Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2014:6324

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
01-12-2014
Datum publicatie
01-12-2014
Zaaknummer
08/996010-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich gedurende ongeveer vijf jaren in georganiseerd verband en op geraffineerde wijze met een aantal personen uit zijn naaste omgeving bezig gehouden met een reeks aan strafbare feiten. De werkwijze van de organisatie was door hem uitgedacht en vereiste een groot aantal handelingen.

De rechtbank ziet de verdachte als degene die het merendeel van de feiten heeft uitgedacht en opgezet. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 4 jaar en 6 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08/996010-12

Datum vonnis: 1 december 2014

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte 1],

geboren op [geboortedatum 1] 1979 in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats].

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 27 oktober 2014 en 17 november 2014. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. C.H.J. Bollen en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. J.B.A. Kalk, advocaat te Enschede, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1.

in de periode van 1 januari 2010 t/m 5 maart 2013 al dan niet samen met anderen valse opgaven heeft gedaan in veertien authentieke akten (geboorteakten), door valselijk in die akten op te laten nemen dat 14 kinderen waren geboren;

feit 2.

in de periode van 1 januari 2008 t/m 5 maart 2013 al dan niet samen met anderen veertien aanvraagformulieren kinderopvangtoeslag valselijk heeft opgemaakt, dan wel dat hij in die periode al dan niet samen met anderen gebruik heeft gemaakt van die veertien valse aanvraagformulieren kinderopvangtoeslag;

feit 3.

in de periode van 1 januari 2008 t/m 5 maart 2013 al dan niet samen met anderen een hoeveelheid facturen, jaaropgaven, antwoordformulieren en bezwaarschriften valselijk heeft opgemaakt, dan wel dat hij in die periode al dan niet samen met anderen opzettelijk gebruik heeft gemaakt van die valse documenten;

feit 4.

in de periode van 1 januari 2008 t/m 5 maart 2013 al dan niet samen met anderen onder meer de Rabobank en de ABN Amrobank heeft opgelicht voor in totaal € 1.767.810,--;

feit 5.

in de periode van 1 januari 2008 t/m 5 maart 2013 al dan niet samen met anderen de Belastingdienst heeft opgelicht voor in totaal € 904.023,26;

feit 6.

in de periode van 1 januari 2006 t/m 5 maart 2013 al dan niet samen met anderen een gewoonte heeft gemaakt van het witwassen van geldbedragen van in totaal € 904.023,26 en

€ 1.423.952,38;

feit 7.

in de periode van 1 januari 2008 t/m 5 maart 2013 heeft deelgenomen aan een criminele organisatie, terwijl hij samen met [verdachte 2] leider was van die organisatie.

Voluit luidt de tenlastelegging, na wijziging ter terechtzitting, aan de verdachte, dat:

1.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 1 januari 2010 tot en met 5 maart 2013 onder meer in de gemeente Hengelo en/of Tilburg en/of Arnhem en/of Veghel en/of ’s-Hertogenbosch en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, telkens:

in een of meer authentieke akte(n), te weten veertien, althans een of meer geboorteakte(n)/ geboorteaangifte(n), van onder meer de gemeente Hengelo en/of Arnhem en/of Tilburg en/of Veghel en/of ’s-Hertogenbosch en/of elders in Nederland

valselijk heeft doen of laten opnemen dat veertien, in elk geval een of meer kind/kinderen was/waren geboren, onder meer:

- een tweeling, genaamd Alexandru [naam 1] en Daniël [naam 1], in elk geval een tweeling (O-pv pag. 82 t/m 84) en/of

- een tweeling , genaamd Mariana [naam 2] en Alexandra [naam 2] in elk geval een tweeling (O-pv pg. 80 t/m 82) en/of

- een tweeling, genaamd Oliver [naam 3] en Roland [naam 3], in elk geval een tweeling (O-pv pg. 85 t/m 89),

van de waarheid van welk feit die akte(n) moest(en) doen blijken, terwijl

in werkelijkheid dat kind of die kinderen, onder meer voornoemde tweeling(en), niet was/waren geboren,

zulks telkens met het oogmerk om die akte(n) of een afschrift(en) daarvan te gebruiken of door anderen te doen gebruiken als ware die opgave in overeenstemming met de waarheid;

(artikel 227 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

2.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 1 januari 2008 tot en met 5 maart 2013 onder meer in de gemeente Hengelo en/of Tilburg en/of Arnhem en/of Veghel en/of ’s-Hertogenbosch en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, telkens:

- veertien, althans een of meer (digitaal/digitale) aanvraagformulier(en) kinderopvangtoeslag,

zijnde telkens een geschrift(en) dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of doen opmaken en/of laten opmaken en/of vervalst en/of doen vervalsen en/of laten vervalsen,

immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) telkens valselijk en/of in strijd met de waarheid:

a. op zeven, althans een of meer van dat/die (digitaal/digitale) aanvraagformulier(en) kinderopvangtoeslag (O-pv 4.4.2.3., pag. 96), aangegeven:

- dat er sprake was van een bestaand kind of kinderen en/of

- dat een kind of die kinderen opvang genoot/genoten bij een geregistreerde kinderopvang en/of

- dat er voor dat kind of die kinderen kosten werden gemaakt ten behoeve van de opvang,

zo werd onder meer:

- voor een tweeling genaamd Alexander en Marina [naam 2], op één of meer tijdstippen in de periode van 6 september 2010 tot en met 10 december 2010, drie, althans één of meer aanvraag/aanvragen (en) kinderopvangtoeslag gedaan bij de Belastingdienst, in welke aanvraag/aanvragen stond vermeld dat gebruik werd gemaakt van kinderopvanginstelling “Het Kuikentje” te Arnhem en/of van kinderdagverblijf “Het Stuurwiel” te Waalwijk en/of kinderdagverblijf “De Kindereijk” te Waalwijk en/of dat er (telkens) kosten werden gemaakt ten behoeve van de opvang (1-D-010-03, 1-D-010-13, 1-D-010-28, 29 en 30) en/of

- voor een tweeling genaamd Alexandru en Daniël [naam 1], op één of meer tijdstippen in de periode van 9 juli 2010 tot en met 9 februari 2011, één of meer (wijzigings)aanvraag/aanvragen kinderopvangtoeslag gedaan bij de Belastingdienst, in welke (wijzigings)aanvraag/aanvragen onder meer stond vermeld dat gebruik werd gemaakt van kinderdagverblijf “Teddybeer” te Tilburg en/of dat er (telkens) kosten werden gemaakt ten behoeve van de opvang (1-D-008-03 en 1-D-008-06) en/of

- voor een tweeling genaamd Oliver en Roland [naam 3], op één of meer tijdstippen in de periode van 12 november 2010 tot en met 31 januari 2011, twee, althans één of meer (wijzigings)aanvraag/aanvragen kinderopvangtoeslag gedaan bij de Belastingdienst, in welke (wijzigings)aanvraag/aanvragen (telkens) vermeld stond dat gebruik werd gemaakt van het kinderdagverblijf “Duimelijntje” te Tilburg, en/of dat er (telkens) kosten werden gemaakt ten behoeve van de opvang (1-D-009-03 en 1-D-009-05),

terwijl in werkelijkheid:

die kind/kinderen telkens niet bestonden en derhalve telkens geen opvang werd genoten bij de opgegeven geregistreerde kinderopvang en dat er voor die kind/kinderen telkens geen opvangkosten zijn/werden gemaakt,

en/of

b. op zeven, althans een of meer van die aanvraagformulier(en) kinderopvangtoeslag (O-pv 4.4.2.3, pag. 96) aangegeven dat er voor dat genoemde kind of die kinderen kosten werden gemaakt ten behoeve van de opvang,

zo werd onder meer

- voor [naam 4], geboren op [geboortedatum 2] 2009, op of omstreeks 30 december 2009, bij de belastingdienst, een aanvraag voor kinderopvangtoeslag gedaan, in welke aanvraag stond vermeld dat gebruik werd gemaakt van kinderopvangorganisatie “Kinderdagverblijf Dino Noord” te Tilburg en/of

(vervolgens) voor [naam 5], geboren op [geboortedatum 3] 2007, voor [naam 6] geboren op [geboortedatum 4] 2008 en voornoemde [naam 4], op één of meer tijdstippen in de periode van 3 maart 2010 tot en met 7 februari 2012, bij de belastingdienst, (telkens) een aanvraag voor kinderopvangtoeslag gedaan, in welke aanvraag/aanvragen stond vermeld dat (telkens) gebruik werd gemaakt van kinderopvangorganisatie “Kinderdagverblijf Dino” te Tilburg en/of dat er (telkens) kosten werden gemaakt ten behoeve van de opvang (1-D-017-06, 1-D-017-11, 1-D-017-14, 1-D-017-21 en 1-D-017-35) en/of

- voor [naam 7], geboren op 7 augustus 2009, op één of meer tijdstippen in de periode van 7 december 2012 tot en met19 februari 2013, bij de belastingdienst, (telkens) een aanvraag voor kinderopvangtoeslag gedaan, in welke aanvraag/aanvragen stond vermeld dat gebruik werd gemaakt van kinderopvangorganisatie “Kinderdagcentrum de Blauwe Haas” en/of “”Kinderdagverblijf de Korveltuin BV” en/of dat er telkens kosten werden gemaakt ten behoeve van de opvang (1-D-031-02, 1-D-031-03 en 1-D-066-07),

terwijl in werkelijkheid:

door die kinderen geen opvang werd genoten bij de opgegeven geregistreerde kinderopvang en/of dat er voor die kind/kinderen geen opvangkosten zijn/werden gemaakt,

zulks met het oogmerk om dat/die geschrift(en) telkens als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken;

(vindplaats Overzichts-pv 4.4.2.5.2.1 t/m 4.4.2.5.3.7, pag. 97 t/m 118 )

Subsidiair

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 1 januari 2008 tot en met 5 maart 2013 onder meer in de gemeente Hengelo en/of Tilburg en/of Arnhem en/of Veghel en/of ’s-Hertogenbosch en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, telkens:

opzettelijk gebruik heeft gemaakt van en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft afgeleverd (een) valse of vervalste (digitaal) aanvraagformulier(en) kinderopvangtoeslag (O-pv 4.4.2.3, pag. 96),

(elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enige feit te dienen – als ware die/dat geschrift(en) telkens echt en onvervalst, te weten:

a. zeven, althans een of meer (digitaal/digitale) aanvraagformulier(en) kinderopvangtoeslag, en/of

b. zeven, althans een of meer (digitaal/digitale) aanvraagformulier(en) kinderopvangtoeslag,

bestaande dat gebruikmaken en/of voorhanden hebben en/of afleveren telkens hierin dat verdachte en/of zijn mededader(s) die documenten heeft/hebben gezonden naar de Belastingdienst(en) en bestaande die valsheid of vervalsing telkens hierin dat – zakelijk weergegeven –

ad a. op zeven, althans een of meer van die aanvraagformulier(en) kinderopvangtoeslag (O-pv 4.4.2.3., pag. 96) was aangegeven:

- dat er sprake was van (een) bestaand(e) kind of kinderen en/of

- dat een kind of die kinderen opvang genoten bij een geregistreerde kinderopvang

en/of

- dat er voor dat kind of die kinderen kosten werden gemaakt ten behoeve van de

opvang, zo werd onder meer:

- voor een tweeling genaamd Alexander en Marina [naam 2], op één of meer tijdstippen in de periode van 6 september 2010 tot en met 10 december 2010, drie, althans één of meer aanvraag/aanvragen (en) kinderopvangtoeslag gedaan bij de Belastingdienst, in welke aanvraag/aanvragen stond vermeld dat gebruik werd gemaakt van kinderopvanginstelling “Het Kuikentje” te Arnhem en/of van kinderdagverblijf “Het Stuurwiel” te Waalwijk en/of kinderdagverblijf “De Kindereijk” te Waalwijk en/of dat er (telkens) kosten werden gemaakt ten behoeve van de opvang (1-D-010-03, 1-D-010-13, 1-D-010-28, 29 en 30) en/of

- voor een tweeling genaamd Alexandru en Daniël [naam 1], op één of meer tijdstippen in de periode van 9 juli 2010 tot en met 9 februari 2011, één of meer (wijzigings)aanvraag/aanvragen kinderopvangtoeslag gedaan bij de

Belastingdienst, in welke (wijzigings)aanvraag/aanvragen onder meer stond vermeld dat gebruik werd gemaakt van kinderdagverblijf “Teddybeer” te

Tilburg en/of dat er (telkens) kosten werden gemaakt ten behoeve van de

opvang (1-D-008-03 en 1-D-008-06) en/of

- voor een tweeling genaamd Oliver en Roland [naam 3], op één of meer tijdstippen in de periode van 12 november 2010 tot en met 31 januari 2011, twee, althans één of meer (wijzigings)aanvraag/aanvragen kinderopvangtoeslag gedaan bij de Belastingdienst, in welke (wijzigings)aanvraag/aanvragen (telkens) vermeld stond dat gebruik werd gemaakt van het kinderdagverblijf “Duimelijntje” te Tilburg en/of dat er (telkens) kosten werden gemaakt ten behoeve van de opvang ( (1-D-009-03 en 1-D-009-05),

terwijl in werkelijkheid:

die kind/kinderen niet bestonden en derhalve geen opvang werd genoten bij de opgegeven geregistreerde kinderopvang en dat er voor die kind/kinderen geen opvangkosten zijn/werden gemaakt,

en/of

ad b. op zeven, althans een of meer van die aanvraagformulier(en) kinderopvangtoeslag (O-pv 4.4.2.3, pag. 96) werd aangegeven dat er voor dat genoemde kind of die kinderen kosten werd(en) gemaakt ten behoeve van de opvang,

zo werd onder meer:

- voor [naam 4], geboren op [geboortedatum 2] 2009, op of omstreeks 30 december 2009, bij de Belastingdienst, een aanvraag voor kinderopvangtoeslag gedaan, in welke aanvraag stond vermeld dat gebruik werd gemaakt van kinderopvangorganisatie “Kinderdagverblijf Dino Noord” te Tilburg en/of

(vervolgens) voor [naam 5], geboren [geboortedatum 3] 2007, [naam 6], geboren op [geboortedatum 4] 2008 en voornoemde [naam 4], op één of meer tijdstippen in de periode van 3 maart 2010 tot en met 7 februari 2012, bij de Belastingdienst, telkens een aanvraag voor kinderopvangtoeslag gedaan, in welke aanvraag/aanvragen stond vermeld dat telkens gebruik werd gemaakt van kinderopvangorganisatie “Kinderdagverblijf Dino” te Tilburg en/of dat er telkens kosten werden gemaakt ten behoeve van de opvang (1-D-017-11, 1-D-017-14, 1-D-017-21 en 1-D-017-35) en/of

- voor [naam 7], geboren op 7 augustus 2009, op één of meer tijdstippen in de periode van 7 december 2012 tot en met19 februari 2013, bij de Belastingdienst, telkens een aanvraag voor kinderopvangtoeslag gedaan, in welke aanvraag/aanvragen stond vermeld dat gebruik werd gemaakt van kinderopvangorganisatie “Kinderdagcentrum de Blauwe Haas” en/of “”Kinderdagverblijf de Korveltuin BV” en/of dat er telkens kosten werden gemaakt ten behoeve van de opvang (1-D-031-02, 1-D-031-03 en 1-D-066-07),

terwijl in werkelijkheid:

door dat kind of die kinderen geen opvang werd genoten bij de opgegeven geregistreerde kinderopvang en/of er voor dat kind of die kinderen geen opvangkosten zijn/werden gemaakt,

terwijl hij weet, althans redelijkerwijs moet vermoeden, dat die/dit geschrift(en) bestemd is/zijn voor zodanig gebruik;

(artikel 225 lid 2 Wetboek van Strafrecht)

3.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 1 januari 2008 tot en met 5 maart 2013 onder meer in de gemeente Hengelo en/of Arnhem en/of Tilburg en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, telkens:

een hoeveelheid valse stukken, facturen en/of jaaropgaven en/of antwoordformulieren en/of bezwaarschriften, zijnde telkens een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of doen opmaken en/of laten opmaken en/of vervalst en/of doen vervalsen en/of laten vervalsen, te weten:

a. met betrekking tot de tweeling Alexander en Marina [naam 2]:

- twee, althans één bezwaarschrift(en) tegen beschikking(en) van de Belastingdienst met betrekking tot de kinderopvangtoeslag, gedateerd 3 februari 2011 (D1-D-010-09 1 / 4 en 1-D-010-09 3 / 4) en/of

b. met betrekking tot de tweeling Alexandru en Daniël [naam 1]:

- twee, althans één factuur/facturen betreffende telkens de jaaropgaaf 2010 van de kinderopvangorganisatie “De Teddybeer BV” te Tilburg, gedateerd 28 januari 2011, voor de kinderopvang van voornoemde tweeling (1-D-008-09 en 1-D-008-10), en/of

- twee, althans één factuur/facturen betreffende telkens de jaaropgaaf 2011 van de kinderopvangorganisatie “De Teddybeer BV” te Tilburg, gedateerd 26 januari 2012, voor de kinderopvang van voornoemde tweeling (1D-008-17 en 1-D-008-18, en/of

- een antwoordformulier kinderopvangtoeslag 2011, gedateerd 21 augustus 2011 (1-D-008-16 en 16a) en/of

c. met betrekking tot de tweeling Oliver en Roland [naam 3]:

- een antwoordformulier kinderopvangtoeslag 2010, gedateerd 4 augustus 2011 (1-D-009-06) en/of

- een factuur betreffende de jaaropgaaf 2010 van de kinderopvangorganisatie “Kinderdagverblijf Duimelijntje” te Tilburg, gedateerd 15 februari 2011, voor de kinderopvang van voornoemde tweeling (1-D-009-07) en/of

- een antwoordformulier kinderopvangtoeslag 2011gedateerd, 22 augustus 2012 (1-D-009-021 2 /4 en 3 /4) en/of

- een factuur betreffende de jaaropgaaf 2011 van de kinderopvangorganisatie “Kinderdagverblijf Duimelijntje” te Tilburg gedateerd 9 februari 2012, voor de kinderopvang van voornoemde tweeling (1-D-009-021 4/4) en/of

d. met betrekking tot de kinderen [naam 5], [naam 6] en/of [naam 4]:

- drie, althans een aantal facturen betreffende telkens de jaaropgaaf 2010 van de kinderopvang “Kinderdagverblijf Dino” te Tilburg, gedateerd 15 februari 2011, voor de kinderopvang van voornoemde kinderen [verdachte 1] (1-D-017-26, 1-D-017-27 en 1-D-017-28) en/of

- drie, althans een aantal facturen betreffende telkens de jaaropgaaf 2011 van de kinderopvang “Kinderdagverblijf Dino” te Tilburg, gedateerd 17 februari 2012, voor de kinderopvang van voornoemde kinderen [verdachte 1] (1-D-017-42, 1-D-017-43 en 1-D-017-44)

immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) valselijk en/of in strijd met de waarheid telkens:

ad a. met betrekking tot de tweeling Alexander en Marina [naam 2]:

- twee, althans één bezwaarschrift(en) tegen beschikking(en) van de Belastingdienst, om geen kinderopvangtoeslag uit te betalen, voorzien van een of meer facturen, althans een of meer document(en), overgelegd aan de Belastingdienst,

terwijl in werkelijkheid voornoemde tweeling niet bestond en/of

ad b. met betrekking tot de tweeling Alexandru en Daniël [naam 1]:

- twee, althans één factuur/facturen betreffende telkens de jaaropgaaf 2010 van de kinderopvang “De Teddybeer BV” te Tilburg telkens overgelegd aan de Belastingdienst als bewijs voor de genoten kinderopvang over het jaar 2010 en/of

- twee, althans één factuur/facturen betreffende telkens de jaaropgaaf 2011 van de kinderopvang “De Teddybeer BV” te Tilburg, telkens overgelegd aan de Belastingdienst als bewijs voor de genoten kinderopvang over het jaar 2011 en/of

- een antwoordformulier kinderopvangtoeslag 2011 voorzien van gegevens betreffende de uren en kosten, althans gegevens van de kinderopvang, overgelegd aan de Belastingdienst

terwijl in werkelijkheid voornoemde tweeling niet bestond, er geen kinderopvang werd genoten en/of

ad c. met betrekking tot de tweeling Oliver en Roland [naam 3]:

- een antwoordformulier kinderopvangtoeslag 2010 voorzien van gegevens betreffende de uren en kosten, althans gegevens van de kinderopvang overgelegd aan de Belastingdienst en/of

- een factuur betreffende de jaaropgaaf 2010 van de kinderopvang “Kinderdagverblijf Duimelijntje” te Tilburg overgelegd aan de Belastingdienst als bewijs voor de genoten kinderopvang over het jaar 2010 en/of

- een antwoordformulier kinderopvangtoeslag 2011 voorzien van gegevens betreffende de uren en kosten, althans gegevens over de kinderopvang overgelegd aan de Belastingdienst en/of

- een factuur betreffende de jaaropgaaf 2011 van de kinderopvang “Kinderdagverblijf Duimelijntje” te Tilburg overgelegd aan de Belastingdienst als bewijs voor de genoten kinderopvang over het jaar 2011

terwijl in werkelijkheid voornoemde tweeling niet bestond, er geen kinderopvang

werd genoten en/of

ad d. met betrekking tot de kinderen [naam 5] , [naam 6] en/of [naam 4]:

- drie, althans een aantal facturen betreffende telkens de jaaropgaaf 2010 van de kinderopvang “Kinderdagverblijf Dino” te Tilburg overgelegd aan de Belastingdienst als bewijs voor de genoten kinderopvang over het jaar 2010 en/of

- drie, althans een aantal facturen betreffende telkens de jaaropgaaf 2011 van de kinderopvang “Kinderdagverblijf Dino” te Tilburg overgelegd aan de Belastingdienst als bewijs voor de genoten kinderopvang over het jaar 2011,

terwijl in werkelijkheid door die drie voornoemde kinderen [verdachte 1] geen opvang werd genoten, zulks met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken;

Subsidiair

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 1 januari 2008 tot en met 5 maart 2013 onder meer in de gemeente Hengelo en/of Arnhem en/of Tilburg en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met een andere of anderen, althans alleen, telkens:

opzettelijk gebruik heeft gemaakt van en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft afgeleverd (een) valse of vervalste document(en),

(elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enige feit te dienen – als ware die/dat geschrift(en) telkens echt en onvervalst, te weten onder meer:

a. met betrekking tot de tweeling Alexander en Marina [naam 2]:

- twee, althans één bezwaarschrift(en) tegen beschikking(en) van de Belastingdienst met betrekking tot de kinderopvangtoeslag, gedateerd 3 februari 2011 (D1-D-010-09 1 / 4 en 1-D-010-09 3 / 4) en/of

b. met betrekking tot de tweeling Alexandru en Daniël [naam 1]:

- twee, althans één factuur/facturen betreffende telkens de jaaropgaaf 2010 van de kinderopvang “De Teddybeer BV” te Tilburg, gedateerd 28 januari 2011, voor de kinderopvang van voornoemde tweeling (1-D-008-09 en 1-D-008-10), en/of

- twee, althans één factuur/facturen betreffende telkens de jaaropgaaf 2011 van de kinderopvang “De Teddybeer BV” te Tilburg, gedateerd 26 januari 2012 voor de kinderopvang van voornoemde tweeling (1D-008-17 en 1-D-008-18, en/of

- een antwoordformulier kinderopvangtoeslag 2011 gedateerd 21 augustus 2011 (1-D-008-16 en 16a) en/of

c. met betrekking tot de tweeling Oliver en Roland [naam 3]:

- een antwoordformulier kinderopvangtoeslag 2010 gedateerd 4 augustus 2011 (1-D-009-06) en/of

- een factuur betreffende de jaaropgaaf 2010 van de kinderopvang “Kinderdagverblijf Duimelijntje” te Tilburg, gedateerd 15 februari 2011 voor de kinderopvang van voornoemde tweeling (1-D-009-07) en/of

- een antwoordformulier kinderopvangtoeslag 2011,gedateerd 22 augustus 2012, voor de kinderopvang van voornoemde tweeling (1-D-009-021 2 /4 en 3 /4) en/of

- een factuur betreffende de jaaropgaaf 2011 van de kinderopvang “Kinderdagverblijf Duimelijntje” te Tilburg, gedateerd 9 februari 2012 (1-D-009-021 4/4) en/of

d. met betrekking tot de kinderen [naam 5], [naam 6], en/of [naam 4]:

- drie, althans een aantal facturen betreffende telkens de jaaropgaaf 2010 van de kinderopvang “Kinderdagverblijf Dino” te Tilburg, gedateerd 15 februari 2011, voor kinderopvang van voornoemde kinderen [verdachte 1] (1-D-017-26, 1-D-017-27 en 1-D-017-28) en/of

- drie, althans een aantal facturen betreffende telkens de jaaropgaaf 2011 van de kinderopvang “Kinderdagverblijf Dino” te Tilburg, gedateerd 17 februari 2012, voor kinderopvang van voornoemde kinderen [verdachte 1] (1-D-017-42, 1-D-017-43 en 1-D-017-44)9 bestaande dat gebruikmaken en/of voorhanden hebben en/of afleveren van die documenten onder meer hierin dat verdachte en/of zijn mededader(s):

- voornoemd(e) bezwaarschrift(en) met betrekking tot de tweeling Alexander en Marina [naam 2] aan de Belasting heeft overgelegd,

- voornoemde jaaropgaaf/-opgaven kinderopvang 2010 en/of 2011 en voornoemd antwoordformulier met betrekking tot de tweeling Alexandru en Daniël [naam 1] (telkens) aan de Belastingdienst heeft overgelegd en/of

- voornoemde antwoordformulier(en) kinderopvangtoeslag 2010 en/of 2011 en/of voornoemde jaaropgaaf/-opgaven kinderopvang 2010 en/of 2011 met betrekking tot de tweeling Oliver en Roland [naam 3] (telkens) aan de Belastingdienst heeft overgelegd en/of

- voornoemde jaaropgaaf/-opgaven kinderopvang 2010 en/of 2011 met betrekking tot de kinderen [naam 5], [naam 6] en/of [naam 4] telkens aan de Belastingdienst heeft overgelegd,

en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat

ad a. dat met betrekking tot de tweeling Alexander en Marina [naam 2]:

- twee, althans één bezwaarschrift(en) tegen beschikking(en) van de Belastingdienst om geen kinderopvangtoeslag uit te betalen, voorzien van een of meer facturen, althans een of meer document(en), heeft overgelegd aan de Belastingdienst,

terwijl in werkelijkheid voornoemde tweeling niet bestond en/of er geen kinderopvang werd genoten en/of

ad b. met betrekking tot de tweeling Alexandru en Daniël [naam 1]:

- twee, althans één factuur/facturen betreffende telkens de jaaropgaaf 2010 van de kinderopvang “De Teddybeer BV” te Tilburg telkens heeft overgelegd aan de Belastingdienst als bewijs voor de genoten kinderopvang over het jaar 2010 en/of

- twee, althans één factuur/facturen betreffende telkens de jaaropgaaf 2011 van de kinderopvang “De Teddybeer BV” te Tilburg telkens heeft overgelegd aan de Belastingdienst als bewijs voor de genoten kinderopvang over het jaar 2011 en/of

- een antwoordformulier kinderopvangtoeslag 2011 voorzien van gegevens betreffende de uren en kosten, althans gegevens van de kinderopvang heeft overgelegd aan de Belastingdienst

terwijl in werkelijkheid voornoemde tweeling niet bestond en/of er geen kinderopvang werd genoten en/of

ad c. met betrekking tot de tweeling Oliver en Roland [naam 3]:

- een antwoordformulier kinderopvangtoeslag 2010 voorzien van gegevens betreffende de uren en kosten, althans gegevens van de kinderopvang heeft overgelegd aan de Belastingdienst en/of

- een factuur betreffende de jaaropgaaf 2010 van de kinderopvang “Kinderdagverblijf Duimelijntje” te Tilburg heeft overgelegd aan de Belastingdienst als bewijs voor de genoten kinderopvang over het jaar 2010 en/of

- een antwoordformulier kinderopvangtoeslag 2011 voorzien van gegevens betreffende de uren en kosten, althans gegevens van de kinderopvang heeft overgelegd aan de Belastingdienst en/of

- een factuur betreffende de jaaropgaaf 2011 van de kinderopvang “Kinderdagverblijf Duimelijntje” te Tilburg heeft overgelegd aan de Belastingdienst als bewijs voor de genoten kinderopvang over het jaar 2011

terwijl in werkelijkheid voornoemde tweeling niet bestond, er geen kinderopvang

werd genoten en/of

ad d.. met betrekking tot de kinderen [naam 5], [naam 6] en/of [naam 4]:

- drie, althans een aantal facturen betreffende (telkens) de jaaropgaaf 2010 van de kinderopvang “Kinderdagverblijf Dino” te Tilburg telkens heeft overgelegd aan de Belastingdienst als bewijs voor de genoten kinderopvang over het jaar 2010 en/of

- drie, althans een aantal facturen betreffende telkens de jaaropgaaf 2011 van de kinderopvang “Kinderdagverblijf Dino” te Tilburg telkens heeft overgelegd aan de Belastingdienst als bewijs voor de genoten kinderopvang over het jaar 2011

terwijl in werkelijkheid door die drie voornoemde kinderen geen opvang werd

genoten en/of derhalve ten onrechte voor voornoemde kinderen

kinderopvangtoeslag door de Belastingdienst werd uitbetaald;

terwijl hij weet, althans redelijkerwijs moet vermoeden, dat die/dit geschrift(en) bestemd is/zijn voor zodanig gebruik;

(artikel 225 lid 2 Wetboek van Strafrecht)

4.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 1 januari 2008 tot en met 5 maart 2013 onder meer in de gemeente Hengelo en/of Arnhem en/of Tilburg en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, telkens:

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door één of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, één of meerdere bank(en),

a. a) waaronder de Rabobank voor EUR 44.980,- althans enig geldbedrag en/of

b) de ABNAMRO bank voor EUR 89.590,--, althans enig geldbedrag;

heeft bewogen tot afgifte van één of meer geldbedrag(en) van in totaal ongeveer EUR 1.767.810,- , althans EUR 1.423.952,38,-- althans enig geldbedrag,

hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) telkens met voren omschreven oogmerk – zakelijk weergegeven- valselijk en/of listig en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

- één en/of meer bankrekeningen geopend bij die bank(en), te weten:

a. a) bij de Rabobank een bankrekening met rekeningnummer [nummer 1], ten name van

eenmanszaak [medeverdachte 1], h/o [naam bedrijf 1] geopend, dan wel doen of laten openen en/of

b) bij de ABN AMRO Bank een bankrekening met rekeningnummer

[nummer 2], ten name van eenmanszaak [medeverdachte 1], h/o [naam bedrijf 1] geopend, dan wel

doen of laten openen waarbij telkens:

- voor voornoemde bankrekening(en) sealbagstortingen aangevraagd en/of

- vervolgens op voornoemde bankrekening(en) één of meerdere sealbagstortingen

gedaan, waarbij het opgegeven bedrag en de inhoud van de sealbag telkens met elkaar

overeen kwamen en/of

- vervolgens voor voornoemde banrekening(en), een sealbagstorting OGV (onder

gewoon voorbehoud) aangevraagd en/of

- vervolgens voor voornoemde bankrekening(en) telkens één of meerdere

sealbagstorting(en) gedaan, waarbij het opgegeven bedrag en de inhoud van de sealbag telkens overeen kwamen en/of

- vervolgens telkens één of meer sealbagstorting(en) gedaan zonder dat het opgegeven

bedrag/ de opgegeven bedragen in die sealbags zaten;

waardoor die bank(en), waaronder de Rabobank en/of de ABNAMRO bank, telkens werd/werden bewogen tot bovenomschreven afgifte;

(Vindplaats AH-180)

(artikel 326 Wetboek van Strafrecht)

5.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 1 januari 2008 tot en met 5 maart

2013 onder meer in de gemeente Hengelo en/of Arnhem en/of Tilburg en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, telkens:

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

de Belastingdienst heeft bewogen tot de afgifte van in totaal ongeveer EUR 904.023,26, althans enig geldbedrag,

hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens) met voren omschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – valselijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid telkens onder meer:

- op de/het (digitaal) (aanvraag)formulier(en) Kinderopvangtoeslag namen van

(een) kind(eren) opgenomen, waaronder:

- een tweeling, genaamd Alexander en Marina [naam 2] en/of een tweeling genaamd

Alexandru en Daniël [naam 1] en/of een tweeling genaamd Oliver en Roland [naam 3],

zulks terwijl in werkelijkheid voornoemde tweeling(en) niet bestond(en) en/of

- op de /het (digitaal) (aanvraag)formulier(en) kinderopvangtoeslag opgenomen

dat het/de genoemde kind(eren) opvang genoot/genoten bij het op

die/dat formulier genoemde opvangadres, zo werd onder meer:

o voor een tweeling, genaamd Alexander en Marina [naam 2] driemaal, althans een of meer aanvraag/-vragen voor kinderopvangtoeslag gedaan in welke aanvraag/-vragen stond vermeld dat gebruik werd gemaakt van kinderopvanginstelling “Het Kuikentje” in Arnhem (1-D-010-03 en/of van kinderdagverblijf “Het Stuurwiel” te Waalwijk (1-D-010-13) en/of van kinderdagverblijf “De Kindereijk” te Waalwijk en/of

o voor een tweeling genaamd Alexandru en Daniël [naam 1] tweemaal, althans eenmaal een (wijziging)aanvraag voor kinderopvangtoeslag gedaan, in welke (wijziging)aanvraag/-vragen telkens onder meer stond vermeld dat gebruik werd gemaakt van kinderopvangorganisatie “De Teddybeer” te Tilburg (1-D-008-03) en/of

o voor een tweeling genaamd Oliver en Roland [naam 3] tweemaal, althans eenmaal een (wijziging)aanvraag voor kinderopvangtoeslag gedaan in welke (wijziging)aanvraag/-vragen telkens stond vermeld dat gebruik werd gemaakt van kinderopvangorganisatie “kinderdagverblijf Duimelijntje” te Tilburg (1-D-009-03 en 1-D-009-05 en/of

o voor [naam 5], [naam 6] en/of [naam 4] vanaf 1 december 2009 vier, althans één of meer aanvr(a)ag(en) voor kinderopvangtoeslag gedaan, in welke aanvragen telkens stond vermeld dat gebruik werd gemaakt van kinderopvangorganisatie “Kinderdagverblijf Dino” te Tilburg (1-D-017-14, 1-D017-21, 1-D017-23 en 1-D-017-35) o voor [naam 7] tweemaal, althans eenmaal een aanvraag voor kinderopvangtoeslag gedaan in welke aanvraag/-vragen stond vermeld dat gebruik werd gemaakt van kinderopvangorganisatie “Kinderdagcentrum de Blauwe Haas” en/of “”Kinderdagverblijf de Korveltuin BV” (1-D-031-03 en 1-D-066-07),

zulks terwijl in werkelijkheid voornoemde kinderen toen daar geen opvang genoten

en/of

- op de/het (digitaal) (aanvraag)formulier(en) kinderopvangtoeslag opgenomen

dat ten behoeve van het/de aldaar genoemde kind(eren) kosten voor de

kinderopvang was/waren gemaakt, zo werd onder meer:

o voor een tweeling, genaamd Alexander en Marina [naam 2] op de/het (digitaal) (aanvraag)formulier(en) kinderopvangtoeslag opgenomen dat ten behoeve van voornoemde tweeling (telkens) kosten werden gemaakt ten behoeve van de opvang en/of

o voor een tweeling genaamd Alexandru en Daniël [naam 1] op het (digitaal) (aanvraag)formulier(en) kinderopvangtoeslag opgenomen dat ten behoeve van voornoemde tweeling (telkens) kosten werden gemaakt ten behoeve van de opvang en/of

o voor een tweeling genaamd Oliver en Roland [naam 3] op de/het (digitaal) (aanvraag)formulier(en) kinderopvangtoeslag opgenomen dat ten behoeve van voornoemde tweeling (telkens) kosten werden gemaakt ten behoeve van de opvang en/of

o voor [naam 5], [naam 6] en/of [naam 4] vanaf 1 december 2009 op de/het (digitaal) (aanvraag)formulier(en) kinderopvangtoeslag opgenomen dat ten behoeve van voornoemde kinderen [verdachte 1] (telkens) kosten werden gemaakt ten behoeve van de opvang en/of

o voor [naam 7] op de/het (digitaal) (aanvraag)formulier(en) kinderopvangtoeslag opgenomen dat ten behoeve van voornoemde [naam 7] (telkens) kosten werden gemaakt ten behoeve van de opvang

zulks terwijl in werkelijkheid voor voornoemde kinderen de opgevoerde opvangkosten niet werden gemaakt, en/of

waardoor de Belastingdienst telkens werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

(O-pv 4.4.5, pag. 200 t/m 206)

(artikel 326 Wetboek van Strafrecht)

6.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 1 januari 2008 tot en met 5 maart 2013 onder meer in de gemeente Hengelo en/of Arnhem en/of Tilburg en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, van het plegen van witwassen al dan niet een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s):

- ( telkens)een voorwerp, te weten een geldbedrag van in totaal ongeveer EUR 904.023,26,- en/of in totaal ongeveer EUR 1.423.952,38, althans één of meer geldbedrag(en),

(telkens) de werkelijke aard , de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of

de verplaatsing verborgen en/of verhuld, dan wel verborgen en/of verhuld wie de werkelijk rechthebbende was op een voorwerp.

terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk – afkomstig was/waren uit misdrijf

en/of

- ( telkens) (een) voorwerp(en), te weten goederen en/of (een) geldbedrag(en) van in

totaal ongeveer EUR 904.023,26 en/of in totaal ongeveer EUR 1.423.952,38, althans één of meer geldbedrag(en), verworven, overgedragen en/of omgezet, althans van (een) voorwerp(en), te weten goederen en/of (een) geldbedrag(en) (tot een totaal van ongeveer EUR 904.023,26 en/of tot een totaal van ongeveer EUR 1.423.952), gebruik gemaakt, terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) dat bovenomschreven voorwerp(en) – onmiddellijk of middellijk – afkomstig was/waren van enig misdrijf,

door –zakelijk omschreven onder meer-:

- ( in of omstreeks de periode van 1 januari 2008 tot en met 5 maart 2013) één of meer geldbedragen van (in totaal ongeveer) EUR 813.150, contant op te nemen, door (telkens) bij het Holland Casino te Breda en/of te Eindhoven en/of te Nijmegen en/of te Venlo één of meer geldbedragen te pinnen van bankrekening(en) ten name van één of meer natuurlijke – en/of één of meer rechtsperso(o)n(en) (SFO-AH-012-01) en/of

- Één of meer geldbedrag(en) over te boeken en/of over te laten boeken op bankrekeningen van andere natuurlijke- of rechtsperso(o)n(en), althans niet aan hem, verdachte toebehorende rechtsperso(o)n(en) en/of eenmansza(a)k(en);

en/of

- in of omstreeks de periode van eind 2008 tot en met heden) te beschikken of heeft/hebben beschikt over 35, althans een aantal auto’s en/of een motorfiets, en/of waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) die auto’s en/of motorfiets heeft/hebben gefinancierd en/of die auto’s en/of motorfiets (telkens) op naam gezet van een ander of anderen, en/of voor die auto’s en/of motorfiets de gemaakte kosten betaald, waarmee in totaal een geldbedrag van EUR 213.469 werd uitgegeven (AH-167 punt 5.6.7);

(Artikel 420ter Wetboek van Strafrecht)(Artikel 420bis Wetboek van Strafrecht)

7.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 1 januari 2008 tot en met 5 maart 2013 onder meer in de gemeente Hengelo en/of Arnhem en/of Tilburg en/of elders in Nederland,

heeft deelgenomen aan een organisatie, die werd gevormd door [verdachte 2] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of één of meer andere perso(o)n(en)

welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, bestaande uit:

- het (meermalen) plegen van valsheid in geschrifte(n) en/of het (meermalen)

gebruiken van valselijk opgemaakte en/of vervalste geschrift(en)

(strafbaar gesteld in artikel 225 Wetboek van Strafrecht) en/of

- het (meermalen) valselijk laten doen opmaken van authentieke akte(n) en/of

het (meermalen) gebruiken van een valselijk opgemaakte en/of vervalste

authentieke akte(n) (strafbaar gesteld in artikel 227 Wetboek van

Strafrecht) en/of

- het (meermalen) oplichten van diverse bank(en) en/of de belastingdienst

(strafbaar gesteld in artikel 326 Wetboek van Strafrecht) en/of

- het plegen van gewoontewitwassen (strafbaar gesteld in artikel 420ter

Wetboek van Strafrecht)

zulks terwijl hij, verdachte, samen met [verdachte 2], althans alleen leider van die organisatie was.

(O-pv 4.4.7, pag. 261 t/m 274)

(artikel 140 Wetboek van Strafrecht)

3 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat het onder de feiten 1 tot en met 7 tenlastegelegde bewezen wordt verklaard en dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaar. Voorts heeft de officier van justitie de verbeurdverklaring gevorderd van de in beslag genomen goederen. De door de Rabobank en de ABN Amrobank ingediende vorderingen dienen volgens de officier van justitie te worden toegewezen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De vordering van de gemeente Tilburg dient volgens de officier van justitie niet ontvankelijk te worden verklaard.

4 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5 De beoordeling van het bewijs

Inhoud en opbouw van dit hoofdstuk

Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of de tenlastegelegde feiten bewezenverklaard kunnen worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In geval van hoger beroep zullen de gebruikte bewijsmiddelen worden opgenomen in een aanvulling op dit vonnis. De in die bewijsmiddelen voorkomende feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de beslissing omtrent de bewezenverklaring. De inhoud van de bewijsmiddelen is telkens alleen gebruikt voor het bewijs van het feit waarop het in het bijzonder betrekking heeft.

5.1

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat alle aan verdachte ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft gesteld dat verdachte een volledige bekentenis heeft afgelegd en dat alle onder 1 tot en met 7 aan verdachte ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden, met uitzondering van de betrokkenheid van de directe familieleden van verdachte.

5.2

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

5.2.1

Feit 1

Onder feit 1 is aan verdachte [verdachte 1] ten laste gelegd dat hij in de periode van 1 januari 2010 tot en met 5 maart 2013 in verschillende plaatsen in Nederland, tezamen met een ander of anderen, in veertien geboorteakten valselijk de geboorte van een in werkelijkheid niet geboren kind heeft laten opnemen, waaronder tweelingen genaamd Alexandru en Daniël [naam 1], Marian en Alexandra [naam 2] en Oliver en Roland [naam 3].

Uit het dossier blijkt dat verdachte op 12 oktober 2010 in het gemeentehuis van Hengelo (O) aanwezig is geweest bij de aangifte van de geboorte van de tweeling Andreea en Danyel [naam 8] door [naam 9]. Deze tweeling was in werkelijkheid niet geboren.

Op 1 november 2010 heeft [medeverdachte 4] in het gemeentehuis van Veghel aangifte gedaan van de tweeling Robert [naam 10] en Andrei [naam 10]. Bij deze aangifte is de broer van verdachte, [verdachte 2], op verzoek van verdachte als tolk opgetreden. Ook deze tweeling was in werkelijkheid niet geboren.

Op 28 juli 2010 heeft verdachte samen met [naam 11] in het gemeentehuis van Arnhem aangifte gedaan van de geboorte van de tweeling Mariana en Alexandra [naam 2]. Ook deze tweeling was in werkelijkheid niet geboren.

Op 23 april 2010 heeft [medeverdachte 5] in het gemeentehuis van Tilburg aangifte gedaan van de geboorte van de tweeling Alexandru en Daniël [naam 1]. Verdachte is bij die aangifte aanwezig geweest. De tweeling was in werkelijkheid niet geboren.

Ook op 28 mei 2010 heeft verdachte samen met [naam 11] in het gemeentehuis van Tilburg aangifte gedaan van de geboorte van een tweeling, Leander en Meli [naam 11]. Ook deze tweeling was in werkelijkheid niet geboren.

A. [naam 3] heeft op 12 oktober 2010 in het gemeentehuis van Tilburg aangifte gedaan van de geboorte van de tweeling Oliver en Roland [naam 3]. Verdachte is daarbij aanwezig geweest en ook deze tweeling was in werkelijkheid niet geboren.

Tot slot heeft [medeverdachte 4] op 21 maart 2011 in het gemeentehuis van ‘s -Hertogenbosch aangifte gedaan van de geboorte van de tweeling Costel en Leana [medeverdachte 4]. [verdachte 2] heeft daarbij op verzoek van verdachte de weg gewezen en getolkt.

Verdachte is dus in totaal bij tien geboorteaangiften zelf aanwezig geweest en bij vier aangiften is op zijn verzoek [verdachte 2] aanwezig geweest. Hij heeft verklaard dat geen van de aangegeven tweelingen daadwerkelijk geboren was.

Het onder feit 1 ten laste gelegde kan naar het oordeel van de rechtbank dan ook bewezen worden verklaard.

5.3

Feit 2

Onder feit 2 is primair aan verdachte ten laste gelegd dat hij in de periode van 1 januari 2010 tot en met 5 maart 2013 valselijk aanvragen kinderopvangtoeslag heeft opgemaakt, zeven aanvragen voor neptweelingen (onder wie de neptweeling [naam 1], [naam 2] en [naam 3]) en zeven aanvragen voor bestaande kinderen (onder wie verdachte’s eigen kinderen).

- zeven aanvragen voor de neptweelingen

Uit het dossier blijkt dat ten behoeve van de in tenlastelegging genoemde tweelingen [naam 2], [naam 1] en [naam 3] in de ten laste gelegde periode in totaal zeven aanvragen voor kinderopvangtoeslag zijn ingediend. Deze kinderen bestonden niet en er werd dan ook geen opvang genoten bij de opgegeven kinderdagverblijven. Verdachte heeft verklaard dat hij de aanvragen om kinderopvangtoeslag heeft ingediend doch dat de kinderen feitelijk nooit in de kinderopvang zijn geweest.

- zeven aanvragen voor bestaande kinderen

In de ten laste gelegde periode heeft verdachte in totaal vijf aanvragen voor kinderopvangtoeslag ingediend ten behoeve van zijn eigen kinderen ([namen 4, 5, 6]. De kinderen zouden opvang hebben genoten bij kinderopvangverblijf Dino in Tilburg. Navraag bij deze kinderopvangorganisatie heeft opgeleverd dat de drie kinderen over de opgegeven periodes echter geen opvang hebben genoten. Verdachte heeft verklaard dat hij de aanvragen heeft ingediend en dat de kinderen over de opgegeven periodes inderdaad geen opvang hebben genoten.

Daarnaast heeft verdachte op naam van [naam 12] een tweetal aanvragen voor kinderopvangtoeslag ten behoeve van [naam 7], geboren 7 augustus 2009, bij de Belastingdienst ingediend. Ook in deze twee gevallen is er in werkelijkheid door die kinderen geen opvang genoten en zijn er geen opvangkosten gemaakt.

Naar het oordeel van de rechtbank kan hetgeen onder feit 2 primair ten laste is gelegd wettig en overtuigend bewezen worden.

5.4

Feit 3

Onder feit 3 primair is aan verdachte ten laste gelegd dat hij in de periode van 1 januari 2008 tot en met 5 maart 2013 een aantal stukken valselijk heeft opgemaakt.

De rechtbank leidt uit het dossier af dat verdachte ter ondersteuning van de aanvragen kinderopvangtoeslag voor zowel de neptweelingen als zijn eigen kinderen, een aantal valse facturen en valse overzichten van kinderopvangtoeslag heeft opgemaakt. Ook heeft hij op antwoordformulieren onjuiste gegevens ingevuld en bezwaarschriften valselijk opgemaakt. Op basis van de door de verdachte ingeleverde valse stukken is de Belastingdienst overgegaan tot uitbetaling van de kinderopvangtoeslag.

Verdachte heeft bekend de in de tenlastelegging genoemde stukken valselijk te hebben opgemaakt. Het gaat daarbij om twee bezwaarschriften, twaalf facturen (voorzien van jaaropgaven) en drie antwoordformulieren.

Het onder feit 3 primair ten laste gelegde is wettig en overtuigend bewezen.

5.5.

Feit 4

De rechtbank begrijpt de tenlastelegging onder feit 4 aldus dat verdachte wordt verweten dat hij in de periode van 1 januari 2008 tot en met 5 maart 2013 samen met een ander of anderen de Rabobank en de ABN Amrobank met gebruikmaking van meerdere bankrekeningen heeft opgelicht voor een bedrag van € 1.767.810,--, althans € 1.423.952,38, waarbij voor elk van die banken het gebruik van één rekening feitelijk is uitgewerkt.

De rechtbank overweegt met betrekking tot dit feit het volgende.

De ABN Amrobank en de Rabobank hebben over de periode van 17 oktober 2008 tot en met september 2012 vijftien aangiften gedaan. De banken hebben aangegeven benadeeld te zijn door verschillende, verspreid over Nederland gevestigde ondernemingen. De in voornoemde aangiften overeenkomende werkwijze was telkens dat ondernemingen werden ingeschreven bij de KvK. Vervolgens werden voor de betreffende ondernemingen en voor privépersonen bankrekeningen geopend. Daarnaast kwam het betreffende bedrijf met de bank overeen dat sealbags afgestort konden worden. In eerste instantie werd het bedrag dat middels sealbags werd afgestort pas bijgeschreven na telling. Na drie maanden werd bij de banken een verzoek ingediend om stortingen ‘onder gewoon voorbehoud’, afgekort OGV-stortingen, te mogen doen.

Bij OGV-stortingen krijgt de klant toestemming van de bank om haar, via elektronische weg, door te geven wat men voornemens is te storten. Het geld wordt door de klant verpakt in een sealbag. Deze sealbags zijn voorzien van een barcode. Bij storting van de sealbag bij de bank wordt de barcode gelezen en het reeds doorgegeven bedrag op de rekening bijgeschreven. Pas na enige dagen wordt door de telcentrale van de bank de daadwerkelijke inhoud van de sealbag gecontroleerd.

In de fase tussen het doen van de opgaaf richting bank/het moment van storting en de daadwerkelijke telling werden in een korte periode meerdere sealbag stortingen gedaan. Bij telling bleek vervolgens dat er geen of een zeer gering geldbedrag in de sealbag zat, waardoor ten onrechte een groot geldbedrag op de rekening van dat betreffende bedrijf werd bijgeschreven. Op het moment dat de fraude ontdekt werd, was dit geldbedrag al doorgesluisd naar andere rekeningen of opgenomen via geldautomaten bij banken (pinrondjes) of in het casino, zodat correctie door de bank niet meer mogelijk was. De klant of het betreffende bedrijf was vervolgens niet meer te traceren en gestaakt, waardoor de bank met het nadeel bleef zitten. De ondernemingen stonden veelal op naam van familieleden van [verdachte 1] en [verdachte 2] en moeders van neptweelingen.

Het in de tenlastelegging genoemde bedrag van € 1.767.810,-- is het door de verdachten aangegeven bedrag als zijnde gestort middels sealbags. Het door de banken opgegeven schadebedrag bedraagt € 1.423.952,38. Dat dit bedrag lager uitvalt dan het bedrag van

€ 1.767.810,-- heeft te maken met het feit dat banken kans hebben gezien bedragen tegen te houden, waardoor het schadebedrag niet verder is opgelopen dan € 1.423.952,38.

a. a) de Rabobank: de rekening van de eenmanszaak [medeverdachte 1] h/o [naam bedrijf 1]

Bij deze bank is door de echtgenote van verdachte, [medeverdachte 1], op naam van de eenmanszaak [medeverdachte 1] h/o [naam bedrijf 1] een rekening geopend. Ook heeft zij op naam van [naam bedrijf 1] met de Rabobank een afstortovereenkomst afgesloten. Op 4 maart 2011 is door [naam bedrijf 1] gemeld dat er vier sealbags zijn gestort met een totale inhoud van € 44.980,--. Bij controle van deze sealbags is vastgesteld dat er geen geld in zat maar witte blaadjes. Pinopnames bij de Rabobank laten zien dat medeverdachte [verdachte 2] geld heeft gepind van de rekening van [naam bedrijf 1].

b) de ABN Amrobank: de rekening van de eenmanszaak [medeverdachte 1] h/o [naam bedrijf 1]

Ook bij deze bank heeft [medeverdachte 1] op naam van de eenmanszaak [medeverdachte 1] h/o [naam bedrijf 1] een rekening geopend. In de periode december 2010 tot eind februari 2011 zijn er elf sealbags afgestort. Het opgegeven bedrag bleek te kloppen met de inhoud van de sealbags. Nadat door de ABN Amrobank toestemming was verleend om onder gewoon voorbehoud te storten, hebben er in de periode van 4 maart 2011 tot 9 maart 2011 zes sealbagstortingen, met een aangegeven bedrag van € 89.590,--, plaatsgevonden waarbij is vastgesteld dat er geen geld in de sealbags aanwezig was. In diezelfde periode is in totaal € 114.497,15 van de rekening van [naam bedrijf 1] contant opgenomen (op 4 maart 2011 tweemaal € 10.000,-- in het casino te Breda door medeverdachte [verdachte 2]) of direct overgemaakt naar de privérekening van [medeverdachte 1] (€ 16.218,18) of naar een bankrekening van haar schoonvader en schoonmoeder. Zo zijn meerdere keren bedragen, waaronder een bedrag van € 8.989,50, overgemaakt naar haar schoonvader [medeverdachte 2] en ruim € 65.000,-- naar haar schoonmoeder [medeverdachte 3] en naar de onderneming op naam van [medeverdachte 3], [naam bedrijf 2].

Verdachte [verdachte 1] heeft verklaard dat hij de gegevens omtrent de sealbagstortingen naar de bank heeft gestuurd en de lege sealbags heeft ingeleverd.

Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft ontkend dat zij iets weet van de fraude. Zij heeft verklaard dat de opnames in het casino en de overboekingen naar [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] door [verdachte 2] moeten zijn gedaan omdat hij als enige de beschikking heeft gehad over het bankpasje van [naam bedrijf 1]. Zij is met [verdachte 2] naar de Rabobank en ABN Amrobank geweest voor de sealbagovereenkomsten.

De rechtbank stelt de verklaring van [medeverdachte 1], dat zij niets weet van de sealbagfraude, als ongeloofwaardig terzijde. [medeverdachte 1] heeft [naam bedrijf 1] op haar naam laten zetten, ook al werd de onderneming feitelijk voor rekening van [verdachte 1] en [verdachte 2] gedreven. Daarnaast is van het door de ABN Amrobank bijgeschreven geldbedrag ad € 89.590,-- in de twee dagen na die bijschrijving € 16.218,18 op haar privérekening overgeboekt.

Medeverdachte [verdachte 2] ontkent eveneens iedere betrokkenheid bij de onderhavige sealbagstortingen. Hij heeft wel meerdere keren voor [verdachte 1] bij banken geld gepind, maar hij ontkent de € 20.000,-- in het casino te hebben opgenomen. Na aanvankelijke ontkenning verklaart hij dat [verdachte 1] hem gevraagd heeft om sealbags te storten.

De rechtbank stelt ook de verklaring van [verdachte 2] als ongeloofwaardig terzijde. De rechtbank acht bewezen dat [verdachte 2] samen met [medeverdachte 1] de bankrekeningen op naam van [naam bedrijf 1] heeft geopend, dat hij sealbags heeft afgestort en dat hij op 4 maart 2011 in het casino te Breda in totaal € 20.000,-- contant heeft opgenomen van de rekening van [naam bedrijf 1]. Ook heeft hij de beschikking gehad over de bankpas van [naam bedrijf 1].

Naar het oordeel van de rechtbank is er met betrekking tot [naam bedrijf 1] sprake geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte [verdachte 1] en de medeverdachten

[medeverdachte 1] en [verdachte 2].

Op grond van vorenstaande overwegingen acht de rechtbank het aan verdachte onder feit 4 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met uitzondering van de € 104.740,-- die door de ABN Amrobank op de rekening van [medeverdachte 6] h/o [naam bedrijf 3] is bijgeschreven. Met betrekking tot dit geldbedrag bevat het dossier onvoldoende bewijs dat verdachte [verdachte 1] bij de afgifte van de lege sealbags, de overboeking van de bijgeschreven geldbedragen en de contante opnames van die bedragen betrokken is geweest.

5.6

Feit 5

De rechtbank begrijpt dat het onder feit 5 ten laste gelegde in het verlengde ligt van feit 2. Verdachte wordt verweten dat de Belastingdienst in verband met onder meer de aanvragen kinderopvangtoeslag voor de tweelingen [naam 2], [naam 1] en [naam 3] een bedrag van in totaal

€ 904.023,26 heeft uitbetaald.

De rechtbank heeft bewezen verklaard dat verdachte [verdachte 1] veertien aanvragen kinderopvangtoeslag valselijk heeft opgemaakt. Deze aanvragen zijn ingediend bij de Belastingdienst en uit het dossier blijkt dat de Belastingdienst op die aanvragen in totaal een bedrag van € 829.115,26 heeft uitbetaald.

Het verschil tussen de ten laste gelegde € 904.023,26 en de uitbetaalde kinderopvangtoeslag ad € 829.115,26 bestaat uit bedragen aan kindgebonden budget, huurtoeslag en zorgtoeslag die eveneens door de Belastingdienst zouden zijn uitbetaald. De feitelijkheden die onder feit 5 nader zijn omschreven zien echter alleen op kinderopvangtoeslag en niet op andere toeslagen en/of budgetten.

De rechtbank acht – met inachtneming van het vorenstaande – het onder feit 5 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

5.7

Feit 6

Feit 6 van de tenlastelegging behelst het verwijt dat [verdachte 1] in de periode van 1 januari 2008 tot en met 5 maart 2013 een gewoonte heeft gemaakt van witwassen. Dit verwijt is nader feitelijk uitgewerkt in een drietal onderdelen, te weten in de eerste plaats het contant opnemen van geldbedragen in casino’s voor in totaal € 813.150,--, in de tweede plaats het over (laten) boeken van geldbedragen op bankrekeningen van andere natuurlijke en rechtspersonen en eenmanszaken en in de derde plaats het beschikken over 35 auto’s en een motorfiets.

De rechtbank overweegt met betrekking tot dit feit als volgt.

De bestanden van de Belastingdienst laten zien dat van verdachte [verdachte 1] in de tenlastegelegde periode geen c.q. zeer geringe reguliere inkomsten bekend zijn. Desondanks heeft hij op grote schaal geld uitgegeven en zijn rekeningen/betalingen voor de ‘[verdachte 1]’ gedaan. Het geld dat door middel van de fraude met kinderopvangtoeslagen en de sealbagfraude van de Belastingdienst, de Rabobank en ABN Amrobank binnenkwam, is op grote schaal witgewassen door:

• het snel overboeken van de ontvangen gelden op een andere binnenlandse of buitenlandse rekening;

• het pinnen van ontvangen gelden met diverse pasjes;

• opnames in het casino;

• het kopen en op naam van anderen zetten van auto's;

• de betaling van schulden van de [verdachte 1] via verschillende rekeningen en andere vormen van ondersteuning van de familie (door de betaling van huurpenningen, zorgpremies, incasso’s, vakanties, bezoeken aan pretparken en winkelen);

• de aankoop van onroerend goed (woningen in Tilburg aangekocht via [medeverdachte 7] en [medeverdachte 8] en van onroerend goed in Servië);

• de aankoop van boten;

• het op bankrekeningen op naam van bestaande en niet bestaande ondernemingen laten storten van contante geldbedragen die in sealbags gestopt werden.

Uit het dossier blijkt dat over de periode van 20 december 2007 tot en met 21 februari 2013 op in totaal 42 verschillende bankrekeningen 5.518 mutaties (een bij- of een afboeking) hebben plaatsgevonden. Deze bankrekeningen staan op naam van zeventien verschillende personen. Naast die 5.518 bankmutaties hebben ook 345 mutaties van het Holland Casino en 86 mutaties van het CJIB (Centraal Justitieel Incasso Bureau) plaatsgevonden. In totaal is er € 1.183.318,34 aan contant geld op deze rekeningen gestort, terwijl verdachte [verdachte 1] in die periode niet over legale/officiële inkomsten beschikte waaruit deze contante stortingen verklaard kunnen worden.

- contante opnames in casino’s

Uit de bezoekregistratie van Holland Casino komt naar voren dat [verdachte 1] vanaf

1 januari 2008 in totaal 178 keer bij Holland Casino staat geregistreerd als bezoeker en [verdachte 2] 147 keer. Tijdens zijn bezoeken aan de diverse casino’s heeft [verdachte 1] regelmatig grote geldbedragen opgenomen van de bankrekeningen van andere natuurlijke personen en van eenmanszaken.

- het (laten) overboeken van geldbedragen op bankrekeningen van andere natuurlijke of rechtspersonen

De rechtbank acht ook deze verfeitelijking van feit 6 bewezen. Dit oordeel is gegrond op de reeds bewezenverklaarde feiten met betrekking tot de kinderopvangtoeslag voor de diverse neptweelingen en verdachte’s eigen kinderen.

- het beschikken over 35 auto’s en een motorfiets

Uit het dossier blijkt dat [verdachte 1] auto’s gebruikt heeft (Audi’s en Volvo’s) die op naam stonden van onder meer [medeverdachte 3], de eenmanszaak Taxi [medeverdachte 9] en [medeverdachte 9]. Die personen wisten daar niet van of waren daarvoor gevraagd.

Ook dit onderdeel van feit 6 acht de rechtbank bewezen.

Gewoonte

Gezien het feit dat de witwashandelingen van verdachte zich over een periode van meerdere jaren hebben uitgestrekt en gezien de frequentie van die witwashandelingen is de rechtbank van oordeel dat het laste gelegde gewoontewitwassen wettig en overtuigend bewezen is.

5.8

Feit 7

Onder feit 7 is aan verdachte ten laste gelegd dat hij in de periode van 1 januari 2008 tot en met 5 maart 2013 samen met zijn broer, zijn vader en moeder, zijn schoonzus en met anderen heeft deelgenomen aan een organisatie die onder meer het plegen van valsheid in geschrifte, het oplichten van banken en de Belastingdienst en het plegen van gewoontewitwassen tot oogmerk had. Van deze organisatie zou hij (mede) leider zijn geweest.

Juridisch kader

Volgens bestendige jurisprudentie moet onder een organisatie als bedoeld in artikel 140 Sr

worden verstaan een samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en structuur, tussen de verdachte en tenminste één andere persoon. Het oogmerk van die organisatie, te weten het plegen van misdrijven, hoeft in de tenlastelegging niet nader omschreven te zijn, maar zal uit de bewijsmiddelen moeten blijken. Voor het bewijs van dit oogmerk zal o.a. betekenis kunnen toekomen (a) aan misdrijven die in het kader van de organisatie reeds zijn gepleegd, (b) aan het meer duurzaam of gestructureerde karakter van de samenwerking, zoals daarvan kan blijken uit de onderlinge verdeling van werkzaamheden of onderlinge afstemming van activiteiten van deelnemers binnen de organisatie met het oog op het bereiken van het gemeenschappelijke doel van de organisatie, en, meer algemeen, (c) aan de planmatigheid of stelselmatigheid van de met het oog op dit doel verrichte activiteiten van deelnemers binnen de organisatie. Niet hoeft te worden bewezen dat verdachte in meerdere misdrijven heeft geparticipeerd. Er is sprake van deelnemen aan de organisatie indien de betrokkene behoort tot het samenwerkingsverband en een aandeel heeft in, dan wel ondersteuning biedt aan, gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie. Voor deelneming is voldoende dat betrokkene in zijn algemeenheid weet (in de zin van onvoorwaardelijk opzet) dat de organisatie tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven. De betrokkene behoeft dus geen wetenschap te hebben van één of verscheidene concrete misdrijven die door de organisatie worden beoogd.

De rechtbank leidt uit het dossier af dat er in de periode van 1 januari 2008 tot en met

5 maart 2013 een samenwerkingsverband heeft bestaan tussen de broers [verdachte 1] en [verdachte 2]. Zij beiden vormden de kern van dat samenwerkingsverband en om hen heen bevonden zich personen die – al naar gelang de activiteiten en onder aansturing van [verdachte 1] en/of [verdachte 2] – hand- en spandiensten verrichtten. Dit patroon heeft zich in de loop van de weergegeven periode meerdere malen en op verschillende manieren voorgedaan.

Het oogmerk van de organisatie bestond in het stelselmatig en planmatig voorbereiden en uitvoeren van fraude met enerzijds kinderopvangtoeslagen en anderzijds sealbags. Bij de voorbereiding van deze vormen van fraude zijn op grote schaal valse geboorteakten opgemaakt. Daarnaast zijn bij de uitvoering valse aanvragen kinderopvangtoeslag en valse facturen en jaaropgaven opgemaakt en ingediend/overgelegd aan/bij de Belastingdienst. Tevens zijn met gebruik van valse inschrijvingen bij de Kamer van Koophandel bankrekeningen geopend bij een tweetal banken. Door de fraude met kinderopvangtoeslagen en sealbags zijn de Belastingdienst en de banken bewogen tot het uitkeren en overmaken van grote geldbedragen. Die geldbedragen zijn niet alleen gebruikt voor dagelijkse huishoudelijke uitgaven en andere privé uitgaven zoals huur en zorgpremies, maar ook voor de aanschaf van onroerend goed, auto’s, boten en goud. Daarmee staat vast dat het oogmerk van de organisatie gericht was op het plegen van misdrijven.

De rechtbank acht niet alleen de deelneming van verdachte aan de organisatie, maar ook zijn leidende rol in die organisatie bewezen. Ook [verdachte 2] heeft een leidende rol gehad in de organisatie. Dit oordeel is, naast de hiervoor bewezenverklaarde feiten, ook gegrond op de volgende feiten en omstandigheden:

- Beide broers maakten gebruik van de werkkamer in de woning van vader [medeverdachte 2] aan de [adres] in Tilburg. Ze kwamen hier meerdere keren per week samen om daar te werken en beiden hadden in deze werkkamer een eigen bureau. In en vanuit deze werkkamer zijn de misdrijven van de organisatie gepland en uitgevoerd.

- Beiden konden beschikken over de op de eerste verdieping van die woning aangetroffen bankpassen, op naam van verschillende natuurlijke personen en eenmanszaken.

- Beiden gingen samen met katvangers tweelingen inschrijven bij gemeenten in Nederland, ondernemingen inschrijven bij de Kamer van Koophandel en bankrekeningen openen bij verschillende banken.

- Naast het vorenstaande wordt de samenwerking tussen de broers ook duidelijk uit de verklaringen van [medeverdachte 5], A. [naam 3], [medeverdachte 4], [medeverdachte 8] en [naam 13].

5.9

De conclusie

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen dat de verdachte het onder feit 1, feit 2 primair, feit 3 primair, feit 4, feit 5, feit 6 en feit 7 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 1 januari 2010 tot en met 5 maart 2013 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, telkens in authentieke akten, te weten veertien geboorteakten/ geboorteaangiften van de gemeente Hengelo en Arnhem en Tilburg en Veghel en

’s-Hertogenbosch valselijk heeft doen of laten opnemen dat veertien kinderen waren geboren, onder meer:

- een tweeling, genaamd Alexandru [naam 1] en Daniël [naam 1] en

- een tweeling, genaamd Mariana [naam 2] en Alexandra [naam 2] en

- een tweeling, genaamd Oliver [naam 3] en Roland [naam 3],

van de waarheid van welk feit die akten moesten doen blijken, terwijl in werkelijkheid die kinderen, onder meer voornoemde tweelingen, niet waren geboren,

zulks telkens met het oogmerk om die akten of afschriften daarvan te gebruiken of door anderen te doen gebruiken als ware die opgave in overeenstemming met de waarheid;

2. primair

hij in de periode van 1 januari 2008 tot en met 5 maart 2013 in Nederland, veertien digitale aanvraagformulieren kinderopvangtoeslag, zijnde telkens een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt, immers heeft, verdachte, telkens valselijk en in strijd met de waarheid:

a. op zeven van die digitale aanvraagformulieren kinderopvangtoeslag aangegeven:

- dat die kinderen opvang genoten bij een geregistreerde kinderopvang en

- dat er voor die kinderen kosten werden gemaakt ten behoeve van de opvang, zo werd onder meer:

- voor een tweeling genaamd Alexander en Marina [naam 2], in de periode van 6 september 2010 tot en met 10 december 2010, drie aanvragen kinderopvangtoeslag gedaan bij de Belastingdienst, in welke aanvragen stond vermeld dat gebruik werd gemaakt van kinderopvanginstelling “Het Kuikentje” te Arnhem en/of van kinderdagverblijf “Het Stuurwiel” te Waalwijk en/of kinderdagverblijf “De Kindereijk” te Waalwijk en dat er telkens kosten werden gemaakt ten behoeve van de opvang en

- voor een tweeling genaamd Alexandru en Daniël [naam 1], in de periode van 9 juli 2010 tot en met 9 februari 2011, (wijzigings)aanvragen kinderopvangtoeslag gedaan bij de Belastingdienst, in welke (wijzigings)aanvragen onder meer stond vermeld dat gebruik werd gemaakt van kinderdagverblijf “Teddybeer” te Tilburg en dat er telkens kosten werden gemaakt ten behoeve van de opvang en

- voor een tweeling genaamd Oliver en Roland [naam 3], in de periode van 12 november 2010 tot en met 31 januari 2011, twee (wijzigings)aanvragen kinderopvangtoeslag gedaan bij de Belastingdienst, in welke (wijzigings)aanvragen telkens vermeld stond dat gebruik werd gemaakt van het kinderdagverblijf “Duimelijntje” te Tilburg en dat er telkens kosten werden gemaakt ten behoeve van de opvang,

terwijl in werkelijkheid die kinderen telkens niet bestonden en derhalve telkens geen opvang werd genoten bij de opgegeven geregistreerde kinderopvang en dat er voor die kinderen telkens geen opvangkosten zijn/werden gemaakt,

en

b. op zeven van die aanvraagformulieren kinderopvangtoeslag aangegeven dat er voor die genoemde kinderen kosten werden gemaakt ten behoeve van de opvang, zo werd onder meer

- voor [naam 4], geboren op [geboortedatum 2] 2009, op 30 december 2009 bij de Belastingdienst een aanvraag voor kinderopvangtoeslag gedaan, in welke aanvraag stond vermeld dat gebruik werd gemaakt van kinderopvangorganisatie “Kinderdagverblijf Dino Noord” te Tilburg en vervolgens voor [naam 5], geboren op [geboortedatum 3] 2007, voor [naam 6] geboren op [geboortedatum 4] 2008 en voornoemde [naam 4], in de periode van 3 maart 2010 tot en met 7 februari 2012, bij de Belastingdienst telkens een aanvraag voor kinderopvangtoeslag gedaan, in welke aanvraag stond vermeld dat telkens gebruik werd gemaakt van kinderopvangorganisatie “Kinderdagverblijf Dino” te Tilburg en dat er telkens kosten werden gemaakt ten behoeve van de opvang en

- voor [naam 7], geboren op 7 augustus 2009, in de periode van 7 december 2012 tot en met 19 februari 2013, bij de Belastingdienst telkens een aanvraag voor kinderopvangtoeslag gedaan, in welke aanvraag stond vermeld dat gebruik werd gemaakt van kinderopvangorganisatie “Kinderdagcentrum de Blauwe Haas” en “Kinderdagverblijf de Korveltuin BV” en dat er telkens kosten werden gemaakt ten behoeve van de opvang,

terwijl in werkelijkheid door die kinderen geen opvang werd genoten bij de opgegeven geregistreerde kinderopvang en dat er voor die kinderen geen opvangkosten werden gemaakt,

zulks met het oogmerk om die geschriften telkens als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken;

3. primair

hij in de periode van 1 januari 2008 tot en met 5 maart 2013 in Nederland,

een hoeveelheid facturen en jaaropgaven en antwoordformulieren en bezwaarschriften, zijnde telkens een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt, te weten:

a. met betrekking tot de tweeling Alexander en Marina [naam 2]:

- twee bezwaarschriften tegen beschikkingen van de Belastingdienst met betrekking tot de kinderopvangtoeslag, gedateerd 3 februari en

b. met betrekking tot de tweeling Alexandru en Daniël [naam 1]:

- twee facturen betreffende telkens de jaaropgaaf 2010 van de kinderopvangorganisatie “De Teddybeer BV” te Tilburg, gedateerd 28 januari 2011, voor de kinderopvang van voornoemde tweeling en

- twee facturen betreffende telkens de jaaropgaaf 2011 van de kinderopvangorganisatie “De Teddybeer BV” te Tilburg, gedateerd 26 januari 2012, voor de kinderopvang van voornoemde tweeling en

- een antwoordformulier kinderopvangtoeslag 2011, gedateerd 21 augustus 2011 en

c. met betrekking tot de tweeling Oliver en Roland [naam 3]:

- een antwoordformulier kinderopvangtoeslag 2010, gedateerd 4 augustus 2011 en

- een factuur betreffende de jaaropgaaf 2010 van de kinderopvangorganisatie “Kinderdagverblijf Duimelijntje” te Tilburg, gedateerd 15 februari 2011, voor de kinderopvang van voornoemde tweeling en

- een antwoordformulier kinderopvangtoeslag 2011gedateerd, 22 augustus 2012 en

- een factuur betreffende de jaaropgaaf 2011 van de kinderopvangorganisatie “Kinderdagverblijf Duimelijntje” te Tilburg gedateerd 9 februari 2012, voor de kinderopvang van voornoemde tweeling en

d. met betrekking tot de kinderen [naam 5], [naam 6] en [naam 4]:

- drie facturen betreffende telkens de jaaropgaaf 2010 van de kinderopvang “Kinderdagverblijf Dino” te Tilburg, gedateerd 15 februari 2011, voor de kinderopvang van voornoemde kinderen [verdachte 1] en

- drie facturen betreffende telkens de jaaropgaaf 2011 van de kinderopvang “Kinderdagverblijf Dino” te Tilburg, gedateerd 17 februari 2012, voor de kinderopvang van voornoemde kinderen [verdachte 1],

immers heeft hij, verdachte, valselijk en in strijd met de waarheid telkens:

ad a. met betrekking tot de tweeling Alexander en Marina [naam 2]:

- twee bezwaarschriften tegen beschikkingen van de Belastingdienst, om geen kinderopvangtoeslag uit te betalen, voorzien van facturen overgelegd aan de Belastingdienst,

terwijl in werkelijkheid voornoemde tweeling niet bestond en

ad b. met betrekking tot de tweeling Alexandru en Daniël [naam 1]:

- twee facturen betreffende telkens de jaaropgaaf 2010 van de kinderopvang “De Teddybeer BV” te Tilburg telkens overgelegd aan de Belastingdienst als bewijs voor de genoten kinderopvang over het jaar 2010 en

- twee facturen betreffende telkens de jaaropgaaf 2011 van de kinderopvang “De Teddybeer BV” te Tilburg, telkens overgelegd aan de Belastingdienst als bewijs voor de genoten kinderopvang over het jaar 2011 en

- een antwoordformulier kinderopvangtoeslag 2011 voorzien van gegevens betreffende de uren en kosten overgelegd aan de Belastingdienst,

terwijl in werkelijkheid voornoemde tweeling niet bestond, er geen kinderopvang werd genoten en

ad c. met betrekking tot de tweeling Oliver en Roland [naam 3]:

- een antwoordformulier kinderopvangtoeslag 2010 voorzien van gegevens betreffende de uren en kosten overgelegd aan de Belastingdienst en

- een factuur betreffende de jaaropgaaf 2010 van de kinderopvang “Kinderdagverblijf Duimelijntje” te Tilburg overgelegd aan de Belastingdienst als bewijs voor de genoten kinderopvang over het jaar 2010 en

- een antwoordformulier kinderopvangtoeslag 2011 voorzien van gegevens betreffende de uren en kosten overgelegd aan de Belastingdienst en

- een factuur betreffende de jaaropgaaf 2011 van de kinderopvang “Kinderdagverblijf Duimelijntje” te Tilburg overgelegd aan de Belastingdienst als bewijs voor de genoten kinderopvang over het jaar 2011,

terwijl in werkelijkheid voornoemde tweeling niet bestond, er geen kinderopvang

werd genoten en

ad d. met betrekking tot de kinderen [naam 5], [naam 6] en [naam 4]:

- drie facturen betreffende telkens de jaaropgaaf 2010 van de kinderopvang “Kinderdagverblijf Dino” te Tilburg overgelegd aan de Belastingdienst als bewijs voor de genoten kinderopvang over het jaar 2010 en

- drie facturen betreffende telkens de jaaropgaaf 2011 van de kinderopvang “Kinderdagverblijf Dino” te Tilburg overgelegd aan de Belastingdienst als bewijs voor de genoten kinderopvang over het jaar 2011,

terwijl in werkelijkheid door die drie voornoemde kinderen [verdachte 1] geen opvang werd genoten, zulks met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken;

4.

hij in de periode van 1 januari 2008 tot en met 5 maart 2013 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, telkens met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door listige kunstgrepen,

a. a) de Rabobank en

b) de ABN Amrobank

heeft bewogen tot afgifte van enig geldbedrag,

hebbende hij, verdachte, en zijn mededaders telkens met voren omschreven oogmerk

– zakelijk weergegeven- valselijk en listig en bedrieglijk:

bankrekeningen geopend bij die banken, te weten:

a. a) bij de Rabobank een bankrekening met rekeningnummer [nummer 1], ten name van

eenmanszaak [medeverdachte 1], h/o [naam bedrijf 1] en

b) bij de ABN Amrobank een bankrekening met rekeningnummer [nummer 2], ten name van eenmanszaak [medeverdachte 1], h/o [naam bedrijf 1], waarbij telkens:

- voor voornoemde bankrekeningen sealbagstortingen werden aangevraagd en

- vervolgens op voornoemde bankrekeningen sealbagstortingen werden gedaan, waarbij het opgegeven bedrag en de inhoud van de sealbag telkens met elkaar overeen kwamen en

- vervolgens voor voornoemde bankrekeningen een sealbagstorting OGV (onder gewoon voorbehoud) werd aangevraagd en

- vervolgens voor voornoemde bankrekeningen telkens sealbagstortingen werden gedaan, waarbij het opgegeven bedrag en de inhoud van de sealbag telkens overeen kwamen en

- vervolgens telkens sealbagstortingen werden gedaan zonder dat het opgegeven bedrag in die sealbags zat,

waardoor die banken telkens werden bewogen tot bovenomschreven afgifte;

5.

hij in de periode van 1 januari 2008 tot en met 5 maart 2013 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, telkens met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, de Belastingdienst heeft bewogen tot de afgifte van enig geldbedrag,

hebbende hij, verdachte, en zijn mededader telkens met voren omschreven oogmerk

– zakelijk weergegeven – valselijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid onder meer:

- op de digitale aanvraagformulieren Kinderopvangtoeslag namen van kinderen opgenomen, waaronder:

- een tweeling, genaamd Alexander en Marina [naam 2] en een tweeling genaamd Alexandru en Daniël [naam 1] en een tweeling genaamd Oliver en Roland [naam 3],

zulks terwijl in werkelijkheid voornoemde tweelingen niet bestonden en

- op de digitale aanvraagformulieren kinderopvangtoeslag opgenomen dat de genoemde kinderen opvang genoten bij het op die formulieren genoemde opvangadres, zo werd onder meer:

o voor een tweeling, genaamd Alexander en Marina [naam 2] driemaal een aanvraag voor kinderopvangtoeslag gedaan in welke aanvragen stond vermeld dat gebruik werd gemaakt van kinderopvanginstelling “Het Kuikentje” in Arnhem en/of van kinderdagverblijf “Het Stuurwiel” te Waalwijk en/of van kinderdagverblijf “De Kindereijk” te Waalwijk en

o voor een tweeling genaamd Alexandru en Daniël [naam 1] tweemaal een (wijziging)aanvraag voor kinderopvangtoeslag gedaan, in welke (wijziging)aanvragen telkens onder meer stond vermeld dat gebruik werd gemaakt van kinderopvangorganisatie “De Teddybeer” te Tilburg en

o voor een tweeling genaamd Oliver en Roland [naam 3] tweemaal een (wijziging)aanvraag voor kinderopvangtoeslag gedaan in welke (wijziging)aanvragen telkens stond vermeld dat gebruik werd gemaakt van kinderopvangorganisatie “kinderdagverblijf Duimelijntje” te Tilburg en

o voor [naam 5], [naam 6] en [naam 4] vanaf 1 december 2009 vier aanvragen voor kinderopvangtoeslag gedaan, in welke aanvragen telkens stond vermeld dat gebruik werd gemaakt van kinderopvangorganisatie “Kinderdagverblijf Dino” te Tilburg en

o voor [naam 7] tweemaal een aanvraag voor kinderopvangtoeslag gedaan in welke aanvragen stond vermeld dat gebruik werd gemaakt van kinderopvangorganisatie “Kinderdagcentrum de Blauwe Haas” en/of “”Kinderdagverblijf de Korveltuin BV”,

zulks terwijl in werkelijkheid voornoemde kinderen toen daar geen opvang genoten

en

- op de digitale aanvraagformulieren kinderopvangtoeslag opgenomen dat ten behoeve van de aldaar genoemde kinderen kosten voor de kinderopvang waren gemaakt, zo werd onder meer:

o voor een tweeling, genaamd Alexander en Marina [naam 2], op de digitale aanvraagformulieren kinderopvangtoeslag opgenomen dat ten behoeve van voornoemde tweeling telkens kosten werden gemaakt ten behoeve van de opvang en

o voor een tweeling genaamd Alexandru en Daniël [naam 1] op de digitale aanvraagformulieren kinderopvangtoeslag opgenomen dat ten behoeve van voornoemde tweeling telkens kosten werden gemaakt ten behoeve van de opvang en

o voor een tweeling genaamd Oliver en Roland [naam 3] op de digitale aanvraagformulieren kinderopvangtoeslag opgenomen dat ten behoeve van voornoemde tweeling telkens kosten werden gemaakt ten behoeve van de opvang en

o voor [naam 5], [naam 6] en [naam 4] vanaf 1 december 2009 op de digitale aanvraagformulieren kinderopvangtoeslag opgenomen dat ten behoeve van voornoemde kinderen [verdachte 1] telkens kosten werden gemaakt ten behoeve van de opvang en

o voor [naam 7] op de digitale aanvraagformulieren kinderopvangtoeslag opgenomen dat ten behoeve van voornoemde [naam 7] telkens kosten werden gemaakt ten behoeve van de opvang,

zulks terwijl in werkelijkheid voor voornoemde kinderen de opgevoerde opvangkosten niet werden gemaakt,

waardoor de Belastingdienst telkens werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

6.

hij in de periode van 1 januari 2008 tot en met 5 maart 2013 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers hebben verdachte en zijn mededaders:

- telkens van een voorwerp, te weten geldbedragen, de herkomst verhuld, dan wel verhuld wie de werkelijk rechthebbende was op een voorwerp, terwijl hij, verdachte en zijn mededaders, wisten dat die voorwerpen – onmiddellijk of middellijk – afkomstig waren uit misdrijf en

- telkens een voorwerp, te weten goederen en geldbedragen verworven, overgedragen en omgezet, terwijl hij, verdachte, en zijn mededaders wisten dat bovenomschreven voorwerpen – onmiddellijk of middellijk – afkomstig waren van enig misdrijf,

door – zakelijk omschreven onder meer –:

- in de periode van 1 januari 2008 tot en met 5 maart 2013 geldbedragen contant op te nemen, door telkens bij het Holland Casino te Breda en/of te Eindhoven en/of te Nijmegen en/of te Venlo geldbedragen te pinnen van bankrekeningen ten name van natuurlijke personen en

- geldbedragen over te boeken op bankrekeningen van andere natuurlijke personen en eenmanszaken, en

- in de periode van eind 2008 tot en met 5 maart 2013 te beschikken over een aantal auto’s en een motorfiets, waarbij verdachte en zijn mededaders die auto’s en motorfiets hebben gefinancierd en die auto’s en motorfiets telkens op naam hebben gezet van anderen en voor die auto’s en motorfiets de gemaakte kosten hebben betaald;

7.

hij in de periode van 1 januari 2008 tot en met 5 maart 2013 in Nederland,

heeft deelgenomen aan een organisatie, die werd gevormd door [verdachte 2] en [medeverdachte 1] en

[medeverdachte 3] andere personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, bestaande uit:

- het meermalen plegen van valsheid in geschrifte en het meermalen gebruiken van valselijk opgemaakte geschriften (strafbaar gesteld in artikel 225 Wetboek van Strafrecht) en

- het meermalen valselijk doen opmaken van authentieke akten en het meermalen gebruiken van een valselijk opgemaakte authentieke akte (strafbaar gesteld in artikel 227 Wetboek van

Strafrecht) en

- het meermalen oplichten van banken en de Belastingdienst (strafbaar gesteld in artikel 326 Wetboek van Strafrecht) en

- het plegen van gewoontewitwassen (strafbaar gesteld in artikel 420ter Wetboek van Strafrecht),

zulks terwijl hij, verdachte, samen met [verdachte 2], leider van die organisatie was.

De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder de feiten 1 tot en met 7 meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 140, 225, 227, 326 en 420ter Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1

het misdrijf: medeplegen van het in een authentieke akte doen opnemen van een valse opgave aangaande een feit van welks waarheid de akte moet doen blijken, met het oogmerk om die akte te gebruiken of door anderen te doen gebruiken als ware zijn opgave in overeenstemming met de waarheid, meermalen gepleegd;

feit 2 primair

het misdrijf: valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;

feit 3 primair

het misdrijf: valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;

feit 4

het misdrijf: medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd;

feit 5

het misdrijf: medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd;

feit 6

het misdrijf: medeplegen van het plegen van witwassen een gewoonte maken;

feit 7

het misdrijf: als leider deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

7 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

8 De op te leggen straf of maatregel

8.1

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

Verdachte [verdachte 1] heeft zich gedurende ongeveer vijf jaren in georganiseerd verband en op geraffineerde wijze met een aantal personen uit zijn naaste omgeving bezig gehouden met een reeks aan strafbare feiten. De werkwijze van de organisatie was door hem uitgedacht en vereiste een groot aantal handelingen. In Duitsland heeft verdachte in sexclubs vrouwen benaderd die hij overhaalde om zich in Nederland te laten inschrijven bij een gemeente. Vervolgens deed hij samen met die vrouwen aangifte van de geboorte van een tweeling, die in werkelijkheid niet geboren was. Kort daarop vroeg verdachte bij de Belastingdienst kinderopvangtoeslag aan voor die neptweelingen. Voor een aantal van de vrouwen zette hij in Nederland tevens een fake onderneming op. Die ondernemingen werden ingeschreven bij de KvK en op naam van die ondernemingen werden bankrekeningen geopend die vervolgens weer gebruikt werden om sealbagfraude bij twee banken te plegen. De opbrengsten van zowel de fraude met de kinderopvangtoeslagen als de sealbagfraude zijn voor verschillende doeleinden gebruikt. Zo zijn onder meer allerlei privé uitgaven gedaan voor en door leden van de [verdachte 1], zijn auto’s en boten gekocht en is er geïnvesteerd in onroerend goed in Servië.

De rechtbank ziet verdachte [verdachte 1] als degene die het merendeel van de feiten heeft uitgedacht en opgezet. Het totale nadeel van de strafbare feiten die de organisatie [verdachte 1] in de loop van de jaren gepleegd heeft, bedraagt ruim € 2,2 miljoen, te weten € 800.000,-- aan fraude met kinderopvangtoeslagen en ruim € 1,4 miljoen aan fraude met sealbags.

De rechtbank houdt met name verdachte hiervoor verantwoordelijk en rekent hem dit zwaar aan.

Daarbij komt dat verdachte in het recente verleden – naast geweldsdelicten – meerdere malen veroordeeld is voor vermogensdelicten. In 2011 is hij veroordeeld tot een werkstraf van 100 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken wegens afpersing. In 2008 is aan hem een werkstraf van 240 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van een jaar opgelegd wegens geweldsdelicten, oplichting en verduistering, terwijl hij in 2007 zelfs twee maal veroordeeld is tot een werkstraf (van 100 respectievelijk 180 uur) en een voorwaardelijke gevangenisstraf (van twee respectievelijk zes maanden), beide malen wegens verduistering. Eén van deze veroordelingen betrof nota bene fraude met sealbags, waar hij – nadat de opbrengsten van die fraude op waren – zich wederom aan schuldig gemaakt heeft.

De rechtbank ziet in deze volharding en hardnekkigheid van verdachte in het plegen van vermogensdelicten reden om aan hem een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van langere duur op te leggen.

Verder heeft de rechtbank acht geslagen op de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS (Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht). Deze geven bij een benadelingsbedrag van € 1 miljoen en hoger een gevangenisstraf aan vanaf 24 maanden.

De straf die de rechtbank aan verdachte zal opleggen is hoger dan de officier van justitie heeft geëist. De rechtbank vindt dat gezien:

- de omvang van het nadeel,

- de geraffineerdheid van de gepleegde feiten, waarvan verdachte de bedenker en initiator is geweest,

- het grote aantal strafbare feiten dat verdachte heeft gepleegd,

- het feit dat die strafbare feiten zich over een periode van meerdere jaren hebben uitgestrekt,

- het feit dat verdachte die feiten in georganiseerd verband heeft gepleegd, waarbij hij ook mensen uit zijn naaste omgeving betrokken heeft, en

- de hardnekkige recidive van verdachte,

niet kan worden volstaan met een lagere straf dan een gevangenisstraf van na te noemen duur.

8.2

De inbeslaggenomen voorwerpen

De officier van justitie heeft ter terechtzitting een lijst overgelegd van onder [verdachte 1] in beslag genomen voorwerpen. Van alle op die lijst voorkomende voorwerpen is de verbeurdverklaring gevorderd.

De rechtbank heeft vastgesteld dat op alle voorwerpen op de lijst conservatoir beslag ex art. 94a Wetboek van Strafvordering (Sv) is gelegd. Tegen verdachte is een strafrechtelijk financieel onderzoek gestart en op een aantal voorwerpen op de lijst is in dat kader conservatoir beslag gelegd. Op de overige voorwerpen is in eerste instantie beslag ex art. 94 Sv gelegd en dit beslag is later omgezet in conservatoir beslag ex art. 94a Sv. De officier van justitie heeft ter terechtzitting aangekondigd dat zij tegen verdachte een ontnemingsvordering zal indienen.

Onder deze omstandigheden wijst de rechtbank verbeurdverklaring van de in beslag genomen voorwerpen af.

9 De schade van benadeelden

9.1

De vordering van de benadeelde partij

In dit strafproces hebben zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting en op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd:

- de gemeente Tilburg, gevestigd te Tilburg, Stadhuisplein 1,

- de ABN AMRO Bank NV, gevestigd te Amsterdam, Gustav Mahlerlaan 10 en

- de Coöperatieve Rabobank Tilburg en Omstreken UA, gevestigd te Tilburg, Spoorlaan 300.

De gemeente Tilburg vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal

€ 3.000,-- (drieduizend euro). Deze schade bestaat uit de volgende post:

- inzet uren medewerkers.

De ABN Amrobank vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal

€ 1.096.747,58 (één miljoen zesennegentigduizend zevenhonderdenzevenenveertig euro en achtenvijftig eurocent). Deze schade bestaat uit de volgende post:

- aangiften geldbedragen.

De Coöperatieve Rabobank Tilburg en Omstreken U.A. vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 69.771,91 (negenenzestigduizend zevenhonderd en eenenzeventig euro en eenennegentig eurocent). Deze schade bestaat uit de volgende post:

- debetsaldi.

De door de gemeente Tilburg ingestelde vordering is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende onderbouwd. Het in de gelegenheid stellen van de benadeelde partij om haar vordering alsnog nader te onderbouwen leidt tot een onevenredige belasting van de strafrechtelijke procedure, zodat de rechtbank de benadeelde partij ten aanzien van de gehele vordering niet-ontvankelijk zal verklaren. De benadeelde partij kan haar vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Naar het oordeel van de rechtbank is de ABN Amrobank NV in haar vordering ontvankelijk en is de vordering deels gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde onder feit 4 rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De opgevoerde schadeposten zijn, met uitzondering van de door de benadeelde partij in de vordering genoemde aangifte met nummer 2009203480-01 (€ 114.800,-- terzake van [medeverdachte 6] h/o [naam bedrijf 3]), niet betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal de benadeelde partij ten aanzien van het bedrag van de aangifte met nummer 2009203480-01 (€ 114.800,--) niet-ontvankelijk verklaren nu niet bewezen is dat verdachte betrokken is geweest bij het in deze aangifte genoemde feit.

De rechtbank zal het gevorderde tot een bedrag van € 981.947,50 toewijzen en bepalen dat dit bedrag dient te worden vermeerderd met de van rechtswege verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

Naar het oordeel van de rechtbank is de Coöperatieve Rabobank Tilburg en Omstreken UA, in haar vordering ontvankelijk en is de vordering gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde onder feit 4 rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De opgevoerde schadeposten zijn niet betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde bedrag van € 69.771,91 daarom toewijzen en bepalen dat dit bedrag dient te worden vermeerderd met de van rechtswege verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

9.2

De schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank ziet geen aanleiding om – gelet op de niet-ontvankelijk verklaring van de

gemeente Tilburg in haar vordering – aan verdachte ter hoogte van de vordering de door de officier van justitie gevorderde maatregel als bedoeld in art. 36f Sr op te leggen.

De rechtbank zal voor de toegewezen vorderingen van de ABN Amrobank NV en de Coöperatieve Rabobank Tilburg en Omstreken UA wel de maatregel als bedoeld in art. 36f Sr opleggen, aangezien de verdachte jegens de slachtoffers naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door feit 4 is toegebracht.

10 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 10, 27, 47 en 57 Sr.

11 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

  • -

    verklaart bewezen dat verdachte het onder de feiten 1, 2 primair, 3 primair, 4, 5, 6 en 7 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1

het misdrijf: medeplegen van het in een authentieke akte doen opnemen van een valse opgave aangaande een feit van welks waarheid de akte moet doen blijken, met het oogmerk om die akte te gebruiken of door anderen te doen gebruiken als ware zijn opgave in overeenstemming met de waarheid, meermalen gepleegd;

feit 2 primair

het misdrijf: valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;

feit 3 primair

het misdrijf: valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;

feit 4

het misdrijf: medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd;

feit 5

het misdrijf: medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd;

feit 6

het misdrijf: medeplegen van het plegen van witwassen een gewoonte maken;

feit 7

het misdrijf: als leider deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van

misdrijven;

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder de feiten 1, 2 primair, 3 primair, 4, 5, 6 en 7 bewezenverklaarde;

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vier (4) jaren en zes (6) maanden;

  • -

    bepaalt dat de tijd die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

schadevergoeding

  • -

    veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij de ABN Amrobank NV, gevestigd te Amsterdam, Gustav Mahlerlaan 10, van een bedrag van € 981.947,50 te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 5 maart 2013, voor zover van dit bedrag de schadepost die samenhangt met [medeverdachte 1] h/o [naam bedrijf 1] ad € 89.950,-- niet door een mededader zal zijn voldaan;

  • -

    veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 4 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 981.947,50 ten behoeve van de benadeelde, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 maart 2013, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 365 dagen zal worden toegepast, (een en ander voor zover van dit bedrag de schadepost die samenhangt met [medeverdachte 1] h/o [naam bedrijf 1] ad € 89.950,-- niet door een mededader zal zijn voldaan);

  • -

    bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

  • -

    bepaalt dat de benadeelde partij de ABN Amrobank NV, gevestigd te Amsterdam, Gustav Mahlerlaan 10, voor een deel van € 114.800,-- niet-ontvankelijk is in haar vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

  • -

    veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij de Coöperatieve Rabobank Tilburg en Omstreken UA van een bedrag van € 69.771,91 te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 5 maart 2013, voor zover van dit bedrag de schadepost die samenhangt met [medeverdachte 1] h/o [naam bedrijf 1] ad € 44.980,-- niet door een mededader zal zijn voldaan;

  • -

    veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 4 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 69.771,91 ten behoeve van de benadeelde, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 maart 2013, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 350 dagen zal worden toegepast, (een en ander voor zover van dit bedrag de schadepost die samenhangt met [medeverdachte 1] h/o [naam bedrijf 1] ad € 44.980,-- niet door een mededader zal zijn voldaan);

  • -

    bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

  • -

    veroordeelt de benadeelde partij tot betaling van de kosten die de verdachte heeft gemaakt voor rechtsbijstand met betrekking tot deze vordering. De rechtbank begroot die kosten op € 894,--;

- bepaalt dat de benadeelde partij de gemeente Tilburg niet-ontvankelijk is in haar vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

de inbeslaggenomen voorwerpen

- wijst af de vordering tot verbeurdverklaring van de onder verdachte in beslag genomen voorwerpen.

Dit vonnis is gewezen door mr. H. Stam, voorzitter, mr. E.J.M. Bos en mr. S.K. Huisman, rechters, in tegenwoordigheid van J.G.M. Wolbers, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 1 december 2014.

Buiten staat

Mr. Bos is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.