Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2014:5828

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
04-11-2014
Datum publicatie
04-11-2014
Zaaknummer
08.952120-14 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Op 13 februari 2014 is verdachte, door op de uitkijk te staan, medeplichtig geweest aan de door zijn medeverdachte gedane poging om een videotheek te overvallen.

De rechtbank ziet termen aanwezig om, gelet op artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht, ten aanzien van het bewezenverklaarde, gezien de persoonlijkheid van verdachte, het ‘adolescentenstrafrecht’ toe te passen.

Alles afwegend zal de rechtbank verdachte als straf opleggen een werkstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen vervangende jeugddetentie hechtenis en een jeugddetentie voor de duur van 3 maanden geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en als bijzondere voorwaarden verplicht contact met de volwassenenreclassering en dat verdachte een ambulante behandeling bij de forensische polikliniek JusTact te Zwolle, of soortgelijke instelling zal ondergaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FJR 2015/5.4
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 08.952120-14 (P)

Datum vonnis: 4 november 2014

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedag] 1995 te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats], [adres].

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 21 oktober 2014. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. M.A.J.H. Muurmans en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. ing. M.J. Jansma, advocaat te Kampen naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 13 februari 2014 al dan niet samen met (een) ander(en) heeft geprobeerd een videotheek in Zwolle te overvallen dan wel hieraan medeplichtig is geweest door op de uitkijk te staan.

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:

hij op of omstreeks 13 februari 2014 in de gemeente Zwolle ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een hoeveelheid geld en/of een of meer (andere) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] en/of [videotheek], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, welke poging tot diefstal werd vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of verdachtes mededader(s)

- de videotheek van die [slachtoffer] ([adres]) heeft/hebben geobserveerd en/of

- gezichtsbedekkende kleding heeft/hebben gedragen (een capuchon en/of een sjaal)(terwijl alleen de ogen nog zichtbaar waren) en/of

- handschoenen heeft/hebben gedragen en/of

- een voorwerp in de jaszak heeft/hebben vastgehouden en/of met zich mee heeft/hebben gevoerd (teneinde die [slachtoffer] en/of een of meer andere aanwezigen in die videotheek te bedreigen) en/of

- de videotheekdeur heeft/hebben open geduwd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid

en/of

hij op of omstreeks 13 februari 2014 in de gemeente Zwolle ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van een hoeveelheid geld en/of een of meer (andere) goed(eren), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] en/of [videotheek], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),met voormeld

oogmerk,

- de videotheek van die [slachtoffer] ([adres]) heeft/hebben geobserveerd en/of

- gezichtsbedekkende kleding heeft/hebben gedragen (een capuchon en/of een sjaal)(terwijl alleen de ogen nog zichtbaar waren) en/of

- handschoenen heeft/hebben gedragen en/of

- een voorwerp in de jaszak heeft/hebben vastgehouden en/of met zich mee heeft/hebben gevoerd (teneinde die [slachtoffer] en/of een of meer andere aanwezigen in die videotheek te bedreigen) en/of

- de videotheekdeur heeft/hebben open geduwd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

[medeverdachte] op of omstreeks 13 februari 2014 in de gemeente Zwolle ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een hoeveelheid geld en/of een of meer (andere) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] en/of [videotheek], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte] en/of aan verdachte, en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met

geweld tegen die [slachtoffer], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

- de videotheek van die [slachtoffer] ([adres]) heeft/hebben geobserveerd en/of

- gezichtsbedekkende kleding heeft/hebben gedragen (een capuchon en/of een sjaal)(terwijl alleen de ogen nog zichtbaar waren) en/of

- handschoenen heeft/hebben gedragen en/of

- een voorwerp in de jaszak heeft/hebben vastgehouden en/of met zich mee heeft/hebben gevoerd (teneinde die [slachtoffer] en/of een of meer andere aanwezigen in die videotheek te bedreigen) en/of

- de videotheekdeur heeft/hebben open geduwd, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 13 februari 2014 in de gemeente Zwolle en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door op de uitkijk te gaan staan, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

en/of

[medeverdachte] op of omstreeks 13 februari 2014 in de gemeente Zwolle ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van een hoeveelheid geld en/of een of meer (ander) goed(eren), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] en/of [videotheek], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte] en/of aan verdachte, met voormeld

oogmerk,

- de videotheek van die [slachtoffer] ([adres]) heeft/hebben geobserveerd en/of

- gezichtsbedekkende kleding heeft/hebben gedragen (een capuchon en/of een sjaal)(terwijl alleen de ogen nog zichtbaar waren) en/of

- handschoenen heeft/hebben gedragen en/of

- een voorwerp in de jaszak heeft/hebben vastgehouden en/of met zich mee heeft/hebben gevoerd (teneinde die [slachtoffer] en/of een of meer andere aanwezigen in die videotheek te bedreigen) en/of

- de videotheekdeur heeft/hebben open geduwd, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 13 februari 2014 in de gemeente Zwolle en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door op de uitkijk te gaan staan, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, MEER SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op of omstreeks 13 februari 2014 in de gemeente Zwolle, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter voorbereiding van een misdrijf, waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten diefstal met geweld in vereniging en/of op/of aan de openbare weg hetgeen het misdrijf van artikel 312 lid 1 en lid 2 onder 1 en 2 van het Wetboek van Strafrecht en/of afpersing in vereniging hetgeen het misdrijf van artikel 317 lid 1 en lid 3 van het Wetboek van Strafrecht oplevert,

- een of meerdere fietsen en/of

- een of meerdere mobiele telefoon(s) en/of

- een of meer steekwapen(s) en/of

- sjaal(s) en/of donkere kleding,

kennelijk bestemd tot het in vereniging begaan van dat misdrijf, heeft verworven en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of voorhanden heeft gehad.

3 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het subsidiair ten laste gelegde feit (eerste onderdeel) wordt veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen vervangende hechtenis en een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren met de (bijzondere) voorwaarden zoals door de reclassering is geadviseerd.

4. De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5 De beoordeling van het bewijs

Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of het tenlastegelegde feit bewezenverklaard kan worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte het feit heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

5.1

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het subsidiair ten laste gelegde, te weten medeplichtigheid aan poging tot diefstal met geweld, wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

De raadsman van verdachte heeft zich, overeenkomstig de inhoud van een aan de rechtbank overgelegde pleitnota op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van hetgeen hem primair en subsidiair ten laste is gelegd. Hiertoe heeft de raadsman aangevoerd dat niet is gebleken dat het voornemen om de videotheek te overvallen zich door een begin van uitvoering heeft geopenbaard en dat daarom geen sprake is van een strafbare poging. In dit kader heeft de raadsman erop gewezen dat medeverdachte [medeverdachte] enkel met een capuchon over zijn hoofd en een sjaal om in de richting van de videotheek is gelopen en daar de deur heeft geopend maar dat hij daar uiteindelijk niet naar binnen is gegaan en evenmin zichtbaar een wapen bij zich droeg. Deze gedragingen zijn onvoldoende om naar hun uiterlijke verschijningsvorm te moeten worden beschouwd als te zijn gericht op de voltooiing van het misdrijf, zo stelt de raadsman.

Dit geldt temeer nu het hartje winter was en het daarom niet opmerkelijk was dat verdachte zijn capuchon over zijn hoofd en een sjaal droeg, aangever niets van het voorval heeft gemerkt en getuige [getuige 1] medeverdachte [medeverdachte] heeft aangesproken met de vraag: “Wat ga je doen?”.

Ten aanzien van de meer subsidiair tenlastegelegde voorbereidingshandelingen heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Subsidiair heeft de raadsman aangevoerd dat geen sprake is van medeplegen maar slechts van medeplichtigheid. Hiertoe heeft de raadsman aangevoerd dat verdachte slechts een zeer beperkte ondersteunende rol heeft gespeeld, dat hij geen enkele uitvoeringshandeling heeft verricht en ook niet bij de overval aanwezig is geweest.

5.2

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Uit de bewijsmiddelen volgt dat medeverdachte [medeverdachte] van plan was op 13 februari 2014 videotheek [videotheek] aan de [adres] te Zwolle te overvallen, dat hij verdachte heeft gevraagd om daaraan mee te doen, dat zij samen eerst langs de videotheek zijn gefietst, dat hij zich voor de overval heeft omgekleed, dat verdachte op zijn fiets en kleding heeft gelet, dat hij vlak bij de videotheek zijn capuchon heeft opgezet, zijn sjaal voor zijn gezicht heeft gedaan en een zonnebril heeft opgezet en dat hij op het moment dat hij de videotheek wilde binnengaan door een man (getuige [getuige 1]) werd aangesproken die hem vroeg wat hij van plan was en dat hij er vervolgens vandoor is gegaan.

Het verweer van de raadsman dat uit de bewijsmiddelen niet blijkt dat sprake is geweest van een strafbare poging nu niet is gebleken van een begin van uitvoering, passeert de rechtbank. De rechtbank wijst in dit verband naar de inhoud van het proces verbaal van bevindingen van [getuige 1] d.d. 19 februari 2014 die onder meer het volgende heeft verklaard: Ik zag dat de man een capuchon over zijn hoofd en rond zijn gezicht gesnoerd had. Ik zag dat de man niet stilstond maar enigszins draaiende bewegingen maakte waarbij hij enkele kleine stappen naar voren en opzij zette. (…) Vervolgens zag ik dat de man met een van zijn handen naar zijn gezicht ging en een donkergekleurde, vermoedelijk gebreide sjaal over zijn gezicht trok. (…) Ik zag dat hij dit op een zodanig manier deed dat vervolgens alleen zijn ogen nog zichtbaar waren. Ik zag vervolgens dat de man vanaf de parkeerplek waar hij stond in de richting van de ingang van de [videotheek] liep. (…) Ik zag dat de man zijn rechterhand half in zijn jaszak had waarbij het leek alsof hij iets vast had. (…) Ik zag ook dat de man met zijn linkerhand de deurknop van de [videotheek] had en deze enkele tientallen centimeters naar binnen toe open duwde. Op dat moment sprak ik de man aan en zei op ferme toon: Wat ga je doen!

Naar het oordeel van de rechtbank duidt de uiterlijke verschijningsvorm van deze handelingen alsmede de omstandigheden waaronder deze plaatsvonden op een begin van uitvoering in de zin van artikel 45 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht, waardoor het voornemen van medeverdachte [medeverdachte] werd geopenbaard om de videotheek te overvallen. Daarbij betrekt zij, anders dan de raadsman hierover heeft opgemerkt, wel degelijk het gegeven dat de medeverdachte een sjaal voor zijn gezicht deed waardoor slechts de ogen nog zichtbaar waren. Verder neemt de rechtbank in aanmerking dat getuige [getuige 1] in deze gedragingen ook daadwerkelijk aanleiding heeft gezien om in te grijpen door de medeverdachte op zijn gedrag aan te spreken. De rechtbank ziet geen reden aan de betrouwbaarheid van de verklaring van [getuige 1] te twijfelen.


Naar het oordeel van de rechtbank kan op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting niet worden vastgesteld dat er sprake is geweest van een zodanig nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachte bij de voorgenomen overval van de videotheek, dat sprake is van medeplegen van het feit. Gelet hierop wordt verdachte van het primair ten laste gelegde vrijgesproken.

De rechtbank acht wel wettig en overtuigend bewezen dat verdachte medeplichtig is geweest aan de door [medeverdachte] gepleegde poging tot afpersing, zoals subsidiair alternatief ten laste is gelegd.

Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte wist van het voornemen van medeverdachte [medeverdachte] om de videotheek te overvallen en dat verdachte hierbij ook opzettelijk behulpzaam is geweest.

De rechtbank gaat daarbij uit van de door verdachte ten overstaan van de politie en bij de rechter-commissaris afgelegde verklaringen dat hij op de uitkijk heeft gestaan.

Weliswaar is verdachte later ter terechtzitting enigszins op voornoemde verklaringen teruggekomen maar deze omstandigheid staat er naar het oordeel van de rechtbank niet aan in de weg om de door hem bij de politie en de rechter-commissaris afgelegde verklaringen als bewijsmiddel te gebruiken nu hij dit meermalen heeft verklaard.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat kan worden bewezen dat verdachte zich op 13 februari 2014 schuldig heeft gemaakt aan medeplichtigheid aan poging tot afpersing.

5.3

De conclusie

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte primair is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het subsidiair alternatief tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

[medeverdachte] op 13 februari 2014 in de gemeente Zwolle ter uitvoering van het door : [medeverdachte] voorgenomen misdrijf om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van een hoeveelheid geld toebehorende aan [slachtoffer] en/of [videotheek], met voormeld oogmerk,

- de videotheek van die [slachtoffer] ([adres]) heeft geobserveerd en

- gezichtsbedekkende kleding heeft gedragen (een capuchon en een sjaal)(terwijl alleen de ogen nog zichtbaar waren) en

- handschoenen heeft gedragen en

- een voorwerp in de jaszak heeft/hebben vastgehouden en met zich mee heeft gevoerd (teneinde die [slachtoffer] en/of een of meer andere aanwezigen in die videotheek te bedreigen) en

- de videotheekdeur heeft opengeduwd, tot het plegen van welk misdrijf verdachte op 13 februari 2014 in de gemeente Zwolle opzettelijk behulpzaam is geweest door op de uitkijk te gaan staan, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 45, 48 en 317 van het Wetboek van Strafrecht. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

het misdrijf: medeplichtigheid aan poging tot afpersing.

7 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.

8 De op te leggen straf of maatregel

8.1

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

Op 13 februari 2014 is verdachte, door op de uitkijk te staan, medeplichtig geweest aan de door medeverdachte [medeverdachte] gedane poging om een videotheek te overvallen. Verdachte en zijn medeverdachte hebben hun financiële motieven voorop laten staan en hebben daarbij geen enkel oog gehad voor het feit dat een overval voor de slachtoffers in het algemeen een zeer indringende en beangstigende ervaring is.

Verder dient bedacht te worden dat dergelijke winkelovervallen bij collega-winkeliers voor de nodige gevoelens van onveiligheid zorgen. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan.

De rechtbank heeft ten voordele van verdachte rekening gehouden met het feit dat hij door medeverdachte [medeverdachte] bij het strafbare feit is betrokken, dat zijn rol beperkt is gebleven en uit het uittreksel justitiële documentatie d.d. 30 september 2014 blijkt dat verdachte geen strafrechtelijk verleden heeft.

De rechtbank houdt bij de strafoplegging voorts rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals deze onder meer blijken uit de inhoud van de psychologische Pro Justitia rapportage d.d. 28 mei 2014.

In deze rapportage schrijft de deskundige drs. J.P.M. van der Leeuw, psycholoog, onder meer dat bij verdachte sprake is van alcoholmisbruik, cannabismisbruik en ouder-kind relatieproblematiek bij een jongeman met antisociale persoonlijkheidstrekken. Door de psycholoog wordt geadviseerd om verdachte licht verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen ten aanzien van het plegen van het ten laste gelegde feit. Van der Leeuw adviseert verdachte een ambulante behandeling bij een forensisch psychiatrische (verslavings)polikliniek als bijzondere voorwaarden op te leggen met daarbij reclasseringscontact.

De rechtbank heeft bovendien kennis genomen van de inhoud van een rapport van Tactus Reclassering d.d. 24 juni 2014 waarin wordt geadviseerd een deels voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarden reclasseringscontact, een meldplicht, ambulante behandeling bij de forensische polikliniek JusTact te Zwolle.

De rechtbank neemt de adviezen voor wat betreft de op te leggen bijzondere voorwaarden van de deskundigen op de in rapporten genoemde gronden over en maakt het oordeel van de deskundigen, ook wat betreft de licht verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte, tot de hare.

De rechtbank ziet termen aanwezig om, gelet op artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht, ten aanzien van het bewezenverklaarde, gezien de persoonlijkheid van verdachte, het ‘adolescentenstrafrecht’ toe te passen. De rechtbank heeft hierbij allereerst gelet op het feit dat verdachte ten tijde van het gepleegde delict nog maar net achttien jaar was, terwijl zowel uit het rapport van de psycholoog als uit de rapportage van Tactus Reclassering blijkt van meerdere indicaties die pleiten voor toepassing van het minderjarigenstrafrecht. Dit blijkt met name uit het gegeven dat het gaat om een jongeman die nog volop onderdeel uitmaakt van het ouderlijk gezin, en op wie de ouders nog veel invloed kunnen uitoefenen, hij nog geen standvastige identiteit heeft ontwikkeld en beïnvloedbaar is in zijn gedrag door vrienden/kennissen. Dat er, zoals in het rapport van Tactus Reclassering wordt gesteld een contra-indicatie gezien moet worden in de door de psycholoog vastgestelde antisociale kenmerken in de persoonlijkheid van de verdachte, laat de rechtbank minder zwaar wegen nu de psycholoog de vraag naar de toepassing van het adolescentenstrafrecht onbeantwoord heeft gelaten. De rechtbank ziet voorts aanleiding om toezicht door de volwassenenreclassering op te leggen, zoals door de raadsman is bepleit, zodat het reeds lopende toezicht gecontinueerd kan worden.

Alles afwegend zal de rechtbank verdachte als straf opleggen een werkstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen vervangende jeugddetentie hechtenis en een jeugddetentie voor de duur van 3 maanden geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en als bijzondere voorwaarden verplicht contact met de volwassenenreclassering en dat verdachte een ambulante behandeling bij de forensische polikliniek JusTact te Zwolle, of soortgelijke instelling zal ondergaan.

9 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14d, 77a, 77c, 77g, 77h, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa en 77gg van het Wetboek van Strafrecht.

10 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

  • -

    verklaart niet bewezen het aan verdachte primair tenlastegelegde en spreekt hem daarvan vrij;

  • -

    verklaart bewezen, het subsidiair alternatief tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
    medeplichtigheid aan poging tot afpersing.

  • -

    verklaart verdachte strafbaar voor het subsidiair alternatief bewezenverklaarde;

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie van 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren;

  • -

    bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:
    - omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;
    - omdat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of omdat de veroordeelde geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden;

- omdat de veroordeelde geen medewerking aan het volwassenreclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid van het Wetboek van Strafrecht (dat ex artikel 7aa lid 4 Sr van overeenkomstige toepassing wordt verklaard), medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

De tenuitvoerlegging kan ook worden gelast wanneer de verdachte gedurende een proeftijd van 2 jaren de volgende bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Als bijzondere voorwaarden worden gesteld dat:

- de verdachte zich op eerste uitnodiging van de reclassering aldaar zal melden en zich vervolgens zal blijven melden zo frequent als reclassering dat gedurende de proeftijd nodig acht;

- verdachte zich ambulant zal laten behandelen bij de forensische polikliniek JusTact te Zwolle of soortgelijke instelling, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling zal worden gegeven.

- verdachte zich zal houden aan de afspraken die worden gemaakt in het kader van dagbesteding.

Waarbij de reclassering Nederland opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.

  • -

    veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid van 100 uren;

  • -

    beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 50 dagen;

  • -

    beveelt dat de tijd die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

opheffing bevel voorlopige hechtenis

- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op;

Dit vonnis is gewezen door mr. F. van der Maden, voorzitter, mr. L.J.C. Hangx en mr. E. Leentjes, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.R. Lageveen, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 4 november 2014.

Mr. E. Leentjes voornoemd was buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer 2013068033. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

1.

Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] d.d. 19 februari 2014, pagina’s 220 en 221, inhoudende:

U heeft mij zojuist verteld dat (…) op donderdagavond 13 februari 2013 omstreeks 19.30 uur iemand getracht heeft mijn videotheek te overvallen. Ik ben de eigenaar van deze videotheek genaamd [videotheek]. (…) Ik wil aangifte doen.

2.

Het proces verbaal van bevindingen van [getuige 1] d.d. 19 februari 2014, pagina’s 222-223, inhoudende:

Op donderdag 13 februari 2014 omstreeks 19.00 uur, bevond ik mij buiten diensttijd en in burger gekleed op de openbare weg [adres] te Zwolle. (…) Bij het verlaten van mijn woning liep ik de betonnen trap af die zich naast de ingang van de [videotheek] op het adres [adres] bevindt. (…) Halverwege de trap keek ik door het traliewerk in de richting van de parkeerplaatsen die zich tegenover de [videotheek] bevinden. Daar zag ik, op een vrije parkeerplek, een manspersoon staan. Ik zag dat de man een zogenoemd parkamodel gevoerde winterjas aan had waarbij hij de capuchon over zijn hoofd en rond zijn gezicht gesnoerd had. Ik zag dat de man niet stilstond maar enigszins draaiende bewegingen maakte waarbij hij enkele kleine stappen naar voren en opzij zette. Dit viel mij op en trok mijn aandacht mede omdat de man in een enigszins donker deel van de parkeerplaats stond. Vervolgens zag ik dat de man met een van zijn handen naar zijn gezicht ging en een donkergekleurde, vermoedelijk gebreide sjaal over zijn gezicht trok. Daarbij zag ik dat de man donkergekleurde, vermoedelijk gebreide, handschoenen droeg. Ik zag dat hij dit op een zodanig manier deed dat vervolgens alleen zijn ogen nog zichtbaar waren. Ik zag vervolgens dat de man vanaf de parkeerplek waar hij stond in de richting van de ingang van de [videotheek] liep. Op dat moment was ik inmiddels bij de deur van het traliewerk aangekomen en had ik deze geopend.

Op dat moment keek ik naar rechts opzij om te zien wat de man ging doen. Ik zag op dat moment dat de man in het licht van de straatverlichting en [videotheek] stond op een afstand van ongeveer drie meter. (…) Ik zag dat de man zijn rechterhand half in zijn jaszak had waarbij het leek alsof hij iets vast had. (…)

Ik zag ook dat de man met zijn linkerhand de deurknop van de [videotheek] had en deze enkele tientallen centimeters naar binnen toe open duwde. Op dat moment sprak ik de man aan en zei op ferme toon: Wat ga je doen!’ Daarop zag ik de man reageren en opkijken in mijn richting. Ik hoorde de man vervolgens in vloeiend Nederlands zeggen: Niets.’ Ik dacht bij het horen van zijn stem direct dat ik te maken had met een jonge man van vermoedelijk niet

ouder dan dertig jaar. Tegelijk zag ik dat de man zich naar recht omkeren en in een volle sprint weg rennen in de richting vanwaar hij was komen lopen.

3.

De door verdachte ter terechtzitting van 21 oktober 2014 afgelegde verklaring – zakelijk weergegeven- inhoudende:

Ik wist dat [medeverdachte] de videotheek aan de [adres] te Zwolle wilde gaan overvallen. Op 13 februari 2014 ben ik tien minuten voor de poging tot overval met [medeverdachte] langs deze videotheek gefietst. Tijdens de poging tot overval heb ik op de fiets en kleren van [medeverdachte] gelet. Dit hadden we afgesproken. Ik heb bij de fiets en kleren gewacht tot [medeverdachte] terug kwam.

4.

Het door de rechter-commissaris strafzaken in de rechtbank Overijssel in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van verdachte op 4 maart 2014, kenmerk RC-nr 14/272, inhoudende de door verdachte afgelegde verklaring zakelijk weergegeven:

Ik ben betrokken geweest bij een poging om de videotheek te overvallen. Ik heb alleen op de

uitkijk gestaan. [medeverdachte] zou de overval gaan doen. (…) Ik stond op een afstand van ongeveer 300 meter.

5.

Het proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 2 maart 2014, pagina’s 117-119, inhoudende,

A= Ik was inderdaad bij [medeverdachte] en even later kwam hij weer terug. Ik wist dat hij een overval ging plegen op [videotheek].

V= Vertel eens hoe het gegaan is?

A= We waren aan het chillen en toen ging hij weg en even later was hij weer terug en

gingen we weer verder chillen.

V= Gewoon verder chillen terwijl je wist dat hij een overval ging plegen?

A= Ja.

V= Wat heeft hij erover verteld dan?

A= Ik heb alleen gevraagd hoe het ging, of het gelukt was.

V= Wat gaf hij voor een antwoord dan?

A= Dat het niet gelukt was.

V= Waarom is het niet gelukt?

A= Hij zei dat hij naar binnen liep maar dat er toen een man kwam en dat hij daarvan

schrok en toen er vandoor is gegaan.

V= Wat voor een wapen had hij bij zich?

A= Ik weet dat hij een mes bij zich heeft. maar ik weet niet of hij deze gebruikt heeft.

(…)

A= Ik heb op hem staan wachten toen hij de overval ging plegen.

V= Alleen?

A= Ja.

V= Op de uitkijk?

A= Ja, inderdaad.

V= Wat moest je van [medeverdachte] doen dan?

A= Ik moest gewoon rondkijken of er mensen aankwamen.

(…)

V= En heeft [medeverdachte] zich nog omgekleed na de overval?

A= Ja.

V= Waar heeft hij de kleding gelaten dan?

A= In prullenbakken. Hij heeft de kleding verspreid over meerdere prullenbakken.

(…)

V= Maar je stond wel op de uitkijk?

A= Ja.

(…)

V= Moest je ook een wapen regelen voor hem?

A= Nee. Hij heeft het wel gevraagd maar uiteindelijk heeft hij het zelf geregeld.

6.

Het proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 2 maart 2014, pagina 130, inhoudende,

V= Welke afspraken hadden jullie gemaakt betreffende de eventuele buit?

A= Ik zou misschien een beetje krijgen, het zou eraan liggen hoeveel de buit zou zijn

(…)

V= Op welke manier hebben jullie de omgeving en de videotheek voorverkend?

A= We zijn er 1 keer langs gefietst

(…)

V= Wanneer dan?

A= Ongeveer 10 minuten van te voren

V= Waar stond jij op de uitkijk?

A= Ongeveer 300 meter verderop.

(…)

V= Wat had hij voor gezichtsbedekking?

A= Een capuchon en iets van een sjaal voor zijn gezicht.

7.

Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] d.d. 28 februari 2014, pagina 212, inhoudende,

V: Wil je eerlijk vertellen voor welke overval [medeverdachte] nog meer verantwoordelijk is?

A: Ja dat wil ik wel. Het is een poging tot overval.

V: Waar was dat?

A: Op de videotheek in de Zwolse wijk [wijk].

V: Hoe is dat gegaan dan?

A: Ik was net in de war over een mes of een bijl. Nu weet ik het weer. Bij 1 overval heeft hij een mes gebruikt en bij de andere een bijl. Toen [medeverdachte] me vertelde over de overval op de slijterij vertelde hij me ook over de poging overval op de videotheek.

Hij vertelde dat hij de videotheek wilde binnen lopen om de overval te plegen. Toen kwam er een grote brede man aan en die zei tegen hem: “wat ben jij van plan.” [medeverdachte] vertelde me dat hij een capuchon op had en een sjaal voor zijn gezicht had gedaan. De man zou dit hebben gezien en volgens [medeverdachte] was het de buurman van de videotheek.

[medeverdachte] zei tegen de man van: “niks” en was er toen vandoor gegaan.

Een jongen genaamd [verdachte] stond wat verderop met de fiets. [medeverdachte] was naar [verdachte] gerend.

[medeverdachte] vertelde me dat hij de kleren die hij droeg had weggegooid in een prullenbak toen hij op de vlucht was.

8.

Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte] d.d. 6 maart 2014, p. 82 en 83, inhoudende,

V: Hoe is de overval op de videotheek gegaan?

A: (…) de gedachte kwam bij me op om een overval te plegen. Ik had wel eens gehoord en wist ook wel dat mensen in winkels geld moeten afgeven als ze worden overvallen. Dit moeten ze doen voor hun eigen veiligheid.

Op een donderdag in januari of februari van dit jaar fietste ik door [wijk]. Ik was alleen en zag de videotheek [videotheek]. Deze videotheek zit naast de snackbar. Ik besloot om deze te overvallen. Ik dacht zo een paar honderd euro te kunnen bemachtigen. Ik ben er een paar keer langs gefietst om de zaak te bekijken. (…) Ik dacht bij mezelf deze jongen geeft wel geld als ik naar binnen ga met een capuchon op en een zonnebril en een sjaal voor mijn gezicht doe. Ik zou na binnenkomst roepen: “geld geld. Ik had bedacht dat ik kleding zou meenemen en me vlak bij de videotheek in een parkje zou omkleden, zodat ik tijdens de overval andere kleding zou dragen. Ik belde [verdachte] op en vertelde hem wat ik van plan was. Ik vroeg of hij mee deed. Ik wist dat [verdachte] ook geen geld had. (…) We spraken af dat ik hem die avond zou komen ophalen na het eten. Ik zou om half 7 (18.30 uur) bij hem zijn.

Ik fietste die avond naar hem toe. Ik had zwarte kleding in een plastic tasje bij me. (…). Na een tijdje belde hij mij. Hij kwam er aan. We zijn vervolgens naar [wijk] gefietst. Ik had [verdachte] gevraagd om een keukenmes mee te nemen. Ik had hem dit gevraagd in een sms bericht.

[verdachte] had geen keukenmes meegenomen. (…) In het park bij [wijk] stopten we tussen twee grote zandheuvels naast het winkelcentrum in de buurt van het parkje. We stonden daar redelijk uit zicht en op die plaats kan geen auto komen. Dus eventuele politieauto’s konden niet bij ons komen. We fietsen eerst langs de videotheek (…) [verdachte] wist wat ik van plan was. Ik heb me bij de zandheuvels omgekleed. Ik heb een zwarte trainingsbroek over mijn spijkerbroek aangetrokken, ik deed mijn jas uit en gaf deze aan [verdachte]. Ik deed een zwart vest met capuchon aan. Ik trok mijn witte Nike air max schoenen uit en deed mijn zwarte air max Nike schoenen aan. We hadden afgesproken dat [verdachte] op mijn kleding en fiets zou letten. (…)

Ik liep naar de videotheek en schrok, omdat het buiten de videotheek zo druk was. Het was koopavond en er was buiten het winkelcentrum een soort marktje gaande. Ik dacht van shit veel mensen. Toch besloot ik door te zetten. Vlak bij de videotheek deed ik mijn capuchon op, deed mijn sjaal omhoog voor mij gezicht en deed een zwarte zonnebril op. Juist op het moment toen ik de videotheek wilde binnen gaan hoorde ik een mannenstem naast me zeggen:” He wat ben je aan het doen” (…) Ik schrok hevig en riep: ”niks”. Ik rende direct keihard weg. Ik hoorde de man nog roepen van jij bent de lul. Ik rende naar [verdachte] en riep tegen hem dat het mislukt was. We fietsten onmiddellijk snel weg in de richting van de dierenweide. Ik heb daar snel mijn kleding uitgedaan en daar in een prullenbak gedumpt.