Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2014:6003

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
12-11-2014
Datum publicatie
12-11-2014
Zaaknummer
08/730093-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een taakstraf van 120 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden met een proeftijd van 3 jaar. Deze straf legde de rechtbank Overijssel op aan een 32-jarige man uit Balkbrug voor het bedreigen en stalken van zijn ex-vriendin. Ook maakte hij zich schuldig aan smaad. Als bijzondere voorwaarden krijgt de man een contactverbod opgelegd en moet hij zich laten behandelen voor zijn psychische problematiek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08/730093-14

Datum vonnis: 12 november 2014

Vonnis op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1984 in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats].

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 29 oktober 2014. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. A.C.J. Nettenbreijers en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsvrouw

mr. K.M. ten Voorde, advocaat te Zwolle, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: [slachtoffer] heeft bedreigd met de dood, althans zware mishandeling en/of met verkrachting, althans met feitelijke aanranding van de eerbaarheid;

feit 2: [slachtoffer] heeft belaagd doordat hij diverse berichten van beledigende en/of bedreigende aard aan haar heeft gestuurd en berichten van dien aard op haar voicemail heeft ingesproken, en/of e-mailberichten met seksueel getinte en pikante foto’s aan haar klasgenoten, familieleden, vrienden of stagebegeleider heeft gestuurd;

feit 3: door het sturen van geschriften de goede naam en eer van [slachtoffer] heeft aangerand.

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:

1.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 28 september 2012 tot en met 16 februari 2014 te Haaksbergen en/of te Balkbrug, althans in Nederland [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling en/of met verkrachting, althans met feitelijke aanranding van de eerbaarheid, immers heeft verdachte (telkens) opzettelijk voornoemde [slachtoffer] (onder meer via smsberichten en/of emailberichten en/of voicemailberichten en/of Whatsappberichten en/of via berichten op Facebook) dreigend (op schrift) de woorden toegevoegd :

- " Ik wil jou eigenlijk pijn doen zoveel mogelijk als het kan jonge, echt waar, ik stomp je de kop doormidden." en/of

- " Ik wurg je echt dood, terwijl ik je nog een keer neuk" en/of

- " Het zal allemaal wel, jou tijd is inderdaad op" en/of

- " Ik zal maar snel aangifte doen, voordat je wordt opgehangen" en/of

- " Ik ga je wurgen, ik ga je doodmaken. Ik niet, niemand niet" en/of

- " Maar ik zal het verraad iig (in ieder geval) niet over mijn kant laten komen. Ik zal alle afwijzing en verraad die ik ooit heb gevoeld voor iedereen, leegknijpen in jouw verraderlijke kippennekje, nadat ik je onderbuik heb gestoken als een wilde, mocht jij jouw woord aan mij willen intrekken" en/of

- " Of wij samen, of jij dood, ik dood. Er zijn geen andere uitkomsten waar ik mee kan leven. En dit wist je van tevoren [slachtoffer]" en/of

- " Bel maar vast wat vrienden en een honkbalknuppel bij je deur. Voor 12 uur kom ik met twee maten met de auto naar Haaksbergen en ik neem mijn geweer mee [slachtoffer]. En ze mogen je allebei verkrachten, terwijl ik [naam] voor je ogen door zijn kop schiet" en/of

- " Dit is echt je aller allerlaatste kans [slachtoffer]. Als je me nu weer blokkeert, sta ik echt niet voor mijn acties in. Ik bericht iedereen, ik begin bij je familie en als je moeder weer aan de deur komt stomp ik haar dood", althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

2.

hij op tijdstippen in of omstreeks de periode van 28 september 2012 tot en met 16 februari 2014 te Haaksbergen en/of in Balkbrug, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van

[slachtoffer], in elk geval van een ander, met het oogmerk die [slachtoffer], in elk geval die ander te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, immers heeft verdachte in voornoemde periode veelvuldig/meermalen

telefonisch contact gezocht met die [slachtoffer] en/of voicemailberichten ingesproken op de telefoon van die [slachtoffer] en/of smsberichten en/of emailberichten en/of Whatsappberichten verzonden aan die [slachtoffer] met teksten van beledigende en/of bedreigende aard, zoals - zakelijke weergegeven -

- " ik wil jou eigenlijk pijn doen, zoveel mogelijk als ik het kan. Ik stomp je de kop doormidden. Ik wurg je echt dood, terwijl ik je nog een keer neuk" en/of

- " Het zal allemaal wel, jouw tijd is inderdaad op" en/of

- " Ik zal maar snel aangifte doen, voordat je wordt opgehangen" en/of

- " Maar ik zal het verraad iig niet over mijn kant laten komen. Ik zal alle afwijzing en verraad die ik ooit heb gevoeld voor iedereen, leegknijpen in jouw verraderlijke kippennekje, nadat ik je onderbuik heb gestoken als een wilde, mocht jij jouw woord aan mij willen intrekken" en/of

- " Of wij samen, of jij dood, of ik dood. Er zijn geen andere uitkomsten waar ik mee kan leven. En dit wist je van tevoren [slachtoffer]" en/of

- " Ik ga je wurgen. Ik ga je doodmaken" en/of

- " Bel maar vast wat vrienden en een honkbalknuppel bij je deur. Voor 12 uur kom ik met twee maten met de auto naar Haaksbergen en ik neem mijn geweer mee [slachtoffer]. En ze mogen je allebei verkrachten, terwijl ik [naam] voor je ogen door zijn kop schiet" en/of

- " Dit is echt je aller allerlaatste kans [slachtoffer]. Als je me nu weer blokkeert, sta ik niet meer voor mijn acties in en bericht ik iedereen. Ik zal beginnen met je familie en als je moeder weer aan de deur komt, stomp ik haar dood", althans berichten van dergelijke beledigende en/of dreigende aard of strekking en/of

B)

emailberichten gezonden aan één of meerdere personen uit de (directe) leef- en/of werkomgeving van die [slachtoffer], (te weten klasgenoten en/of familieleden en/of vrienden en/of de stagebegeleider,) met daarin seksueel getinte en/of pikante foto's van die [slachtoffer];

3.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 28 september 2012 tot en met 16 februari 2014 te Balkbrug, gemeente Hardenberg, althans in Nederland, opzettelijk, door middel van verspreiding van (een) geschrift(en), de eer en/of de goede naam van [slachtoffer] heeft aangerand door telastlegging van een of meer bepaalde feiten, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, immers heeft verdachte (telkens) met voormeld doel

- via Facebook een pagina en/of account aangemaakt met daarop seksueel getinte en/of pikante foto's van die [slachtoffer] en/of (daarbij) de tekst: "Fetishes" en/of into "don't get dressed, I'm not done with you" en/of "good girl, make daddy cum baby" en/of "ball gags" en/of "bare handed spanking" en/of "creampie" en/of "deep throating" en/of "rimming" en/of (vervolgens) één of meerdere personen uit de directe leef- en/of werkomgeving van die [slachtoffer], (te weten klasgenoten en/of familieleden en/of vrienden en/of de stagebegeleider,) aan/voor die pagina en/of dat account toegevoegd en/of uitgenodigd en/of

- via Email één of meer berichten gestuurd naar één of meerdere personen uit de directe leef- en/of werkomgeving van die [slachtoffer], (te weten klasgenoten en/of familieleden en/of vrienden en/of de stagebegeleider,) met als onderwerp "Een kijkje in het leven van [slachtoffer]" en/of met daarin seksueel getinte en/of pikante foto's van die [slachtoffer] en/of een snapshot van een Facebookpagina en/of Facebookaccount met daarop seksueel getinte en/of pikante foto's van die [slachtoffer] en/of (daarbij) de tekst: "Fetishes" en/of into "don't get dressed, I'm not done with you" en/of "good girl, make daddy cum baby" en/of "ball gags" en/of "bare handed spanking" en/of "creampie" en/of "deep throating" en/of "rimming", verspreid.

3 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een werkstraf van 120 uur, te vervangen door 60 dagen hechtenis wanneer de werkstraf niet naar behoren wordt verricht. Voorts heeft de officier van justitie een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden gevorderd met een proeftijd van drie jaren, met daarbij de bijzondere voorwaarden zoals vermeld in het reclasseringsrapport, te weten een meldplicht, een verbod om contact te (laten) leggen met aangeefster en een verplichting voor de verdachte om zich te laten behandelen bij “De Tender” in Deventer of een soortgelijke instelling voor ambulante forensische zorg. De officier van justitie heeft daarnaast gevorderd om de maatregel als bedoeld in artikel 38v Wetboek van Strafrecht (Sr) op te leggen, inhoudende dat verdachte ook uit dien hoofde wordt bevolen om zich gedurende een periode van twee jaren te onthouden van contact met aangeefster.

4 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5 De beoordeling van het bewijs

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het onder feit 1, feit 2 en feit 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 1 november 2013 tot en met 16 februari 2014 te Haaksbergen en te Balkbrug [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en met verkrachting, immers heeft verdachte, telkens opzettelijk, voornoemde [slachtoffer] via smsberichten en emailberichten en voicemailberichten en Whatsappberichten en via berichten op Facebook dreigend op schrift de woorden toegevoegd :

- " Ik wil jou eigenlijk pijn doen zoveel mogelijk als het kan jonge, echt waar, ik stomp je de kop doormidden." en

- " Ik wurg je echt dood, terwijl ik je nog een keer neuk" en

- " Het zal allemaal wel, jou tijd is inderdaad op" en

- " Ik zal maar snel aangifte doen, voordat je wordt opgehangen" en

- " Ik ga je wurgen, ik ga je doodmaken. Ik niet, niemand niet" en

- " Maar ik zal het verraad iig (in ieder geval) niet over mijn kant laten komen. Ik zal alle afwijzing en verraad die ik ooit heb gevoeld voor iedereen, leegknijpen in jouw verraderlijke kippennekje, nadat ik je onderbuik heb gestoken als een wilde, mocht jij jouw woord aan mij willen intrekken" en

- " Of wij samen, of jij dood, ik dood. Er zijn geen andere uitkomsten waar ik mee kan leven. En dit wist je van tevoren [slachtoffer]" en

- " Bel maar vast wat vrienden en een honkbalknuppel bij je deur. Voor 12 uur kom ik met twee maten met de auto naar Haaksbergen en ik neem mijn geweer mee [slachtoffer]. En ze mogen je allebei verkrachten, terwijl ik [naam] voor je ogen door zijn kop schiet" en

- " Dit is echt je aller allerlaatste kans [slachtoffer]. Als je me nu weer blokkeert, sta ik echt niet voor mijn acties in. Ik bericht iedereen, ik begin bij je familie en als je moeder weer aan de deur komt stomp ik haar dood";

2.

hij in de periode van 1 november 2013 tot en met 16 februari 2014 te Haaksbergen en Balkbrug wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer] met het oogmerk die [slachtoffer] te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en vrees aan te jagen, immers heeft verdachte in voornoemde periode meermalen

A)

telefonisch contact gezocht met die [slachtoffer] en voicemailberichten ingesproken op de telefoon van die [slachtoffer] en smsberichten en emailberichten en Whatsappberichten verzonden aan die [slachtoffer] met teksten van beledigende en bedreigende aard, zoals - zakelijke weergegeven -

- " ik wil jou eigenlijk pijn doen, zoveel mogelijk als ik het kan. Ik stomp je de kop doormidden. Ik wurg je echt dood, terwijl ik je nog een keer neuk" en

- " Het zal allemaal wel, jouw tijd is inderdaad op" en

- " Ik zal maar snel aangifte doen, voordat je wordt opgehangen" en

- " Maar ik zal het verraad iig (in ieder geval) niet over mijn kant laten komen. Ik zal alle afwijzing en verraad die ik ooit heb gevoeld voor iedereen, leegknijpen in jouw verraderlijke kippennekje, nadat ik je onderbuik heb gestoken als een wilde, mocht jij jouw woord aan mij willen intrekken" en

- " Of wij samen, of jij dood, of ik dood. Er zijn geen andere uitkomsten waar ik mee kan leven. En dit wist je van tevoren [slachtoffer]" en

- " Ik ga je wurgen. Ik ga je doodmaken" en

- " Bel maar vast wat vrienden en een honkbalknuppel bij je deur. Voor 12 uur kom ik met twee maten met de auto naar Haaksbergen en ik neem mijn geweer mee [slachtoffer]. En ze mogen je allebei verkrachten, terwijl ik [naam] voor je ogen door zijn kop schiet" en

- " Dit is echt je aller allerlaatste kans [slachtoffer]. Als je me nu weer blokkeert, sta ik niet meer voor mijn acties in en bericht ik iedereen. Ik zal beginnen met je familie en als je moeder weer aan de deur komt, stomp ik haar dood", en

B)

emailberichten gezonden aan personen uit de directe leef- en werkomgeving van die

[slachtoffer], te weten klasgenoten en familieleden en vrienden en de stagebegeleider, met daarin seksueel getinte en pikante foto's van die [slachtoffer];

3.

hij in de periode van 1 november 2013 tot en met 16 februari 2014 te Balkbrug, gemeente Hardenberg, opzettelijk, door middel van verspreiding van geschriften de eer en de goede naam van [slachtoffer] heeft aangerand door tenlastelegging van bepaalde feiten, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, immers heeft verdachte telkens met voormeld doel

- via Facebook een pagina en account aangemaakt met daarop seksueel getinte en pikante foto's van die [slachtoffer] en daarbij de tekst: "Fetishes" en into "don't get dressed, I'm not done with you" en "good girl, make daddy cum baby" en "ball gags" en "bare handed spanking" en "creampie" en "deep throating" en "rimming" en vervolgens personen uit de directe leefomgeving van die [slachtoffer], te weten klasgenoten en familieleden en vrienden, voor die pagina en dat account uitgenodigd en

- via email één bericht gestuurd naar één persoon uit de directe werkomgeving van die

[slachtoffer], te weten de stagebegeleider, met als onderwerp "Een kijkje in het leven van [slachtoffer]" en een snapshot van een Facebookpagina met daarop seksueel getinte en pikante foto's van die [slachtoffer] en daarbij de tekst: "Fetishes" en into "don't get dressed, I'm not done with you" en "good girl, make daddy cum baby" en "ball gags" en "bare handed spanking" en "creampie" en "deep throating" en "rimming", verspreid.

De rechtbank overweegt daarbij ten aanzien van feit 1 dat uit het proces-verbaal van aangifte met daarbij behorende klacht van [slachtoffer], de uitdraai van de zich in het dossier bevindende berichten, het proces-verbaal van bevindingen betreffende het uitluisteren van het voicemailbericht alsmede de in grote lijnen bekennende verklaring van verdachte volgt dat verdachte opzettelijk smsberichten, e-mailberichten, Whatsappberichten en berichten via Facebook heeft gestuurd naar [slachtoffer], en op haar voicemail een bericht heeft ingesproken met de bedoeling om haar angst aan te jagen. Verdachte heeft [slachtoffer] in zijn berichten bedreigd met de dood en met verkrachting.

Ten aanzien van feit 2 overweegt de rechtbank daarbij dat uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte stelselmatig [slachtoffer] lastig heeft gevallen door onder meer het sturen van berichten. Verdachte heeft hiermee inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer].

Verdachte heeft verklaard dat hij [slachtoffer] pijn wilde doen en dat hij niet met de relatie wilde stoppen, en dat hij haar daarom dwingende teksten heeft gezonden. Verdachte wist dat [slachtoffer] niet van de berichten van verdachte was gediend. Gelet hierop acht de rechtbank bewezen dat verdachte opzet had om inbreuk te maken op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer] en dat hij het oogmerk had om [slachtoffer] te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en vrees aan te jagen. Daarbij overweegt de rechtbank verder dat door het telkens sturen van berichten [slachtoffer] er niet zelf voor kon kiezen om aan de berichten te ontkomen, zodat zij dat telkens heeft moeten dulden. Dat geldt vervolgens ook voor de berichten die verdachte aan klasgenoten, familieleden, vrienden en de stagebegeleider van [slachtoffer] heeft gestuurd.

Het daartoe gevoerde verweer van de verdediging dat het benaderen van derden uit de omgeving van het slachtoffer geen belaging oplevert, verwerpt de rechtbank. De rechtbank is van oordeel dat het op deze wijze benaderen van derden ook een inbreuk op de levenssfeer van het slachtoffer is. Die “omgeving” maakt immers onderdeel uit van haar persoonlijke levenssfeer.

Ten aanzien van feit 3 overweegt de rechtbank dat op basis van de bewijsmiddelen bewezen is dat verdachte door verspreiding van geschriften de eer en goede naam van [slachtoffer] heeft aangerand. Het door de verdediging gevoerde verweer dat verdachte enkel een printscreen heeft gemaakt van de door [slachtoffer] zelf gemaakt profielpagina met daarop door haar geplaatste informatie, en dat hij die printscreen per privébericht, zijnde Facebook, heeft verzonden, wordt naar het oordeel van de rechtbank door de bewijsmiddelen weerlegd.

Wat betreft de ten laste gelegde periode is de rechtbank ten aanzien van zowel feit 1, feit 2 als feit 3 van oordeel dat op basis van de bewijsmiddelen bewezen kan worden dat verdachte in november 2013 de in de tenlastelegging genoemde berichten naar [slachtoffer] is gaan sturen, zodat verdachte van de daarvoor gelegen periode dient te worden vrijgesproken.

In geval van hoger beroep zullen de gebruikte bewijsmiddelen worden opgenomen in een aanvulling bij dit vonnis. De in die bewijsmiddelen voorkomende feiten en omstandigheden zijn redengevend voor deze beslissing. De inhoud van de bewijsmiddelen is telkens alleen gebruikt voor het bewijs van het feit waarop het in het bijzonder betrekking heeft.

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder feit 1, feit 2 en feit 3 meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 261, 285 en 285b Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1

het misdrijf: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd, en bedreiging met verkrachting, meermalen gepleegd;

feit 2

het misdrijf: belaging;

feit 3

het misdrijf: smaad, meermalen gepleegd.

7 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

8 De op te leggen straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan bedreiging en belaging van zijn ex-vriendin [slachtoffer]. Tevens heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het plegen van smaad. Verdachte heeft hiermee een ernstige inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer]. De bewezenverklaarde feiten hebben plaatsgevonden in de periode aan het einde en na het beëindigen van de relatie tussen verdachte en [slachtoffer]. Dergelijke feiten hebben, naar de ervaring leert, veelal langdurige en ingrijpende angstgevoelens bij het slachtoffer tot gevolg.

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank voorts rekening met hetgeen door psychiater

F. Nhass in haar rapport van 22 juni 2014 is beschreven. Bij verdachte is sprake van een borderline persoonlijkheidsstoornis en een bipolaire stoornis type II. Verdachte kampt met een sterke angst voor verlating, die kenmerkend is voor een borderline persoonlijkheidsstoornis, die werd versterkt door de extremere stemmingen van de bipolaire stoornis. Gezien de invloed van zowel de borderline persoonlijkheidsstoornis als de bipolaire stoornis op de bewezenverklaarde feiten, wordt verdachte verminderd toerekeningsvatbaar geacht. De kans op herhaling wordt door de psychiater groot geacht, maar nu verdachte inmiddels is ingesteld op een stemmingsstabilisator en hij psychotherapie volgt bij de Tender, wordt de kans op herhaling voor een belangrijk deel gereduceerd. Wel spelen bij verdachte nog een aantal algemene risicofactoren, te weten criminele antecedenten, de hulpverleningsgeschiedenis, een gecompromitteerd arbeidsverleden, een gebrekkige dagbesteding en beperkte sociale steun. Volgens de psychiater heeft verdachte een goed probleeminzicht, hetgeen waardevol is voor een goede zorgprognose. De psychiater beveelt aan om de lopende behandeling van verdachte bij “De Tender” te continueren in het kader van een bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijk strafdeel.

Bij het reclasseringsadvies van 16 juli 2014 heeft de reclassering geadviseerd om een (gedeeltelijk) voorwaardelijke straf op te leggen. Als bijzondere voorwaarden dienen te worden gesteld: een meldplicht, een verbod om contact te (laten) leggen met aangeefster en een verplichting om zich te laten behandelen voor de door het NIFP gediagnosticeerde psychische problematiek bij “De Tender” te Deventer.

Nu uit het rapport van de psychiater volgt dat de door verdachte gepleegde feiten sterk samenhangen met zijn problematiek, dient er ernstig rekening mee te worden gehouden dat verdachte wederom een soortgelijk misdrijf zal plegen als voor deze problematiek geen oplossing wordt gevonden. De rechtbank neemt tevens in aanmerking dat verdachte de behandelnoodzaak inziet en in de afgelopen periode zelf een voortvarende start heeft gemaakt met het volgen van een behandeling bij “De Tender”. De rechtbank acht van belang dat deze behandeling doorgang vindt en zal de behandelverplichting als bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijke strafdeel opleggen.

Hoewel de ernst van de feiten in beginsel het opleggen van een vrijheidsbenemende straf rechtvaardigt, acht de rechtbank het, vanwege genoemde behandelnoodzaak, niet opportuun om verdachte opnieuw in detentie te sturen. De rechtbank zal verdachte daarom veroordelen tot het verrichten van een taakstraf gedurende 120 uren. Daarnaast zal de rechtbank aan verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen met daaraan gekoppeld de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden, waaronder de bijzondere voorwaarde van een contactverbod met [slachtoffer] voor de duur van de proeftijd. De duur van de proeftijd bepaalt de rechtbank daarbij op drie jaren.

Anders dan door de officier van justitie geëist, ziet de rechtbank geen noodzaak voor het daarnaast opleggen van een maatregel als bedoeld in artikel 38v Sr. Door het opleggen van een contactverbod als bijzondere voorwaarde wordt voldoende voorzien in het voorkomen van contact tussen verdachte en [slachtoffer].

9 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 57 Sr.

10 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

  • -

    verklaart bewezen, dat verdachte het onder feit 1, feit 2 en feit 3 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder feit 1, feit 2 en feit 3 meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

    feit 1: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd, en met verkrachting, meermalen gepleegd;
    feit 2: belaging;

feit 3: smaad, meermalen gepleegd;

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder feit 1, feit 2 en feit 3 bewezenverklaarde;

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid gedurende 120 uren;

  • -

    beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 60 dagen;

  • -

    beveelt dat de tijd die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de taakstraf in mindering wordt gebracht, waarbij als maatstaf geldt dat voor de eerste 60 in verzekering of voorlopige hechtenis doorgebrachte dagen, twee uren en voor de resterende dagen één uur per dag aftrek plaatsvindt;

  • -

    veroordeelt verdachte daarnaast tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren;

  • -

    bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:
    - omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- omdat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of omdat de veroordeelde geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden;

- omdat de veroordeelde geen medewerking aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, Sr heeft verleend, medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- omdat de veroordeelde tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd;

  • -

    stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens de Reclassering Nederland;

  • -

    stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende binnen vijf dagen volgend op het vonnis moet melden bij de reclassering, waarna de veroordeelde zich dient te blijven melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

  • -

    stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich ambulant moet laten behandelen bij voor de door het NIFP gediagnosticeerde psychische problematiek bij de polikliniek “De Tender” te Deventer, of soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;

  • -

    stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer], wonende te Haaksbergen aan de H. van de Haarstraat 23;

  • -

    draagt deze reclasseringsinstelling op om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

opheffing bevel voorlopige hechtenis

- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Melaard, voorzitter, mr. J. Wentink en

mr. P.M.F. Schreurs, rechters, in tegenwoordigheid van mr. W.J. van der Leest, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 12 november 2014.