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2014:6343

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
12-11-2014
Datum publicatie
03-12-2014
Zaaknummer
C/08/154339 / HA ZA 14-189
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Akte overlegging producties dient niet gekwalificeerd te worden als conclusie van repliek.

Vordering uit hoofde van niet nakoming overeenkomst jegens gedaagden wordt afgewezen.

Gedaagde sub 3 was geen partij bij de overeenkomst.

Bewijslevering hoeft niet plaats te vinden omdat dit niet kan bijdragen aan de oplossing van het geschil.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zwolle

zaaknummer / rolnummer: C/08/154339 / HA ZA 14-189

Vonnis van 12 november 2014

in de zaak van

[eiser] H.O.D.N. HA-RENTAL LICHT & GELUID,

wonende te Zwolle,

eiser,

advocaat mr. T.H.I.M. Pierik te Zwolle,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TEN4 IJSBANEN B.V.,

statutair gevestigd en kantoorhoudende te Zwolle,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TEN4 EVENTS B.V.,

statutair gevestigd en kantoorhoudende te Zwolle,

3. [gedaagde 3],

wonende te [plaats],

gedaagden,

advocaat mr. G. Hendriks te Kampen.

Partijen zullen hierna [eiser] en Ten4 c.s. dan wel – ieder afzonderlijk – Ten4 IJsbanen, Ten4 Events en [gedaagde 3] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 18 juni 2014

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 18 augustus 2014

  • -

    de akte overlegging producties van de zijde van [eiser]

  • -

    de antwoordakte tevens houdende akte overlegging producties van de zijde van Ten4 c.s.

  • -

    de antwoordakte van de zijde van [eiser].

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser] verhuurt apparatuur en levert diensten op het gebied van licht en geluid.

2.2.

Sinds 2011 wordt in Zwolle het IJsbeelden Festival georganiseerd.

2.3.

[eiser] heeft ten behoeve van het IJsbeelden Festival 2011/2012 apparatuur verhuurd en diensten geleverd.

2.4.

[eiser] heeft d.d. 25 april 2012 [gedaagde 3] een overeenkomst gestuurd, welke overeenkomst – kort gezegd – inhoudt dat [eiser] voor een periode van 5 jaar “AV” apparatuur verhuurt en diensten levert ten behoeve van het IJsbeelden Festival. De overeenkomst bevat – voor zover van belang – de navolgende zinsnede:

“Ontbinding is alleen mogelijk bij het beëindigen van de bedrijfsactiviteiten van 1 van beider partijen.”

2.5.

De overeenkomst is namens de organisatie van het IJsbeelden Festival als volgt ondertekend: “[gedaagde 3] eigenaar Ten4”.

2.6.

Op grond van de in rechtsoverweging 2.4 aangehaalde overeenkomst heeft [eiser] apparatuur en diensten geleverd voor het IJsbeelden Festival 2012/2013.

2.7.

Voor het IJsbeelden Festival 2013/2014 heeft [eiser] geen apparatuur en diensten geleverd.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert bij vonnis, voor zoveel mogelijk, uitvoerbaar bij voorraad,

  • -

    Ten4 c.s. hoofdelijk te veroordelen tot betaling aan [eiser] van een bedrag van € 73.037,49 zijnde het totaal van de door [eiser] begrote schade en onbetaald gelaten facturen, althans een bedrag dat de rechtbank in goede justitie vermeent te behoren, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf de dag van dagvaarding tot aan die der algehele voldoening,

  • -

    Ten4 c.s. hoofdelijk te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 1.505,37 aan [eiser], zijnde de buitengerechtelijke kosten, althans een bedrag dat de rechtbank in goede justitie vermeent te behoren,

  • -

    Ten4 c.s. hoofdelijk te veroordelen in de kosten van deze procedure.

3.2.

[eiser] legt aan zijn vorderingen ten grondslag dat hij een overeenkomst heeft gesloten met Ten4 c.s. (dat wil zeggen: [gedaagde 3] in privé, Ten4 IJsbanen en Ten4 Events) voor vijf jaar. Nu [eiser] niet in de gelegenheid is gesteld apparatuur en diensten te leveren voor het IJsbeelden Festival 2013/2014 en ook niet in de gelegenheid zal worden gesteld voor de resterende duur van het contract apparatuur en diensten te leveren, is Ten4 c.s. tekort geschoten en zal Ten4 c.s. tekortschieten in de nakoming van haar verplichtingen als gevolg waarvan [eiser] schade heeft geleden en zal lijden. De geleden en te lijden schade wil [eiser] vergoed hebben. Voorts vordert [eiser] betaling van een drietal openstaande nota’s.

3.3.

Ten4 c.s. voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen bij vonnis, zoveel mogelijk, uitvoerbaar bij voorraad, onder bepaling dat (a) de proceskosten voldaan dienen te worden binnen veertien dagen na dagtekening van het in deze te wijzen vonnis en (b) in het geval tijdige voldoening uitblijft, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van het verloop van de bedoelde termijn, tot aan het moment van algehele voldoening, alsmede (c) met veroordeling van [eiser] tot betaling van de nakosten ter hoogte van € 131,00, danwel indien betekening plaatsvindt ter hoogte van € 199,00.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

goede procesorde

4.1.

Ter comparitie is afgesproken dat aan partijen nog de gelegenheid zou worden geboden om een akte overlegging productie(s) te nemen. Anders dan Ten4 c.s. meent voldoet de akte van [eiser], genomen ter rolle van 3 september 2014, aan de gemaakte afspraken. Dat [eiser] de door hem overgelegde producties kort toelicht, maakt dit niet anders. Van een akte die eigenlijk als conclusie van repliek gekwalificeerd zou moeten worden, zoals Ten4 c.s. meent, is dan ook geen sprake. Ten4 c.s. heeft vervolgens de mogelijkheid om op de door [eiser] overgelegde stukken te reageren ruim benut door een akte van maar liefst 10 (!) pagina’s in te dienen. Aangezien Ten4 c.s. daarbij producties heeft overgelegd is [eiser] in het kader van het beginsel van hoor en wederhoor in de gelegenheid gesteld nog een akte uitlating producties te nemen, zoals ook ter zitting is afgesproken. Ter rolle van 1 oktober 2014 heeft [eiser] een antwoordakte genomen. De rechtbank ziet dan ook geen enkele aanleiding om Ten4 c.s. nog in de gelegenheid te stellen een akte te nemen. Dit ware wellicht anders geweest indien [eiser] wederom producties zou hebben overgelegd, doch zulks is niet het geval geweest.

contractpartij

4.2.

[eiser] stelt zich op het standpunt dat hij een overeenkomst heeft gesloten met Ten4 c.s.

4.3.

[gedaagde 3] beroept zich erop dat Ten4 Events het IJsbeelden Festival alleen organiseerde. [gedaagde 3] in privé was geen contractpartij van [eiser]. Daartoe verwijst Ten4 c.s. naar de ondertekening van de overeenkomst d.d. 25 april 2012, het feit dat de subsidie aan Ten4 Events was verstrekt en overige stukken, waaronder de brief d.d. 12 november 2013 van de Arag. Dat de facturen van [eiser] ook deels door Ten4 IJsbanen werden betaald, had te maken met liquiditeitsproblemen van Ten4 Events, aldus Ten4 c.s.

4.4.

Primair ligt de vraag voor of [gedaagde 3] in persoon naast Ten4 IJsbanen en / of Ten4 Events als contractpartij aangemerkt dient te worden. Het antwoord op die vraag is volgens vaste jurisprudentie afhankelijk van wat betrokkenen jegens elkaar hebben verklaard en over en weer uit elkanders verklaringen en gedragingen hebben afgeleid en hebben mogen afleiden. Als uitgangspunt bij de hiervoor bedoelde uitleg heeft voorts te gelden dat een ieder geacht wordt voor zichzelf te handelen, tenzij degene die handelt kenbaar maakt niet voor zichzelf maar voor een ander te handelen.

4.5.

Naar het oordeel van de rechtbank kan uit het feit dat alle facturen van [eiser] alsmede alle sommatiebrieven zijn gericht aan Ten4 IJsbanen en Ten4 Events en niet ook aan [gedaagde 3], worden afgeleid dat voor [eiser] duidelijk was dat [gedaagde 3] niet ook voor zichzelf handelde maar uitsluitend voor Ten4 IJsbanen en Ten4 Events. Dat [gedaagde 3] enkel voor Ten4 Events handelde en niet tevens voor Ten4 IJsbanen volgt evenwel niet uit de stukken. De ondertekening van de overeenkomst d.d. 25 april 2012 is door [gedaagde 3] gedaan als “eigenaar van Ten4”. Nu [gedaagde 3] zowel eigenaar is van Ten4 Events als van Ten4 IJsbanen en verder uit geen enkel stuk valt af te leiden dat [gedaagde 3] heeft aangegeven dat slechts Ten4 Events als contractpartij had te gelden, mocht [eiser] ervan uitgaan dat hij zowel met Ten4 Events als met Ten4 IJsbanen contracteerde. Daar komt nog bij dat de door [eiser] verzonden facturen zowel door Ten4 Events als door Ten4 IJsbanen zijn betaald. Dat Ten4 IJsbanen de facturen van [eiser] betaalde voor Ten4 Events is niet gebleken. Kortom, de overeenkomst d.d. 25 april 2012 is tussen enerzijds [eiser] en anderzijds Ten4 Events en Ten4 IJsbanen tot stand gekomen.

4.6.

Gelet op het vorenstaande zal de vordering jegens [gedaagde 3] worden afgewezen om reden dat hij geen partij is bij de overeenkomst.

overeenkomst

4.7.

[eiser] vordert schadevergoeding nu Ten4 IJsbanen en Ten4 Events, hierna gezamenlijk te noemen: Ten4, de overeenkomst niet zijn nagekomen.

4.8.

Ten4 heeft als verweer aangevoerd dat de overeenkomst is beëindigd. De activiteiten van Ten4 zijn beëindigd, overgedragen aan een derde, op grond waarvan Ten4 bevoegd was de overeenkomst te ontbinden. De overeenkomst is ook mondeling door Ten4 beëindigd. In de conclusie van antwoord is – voor zover nodig – de overeenkomst ook ontbonden.

4.9.

De rechtbank zal eerst onderzoek of de ontbindingsmogelijkheid zoals genoemd in de overeenkomst zich heeft voorgedaan. Indien deze vraag bevestigd moet worden beantwoord zal de rechtbank nagaan of de ontbinding ook daadwerkelijk door Ten4 is ingeroepen.

4.10.

Uit de overgelegde stukken valt naar het oordeel van de rechtbank op te maken dat de organisatie van het IJsbeelden Festival is overgedragen aan IJsco B.V. In dat kader is ook de subsidie overgedragen aan IJsco B.V. De overdracht van de organisatie van het IJsbeelden Festival aan IJsco B.V. volgt uit de door Ten4 Events overgelegde activa-overeenkomst d.d. 2 november 2013. Dat levering van de activa constitutum possessoruim heeft plaatsgevonden en dat de overeenkomst is aangegaan onder een opschortende voorwaarde, doet hier in de gegeven omstandigheden niet aan af. Volgens de overeenkomst vindt levering op 11 november 2013 plaats en gaat vanaf dat moment het risico van de activa op de koper over. Niet gebleken is dat het IJsbeelden Festival 2013/2014 nog voor rekening en risico van Ten4 is uitgevoerd en dat de activa-overeenkomst pas later is uitgevoerd. Het door [eiser] overgelegde artikel afkomstig van de website IJsbeelden Festival (productie 16) wijst daar in ieder geval niet op. IJsco B.V. draagt blijkens dat artikel het risico. Dat [gedaagde 3] nog bij de organisatie betrokken is doet hier niet aan af.

4.11.

Door Ten4 is voorts een koopovereenkomst d.d. 9 september 2013 overgelegd ter onderbouwing van haar stelling dat ook de activiteiten van Ten4 IJsbanen zijn beëindigd. [eiser] heeft betwist dat Ten4 IJsbanen (al haar) activa heeft verkocht. Wat daar ook van zij (overigens bevat de koopovereenkomst een non-concurrentiebeding om actief te zijn in de verhuur van ijsbanen, hetgeen juist duidt op een algehele overdracht), zowel Ten4 IJsbanen als Ten4 Events zijn contractpartij van [eiser]. De organisatie of eigenlijke exploitatie van het IJsbeelden Festival is overgedragen aan IJsco B.V. en daarmee niet langer in handen van Ten4 IJsbanen en/of Ten4 Events. Als gevolg daarvan is de in het kader van de overeenkomst d.d. 25 april 2012 relevante bedrijfsactiviteit van zowel Ten4 IJsbanen als van Ten4 Events beëindigd. Gelet op het feit dat de overeenkomst enkel en alleen betrekking heeft op het leveren van apparatuur en diensten ten behoeve van het IJsbeelden Festival, brengt een redelijke uitleg van de overeenkomst met zich dat onder het begrip bedrijfsactiviteit (de organisatie van) het IJsbeelden Festival dient te worden verstaan. [eiser] heeft ter comparitie zelf ook aangegeven dat aan de zijde van Ten4 sprake is van beëindiging als het IJsbeelden Festival niet doorgaat. Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat de ontbindingsmogelijkheid als bedoeld in de overeenkomst zich heeft voorgedaan. Thans is de vraag of Ten4 de ontbinding ook heeft ingeroepen. Want zoals [eiser] terecht heeft aangevoerd; het feit dat de bedrijfsactiviteiten zijn beëindigd leidt niet automatisch tot beëindiging van de overeenkomst.

4.12.

In de conclusie van antwoord heeft Ten4 gesteld dat de leveranciers op de hoogte zijn gesteld van het feit dat de bedrijfsvoering zou eindigen en dat de duurovereenkomsten zijn opgezegd c.q. ontbonden en dat de leveranciers, waaronder [eiser], met de beëindiging hebben ingestemd. Dat [eiser] heeft ingestemd met de beëindiging volgt voorts uit het feit dat hij een nieuwe offerte heeft uitgebracht. Ten4 wijst ook op de reactie van de provincie d.d. 12 augustus 2014 (productie 21) waaruit volgt dat [eiser] boos was over de opzegging van het lopende contract door [gedaagde 3]. [eiser] betwist dat de overeenkomst is ontbonden/ontbonden door Ten4.

4.13.

De stellingen van [eiser] zijn niet consistent als het gaat om de vraag of Ten4 de overeenkomst heeft beëindigd/ontbonden. In de dagvaarding geeft [eiser] aan dat hem in september 2013 te kennen is gegeven dat per direct geen uitvoering meer zou worden gegeven aan de overeenkomst. Ter zitting heeft [eiser] aangegeven dat [gedaagde 3] hem in september 2013 heeft laten weten dat het IJsbeelden Festival voor 99% zeker zou doorgaan. In oktober 2013 ontving [eiser] andere signalen en uit de e-mail d.d. 24 oktober 2013 van mevrouw [naam 1] blijkt dat [eiser] op de hoogte was van een overdracht van de organisatie van het IJsbeelden Festival. Ook is duidelijk dat [eiser] nadien nog een offerte heeft uitgebracht. Anderzijds blinken ook de stellingen van Ten4 niet uit in helderheid. Hoewel in de conclusie van antwoord staat dat de leveranciers zijn geïnformeerd over de opzegging, bleek ter zitting dat [gedaagde 3] niet meer wist of hij met [eiser] over de status van de overeenkomst had gesproken. Kortom, op basis van de voorliggende stukken is niet met een redelijke mate van zekerheid vast te stellen of Ten4 de overeenkomst met [eiser] in de tweede helft van 2013 heeft opgezegd. Bewijslevering is dan ook noodzakelijk. Wel kan ervan uit worden gegaan, gelet op de ontbindingsverklaring in de conclusie van antwoord, dat de overeenkomst per 28 mei 2014 is ontbonden. Een eventuele schadevergoeding is dan ook beperkt tot het IJsbeelden Festival 2013/2014, nu de overeenkomst per 28 mei 2014 rechtsgeldig is ontbonden. Alvorens echter over te gaan tot het verstrekken van een bewijsopdracht, zal de rechtbank nagaan of het leveren van bewijs kan bijdragen aan de oplossing van dit geschil. Daartoe zal de rechtbank nagaan of de door [eiser] gevorderde schade, mocht komen vast te staan dat de overeenkomst niet in de tweede helft van 2013 is ontbonden maar pas medio 2014, toewijsbaar is.

4.14.

Bij dagvaarding heeft [eiser] de stelling ingenomen dat de gederfde winst

€ 18.000,00 per jaar bedraagt. Ter zitting is aan de orde gekomen dat de door [eiser] gegeven onderbouwing voor dit bedrag op zijn zachtst gezegd onvoldoende is. Ten4 heeft de hoogte van de schade ook uitdrukkelijk betwist. Bij akte overlegging producties heeft [eiser] een overzicht overgelegd waaruit volgt dat de gederfde winst per festival € 15.023,00 bedraagt. Ten4 heeft de hoogte van de schade wederom betwist, daartoe stellende dat enige onderbouwing van de cijfers ontbreekt en dat uit niets blijkt dat deze cijfers afkomstig zijn van een accountant. De rechtbank is met Ten4 van oordeel dat ook het door [eiser] ingebrachte overzicht onvoldoende is ter onderbouwing van de gevorderde schade. Op geen enkele wijze worden de cijfers met onderliggende stukken of zelfs maar een jaarrekening onderbouwd. De door [eiser] gevorderde schade is dan ook bij gebreke van een deugdelijke onderbouwing niet toewijsbaar, zodat de vordering van [eiser] daarop strandt. De door [eiser] gevorderde schadevergoeding zal dan ook worden afgewezen. Bewijslevering kan dan ook niet bijdragen aan de oplossing van dit geschil en hoeft dan ook niet plaats te vinden.

4.15.

In de procedure is door partijen veel aandacht besteed aan de vraag of [eiser] het overdragen van de subsidie aan IJsco B.V. in gevaar heeft gebracht, zulks in verband met het feit dat IJsco B.V. geen gebruik heeft gemaakt van de offerte van [eiser]. In het kader van de onderhavige vordering is die discussie evenwel niet van belang, aangezien dit een zaak is tussen [eiser] en IJsco B.V. en IJsco B.V. in deze procedure geen procespartij is.

facturen

4.16.

[eiser] vordert betaling van een drietal openstaande facturen.

4.17.

De eerste factuur betreft een factuur van € 1.037,49 in verband met de vermissing van een portofoon. Ten4 betwist dat de vermiste portofoon van [eiser] was. Deze was van [naam 2] Security, aldus Ten4. Nu [eiser] hierop niet nader heeft gereageerd en niet heeft onderbouwd dat de vermiste portofoon daadwerkelijk van hem was, zal deze vordering als onvoldoende onderbouwd worden afgewezen.

4.18.

De tweede factuur betreft een factuur van € 335,69 in verband met schade aan een lamp. Ten4 betwist bij gebrek aan wetenschap dat er een lamp is beschadigd. Ook op dit punt heeft [eiser] niet nader gereageerd, zodat deze vordering eveneens als onvoldoende onderbouwd zal worden afgewezen.

4.19.

De derde en laatste factuur betreft een factuur van € 411,40 in verband met de verhuur van een accuset die niet in de vaste prijs was inbegrepen. Ook deze laatste factuur wordt door Ten4 betwist. Zij betwist opdracht te hebben gegeven voor de huur van de accuset. Los daarvan stelt Ten4 zich op het standpunt dat een eventuele verhuur van een accuset onderdeel uitmaakt van de vaste prijs. Nu [eiser] ook op dit punt niet nader heeft gereageerd door haar vordering te onderbouwen, bijvoorbeeld aan de hand van de overeenkomst, zal deze vordering ook als onvoldoende onderbouwd worden afgewezen.

4.20.

[eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Ten4 c.s. worden begroot op:

- griffierecht 1.892,00

- salaris advocaat 2.235,00 (2,5 punten × tarief € 894,00)

Totaal € 4.127,00

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van Ten4 c.s. tot op heden begroot op € 4.127,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van veertien dagen na dagtekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.3.

veroordeelt [eiser] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [eiser] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

5.4.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.F. Clement en in het openbaar uitgesproken op 12 november 2014.