Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2014:5575

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
17-10-2014
Datum publicatie
17-10-2014
Zaaknummer
08/760265-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een overval op een cafetaria en een diefstal met geweld van een mobiele telefoon. Deze voorvallen hebben diepe indruk gemaakt op de slachtoffers. Verdachte heeft verklaard dat hij niet mee wil werken aan welke behandeling dan ook.

Gelet hierop, met name met betrekking tot de impact op de slachtoffers, de jeugdige leeftijd van het tweede slachtoffer en de korte tijdspanne waarbinnen verdachte twee zogenaamde high-impact feiten heeft begaan, acht de rechtbank passend en geboden dat verdachte wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie jaar met aftrek van het voorarrest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08/760265-13

Datum vonnis: 17 oktober 2014

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedag] 1994 in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats],

nu verblijvende in het Huis van Bewaring Karelskamp Almelo te Almelo.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 21 februari 2014 (pro forma), 22 april 2014, 25 juni 2014, 19 augustus 2014 en 3 oktober 2014. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie

mr. K.J.L. de Valk en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. U. Ural, advocaat te Enschede, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: een overval heeft gepleegd op een cafetaria waarbij hij de werknemer met een mes heeft bedreigd en geld en sigaretten heeft weggenomen;

feit 2: met geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 2] heeft beroofd van zijn mobiele telefoon.

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:

1.

hij op of omstreeks 20 oktober 2013 te Enschede met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid geld en een

hoeveelheid sigaretten, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan cafetaria [cafetaria], in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of

gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] (werkzaam bij

cafetaria [cafetaria]), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te

bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan

zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin

bestond(en) dat

verdachte met gezichtsbedekkende kleding (een bivakmuts en/of een capuchon)

en/of met een (vlees)mes, althans een scherp voorwerp, in zijn hand

(dreigend/dwingend) in de richting van voornoemde [slachtoffer 1] is gelopen/gegaan

en/of (daarbij) zwaaiende bewegingen met voornoemd (vlees)mes, althans een

scherp voorwerp, heeft gemaakt en/of (vervolgens) stekende bewegingen met

voornoemd (vlees)mes, althans een scherp voorwerp, in de richting van het

lichaam van voornoemde [slachtoffer 1] heeft gemaakt en/of (dreigend/dwingend) heeft

gezegd dat voornoemde [slachtoffer 1] naar de kassa moest gaan en/of de kassa moest

open maken en/of (dreigend/dwingend) heeft gevraagd: "Waar liggen de

sigaretten" en/of bij het verlaten van de cafetaria voornoemde [slachtoffer 1]

(dreigend/dwingend) heeft toegevoegd: "Als je de politie belt, steek ik je

neer";

2.

hij op of omstreeks 22 oktober 2013 te Enschede, op de openbare weg

(Volkspark) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

een mobiele telefoon (merk LG L3.2), in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd

van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer 2], gepleegd met

het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of

om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te

maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of

welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat

verdachte voornoemde [slachtoffer 2] (met kracht) bij/aan de keel heeft

vastgepakt/vastgegrepen en/of (met kracht) de keel heeft dicht gedrukt/dicht

geknepen en/of (dreigend/dwingend) een mes, althans een scherp voorwerp,

heeft getoond en/of een mes, althans een scherp voorwerp, in de richting (van

het lichaam) van voornoemde [slachtoffer 2] heeft gehouden en/of (dreigend/dwingend)

heeft gezegd dat als voornoemde [slachtoffer 2] hem zou snitchen, dan zou hij hem

pakken;

3 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het onder 1 en 2 tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaren, met aftrek van het voorarrest. Voorts heeft hij gevorderd dat de in beslag genomen goederen worden onttrokken aan het verkeer.

4 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5 De beoordeling van het bewijs

Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of de tenlastegelegde feiten bewezenverklaard kunnen worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte de feiten heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

5.1

Feit 1

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

Volgens de officier van justitie is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte cafetaria [cafetaria] heeft overvallen, waarbij hij de daar aanwezige werknemer [slachtoffer 1] met een mes heeft bedreigd en hem zo geld en sigaretten afhandig heeft gemaakt. De officier van justitie baseert dat op de op de geheugenkaart in de telefoon van verdachte aangetroffen foto waarop de buit van de overval te zien is. Deze foto is ongeveer vijf minuten na de overval genomen. Op deze foto is voorts vloerbetrekking te zien die vergelijkbaar is met de vloerbedekking van zijn zolderwoning, terwijl die woning vlakbij [cafetaria] is. Voorts staat op die geheugenkaart een foto van verdachte, gekleed in een grijze joggingbroek gelijkend op de joggingbroek van de overvaller, zoals te zien op de cameraopname van de overval. Op het telefoontoestel HTC Wildfire S is verder een Twitter-bericht van de politie aangetroffen dat zag op deze overval. Dit telefoontoestel is maanden achtereen door verdachte gebruikt tot een dag na de overval. Naast een joggingbroek zijn op de zolderkamer van verdachte spullen aangetroffen gelijkend op die welke tijdens de overval zijn gebruikt door de dader, te weten: een mes, een bivakmuts en de van elkaar van merk en model verschillende linker- en rechterschoen die de overvaller aan had. Tenslotte herkende zowel de eigenaar van de snackbar als de huisbaas van verdachte, [huisbaas], verdachte als overvaller: de eigenaar zag verdachte vaker (met zijn hond) in zijn cafetaria en [huisbaas] herkent verdachte op de camerabeelden aan zijn typische loopje.

De raadsman stelt dat niet bewezen is dat verdachte de overval heeft gepleegd.

Het signalement van de overvaller is te algemeen en er is geen technisch bewijs aangetroffen. De op de zolderkamer aangetroffen kleding – waaronder de schoenen – en het mes zijn niet van [verdachte]. In dat verband wijst de verdediging er op dat [huisbaas] ook gebruik maakte van deze zolderruimte, dus denkbaar is dat [huisbaas] die spullen daar heeft neergelegd. Aangezien daarvan geen biologische sporen zijn afgenomen, valt die mogelijkheid niet uit te sluiten. De mobiele telefoon (merk HTC, type Wildfire) die [huisbaas] aan de politie heeft gegeven, bevond zich in de woonkamer waar verdachte niet mocht en kon komen aangezien deze door [huisbaas] werd afgesloten. Voorts staat niet vast dat verdachte de op die telefoon aangetroffen foto’s heeft gemaakt, omdat [huisbaas] ook gebruik maakte van die telefoon. Het is onduidelijk wat [huisbaas] in zijn de spontaan tegenover de politie afgelegde verklaringen bedoelt met het “loopje” van verdachte. Voorts blijkt uit de WhatsApp-gesprekken ondubbelzinnig dat [huisbaas] meer wist van de overval dan hij de politie wilde doen geloven: hij stuurt [verdachte] immers een link van RTV-Oost waarop de camerabeelden van de overval zijn te zien en vóór de overval stuurt hij een bericht aan [verdachte] met de tekst: “Wis dit gesprek”, zodat het er alle schijn van heeft dat [huisbaas] wat te verbergen heeft, terwijl zijn berichten duiden op daderkennis.

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Op 20 oktober 2013 omstreeks 20.55 uur wordt in cafetaria [cafetaria] in Enschede de daar werkzame [slachtoffer 1] geconfronteerd met een man met een zwarte bivakmuts en een mes in zijn hand. Terwijl de overvaller het mes dreigend in de richting van [slachtoffer 1] houdt, wordt [slachtoffer 1] gedwongen de kassalade te openen, waarna de overvaller ongeveer € 280,--, verdeeld in coupures van 5, 10, 20 en wellicht één van 50, uit de lade graait. Vervolgens dwingt de overvaller [slachtoffer 1] naar achteren, waar hij een zestal pakjes sigaretten (merk L&M) meeneemt. Eén van die pakjes wordt later buiten teruggevonden. Bij het verlaten van het cafetaria wijst de overvaller nog dreigend met zijn mes richting [slachtoffer 1], daarbij toevoegend: “Als je de politie belt steek ik je neer”. Nadat de beelden zijn bestudeerd van de camera die opnames van de overval maakte, valt onder meer op dat de overvaller een grijze joggingbroek en twee in model en kleur van elkaar verschillende schoenen aan had.

Op 14 november 2013 wordt verdachte door het slachtoffer van feit 2 herkend als de man die zijn mobiele telefoon (merk LG) heeft gestolen. Vervolgens wordt verdachte aangehouden en treft de politie deze telefoon bij hem aan. In deze LG-telefoon zit een micro SD-geheugenkaart die volgens verdachte zijn eigendom is. Na uitlezing van die kaart treft de politie onder meer een foto aan van wat de buit van de overval op [cafetaria] lijkt te zijn: diverse coupures van papiergeld (5, 10 en 20 euro) en vijf pakjes sigaretten van het merk L&M. Voorts bevat de geheugenkaart een foto van verdachte gekleed in een grijze joggingbroek en een Twitter-bericht van de politie over de overval bij cafetaria [cafetaria].

Uit onderzoek van de politie blijkt dat de foto’s zijn gemaakt met een HTC Wilfire S, terwijl genoemde SD geheugenkaart in dat toestel zat. Voorts stelt de deskundige van de politie aan de hand van de digitale eigenschappen van de geheugenkaart vast dat de foto gemaakt is op 20 oktober 2013 om 21:01:51 uur, dat wil zeggen ongeveer vijf minuten na de overval.

De zolderkamer waar verdachte verbleef is op korte afstand van bedoelde cafetaria.

Volgens verdachte heeft hij deze foto’s van onder meer het geld en de sigarettenpakjes via WhatsApp ontvangen van zijn huisbaas [huisbaas]. Uit het door de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] opgemaakte proces-verbaal dataonderzoek respectievelijk proces-verbaal van bevindingen blijkt, dat het verzenden van de foto van de buit via WhatsApp een aantal handelingen vereist. Het onderzoek wijst uit dat het WhatsAppbericht met voornoemde foto op 20 oktober 2013 om 21:02:23 is aangemaakt. De foto bevond zich in het mapje “sent”. Volgens verbalisant [verbalisant 1], die ter terechtzitting als deskundige is gehoord, is het mogelijk dat iemand anders dan de gebruiker van deze geheugenkaart de foto van de buit heeft gemaakt. In dat geval zou degene die de foto heeft gemaakt de foto via “verkenner” per computer vervolgens op de geheugenkaart in de map “sent” van verdachte moeten hebben gezet, om deze kaart vervolgens weer in de LG-telefoon van verdachte te plaatsen. Dat is volgens de deskundige een tamelijk tijdrovende bezigheid die meer dan enkele minuten duurt. Uit het voorgaande concludeert de rechtbank dat verdachte de foto van de bankbiljetten met pakjes sigaretten heeft gemaakt. Gelet op de hoeveelheid geld, de coupures en het aantal en het merk van de sigarettenpakjes kan het niet anders zijn dan dat het de buit van de overval betreft.

Voorts blijkt uit het politieonderzoek dat het in de woning van [huisbaas] – waar verdachte gebruik maakte van de zolderkamer – genoemde HTC Wildfire S-telefoontoestel is aangetroffen met een mobiel nummer dat op naam stond van verdachte. In de periode van

1 september 2013 tot en met 21 oktober 2013 heeft verdachte met dit toestel 568 keer contact gehad met zijn vader die in Utrecht woont: volgens verdachte had alleen hij, en niet [huisbaas], contact met verdachtes vader. In die periode heeft dat toestel 372 keer contact gemaakt met verkeersmasten in Enschede. Voorts heeft verdachte een foto van een opengescheurde schoen van het merk Pantofola d’oro naar zijn vader gestuurd met de vraag of vader hem geld wilde geven voor nieuwe schoenen. Deze schoen vertoont sterke gelijkenis met en is van hetzelfde merk als een van de schoenen die bij de overval is gebruikt. Dit verklaart ook het gebruik van twee verschillende schoenen: de andere schoen was immers stuk.

De alternatieve lezing van verdachte ten aanzien van de telecomgegevens, inhoudende dat niet hij maar [huisbaas] de foto van de buit en de WhatsApp-berichten heeft verstuurd en daarom de overvaller is, kan gelet op de onderzoeksbevindingen met betrekking tot de foto van de buit geen stand houden. Verder wordt dit bewijsmiddel ondersteund door de hiervoor genoemde andere bewijsmiddelen die, in onderlinge samenhang bezien, tot geen andere conclusie leiden dan dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de overval op cafetaria [cafetaria]. Evenmin hecht de rechtbank geloof aan de lezing van verdachte dat [huisbaas] regelmatig zijn telefoon zou gebruiken.

De resultaten van het politieonderzoek omtrent het gebruik van de telefoon/telefoonkaart duiden op gebruik door verdachte. Voorts heeft [huisbaas] ter zitting verklaard ten tijde van het feit zelf over twee telefoons te beschikken en dat hij geen gebruik maakte van de telefoon van verdachte, hooguit een enkele keer in aanwezigheid van verdachte, indien er iets met zijn eigen telefoon(s) aan de hand was.

5.2

Feit 2

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie acht bewezen dat verdachte het slachtoffer [slachtoffer 2] bij de keel heeft gegrepen en deze heeft dichtgeknepen, waarna verdachte een mes uit zijn zak heeft gehaald en haalde en op [slachtoffer 2] heeft gericht. Vervolgens heeft verdachte een mobiele telefoon uit de handen van [slachtoffer 2] gegrist, weggerend en heeft hij nog tegen [slachtoffer 2] geroepen dat als hij hem, verdachte, zou snitchen, hij hem zou pakken. Dat verdachte een mes heeft gebruikt blijkt ook na zijn aanhouden enkele weken na deze beroving: behalve genoemde mobiele telefoon werd er ook een mes bij verdachte aangetroffen. Dat de vriend van [slachtoffer 2], de 13-jarige [getuige], geen mes heeft gezien is mogelijk omdat verdachte het mes aan de voor [getuige] niet zichtbare rechterkant had, terwijl [getuige] zich focuste op de linkerhand van verdachte, die om [slachtoffer 2] keel zat.

Volgens de raadsman is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer 2] bij de keel heeft gegrepen en dat hij [slachtoffer 2] heeft gedwongen zijn mobiele telefoon af te geven, waarna hij [slachtoffer 2] nog bedreigde, nu verdachte heeft dat feit heeft bekend. Bestreden wordt echter dat verdachte gebruik heeft gemaakt van een mes. Alleen [slachtoffer 2] heeft in die zin verklaard, terwijl de bij die beroving aanwezige [getuige] – een kameraad van [slachtoffer 2] – ondubbelzinnig heeft verklaard dat verdachte geen mes heeft getrokken. Het bewijs dat een mes is gebruikt, ontbreekt derhalve.

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte het onder

2 tenlastegelegde heeft gepleegd, met dien verstande dat niet is bewezen dat verdachte bij deze diefstal gebruik heeft gemaakt van een mes. Alleen [slachtoffer 2] verklaart dat, maar die verklaring vindt geen steun in andere bewijsmiddelen.

5.4

De conclusie

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 20 oktober 2013 te Enschede met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen geld en sigaretten, toebehorende aan cafetaria [cafetaria], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] (werkzaam bij cafetaria [cafetaria]), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin

bestonden dat verdachte met een bivakmuts en met een mes in zijn hand dreigend/dwingend in de richting van voornoemde [slachtoffer 1] is gelopen en daarbij zwaaiende bewegingen met dat mes heeft gemaakt en bewegingen met dat mes in de richting van het lichaam van [slachtoffer 1] heeft gemaakt en dreigend heeft gezegd dat [slachtoffer 1] naar de kassa moest gaan en de kassa moest open maken en dreigend heeft gevraagd: "Waar liggen de sigaretten" en bij het verlaten van de cafetaria die [slachtoffer 1] dreigend heeft toegevoegd: "Als je de politie belt, steek ik je neer";

2.

hij op 22 oktober 2013 te Enschede, op de openbare weg (Volkspark) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon (merk LG L3.2), toebehorende aan [slachtoffer 2], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te

maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte voornoemde [slachtoffer 2] met kracht bij de keel heeft vastgepakt/vastgegrepen en met kracht de keel heeft dicht gedrukt en dreigend heeft gezegd dat als voornoemde [slachtoffer 2] hem zou snitchen, hij hem zou

pakken.

De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder 1 en 2 meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 310 en 312 Wetboek van Strafrechter (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feiten 1 en 2

telkens het misdrijf: diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren.

7 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

8 De op te leggen straf of maatregel

8.1

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

De verdachte heeft zich in zeer korte tijd schuldig gemaakt aan twee zeer ernstige strafbare feiten. Hij heeft met een bivakmuts over zijn hoofd een cafetaria overvallen en de daar alleen aanwezige medewerker met een mes bedreigd. Toen verdachte zich uit de voeten maakte heeft hij nog tegen het slachtoffer geroepen dat hij hem zou neersteken als hij de politie zou waarschuwen. Twee dagen daarna heeft verdachte een vijftienjarige jongen met fors geweld van zijn telefoon beroofd, en deze jongen gedreigd hem te pakken als hij hem zou “snitchen”.

Deze voorvallen hebben een diepe indruk gemaakt op de slachtoffers. Uit de ter zitting voorgehouden slachtofferverklaring van cafetariamedewerker blijkt onder meer dat hij last heeft gehad van herbelevingen, dat hij zich als gevolg van de overval niet goed kon concentreren en daarom twee tentamens niet haalde. Verder is hij bang dat de overvaller, die hij niet kent maar die wel weet wie hij is, hem een keer gaat opzoeken. De jongen wiens telefoon afhandig is gemaakt heeft in zijn aangifte verklaard dat hij na de beroving “compleet vertwijfeld” was.

Feiten als de bewezen verklaarde veroorzaken bovendien gevoelens van onveiligheid in de maatschappij. Ook dat rekent de rechtbank de verdachte zeer aan.

Uit een uittreksel van zijn documentatie blijkt dat verdachte in 2013 weliswaar is veroordeeld voor zware mishandeling, maar dat hij niet eerder is veroordeeld voor feiten als de onderhavige.

Voorts betrekt de rechtbank de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) in haar oordeelsvorming. Als oriëntatiepunt voor een overval op een winkel met licht geweld of bedreiging met geweld geldt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twee jaar. Als oriëntatiepunt voor een straatroof met licht geweld of verbale bedreiging geldt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden.

Bij de bepaling van de op te leggen straf houdt de rechtbank voorts rekening met de over verdachte uitgebrachte rapportages. In het op 27 maart 2014 door GZ-psycholoog drs. M.Z. Pyrek over verdachte uitgebrachte psychologisch rapport blijkt dat verdachte afhankelijk is van cannabis en dat hij een antisociale persoonlijkheidsstoornis heeft. De psycholoog acht het aannemelijk dat aspecten van de persoonlijkheidsstoornis van invloed zijn geweest op zijn deviant denken en delictgedrag ten tijde van het tenlastegelegde. Door de ontkenning destijds van verdachte kon niet bepaald worden in welke mate er sprake was van een verminderde toerekeningsvatbaarheid ten tijde van het tenlastegelegde. De kans op recidive wordt volgens rapporteur bepaald door meer factoren: verdachte is in hoge mate egocentrisch en zijn handelen wordt bepaald door een negatieve en deviante denkwijze. Voorts is er bij betrokkene sprake van een narcistische zelfoverschatting.

De agressieregulatie en de impulscontrole van betrokkene zijn gestoord, hij heeft een gering empathisch vermogen en zijn gewetensfunctie is lacunair. Hij heeft een sterke afweer, wat hem vrijwel ongevoelig maakt voor positieve beïnvloeding.

De heer V. Borninkhof, reclasseringswerker bij Tactus verslavingszorg, concludeert dat verdachte onvoldoende zelfinzicht heeft. Verdachte wijst een intensieve klinische behandeling van de hand en zou hooguit mee willen werken aan plaatsing binnen een beschermde of begeleide woonvorm met ambulant behandelcontact. Rapporteur schat het recidiverisico als hoog in wanneer betrokkene zich niet laat behandelen. Geadviseerd wordt verdachte een (gedeeltelijk) voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarden een meldplicht en een ambulante behandeling.

De rechtbank acht de conclusies van deze rapporten goed onderbouwd en zorgvuldig tot stand gekomen en zal de daarin genoemde adviezen laten meewegen. Niettemin acht de rechtbank een (gedeeltelijk) voorwaardelijke straf niet op zijn plaats aangezien verdachte ter terechtzitting heeft verklaard dat hij niet zal meewerken aan welke behandeling ook aangezien hij inmiddels naar zijn inzicht te lang gedetineerd zit. Gelet op het hierboven overwogene, met name met betrekking tot de impact op de slachtoffers, de jeugdige leeftijd van slachtoffer [slachtoffer 2] en de korte tijdspanne waarbinnen verdachte twee zogenaamde high-impact feiten heeft begaan, acht de rechtbank passend en geboden dat verdachte wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie jaar met aftrek van het voorarrest.

8.2

De inbeslaggenomen voorwerpen

De rechtbank is van oordeel dat de inbeslaggenomen zwarte bivakmuts vatbaar is voor onttrekking aan het verkeer, aangezien met behulp van die bivakmuts het feit onder 1 is begaan of voorbereid en deze van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.

De rechtbank is van oordeel dat de overige in beslag genomen goederen aan verdachte dienen te worden teruggegeven.

9 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 27, 36b, 36c en 57 Sr.

10 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

  • -

    verklaart bewezen, dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 en 2 meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

    feiten 1 en 2: telkens het misdrijf: diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad hetzij aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren;

  • -

    verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1 en 2 bewezenverklaarde;

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van drie (3) jaren;

  • -

    bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

de inbeslaggenomen voorwerpen

  • -

    verklaart onttrokken aan het verkeer de inbeslaggenomen zwarte bivakmuts;

  • -

    gelast de teruggave aan verdachte van: een sigarettenpeuk, een schoen wit/bruin Pantofola D’Oro, sport, een schoen blauw/wit Pantofola D’Oro, een grijze Divided joggingbroek, een grijs vest Coolcat Sport, een mobiele telefoon HTC Wildfire S.

Dit vonnis is gewezen door mr. Stam, voorzitter, mr. Stoové en mr. Venekatte, rechters, in tegenwoordigheid van Endlich, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op

17 oktober 2014.

Mr. Stoové is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie Twente met Strafrechtketennummer 8515898. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

Feit 1

1.

Het proces-verbaal aangifte van [slachtoffer 1] (blz. 76 en 77), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

"Ik ben namens de benadeelde gerechtigd tot het doen van aangifte.

Ik ben werkzaam als medewerker bij cafetaria [cafetaria] aan de [straat 1] in

Enschede. Ik ben gerechtigd en gemachtigd tot het doen van aangifte namens cafetaria

[cafetaria]. Vandaag 20 oktober 2013 was ik ook aan het werk in genoemde cafetaria.

Omstreeks 20.55 uur stond ik achter de toonbank met mijn rug naar de ingang. Ik was

bezig met het schoonmaken van de bakplaat. Ik hoorde dat de bel van de klantentoegang

afging. Ik draaide mij om om te kijken of er iemand in de zaak was. Op het moment dat

ik mij omdraaide stond er al een man naast mij met een zwarte bivakmuts over zijn

hoofd en vleesmes in zijn hand. Ik weet zo niet met welke hand de man het mes vast

hield. Deze man zei tegen mij dat ik de kassa open moest doen. Ik moest met hem

meelopen naar de kassa. Ik heb de kassalade geopend. Vervolgens heeft de man geld uit

de kassalade gepakt. Ik hoorde dat man vervolgens tegen mij zei: "Waar liggen de

sigaretten." Ik zei die liggen achter. Hierna liep hij naar achteren naar het

magazijn. Hier pakte hij een aantal pakjes met sigaretten uit een krat. Daarna zag ik

dat de man weg liep naar de klanteningang om het pand weer te verlaten. Ik hoorde dat

man tegen mij zei:" Als je de politie belt steek ik je neer". Vervolgens zag ik dat

de man wegrende. Ik ben erg geschrokken van hetgeen mij zojuist is overkomen.

Ik kan het volgende signalement van de man geven:

Zwarte bivakmuts over het hoofd.

Donkere jas

Normaal Postuur

Lengte ongeveer 1.85 meter lang.

Ik weet niet precies hoeveel geld er op dit moment door de dader buit is gemaakt. Ik

weet ook niet hoeveel pakjes sigaretten de dader buit heeft gemaakt.

Ik doe bij deze dan ook aangifte van diefstal met geweld. Er is diefstal gepleegd van

contact geld en sigaretten van het merk L&M.

Het geld en de sigaretten zijn eigendom van Cafetaria [cafetaria]. Niemand had het

recht of de toestemming om het geld en de sigaretten wet te nemen en toe te eigenen,

noch om dit te doen voorafgaan door het dreigen met geweld.

2.

Het proces-verbaal verhoor aangever [slachtoffer 1] (blz. 80 en 81), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

De pakjes sigaretten die zijn weggenomen uit cafetaria [cafetaria] waren van het merk L&M. Volgens mijn baas zou het om zes pakjes sigaretten gaan. Eén pakje heeft de politie buiten gevonden. Wat het gestolen geld betreft gaat het om euro 280,--. Ik geloof dat de coupures, briefje van vijf, tien en twintig euro bestond. Er zou ook nog een briefje van euro 50.- tussen kunnen hebben gezeten. Want de briefjes van euro 50.- liggen in de zelfde lade als de briefjes van euro 20.- Het totaalbedrag daar kwam mijn werkgever mee deze hebben we overgenomen van de kassa-uitdraai van die dag.

3.

De verklaring van de buitengewoon opsporingsambtenaar [verbalisant 1], ter terechtzitting van 3 oktober 2014 als deskundige gehoord, zakelijk weergegeven inhoudende:

In aanvulling op mijn proces-verbaal, dat zich in het strafdossier bevindt, verklaar ik dat

De HTC Wildfire S die wij in de woning van [huisbaas] is aangetroffen defect was, zodat ik deze niet heb onderzocht. De foto van bijvoorbeeld de sigaretten en de bankbiljetten (IMAG0641.jpg) kun je niet koppelen aan een bepaald toestel, wel aan een HTC Wildfire S.

Als je zo’n foto wilt versturen via WhatsApp, dan gaan er wel wat handelingen aan vooraf. Wanneer je zo’n foto met een telefoontoestel hebt gemaakt en je wilt die foto vervolgens op een ander telefoontoestel zetten, dan gaan daar veel meer tijdrovende handelingen aan vooraf. Je moet dan de geheugenkaart uit het toestel halen, deze in een computer stoppen, om vervolgens via Verkenner er af te halen en vervolgens dat bestand weer op een ander toestel te zetten. Wanneer je een foto vanaf de geheugenkaart in een HTC Wildfire S naar een ander toestel verstuurd, dan kan dat alleen in gecomprimeerde vorm. Dat kun je zien onder WhatsApp, in het mapje “Sent”.

4.

De verklaring van de ter terechtzitting van 3 oktober 2014 als getuige gehoorde [huisbaas], zakelijk weergegeven inhoudende:

Ik heb zelf nooit een HTC-toestel gehad, ik had twee toestellen van een ander merk, waarvoor ik een abonnement had afgesloten. [verdachte], die van mij de zolderverdieping gebruikte, had twee HTC’s: één was een HTC Desire, een kleintje, en de HTC Wildfire S die ik aan de politie gegeven heb. Het zou kunnen dat [verdachte] twee van die Wildfires had. Ik heb een enkele keer gebruik gemaakt van die Wildfire voor misschien een uurtje, wanneer mijn eigen toestel buiten gebruik was, maar dat was altijd in aanwezigheid van [verdachte].

5.

Een bij het proces-verbaal gevoegde DVD-schijf (voor blz. 1) met daarop camerabeelden van de overval op cafetaria [cafetaria] te Enschede.

6.

Een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant brigadier [verbalisant 3], voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 18 november 2013 vond een onderzoek plaats in perceel [adres] te [plaats],

zijnde de woning van [huisbaas], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag]

1978. Deze zoeking vond plaats onder leiding van de rechter-commissaris

Mr.A. Jordaans, arrondissementsrechtbank te Almelo en in het bijzijn van de

officier van Justitie te Almelo, Mr. K. de Valk. [huisbaas] had een deel van

zijn woning, zolderruimte, ter beschikking gesteld van de verdachte [verdachte]

, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1994. De zoeking vond plaats naar aanleiding

overval Cafetaria [cafetaria] te Enschede op zondag 20 oktober 2013 en waarbij de

verdachte [verdachte] als verdachte werd aangemerkt voor het plegen van deze overval.

De vindplaats van deze goederen zijn aangegeven middels verschillende letters, A t/m F.

Aangetroffen goederen:

A Groen grijs jack met capuchon aangetroffen op tweezits bankstel

B Licht grijze joggingbroek aangetroffen op tweezits bankstel

C plastic tas, inhoudende huisvuil en 1 Sportschoen wit/blauw (rechterschoen) met

veter, merk Pantofola d'Oro en een sigarettenpeuk (filtersigaret) merk L&M

D Bovenop verwarmingsketel een keukenmes met zwart handvat en een zwarte bivakmuts

E 2 sportschoenen wit/zwart/bruin waarvan 1 met veter (linkerschoen) en 1 zonder

veter (rechterschoen), merk Pantofola d'Oro.

7.

Als bijlagen bij voornoemd proces-verbaal van bevindingen een plattegrond en een aantal foto’s op de bladzijden 116 tem. 118.

8.

Een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 2], brigadier van politie, (blz. 86), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Tussen 19 november 2013 omstreeks 11:00 uur en 19 november 2013 omstreeks 12:00

uur, heb ik een onderzoek ingesteld waarbij het volgende is bevonden.

Op de mobiele telefoon, welke onder verdachte [verdachte] in beslag werd genomen

werden de volgende afbeeldingen aangetroffen:

De genoemde afbeeldingen stonden op een extern micro-SD kaartje, welke geplaatst

was in de LG mobiele telefoon.

1. Een foto van een vijftal pakjes sigaretten van het merk L&M en verfrommeld

briefgeld van 5, 10 en 20 euro. Genoemde goederen liggen op de grond.

volgens eigenschappen van de foto is deze genomen op 20 oktober 2013 te 21.01 uur

met een HTC Wildfire S.

2. Een foto van het nieuwsbericht over de overval op cafetaria [cafetaria] aan de

[straat 1] te Enschede.

volgens eigenschappen van de foto is deze genomen op 21 oktober 2013 te 22.14 uur

met een HTC Wildfire S.

Genoemde data en tijdstippen zijn vermoedelijk de ingestelde gegevens van het

toestel.

De overval op cafetaria [cafetaria] heeft plaatsgevonden op 20 oktober 2013 tussen

20.50

uur en 21.00 uur.

HTC Wildfire S

Op 18 november 2013 overhandigde getuige [huisbaas], de huisbaas van

verdachte [verdachte], het opsporingsteam een mobiele telefoon van het merk HTC, model

Wildfire S. Het scherm van dit toestel was stuk. Hij deelde hierbij mede dat dit

toestel van verdachte [verdachte] was.

9.

Een proces-verbaal van bevindingen, opgesteld door verbalisant [verbalisant 2], brigadier van politie, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 19 juni 2014 heb ik, verbalisant, een aanvraag vordering vertrekking

verkeersgegevens ex artikel 126n Wetboek van Strafvordering opgemaakt. Deze

aanvraag had betrekking op een tweetal imei-nummers. De aanvraag betrof over de

periode 01 september 2013 t/m 15 november 2013. De imei-nummers betroffen:

[IMEI-nummer 1] (HTC Wildfire S)

Dit imei-nummer is afkomstig uit het toestel, welke op 18 november 2013

tijdens de doorzoeking ter inbeslagname aan de [adres] te [plaats] door de

verhuurder, genaamd [huisbaas], aan het onderzoeksteam werd overhandigd, met

de mededeling dat deze telefoon eigendom zou zijn van verdachte [verdachte]

.

Onderzoek aan dit toestel leverde op dat het toestel was voorzien van het imei-

nummer [IMEI-nummer 1]. Tevens bleek dat het toestel defect was en niet mogelijk

was om het uit te lezen.

[IMEI-nummer 2] (LG)

Dit imei-nummer is afkomstig uit het LG-toestel, welke onder verdachte [verdachte]

in beslag werd genomen. Dit imei-nummer bleek overeen te

komen met het opgegeven imei-nummer door aangever [slachtoffer 2], die aangifte had

gedaan van beroving.

Door mij, verbalisant werden de gebruikte mobiele nummers en het belgedrag

onderzocht van beide toestellen over de periode 01 september 2013 t/m 15 november

2013.

Hieruit zijn de volgende bevindingen uit op te maken:

[IMEI-nummer 1] (HTC Wildfire S)

- Over de gehele bevraagde periode heeft tot en met 21 oktober 2013 te 21.47 uur

het mobiele nummer [telefoonnummer 1] gebruik gemaakt van het toestel. Hierna is er

geen contact meer gemaakt geregistreerd vanaf het toestel met een

verkeersmast.

Het mobiele nummer [telefoonnummer 1] staat volgens het CIOT op naam van [verdachte]

.

- Het meest (568x)heeft dit toestel, over de bevraagde periode, contact gehad met

het nummer [telefoonnummer 2], welke op naam staat van [vader verdachte], wonende aan

de [adres] te [plaats].

- Het meest (372x) heeft dit toestel contact gemaakt, over de bevraagde periode,

met de verkeersmasten [straat 2] en [straat 3] te Enschede.

[IMEI-nummer 2] (LG)

Over de bevraagde periode heeft tot en met 21 oktober 2013 te 18.13 uur het

mobiele nummer [telefoonnummer 3] gebruik gemaakt van het toestel. Uit het proces-

verbaal van aangifte blijkt dat dit nummer behoort aan aangever [slachtoffer 2].

Over de bevraagde periode heeft vanaf 23 oktober 2013 te 17.17 uur het mobiele

nummer [telefoonnummer 1] gebruik gemaakt van het toestel.

Het belgedrag van het LG-toestel met imei [IMEI-nummer 2] (LG) komt vanaf 23

oktober 2013 overeen met het belgedrag van de voornoemde HTC Wildfire S met

imeinummer [IMEI-nummer 1].

10.

Een proces-verbaal dataonderzoek, opgesteld door verbalisant [verbalisant 1], buitengewoon opsporingsambtenaar, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 30 juli 2014 heb ik naar aanleiding van de, in het proces-

verbaal met parketnummer 08/760265-13 van de in het openbaar

gehouden zitting op 22 april 2014, gestelde onderzoeksvragen een

vervolgonderzoek ingesteld aan de door mij veiliggestelde gegevens.

AANVULLEND ONDERZOEK TELEFOON

1) Het uitlezen en schriftelijk vastleggen van alle WhatsAppcommunicatie

op de LG-telefoon tussen verdachte en [huisbaas].

2) Het verrichten van (nader) onderzoek naar dan wel (nogmaals)

rapporteren in voor "digitale leken" begrijpelijke tekst over de foto's

met de bestandsnamen:

• "IMAG0640.jpg" (foto met bivakmuts)

• "IMAG0641.jpg" (sigaretten en geld)

• "IMA00642.1pg" (tweet)

ter beantwoording van de vragen:

a. a) in welke mappen images (ontvangen) of images/sent

(verzonden) — zijn deze aangetroffen

b) met welk toestel zijn/is deze bestanden/link verzonden en

ontvangen

3) Het verrichten van (nader) onderzoek naar dan wel (nogmaals)

rapporteren in voor "digitale leken" begrijpelijke tekst over de link:

• http://appmedia.rtvoost.ni/video/lo/2100331.mp4

Als met een digitale camera een afbeelding wordt gemaakt, wordt in het

afbeeldingsbestand EXIF-informatie opgeslagen. In deze EXIF-informatie

staan allerlei gegevens met betrekking tot de gemaakte afbeelding,

waaronder merk en/of model camera en datum en tijd informatie. Op de in

de LG aangetroffen microSD geheugenkaart staan afbeeldingen die

volgens de EXIF-informatie van die afbeeldingen gemaakt zijn met een

HTC Wildfire S en afbeeldingen die volgens de EXIF-informatie van die

afbeeldingen gemaakt zijn met een LG Electronics, Tevens staan in het

interne geheugen van de LG telefoon afbeeldingen die volgens de

EXIF-informatie van die afbeeldingen gemaakt zijn met een LG

Electronics.

De meest recente afbeelding op de microSD geheugenkaart met in de

EXIF-informatie "HTC Wildfire S' is gemaakt op 21-10-2013 22:14:08. De

oudste afbeelding met in de EXIF-informatie "LG Electronics" is in het

interne geheugen van de LG telefoon is opgeslagen en is gemaakt op 23-

10-2013 22:40:49, de meest recente afbeelding met in de EXIF-informatie

"LG Electronics" die in het interne geheugen van de LG telefoon is

opgeslagen is gemaakt op 06-11-2013 14:36:19 en de oudste afbeelding

met in de EXIF-informatie "LG Electronics" die op de microSD

geheugenkaart is opgeslagen en is gemaakt op 06-11-2013 20:07:10.

De WhatsAppcommunicatie in het bestand op de microSD geheugenkaart

eindigt op 22-10-2013 16:44:30 (Lokale tijd), de WhatsAppcommunicatie in

het bestand in het interne geheugen van de LG telefoon begint op

22-10-2013 19:09:01 (Lokale tijd).

Uit bovenstaande maak ik op dat de microSD geheugenkaart die is

aangetroffen in de LG telefoon voordat deze in de LG telefoon werd

geplaatst in een HTC Wildfire S heeft gezeten die bij verdachte in gebruik

was. Kennelijk heeft verdachte op 22-10-2013 tussen 16:44 en 19:09 de

LG telefoon in gebrulk genomen en op 06-11-2013 tussen 14:36 en 20:07

de microSD geheugenkaart uit de HTC telefoon in de LG telefoon

geplaatst.

1. Schriftelijk vastleggen WhatsAppcommunicatle tussen verdachte

en [huisbaas]

Voor het schriftelijk vastleggen van alle WhatsAppcommunicatie op de LG

telefoon tussen verdachte en [huisbaas] heb ik als uitgangspunt

het WhatsApp ID genomen waarmee op 31 oktober 2013 via WhatsApp de

link "http://appmedia.rtvoost.nl/video/lo/210331,mp4 " door [huisbaas]

aan verdachte is verzonden. Dit betreft het WhatsApp ID

"[WhatsApp ID]",

lk heb het interne geheugen van de LG telefoon en de in de LG telefoon

aangetroffen microSD geheugenkaart onderzocht op de aanwezigheid van

WhatsAppcommunicatie en vervolgens deze aangetroffen

WhatsAppcommunicatie gefilterd op berichtenverkeer van en naar

WhatsApp ID "[WhatsApp ID].

lk heb de aangetroffen WhatsAppcommunicatie die in het interne

geheugen van de LG telefoon is aangetroffen als bijlage 1 en de

WhatsAppcommunicatie die op de in de LG telefoon aangetroffen microSD

geheugenkaart is aangetroffen als bijlage 2 bij dit proces verbaal gevoegd.

2. Nogmaals rapporteren over de foto's met de bestandsnamen:

• IMAGO640.jpg" (foto met bivakmuts)

• "IMAGO641.jpg" (sigaretten en geld)

De afbeeldingen met de bestandsnamen "IMAG0640.jpg" (foto met

bivakmuts), "IMAG0641.jpg" (sigaretten en geld) en "IMAG0642.jpg"

(tweet) zijn door mij aangetroffen in de door mij veiliggestelde gegevens

van de microSD geheugenkaart welke door mij is aangetroffen in de

mobiele telefoon, de LG, type Optimus L3.

a. a) in welke mappen — images (ontvangen) of images/sent

(verzonden) — zijn deze aangetroffen

De genoemde bestanden heb ik aangetroffen in de map met de naam

"1DCIM1OOMEDIAr.

in de EXIF-informatie van genoemde afbeeldingen staat dat deze

afbeeldingen zijn gemaakt met een "HTC Wildfire S.

De afbeelding met de bestandsnaam "IMG-20131020-WA0001.jpg", die

ogenschijnlijk identiek is aan de afbeelding met de naam "IMAG0641.jpg",

is aangetroffen in de map met de naam

"WhatsAppWledia\WhatsApp Images\Sent".

b) met welk toestel zijn/is deze bestanden/link verzonden en

ontvangen

De bestandsnaam "IMG-20131020-WA0001.jpg" en de bestandslocatie

naam WhatsApplMedia\WhatsApp Images1Sent" duiden op het via

WhatsApp verzenden van de betreffende afbeelding op 20-10-2013 vanaf

het toestel waarin zich de microSD geheugenkaart ten tijde van het

verzenden, omstreeks 21:02:23, bevond.

De afbeelding met de bestandsnaam "IMAG0641.jpg" is volgens de EXIF-

informatie gemaakt op 20-10-2013 om 21:01:50 met een HTC Wildfire S

en staat in de map " \DCIM\100MEDIA1". De afbeelding met de

bestandsnaam IMG-20131020-WA0001.jpg" is volgens de

bestandseigenschappen op 20-10-2013 om 21:02:23 aangemaakt in de

map "WhatsApp1Media\WhatsApp Images1Sent" op dezelfde microSD

geheugenkaart.

Hieruit maak ik op dat het zeer waarschijnlijk is dat de afbeelding met de

bestandsnaam IMG-20131020-WA0001.jpg" is verzonden vanaf een

HTC Wildfire S. lk acht het zeer onwaarschijnlijk dat de afbeelding met de

bestandsnaam "IMG-20131020-WA0001.jpg" is ontvangen met het toestel

waarin zich de microSD geheugenkaart ten tijde van het verzenden,

omstreeks 21:02:23, bevond.

lk heb de WhatsAppcommunicatie onderzocht en daarin geen gegevens

gevonden waaruit blijkt dat het bestand daadwerkelijk verzonden (of

ontvangen) wordt, wel trof ik het op 20-10-2013 21:31:35 uur ontvangen

bericht "Wis dit gesprek". Dit bericht is afkomstig van WhatsApp ID

"[WhatsApp ID] en is als verwijderd aangemerkt. De rest

van het verwijderde gesprek heb ik niet aangetroffen.

lk heb de aangetroffen WhatsAppcommunicatie van rond 20-10-2013,

21:02:23 uur als bijlage 3 bij dit proces-verbaal gevoegd.

11.

De verklaring van verdachte, ter terechtzitting van 3 oktober 2014 afgelegd, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

De micro SD geheugenkaart die is aangetroffen in de LG mobiele telefoon is mijn eigendom. Ik heb in de periode gelegen voor en na 20 oktober 2013 gebruik gemaakt van de mobiele telefoon HTC Wildfire S, die in de woning van [huisbaas] is aangetroffen. Het kan kloppen dat ik met dat toestel 568 keer met mijn vader [vader verdachte] heb gebeld, ook vanuit Enschede. Ik ben in die periode af en toe in de zolderkamer en badkamer aan het adres [adres] in [plaats] verbleven. In die periode heb ik mijn vader een foto van één van de inbeslaggenomen Pantofola-schoenen gestuurd, waarbij ik mijn vader berichtte dat één schoen kapot was.

Feit 2

1.

Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] (blz. 56 en 57), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

"Ik doe aangifte van diefstal met geweld. Ik verklaar U het volgende:

Op 22 oktober 2013 rond 17.15 uur zat ik op een bankje op het Volkspark te

Enschede. Ik zat op een bank samen met een vriend. Mijn vriend heet [getuige], wonende te Enschede. Toen ik opkeek van mijn telefoon zag ik dat een man opstond. Ik zag dat de man op ons afkwam lopen. Plotseling pakte de man mij bij mijn keel. Hij had zijn vingers van zijn linkerhand om mijn keel. De man drukte mijn keel opzettelijk en met kracht mijn keel dicht. Op een gegeven moment werd de greep minder om mijn nek en voordat ik het wist griste de man mijn telefoon uit mijn handen en rende weg.

Ik hoorde de man nog zeggen dat als wij hem zouden snitchen dan zou hij ons pakken. Hij zou onze gezichten onthouden.

Ik was compleet vertwijfeld. Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit."

2.

Een proces-verbaal verhoor getuige van [getuige] (blz. 62 en 63), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 22 oktober 2013 omstreeks 17.15 uur waren [slachtoffer 2] en ik op het Volkspark. Er was

kermis. We zijn op een bankje gaan zitten. [slachtoffer 2], ik bedoel daarmee [slachtoffer 2]

mee, was met zijn telefoon bezig. Ik zag dat de man in een keer opstond en hij onze richting opkwam. De man kwam op [slachtoffer 2] af en ik zag dat de man [slachtoffer 2] met zijn hand hem bij de keel of kraag greep. Ik zag dat de vingers van de man om de keel van [slachtoffer 2] gingen.

Ik zat aan de linkerkant van [slachtoffer 2]. De man hoorde ik zeggen: Laat die telefoon los, kankelijer. Ik zag dat de man de telefoon probeerde af te pakken van [slachtoffer 2].

De man had plotseling de telefoon van [slachtoffer 2] in zijn hand. Daarop rende de man weg

richting Emmastraat. Ik hoorde de man nog zeggen tegen ons of tegen [slachtoffer 2]: "ik heb

jouw kop nou gezien, als je mij nakomt dan vermoord ik je.

3.

De verklaring van verdachte, ter terechtzitting van 25 juni 2014 afgelegd, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 22 oktober 2013 was ik in Enschede in het Volkspark. Op een gegeven moment zag ik

twee jongens naar een bankje toe lopen. Ik zag dat één van de jongens een telefoon in zijn

hand vast hield. Ik liep naar de jongen toe en greep hem met één hand bij zijn shirt vast. Met

mijn andere hand pakte ik de telefoon van hem af en ben toen weggerend.