Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2014:5015

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
25-06-2014
Datum publicatie
25-09-2014
Zaaknummer
C-08-153800 - FA RK 14-692
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank bepaalt de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vader, nu de kinderen sinds 14-3-2014 bij de vader en zijn gezin verblijven, alsmede gelet op het minimale contact met de moeder sindsdien en de zorgen over de sociaal-emotionele ontwikkeling van beide kinderen. De Kinderen doen het goed op hun huidige school. Terugplaatsing naar de moeder stuit op weerstand bij de kinderen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Familierecht en Jeugdrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer: C/08/153800 / FA RK 14-692 (SL(O)

beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Overijssel d.d. 25 juni 2014

inzake

[verzoeker],

verder ook de man of de vader te noemen,

wonende te [woonplaats 1], [adres 1],

verzoeker,

advocaat: mr. L.J.A. Eshuis-Nijmeijer,

en

[belanghebbende],

verder ook de vrouw of de moeder te noemen,

wonende te [woonplaats 2], [adres 2],

belanghebbende,

advocaat: mr. E.M. Elfrink.

Het procesverloop

Op 24 maart 2014 is ter griffie ingekomen een verzoekschrift met bijlagen van de man.

De zaak is, gelijktijdig met de verzoeken geregistreerd onder de nummers C/08/153413 / KG ZA 14-110 en C/08/154079 / JE RK 14-534, behandeld ter zitting van 26 maart 2014. Ter zitting is aan de Raad voor de Kinderbescherming te Almelo (hierna: de Raad) verzocht om een onderzoek te verrichten en daarover te rapporteren en te adviseren. Op 30 mei 2014 is een rapport van de Raad ter griffie ingekomen.

De zaak is wederom behandeld ter zitting van 4 juni 2014, gelijktijdig met het definitieve verzoek tot ondertoezichtstelling (C/08/157087 / JE RK 14-893). Ter zitting zijn verschenen: de heer [B] namens de Raad, mevrouw[M] en mevrouw

[N] namens Stichting Bureau Jeugdzorg Overijssel (hierna: BJZO), moeder bijgestaan door mr. E.M. Elfrink en vader bijgestaan door mr. L.J.A. Eshuis-Nijmeijer. De standpunten zijn toegelicht. Van de behandeling heeft de griffier aantekeningen gemaakt.

De vaststaande feiten

De ouders zijn gehuwd geweest. Uit dit huwelijk zijn geboren:

[naam 1], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 1] en

[naam 2], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 2].

Bij beschikking van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 2 september 2009 is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. Deze is op 15 september 2009 ingeschreven in de daartoe bestemde registers van de burgerlijke stand. In voormelde beschikking is opgenomen dat de ouders gezamenlijk belast blijven met het ouderlijk gezag, dat de minderjarigen hun hoofdverblijfplaats bij de moeder hebben met vaststelling van een omgangsregeling met de vader.

Bij beschikking van 26 maart 2014 heeft de kinderrechter te Almelo de voorlopige ondertoezichtstelling van de minderjarigen uitgesproken met ingang van 26 maart 2014 tot 26 juni 2014 met benoeming van BJZO tot gezinsvoogdijinstelling.

Bij vonnis in kort geding van 31 maart 2014 heeft de voorzieningenrechter bepaald dat de minderjarigen voorlopig, in afwachting van de nadere beslissing in de bodemprocedure en tenzij de gezinsvoogd van mening is dat het verantwoord is om de kinderen terug te plaatsen bij moeder, hun hoofdverblijfplaats zullen hebben bij de vader.

Daarnaast heeft de voorzieningenrechter aan de vader vervangende toestemming verleend om de minderjarigen uit te schrijven van hun huidige school en in te schrijven op [naam 3] te [woonplaats 3], totdat nader wordt beslist over de hoofdverblijfplaats.

Bij beschikking van 4 juni 2014 heeft de kinderrechter te Almelo de minderjarigen onder toezicht gesteld met ingang van 26 juni 2014 tot 26 maart 2015 met benoeming van BJZO tot gezinsvoogdijinstelling.

Het verzoek

De man heeft de rechtbank verzocht, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

  • -

    te bepalen dat de minderjarige kinderen met ingang van de te wijzen beschikking, hun hoofdverblijfplaats zullen hebben bij de man;

  • -

    de man (vervangende) toestemming te verlenen om de minderjarigen uit te schrijven van hun huidige school en in te schrijven op [naam 3] te [woonplaats 3] aan de [adres 3].

Het verweer

De vrouw heeft ter zitting verweer gevoerd. Bij de beoordeling zal hier nader op worden ingegaan.

De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing

De rechtbank heeft de Raad verzocht een onderzoek te doen naar de hoofdverblijfplaats en de omgangsregeling.

De Raad heeft in zijn rapport van 30 mei 2014 te kennen gegeven dat de kinderen een aantal ingrijpende levensgebeurtenissen hebben meegemaakt. [naam 2] en [naam 1] zijn oor- en/of ooggetuige geweest van huiselijk geweld. [naam 2] geeft aan regelmatig door moeder geslagen te zijn en [naam 1] geeft aan regelmatig mishandeld te zijn door moeder en stiefvader. Beide kinderen hebben de scheiding van de ouders meegemaakt welke zeer conflictueus is verlopen en het contact tussen de ouders is nog steeds erg slecht. De kinderen lijken klem te zitten tussen de ouders. Daarnaast heeft de Raad zorgen over de sociaal-emotionele ontwikkeling van [naam 2] en [naam 1]. Beide kinderen zijn op hun hoede tijdens vertrouwensrelaties. [naam 2] is erg gesloten over de thuissituatie, hij is in het verleden gepest en bij spanningen plast hij in bed. [naam 1] praat niet veel over wat hem bezighoudt en hij is bang voor stiefvader.

Volgens de Raad zitten de kinderen al jarenlang in een situatie waarbij de ouders niet adequaat met elkaar communiceren over zaken die hen betreffen. De ouders hebben een zeer conflictueuze ex-partnerrelatie. Daarnaast praten beide ouders negatief over de ander, vader ook waar de kinderen bij zijn. De weerstand die moeder heeft jegens AMK, BJZO en de Raad bemoeilijkt de omgang tussen haar en haar zoons. Moeder zit in een complexe gezinssituatie waarin ze moet switchen tussen twee gezinssystemen, waarbij haar zonen nu bij hun vader wonen en haar dochters bij haar. Moeder is opvoeder van haar dochters, maar daarnaast is ze tevens opvoeder van [naam 2] en [naam 1] en zal ze keuzes moeten gaan maken of ze de verstoorde relatie met haar zonen herstelt en weer meer een rol gaat spelen in het leven van [naam 2] en [naam 1] of een moeder die op afstand meekijkt. Het beeld betreffende het opvoedershandelen en factoren van vader en diens partner kan volgens de Raad moeilijk geconcretiseerd worden. Vader heeft moeite met reflecteren en lijkt het gemakkelijker te vinden om de zwarte piet bij moeder neer te leggen. Vader blijft net als moeder in de ex-partnerproblematiek hangen en wordt niet doordrongen van het feit dat er grote risico’s zijn voor blijvende loyaliteitsproblematiek bij [naam 2] en [naam 1]. Zowel vader als moeder hebben een aandeel in het klemzitten van de kinderen en ze zullen dan ook beiden aan de slag moeten.

De Raad heeft geadviseerd om de hoofdverblijfplaats van [naam 2] en [naam 1] bij vader te bepalen. De kinderen wonen sinds half maart 2014 bij vader. Er is sindsdien minimaal contact geweest tussen moeder en de kinderen. Het contact dat wel heeft plaatsgevonden was niet positief voor de kinderen. De Raad vraagt zich af of moeder gezien de problematiek die speelt wel een veilig opvoedingsklimaat neer kan zetten voor al haar vier kinderen tegelijk in haar huis. Op dit moment doen de kinderen het goed bij vader en de school is positief over hoe de kinderen een plek hebben gevonden binnen de nieuwe klas. De jongens nu weer verplaatsen heeft volgens de Raad voor de jongens geen positieve meerwaarde. De Raad is van mening dat een wijziging van de hoofdverblijfplaats nu in het belang van [naam 2] en [naam 1] is.

Verder adviseert de Raad om een begeleide omgangsregeling door BJZO vast te stellen tussen de minderjarigen en moeder op het kantoor van BJZO, waarbij de gezinsvoogden voor het verdere verloop de regie in handen hebben. De bezoekregeling dient nog te worden begeleid om de kinderen veiligheid te bieden en verder te kunnen observeren. Verder hebben de kinderen een neutraal persoon nodig die hen ondersteunt bij een stapsgewijs herstel van de relatie met hun moeder. Afhankelijk van wat de kinderen aankunnen kan de omgangsregeling door de gezinsvoogd worden uitgebreid. Daarnaast adviseert de Raad om de telefonische contacten tussen moeder en de kinderen twee keer per week op vaste tijden te laten plaatsvinden.

Mr. Eshuis-Nijmeijer heeft namens vader ter zitting naar voren gebracht dat vader instemt met de ondertoezichtstelling en zich aansluit bij het advies van de Raad ten aanzien van het hoofdverblijf van [naam 2] en [naam 1]. Hij stelt dat de overgang voor de kinderen probleemloos is verlopen en dat zij het naar de zin hebben in [geboorteplaats]. Verder wil vader werken aan de communicatie met moeder en vindt hij dat de voogden een belangrijke taak hebben in het begeleiden van de omgang. Vader vindt het belangrijk dat het contact tussen moeder en de kinderen wordt opgebouwd.

Ter zitting heeft mr. Elfrink namens moeder naar voren gebracht dat zij het advies van de Raad dat de kinderen bij de man verblijven een zorgelijke ontwikkeling vindt. Haar moedergevoel zegt dat de kinderen terug moeten naar haar. Aan de andere kant ziet moeder dat [naam 1] dat absoluut niet wil, terwijl [naam 2] en moeder twee handen op één buik zijn. Moeder weet niet meer wat in het belang van de kinderen is. Ze wil de kinderen niet uit elkaar halen. Moeder refereert zich aan het oordeel van de rechtbank. Zij heeft de kinderen slechts twee keer onder toezicht gezien. Moeder verzoekt de rechtbank om een omgangsregeling tussen haar en de kinderen vast te leggen, desnoods met een opbouw. De regie voor de omgang dient niet aan de gezinsvoogd overgelaten te worden. Er wordt aan de kinderen een slecht signaal afgegeven als er zo weinig omgang is. Bij moeder is het veilig en met de kinderen gaat het goed. [naam 2] en [naam 1] missen hun zusjes.

De kinderrechter is van oordeel dat, op grond van het raadsrapport en het verhandelde ter zitting, wijziging van de hoofdverblijfplaats naar vader het meest in het belang van de minderjarigen is. Hierbij overweegt de kinderrechter dat de kinderen sinds 14 maart 2014 feitelijk bij vader en zijn gezin verblijven. Gelet op het minimale contact met moeder sindsdien en de zorgen over de sociaal-emotionele ontwikkeling van beide kinderen, acht de kinderrechter het van belang de huidige verblijfsituatie bij vader te continueren. De kinderen doen het goed op hun huidige school en hen nu weer terugplaatsen bij moeder stuit op weerstand bij [naam 2] en [naam 1]. Gelet op hetgeen de minderjarigen in hun jonge leven reeds hebben meegemaakt is de kinderrechter van oordeel dat de rust die de jongens thans ervaren bij vader gecontinueerd dient te worden.

De kinderrechter acht het daarbij van groot belang dat er contact is tussen de kinderen en moeder. Ter zitting hebben de gezinsvoogden het belang hiervan onderschreven. Voorts is door de gezinsvoogden naar voren gebracht dat [naam 1] meer weerstand heeft bij de omgang met moeder dan [naam 2]. De omgang dient langzaam opgebouwd te worden. Voor vader is een belangrijke taak weggelegd om de kinderen positief naar moeder te laten kijken.

Moeder heeft ter zitting het verzoek gedaan een omgangsregeling vast te stellen tussen haar en de kinderen.

De kinderrechter acht het van belang dat de gezinsvoogden als neutrale personen de kinderen ondersteunen bij het herstel van het contact met moeder, alsmede de ouders daarin kunnen begeleiden en zonodig sturen. De ouders dienen de komende periode, samen met de gezinsvoogden, te gaan werken aan verbetering van de onderlinge verstandhouding, de communicatie en het vertrouwen tussen partijen en daarnaast voor zichzelf de benodigde hulpverlening in te schakelen. In het licht van vorenstaande zal de kinderrechter conform het advies van de Raad de regie en de uitvoering met betrekking tot de (opbouw van de) omgangsregeling tussen de moeder en de minderjarigen overlaten aan de gezinsvoogden. De kinderrechter zal derhalve het verzoek van moeder een concrete omgangsregeling vast te stellen afwijzen. Zoals door mr. Elfrink ter zitting is aangegeven kan moeder een schriftelijke aanwijzing vragen, indien naar de mening van moeder de omgang tussen haar en de kinderen niet naar behoren verloopt.

Gelet op de definitieve beslissing over de hoofdverblijfplaats van de kinderen zal de kinderrechter tevens aan vader vervangende toestemming verlenen om [naam 2] en [naam 1] uit te schrijven van de school in [naam 4] en in te schrijven op [naam 3] te [woonplaats 3].

De beslissing

De kinderrechter:

I. Wijzigt de beschikking van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 2 september 2009 in die zin, dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen bij de vader zal zijn.

II. Verleent aan de vader vervangende toestemming om de minderjarigen uit te schrijven van de school in [naam 4] en in te schrijven op [naam 3] te [woonplaats 3].

III. Bepaalt dat de moeder en de minderjarigen omgang met elkaar zullen hebben op een door de gezinsvoogden aan te geven wijze en frequentie.

IV. Verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

V. Wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. C. Verdoold, in tegenwoordigheid van

mr. A.C.M. Heerdink als griffier en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2014.

Een afschrift van deze beschikking wordt gezonden aan de Raad voor de Kinderbescherming te Almelo en de in deze beschikking vermelde gegevens worden door die raad opgenomen in zijn registratie.

Tegen deze beschikking kan – uitsluitend door tussenkomst van een advocaat – hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden:

  1. door verzoeker en door degene(n) aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

  2. door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hen op andere wijze bekend is geworden.