Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2014:5960

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
11-11-2014
Datum publicatie
11-11-2014
Zaaknummer
08/760278-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte is ten laste gelegd dat zij (primair) een man zwaar heeft mishandeld, dan wel (subsidiair) heeft geprobeerd hem zwaar te mishandelen dan wel (meer subsidiair) de gezondheid van de man heeft benadeeld.

Verdachte heeft in de periode van januari 2013 tot en met 27 november 2013 in Denekamp aan de man de noodzakelijke en voorgeschreven medicatie onthouden en aan hem andere medicijnen verstrekt.

De rechtbank stelt op grond van rapportages vast dat verdachte volledig vanuit haar waan heeft gehandeld en dat zij haar handelingen heeft verricht in de volle overtuiging dat de man hiermee werd gered. Dit brengt de rechtbank tot het oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte opzettelijk de gezondheid van de man heeft benadeeld.

De rechtbank spreekt verdachte vrij van het primair, subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
EeR 2015, afl. 1, p. 30

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08/760278-13

Datum vonnis: 11 november 2014

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedag] 1953 in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats], [adres].

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 28 maart 2014, 15 juni 2014 en 28 oktober 2014. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. A. Hermelink en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. B.J. Schadd, advocaat te Arnhem, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

(primair) [naam] zwaar heeft mishandeld, dan wel (subsidiair) heeft geprobeerd [naam] zwaar te mishandelen dan wel (meer subsidiair) de gezondheid van [naam] heeft benadeeld.

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:

zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van januari 2013 tot

en met 27 november 2013 te Denekamp, gemeente Dinkelland, althans in

Nederland, aan een persoon genaamd [naam], (telkens)

opzettelijk zwaar lichamelijk letsel ((een) epileptisch(e) insult(en)) heeft

toegebracht, door deze opzettelijk (meermalen) de noodzakelijke en

voorgeschreven medicatie en/of noodzakelijke zorg vanuit

hulpverleningsinstanties te onthouden en/of andere medicijnen te

verstrekken/toe te dienen;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van januari 2013 tot

en met 27 november 2013 te Denekamp, gemeente Dinkelland, althans in

Nederland,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon

genaamd [naam], (telkens) opzettelijk zwaar lichamelijk letsel

toe te brengen, met dat opzet (meermalen) die [naam] voornoemd zijn

noodzakelijke en voorgeschreven medicatie en/of noodzakelijke zorg vanuit

hulpverleningsinstanties heeft onthouden en/of andere medicijnen heeft

verstrekt/toegediend, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet

is voltooid;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, MEER SUBSIDIAIR, terzake dat

zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van januari 2013 tot

en met 27 november 2013 te Denekamp, gemeente Dinkelland, althans in

Nederland,

(telkens) opzettelijk de gezondheid van een persoon genaamd [naam]

[naam] heeft benadeeld door met dat opzet (meermalen) die [naam]

voornoemd zijn noodzakelijke en voorgeschreven medicatie en/of noodzakelijke

zorg vanuit hulpverleningsinstanties te onthouden en/of andere medicijnen te

verstrekken/ toe te dienen, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn

heeft ondervonden.

3 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair en subsidiair tenlastegelegde niet kan worden bewezen. De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake het meer subsidiair tenlastegelegde wegens ontoerekeningsvatbaarheid wordt ontslagen van alle rechtsvervolging, alsmede dat verdachte ingevolge artikel 37 Wetboek van Strafrecht (Sr) wordt geplaatst in een psychiatrisch ziekenhuis.

4 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5 De beoordeling van het bewijs

Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of het tenlastegelegde feit bewezenverklaard kan worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte het feit heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

5.1

De feiten die niet ter discussie staan

Verdachte heeft in de periode van januari 2013 tot en met 27 november 2013 in Denekamp aan [naam] de noodzakelijke en voorgeschreven medicatie onthouden en aan [naam] andere medicijnen verstrekt.

5.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair en subsidiair tenlastegelegde niet kan worden bewezen nu onvoldoende informatie in het dossier aanwezig is over de mate van opgelopen schade bij [naam] na de epileptische aanvallen.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het meer subsidiair tenlastegelegde kan worden bewezen. Hiertoe heeft zij aangevoerd dat verdachte aan [naam] gedurende een periode de inname van voorgeschreven medicatie heeft tegengehouden en aan [naam] andere dan de voorgeschreven medicatie heeft toegediend. [naam] heeft in deze periode meermalen een epileptische aanval gehad. Verdachte heeft derhalve de gezondheid van [naam] benadeeld. De officier van justitie heeft in dat verband voorts aangevoerd dat [naam] door het handelen van verdachte meermalen in het ziekenhuis is beland en dat verdachte deze [naam] letsel en pijn heeft toegebracht. Ook heeft de officier van justitie een uitspraak van de Hoge Raad aangehaald, (HR 1 maart 1983, NJ 83, 497) waarin is beslist dat het ontberen van voor de gezondheid noodzakelijke geneesmiddelen als lichamelijk letsel kan worden gekwalificeerd.

Met betrekking tot de vereiste opzet heeft de officier van justitie aangevoerd dat verdachte bij vonnis van 18 september 2012 door de rechtbank weliswaar is vrijgesproken van de verdenking van soortgelijke feiten jegens [naam], maar dat die vrijspraak is gevolgd omdat destijds de opzet niet kon worden bewezen. De officier van justitie is van oordeel dat opzet thans wel kan worden aangenomen, omdat verdachte in elk geval na bedoeld vonnis had moeten weten dat zij met haar handelingen de gezondheid van [naam] benadeelde. De officier van justitie heeft voorts gesteld dat verdachte wist dat door haar handelen de gezondheid van [naam] werd benadeeld, omdat er sprake was van een langere periode van onthouding van de juiste medicatie en het verschaffen van andere medicatie, terwijl [naam] in die periode meermalen in het ziekenhuis opgenomen is geweest. Bij verdachte was aldus opzet aanwezig op de benadeling van de gezondheid van [naam].

5.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich namens verdachte primair op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van het tenlastegelegde feit. De raadsman heeft aangevoerd dat niet alleen het causaal verband tussen het handelen van verdachte en de (benadeling van de) gezondheid van de heer [naam] ontbreekt, maar dat bovendien geen sprake is van opzet. De raadsman heeft gesteld dat de conclusies van de deskundigen ten aanzien van de geestelijke gesteldheid van verdachte in de weg staan aan het aannemen van (voorwaardelijk) opzet.

5.3

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

(poging) zware mishandeling

De rechtbank is evenals de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat op basis van het onderhavige dossier niet kan worden bewezen dat verdachte opzet had, al dan niet in voorwaardelijke zin, op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan [naam]. De rechtbank zal verdachte derhalve vrijspreken van het primair en subsidiair tenlastegelegde.

Benadeling van de gezondheid

De rechtbank ziet zich vervolgens gesteld voor de vraag of het opzet van verdachte gericht was op de benadeling van de gezondheid van [naam]. Voor een bewezenverklaring van (voorwaardelijk) opzet op een bepaald gevolg, in dit geval benadeling van de gezondheid, moet verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans hebben aanvaard dat dit gevolg ook daadwerkelijk zal intreden.

Hoewel de rechtbank van oordeel is dat uit de handelingen van verdachte kan worden afgeleid dat zij opzet heeft gehad op het onthouden van de voorgeschreven medicatie en het verstrekken van andere medicatie, is de rechtbank van oordeel dat daarmee niet tevens het (voorwaardelijk) opzet op de benadeling van de gezondheid is bewezen. De deskundigen, H.A. Gerritsen, forensisch psychiater, en B. van Giessen, klinisch psycholoog, hebben geconcludeerd dat bij verdachte sprake is van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de vorm van een waanstoornis van het achtervolgingstype. Tevens heeft Van Giessen geconcludeerd dat de gedragingen van verdachte ten tijde van het tenlastegelegde geheel voortkwamen uit de gediagnosticeerde waanstoornis en dat verdachte wel begrijpt dat zij geen medicijnen mag onthouden, maar dat zij door de stoornis niet in staat was om haar wil in vrijheid te bepalen, omdat zij ervan overtuigd was (en is) dat de aan het slachtoffer voorgeschreven medicatie tot zijn dood zou leiden. De rechtbank acht de inhoud en conclusies van de rapportages zorgvuldig tot stand gekomen en is op grond daarvan van oordeel dat de bij verdachte geconstateerde geestelijke stoornis in de weg staat aan bewezenverklaring van opzet op de benadeling van de gezondheid van [naam]. De rechtbank stelt op grond van genoemde rapportages vast dat verdachte volledig vanuit haar waan heeft gehandeld en dat zij haar handelingen heeft verricht in de volle overtuiging dat [naam] hiermee werd gered. Dit brengt de rechtbank tot het oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte opzettelijk de gezondheid van [naam] heeft benadeeld.

De rechtbank zal verdachte hiervan dan ook vrijspreken.

5.4

De conclusie

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte primair, subsidiair en meer subsidiair is tenlastegelegd, zodat zij haar daarvan zal vrijspreken.

6 De beslissing

De rechtbank verklaart niet bewezen dat verdachte het primair, subsidiair en meer subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt haar daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.H.W. Teekman, voorzitter, mr. G.J. Stoové en

mr. M.H. van der Lecq, rechters, in tegenwoordigheid van D.A.C. Brockötter, griffier,

en is in het openbaar uitgesproken op 11 november 2014.