Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2014:578

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
07-02-2014
Datum publicatie
10-02-2014
Zaaknummer
08/955380-13 en 08/710595-12 en 08/700577-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt veroordeeld ter zake van 8 vermogensdelicten, diefstal in vereniging van met name oud ijzer en metalen. Ook wordt hij veroordeeld voor het verkopen van harddrugs.

Straf: 140 dagen gevangenisstraf waarvan 120 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, plus een onvoorwaardelijke werkstraf van 240 uur.

Ook 2 civiele vordering zijn (grotendeels) toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Team strafrecht

Zittingsplaats Almelo

Parketnummers: 08/955380-13 en 08/710595-12 en 08/700577-12.

Datum vonnis: 7 februari 2014

Vonnis op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1983 in [geboorteplaats],

wonende aan de [adres] in [woonplaats].

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 24 januari 2014. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. R. Verheul en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. G.B. Meijer, advocaat te Almelo, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, wat betreft parketnummer 08/955380-13, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: op 12 januari 2013 met een ander metalen en gereedschap heeft gestolen van [slachtoffer 1] te Olst-Wijhe;

feit 2: in de periode 11 t/m 12 januari 2013 met een ander en door middel van braak koffer(s) met elektrisch gereedschap heeft gestolen van [bedrijf 1] te Rijssen-Holten, dan wel die goederen heeft geheeld;

feit 3: in de periode 11 t/m 12 januari 2013 met een ander en door middel van braak een dompelpomp en een leidingzoeker heeft gestolen van [bedrijf 2], dan wel die goederen heeft geheeld;

feit 4: op 11 januari 2013 met een ander en door middel van braak een hoeveelheid metaal heeft gestolen van [slachtoffer 2] in Markelo;

feit 5: in de periode van 7 t/m 10 december 2012 met een ander en door middel van braak een aantal metalen leuninghouders heeft gestolen van [bedrijf 3] te Enter.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

1.

hij op of omstreeks 12 januari 2013 te Olst, gemeente Olst-Wijhe, tezamen en

in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

- een uitlaat en/of

- een motortje met transportband en/of

- een blauw metalen beschermkap en/of

- een slijptol (merk Hitachi)

- een boormachine (merk Makita kleur groen) en/of

- een elektromotor,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

2.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 11 januari

2013 tot en met 12 januari 2013 te Holten, gemeente Rijssen-Holten, tezamen en

in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening vanaf een bedrijfsterrein en/of bouwterrein,

gelegen aan de [adres], heeft weggenomen

- twee, althans een aantal, koffers met daarin accuboormachines (merk Makita)

en/of

- een koffer met daarin een accuklopboormachine (merk Bosch),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] en/of

[slachtoffer 4] en/of [bedrijf 1], in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn

mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben

verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik

heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming door

een hangslot door te knippen en/of door te slijpen en/of door de sluiting van

de container door te slijpen;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 2 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 11 januari

2013 tot en met 12 januari 2013 te Holten, gemeente Rijssen-Holten, Olst,

gemeente Olst-Wijhe, Nijverdal, gemeente Hellendoorn, in elk geval in

Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

- twee, althans een aantal, koffers met daarin accuboormachines (merk Makita)

en/of

- een koffer met daarin een accuklopboormachine (merk Bosch),

heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij

en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen

van voornoemde goederen wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten

vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

3.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 11 januari

2013 tot en met 12 januari 2013 te Holten, gemeente Rijssen-Holten, tezamen en

in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening vanaf een bedrijfsterrein en/of bouwterrein,

gelegen aan de [adres] heeft weggenomen

- een dompelpomp/klokpomp (merk Grindex) en/of

- een leidingzoeker,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5]

[slachtoffer 5] en/of [bedrijf 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s)

zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of

de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht

door middel van braak, verbreking en/of inklimming door een hangslot door te

knippen en/of door te slijpen;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 3 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks van 11 januari 2013 tot en

met 12 januari 2013 te Holten, gemeente Rijssen-Holten, Olst, gemeente

Olst-Wijhe en/of Nijverdal, gemeente Hellendoorn, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

- een dompelpomp/klokpomp (merk Grindex) en/of

- een leidingzoeker,

heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij

en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen

van voornoemde goederen, wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten

vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

4.

hij op of omstreeks 11 januari 2013 te Markelo, gemeente Hof van Twente,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening vanaf een bedrijfsterrein heeft

weggenomen een grote hoeveelheid metaal (500-600 kilogram),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2]

en/of [bedrijf 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s)

zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of

de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht

door middel van braak, verbreking en/of inklimming door met een knipschaar

het hangslot door te knippen en/of te forceren;

5.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 07 december

2012 tot en met 10 december 2012 te Enter, gemeente Wierden, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening vanaf een bouwterrein heeft weggenomen 32,

althans een aantal, leuninghouders/balustersteunen, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6] en/of [bedrijf 3], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming door over afgesloten bouwhekken te klimmen en/of deze bouwhekken te

openen.

De verdenking komt er, wat betreft parketnummer 08/710595-12, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: heeft gepoogd op 9 oktober 2012 met een ander en door middel van braak metaal te stelen bij [bedrijf 5] te Wierden;

feit 2: op 24 juli 2012 met een ander door middel van braak 47 putdeksels heeft gestolen bij [bedrijf 6] te Wierden;

feit 3: op 9 augustus 2012 met een ander en door middel van braak 32 hoekstalen heeft gestolen bij [bedrijf 7]te Borne;

feit 4: op 28 juli 2012 met een ander 6 hoekstalen heeft gestolen bij [bedrijf 8] te Hoge Hexel en

feit 5: op 23 augustus 2012 met een ander 2 ijzeren profielen heeft gestolen bij [bedrijf 9] te Apeldoorn.

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:

1.

hij op of omstreeks 09 oktober 2012 te Wierden ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

in/uit een bedrijf (gevestigd aan de [adres]) weg te nemen goederen en/of

geld, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 5], in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de

toegang tot dat bedrijfspand te verschaffen en/of die/dat weg te nemen

goederen en/of geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak,

verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans

alleen het slot van het hek van de toegangspoort van dat bedrijf heeft

vernield en/of (vervolgens) met een auto het bedrijfsterrein is opgereden

en/of (vervolgens) is uitgestapt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen

misdrijf niet is voltooid;

2 .

hij op of omstreeks 24 juli 2012 te Wierden tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening in/uit een bedrijf (gevestigd aan de [adres]) heeft weggenomen

47 putdeksels, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[bedrijf 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de

plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen

goed (eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak,

verbreking en/of inklimming;

3 .

hij op of omstreeks 09 augustus 2012 te Borne tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening heeft weggenomen 32 hoekstalen, in elk geval enig goed, geheel of

ten dele toebehorende aan [bedrijf 7](gevestigd aan de [adres] te Hengelo),

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de

plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen

goed (eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak,

verbreking en/of inklimming;

4.

hij op of omstreeks 28 juli 2012 te Hoge-Hexel, gemeente Wierden, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een bedrijf (gevestigd aan de [adres])

heeft weggenomen 6 hoekstalen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [bedrijf 8] in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn

mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben

verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik

heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

5.

hij op of omstreeks 23 augustus 2012 te Apeldoorn tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening in/uit een bedrijf (gevestigd aan de [adres]) heeft

weggenomen 2 ijzeren profielen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [bedrijf 9], in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn

mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben

verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik

heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

De verdenking komt er, wat betreft parketnummer 08/700577-12, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

in de periode van januari 2012 t/m oktober 2012 in de gemeente Hellendoorn en/of elders met een ander of anderen cocaïne heeft vervoerd, verstrekt, verkocht, in elk geval aanwezig heeft gehad.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van de maand januari

2012 tot en met oktober 2012 te Nijverdal, gemeente Hellendoorn en/of in de

gemeente Hellendoorn en/of in de gemeente Enschede en/of elders in Nederland,

althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen,(telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of

verstrekt aan [betrokkene 1] en/of [medeverdachte] en/of aan een of meer andere

personen/afnemers en/of heeft vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk

aanwezig heeft gehad, een aantal hoeveelheden en/of een hoeveelheid van een

materiaal bevattende cocaine, zijnde cocaine een middel als bedoeld in de bij

de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van

artikel 3a van die wet;

3 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte, voor de feiten 1, 2 primair, 3 primair en 4 van parketnummer 08/955380-13 en voor de feiten 1 t/m 5 onder parketnummer 08/710595-12 en het feit onder parketnummer 08/700577-12, wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden onvoorwaardelijk met aftrek van voorarrest en dat aan hem de maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd, indien en voor zover de vorderingen van de benadeelde partijen [bedrijf 7] en [bedrijf 1], worden toegewezen.

4 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5 De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De verdediging stelt zich op het volgende standpunt.

Wat betreft parketnummer 08/955380-13:

de feiten 1 en 4 kunnen bewezen worden. Voor de feiten 2 en 3 dient voor zowel het primair als het subsidiair tenlastegelegde vrijspraak te volgen. Ook voor feit 5 dient vrijspraak te volgen.

Wat betreft parketnummer 08/710595-12:

van feit 1 kan de poging tot het plegen van een gekwalificeerde diefstal bewezen worden. De benadeelde partij dient, nu het bij een poging is gebleven, niet-ontvankelijk te worden verklaard in haar civiele vordering.

Voor de feiten 2 en 3 is er ruimte voor twijfel en dient vrijspraak te volgen. De benadeelde partij [bedrijf 7] dient, nu vrijspraak dient te volgen, niet-ontvankelijk te worden verklaard in haar civiele vordering.

Ook wat betreft feit 4 dient vrijspraak te volgen.

Wat betreft feit 5 refereert de raadsman zich aan het oordeel van de rechtbank.

Wat betreft parketnummer 08/700577-12:

voor het tenlastegelegde kan een bewezenverklaring volgen; er is echter geen sprake van het dealen van cocaïne op grote schaal, terwijl het dealen plaatsvond in de periode juni 2012 tot en met medio september 2012, derhalve een aanzienlijk kortere periode dan ten laste is gelegd.

5.1

De bewijsoverwegingen en de conclusies van de rechtbank

Wat betreft parketnummer 08/955380-13.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte sub 5 is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

De rechtbank heeft daarbij het volgende overwogen.

Het onderhavige feit vond plaats in de periode van 7 tot en met 10 december 2012, terwijl de overige vier feiten die op die dagvaarding staan vermeld op 11 en 12 januari 2013 zouden zijn gepleegd.

De getuige [getuige] heeft het kenteken van de, op de betreffende bouwplaats op 8 december 2012 in Enter, aanwezige Volvo ([kenteken]) met aanhanger genoteerd en een beschrijving gegeven van de bijrijder. Deze getuige heeft de chauffeur niet duidelijk gezien en van hem geen beschrijving gegeven. Nu [medeverdachte] verklaart dat hij zijn auto regelmatig aan anderen uitleent, er geen specifieke beschrijving van de twee mannen wordt gegeven en verdachte ontkent dat hij bij dit feit betrokken is, is de rechtbank van oordeel dat uit het dossier onvoldoende blijkt dat verdachte deze diefstal samen met een ander heeft gepleegd. Daar waar de officier van justitie tot een bewezenverklaring komt, nu het gaat om een reeks aan feiten, steeds in dezelfde samenstelling en op dezelfde wijze gepleegd, volgt de rechtbank die redenering niet. Uit het dossier blijkt niet dat deze diefstal onderdeel is van een reeks in een aaneengesloten periode en bovendien komt de beschrijving van de bijrijder onvoldoende overeen met het uiterlijk van [verdachte], zoals die uit het dossier blijkt.

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het onder 1, 2 primair, 3 primair en 4 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 12 januari 2013 te Olst, gemeente Olst-Wijhe, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

- een uitlaat en

- een motortje met transportband en

- een blauw metalen beschermkap en

- een slijptol en

- een boormachine (merk Makita kleur groen) en

- een elektromotor,

toebehorende aan [slachtoffer 1];

2.

hij in de periode van 11 januari 2013 tot en met 12 januari 2013 te Holten, gemeente Rijssen-Holten, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening vanaf een bouwterrein, gelegen aan de [adres], heeft weggenomen

- twee koffers met daarin accuboormachines (merk Makita) en

- een koffer met daarin een accuklopboormachine (merk Bosch), toebehorende aan [slachtoffer 4] en/of [bedrijf 1], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak, door een hangslot door te slijpen;

3.

hij in de periode van 11 januari 2013 tot en met 12 januari 2013 te Holten, gemeente Rijssen-Holten, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening vanaf een bouwterrein, gelegen aan de [adres] heeft weggenomen

- een dompelpomp/klokpomp (merk Grindex), toebehorende aan [slachtoffer 5] en/of [bedrijf 2], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en het weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak, door een hangslot door te slijpen;

4.

hij op 11 januari 2013 te Markelo, gemeente Hof van Twente, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening vanaf een bedrijfsterrein heeft weggenomen een hoeveelheid metaal (500-600 kilogram), toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of [bedrijf 4], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak, door met een knipschaar het hangslot door te knippen.

De rechtbank heeft daarbij het volgende overwogen.

De medeverdachte [medeverdachte] is eigenaar van de Volvo type V70 met het kenteken [kenteken], alsmede van de achter die auto gekoppelde aanhangwagen. De vorige eigenaar van de auto was verdachte.

Op 12 januari 2013 wordt verdachte, evenals zijn mededader [medeverdachte], op heterdaad betrapt bij het opladen van oud ijzer door een niet in dienst zijnde politieman (feit 1). Beide verdachten worden diezelfde dag om 11.45 uur aangehouden. Na hun aanhouding verklaren verdachte en zijn mededader dat zij die goederen hebben gekocht van een man met een kaal hoofd bij een oud bedrijfspand. Beiden konden geen naam van de verkoper noemen of een factuur overleggen.

In de kofferbak van de Volvo worden drie gereedschapskisten aangetroffen. Op alle drie zit een sticker van de firma [bedrijf 1], terwijl op één koffer op een sticker de naam [slachtoffer 4] is vermeld.

Dit zijn de goederen die blijkens de aangifte in de periode van 11 januari 2013 na 16.00 uur tot en met 12 januari 2013 te 16.00 uur in Holten zijn gestolen (feit 2).

Bovendien wordt bij de aanhouding in de kofferbak van de Volvo een dompelpomp aangetroffen. Naar het oordeel van de rechtbank staat voldoende vast dat de in de auto aangetroffen dompelpomp, merk Grindex, dezelfde pomp is die tussen 11 januari te 16.15 uur en 12 januari 2013 te 18.00 uur van een bouwterrein aan de [adres] in Holten is weggenomen (feit 3).

Op 11 januari 2013 wordt er tussen 18.00 uur en 18.30 uur metaal weggenomen van een bedrijfsterrein in Markelo. Met een knipschaar wordt het hekwerk geforceerd. De getuige [slachtoffer 2] ziet op beelden dat een personenauto, mogelijk een Volvo V70, met daarachter een aanhangwagen het terrein oprijdt. In de auto bevinden zich twee mannen. Verdachte erkent dat feit te hebben gepleegd.

In de auto worden een kniptang, een honkbalknuppel en een betonschaar aangetroffen, terwijl in het dashboardkastje een muts wordt aangetroffen waarin twee gaten voor de ogen en een gat voor de mond was gemaakt.

Verdachte en zijn medeverdachte zijn kort na de onder 1 tot en met 4 ten laste gelegde diefstallen met een deel van de in die feiten vermelde buit aangetroffen. Vast staat dat verdachte ten tijde van het plegen van die feiten gebruik maakte van de eerder genoemde Volvo V70 met aanhanger en dat hij in die periode met zijn mededader op pad is geweest om diefstallen te plegen. Hij bekent immers dat hij samen met zijn medeverdachte de onder 1 en 4 ten laste gelegde feiten heeft gepleegd.

Volgens vaste jurisprudentie kan verdachte onder deze omstandigheden worden aangemerkt als degene die de in de auto aangetroffen goederen heeft gestolen, tenzij hij een aannemelijke verklaring geeft voor de aanwezigheid van die goederen. Verdachte heeft verklaard dat, toen hij bij zijn medeverdachte [medeverdachte] in diens auto stapte, die goederen al in de auto lagen en dat [medeverdachte] zei dat hij die goederen had gekocht in een shoarmazaak in Nijverdal. Deze verklaring is naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk geworden.

De rechtbank is van oordeel, op grond van de aanwezigheid van die gestolen goederen, het aangetroffen inbrekerswerktuig en het niet geven door verdachte van een aannemelijke verklaring omtrent de aangetroffen goederen, in onderling verband en samenhang beschouwd met de bewijsmiddelen, waaruit blijkt dat verdachte en zijn medeverdachte in die periode samen op dievenpad zijn geweest, dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte zich samen met zijn mededader ook heeft schuldig gemaakt aan de hem onder 2 primair en 3 primair tenlastegelegde diefstallen.

Wat betreft parketnummer 08/710595-12.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte sub 5 is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken. De enkele waarneming van twee getuigen van de aanwezigheid van de Volvo V70 met het kenteken [kenteken], in combinatie met de aanwezigheid van twee personen waarvan het signalement onvoldoende specifiek is om met een redelijke mate van zekerheid vast te kunnen stellen dat één van de twee verdachte is geweest, levert niet het wettig en overtuigende bewijs op om tot een bewezenverklaring te kunnen komen.

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 9 oktober 2012 te Wierden ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een bedrijf (gevestigd aan de [adres]) weg te nemen goederen, toebehorende aan [bedrijf 5], en zich daarbij de toegang tot dat bedrijfsterrein te verschaffen en die weg te nemen goederen onder hun bereik te brengen door middel van verbreking, met zijn mededader het slot van het hek van de toegangspoort van dat bedrijf heeft vernield en vervolgens met een auto het bedrijfsterrein is opgereden en vervolgens is uitgestapt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2 .

hij op 24 juli 2012 te Wierden tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een bedrijf (gevestigd aan de [adres]) heeft weggenomen 47 putdeksels, toebehorende aan [bedrijf 6], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van verbreking;

3 .

hij op 9 augustus 2012 te Borne tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 32 hoekstalen, toebehorende aan [bedrijf 7](gevestigd aan de [adres] te Hengelo), waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van verbreking;

4.

hij op 28 juli 2012 te Hoge-Hexel, gemeente Wierden, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een bedrijf (gevestigd aan de [adres]) heeft weggenomen 6 hoekstalen, toebehorende aan [bedrijf 8];

De rechtbank heeft daarbij het volgende overwogen.

Verdachte heeft feit 1erkend en er is aangifte gedaan namens [bedrijf 5], zodat het feit wettig en overtuigend bewezen verklaard kan worden.

Met betrekking tot feit 2, feit 3 en feit 4 (onder parketnummer 08/710595-12) is de rechtbank, in tegenstelling tot de raadsman, van oordeel dat die feiten wel wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard.

Vooreerst stelt de rechtbank voorop dat de Hoge Raad toestaat dat bewijsmiddelen, die ten grondslag zijn gelegd aan de bewezenverklaring van een strafbaar feit, mede worden gebruikt als steunbewijs voor andere, soortgelijke, strafbare feiten (schakelbewijs). Voorwaarde is dat uit dit bewijsmateriaal blijkt van een specifiek gedragspatroon van de verdachte, dat op essentiële punten overeenstemt met de (uit bijvoorbeeld de aangifte blijkende) gang van zaken bij het te bewijzen feit. Met betrekking tot de modus operandi overweegt de rechtbank dat uit de stukken van het dossier met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld dat – naast het onder 1 tenlastegelegde – ook de onder 2, 3 en 4 tenlastegelegde feiten door verdachte tezamen en in vereniging met zijn mededader zijn gepleegd. De rechtbank komt tot dat oordeel door de gelijksoortigheid van de werkwijze van verdachte en zijn mededader en de feiten en omstandigheden waaronder de feiten zijn gepleegd. Zo was er op de plaats delict steeds sprake van de aanwezigheid van een donkere Volvo stationwagen met het kenteken [kenteken] en ging het steeds om de diefstal van ijzer en/of metaal.

De rechtbank baseert haar oordeel dat verdachte het onder feit 2, 3 en 4 tenlastegelegde tezamen en in vereniging met een ander heeft begaan voorts op de verklaring van de medeverdachte [medeverdachte] dat hij wel eens met verdachte, [verdachte], degene met wie [medeverdachte] feit 1 zegt te hebben gepleegd, op pad ging en dat eerst verdachte en daarna de medeverdachte [medeverdachte] eigenaar c.q. kentekenhouder was van de auto die telkens door getuigen bij de respectievelijke plaatsen delict is gezien, de signalementen die door de getuigen worden gegeven van de bij die auto behorende personen en die passen op verdachte en zijn mededader, de verklaring van [medeverdachte] dat hij wel eens putdeksels naar [betrokkene 3] heeft gebracht en dat hij en [verdachte] wel eens reden in de auto, terwijl er een aanhanger daaraan is gekoppeld. Voor zover verdachte de hem onder 2, 3 en 4 tenlastegelegde feiten heeft ontkend, vindt die ontkenning zijn weerlegging in de gebezigde bewijsmiddelen. De rechtbank acht de andersluidende verklaringen van verdachte niet aannemelijk geworden.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat, in onderling verband en samenhang beschouwd met de bewijsmiddelen, ook de onder 2, 3 en 4 tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend zijn bewezen.

Wat betreft parketnummer 08/700577-12:

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij in de periode januari 2012 tot en met oktober 2012 te Nijverdal, gemeente Hellendoorn en in de gemeente Hellendoorn en elders in Nederland, telkens opzettelijk heeft verkocht en afgeleverd en verstrekt aan [betrokkene 1] en [medeverdachte] en aan andere personen/afnemers en heeft vervoerd, een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne.

In geval van hoger beroep zullen de gebruikte bewijsmiddelen worden opgenomen in een aanvulling bij dit vonnis.

De in die bewijsmiddelen voorkomende feiten en omstandigheden zijn redengevend voor deze beslissing.

De rechtbank heeft de eventueel in de tenlasteleggingen voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder parketnummer 08/955380-13 sub 1, 2 primair, 3 primair en 4, onder parketnummer 08/710595-12 sub 1 t/m sub 4 en onder parketnummer 08/700577-12 meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde onder de parketnummers 08/955380-13 en 08/710595-12 is strafbaar gesteld bij de artikelen 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht (Sr), terwijl het bewezenverklaarde onder parketnummer 08/700577-12 strafbaar is gesteld bij artikel 10 van de Opiumwet. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert op:

parketnummer 08/955380-13 sub 1 en parketnummer 08/710595-12 sub 4 telkens het misdrijf:

diefstal door twee of meer verenigde personen;

parketnummer 08/955380-13 sub 2 primair, sub 3 primair en sub 4 telkens het misdrijf:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

parketnummer 08/710595-12 sub 1 het misdrijf:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;

parketnummer 08/710595-12 sub 2 en sub 3 telkens het misdrijf:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;

parketnummer 08/700577-12 het misdrijf:

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.

7 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

8 De op te leggen straf of maatregel

8.1

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

Verdachte heeft zich met zijn mededader schuldig gemaakt aan een achttal gekwalificeerde vermogensdelicten.

De rechtbank neemt als uitgangspunt voor strafoplegging de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Voor feiten als de onderhavige past in dat verband - in beginsel - het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zes weken per feit.

Bovendien heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het verkopen van cocaïne. Cocaïne levert, eenmaal in handen van gebruikers, grote gevaren voor de gezondheid van die gebruikers op. Verdachte is aan die belangen voorbij gegaan en heeft zijn eigen belang, te weten het verkrijgen van financieel voordeel, direct of in de vorm van gratis eigen gebruik, laten prevaleren.

Uit het uittreksel van de documentatiedienst blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld ter zake van vermogensdelicten en opiumwetdelicten, maar hem is op 25 juli 2012 wel een

OM-transactie aangeboden ter zake van twee vermogensdelicten.

Hoewel de eis van de officier van justitie alleszins redelijk is en recht doet aan de bewezenverklaarde feiten, zal de rechtbank die eis niet volgen. Van belang bij die afweging zijn de huidige persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals die ter terechtzitting zijn gebleken.

Ook van belang acht de rechtbank de aan de medeverdachte [medeverdachte] opgelegde straffen op respectievelijk 5 november 2012 en 7 februari 2014 ter zake van dezelfde bewezenverklaarde vermogensdelicten (met uitzondering van feit 5 onder parketnummer 08/710595-12).

Vanaf de laatste datum van een bewezenverklaard feit, 12 januari 2013, is verdachte niet opnieuw met de politie in aanraking geweest.

Alles afwegend zal de rechtbank verdachte veroordelen tot het verrichten van de langst mogelijke werkstraf. Daarnaast zal de rechtbank hem veroordelen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest en hem bovendien veroordelen tot een voorwaardelijke gevangenisstraf, mede teneinde hem ervan te weerhouden in de toekomst soortgelijke feiten te plegen.

9 De schade van benadeelden

9.1

De vordering van de benadeelde partijen

Wat betreft parketnummer 08/955380-13 feit 2:

[bedrijf 1], gevestigd aan de [adres] in Apeldoorn, heeft zich, via de gemachtigde [gemachtigde 1], voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 102,85. Deze schade bestaat uit de post: kosten herstel container.

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering gegrond, met uitzondering van de gevorderde BTW.

Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit sub 2 rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De opgevoerde schadepost is voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 85,00.

Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

Wat betreft parketnummer 08/710595-12 feit 1:

[bedrijf 5] B.V., gevestigd te Wierden, [adres], heeft zich, via de gemachtigde [gemachtigde 2], voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 1.500,-- (vijftienhonderd euro). Deze schade bestaat uit de volgende post:

1000 kilo stalen profielen ten bedrage van € 1.500,--.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering

niet-ontvankelijk, nu de vordering betrekking heeft op de diefstal van die stalen profielen, terwijl bewezen is verklaard dat verdachte zich aan een poging tot diefstal van die stalen profielen heeft schuldig gemaakt. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is niet komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer.

Wat betreft parketnummer 08/710595-12 feit 3:

Aannemersbedrijf [bedrijf 7], gevestigd te Borne, [adres], heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 3.210,00. Deze schade bestaat uit de volgende posten:

  • -

    Hoekstaal: € 2.900,00

  • -

    2 bouwrekken vernield € 70,00

  • -

    4 uur uitvoering € 240,00.

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De aangever heeft tegenover de politie verklaard dat er 32 hoekstalen zijn weggenomen die een gezamenlijke waarde vertegenwoordigen van € 3.140,-- inclusief BTW.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering deels gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer.

De opgevoerde schadepost ‘hoekstaal’ is voldoende onderbouwd en aannemelijk, met uitzondering van de gevorderde BTW, zodat een bedrag resteert van € 2.480,60.

De rechtbank zal het gevorderde daarom deels toewijzen tot een bedrag van € 2.480,60. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

De gestelde schade voor wat betreft de posten ‘bouwrekken’ en ‘uitvoering’ zijn door de benadeelde partij niet voldoende onderbouwd.

Het in de gelegenheid stellen van de benadeelde partij om zijn stellingen alsnog nader te onderbouwen leidt tot een onaanvaardbare vertraging van de strafrechtelijke procedure, zodat de rechtbank de benadeelde partij ten aanzien van deze schadeposten en de gevorderde BTW, niet-ontvankelijk zal verklaren. De benadeelde partij kan zijn vordering voor het resterende deel van € 969,40 slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

9.2

De schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal telkens de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht (mede) aansprakelijk is voor de schade die door feit 2 van parketnummer 08/955380-13 ([bedrijf 1]) en door feit 3 van parketnummer 08/710595-12 ([bedrijf 7]) is toegebracht.

10 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 27, 57 en 91 van het Wetboek van Strafrecht.

11 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

  • -

    verklaart niet bewezen dat verdachte het onder parketnummer 08/955380-13 sub 5 en onder parketnummer 08/710595-12 sub 5 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

  • -

    verklaart bewezen, dat verdachte het onder parketnummer 08/955380-13 sub 1, 2 primair, 3 primair en 4 en het onder parketnummer 08/710595-12 sub 1 t/m sub 4 en het onder parketnummer 08/700577-12 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

parketnummer 08/955380-13 sub 1 en parketnummer 08/710595-12 sub 4 telkens het misdrijf:

diefstal door twee of meer verenigde personen;

parketnummer 08/955380-13 sub 2 primair en sub 3 primair telkens het misdrijf:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

parketnummer 08/710595-12 sub 1 het misdrijf:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;

parketnummer 08/710595-12 sub 2 en sub 3 telkens het misdrijf:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;

parketnummer 08/700577-12 het misdrijf:

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 140 dagen, waarvan 120 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren;

  • -

    bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:
    - omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

  • -

    bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

  • -

    veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid van 240 uren;

  • -

    beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 dagen;

schadevergoedingen

feit 2 van parketnummer 08/955380-13

  • -

    veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [bedrijf 1], gevestigd aan de [adres] in Apeldoorn van een bedrag van € 85,00 voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;

  • -

    veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 85,00 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 1 dag zal worden toegepast, een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;

  • -

    bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

feit 1 van parketnummer 08/710595-12

- bepaalt dat de benadeelde partij: [bedrijf 5] B.V., gevestigd te Wierden, [adres], in het geheel niet-ontvankelijk is in haar vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

feit 3 van parketnummer 08/710595-12

  • -

    veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij Aannemersbedrijf [bedrijf 7], gevestigd te Borne, [adres] van een bedrag van € 2.480,60 voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;

  • -

    veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 2.480,60 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 34 dagen zal worden toegepast, een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;

  • -

    bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Melaard, voorzitter, mr. S.K. Huisman en mr. B.J.T. Bouma, rechters, in tegenwoordigheid van H.K.S. Feijer, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 7 februari 2014.