Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2014:5830

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
04-11-2014
Datum publicatie
04-11-2014
Zaaknummer
08.955509-13 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank rekent het de verdachte ernstig aan dat hij cocaïne heeft gedeald. Het is algemeen bekend dat drugs een ernstige bedreiging vormen voor de volksgezondheid en dat een aanmerkelijk deel van de criminaliteit direct of indirect haar oorsprong vindt in het gebruik van drugs. Het meewerken aan de handel in deze verdovende middelen vormt aldus een ernstige inbreuk op de rechtsorde.

Nu in onderhavig geval niet bewezen is verklaard dat verdachte met enige regelmaat heeft gedeald, maar slechts twee keer een kleine hoeveelheid cocaïne heeft verstrekt, ziet de rechtbank aanleiding om te volstaan met een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 08.955509-13 (P)

Datum vonnis: 4 november 2014

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedag] 1988 in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats], [adres].

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 21 oktober 2014. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. G.C. Pol en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. R.W. van Faassen, advocaat te Zwolle, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte al dan niet samen met een ander of anderen cocaïne aanwezig heeft gehad en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd.

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:

hij op één of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 12 oktober 2012 tot en met 1 juni 2013 in de gemeente Kampen en/of Harderwijk en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad en/of opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, aan personen genaamd [betrokkene 1] en/of [betrokkene 2] en/of een of meer andere personen, een (grote) hoeveelheid cocaïne, in elke geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende 3,4-methyleendioxymethamfetamine (MDMA) en/of tenamfetamine (MDA) en/of N-ethyl-DMA (MDEA) en/of methamfetamine en/of amfetamine, zijnde cocaïne een

middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

art. 2 ahf/ond C Opiumwet

3 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden.

4. De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5 De beoordeling van het bewijs

Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of het tenlastegelegde feit bewezenverklaard kan worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte het feit heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

5.1

De vrijspraak die niet ter discussie staat

Evenals de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte cocaïne heeft afgeleverd aan de personen [betrokkene 1] en [betrokkene 3]. De rechtbank zal verdachte van deze onderdelen van de tenlastelegging vrijspreken, waarbij de rechtbank overigens opmerkt dat de naam [betrokkene 3] niet in de tenlastelegging staat vermeld maar door de officier van justitie onder de woorden “andere personen” wordt begrepen.

5.2

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard voor wat betreft het verkopen en/of afleveren van cocaïne aan de personen [betrokkene 4] en [betrokkene 2].

In het kader van de bewezenverklaring ten aanzien van [betrokkene 4] heeft de officier van justitie gewezen op de volgende omstandigheden. Verdachte was bij het verlaten van de woning van [betrokkene 4] in het bezit van een geldbedrag van € 1.400,--, in de woning van [betrokkene 4] zijn verdovende middelen aangetroffen, in de auto van verdachte is een verbogen compartiment aangetroffen waar een drugshond op aansloeg, verdachte was in het bezit van een drietal mobiele telefoons waarop drugsgerelateerde sms-berichten zijn aangetroffen en er heeft voorafgaand aan de deal telefonisch contact tussen de mobiele telefoon van verdachte en de mobiele telefoon van [betrokkene 4] plaatsgevonden. Deze omstandigheden dienen, in onderlinge samenhang beschouwd, tot een bewezenverklaring van het verkopen en/of afleveren van cocaïne aan [betrokkene 4] te leiden, zo stelt de officier van justitie.

In het kader van de bewezenverklaring ten aanzien van [betrokkene 2] heeft de officier van justitie gewezen op de verklaring van [betrokkene 2] en de SMS geschiedenis van de telefoon van verdachte. Hieruit kan worden afgeleid dat verdachte twee maal cocaïne van verdachte heeft gekocht, zo stelt de officier van justitie.

De raadsman van verdachte heeft zich gemotiveerd op het standpunt gesteld dat verdachte integraal van het ten laste gelegde moet worden vrijgesproken omdat er onvoldoende overtuigend bewijs voorhanden is.

5.3

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Evenals de verdediging is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte cocaïne heeft afgeleverd aan [betrokkene 4].

Uit de dossierstukken (pagina’s 173 en 177) is gebleken dat [betrokkene 5] op 24 mei 2013 om 17:40 uur is aangehouden en dat [betrokkene 5] heeft verklaard dat hij cocaïne bij [betrokkene 4] wilde kopen maar dat [betrokkene 4] heeft gezegd dat hij geen cocaïne in huis had en dat [betrokkene 5] maar een uur later terug moest komen.

Uit de in het dossier opgenomen tijdlijn (pagina’s 57 en 58) valt verder af te leiden dat [betrokkene 4] kort na het bezoek van [betrokkene 5] om 17:50 uur zijn woning heeft verlaten en om 20:22 uur is teruggekomen en dat verdachte hierna, om 20:45 uur, de woning van [betrokkene 4] heeft bezocht.

Gelet op de tijdlijn valt naar het oordeel van de rechtbank niet uit te sluiten dat [betrokkene 4] de in zijn woning aangetroffen cocaïne bij iemand anders dan verdachte heeft gekocht in de tijdspanne dat hij buiten de woning is geweest.

Dit lijkt in overeenstemming met de door [betrokkene 4] gedane mededeling dat [betrokkene 5] over een uur moest terugkomen.

De door de officier van justitie aangevoerde omstandigheden brengen de rechtbank niet tot een ander oordeel. In dit verband merkt de rechtbank nog op dat uit de dossierstukken niet is gebleken dat verdachte voorafgaand aan de gestelde deal telefonisch contact met [betrokkene 4] heeft gehad, zoals door de officier van justitie wel is gesteld.

Uit het dossier blijkt enkel dat er op 24 mei 2014 om 20:47 uur met de mobiele telefoon van verdachte contact is gezocht met de mobiele telefoon die bij [betrokkene 4] in gebruik was, maar hierbij staat een gespreksduur van 00:00 uur vermeld (pagina 214).

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank verdachte van dit onderdeel van de tenlastelegging vrijspreken, waarbij de rechtbank opmerkt dat de naam [betrokkene 4] niet in de tenlastelegging staat vermeld maar door de officier van justitie kennelijk onder de woorden “andere personen” wordt begrepen.

De rechtbank acht op grond van de inhoud van bewijsmiddelen wel wettig en overtuigend bewezen dat verdachte twee maal cocaïne heeft verkocht en/of afgeleverd aan [betrokkene 2].

De rechtbank verwijst in dit verband naar de bijlage van dit vonnis waarin de bewijsmiddelen die tot de bewezenverklaring hebben geleid zijn uitgewerkt.

Naar het oordeel van de rechtbank is de door [betrokkene 2] afgelegde verklaring voldoende concreet en kan op grond van deze verklaring in samenhang met de SMS-geschiedenis van verdachte een bewezenverklaring volgen.

5.4

De conclusie

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op tijdstippen in de periode van 12 oktober 2012 tot en met 1 juni 2013 in de gemeente Harderwijk en/of elders in Nederland, opzettelijk heeft verkocht en afgeleverd en verstrekt aan [betrokkene 2] een hoeveelheid cocaïne, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij artikel 10 van de Opiumwet.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.

7 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.

8 De op te leggen straf of maatregel

8.1

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

De rechtbank rekent het de verdachte ernstig aan dat hij cocaïne heeft gedeald. Het is algemeen bekend dat drugs een ernstige bedreiging vormen voor de volksgezondheid en dat een aanmerkelijk deel van de criminaliteit direct of indirect haar oorsprong vindt in het gebruik van drugs. Het meewerken aan de handel in deze verdovende middelen vormt aldus een ernstige inbreuk op de rechtsorde.

Voorts heeft de rechtbank bij de bepaling van de straf de geldende oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) als uitgangspunt genomen. Hierin adviseert het LOVS om in het van met enige regelmaat verkopen/afleveren/verstrekken van gebruikershoeveelheden harddrugs vanuit een pand of op straat gedurende minder dan een maand een gevangenisstraf van drie maanden op te leggen. Nu in onderhavig geval echter niet bewezen is verklaard dat verdachte met enige regelmaat heeft gedeald, maar slechts twee keer een kleine hoeveelheid cocaïne aan [betrokkene 2] heeft vertrekt, ziet de rechtbank aanleiding om te volstaan met een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand.

Hierbij heeft de rechtbank ook rekening gehouden met een uittreksel justitiële documentatie van verdachte d.d. 30 september 2014 waaruit blijkt dat verdachte niet eerder strafrechtelijk is veroordeeld.

8.2

De inbeslaggenomen voorwerpen

De officier van justitie heeft gevorderd dat het inbeslaggenomen geldbedrag van € 1.444,--verbeurd wordt verklaard omdat aannemelijk is geworden dat dit geld, gelet op de kleine coupures, uit de handel in cocaïne met [betrokkene 4] is verkregen.

De raadsman van verdachte heeft zich ten aanzien van het geldbedrag geen standpunt ingenomen.

De rechtbank zal de teruggave aan verdachte gelasten van het aan hem toebehorende geldbedrag, aangezien dit geldbedrag niet vatbaar is voor verbeurdverklaring dan wel onttrekking aan het verkeer. Het Openbaar Ministerie heeft - gelet ook op hetgeen verdachte hierover ter terechtzitting heeft verklaard - onvoldoende aangetoond dat het geldbedrag geheel of ten dele door de handel in cocaïne is verkregen. Hierbij neemt de rechtbank in aanmerking dat verdachte niet is veroordeeld voor het verkopen van verdovende middelen aan [betrokkene 4].

9 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 10, 27 en 91 van het Wetboek van Strafrecht.

10 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

  • -

    verklaart bewezen, het tenlastegelegde zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
    Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.

  • -

    verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 1 maand

  • -

    bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

de inbeslaggenomen voorwerpen

- gelast de teruggave van het op de kennisgevingen van inbeslagneming vermelde geldbedrag van € 1.444,-- aan veroordeelde (pagina’s 433 en 439).

Aldus gewezen door mr. L.J.C. Hangx, voorzitter, mrs. F. van der Maden en E. Leentjes, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.R. Lageveen als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 oktober 2014.

Mr. E. Leentjes voornoemd was buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

1.

- het (als bijlage bij het door [verbalisant 2], brigadier van politie op 10 augustus 2013 in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal nummer PL 20130132343 gevoegde) door de bevoegd opsporingsambtenaar [verbalisant 1] op 7 augustus 2013 in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal verhoor verdachte, inhoudende de door [betrokkene 2] afgelegde verklaring, onder meer inhoudende:

V: Ik heb gisteren het nummer [telefoonnummer 1] van je genoteerd. (…) begrijp ik dat dit jouw telefoonnummer is?

A: Dat is juist

(…)

V: Wanneer heb je voor het laatst drugs gebruikt?

A: Een maand of drie á vier geleden.

V: Welke drugs gebruikte je?

A: Cocaïne (…)

V: Waar kocht je dan?

A: (…) Ik kreeg (…) via, via, via een telefoonnummer. Ik belde dan, of sms-te om af te spreken ergens in Harderwijk. (…)

V: Hoe kan het dat er met jouw telefoon een bericht is gestuurd naar een mobiele telefoon waarin jij het volgende zegt:

2 mei 2013 03:56:01 Yo man waar ben jij dan?

2 mei 2013 04:02:28 Yo man. Kan ff snel langs komen?

4 mei 2013 00:13:33

Deze berichten zijn verzonden vanaf jouw telefoon. (…)

A: (…) Het is wel mijn type tekst. Dit soort berichten stuurde ik wel als ik wat wilde kopen.

V: Ben jij degene die de sms heeft verstuurd?

A: Ik ga er van uit van wel.

V: Het laatste bericht is twee dagen later verzonden. Het lijkt mij dat je eerst gekocht hebt en later betaald. Klopt dat?

A: Ik denk het wel. Ik zou dan eigenlijk moeten weten wie het is. Ik denk dat ik het wel weet. Ik weet alleen zijn adres niet, maar ik kan er wel zo naartoe rijden. (…) ik kan me herinneren dat ik ergens eens wat door een brievenbus heb gegooid.

0: Laat plattegrond van Harderwijk zien.

V: Kan je aanwijzen waar je iets door de brievenbus hebt gegooid?

A: Dit is aan de [straat]. Als ik van noordelijke richting de straat in rijdt, dan is het één van de laatste drie huizen aan de linker kant.

V: Wat kocht je?

A: Ik denk een hele of een halve gram cocaïne.

V: Wat betaalde je daar voor?

A: De normale prijs. 20 voor een halve 40 voor een hele.

V: Wat weet je van degene aan wie je de sms stuurde? (…)

A: Hij is vrij groot, weinig haar op zijn hoofd. Hij is vrij breed en net zo lang als ik. Ik ben lm9l. Hij is niet dik maar meer sportief breed. Hij is iets donkerder dan ik ben, ik ben vrij blank. Ik denk dat de jongen ook blank is maar met een Turkse of Marokkaanse afkomst. Dit is een gokje het zou ook een andere nationaliteit kunnen zijn. Ik durf niet te zeggen hoe oud hij is. Ik denk mijn leeftijd ongeveer, 25 jaar, maar er kan een paar jaar verschil tussen zitten. (…)

V: Wanneer heb je voor het eerst iets van hem gekocht?

A: Ik heb niet vaak contact met hem gehad, een enkele keer. Het is omstreeks de

tijd van het sms-je op 2 mei 2013.

V: Hoe vaak heb je wat bij hem besteld?

A: Een paar keer, ongeveer twee.

2.

- het (als bijlage bij het door [verbalisant 2], brigadier van politie op 10 augustus 2013 in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal nummer PL 20130132343 gevoegde) door de bevoegd opsporingsambtenaar [verbalisant 1] op 7 augustus 2013 in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen, inhoudende het relaas van verbalisant, onder meer inhoudende:

Op woensdag 7 augustus 2013 te 10.00 uur hoorde ik (…) [betrokkene 2] als verdachte ter zake bezit harddrugs. In zijn verklaring vertelde hij dat hij een aantal maal cocaïne had gekocht van dezelfde persoon. Hij vertelde mij dat hij op een gegeven moment geld bracht, ter betaling van de cocaïne, naar een woning. [betrokkene 2] vertelde dat hij het adres niet wist maar dat hij er wel naar toe kon rijden.

Hierop heb ik [betrokkene 2] een plattegrond van Harderwijk laten zien. Hij wees mij hierop de [straat] aan. Hij vertelde mij daarbij dat, vanaf noordelijke richting gezien, het een (1) van de laatste drie huizen van deze straat was, aan de linker zijde.

Hierop heb ik (…) gekeken op Google Streetview.

Ik keek hier naar de [straat] om te kijken of er huisnumners van de woningen zichtbaar waren die door verdachte [betrokkene 2] aangewezen werden. Ik zag dat de laatste drie woning, vanaf noordelijke richting gezien, aan de linkerzijde de nummer [nummer 1], [nummer 2] en [nummer 3] betrof.

Later bleek mij, uit raadplegen van de systemen dat verdachte [verdachte] volgens de gemeentelijke basisadministratie ingeschreven staat op [adres]

Te Harderwijk.

3.

- het (als bijlage bij het door [verbalisant 2], brigadier van politie op 10 augustus 2013 in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal nummer PL 20130132343 gevoegde) door deze [verbalisant 2] op 25 juni 2013 in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen, inhoudende het relaas van verbalisant, onder meer inhoudende:

Bij zijn aanhouding had verdachte [verdachte] een mobiele telefoon bij zich, een grijze nokia, voorzien van telefoonnummer [telefoonnummer 2]. (…) Het toestel is door mij handmatig uitgelezen. (…)

CONTACTEN

De contacten zijn handmatig bekijken en er stonden een aantal relevante contacten

in. Deze contacten staan hieronder genoemd:

[naam] [telefoonnummer 1]

(…)

ONTVANGEN SMS BERICHTEN

Er stonden 78 ontvangen sms berichten in de telefoon. Een aantal hadden een drugs gerelateerde lading. Deze zijn handmatig uitgewerkt.

[naam] [telefoonnummer 1]

verzonden 4 mei 2013 00:13:33

Yo man nog gevonden wat ik langs had gebracht? Ben je in de buurt?

[naam] [telefoonnummer 1]

verzonden 2 mei 2013 04:02:28

Yo man. Kan ff snel langs komen?

[naam] [telefoonnummer 1]

verzonden 2 mei 2013 03:56:01 Yo man waar ben jij dan?