Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2014:6088

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
03-11-2014
Datum publicatie
19-11-2014
Zaaknummer
3275561 EJ VERZ 14-276
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek tot ontbinding onvoldoende gemotiveerd. Afwijzing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2014-0980
RAR 2015/35
ROR 2014/17

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Enschede

Zaaknummer: 3275561 EJ VERZ 14-276

Beschikking van de kantonrechter d.d. 3 november 2014 in de zaak van:

de vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Eaton Industries (Netherlands) B.V.

statutair gevestigd te Hengelo (O)

verzoekster hierna te noemen: Eaton

gemachtigden: mr. J.A. Hobma en mr. M.A.M. Oude Breuil,

advocaten te Enschede

tegen

[verweerder]

wonende te [woonplaats]

verweerder hierna te noemen: [verweerder]

gemachtigde: mr. M.T.A. Lamers,

verbonden aan FNV Bondgenoten te Deventer

1 De procedure.

1.1

Eaton heeft een verzoekschrift ingediend strekkende tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst, door de griffie ontvangen op 21 juli 2014. De gemachtigde van Eaton heeft bij schrijven van 17 oktober 2014 nog nadere producties in het geding gebracht.

1.2

[verweerder] heeft een verweerschrift ingediend, door de griffie ontvangen op 10 september 2014.

1.3

Het verzoek is behandeld ter zitting van 21 oktober 2014, waar namens Eaton zijn verschenen de heer [A] en mevrouw [G] bijgestaan door mr. Hobma. [verweerder] is verschenen bijgestaan door mr. Lamers.

1.4

Het wijzen van de beschikking is bepaald op heden.

2 De feiten.

2.1

[verweerder], geboren [1966], derhalve thans 48 jaar, is op 1 februari 1992 in dienst getreden bij Eaton. [verweerder] is werkzaam in de functie van Lean Manufacturing Engineer (verder: LME) op basis van 40 uur per week tegen een salaris van

€ 4099,18 bruto per maand te vermeerderen met vakantietoeslag en overige emolumenten.

Op de arbeidsovereenkomst is de CAO Metaal en Techniek van toepassing.

2.2

[verweerder] is sinds 2004 voorzitter van de ondernemingsraad.

2.3

Blijkens de jaarstukken bedroeg het verlies van Eaton in 2010 ruim 11 miljoen, in 2011 4,6 miljoen en in 2012 8,9 miljoen. Blijkens de accountantsletter van 8 mei 2014 is de verwachting dat het verlies over 2013 bijna 14 miljoen zal bedragen.

Gelet op deze financiële cijfers en het aanhouden van de crisis heeft Eaton, teneinde haar concurrentiepositie te verbeteren, besloten tot een reorganisatie over te gaan.

2.4

Bij schrijven van 10 december 2013 (productie 3 bij verzoekschrift) heeft Eaton een adviesaanvraag ingediend bij de ondernemingsraad ingevolge artikel 25 lid 1, onderdeel e van de Wet op de Ondernemingsraad (WOR). Deze adviesaanvraag zag, voor zover hier van belang, onder meer op de verhuizing van de assemblage van Systeem 55 naar Arad in Roemenië ter realisatie van onder meer een marge verbetering.

Bij schrijven van 21 januari 2014 (productie 4 bij verzoekschrift) heeft Eaton een tweede, aanvullende adviesaanvraag ingediend bij de ondernemingsraad. Die adviesaanvraag had betrekking op de voorgenomen besluiten in verband met de nieuwe organisatiestructuren 'Operations', 'Marketing'& business development' en 'Portfolio management & research and development'.

2.5

Op 9 april 2014 heeft de Ondernemingsraad (OR) advies uitgebracht (productie 5 bij verzoekschrift) waarbij zij haar concept-advies heeft overgenomen. Met betrekking tot de verplaatsing van Systeem 55 naar Roemenie heeft de ondernemingsraad in het daarmee bindend geworden concept-advies als volgt geadviseerd:

"De OR gaat niet akkoord met en ziet niet de noodzaak van het verplaatsen van Systeem 55 naar Arad Roemenië. Systeem 55 blijft behouden in Hengelo en zou bv. kunnen worden geïntegreerd in ESS locatie Hengelo. Belangrijke motivatiepunten hiervoor zijn:

- Systeem 55 is voornamelijk bestemd voor de Nederlandse markt. Belangrijke punten van onze klanten zoals kwaliteit, beschikbaarheid en flexibiliteit worden gewaarborgd door de productie van Systeem 55 te behouden op de locatie Hengelo. Bovendien kan Systeem 55 worden gezien als een systeem, waarvan door de integratie bv. in ESS als een logische stap kan worden gezien.

- Systeem 55 maakt een gezonde winst. Behoud in Hengelo zal bijdragen tot het financieel gezond maken van locatie Hengelo. De OR is bereid om mee te denken om verdere cost out te genereren.

[…]."

Conform de in het conceptadvies door de OR gestelde voorwaarden heeft de OR met Eaton afspraken gemaakt, waarna het advies definitief is geworden.

Eaton heeft de reorganisatie ondanks het negatieve advies doorgezet. De OR heeft zich niet tot de ondernemingskamer gewend.

2.6

Eaton heeft met de vakbonden een Sociaal Plan gesloten.

3 Het verzoek

Eaton verzoekt de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden met ingang van

1 oktober 2014, althans zo spoedig mogelijk, op grond van gewichtige redenen in de zin der wet, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, onder toekenning van de voorzieningen zoals vermeld in het Sociaal Plan van 8 april 2014, met compensatie van kosten.

4. Het verweer

[verweerder] heeft primair verzocht Eaton in haar verzoek niet-ontvankelijk te verklaren, subsidiair om het verzoek af te wijzen en meer subsidiair om in geval van ontbinding van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst naast de faciliteiten zijn opgenomen in het sociaal plan een vergoeding toe te kennen aan [verweerder] ten bedrage van € 181.500,- bruto, kosten rechtens.

5 De beoordeling

5.1

Vooropgesteld wordt dat [verweerder] voorzitter is van de ondernemingsraad en derhalve ten aanzien van hem een ontslagverbod geldt. Daar gaat voor de onderhavige ontbindingprocedure reflexwerking vanuit. Dat betekent dat alleen dan tot ontbinding kan worden overgegaan indien voldoende aannemelijk is geworden dat van enige verband tussen het voorzitterschap van de ondernemingsraad en het onderhavige verzoek geen sprake is.

5.2

Daarnaast dient het verzoek, dat is gebaseerd op gestelde bedrijfseconomisch omstandigheden, op de gebruikelijke wijze beoordeeld te worden.

5.3

Gelet op de meerjarige verliezen die Eaton heeft geleden en lijdt, heeft Eaton in redelijkheid tot het doorvoeren van een reorganisatie kunnen besluiten. Zij heeft de ondernemingsraad om advies gevraagd. Anders dan door Eaton gesteld is, heeft de ondernemingsraad niet met de voorgenomen (en inmiddels deels gerealiseerde) reorganisatie, althans voor zover het de hier aan de orde zijnde reorganisatieonderdelen betreft, ingestemd.

5.4

Vervolgens dient de vraag beantwoord te worden of Eaton op juiste gronden heeft besloten functies in de functiecategorie van [verweerder] te laten vervallen, waarna, indien dat het geval is, onderzocht dient te worden of het afspiegelingsbeginsel correct is toegepast.

5.5

Binnen het bedrijf van Eaton bestaat - voor zover hier van belang - onder meer de divisie PDCD, waaronder voor de reorganisatie zowel Systeem 55 als de Halyester vielen. Daarnaast is er onder meer een divisie ESS genaamd.

5.6

In het kader van de reorganisatie wordt de assemblage van Systeem 55 naar Arad in Roemenië verplaatst en wordt de lijn Halyester van de divisie PDCD verhuisd naar de divisie ESS. Blijkens randnummer 26 van het verzoekschrift is de verzochte ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verweerder] gebaseerd op het hiervoor weergegeven onderdeel van de beoogde reorganisatie, kort gezegd de verplaatsing van Systeem 55 naar Roemenië en de verhuizing van de Halyester naar ESS. Eaton koppelt daaraan dat als gevolg daarvan twee arbeidsplaatsen binnen de functiegroep Lean Manufacturing Engineer (LME) komen te vervallen.

[verweerder] heeft gemotiveerd verweer gevoerd, primair inhoudend dat niet de LME's Systeem 55 en de Halyester ondersteunen, maar dat dit tot de taak van de Lean Technician Engineers (LTE’s) behoort. Derhalve kan, aldus [verweerder], het verplaatsen van die lijnen niet leiden tot het vervallen van twee functies in de functiegroep LME.

Hoezeer het tot de beleidsvrijheid van een ondernemer, in dit geval Eaton, behoort om te bepalen op welke wijze zij haar organisatie wenst in te richten en de kantonrechter ter zake slechts een marginale toetsingsbevoegdheid toekomt, zal in een geval waarin de ondernemer/werkgever stelt dat arbeidsplaatsen als gevolg van het verplaatsen van bepaalde onderdelen van de organisatie komen te vervallen, dat wel inzichtelijk gemaakt moeten worden.

Eaton heeft, zoals hiervoor overwogen, weliswaar gesteld dat de verplaatsing van Systeem 55 en de Halyester leidt tot het verval van twee arbeidsplaatsen in de functiegroep LME, maar heeft dit niet, althans onvoldoende, onderbouwd en/of inzichtelijk gemaakt. Zo ontbreekt bij het verzoekschrift een organogram met personeelsoverzichten betrekking hebbend op Systeem 55 en de Halyester (waar nodig aangevuld met een organogram met personeelsleden in die lijnen ondersteunende functiegroepen).

In de adviesaanvraag van 10 december 2013 wordt niet door Eaton aangegeven wat de personele gevolgen zijn van het verplaatsen van Systeem 55 naar Roemenie en van het

verhuizen van de Halyester van PDCD naar ESS. Daaruit is derhalve niet te destilleren of, en, zo ja, welke functies binnen die lijnen (of uitwisselbare functies breder binnen het bedrijfsonderdeel) moeten komen te vervallen.

De in de tweede adviesaanvraag van 21 januari 2014 op pagina 8 onder 3 aangekondigde bijlage met een overzicht van de personele gevolgen is niet bij de adviesaanvraag overgelegd.

Wel zit achter de eerste adviesaanvraag (productie 3 bij verzoekschrift) een overzicht met personele gevolgen gehecht; doch dat lijkt betrekking te hebben op de eerste adviesaanvraag. Dat overzicht is tijden de zitting besproken. Daar staan wel personele consequenties ten aanzien van direct en indirect personeel vermeld maar de verbinding tussen de daar genoemde af te vloeien aantallen direct en indirect personeel worden niet 'vertaald' naar het verval van 2 FTE's LME's.

Het overzicht dat als productie 8 bij verzoekschrift in het geding is gebracht betreft enkel de werknemers werkzaam in de functie LME en dient om inzicht te verschaffen in de toepassing van het afspiegelingsbeginsel binnen die functiecategorie. Ook dat overzicht geeft geen inzicht in de vraag waarom binnen die functiecategorie arbeidsplaatsen moeten komen te vervallen.

5.7

Eaton heeft ter zitting bij monde van haar gemachtigde (bij herhaling) gesteld dat haar doel in het kader van de noodzakelijke reorganisatie is om het aantal werknemers in de functie LTE gelijk te trekken met het aantal werknemers in de functie LME. Waar dat op is gebaseerd en waar dat is beschreven, is niet gesteld, noch uit de stukken gebleken. Weliswaar zou dat tot de beleidsvrijheid van Eaton als ondernemer kunnen behoren, maar de enkele ‘wil’ om die functiegroepen qua aantallen gelijk te trekken is niet aan het ontbindingsverzoek ten grondslag gelegd, noch daargelaten dat ter zake daarvan geen adviesaanvraag aan de ondernemingsraad is gericht.

5.8

[verweerder] heeft gemotiveerd gesteld dat juist de werknemers in de functie LTE voor de lijnen Systeem 55 en de Halyester werkzaam zijn. Nu Eaton geen compleet personeelsoverzicht en/of organogram met de hier in geding zijnde functiebenamingen en aantallen werknemers per divisie in het geding heeft gebracht, kan de kantonrechter niet controleren welke werknemers waar werkzaam zijn.

Kortom: het verzoek en de daaraan ten grondslag gelegde stukken maken niet inzichtelijk waarom twee functies LME dienen te komen vervallen vanwege de verplaatsing van Systeem 55 naar Roemenië en de verhuizing van de Halyester naar ESS. Voor zover het de wens van Eaton is om de aantallen functies LTE en LME gelijk te trekken maakte dat geen deel uit van de niet adviesaanvragen aan de OR, noch is dat aan het ontbindingsverzoek als reden voor het verval van de functies LME ten grondslag gelegd.

Derhalve dient het verzoek reeds om die reden te worden afgewezen.

5.9

Als al juist zou zijn dat in het kader van de reorganisatie twee arbeidsplaatsen binnen de functiegroep LME moeten komen te vervallen, dringt zich de vraag op of alle medewerkers binnen die functiegroep daadwerkelijk onderling uitwisselbare functies hebben of dat de inhoud van de diverse functies binnen deze functiecategorie toch zodanig verschillen dat van onderlinge uitwisselbaarheid als bedoeld in het Ontslagbesluit geen sprake is.

Nu het verzoek, zoals hiervoor overwogen, reeds wegens onvoldoende onderbouwing wordt afgewezen, zal aan beantwoording van deze vraag niet worden toegekomen.

5.10

Nu het verzoek niet voldoende is onderbouwd om te kunnen concluderen dat [verweerder] op juiste gronden voor ontslag is voorgedragen kan ook niet geoordeeld worden dat het verzoek geen verband houdt met zijn lidmaatschap van de ondernemingsraad, waarmee evenmin geoordeeld wordt dat het daar dus kennelijk wel verband mee houdt.

5.11

Eaton zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure.

Beschikking

Wijst het verzoek af.

Veroordeelt Eaton in de kosten van de procedure aan de zijde van [verweerder] begroot op
€ 400,-- ter zake van salaris gemachtigde.

Aldus gegeven te Enschede door mr. E.W. de Groot, kantonrechter en op 3 november 2014 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.