Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2014:6325

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
01-12-2014
Datum publicatie
01-12-2014
Zaaknummer
08/996036-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich samen met zijn broer gedurende ongeveer vijf jaren bezig gehouden met een reeks aan strafbare feiten. Hij is betrokken geweest bij de geboorteaangifte van een tweeling die in werkelijkheid niet geboren was, bij het aanvragen van kinderopvangtoeslag voor onder meer die neptweeling, bij het valselijk opmaken van een aantal documenten, bij de oplichting van een bank door middel van sealbags en bij het witwassen van de opbrengsten van die strafbare feiten. Bovendien heeft hij al deze strafbare feiten gepleegd in georganiseerd verband met een aantal personen uit zijn familie en naaste omgeving.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 3 jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08/996036-12

Datum vonnis: 1 december 2014

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte 2],

geboren op [geboortedag] 1972 in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats], [adres 1].

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 28 oktober 2014 en 17 november 2014. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. D. van Ieperen en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. R.W. van Faassen, advocaat te Zwolle, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1.

in de periode van 1 januari 2010 t/m 5 maart 2013 al dan niet samen met anderen valse opgaven heeft gedaan in veertien authentieke akten (geboorteakten), door valselijk in die akten op te laten nemen dat veertien kinderen waren geboren, onder wie de tweeling Costel [achternaam medeverdachte 6] en Leana [achternaam medeverdachte 6];

feit 2.

in de periode van 1 januari 2008 t/m 5 maart 2013 al dan niet samen met anderen veertien aanvraagformulieren kinderopvangtoeslag valselijk heeft opgemaakt, t.a.v. onder meer de tweeling Costel [achternaam medeverdachte 6] en Leana [achternaam medeverdachte 6] en t.a.v. [zoon verdachte 2], dan wel dat hij in die periode al dan niet samen met anderen gebruik heeft gemaakt van veertien valse aanvraagformulieren kinderopvangtoeslag;

feit 3.

in de periode van 1 januari 2008 t/m 5 maart 2013 al dan niet samen met anderen een hoeveelheid facturen, jaaropgaven, werkgeversverklaringen, salarisstroken, huur-/ schenkings-/arbeidsovereenkomsten en andere authentieke akten met betrekking tot

[medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] valselijk heeft opgemaakt, dan wel dat hij in die periode al dan niet samen met anderen opzettelijk gebruik heeft gemaakt van die valse documenten;

feit 4.

in de periode van 1 januari 2008 t/m 5 maart 2013 al dan niet samen met anderen onder meer

de Rabobank en de ABN Amrobank heeft opgelicht voor in totaal € 1.767.810,--;

feit 5.

in de periode van 1 januari 2008 t/m 5 maart 2013 al dan niet samen met anderen de Belastingdienst heeft opgelicht voor in totaal € 213.802,--;

feit 6.

in de periode van 1 januari 2006 t/m 5 maart 2013 al dan niet samen met anderen een gewoonte heeft gemaakt van het witwassen van geldbedragen van in totaal € 213.802,-- en

€ 1.423.952,--;

feit 7.

in de periode van 1 januari 2006 t/m 5 maart 2013 heeft deelgenomen aan een criminele organisatie, terwijl hij samen met [verdachte 1] leider was van die organisatie.

Voluit luidt de gewijzigde tenlastelegging aan de verdachte, dat:

1.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 1 januari 2010 tot en met 5 maart 2013 onder meer in de gemeente Hengelo en/of Tilburg en/of Arnhem en/of Veghel en/of ’s-Hertogenbosch en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, telkens:

in een of meer authentieke akte(n), te weten veertien, althans een of meer geboorteakte(n) (geboorteaangift(en)), van onder meer de gemeente Hengelo en/of Arnhem en/of Tilburg en/of Veghel en/of ’s-Hertogenbosch en/of elders in Nederland

(telkens) valselijk heeft doen of laten opnemen dat een of meer kind/kinderen was/waren geboren, waaronder een tweeling, genaamd Costel [achternaam medeverdachte 6] en Leana [achternaam medeverdachte 6], in elk geval een tweeling (1-D-015-01 en 02),

van de waarheid van welk feit die akte(n) moest doen blijken, terwijl

in werkelijkheid dat kind of die kinderen, onder meer voornoemde tweeling, niet was/waren geboren,

zulks (telkens) met het oogmerk om die akte(n) of een afschrift(en) daarvan te gebruiken of door anderen te doen gebruiken als ware die opgave in overeenstemming met de waarheid;

(vindplaats Overzichts-pv: 4.4.5.1 t/m 4.4.1.5.9,

Specifiek O-pv: 4.4.1.5.7, pag. 89t/m 92)

(artikel 227 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

2.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 1 januari 2008 tot en met 5 maart 2013 onder meer in de gemeente Hengelo en/of Tilburg en/of Arnhem en/of Veghel en/of ’s-

Hertogenbosch en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, telkens:

- veertien, althans een of meer (digitaal/digitale) aanvraagformulier(en) kinderopvangtoeslag,

zijnde telkens een geschrift(en) dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of doen opmaken en/of laten opmaken en/of vervalst en/of doen vervalsen en/of laten vervalsen, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens) valselijk en/of in strijd met de waarheid:

a. op zeven, althans een of meer van die aanvraagformulier(en) kinderopvangtoeslag (O-pv 4.4.2.3, pag. 96), aangegeven:

- dat er sprake was van een bestaand kind of kinderen en/of

- dat een kind of die kinderen opvang genoten bij een geregistreerde kinderopvang en/of

- dat er voor dat kind of die kinderen kosten werden gemaakt ten behoeve van de opvang,

zo werd onder meer voor een tweeling, genaamd Costel [achternaam medeverdachte 6] en Leana [achternaam medeverdachte 6], op één of meer tijdstippen in de periode 14 april 2011 tot en met 29 februari 2012, (telkens) een aanvraag voor kinderopvangtoeslag gedaan bij de Belastingdienst, in welke aanvraag stond vermeld dat gebruik werd gemaakt van kinderopvangorganisatie “Het Zonnelicht” in Den Bosch en/of kinderopvangorganisatie “Kinderdagverblijf Dino Heikant” te Tilburg en/of dat er kosten werden gemaakt ten behoeve van de opvang,

terwijl in werkelijkheid:

die kind/kinderen niet bestonden en derhalve geen opvang werd genoten bij de opgegeven geregistreerde kinderopvang en dat er voor die kind/kinderen geen opvangkosten zijn/werden gemaakt,

en/of

b. op zeven, althans een of meer van die aanvraagformulier(en) kinderopvangtoeslag (O-pv 4.4.2.3, pag. 96) aangegeven dat er voor dat genoemde kind of die kinderen kosten werden gemaakt ten behoeve van de opvang,

zo werd onder meer voor [zoon verdachte 2], geboren op [geboortedag] 2010, op één of meer tijdstippen in de periode van 31 maart 2011 tot en met 12 december 2011 bij de belastingdienst, (telkens) een aanvraag voor kinderopvangtoeslag gedaan, in welke aanvraag/aanvragen stond vermeld dat gebruik werd gemaakt van kinderopvangorganisatie “Kinderdagverblijf Dino Noord” te Tilburg en/of dat er (telkens) kosten werden gemaakt ten behoeve van de opvang (1-D-048-04, 1-D-032-01, 1-D-048-18 en 19, O-pv 4.4.2.5.3.4 pag. 116 en 117),

terwijl in werkelijkheid:

door die kinderen geen opvang werd genoten bij de opgegeven geregistreerde kinderopvang en/of dat er voor die kind/kinderen geen opvangkosten zijn/werden gemaakt,

zulks met het oogmerk om dat/die geschrift(en) (telkens) als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken;

(vindplaats Overzichts-pv 4.4.2.5.2.1 t/m 4.4.2.5.3.7, pag. 97 t/m 118)

(artikel 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 1 januari 2008 tot en met 5 maart 2013 onder meer in de gemeente Hengelo en/of Tilburg en/of Arnhem en/of Veghel en/of ’s-Hertogenbosch en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, telkens:

opzettelijk gebruik heeft gemaakt en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft afgeleverd (van) (een) valse of vervalste (digitaal) aanvraagformulier(en) kinderopvangtoeslag (O-pv 4.4.2.3, pag. 96), (elk) zijnde een geschrift(en) dat bestemd was om tot bewijs van enige feit te dienen – als ware die/dat geschrift(en) (telkens) echt en onvervalst, te weten:

a. zeven, althans een of meer (digitaal/digitale) aanvraagformulier(en) kinderopvangtoeslag, en/of

b. zeven, althans een of meer (digitaal/digitale) aanvraagformulier(en) kinderopvangtoeslag,

bestaande dat gebruikmaken en/of voorhanden hebben en/of afleveren hierin dat verdachte en/of zijn mededader(s) die documenten heeft/hebben gezonden naar de Belastingdienst(en) en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat – zakelijk weergegeven –

ad a. op zeven, althans een of meer van die aanvraagformulier(en) kinderopvangtoeslag

(O-pv 4.4.2.3, pag. 96), was aangegeven:

- dat er sprake was van een bestaand kind of kinderen en/of

- dat een kind of die kinderen opvang genoten bij een geregistreerde

kinderopvang en/of

- dat er voor dat kind of die kinderen kosten werden gemaakt ten behoeve

van de opvang,

zo werd onder meer voor een tweeling, genaamd Costel [achternaam medeverdachte 6] en Leana [achternaam medeverdachte 6], op één of meer tijdstippen in de periode 14 april 2011 tot en met 29 februari 2012, (telkens) een aanvraag voor kinderopvangtoeslag gedaan bij de Belastingdienst, in welke aanvraag stond vermeld dat gebruik werd gemaakt van kinderopvangorganisatie “Het Zonnelicht” in Den Bosch en/of kinderopvangorganisatie “Kinderdagverblijf Dino Heikant” te Tilburg en/of dat er kosten werden gemaakt ten behoeve van de opvang,

terwijl in werkelijkheid:

die kind/kinderen niet bestonden en derhalve geen opvang werd genoten bij de opgegeven geregistreerde kinderopvang en dat er voor die kind/kinderen geen opvangkosten zijn/werden gemaakt,

en/of

ad b. op zeven, althans een of meer van die aanvraagformulier(en) kinderopvangtoeslag (O-pv 4.4.2.3, pag. 96) er voor dat genoemde kind of die kinderen kosten werden gemaakt ten behoeve van de opvang,

zo werd onder meer voor [zoon verdachte 2], geboren op [geboortedag] 2010, op één of meer tijdstippen in de periode van 31 maart 2011 tot en met 12 december 2011 bij de belastingdienst, (telkens) een aanvraag voor kinderopvangtoeslag gedaan, in welke aanvraag/aanvragen stond vermeld dat gebruik werd gemaakt van kinderopvangorganisatie “Kinderdagverblijf Dino Noord” te Tilburg en/of dat er (telkens) kosten werden gemaakt ten behoeve van de opvang (1-D-048-04, 1-D-032-01, 1-D-048-18 en 19, O-pv 4.4.2.5.3.4 pag. 116 en 117), terwijl in werkelijkheid:

door die kinderen geen opvang werd genoten bij de opgegeven geregistreerde kinderopvang en/of dat er voor die kind/kinderen geen opvangkosten zijn/werden gemaakt,

terwijl hij weet, althans redelijkerwijs moet vermoeden, dat die/dit geschrift(en) bestemd is/zijn voor zodanig gebruik;

(artikel 225 lid 2 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 1 januari 2005 tot en met 5 maart

2013 onder meer in de gemeente Hengelo en/of Arnhem en/of Tilburg en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, telkens:

een hoeveelheid valse stukken, facturen en/of (jaar)opgaven, en/of werkgeversverklaring(en) en/of salarisstroken en/of huur-/schenkings-/arbeidsovereenkomsten en/of andere authentieke akten, zijnde telkens een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of doen opmaken en/of laten opmaken en/of vervalst en/of doen vervalsen en/of laten vervalsen, weten:

a. een schenkingsovereenkomst tussen [medeverdachte 1] en hem, verdachte, gedateerd

16 november 1998 (2-D-022-11, 2-D-022-57, 2-D-022-56en 2-D-022-70) en/of

b. een werkgeversverklaring van Citytax Personenvervoer ten name van [medeverdachte 2] gedateerd 31 maart 2006 (1-D-040-01 30/84) en/of

c. een salarisstrook van Citytax Personenvervoer ten name van [medeverdachte 2] over de maand maart 2006 (1-D-040-01 31/84) en/of

d. een salarisstrook van Taxi Concurrent ten name van [medeverdachte 2] over de maand april 2009 (1-D-040-81 10/32),

immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) valselijk en/of in strijd met de waarheid telkens:

ad a. op die schenkingsovereenkomst vermeld dat [medeverdachte 1] en [verdachte 2] op 16

november 1998 voor [naam 1], als adviseur, zijn verschenen en [medeverdachte 1]

een verzameling Terra Cotta figuren/vazen en een Terra Cotta deel van een muur

aan zijn zoon, [verdachte 2], zijnde verdachte, wenst te schenken, welke

overeenkomst op 16 november 1998 was opgemaakt en ondertekend door

[medeverdachte 1] en verdachte, alsmede ondertekend door voornoemde [naam 1] en

voorzien van een firmastempel van Financieel Adviseur [naam 1], zulks terwijl

in werkelijkheid deze schenking toen en daar in aanwezigheid van voornoemde

[naam 1] niet heeft plaatsgevonden en/of

ad b. op die werkgeversverklaring vermeld dat [medeverdachte 2] een bruto jaarsalaris

ontving van €37.800,-- en/of een vakantietoeslag van €3.024,--, zulks terwijl in

werkelijkheid die [medeverdachte 2] niet zo’n hoog jaarsalaris en/of vakantietoeslag

ontving en/of

ad c. op die salarisstrook vermeld een bruto maandsalaris van €3.150,-- ten name

van [medeverdachte 2], zulks terwijl in werkelijkheid die [medeverdachte 2] niet zo’n hoog

bruto maandsalaris ontving en/of

ad d. op die salarisstrook vermeld dat [medeverdachte 2] voor Taxi Concurrent heeft

gewerkt, zulks terwijl in werkelijkheid die [medeverdachte 2] nimmer voor Taxi

Concurrent heeft gewerkt,

zulks met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken;

(artikel 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 1 januari 2008 tot en met 5 maart 2013 onder meer in de gemeente Hengelo en/of Arnhem en/of Tilburg en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met een andere of anderen, althans alleen telkens:

opzettelijk gebruik heeft gemaakt en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft afgeleverd (van) (een) valse of vervalste documenten,

(elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enige feit te dienen – als ware die/dat geschrift(en) (telkens) echt en onvervalst, te weten onder meer:

a. een schenkingsovereenkomst tussen [medeverdachte 1] en hem, verdachte, gedateerd

16 november 1998 (2-D-022-11, 2-D-022-57, 2-D-022-56en 2-D-022-70) en/of

b. een werkgeversverklaring van Citytax Personenvervoer ten name van [medeverdachte 2]

[medeverdachte 2] gedateerd 31 maart 2006 (1-D-040-01 30/84) en/of

c. een salarisstrook van Citytax Personenvervoer ten name van [medeverdachte 2]

over de maand maart 2006 (1-D-040-81 10/32) en/of

d. een salarisstrook van Taxi Concurrent ten name van [medeverdachte 2] over de

maand april 2009 (1-D-040-81 10/32),

bestaande dat gebruikmaken en/of voorhanden hebben en/of afleveren van die documenten onder meer hierin dat verdachte en/of zijn mededader(s):

- die schenkingsovereenkomst heeft opgemaakt en/of overgelegd aan het veilinghuis Christie’s in London ten einde die verzameling Terra Cotta figuren/vazen en een Terra Cotta deel van een muur te (laten) veilen en/of

- die werkgeversverklaring en/of salarisstrook van Citytax Personenvervoer aan BNP Parisbas BV (UCB Hypotheken) heeft overgelegd en/of verstrekt ter verkrijging van een hypotheek op een pand aan het [adres 2] te Tilburg en/of

- die salarisstrook van Taxi Concurrent aan de Nederlandse Voorschotbank heeft overgelegd en/of verstrekt ter verkrijging van een doorlopend krediet,

en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat

ad a. op voornoemde schenkingsovereenkomst vermeld stond dat dat [medeverdachte 1] en

[verdachte 2], verdachte, op 16 november 1998 voor [naam 1], als adviseur,

zijn verschenen en [medeverdachte 1] een verzameling Terra Cotta figuren/vazen en

een Terra Cotta deel van een muur aan zijn zoon, [verdachte 2], zijnde verdachte,

wenst te schenken, welke overeenkomst op 16 november 1998 was opgemaakt en

ondertekend door [medeverdachte 1] en verdachte, alsmede ondertekend door

voornoemde [naam 1] en voorzien van een firmastempel van Financieel

Adviseur [naam 1], zulks terwijl in werkelijkheid die [naam 1] op 16

november 1998 geen adviseur was, er geen firma stempel bestaat, het niet de

handtekening van [naam 1] is en deze schenking niet heeft plaatsgevonden en/of

ad b. op voornoemde werkgeversverklaring vermeld stond dat [medeverdachte 2] een bruto

jaarsalaris ontving van €37.800,-- en een vakantietoeslag van €3.024,--, zulks terwijl in werkelijkheid die [medeverdachte 2] niet zo’n hoog jaarsalaris ontving en/of

ad c. op voornoemde salarisstrook stond vermeld een bruto maandsalaris van €3.150,--

ten name van [medeverdachte 2], zulks terwijl in werkelijkheid die [medeverdachte 2] niet

zo’n hoog bruto maandsalaris verdiende en/of

ad d. op voornoemde salarisstrook vermeld stond dat [medeverdachte 2] voor Taxi Concurrent

heeft gewerkt, zulks terwijl in werkelijkheid die [medeverdachte 2] nimmer voor Taxi

Concurrent heeft gewerkt;

terwijl hij weet, althans redelijkerwijs moet vermoeden, dat die/dit geschrift(en) bestemd is/zijn voor zodanig gebruik;

(Artikel 225 lid 2 Wetboek van Strafrecht)

4.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 1 januari 2008 tot en met 5 maart 2013 onder meer in de gemeente Hengelo en/of Arnhem en/of Tilburg en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen telkens:

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door één of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, één of meerdere bank(en), waaronder

a. a) de Rabobank voor EUR 25.000,-- althans enig geldbedrag en/of

b) de ABN AMRO bank voor EUR 104.740,-- , althans enig geldbedrag;

heeft bewogen tot afgifte van één of meer geldbedrag(en) van in totaal ongeveer (te weten EUR 1.767.810,- , althans EUR 1.423.952,38), in elk geval enig goed,

hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens) met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven- valselijk en/of listig en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

- Één of meer bankrekeningen geopend en/of doen of laten openen bij die bank(en),

waaronder:

o A bij de Rabobank een bankrekening met rekeningnummer 16.01.65.709

ten name van eenmanszaak [medeverdachte 3], h/o Mode Fashion

- ( vervolgens) voor voornoemde bankrekening(en) sealbagstortingen aangevraagd en/of

- vervolgens op voornoemde bankrekening(en) één of meerdere sealbagstortingen

gedaan, waarbij het opgegeven bedrag en de inhoud van de sealbag telkens met

elkaar overeen kwamen en/of

- vervolgens voor voornoemde banrekening(en), een sealbagstorting OGV (onder

gewoon voorbehoud) aangevraagd en/of

- vervolgens voor voornoemde bankrekening(en) telkens één of meerdere

sealbagstorting(en) opgegeven en/of

- vervolgens telkens één of meer sealbagstorting(en) gedaan zonder dat het

opgegeven bedrag/ de opgegeven bedragen in die sealbags zaten;

en/of

- de beschikking gekregen over een bankrekening(en) en/of zich de beschikkingsmacht

verschaft over een bankrekening, op naam van een medeverdachten en/of op naam van

een ander dan verdachte,

waaronder;

B een ABN AMRO bankrekening met rekeningnummer [rekeningnummer] ten name

van eenmanszaak, [medeverdachte 4] h/o Diecast Dieler

- terwijl voor die bankrekening(en) reeds een sealbagovereenkomst en/of OGV

overeenkomst was afgesloten en/of

- vervolgens voor voornoemde bankrekening(en) telkens één of meerdere

sealbagstorting(en) opgegeven en/of

- vervolgens telkens één of meer sealbagstorting(en) gedaan zonder dat het

opgegeven bedrag/ de opgegeven bedragen in die sealbags zaten;

waardoor die bank(en), onder meer de Rabobank en/of de ABN AMRO bank, werd/werden bewogen tot bovenomschreven afgifte.

(O-pv 4.4.4.6.1, pag. 189 t/m 192, Mode Fashion,

O-pv 4.4.4.6.2, pag. 192 en 193, Diecast Dealer)

(artikel 326 Wetboek van Strafrecht)

5.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 1 januari 2008 tot en met 5 maart 2013 onder meer in de gemeente Hengelo en/of Arnhem en/of Tilburg en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen telkens:

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

de Belastingdienst heeft bewogen tot de afgifte van in totaal ongeveer EUR 213.802,= te weten een geldbedrag, in het kader van (kinderopvang)toeslag op grond van de Wet kinderopvang,

hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens) met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – valselijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

- op de/het (digitaal) (aanvraag)formulier(en) Kinderopvangtoeslag namen van

(een) kind(eren) opgenomen en/of genoteerd, daarmee aangevende dat de

kind(eren) daadwerkelijk bestonden, waaronder

- een tweeling, genaamd Costel [achternaam medeverdachte 6] en Leana [achternaam medeverdachte 6], zulks terwijl in

werkelijkheid voornoemde tweeling niet bestond en/of

- op de /het (digitaal) (aanvraag)formulier(en) kinderopvangtoeslag opgenomen

en/of genoteerd dat het/de genoemde kind(eren) opvang genieten bij het op

die/dat formulier genoemde opvangadres

- zo werd onder meer voor een tweeling, genaamd Costel [achternaam medeverdachte 6] en Leana

[achternaam medeverdachte 6] tweemaal, althans eenmaal een aanvraag voor kinderopvangtoeslag

gedaan in welke aanvraag stond vermeld dat gebruik werd gemaakt van

kinderopvangorganisatie “Het Zonnelicht” in Den Bosch en/of

kinderopvangorganisatie “Kinderdagverblijf Dino Heikant” te Tilburg

en/of

- zo werd onder meer voor [zoon verdachte 2] tweemaal, althans eenmaal een aanvraag voor kinderopvangtoeslag gedaan, in welke aanvraag/aanvragen stond vermeld dat gebruik werd gemaakt van kinderopvangorganisatie “Kinderdagverblijf Dino Noord” te Tilburg en/of

- op de/het (digitaal) (aanvraag)formulier(en) kinderopvangtoeslag opgenomen

dat ten behoeve van het/de aldaar genoemde kind(eren) kosten voor de

kinderopvang was/waren gemaakt

- zo werd onder meer voor een tweeling, genaamd Costel [achternaam medeverdachte 6] en Leana [achternaam medeverdachte 6] op de/het (digitaal) (aanvraag)formulier(en) kinderopvangtoeslag opgenomen dat ten behoeve van voornoemde tweeling (telkens) kosten werden gemaakt ten behoeve van de opvang en/of

- zo werd onder meer voor [zoon verdachte 2] op de/het (digitaal) (aanvraag)formulier(en) kinderopvangtoeslag opgenomen dat ten behoeve van voornoemde [zoon verdachte 2] (telkens) kosten werden gemaakt ten behoeve van de opvang en/of

- ( vervolgens) voornoemde (digitaal) aanvraagformulier(en) kinderopvangtoeslag (telkens) verzonden en/of doen toekomen aan de belastingdienst

waardoor de Belastingdienst (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

(O-pv 4.4.5, pag. 200 t/m 206)

(artikel 326 Wetboek van Strafrecht)

6.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 1 januari 2006 tot en met 5 maart 2013 onder meer in de gemeente Hengelo en/of Arnhem en/of Tilburg en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, van het plegen van witwassen al dan niet een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s):

- ( telkens) een voorwerp, te weten een geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 213.802,= en/of in totaal ongeveer EUR 1.423.952,38, althans één of meer geldbedrag(en),

(telkens) de werkelijke aard , de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of

de verplaatsing verborgen en/of verhuld, dan wel verborgen en/of verhuld wie de werkelijk rechthebbende was op een voorwerp en/of wie het voorwerp voorhanden had, terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk – afkomstig was/waren uit misdrijf

en/of

- ( telkens) (een) voorwerp(en), te weten goederen en/of (een) geldbedrag(en) van in

totaal ongeveer EUR 213.802,= en/of in totaal ongeveer EUR 1.423.952,38, althans één of meer geldbedrag(en), verworven, overgedragen en/of omgezet, althans van (een) voorwerp(en), te weten goederen en/of (een) geldbedrag(en) (tot een totaal van ongeveer EUR 213.802,= en/of tot een totaal van ongeveer EUR 1.423.952), gebruik gemaakt, terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) dat bovenomschreven voorwerp(en) – onmiddellijk of middellijk – afkomstig was/waren van enig misdrijf,

door –zakelijk omschreven onder meer-:

- ( in of omstreeks de periode van 1 januari 2008 tot en met 5 maart 2013) één of meer geldbedragen van (in totaal ongeveer) EUR 813.150, contant op te nemen, door (telkens) bij het Holland Casino te Breda en/of te Eindhoven en/of te Nijmegen en/of te Venlo één of meer geldbedragen te pinnen van bankrekening(en) ten name van één of meer natuurlijke – en/of één of meer rechtsperso(o)n(en) (SFO-AH-012-01) en/of

- één of meer geldbedrag(en) over te boeken en/of over te laten boeken op bankrekeningen van andere natuurlijke- of rechtsperso(o)n(en), althans niet aan hem, verdachte toebehorende rechtsperso(o)n(en) en/of eenmansza(a)k(en);

- ( in of omstreeks de periode van eind 2008 tot en met heden) te beschikken of heeft/hebben beschikt over 35, althans een aantal auto’s en/of een motorfiets, en/of waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) die auto’s en/of motorfiets heeft/hebben gefinancierd en/of die auto’s en/of motorfiets (telkens) op naam te zetten van een ander of anderen, en/of voor die auto’s en/of motorfiets de gemaakte kosten te betalen, waarmee in totaal een geldbedrag van EUR 213.469 werd uitgegeven (AH-167 [medeverdachte 8] 5.6.7);

(Artikel 420ter Wetboek van Strafrecht)(Artikel 420bis Wetboek van Strafrecht)

7.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 1 januari 2006 tot en met 5 maart 2013 onder meer in de gemeente Hengelo en/of Arnhem en/of Tilburg en/of elders in Nederland,

heeft deelgenomen aan een organisatie, die werd gevormd door [verdachte 1] en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 3] en/of één of meer andere perso(o)n(en)

welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, bestaande uit:

- het (meermalen) plegen van valsheid in geschrifte(n) en/of het (meermalen)

gebruiken van valselijk opgemaakte en/of vervalste geschrift(en)

(strafbaar gesteld in artikel 225 Wetboek van Strafrecht) en/of

- het (meermalen) valselijk laten doen opmaken van authentieke akte(n) en/of

het (meermalen) gebruiken van een valselijk opgemaakte en/of vervalste

authentieke akte(n) (strafbaar gesteld in artikel 227 Wetboek van

Strafrecht) en/of

- het (meermalen) oplichten van diverse bank(en) en/of de belastingdienst

(strafbaar gesteld in artikel 326 Wetboek van Strafrecht) en/of

- het plegen van gewoontewitwassen (strafbaar gesteld in artikel 420ter

Wetboek van Strafrecht)

zulks terwijl hij, verdachte, (mede)leider van die organisatie was.

(O-pv 4.4.7, pag. 261 t/m 274)

(artikel 140 Wetboek van Strafrecht)

3 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de feiten 1 tot en met 7 wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 42 maanden. Alle goederen die staan vermeld op de ter terechtzitting overgelegde lijst van inbeslaggenomen goederen dienen verbeurd verklaard te worden, met uitzondering van de beelden die moeten worden teruggegeven aan de rechthebbende, zijnde de staat Servië. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat de civiele vordering van de gemeente Tilburg niet ontvankelijk wordt verklaard omdat deze niet voldoende is onderbouwd, subsidiair dat deze vordering wordt afgewezen, maar dat wel de schadevergoedingsmaatregel wordt toegepast. Tot slot heeft de officier van justitie gevorderd dat de civiele vorderingen van de ABN Amrobank en de Rabobank worden toegewezen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

4 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5 De beoordeling van het bewijs

Inhoud en opbouw van dit hoofdstuk

Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of de tenlastegelegde feiten bewezenverklaard kunnen worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In geval van hoger beroep zullen de gebruikte bewijsmiddelen worden opgenomen in een aanvulling op dit vonnis. De in die bewijsmiddelen voorkomende feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de beslissing omtrent de bewezenverklaring. De inhoud van de bewijsmiddelen is telkens alleen gebruikt voor het bewijs van het feit waarop het in het bijzonder betrekking heeft.

De rechtbank zal hieronder eerst een korte beschrijving geven van de feitelijke gang van zaken, zoals die uit het omvangrijke, doch overzichtelijke dossier van de Belastingdienst/FIOD naar voren komt.

Vervolgens wordt voor elk van de ten laste gelegde feiten weergegeven welke standpunten de officier van justitie en de verdediging hebben ingenomen, waarna de rechtbank gemotiveerd antwoord zal geven op de vraag of het betreffende feit wettig en overtuigend bewezen is.

5.1

Korte beschrijving van de feitelijke gang van zaken

Uit het dossier blijkt dat medeverdachte [verdachte 1] een aantal Duitse en Roemeense vrouwen in verschillende gemeenten in Nederland aangifte heeft laten doen van de geboorte van niet-bestaande tweelingen. Vervolgens heeft hij voor deze niet-bestaande tweelingen kinderopvangtoeslag aangevraagd bij de Belastingdienst. Ook voor zijn eigen kinderen en voor andere, wel bestaande kinderen heeft hij kinderopvangtoeslag aangevraagd, terwijl deze kinderen in werkelijkheid geen kinderopvang genoten. De Belastingdienst heeft in totaal € 829.115,26 aan valselijk aangevraagde kinderopvangtoeslag uitbetaald. Als bewijs voor de kinderopvang heeft [verdachte 1] diverse valse stukken, zoals facturen en jaaropgaven van kinderdagverblijven en antwoordformulieren Kinderopvangtoeslag opgemaakt en ingestuurd naar de Belastingdienst.

Daarnaast is onder leiding en aansturing van [verdachte 1] op grote schaal fraude gepleegd met zogenaamde sealbags. Daarbij zijn op naam van – veelal speciaal voor dat doel in het leven geroepen – ondernemingen overeenkomsten afgesloten met banken voor het afstorten van contante geldbedragen door middel van sealbags. Na enkele maanden werd met de banken overeen gekomen dat de te storten geldbedragen via een internetverbinding doorgegeven konden worden en dat deze bedragen bij inlevering van de sealbags direct via elektronische weg op de rekening van de betreffende onderneming zouden worden bijgeschreven. Na bijschrijving van deze geldbedragen en vóórdat de inhoud van de sealbags door de bank geteld was, werden de bijgeschreven bedragen weer overgeboekt naar een andere rekening en/of contant opgenomen. De sealbags bleken bij telling telkens niet of nauwelijks geld te bevatten. Het totaalbedrag dat met deze fraude gemoeid is, bedraagt € 1.423.952,38.

De inkomsten van de kinderopvangtoeslagfraude en de sealbagfraude zijn diverse malen overgeboekt van de ene naar de andere – onder controle van [verdachte 1] en/of andere personen uit zijn omgeving staande – bankrekening, dan wel contant opgenomen. Die inkomsten zijn vervolgens gebruikt voor de aankoop van onroerend goed, boten, auto’s en voor de betaling van diverse schulden van [verdachte 1] en van personen uit zijn directe omgeving.

5.2

Feit 1

5.2.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is van mening dat dit feit wettig en overtuigend bewezen is. [verdachte 2] is aanwezig geweest bij de aangifte van de tweeling van [medeverdachte 6] en hij wist dat die tweeling in werkelijkheid niet geboren was. Daarnaast is hij betrokken geweest bij de inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie (hierna: GBA) van een aantal andere vrouwen, die later valselijk aangifte hebben gedaan van de geboorte van een tweeling.

5.2.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman is van mening dat niet bewezen kan worden dat [verdachte 2] wist van de valsheid van de geboorteaangiften door [medeverdachte 6]. Om die reden dient hij van dit feit vrijgesproken te worden.

5.2.3

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Onder feit 1 is aan verdachte [verdachte 2] ten laste gelegd dat hij in de periode van

1 januari 2010 tot en met 5 maart 2013 in verschillende plaatsen in Nederland, tezamen met een ander of anderen, in veertien geboorteakten valselijk de geboorte van een in werkelijkheid niet geboren kind heeft laten opnemen, waaronder een tweeling genaamd Costel [achternaam medeverdachte 6] en Leana [achternaam medeverdachte 6].

Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting blijkt dat [verdachte 2] op 21 maart 2011 in ‘s-Hertogenbosch de uit Roemenië afkomstige [medeverdachte 6] heeft begeleid bij het doen van aangifte van geboorte van haar tweeling Costel en Leana [achternaam medeverdachte 6]. Hij heeft haar de weg gewezen en voor haar getolkt. De geboorteaangiften waren vals, omdat de tweeling in werkelijkheid niet was geboren. De rechtbank acht bewezen dat [verdachte 2] daarvan op de hoogte was. Hij heeft [achternaam medeverdachte 6] ook begeleid bij haar GBA-inschrijving en voor haar een huurovereenkomst opgesteld (voor de woning aan de [adres 1] in [woonplaats]), terwijl zij daar nooit gewoond heeft. Daarnaast verklaren [verdachte 1] en [verdachte 2] verschillend over de reden van [verdachte 2]’s aanwezigheid bij de geboorteaangifte van de tweeling [achternaam medeverdachte 6].

Uit het dossier blijkt tevens dat [verdachte 2] niet aanwezig is geweest bij de geboorteaangifte van de overige zes neptweelingen en de rechtbank acht niet bewezen dat er met betrekking tot die aangiften sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen [verdachte 1] en [verdachte 2].

Het onder feit 1 ten laste gelegde kan derhalve bewezen worden verklaard voor zover het ziet op de tweeling Costel en Leana [achternaam medeverdachte 6].

5.3.

Feit 2

5.3.1.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is van mening dat de onder feit 2 primair ten laste gelegde valsheid in geschrifte wettig en overtuigend bewezen is. Zij verwijst in dit verband onder meer naar de betrokkenheid van [verdachte 2] bij feit 1 en het feit dat ook voor [verdachte 2] eigen kind ten onrechte kinderopvangtoeslag is aangevraagd.

5.3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman vindt dat [verdachte 2] integraal van dit feit moet worden vrijgesproken, omdat hij geen rol heeft gehad bij de aanvragen van de kinderopvangtoeslag voor de neptweelingen, noch bij de aanvragen voor de bestaande kinderen.

5.3.3

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Onder feit 2 is primair aan [verdachte 2] ten laste gelegd dat hij in de periode van 1 januari 2008 tot en met 5 maart 2013 valselijk aanvragen kinderopvangtoeslag heeft opgemaakt, zeven aanvragen voor neptweelingen (onder wie de neptweeling [achternaam medeverdachte 6]) en zeven aanvragen voor bestaande kinderen (onder wie [zoon verdachte 2]).

De rechtbank acht bewezen dat [verdachte 2] samen met [verdachte 1] op 14 april 2011,

14 november 2011 en 29 februari 2012 valselijk aanvragen kinderopvangtoeslag heeft opgemaakt voor de neptweeling Costel en Leana [achternaam medeverdachte 6]. Dit oordeel is gebaseerd op het feit dat [verdachte 2] betrokken is geweest bij de GBA-aangifte van [medeverdachte 6] en de geboorteaangifte van Costel en Leana [achternaam medeverdachte 6], op het feit dat hij voor [medeverdachte 6] een woning heeft geregeld (waar zij nimmer heeft gewoond) en op het feit dat hij in oktober 2011 de door de Belastingdienst uitgekeerde kinderopvangtoeslag voor de neptweeling [achternaam medeverdachte 6] contant heeft opgenomen van de privé rekening van [medeverdachte 6].

Op 31 maart 2011 en op 12 december 2011 zijn voor de zoon van [verdachte 2], [zoon verdachte 2], aanvragen kinderopvangtoeslag ingediend bij de Belastingdienst. De eerste aanvraag is ingediend op naam van [verdachte 2] en de tweede op naam van [medeverdachte 3], de moeder van [verdachte 2]. Vaststaat dat [zoon verdachte 2] nooit kinderopvang heeft genoten. [medeverdachte 3] ontkent dat zij de aanvraag op haar naam gedaan heeft. Uit het dossier blijkt dat [verdachte 2] de beschikking had over de DigiD gegevens van [medeverdachte 3] en dat hij veelvuldig van haar bankrekening gepind heeft. De rechtbank acht op grond van deze feiten en omstandigheden bewezen dat [verdachte 2] de aanvragen kinderopvangtoeslag voor zijn zoon [zoon verdachte 2] valselijk heeft opgemaakt.

Het dossier bevat naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende bewijs dat [verdachte 2] betrokken is geweest bij het valselijk opmaken van de overige onder feit 2 primair bedoelde aanvragen kinderopvangtoeslag.

5.4

Feit 3

5.4.1.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is onder meer op grond van de eigen verklaring van [verdachte 2] van mening dat alle vier onder feit 3 primair ten laste gelegde vormen van valsheid in geschrifte wettig en overtuigend bewezen zijn.

5.3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman vindt dat het valselijk opmaken van de schenkingsovereenkomst bewezen kan worden en hij heeft zich met betrekking tot de werkgeversverklaring en de salarisstrook van Citytax Personenvervoer gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De salarisstrook van Taxi Concurrent is niet door [verdachte 2] opgemaakt en hij dient dan ook van dit onderdeel van feit 3 te worden vrijgesproken, aldus de raadsman.

5.3.3.

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Onder feit 3 primair is aan verdachte ten laste gelegd dat hij in de periode van 1 januari 2005 tot en met 5 maart 2013 vier verschillende stukken valselijk heeft opgemaakt. Hieronder wordt voor elk van deze stukken de bewijsbeslissing weergegeven.

a. een schenkingsovereenkomst tussen [medeverdachte 1] en [verdachte 2] d.d. 16 november 1998

[verdachte 2] heeft bekend dat hij de schenkingsovereenkomst heeft opgesteld en dat hij deze gedateerd heeft op 16 november 1998. Hij heeft eveneens het firmastempel van Financieel Adviseur [naam 1] gemaakt en de handtekening van [naam 1] gezet. Hij heeft dat gedaan tussen oktober 2012 en mei 2013. De overeenkomst was nodig voor de veiling Christie’s in Londen. De vader van [verdachte 2], [medeverdachte 1], heeft verklaard dat hij op verzoek van [verdachte 2] getekend heeft. De rechtbank acht op grond van het bovenstaande bewezen dat verdachte een valse schenkingsovereenkomst heeft opgesteld.

b. en c. een werkgeversverklaring van Citytax personenvervoer d.d. 31 maart 2006 en een salarisstrook van Citytax Personenvervoer over de maand maart 2006, beide ten name van [medeverdachte 2]

Op de werkgeversverklaring is vermeld dat [medeverdachte 2] een bruto jaarsalaris ontving van

€ 37.800,-- en/of een vakantietoeslag van € 3.024,--. Op de salarisstrook is een bruto maandsalaris van € 3.150,-- ten name van [medeverdachte 2] vermeld.

De werkgeversverklaring en de salarisstrook zijn opgemaakt in verband met een hypotheekaanvraag van [medeverdachte 2] bij UCB Hypotheken BV. De hypotheek betrof de woning aan het [adres 2] te [woonplaats] ad € 191.000,--. [medeverdachte 2] heeft in 2006 vier keer salaris ontvangen, over de maanden januari t/m april. De hypotheekverstrekking was op 21 april 2006.

[verdachte 2] heeft verklaard dat de inkomsten van Citytax deels in scène zijn gezet om de hypotheek te verkrijgen. Hij heeft [medeverdachte 2] geholpen om de hypotheek rond te krijgen en het initiatief van dit verhaal is volledig afkomstig van hem. De salarisbetalingen zouden door [medeverdachte 2] volledig zijn terugbetaald. [medeverdachte 2] heeft verklaard dat [verdachte 2] de loonstroken heeft gemaakt en aan haar heeft gegeven.

De rechtbank acht bewezen dat [verdachte 2] de werkgeversverklaring en de loonstrook valselijk heeft opgemaakt en dat [medeverdachte 2] in werkelijkheid niet het vermelde jaarsalaris en vakantietoeslag respectievelijk het vermelde bruto maandsalaris ontving.

d. een salarisstrook van Taxi Concurrent ten name van [medeverdachte 2] over de maand april 2009

Op deze salarisstrook is vermeld dat [medeverdachte 2] voor Taxi Concurrent heeft gewerkt, terwijl zij in werkelijkheid nimmer voor Taxi Concurrent zou hebben gewerkt.

De salarisstrook is opgemaakt in verband met een doorlopend krediet aanvraag bij de Nederlandse Voorschot Bank.

[verdachte 2] ontkent deze salarisstrook te hebben gemaakt. [medeverdachte 2] heeft verklaard dat [verdachte 2] de kredietaanvraag heeft geregeld en dat [verdachte 1] heeft gezorgd voor de salarisstrook.

De rechtbank acht niet bewezen dat [verdachte 2] de salarisstrook van Taxi Concurrent valselijk heeft opgemaakt en zal hem van dit onderdeel vrijspreken.

5.5

Feit 4

5.5.1

Het standpunt van de officier van justitie

Volgens de officier van justitie kan bewezen worden dat [verdachte 2] samen met anderen de Rabobank en de ABN Amrobank voor een bedrag van in totaal € 1.423.952,38 heeft opgelicht.

5.5.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit. [verdachte 2] heeft op verzoek van zijn broer [verdachte 1] wel eens geld gepind en sealbags afgestort, maar hij dacht dat dit de opbrengst van diens autohandel betrof.

5.5.3

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

De rechtbank begrijpt de tenlastelegging onder feit 4 aldus dat verdachte wordt verweten dat hij in de periode van 1 januari 2008 tot en met 5 maart 2013 samen met een ander of anderen de Rabobank en de ABN Amrobank met gebruikmaking van meerdere bankrekeningen heeft opgelicht voor een bedrag van € 1.767.810,--, althans € 1.423.952,38, waarbij voor elk van die banken het gebruik van één rekening feitelijk is uitgewerkt.

De rechtbank overweegt met betrekking tot dit feit het volgende.

De ABN Amrobank en de Rabobank hebben over de periode van 17 oktober 2008 tot en met september 2012 vijftien aangiften gedaan. De banken hebben aangegeven benadeeld te zijn door verschillende, verspreid over Nederland gevestigde ondernemingen. De in voornoemde aangiften overeenkomende werkwijze was telkens dat ondernemingen werden ingeschreven bij de Kamer van Koophandel (KvK). Vervolgens werden voor de betreffende ondernemingen en voor privépersonen bankrekeningen geopend. Daarnaast kwam het betreffende bedrijf met de bank overeen dat sealbags afgestort konden worden. In eerste instantie werd het bedrag dat middels sealbags werd afgestort pas bijgeschreven na telling. Na drie maanden werd bij de banken een verzoek ingediend om stortingen ‘onder gewoon voorbehoud’, afgekort OGV-stortingen, te mogen doen.

Bij OGV-stortingen krijgt de klant toestemming van de bank om haar, via elektronische weg, door te geven wat men voornemens is te storten. Het geld wordt door de klant verpakt in een sealbag. Deze sealbags zijn voorzien van een barcode. Bij storting van de sealbag bij de bank wordt de barcode gelezen en het reeds doorgegeven bedrag op de rekening bijgeschreven. Pas na enige dagen wordt door de telcentrale van de bank de daadwerkelijke inhoud van de sealbag gecontroleerd.

In de fase tussen het doen van de opgaaf richting bank/het moment van storting en de daadwerkelijke telling werden in een korte periode meerdere sealbag stortingen gedaan. Bij telling bleek vervolgens dat er geen of een zeer gering geldbedrag in de sealbag zat, waardoor ten onrechte een groot geldbedrag op de rekening van dat betreffende bedrijf werd bijgeschreven. Op het moment dat de fraude ontdekt werd, was dit geldbedrag al doorgesluisd naar andere rekeningen of opgenomen via geldautomaten bij banken of in het casino, zodat correctie door de bank niet meer mogelijk was. De klant of het betreffende bedrijf was vervolgens niet meer te traceren en gestaakt, waardoor de bank met het nadeel bleef zitten. De ondernemingen stonden veelal op naam van familieleden van [verdachte 1] en [verdachte 2] en moeders van neptweelingen.

Het in de tenlastelegging genoemde bedrag van € 1.767.810,-- is het aangegeven bedrag dat zou zijn gestort door middel van sealbags. Het door de banken opgegeven schadebedrag bedraagt € 1.423.952,38. Dat dit bedrag lager uitvalt dan het bedrag van € 1.767.810,-- heeft te maken met het feit dat banken kans hebben gezien bedragen tegen te houden, waardoor het schadebedrag niet verder is opgelopen dan € 1.423.952,38.

- de eenmanszaak [medeverdachte 3] h/o Mode Fashion

De Rabobank is door middel van sealbags op naam van de eenmanszaak [medeverdachte 3] h/o Mode Fashion bewogen tot de overboeking van een bedrag van in totaal € 25.000,--. Deze sealbags bleken geen contant geld te bevatten.

De rechtbank is echter van oordeel dat het dossier onvoldoende bewijs bevat dat [verdachte 2] betrokken is geweest bij de sealbagstortingen op naam van deze eenmanszaak, op de wijze zoals in de tenlastelegging feitelijk is omschreven. Ook voor een nauwe en bewuste samenwerking door [verdachte 2] met [verdachte 1] en/of [medeverdachte 3] in dit verband bevat het dossier onvoldoende bewijs.

De rechtbank zal [verdachte 2] van dit onderdeel van feit 4 vrijspreken.

- de eenmanszaak [medeverdachte 4] h/o Diecast Dealer

De ABN Amrobank is door middel van sealbags op naam van de eenmanszaak [medeverdachte 4] h/o Diecast Dealer bewogen tot de overboeking van een bedrag van in totaal € 104.740,--. Ook deze sealbags bleken geen contant geld te bevatten.

Uit het dossier blijkt dat [verdachte 2] op de hoogte was van het feit dat zijn broer [verdachte 1] eerder voor fraude veroordeeld was. Verder heeft [verdachte 2] na aanvankelijke ontkenning verklaard dat hij op verzoek van [verdachte 1] meerdere sealbags heeft afgestort en vervolgens het geld direct weer heeft opgenomen. [medeverdachte 1], de vader van [verdachte 2], heeft verklaard dat [verdachte 1] en [verdachte 2] hem ooit wel eens verteld hebben waar ze mee bezig waren en dat ze zakjes bij de bank inleverden. Bovendien blijkt uit het dossier dat de

€ 104.740,-- aan sealbagbedragen, dat op de rekening van Diecast Dealer is bijgeschreven,

vervolgens is overgeboekt op de rekening van [verdachte 2]. Deze overboeking heeft plaatsgevonden via het IP adres dat op naam stond van [medeverdachte 1], [adres 3] in [woonplaats]. [verdachte 2] heeft die op zijn rekening overgeboekte bedragen direct contant opgenomen.

[verdachte 2] heeft verklaard dat hij in de veronderstelling leefde dat de door Diecast Dealer in 2009 op zijn rekening overgemaakte bedragen de terugbetaling betroffen van een door hem in 2005 – contant – aan [medeverdachte 4] verstrekte lening van € 120.000,--. Dat bedrag zou afkomstig zijn van zijn taxibedrijf en had hij nog contant liggen. Er is van die lening geen overeenkomst opgemaakt en verder wist niemand van de lening, aldus [verdachte 2].

De rechtbank stelt deze verklaring als volstrekt ongeloofwaardig terzijde en acht dit onderdeel van feit 4 bewezen.

Daarnaast acht de rechtbank bewezen dat verdachte samen met medeverdachte [verdachte 1] met gebruikmaking van sealbags op naam van [medeverdachte 5] h/o The Avenue de ABN Amrobank en de Rabobank heeft bewogen tot de afgifte van geldbedragen van € 89.590,-- en € 44.980,--.

5.6

Feit 5

5.6.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is van mening dat het onder feit 5 ten laste gelegde wettig en

overtuigend bewezen is.

5.6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft gesteld dat er met betrekking tot de oplichting van de Belastingdienst geen sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen [verdachte 1] en [verdachte 2]. [verdachte 2] dient dan ook van dit feit te worden vrijgesproken.

5.6.3

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Het onder feit 5 ten laste gelegde ligt in het verlengde van feit 2: de Belastingdienst heeft in verband met de aanvragen kinderopvangtoeslag voor onder meer de tweeling Costel en Leana [achternaam medeverdachte 6] en voor [zoon verdachte 2] in totaal een bedrag van € 213.802,-- uitbetaald.

De rechtbank heeft bewezen verklaard dat [verdachte 2], tezamen met [verdachte 1], de aanvragen kinderopvangtoeslag voor de neptweeling Costel en Leana [achternaam medeverdachte 6] en voor [zoon verdachte 2] valselijk heeft opgemaakt. Deze aanvragen zijn ingediend bij de Belastingdienst en op die aanvragen heeft de Belastingdienst geldbedragen uitbetaald, voor de neptweeling [achternaam medeverdachte 6] in totaal € 48.034,-- en voor [zoon verdachte 2] € 12.601,--.

De rechtbank acht dan ook het onder feit 5 ten laste gelegde, voor zover dit ziet op de genoemde aanvragen en geldbedragen, bewezen.

5.7

Feit 6

5.7.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerequireerd tot bewezenverklaring van het onder feit 6 ten laste gelegde gewoontewitwassen. Dat witwassen blijkt uit meerdere feiten, zoals het pinnen van contante gelden, het voorwenden van salarisbetalingen, het winkelen in Oberhausen, het betalen van rekeningen en het op naam van anderen zetten van onroerend goed.

5.7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak van dit feit bepleit. [verdachte 2] heeft niets te maken met witwassen en het dossier bevat meer dan voldoende aanwijzingen dat de geldstromen telkens niet bij hem, maar bij [verdachte 1] terecht zijn gekomen.

5.7.3

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Feit 6 van de tenlastelegging behelst het verwijt dat [verdachte 2] in de periode van

1 januari 2006 tot en met 5 maart 2013 een gewoonte heeft gemaakt van witwassen. Dit verwijt is feitelijk uitgewerkt in een drietal onderdelen, te weten in de eerste plaats het contant opnemen van geldbedragen in casino’s voor in totaal € 813.150,--, in de tweede plaats het over (laten) boeken van geldbedragen op bankrekeningen van andere natuurlijke en rechtspersonen en eenmanszaken en in de derde plaats het beschikken over 35 auto’s en een motorfiets.

- het contant opnemen/pinnen van geldbedragen voor in totaal € 813.150,--

Uit de bezoekregistratie van Holland Casino komt naar voren dat [verdachte 2] in de periode

van 1 januari 2008 tot 5 maart 2013 in totaal 147 keer bij Holland Casino staat geregistreerd als bezoeker. De rechtbank acht niet aannemelijk dat [verdachte 1] meerdere malen van het toegangspasje van [verdachte 2] gebruik heeft gemaakt, zoals [verdachte 2] heeft verklaard. Bij gebruik van het pasje krijgt de toegangsmedewerker van het casino immers een foto te zien en de beide broers lijken niet op elkaar. Daarnaast heeft het OT (Observatieteam) op

21 januari 2013 vastgesteld dat [verdachte 2] in het casino te Breda is geweest, waar hij met de bankpas van zijn moeder [medeverdachte 3] € 2.500,-- heeft opgenomen.

Tijdens zijn bezoeken aan de diverse casino’s heeft [verdachte 2] regelmatig grote geldbedragen opgenomen van de bankrekeningen van andere natuurlijke personen en van eenmanszaken.

- het (laten) overboeken van geldbedragen op bankrekeningen van andere natuurlijke of rechtspersonen

De rechtbank acht dit onderdeel van feit 6 bewezen. Dit oordeel is gegrond op de reeds bewezenverklaarde feiten met betrekking tot de kinderopvangtoeslag voor de neptweeling [achternaam medeverdachte 6] en [zoon verdachte 2], de gang van zaken omtrent de overboeking van de gelden van Diecast Dealer en de vele contante opnames die [verdachte 2] heeft verricht.

- het beschikken over 35 auto’s en een motorfiets

Uit het dossier blijkt dat [verdachte 2], evenals zijn broer [verdachte 1], auto’s gebruikt heeft (Audi’s en Volvo’s) die op naam stonden van onder meer [medeverdachte 3], de eenmanszaak Taxi [medeverdachte 7] en [medeverdachte 7] en van [medeverdachte 8], zwager van [verdachte 2]. Die personen wisten daar niet van of waren daarvoor gevraagd. [medeverdachte 8] heeft verklaard dat hij een Volvo S80 op verzoek van [verdachte 2] op zijn naam heeft laten zetten. [verdachte 2] reed in die auto en vergoedde alle kosten aan [medeverdachte 8].

Ook dit onderdeel van feit 6 acht de rechtbank bewezen.

Gewoonte

Gezien het feit dat de witwashandelingen van verdachte zich over een periode van meerdere jaren hebben uitgestrekt en gezien de frequentie van die witwashandelingen is de rechtbank van oordeel dat het laste gelegde gewoontewitwassen wettig en overtuigend bewezen is.

5.8

Feit 7

5.8.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is van mening dat ook de deelneming aan de criminele organisatie bewezen is en dat [verdachte 2] samen met [verdachte 1] leider van die organisatie is geweest.

5.8.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman is van mening dat [verdachte 2] alleen familierechtelijke betrekkingen heeft gehad met zijn broer [verdachte 1], zijn vader [medeverdachte 1], zijn moeder [medeverdachte 3] en zijn schoonzus [medeverdachte 5]. Er is geen sprake geweest van een nauwe en bewuste samenwerking binnen een criminele organisatie én [verdachte 2] heeft geen aandeel gehad in het verwezenlijken van het oogmerk van de organisatie. Ook van dit feit moet dan ook vrijspraak volgen.

5.8.3

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Onder feit 7 is aan verdachte ten laste gelegd dat hij in de periode van 1 januari 2006 tot en met 5 maart 2013 samen met zijn broer, zijn vader en moeder, zijn schoonzus en met anderen heeft deelgenomen aan een organisatie die onder meer het plegen van valsheid in geschrifte, het oplichten van banken en de Belastingdienst en het plegen van gewoontewitwassen tot oogmerk had. Van deze organisatie zou hij (mede) leider zijn geweest.

Volgens bestendige jurisprudentie moet onder een organisatie als bedoeld in artikel 140 Sr

worden verstaan een samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en structuur, tussen de verdachte en tenminste één andere persoon. Het oogmerk van die organisatie, te weten het plegen van misdrijven, hoeft in de tenlastelegging niet nader omschreven te zijn, maar zal uit de bewijsmiddelen moeten blijken. Voor het bewijs van dit oogmerk zal o.a. betekenis kunnen toekomen (a) aan misdrijven die in het kader van de organisatie reeds zijn gepleegd, (b) aan het meer duurzaam of gestructureerde karakter van de samenwerking, zoals daarvan kan blijken uit de onderlinge verdeling van werkzaamheden of onderlinge afstemming van activiteiten van deelnemers binnen de organisatie met het oog op het bereiken van het gemeenschappelijke doel van de organisatie, en, meer algemeen, (c) aan de planmatigheid of stelselmatigheid van de met het oog op dit doel verrichte activiteiten van deelnemers binnen de organisatie. Niet hoeft te worden bewezen dat verdachte in meerdere misdrijven heeft geparticipeerd. Er is sprake van deelnemen aan de organisatie indien de betrokkene behoort tot het samenwerkingsverband en een aandeel heeft in, dan wel ondersteuning biedt aan, gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie. Voor deelneming is voldoende dat betrokkene in zijn algemeenheid weet (in de zin van onvoorwaardelijk opzet) dat de organisatie tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven. De betrokkene behoeft dus geen wetenschap te hebben van één of verscheidene concrete misdrijven die door de organisatie worden beoogd.

De rechtbank leidt uit het dossier af dat er in de periode van 1 januari 2008 tot en met

5 maart 2013 een samenwerkingsverband heeft bestaan tussen de broers [verdachte 1] en [verdachte 2]. Zij beiden vormden de kern van dat samenwerkingsverband en om hen heen bevonden zich personen die – al naar gelang de activiteiten en onder aansturing van [verdachte 1] en/of [verdachte 2] – hand- en spandiensten verrichtten. Dit patroon heeft zich in de loop van de weergegeven periode meerdere malen en op verschillende manieren voorgedaan.

Het oogmerk van de organisatie bestond in het stelselmatig en planmatig voorbereiden en uitvoeren van fraude met enerzijds kinderopvangtoeslagen en anderzijds sealbags. Bij de voorbereiding van deze vormen van fraude zijn op grote schaal valse geboorteakten opgemaakt. Daarnaast zijn bij de uitvoering valse aanvragen kinderopvangtoeslag en valse facturen en jaaropgaven opgemaakt en ingediend/overgelegd aan/bij de Belastingdienst. Tevens zijn met gebruik van valse inschrijvingen bij de Kamer van Koophandel bankrekeningen geopend bij een tweetal banken. Door de fraude met kinderopvangtoeslagen en sealbags zijn de Belastingdienst en de banken bewogen tot het uitkeren en overmaken van grote geldbedragen. Die geldbedragen zijn niet alleen gebruikt voor dagelijkse huishoudelijke uitgaven en andere privé uitgaven zoals huur en zorgpremies, maar ook voor de aanschaf van onroerend goed, auto’s, boten en goud. Daarmee staat vast dat het oogmerk van de organisatie gericht was op het plegen van misdrijven.

Weliswaar is niet bewezen dat [verdachte 2] bij alle misdrijven van de organisatie betrokken is geweest, maar de rechtbank is van oordeel dat de deelneming van [verdachte 2] aan die organisatie, alsmede zijn leidende rol – samen met [verdachte 1] – wel bewezen is. Dit oordeel is, naast de hiervoor bewezenverklaarde feiten, ook gegrond op de volgende feiten en omstandigheden:

- Beide broers maakten gebruik van de werkkamer in de woning van vader [medeverdachte 1] aan de [adres 3] in [woonplaats]. Ze kwamen hier meerdere keren per week samen om daar te werken en beiden hadden in deze werkkamer een eigen bureau. In en vanuit deze werkkamer zijn de misdrijven van de organisatie gepland en uitgevoerd.

- Beiden konden beschikken over de op de eerste verdieping van die woning aangetroffen bankpassen, op naam van verschillende natuurlijke personen en eenmanszaken.

- Beiden gingen samen met katvangers tweelingen inschrijven bij gemeenten in Nederland, ondernemingen inschrijven bij de Kamer van Koophandel en bankrekeningen openen bij verschillende banken.

- Naast het vorenstaande wordt de samenwerking tussen de broers ook duidelijk uit de verklaringen van [medeverdachte 9], [medeverdachte 10], [medeverdachte 6], [medeverdachte 8] en [naam 2].

5.9

De conclusie

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen dat de verdachte het onder de feiten 1, 2 primair, 3 primair, 4, 5, 6 en 7 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 21 maart 2011 in ’s-Hertogenbosch, tezamen en in vereniging met anderen, in authentieke akten, te weten geboorteakten van de gemeente ’s-Hertogenbosch telkens valselijk heeft doen opnemen dat kinderen waren geboren, een tweeling genaamd Costel [achternaam medeverdachte 6] en Leana [achternaam medeverdachte 6], van de waarheid van welk feit die akten moesten doen blijken, terwijl in werkelijkheid die kinderen niet waren geboren,

zulks telkens met het oogmerk om die akten of afschriften daarvan te gebruiken of door anderen te doen gebruiken als ware die opgave in overeenstemming met de waarheid;

2. primair

hij in de periode van 1 januari 2008 tot en met 5 maart 2013 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, digitale aanvraagformulieren kinderopvangtoeslag,

zijnde geschriften die bestemd zijn om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt, immers hebben hij, verdachte en zijn mededader telkens valselijk en in strijd met de waarheid:

a. op aanvraagformulieren kinderopvangtoeslag, aangegeven:

- dat kinderen opvang genoten bij een geregistreerde kinderopvang en

- dat er voor die kinderen kosten werden gemaakt ten behoeve van de opvang,

zo werd voor een tweeling, genaamd Costel [achternaam medeverdachte 6] en Leana [achternaam medeverdachte 6], op tijdstippen in de periode 14 april 2011 tot en met 29 februari 2012, telkens een aanvraag voor kinderopvangtoeslag gedaan bij de Belastingdienst, in welke aanvraag stond vermeld dat gebruik werd gemaakt van kinderopvangorganisatie “Het Zonnelicht” in Den Bosch en kinderopvangorganisatie “Kinderdagverblijf Dino Heikant” te Tilburg en dat er kosten werden gemaakt ten behoeve van de opvang, terwijl in werkelijkheid die kinderen telkens niet bestonden en derhalve telkens geen opvang werd genoten bij de opgegeven geregistreerde kinderopvang en dat er voor die kinderen geen opvangkosten werden gemaakt

en

b. op aanvraagformulieren kinderopvangtoeslag aangegeven dat er voor dat genoemde kind kosten werden gemaakt ten behoeve van de opvang, zo werd voor [zoon verdachte 2], geboren op [geboortedag] 2010, op tijdstippen in de periode van 31 maart 2011 tot en met 12 december 2011 bij de Belastingdienst, telkens een aanvraag voor kinderopvangtoeslag gedaan, in welke aanvraag stond vermeld dat gebruik werd gemaakt van kinderopvangorganisatie “Kinderdagverblijf Dino Noord” te Tilburg en dat er kosten werden gemaakt ten behoeve van de opvang, terwijl in werkelijkheid door dat kind geen opvang werd genoten bij de opgegeven geregistreerde kinderopvang en dat er voor dat kind geen opvangkosten werden gemaakt,

zulks met het oogmerk om die geschriften telkens als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken;

3. primair

hij in de periode 1 januari 2006 tot en met 5 maart 2013 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen een werkgeversverklaring en een salarisstrook en een schenkingsovereenkomsten, zijnde telkens een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt, te weten:

a. een schenkingsovereenkomst tussen [medeverdachte 1] en hem, verdachte, gedateerd

16 november 1998 en

b. een werkgeversverklaring van Citytax Personenvervoer ten name van [medeverdachte 2] gedateerd 31 maart 2006 en

c. een salarisstrook van Citytax Personenvervoer ten name van [medeverdachte 2] over de maand maart 2006,

immers hebben hij, verdachte, en zijn mededaders valselijk en in strijd met de waarheid:

ad a. op die schenkingsovereenkomst vermeld dat [medeverdachte 1] en [verdachte 2] op
16 november 1998 voor [naam 1], als adviseur, zijn verschenen en [medeverdachte 1] een verzameling Terra Cotta figuren/vazen en een Terra Cotta deel van een muur aan zijn zoon, [verdachte 2], zijnde verdachte, wenst te schenken, welke overeenkomst op 16 november 1998 was opgemaakt en ondertekend door [medeverdachte 1] en verdachte, alsmede ondertekend door voornoemde [naam 1] en voorzien van een firmastempel van Financieel Adviseur
[naam 1], zulks terwijl in werkelijkheid deze schenking toen en daar in aanwezigheid van voornoemde [naam 1] niet heeft plaatsgevonden en

ad b. op die werkgeversverklaring vermeld dat [medeverdachte 2] een bruto jaarsalaris ontving van € 37.800,-- en een vakantietoeslag van € 3.024,--, zulks terwijl in werkelijkheid die
[medeverdachte 2] niet zo’n hoog jaarsalaris en vakantietoeslag ontving en

ad c. op die salarisstrook vermeld een bruto maandsalaris van € 3.150,-- ten name van
[medeverdachte 2], zulks terwijl in werkelijkheid die [medeverdachte 2] niet zo’n hoog bruto maandsalaris ontving,

zulks met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken;

4.

hij in de periode van 1 januari 2008 tot en met 5 maart 2013 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door listige kunstgrepen de ABN AMRO bank heeft bewogen tot afgifte van een geldbedrag van € 104.740,--,

hebbende hij, verdachte en zijn mededader met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – valselijk en listig en bedrieglijk:

- de beschikking gekregen over een bankrekening en zich de beschikkingsmacht verschaft over een bankrekening, op naam van een ander dan verdachte: een ABN AMRO bankrekening met rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van eenmanszaak, [medeverdachte 4] h/o Diecast Dealer,

- terwijl voor die bankrekening reeds een sealbagovereenkomst en OGV overeenkomst was afgesloten en

- vervolgens voor voornoemde bankrekening telkens sealbagstortingen opgegeven en

- vervolgens telkens sealbagstortingen gedaan zonder dat de opgegeven bedragen in die sealbags zaten,

waardoor de ABN AMRO bank werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

5.

hij in de periode van 1 januari 2008 tot en met 5 maart 2013 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, telkens met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels de Belastingdienst heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag in het kader van kinderopvangtoeslag op grond van de Wet kinderopvang,

hebbende hij, verdachte en zijn mededader met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – valselijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid:

- op digitale aanvraagformulieren Kinderopvangtoeslag namen van kinderen opgenomen,

daarmee aangevende dat de kinderen daadwerkelijk bestonden,

- een tweeling, genaamd Costel [achternaam medeverdachte 6] en Leana [achternaam medeverdachte 6], zulks terwijl in werkelijkheid voornoemde tweeling niet bestond en

- op digitale aanvraagformulieren kinderopvangtoeslag opgenomen dat de genoemde

kinderen opvang genieten bij het op die formulieren genoemde opvangadres,

- zo werd voor een tweeling, genaamd Costel [achternaam medeverdachte 6] en Leana [achternaam medeverdachte 6] tweemaal een

aanvraag voor kinderopvangtoeslag gedaan in welke aanvraag stond vermeld dat

gebruik werd gemaakt van kinderopvangorganisatie “Het Zonnelicht” in Den Bosch

en/of kinderopvangorganisatie “Kinderdagverblijf Dino Heikant” te Tilburg en

- zo werd voor [zoon verdachte 2] een aanvraag voor kinderopvangtoeslag gedaan, in

welke aanvraag stond vermeld dat gebruik werd gemaakt van

kinderopvangorganisatie “Kinderdagverblijf Dino Noord” te Tilburg en

- op het digitale aanvraagformulier kinderopvangtoeslag opgenomen dat ten behoeve van het

aldaar genoemde kind kosten voor de kinderopvang waren gemaakt en

- zo werd voor een tweeling, genaamd Costel [achternaam medeverdachte 6] en Leana [achternaam medeverdachte 6] op de digitale

aanvraagformulieren kinderopvangtoeslag opgenomen dat ten behoeve van

voornoemde tweeling telkens kosten werden gemaakt ten behoeve van de opvang en

- zo werd voor [zoon verdachte 2] op het digitale aanvraagformulier
kinderopvangtoeslag opgenomen dat ten behoeve van voornoemde [zoon verdachte 2]
kosten werden gemaakt ten behoeve van de opvang en

- vervolgens voornoemde digitale aanvraagformulieren kinderopvangtoeslag telkens

verzonden en doen toekomen aan de Belastingdienst,

waardoor de Belastingdienst telkens werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

6.

hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2008 tot en met 5 maart 2013 in Nederland,

tezamen en in vereniging met anderen van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers hebben verdachte en zijn mededaders:

- telkens van een voorwerp, te weten goederen en geldbedragen, de herkomst verhuld, terwijl hij, verdachte en zijn mededaders wisten dat dat voorwerp – onmiddellijk of middellijk – afkomstig was uit misdrijf en

- telkens een voorwerp, te weten goederen en geldbedragen, verworven, overgedragen en omgezet, terwijl hij, verdachte, en zijn mededaders wisten dat bovenomschreven voorwerp
– onmiddellijk of middellijk – afkomstig was van enig misdrijf,

door – zakelijk omschreven –:

- in de periode van 1 januari 2008 tot en met 5 maart 2013 geldbedragen contant op te nemen, door telkens bij het Holland Casino te Breda en/of te Eindhoven en/of te Nijmegen en/of te Venlo geldbedragen te pinnen van bankrekeningen ten name van natuurlijke personen en eenmanszaken en

- geldbedragen over te boeken en/of over te laten boeken op bankrekeningen van andere natuurlijke personen en eenmanszaken;

- in de periode van eind 2008 tot en met 5 maart 2013 te beschikken over auto’s waarbij verdachte en zijn mededaders die auto’s hebben gefinancierd en die auto’s telkens op naam hebben gezet van anderen en/of voor die auto’s de gemaakte kosten hebben betaald;

7.

hij in de periode van 1 januari 2008 tot en met 5 maart 2013 in Nederland,

heeft deelgenomen aan een organisatie, die werd gevormd door [verdachte 1] en [medeverdachte 5] en

[medeverdachte 3] en andere personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, bestaande uit:

- het meermalen plegen van valsheid in geschrifte en het meermalen gebruiken van valselijk

opgemaakte geschriften (strafbaar gesteld in artikel 225 Wetboek van Strafrecht) en

- het meermalen valselijk doen opmaken van authentieke akten en het meermalen

gebruiken van een valselijk opgemaakte authentieke akten (strafbaar gesteld in artikel 227

Wetboek van Strafrecht) en

- het meermalen oplichten van banken en de Belastingdienst (strafbaar gesteld in artikel 326

Wetboek van Strafrecht) en

- het plegen van gewoontewitwassen (strafbaar gesteld in artikel 420ter Wetboek van

Strafrecht)

zulks terwijl hij, verdachte, medeleider van die organisatie was.

De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder de feiten 1, 2 primair, 3 primair, 4, 5, 6 en 7 meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 140, 225, 227, 326 en 420ter Sr.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1

het misdrijf: medeplegen van het in een authentieke akte doen opnemen van een valse opgave aangaande een feit van welks waarheid de akte moet doen blijken, met het oogmerk om die akte te gebruiken of door anderen te doen gebruiken als ware zijn opgave in overeenstemming met de waarheid, meermalen gepleegd;

feit 2 primair

het misdrijf: medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;

feit 3 primair

het misdrijf: medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;

feit 4

het misdrijf: medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd;

feit 5

het misdrijf: medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd;

feit 6

het misdrijf: medeplegen van het plegen van witwassen een gewoonte maken;

feit 7

het misdrijf: als leider deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

7 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

8 De op te leggen straf of maatregel

8.1

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

Verdachte [verdachte 2] heeft zich gedurende ongeveer vijf jaren bezig gehouden met een reeks aan strafbare feiten. Hij is betrokken geweest bij de geboorteaangifte van een tweeling die in werkelijkheid niet geboren was, bij het aanvragen van kinderopvangtoeslag voor onder meer die neptweeling, bij het valselijk opmaken van een aantal documenten, bij de oplichting van een bank door middel van sealbags en bij het witwassen van de opbrengsten van die strafbare feiten. Bovendien heeft hij al deze strafbare feiten gepleegd in georganiseerd verband met een aantal personen uit zijn familie en naaste omgeving. De rol van verdachte binnen de organisatie is aansturend en leidinggevend geweest, samen met zijn broer [verdachte 1] die de rechtbank ziet als degene die het merendeel van de feiten heeft uitgedacht en opgezet. Het totale nadeel van de strafbare feiten die de organisatie [achternaam verdachte 1 en verdachte 2] in de loop van de jaren gepleegd heeft bedraagt ruim € 2,2 miljoen, te weten € 800.000,-- aan fraude met kinderopvangtoeslagen en ruim € 1,4 miljoen aan fraude met sealbags.

De werkwijze van de organisatie was doordacht en vereiste een groot aantal handelingen. In Duitsland werden in sexclubs vrouwen benaderd die zich in Nederland lieten inschrijven bij gemeenten. Vervolgens werd door of voor die vrouwen aangifte gedaan van de geboorte van een tweeling, waarna kort daarop bij de Belastingdienst kinderopvangtoeslag werd aangevraagd voor de tweelingen. Voor een aantal van de vrouwen werd in Nederland tevens een fake onderneming opgestart. Die ondernemingen werden ingeschreven bij de KvK en op naam van die ondernemingen werden bankrekeningen aangevraagd die vervolgens weer gebruikt werden om de sealbagfraude bij twee banken te plegen.

De rechtbank houdt verdachte mede verantwoordelijk voor deze strafbare feiten en rekent hem deze zwaar aan.

Volgens het psychologisch rapport van drs. Haasbeek d.d. 18 december 2013 lijdt verdachte aan een antisociale persoonlijkheidsstoornis en is er sprake van trekken van de ontwijkende persoonlijkheidsstoornis. Verdachte moet daarom enigszins verminderd toerekeningsvatbaar worden beschouwd voor het feit dat hij bekend heeft (de valsheid in geschrifte met betrekking tot de schenkingsovereenkomst van de Terra Cotta beeldjes). In verband met de ontkenning van verdachte kan geen uitspraak gedaan worden over het verband tussen de diagnose en de overige feiten.

Uit het aanvullend rapport van de drs. Haasbeek d.d. 3 oktober 2014 blijkt dat er bij verdachte sprake is van een post traumatische stressstoornis met betrekking tot de detentie in Servië, die sinds hij niet meer gedetineerd is in Nederland eerder toeneemt in intensiteit dan afneemt. Verdachte dient hiervoor – binnen of buiten detentie – behandeling te ondergaan. Er is echter geen reden om hem als detentie ongeschikt aan te merken.

De rechtbank houdt met de inhoud van deze rapporten rekening bij de strafoplegging.

In het voordeel van verdachte houdt de rechtbank rekening met het feit dat aan hem niet eerder een straf is opgelegd voor soortgelijke feiten als de onderhavige.

Verder heeft de rechtbank acht geslagen op de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS (Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht). Deze geven bij een benadelingsbedrag van € 1 miljoen en hoger een gevangenisstraf aan vanaf 24 maanden.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van na te noemen duur passend en geboden is. Deze straf is lager dan de straf die door de officier van justitie is geëist, omdat de rechtbank – anders dan de officier van justitie – op een aantal onderdelen van de tenlastelegging tot een vrijspraak komt.

8.2

De inbeslaggenomen voorwerpen

De officier van justitie heeft ter terechtzitting een lijst overgelegd van onder [verdachte 2] in

beslag genomen voorwerpen. Van alle op die lijst voorkomende voorwerpen is de verbeurdverklaring gevorderd.

De rechtbank heeft vastgesteld dat op alle voorwerpen op de lijst conservatoir beslag ex art. 94a Wetboek van Strafvordering (Sv) is gelegd. Tegen verdachte is een strafrechtelijk financieel onderzoek gestart en op een aantal voorwerpen op de lijst is in dat kader conservatoir beslag gelegd. Op de overige voorwerpen is in eerste instantie beslag ex art. 94 Sv gelegd en dit beslag is later omgezet in conservatoir beslag ex art. 94a Sv. De officier van justitie heeft ter terechtzitting aangekondigd dat zij tegen verdachte een ontnemingsvordering zal indienen.

Onder deze omstandigheden wijst de rechtbank verbeurdverklaring van de in beslag genomen voorwerpen af.

9 De schade van benadeelden

9.1

De vordering van de benadeelde partij

In dit strafproces hebben zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting en op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd:

- de gemeente Tilburg, gevestigd te Tilburg, Stadhuisplein 1,

- de ABN AMRO Bank NV, gevestigd te Amsterdam, Gustav Mahlerlaan 10 en

- de Coöperatieve Rabobank Tilburg en Omstreken UA, gevestigd te Tilburg, Spoorlaan 300.

De gemeente Tilburg vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal

€ 3.000,-- (drieduizend euro). Deze schade bestaat uit de volgende post:

- inzet uren medewerkers.

De ABN Amrobank vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal

€ 1.096.747,58 (één miljoen zesennegentigduizend zevenhonderdenzevenenveertig euro en achtenvijftig eurocent). Deze schade bestaat uit de volgende post:

- aangiften geldbedragen.

De Coöperatieve Rabobank Tilburg en Omstreken U.A. vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 69.771,91 (negenenzestigduizend zevenhonderd en eenenzeventig euro en eenennegentig eurocent). Deze schade bestaat uit de volgende post:

- debetsaldi.

De door de gemeente Tilburg ingestelde vordering is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende onderbouwd. Het in de gelegenheid stellen van de benadeelde partij om haar vordering alsnog nader te onderbouwen leidt tot een onevenredige belasting van de strafrechtelijke procedure, zodat de rechtbank de benadeelde partij ten aanzien van de gehele vordering niet-ontvankelijk zal verklaren. De benadeelde partij kan haar vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Naar het oordeel van de rechtbank is de ABN Amrobank NV in haar vordering ontvankelijk en is de vordering deels gegrond. De opgevoerde schadeposten zijn weliswaar betwist, maar door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde onder feit 4 voor wat betreft een tweetal schadeposten rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer.

De met de aangifte met nummer 2009203480-1 samenhangende schadepost ad € 114.800,-- ([medeverdachte 4] h/o Diecast Dealer) is tot een bedrag ad € 104.740,-- voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal de benadeelde partij ten aanzien van het restant van de schadepost van [medeverdachte 4] h/o Diecast Dealer niet-ontvankelijk verklaren omdat niet bewezen is dat aan de benadeelde partij meer schade is toegebracht dan € 104.740,--.

De met de aangifte met nummer PL01KF2011127686-1 samenhangende schadepost ad

€ 89.590,-- ([medeverdachte 5] h/o The Avenue) is in zijn geheel voldoende onderbouwd en aannemelijk.

De rechtbank zal de benadeelde partij ten aanzien van de bedragen van de overige schadeposten niet ontvankelijk verklaren nu niet bewezen is dat verdachte betrokken is geweest bij de in de overige aangiften genoemde feiten.

De rechtbank zal het gevorderde tot een bedrag van € 194.330,-- toewijzen en bepalen dat dit bedrag dient te worden vermeerderd met de van rechtswege verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

Naar het oordeel van de rechtbank is de Coöperatieve Rabobank Tilburg en Omstreken UA in haar vordering ontvankelijk en is de vordering deels gegrond. De opgevoerde schadeposten zijn weliswaar betwist, maar door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde onder feit 4 voor wat betreft de eerste schadepost ad € 44.172,77

([medeverdachte 5] h/o The Avenue) rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. Deze opgevoerde schadepost is voldoende onderbouwd en aannemelijk.

De rechtbank zal de benadeelde partij ten aanzien van het bedrag van de andere schadepost niet-ontvankelijk verklaren nu niet bewezen is dat verdachte betrokken is geweest bij de in de andere aangifte genoemde feiten.

De rechtbank zal het gevorderde daarom tot een bedrag van € 44.172,77 toewijzen en bepalen dat dit bedrag dient te worden vermeerderd met de van rechtswege verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

9.2

De schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank ziet geen aanleiding om – gelet op de niet-ontvankelijk verklaring van de gemeente Tilburg in haar vordering – aan verdachte ter hoogte van de vordering de door de officier van justitie gevorderde maatregel als bedoeld in art. 36f Sr op te leggen.

De rechtbank zal voor de toegewezen vorderingen van de ABN Amrobank NV en de Coöperatieve Rabobank Tilburg en Omstreken UA wel de maatregel als bedoeld in art. 36f Sr opleggen, aangezien de verdachte jegens de slachtoffers naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door feit 4 is toegebracht.

10 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast

berust deze beslissing op de artikelen 10, 27, 47 en 57 Sr.

11 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het onder de feiten 1, 2 primair, 3 primair, 4, 5, 6 en 7

tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1

het misdrijf: medeplegen van het in een authentieke akte doen opnemen van een valse opgave aangaande een feit van welks waarheid de akte moet doen blijken, met het oogmerk om die akte te gebruiken of door anderen te doen gebruiken als ware zijn opgave in overeenstemming met de waarheid, meermalen gepleegd;

feit 2 primair

het misdrijf: medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;

feit 3 primair

het misdrijf: medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;

feit 4

het misdrijf: medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd;

feit 5

het misdrijf: medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd;

feit 6

het misdrijf: medeplegen van het een gewoonte maken van het plegen van witwassen;

feit 7

het misdrijf: als leider deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven;

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder de feiten 1, 2 primair, 3 primair, 4, 5, 6 en 7 bewezenverklaarde;

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van drie (3) jaren;

  • -

    bepaalt dat de tijd die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in Servië in detentie en in Nederland in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

schadevergoeding

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij de ABN Amrobank NV, gevestigd te Amsterdam, Gustav Mahlerlaan 10, van een bedrag van € 194.330,--, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 5 maart 2013, voor zover het bedrag dat samenhangt met de aangifte met nummer PL01KF2011127686-1 ad

€ 89.590,-- ([medeverdachte 5] h/o The Avenue) niet door een mededader zal zijn voldaan;

  • -

    veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 4 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 194.330,-- ten behoeve van de benadeelde, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 maart 2013, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 365 dagen zal worden toegepast, (een en ander voor zover van dit bedrag € 89.590,-- niet door een mededader zal zijn voldaan);

  • -

    bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

  • -

    bepaalt dat de benadeelde partij: de ABN Amrobank NV gevestigd te Amsterdam, Gustav Mahlerlaan 10, voor een deel van € 902.417,58 niet-ontvankelijk is in haar vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

  • -

    veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij de Coöperatieve Rabobank Tilburg en Omstreken UA, gevestigd te gevestigd te Tilburg, Spoorlaan 300, van een bedrag van € 44.172,77, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 5 maart 2013, voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;

  • -

    veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 4 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 44.172,77 ten behoeve van de benadeelde, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 maart 2013, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 255 dagen zal worden toegepast, (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan);

  • -

    bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

  • -

    bepaalt dat de benadeelde partij: de Coöperatieve Rabobank Tilburg en Omstreken UA gevestigd te gevestigd te Tilburg, Spoorlaan 300, voor een deel van € 25.599,14 niet-ontvankelijk is in haar vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

  • -

    veroordeelt de benadeelde partij tot betaling van de kosten die de verdachte heeft gemaakt voor rechtsbijstand met betrekking tot deze vordering. De rechtbank begroot die kosten op € 1.798,--;

- bepaalt dat de benadeelde partij de gemeente Tilburg niet-ontvankelijk is in haar vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

de inbeslaggenomen voorwerpen

- wijst af de vordering tot verbeurdverklaring van de onder verdachte in beslag genomen voorwerpen.

Dit vonnis is gewezen door mr. H. Stam, voorzitter, mr. E.J.M. Bos en mr. S.K. Huisman, rechters, in tegenwoordigheid van H.J. Veldhuis, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 1 december 2014.

Buiten staat

Mr. Bos is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.