Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2014:5864

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
06-11-2014
Datum publicatie
06-11-2014
Zaaknummer
08/710085-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Overijssel veroordeelt een 16-jarig meisje uit Enschede tot een jeugddetentie van 135 dagen, waarvan 90 dagen voorwaardelijk, en een taakstraf van 90 uur. Tijdens twee vechtpartijen met een medescholiere gebruikte zij ernstig geweld. Zo schopte zij het slachtoffer tegen het hoofd en de rug. Eén van de vechtpartijen werd opgenomen met een telefoon en later op internet geplaatst. Als bijkomende voorwaarde moet het meisje zich laten begeleiden en behandelen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08/710085-14

Datum vonnis: 6 november 2014

Vonnis op tegenspraak van de rechtbank Almelo, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Almelo tegen de minderjarige:

[verdachte],

geboren op [geboortedag] 1998 in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats], [adres].

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting achter gesloten deuren van 23 oktober 2014. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. C.P. Dronkers en van hetgeen door de verdachte en haar raadsvrouw mr. M. Kieft, advocaat te Enschede, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1 (primair): op 10 juni 2014 geprobeerd heeft samen met anderen of alleen [slachtoffer] te doden, dan wel (subsidiair) haar zwaar te mishandelen, dan wel (meer subsidiair) dat verdachte samen met anderen of alleen [slachtoffer], al dan niet met voorbedachte raad, heeft mishandeld.

feit 2 (primair): op 22 april 2014 geprobeerd heeft samen met anderen of alleen [slachtoffer] te doden, dan wel (subsidiair) haar zwaar te mishandelen, dan wel (meer subsidiair) dat verdachte samen met anderen of alleen [slachtoffer] heeft mishandeld.

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:

1.

zij op of omstreeks 10 juni 2014

in de gemeente Enschede

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer]

van het leven te beroven, met dat opzet die [slachtoffer] met geschoeide voet één

of meermalen tegen en/of op het (achter) hoofd en/of nek en/of tegen het

gezicht heeft/hebben gestampt en/of geschopt en/of getrapt, terwijl die

[slachtoffer] op de grond lag en/of zat en/of die [slachtoffer] (met kracht) (elders)

tegen het bovenlichaam heeft getrapt/geschopt en/of geslagen/gestompt, terwijl

de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

zij op of omstreeks 10 juni 2014

in de gemeente Enschede

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, aan een persoon genaamd

[slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat

opzet genoemde [slachtoffer] met geschoeide voet één of meermalen tegen en/of op

het (achter)hoofd en/of nek en/of het gezicht heeft/hebben geschopt en/of

gestampt en/of getrapt, terwijl die [slachtoffer] op de grond lag en/of zat en/of

genoemde [slachtoffer] in/tegen de rug en/of (elders) tegen het bovenlichaam heeft

geslagen en/of gestompt en/of getrapt en/of geschopt, terwijl de uitvoering

van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, MEER SUBSIDIAIR, terzake dat

zij op of omstreeks 10 juni 2014

in de gemeente Enschede,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk en met voorbedachten rade mishandelend, althans opzettelijk

mishandelend, een persoon, [slachtoffer], opzettelijk, na kalm beraad en

rustig overleg, althans opzettelijk die [slachtoffer] met geschoeide voet één of

meermalen tegen en/of op het (achter)hoofd en/of nek en/of het gezicht

heeft/hebben geschopt en/of gestampt en/of getrapt (terwijl die [slachtoffer] op

de grond lag/zat) en/of die [slachtoffer] in/tegen de rug en/of (elders) tegen het

lichaam heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of getrapt/geschopt en/of met

kracht bij/aan de haren heeft vastgepakt en/of getrokken, tengevolge waarvan

die [slachtoffer] enig lichamelijk letsel heeft bekomen en/of pijn heeft

ondervonden;

2.

zij op of omstreeks 22 april 2014

in de gemeente Enschede

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen althans alleen, opzettelijk [slachtoffer]

van het leven te beroven, met dat opzet genoemde [slachtoffer] meermalen althans

eenmaal (telkens) in/op/tegen het gezicht en/of/althans tegen het hoofd en/of

(elders) tegen het bovenlichaam heeft getrapt en/of geschopt, terwijl de

uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 2 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

zij op of omstreeks 22 april 2014

in de gemeente Enschede

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, aan een persoon genaamd

[slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat

opzet genoemde [slachtoffer] meermalen althans eenmaal (telkens) in/op/tegen het

gezicht en/of/althans tegen het hoofd en/of (elders) tegen het (boven-)lichaam

heeft/hebben getrapt en/of geschopt en/of geslagen en/of gestompt, terwijl de

uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 2 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, MEER SUBSIDIAIR, terzake dat

zij op of omstreeks 22 april 2014,

in de gemeente Enschede,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]), meermalen

althans eenmaal (telkens) aan de haren heeft/hebben getrokken en/of genoemde

[slachtoffer] in/op/tegen het gezicht althans tegen hoofd en/of/althans (elders)

tegen het lichaam heeft/hebben geschopt en/of getrapt en/of geslagen en/of

gestompt, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

3 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte van het onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde wordt vrijgesproken en dat zij voor het onder 1 subsidiair en 2 subsidiair tenlastegelegde wordt veroordeeld tot jeugddetentie voor de duur van 45 dagen met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een werkstraf van 90 uur en tot drie maanden voorwaardelijke jeugddetentie met een proeftijd van twee jaar met als bijzondere voorwaarde toezicht door de jeugdreclassering met name door de William Schrikker Groep, ook als dat inhoudt het ondergaan van ambulante behandeling bij Care Express of een soortgelijke instelling.

Ten slotte vordert de officier van justitie dat het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis wordt opgeheven.

4 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5 De beoordeling van het bewijs

5.1

feit 1

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het onder 1 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

zij op 10 juni 2014 in de gemeente Enschede ter uitvoering van het voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet die [slachtoffer] met geschoeide voet tegen het (achter)hoofd en nek en tegen het gezicht heeft geschopt en getrapt, terwijl die [slachtoffer] op de grond lag en zat en die [slachtoffer] met kracht tegen het bovenlichaam heeft getrapt/geschopt en geslagen/gestompt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

In geval van hoger beroep zullen de gebruikte bewijsmiddelen worden opgenomen in een aanvulling bij dit vonnis. De in die bewijsmiddelen voorkomende feiten en omstandigheden zijn redengevend voor deze beslissing. De inhoud van de bewijsmiddelen is telkens alleen gebruikt voor het bewijs van het feit waarop het in het bijzonder betrekking heeft.

De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in haar verdediging geschaad.

5.1

feit 2

De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte het onder 2 primair tenlastegelegde heeft begaan, zodat zij haar daarvan zal vrijspreken. De rechtbank overweegt daarbij dat er onvoldoende duidelijkheid is over de kracht waarmee verdachte het slachtoffer tegen het hoofd heeft geschopt en over de mate van waarschijnlijkheid dat een dergelijke trap tegen het hoofd tot de dood zou leiden.

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het onder 2 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

zij op 22 april 2014 in de gemeente Enschede ter uitvoering van het misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet genoemde [slachtoffer] tegen het hoofd en tegen het (boven-)lichaam heeft getrapt en geschopt en geslagen of gestompt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

In geval van hoger beroep zullen de gebruikte bewijsmiddelen worden opgenomen in een aanvulling bij dit vonnis. De in die bewijsmiddelen voorkomende feiten en omstandigheden zijn redengevend voor deze beslissing. De inhoud van de bewijsmiddelen is telkens alleen gebruikt voor het bewijs van het feit waarop het in het bijzonder betrekking heeft.

De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in haar verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder 1 primair en 2 subsidiair meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij haar daarvan zal vrijspreken.

6 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 45, 287 en 302 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1 primair

het misdrijf: poging tot doodslag

feit 2 subsidiair

het misdrijf: poging tot zware mishandeling.

7 De strafbaarheid van de verdachte

Namens de verdediging is ontslag van alle rechtsvervolging bepleit wegens psychische overmacht. Het feit dat verdachte jarenlang is gepest, heeft op het moment van de feiten

een zodanige hevige gemoedsbeweging veroorzaakt, dat zij daaraan geen weerstand kon bieden.

De rechtbank overweegt als volgt.

Van psychische overmacht is sprake bij een van buiten komende drang waaraan de verdachte redelijkerwijze geen weerstand kan en ook niet behoeft te bieden.

Uit de stukken en uit het verhandelde ter terechtzitting is echter niet gebleken van feiten en omstandigheden die nopen tot de conclusie dat op het moment van het plegen van de feiten sprake was van een van buiten komende oorzaak, waaraan verdachte geen weerstand kon en behoefde te bieden.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

8 De op te leggen straf of maatregel

8.1

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

Het dient verdachte ernstig te worden aangerekend dat zij zich zeer agressief heeft gedragen tegenover [slachtoffer]. Door haar zo tegen het hoofd en het lichaam te schoppen en te slaan dat er sprake is van een poging tot doodslag respectievelijk poging tot zware mishandeling op 10 juni 2014 respectievelijk op 22 april 2014, heeft verdachte de grenzen van het toelaatbare ernstig overschreden. Verdachte mag zich gelukkig prijzen dat het slachtoffer niet veel ernstiger gewond is geraakt; wel heeft zij forse hoofd- en nekpijn ondervonden.

Het is een feit van algemene bekendheid dat dit soort geweldsdelicten ook een behoorlijke impact hebben op het welbevinden en het gevoel van veiligheid van het slachtoffer. Daarnaast veroorzaken feiten als deze ook in de samenleving gevoelens van onrust en onveiligheid.

Het feit dat het slachtoffer onwaarheden over verdachte heeft verspreid, is kwetsend voor verdachte maar biedt geen rechtvaardiging voor de toepassing van dergelijk excessief geweld.

De rechtbank zal bij de strafoplegging rekening houden met het over verdachte uitgebrachte psychologisch rapport, opgesteld door de deskundigen V. Lammers en R.J.B. Metze, beiden GZ-psycholoog, van 1 september 2014 en het advies van de Raad voor de Kinderbescherming van J. de Jonge van 19 september 2014. Daarnaast heeft de rechtbank rekening gehouden met het advies van de Jeugdreclassering van 16 oktober 2014.

Uit het over verdachte uitgebrachte psychologisch rapport blijkt dat er sprake is van een angststoornis NAO met depressieve kenmerken, cognitieve achterstand en een bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling en dat hiervan ook sprake was ten tijde van het plegen van het tenlastegelegde, indien bewezen verklaard. Hetgeen ten laste wordt gelegd, lijkt mede in verband te staan met de beschreven persoonlijkheidsontwikkeling en het niveau van cognitief functioneren. Er is sprake van een achterstand in de sociaal-emotionele en cognitieve ontwikkeling. Het tenlastegelegde (indien bewezen) valt hieruit deels te verklaren.

Omdat het tenlastegelegde mede voortkomt uit de gebrekkige ontwikkeling/ziekelijke stoornis, adviseren de rapporteurs betrokkene als verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen. Betrokkene was zich bewust van het ontoelaatbare van haar gedrag, maar heeft op grond van haar gebrekkige ontwikkeling en ziekelijke stoornis op dat moment niet naar een dergelijk besef kunnen handelen. Met de persoonlijkheidsdynamiek is betrokkene verminderd in staat geweest om tot andere keuzes te komen of haar gedrag tussentijds bij te sturen en/of beslissingen te heroverwegen, aldus de rapporteurs.

De rapporteurs adviseren ter preventie van recidive en ter bevordering van een zo gunstig mogelijke ontwikkeling van betrokkene - bij bewezenverklaring - een (deels) voorwaardelijk strafdeel op te leggen met als bijzondere voorwaarde een verplicht jeugdreclasseringscontact, waarbij zij zich dient te houden aan de aanwijzingen van de reclasseringsambtenaar, ook als dit inhoudt het volgen van verplichte behandeling/begeleiding.

De Jeugdreclassering en de Raad voor de Kinderbescherming scharen zich achter de conclusies en het advies van bovengenoemde rapporteurs. De noodzakelijke behandeling kan worden geboden door een instelling waar specialistische ambulante GGZ hulpverlening wordt geboden, zoals Care-Express.

De rechtbank neemt de conclusie van de deskundigen over en is van oordeel dat de feiten verdachte in verminderde mate kunnen worden toegerekend. In die context is meegewogen dat verdachte kampt met persoonlijke problematiek en dat zij een aantal traumatiserende gebeurtenissen heeft meegemaakt, waaronder het feit dat zij afgewezen en/of gepest is door leeftijdsgenoten, hetgeen een negatief effect heeft gehad op haar gevoel van eigenwaarde en zelfvertrouwen.

Ook houdt de rechtbank er rekening mee dat verdachte nog maar vijftien jaar oud was ten tijde van het plegen van de feiten en dat zij niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest.

Voorts weegt mee dat verdachte zelf ook de gevolgen van haar handelen heeft ondervonden, in veel ruimere mate dan gebruikelijk. Verdachte heeft 45 dagen in voorarrest doorgebracht, weliswaar grotendeels thuis, maar dit is een zware periode geweest. Zij is van school verwijderd en tot op heden is er nog geen andere school voor haar gevonden.

Het filmpje van het voorval op 10 juni 2014 is op het Internet gezet en vervolgens heeft verdachte de maatschappelijke verontwaardiging en afkeuring in volle omvang over zich heen gekregen, is zij bedreigd en heeft het gezin daar ook onder geleden. Genoemde omstandigheden worden in straf verminderende zin meegewogen.

De rechtbank overweegt dat voor de bewezenverklaarde feiten, gezien de ernst daarvan, in beginsel een langdurige onvoorwaardelijke vrijheidsstraf op zijn plaats is. Mede gelet op de rapportage van de deskundigen en het advies van de Raad voor de Kinderbescherming, is de rechtbank van oordeel dat het, in het kader van voorkoming van feiten als de onderhavige, van groot belang is dat verdachte wordt behandeld.

Gelet op de hiervoor genoemde factoren, is een jeugddetentie van vier maanden en vijftien dagen op zijn plaats. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot een werkstraf van de hierna vermelde duur.

Van de jeugddetentie kan - gelet op de strafverminderende factoren - een gedeelte in voorwaardelijke vorm worden opgelegd mede om te voorkomen dat verdachte wederom dergelijke feiten zal plegen en om het stellen van een noodzakelijk geachte bijzondere voorwaarde mogelijk te maken.

Alles overwegende acht de rechtbank het passend en geboden dat verdachte wordt veroordeeld tot jeugddetentie voor de duur van 135 dagen, waarvan 90 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren met als bijzondere voorwaarde toezicht van de jeugdreclassering, met name uit te voeren door de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering. In dat kader dient verdachte als dat nodig wordt gevonden mee te werken aan een ambulante behandeling. De tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht wordt op de jeugddetentie in mindering gebracht.

Daarnaast wordt verdachte veroordeeld tot een werkstraf van 90 uur.

11 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 27, 77a, 77g, 77h,77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa,77gg Sr.

12 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

  • -

    verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 2 primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt haar daarvan vrij;

  • -

    verklaart bewezen, dat verdachte het onder 1 primair en het onder 2 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt haar daarvan vrij;

strafbaarheid

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

    feit1 primair: poging tot doodslag
    feit 2 subsidiair: poging tot zware mishandeling;

  • -

    verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1 primair en 2 subsidiair bewezenverklaarde;

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot jeugddetentie voor de duur van honderdvijfendertig (135) dagen, waarvan negentig (90) dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren;

  • -

    bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:
    - omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;
    - omdat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van haar identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of omdat de veroordeelde geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden;

- omdat de veroordeelde tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

  • -

    stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens de Jeugdreclassering van de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, ook als dat inhoudt het volgen van een ambulante behandeling bij Care-Express of een soortgelijke instelling;

  • -

    draagt de jeugdreclassering op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarden;

  • -

    bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de jeugddetentie geheel in mindering zal worden gebracht;

  • -

    veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid van 90 uren;

  • -

    beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 45 dagen;

opheffing bevel voorlopige hechtenis

- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.J. Stoové, voorzitter, mr. L.T. Vogel en mr. C. Verdoold, rechters, tevens kinderrechters, in tegenwoordigheid van mr. A. Akfidan-Turan, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 6 november 2014.

Mr. L.T. Vogel is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.