Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2014:4876

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
27-08-2014
Datum publicatie
17-09-2014
Zaaknummer
C/08/136851 HA ZA 13-113
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Onrechtmatige overheidsdaad.

De enkele omstandigheid dat de rechtbank Almelo in haar uitspraak het besluit op bezwaar heeft vernietigd, brengt niet automatisch met zich dat sprake is van onrechtmatig handelen in de zin van artikel 6:162 BW. De rechtbank heeft de beslissing op bezwaar vernietigd omdat deze een deugdelijke motivering ontbeerde.

Met de gemeente is de rechtbank van oordeel dat het primaire besluit niet is aangetast. Hierdoor heeft het besluit formele rechtskracht gekregen en moet van de rechtmatigheid ervan worden uitgegaan.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 162
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 7:12
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JA 2014/135 met annotatie van mr. A.C. Beijering-Beck

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer: C/08/136851 HA ZA 13-113

datum vonnis: 27 augustus 2014

Vonnis van de rechtbank Overijssel, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken, in de zaak van:

1 [eiser 1],

2. [eiser 2],

3. [eiser 3],

4. [eiser 4],

5. [eiser 5],

6. [eiser 6],

7. [eiser 7],

allen wonende te Hengelo (O.),

eiseres,

verder te noemen: [eisers],

advocaat: mr. D. Muller te Bunschoten-Spakenburg,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

Gemeente Hengelo,

zetelende te Hengelo (O.),

gedaagde,

verder te noemen: de gemeente Hengelo,

advocaten: mr. A.T. Bolt te Arnhem.

1 Het procesverloop

1.1

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

- de inleidende dagvaarding van 12 februari 2013 met producties;

- het vonnis van de rechtbank Overijssel, sector kanton, van 16 april 2013;

- de conclusie van antwoord met producties;

- de conclusie van repliek met producties;

- de conclusie van dupliek met producties;

- een akte uitlating producties.

1.2

Ten slotte hebben partijen om vonnis gevraagd.

2 De feiten

2.1

Op 7 september 2009 heeft het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Hengelo een vergunning verleend ten behoeve van het realiseren van een bedrijfsverzamelgebouw, bestaande uit 26 units, op het terrein gelegen achter de woningen van [eisers] Vervolgens is de bouw daarvan gerealiseerd.

2.2

[eisers] hebben tegen de verleende vergunning bezwaar gemaakt, welk bezwaarschrift op 19 januari 2010 door het college van B&W ongegrond is verklaard. Hiertegen hebben [eisers]beroep ingesteld bij de rechtbank.

2.3

Bij (eind)uitspraak van 20 oktober 2011 heeft de sector bestuursrecht van de rechtbank Almelo het beroep van eisers gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, doch bepaald dat de rechtsgevolgen hiervan in stand blijven.

3 De standpunten van partijen

3.1

[eisers] vorderen dat de rechtbank bij vonnis, zo mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de gemeente Hengelo veroordeelt tot betaling van € 25.000,-- aan eisers sub 1 en 2, € 20.000,-- aan eisers sub 3 en 4, € 20.000,-- aan eiser sub 5, € 26.000,-- aan eisers sub 6 en sub 7, al deze bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 september 2009, althans vanaf 11 oktober 2011, althans vanaf de dag der aansprakelijkstelling, althans vanaf de dag der dagvaarding, en voorts tot betaling van € 2.785,-- aan eisers sub 1 tot en met 7 ter vergoeding van de buitengerechtelijke kosten, met veroordeling van de gemeente Hengelo in de kosten van de procedure.

3.2

[eisers] stellen daartoe dat het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Hengelo (hierna: college van B&W) ten onrechte een vergunning heeft verleend voor het realiseren van een bedrijfsverzamelgebouw met 26 units, waarbij niet is voldaan aan de bepalingen van de bouwverordening van de gemeente Hengelo. De bewuste bepaling in de bouwverordening, artikel 2.5.30, is verder uitgewerkt in de gemeentelijke parkeernota. Aan deze parkeernota kon niet worden voldaan. Daardoor is het bedrijfsverzamelgebouw te groot en is de parkeer- en verkeerssituatie onoverzichtelijk.

3.3

Omdat de rechtbank de beslissing op bezwaar van het college van B&W heeft vernietigd, staat de onrechtmatigheid van het besluit vast. [eisers] hebben schade geleden, omdat hun woningen hierdoor in waarde zijn gedaald.

3.4.

De gemeente Hengelo voert verweer. Weliswaar heeft de rechtbank de beslissing op bezwaar van de het college van B&W vernietigd, maar de reden daarvan is dat de beslissing op bezwaar destijds niet goed genoeg was onderbouwd. De rechtbank komt in het uitspraak wel tot het oordeel dat alle zijdens [eisers] aangevoerde bezwaren zijn weggenomen.

3.5

Zo heeft de rechtbank geoordeeld dat het parkeerplan realiseerbaar is en heeft daarbij in aanmerking genomen dat [eisers] niet aannemelijk hebben gemaakt dat de parkeerplaatsen niet bereikbaar zijn, dan wel niet bruikbaar zijn vanuit een oogpunt van verkeersveiligheid. Voorts is de rechtbank van oordeel dat de gemeente Hengelo in redelijkheid kon besluiten om bij het nadere besluit van 1 juli 2011 een ontheffing als bedoeld in artikel 2.5.3 lid 6 van de bouwverordening te verlenen.

Daarbij kon de gemeente het belang van de vergunninghoudster laten prevaleren boven het belang van [eisers], aangezien bij een juist gebruik van de parkeerplaatsen voor [eisers] geen belemmeringen ontstaan om hun perceel te bereiken.

3.6

Het bestuursrechtelijke stelsel van rechtsmiddelen brengt mee dat, wanneer een belanghebbende beroep instelt bij de bestuursrechter, dit beroep zich uitsluitend richt tegen de beslissing op bezwaar. Dit stelsel leidt ertoe dat de bestuursrechter uitsluitend toetst of de aangevoerde beroepsgronden aanleiding geven om de bestreden beslissing op bezwaar te vernietigen. Met uitsluitend de vernietiging van de beslissing op bezwaar wordt het primaire besluit echter niet aangetast. Of het primaire besluit lijdt aan een gebrek en zodoende als onrechtmatig moet worden aangemerkt, blijkt pas uit de besluitvorming die na de vernietiging van de beslissing op bezwaar plaatsvindt.

3.7

Omdat [eisers] geen hoger beroep hebben ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank en daarmee de mogelijkheid onbenut hebben gelaten om een rechtmatigheidsoordeel te krijgen over het primaire besluit, heeft het primaire besluit zodoende formele rechtskracht gekregen en moet het in deze procedure voor rechtmatig worden gehouden, zodat voor vergoeding van de door [eisers] gestelde schade geen grond bestaat.

4 Het oordeel

4.1

Naar het oordeel van de rechtbank is geen sprake van een onrechtmatige overheidsdaad. De enkele omstandigheid dat de rechtbank Almelo in haar uitspraak van 20 oktober 2011 het besluit op bezwaar heeft vernietigd, brengt niet automatisch met zich dat sprake is van onrechtmatig handelen in de zin van artikel 6:162 BW van de zijde van de gemeente Hengelo.

4.2

De rechtbank Almelo heeft – zoals in de overwegingen in die uitspraak is te lezen – de beslissing op bezwaar vernietigd omdat deze een deugdelijke motivering ontbeerde. De rechtbank Almelo heeft daarnaast ook overwogen dat de gemeente Hengelo juist die punten, waarop [eisers] hun schade baseren, op een juiste wijze heeft ondervangen. Zo oordeelde de rechtbank Almelo dat het bouwplan voorziet in voldoende parkeergelegenheid en dat de maatvoering van de parkeerruimten voldoet aan de minimumvereisten die daarvoor gelden, terwijl niet aannemelijk is gemaakt dat de parkeerplaatsen niet bereikbaar zijn, dan wel niet bruikbaar zijn vanuit een oogpunt van verkeersveiligheid.

4.3

Met de gemeente Hengelo is de rechtbank van oordeel dat het primaire besluit niet is aangetast. Hierdoor heeft het besluit formele rechtskracht gekregen en moet van de rechtmatigheid ervan worden uitgegaan. Anders dan door Van den Boscher c.s. wordt voorgesteld, is de rechtbank van oordeel dat de wijzigingen in de Algemene wet bestuursrecht (daterend van 14 december 2009) hier geen verandering in brengen. Uit de inhoudelijke overwegingen van de rechtbank Almelo volgt immers reeds dat de aanpassingen door de gemeente Hengelo de toets der kritiek kunnen doorstaan. Om die reden is dan ook besloten om de gevolgen in stand te laten.

4.4

Nu de rechtbank van oordeel is dat geen sprake is van een onrechtmatige overheidsdaad, komt de rechtbank aan een oordeel over de door [eisers] gestelde schade niet toe, te meer nu hier geen andere grondslag voor is aangevoerd. Het vorengaande leidt ertoe dat de vorderingen van [eisers] zullen worden afgewezen.

4.5

[eisers] zullen, als meest in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Deze kosten worden aan de zijde van de gemeente Hengelo begroot op:

Vast recht: € 1.836,--

Salaris advocaat: € 904,-- (tarief € 452 x 2 punten)

Totaal: € 2.740,--

4.6

De gemeente Hengelo vordert wettelijke rente over de proceskosten.

[eisers] zijn echter pas wettelijke rente verschuldigd over de proceskosten vanaf datum verzuim. De rechtbank zal een termijn van 14 dagen na betekening bepalen voor betaling van de proceskosten en beslissen dat de wettelijke rente over de proceskosten pas is verschuldigd wanneer betaling binnen deze termijn uitblijft.

5 De uitspraak

De rechtbank:

I. Wijst het gevorderde af;

II. Veroordeelt [eisers] in de kosten van de procedure, aan de zijde van de gemeente Hengelo tot op heden begroot op € 2.740,--, waaronder € 904,-- aan salaris advocaat, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na betekening van dit vonnis;

III. Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. A.J. Louter en op 27 augustus 2014 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.