Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2014:5935

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
05-11-2014
Datum publicatie
10-11-2014
Zaaknummer
07.663007-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Het klaagschrift heeft betrekking op uit hoofde van artikel 94a Sv gelegde beslagen op onroerende goederen, zaken en vorderingen.

De rechtbank verklaart het klaagschrift gegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team strafrecht

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 07.663007-12

Klaagschriftnummer: 14/55

Beschikking enkelvoudige raadkamer op het klaagschrift, als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering:

[klaagster],

geboren op [geboortedag] 1967 te [geboorteplaats],

domicilie kiezende ten kantore van mr. G. Spong,

postbus 15812, te (1001 NH) Amsterdam, Keizersgracht 278,

verder te noemen: klaagster.

1 Het verloop van de procedure

Het klaagschrift, gedateerd 2 september 2014, is op 3 september 2014 op de griffie van de rechtbank ontvangen. Het is ingediend namens klaagster door mr. G. Spong, advocaat te Amsterdam.

Het klaagschrift heeft betrekking op uit hoofde van artikel 94a Sv gelegde beslagen op onroerende goederen, zaken en vorderingen.

Het klaagschrift is behandeld op de openbare zitting van de raadkamer van 22 oktober 2014. Bij de behandeling zijn de officier van justitie, mr. B.C. van Haren, klager, mr. G. Spong en mr. J.T.E. Vis, advocaten te Amsterdam, gehoord.

2 De standpunten van klager en de officier van justitie

Standpunten van klager

Klaagster heeft primair verzocht de onder haar op onroerende goederen, zaken en vorderingen ex 94a Wetboek van Strafvordering gelegde beslagen op te heffen. Wat betreft het op de onroerende zaken gelegde (conservatoire) beslag heeft de raadsman ter zitting nog aangegeven dat het verzoek slechts ziet op die onroerende zaken die uitsluitend op naam van klaagster zijn gesteld.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd primair het klaagschrift niet-ontvankelijk te verklaren en subsidiair tot ongegrondverklaring van het klaagschrift.

3 De bevoegdheid van de rechtbank

De rechtbank Overijssel is bevoegd van het klaagschrift kennis te nemen.

4 De ontvankelijkheid

De rechtbank is van oordeel dat het klaagschrift tijdig is ingediend. Een termijnoverschrijding als bedoeld in artikel 552a, derde lid, Wetboek van Strafvordering doet zich niet voor nu de zaak nog niet tot een einde is gekomen. Het klaagschrift is ook voor het overige ontvankelijk.

5 De beoordeling

De rechtbank stelt vast dat er ten tijde van zijn beslissing sprake is van een (niet onherroepelijke) veroordeling van klaagster wegens een misdrijf waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd.

Klaagster is sinds ongeveer vijfentwintig jaar eigenaresse en uitbater van coffeeshop ‘Sky High’ te Zwolle. In het vonnis van de meervoudige strafkamer van deze rechtbank, gewezen op 25 februari 2014, heeft de rechtbank overwogen dat coffeeshop ‘Sky High’ te Zwolle (hierna: de coffeeshop) bewust en expliciet is gedoogd op grond van de zogenaamde AHOJG-criteria uit de Aanwijzing Opiumwet (Stcrt. 2000, nr. 250 en 2010, nr. 20611).

In voormelde aanwijzing is onder het kopje “Strakker gedoogbeleid’ weergegeven dat de maximale handelsvoorraad van gedoogde coffeeshops de 500 gram niet te boven mag gaan. In voormeld strafvonnis heeft de rechtbank bewezenverklaard dat klager meer dan de hiervoor genoemde handelsvoorraad – middels stashes – aanwezig heeft gehad in de coffeeshop. Tegelijkertijd heeft de rechtbank overwogen dat de vervolging in deze concrete zaak een trendbreuk vormt op het sinds jaar en dag gevolgde gedoogbeleid, waarbij geen acht werd geslagen op de bevoorrading aan de achterdeur of de aanwezigheid van voorraden buiten de coffeeshop.

Op basis van de overwegingen uit het hiervoor genoemde strafvonnis heeft de rechtbank geconcludeerd dat klaagster er in het verleden steeds zorg voor heeft gedragen dat haar coffeeshop paste in het lokale gedoogbeleid en dat zij aan de eisen van alle lokaal opererende instanties voldeed. Tevens heeft de rechtbank in voormeld strafvonnis geoordeeld dat klaagster inzicht in haar financiële administratie heeft gegeven en dat op basis van het strafrechtelijk onderzoek geen – niet te verwachten geldstromen – zijn aangetroffen anders dan door klaagster zelf reeds aangegeven. Klaagster is bij voormeld strafvonnis vrijgesproken ter zake van witwassen.

Ter zitting in raadkamer is onweersproken naar voren gebracht dat de belastingdienst de boekhouding van de coffeeshop heeft bijgehouden en steeds goed heeft bevonden. Van illegale geldstromen is niets gebleken. De hoge omzetten van de coffeeshop waren aldus bij de overheid bekend en over de omzet is telkens belasting betaald.

Gelet hierop en op de omstandigheid dat klaagster bij voormeld strafvonnis van de meervoudige strafkamer van deze rechtbank ter zake van de bewezenverklaarde feiten schuldig is verklaard, terwijl om bovengenoemde redenen geen straf of maatregel is opgelegd, is de rechtbank van oordeel dat het thans hoogst onwaarschijnlijk is te achten dat de strafrechter, later oordelend, aan klager een verplichting tot betaling van een geldbedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel zal opleggen.

Het klaagschrift wordt gegrond verklaard.

6 De beslissing

De rechtbank verklaart het klaagschrift gegrond.

De rechtbank gelast de teruggave dan wel heft op het conservatoir beslag inzake:

  • -

    de onroerende zaken staande en gelegen te Zwolle aan de [adres 1] en [adres 2];

  • -

    de auto’s, merk Porsche, voorzien van kentekens [kenteken 1] en [kenteken 2];

  • -

    de bankrekening(en) (tezamen) een bedrag van € 726.302,00 belopend;

  • -

    contant geld tot een bedrag van € 6.654,32;

  • -

    effecten/aandelen ten tijde van de inbeslagname een waarde belopend van

€ 168.833,00.

Aldus gedaan door mr. S.M.M. Bordenga, rechter, in tegenwoordigheid van mr. J.R.J. Aink als griffier en in het openbaar uitgesproken op 5 november 2014.