Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2014:4875

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
27-08-2014
Datum publicatie
17-09-2014
Zaaknummer
C/08/149225 / HA ZA 13-771
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Aansprakelijkheid bestuurder. Onrechtmatige daad. Beklamelnorm.

De bestuurder van een vennootschap naar het recht van het Verenigd Koninkrijk heeft onrechtmatig gehandeld jegens eiseres.

Het ondanks de aanwezigheid van baten en een schuldeiser achterwege laten van een vereffening na ontbinding van een vennootschap, tegenover die schuldeiser als onrechtmatig moet worden beschouwd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
OR-Updates.nl 2014-0329

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer / rolnummer: C/08/149225 / HA ZA 13-771

Vonnis van 27 augustus 2014

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres],

gevestigd te [vestigingsplaats],

eiseres,

advocaat mr. M.M.M. Rooijen te Weert,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

advocaat mr. M.B. Beerentsen te Zwolle.

Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 26 maart 2014

  • -

    de door [eiseres] ingediende producties voorafgaand aan de comparitie

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 24 juni 2014.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald. Het vonnis is - na korte aanhouding - bepaald op vandaag.

2 De feiten

2.1.

[gedaagde] is blijkens een uittreksel van de Kamer van Koophandel tot 1 juni 2012 bestuurder geweest van Chineurrus Import & Export Limited (hierna: Chineurrus), een vennootschap naar het recht van het Verenigd Koninkrijk.

2.2.

Chineurrus is blijkens datzelfde uittreksel van de Kamer van Koophandel met ingang van 1 juni 2012 uitgeschreven uit het Handelsregister en blijkens een uittreksel van de Engelse Kamer van Koophandel met ingang van 5 juni 2012 “dissolved”.

2.3.

[eiseres] heeft uit hoofde van gesloten vervoersovereenkomsten tussen [eiseres] en Chineurrus, werkzaamheden verricht voor Chineurrus, waarbij Chineurrus werd vertegenwoordigd door [gedaagde].

2.4.

Chineurrus heeft de voor die werkzaamheden door [eiseres] verzonden facturen, tot een bedrag van in totaal € 134.893,07 (inclusief BTW) over de periode 15 augustus 2011 tot en met 10 januari 2012, ondanks herhaaldelijke sommatie, niet voldaan.

2.5.

De werkzaamheden en facturen van [eiseres], waarvan [eiseres] in de onderhavige procedure betaling vordert, worden niet betwist door [gedaagde]. [gedaagde] heeft herhaaldelijk toegezegd dat de facturen voldaan zouden worden.

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert een verklaring voor recht dat [gedaagde] als enig bestuurder en (indirect en enig) aandeelhouder van Chineurrus onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiseres] op de gronden zoals opgenomen in de dagvaarding en dat [gedaagde] gehouden is tot vergoeding van de door [eiseres] geleden schade. Daarnaast vordert [eiseres] vergoeding van de door [eiseres] geleden schade nader op te maken bij staat en te vereffenen volgende de wet, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.2.

[eiseres] legt aan haar vorderingen de navolgende stellingen ten grondslag.

3.3.

[gedaagde] is, als bestuurder en indirect aandeelhouder van Chineurrus, aansprakelijk op grond van onrechtmatige daad nu hij verplichtingen aanging in naam van Chineurrus, terwijl hij wist of behoorde te weten dat Chineurrus niet of niet binnen een redelijke termijn aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen, terwijl Chineurrus evenmin verhaal bood voor de dientengevolge voor [eiseres] optredende schade.

3.4.

De aansprakelijkheid uit hoofde van onrechtmatige daad kan mede worden gegrond op het feit dat [gedaagde], door over te gaan tot ontbinding van de vennootschap zonder te vereffenen en wetende dat er een schuldeiser is, heeft bewerkstelligd of toegelaten dat Chineurrus een eerder door haar aangegane overeenkomst niet is nagekomen en daardoor [eiseres] schade heeft berokkend. Niet deed zich de situatie voor dat er geen sprake meer was van een bate, aldus [eiseres]. Als bate geldt de mogelijke vordering van Chineurrus op [gedaagde] uit hoofde van onbehoorlijke taakvervulling op grond dat [gedaagde] niet heeft voldaan aan de verplichting tot deponering van boekhoudbescheiden.

3.5.

[gedaagde] voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijk verklaring van [eiseres] in haar vorderingen c.q. afwijzing van de vorderingen van [eiseres], met veroordeling van [eiseres] in de (na)kosten.

3.6.

[gedaagde] heeft daartoe het volgende aangevoerd.

3.7.

Er is geen sprake geweest van het aangaan van contracten in de wetenschap dat Chineurrus de daartegenover staande verplichtingen niet zou kunnen voldoen, althans dat [gedaagde] redelijkerwijs had moeten weten dat dat het geval zou zijn.

3.8.

Evenmin is sprake geweest van het bewerkstelligen door [gedaagde] dat een door Chineurrus met [eiseres] aangegane overeenkomst niet is nagekomen. Chineurrus is ambtshalve uitgeschreven door de Kamer van Koophandel (verder: KvK) van het Verenigd Koninkrijk. [gedaagde] is hier als bestuurder op geen enkele wijze bij betrokken geweest. Chineurrus is niet ontbonden.

3.9.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover relevant, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Vooropgesteld overweegt de rechtbank (ambtshalve) dat het op een vennootschap toepasselijke recht ook de vraag beheerst wie naast de vennootschap, voor de handelingen waarvoor de vennootschap wordt verbonden, aansprakelijk is uit hoofde van een bepaalde hoedanigheid zoals die van bestuurder. Volgens deze in artikel 10:119 aanhef, sub e BW neergelegde hoofdregel van het incorporatierecht zou dat in dit geval betekenen een beoordeling volgens het recht van het Verenigd Koninkrijk.

4.2.

De aansprakelijkheid kan echter ook voortvloeien uit onrechtmatig handelen van de bestuurder zelf jegens de derde die wederpartij is van de vennootschap. In zulke gevallen is geen sprake van een verbintenis op grond van het vennootschaps- of rechtspersonenrecht en is het incorporatierecht niet van toepassing. De aansprakelijkheid wordt dan beheerst door het recht dat van toepassing is op de onrechtmatige daad.

4.3.

Ingevolge artikel 4 van Verordening (EG) nr. 864/2007 (Rome II), dat op grond van artikel 10:159 BW van overeenkomstige toepassing is wanneer een aansprakelijkheid voortvloeiend uit het vennootschapsrecht naar Nederlands recht als onrechtmatige daad kan worden gekwalificeerd, wordt de aansprakelijkheid, bij gebreke van een rechtskeuze door partijen zoals in de onderhavige zaak, beheerst door het recht van het land waar de schade zich voordoet.

4.4.

Nu [eiseres] een in Nederland gevestigde vennootschap betreft en haar vordering heeft gegrond op onrechtmatige daad en de gestelde schade hier te lande is geleden, beoordeelt de rechtbank de stellingen van partijen in het licht van artikel 6:162 BW.

4.5.

Het onderhavige geschil spitst zich toe op de vraag of [gedaagde] als bestuurder van Chineurrus persoonlijk aansprakelijk is op grond van onrechtmatige daad voor de schade van [eiseres], als gevolg van het niet nakomen door Chineurrus van haar verplichtingen uit de vervoersovereenkomsten met [eiseres].

4.6.

Zoals hiervoor in rechtsoverweging 2.1. overwogen, is [gedaagde] blijkens het uittreksel van handelsregister van de Kamer van Koophandel tot 1 juni 2012 bestuurder geweest van Chineurrus. Ter comparitie van partijen heeft [gedaagde] desgevraagd verklaard, dat hij indirect (door tussenkomst van andere vennootschappen, rechtbank) ook aandeelhouder is van Chineurrus. Daaruit volgt naar het oordeel van de rechtbank dat

[gedaagde] volledige zeggenschap had over Chineurrus.

4.7.

Van aansprakelijkheid van [gedaagde] op grond van onrechtmatige daad is sprake indien [gedaagde] bij het aangaan van de overeenkomsten wist, althans redelijkerwijze behoorde te begrijpen dat de vennootschap niet of niet binnen een redelijke termijn aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen en geen verhaal zou bieden voor de ingevolge die wanprestatie door de wederpartij te lijden schade (de Beklamelnorm,

HR 6 oktober 1989, LJN AB9521).

4.8.

De rechtbank is van oordeel dat [eiseres] haar stelling dat [gedaagde] bij het aangaan van de overeenkomsten met [eiseres] wist of redelijkerwijze behoorde te begrijpen dat Chineurrus niet of niet binnen een redelijke termijn aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen en geen verhaal zou bieden voor de ten gevolge van die wanprestatie door [eiseres] te lijden schade, onvoldoende feitelijk heeft onderbouwd. De (enkele) stelling van [eiseres] dat het moeilijk voorstelbaar is dat [gedaagde] - die in 2011 en 2012 namens Chineurrus opdrachten heeft gegeven tot het verrichten van vervoerswerkzaamheden, gedurende de periode daaropvolgend herhaaldelijk betalingstoezeggingen doet en uiteindelijk de onderneming in juni 2012 opheft - werkelijk meende dat Chineurrus de facturen zou kunnen betalen, is daartoe onvoldoende. Dit klemt temeer nu [gedaagde] heeft betwist dat in 2012 nog opdrachten zijn gegeven door Chineurrus en de rechtbank heeft geconstateerd dat op één kleine factuur na, alle facturen in 2011 zijn verzonden.

4.9.

Ten aanzien van de stelling van [eiseres] dat de aansprakelijkheid uit hoofde van onrechtmatige daad mede kan worden gegrond op het feit dat [gedaagde], door over te gaan tot ontbinding van de vennootschap zonder te vereffenen en wetende dat er een schuldeiser is, heeft bewerkstelligd of toegelaten dat Chineurrus een eerder door haar aangegane overeenkomst niet is nagekomen en daardoor [eiseres] schade heeft berokkend, overweegt de rechtbank het volgende.

4.10.

Partijen twisten in deze zaak allereerst over het antwoord op de vraag of Chineurrus is ontbonden.

4.11.

[eiseres] stelt dat Chineurrus is ontbonden en verwijst daarvoor naar het uittreksel van het handelsregister van de Engelse Kamer van Koophandel, zoals overgelegd aan de zijde van [eiseres] als productie 20.

[gedaagde] betwist dat en stelt dat Chineurrus ambtshalve is uitgeschreven door de Engelse Kamer van Koophandel, maar niet is ontbonden.

4.12.

Zoals overwogen in rechtsoverweging 2.2., blijkt uit het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel dat de onderneming is uitgeschreven in Nederland per 1 juni 2012. Uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel van het Verenigd Koninkrijk blijkt dat zij daar op 5 juni 2012 is “dissolved”.

4.13.

Ter comparitie heeft [gedaagde] het volgende verklaard: “Chineurrus moest € 420,-- aan de Engelse Kamer van Koophandel betalen. Als betaling uitblijft, geeft de Kamer van Koophandel te kennen dat zij voornemens is de Limited uit te schrijven. Aldus is geschied ten aanzien van Chineurrus. Op het moment dat ik € 420,-- betaal is de onderneming weer operationeel in Engeland en datzelfde geldt voor Nederland. De eerste containers zijn weer verkocht en de zaak gaat weer lopen. Met 14 dagen kan ik de activiteiten van Chineurrus weer opstarten. (…) Ik betwist niet de door de firma [eiseres] verrichte vervoerswerkzaamheden en evenmin de facturen waarvan [eiseres] thans betaling vordert. [eiseres] heeft recht op zijn geld en krijgt dat ook. Daar blijf ik bij. (…) Ik kan uiterlijk op 15 juli 2014 duidelijkheid verschaffen op welke wijze en op welke termijn de vordering van [eiseres] zal worden voldaan. Mijn advocaat mr. Beerentsen zal daartoe contact opnemen met mr. Rooijen om één en ander af te stemmen. Als we eruit zijn kan deze zaak worden doorgehaald.”.

4.14.

Uit chapter 4 van de handleiding van de Engelse Kamer van Koophandel (guide Strike off, dissolution and restoration UK Companies Act 2006) volgt dat sprake kan zijn van ‘administrative restoration’. Hiermee is voor de bestuurder van de vennootschap de mogelijkheid gecreëerd om onder bepaalde voorwaarden een vennootschap te laten herleven alsof deze niet is ‘dissolved’ of uitgeschreven uit het register. De rechtbank neemt aan dat [gedaagde] hier op heeft gedoeld met zijn bij conclusie van antwoord ingenomen stelling en zijn ter comparitie afgelegde verklaring.

4.15.

[gedaagde] heeft, ondanks daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, de rechtbank echter niet bericht dat hij het hiervoor genoemde bedrag van € 420,= heeft betaald en dat Chineurrus weer aan het rechtsverkeer deelneemt. Evenmin heeft [gedaagde] de rechtbank bericht dat de zaak kan worden doorgehaald omdat partijen eruit zijn.

4.16.

Gelet op het bovenstaande, waaronder de uitdrukkelijke verklaring van [gedaagde] ter comparitie, volgt naar het oordeel van de rechtbank dat [gedaagde] - door niet voor betaling van het bedrag van € 420,= zorg te dragen - heeft teweeggebracht dat Chineurrus is ‘dissolved’ en is uitgeschreven uit het handelsregister van zowel de Nederlandse als de Engelse Kamer van Koophandel. Gesteld noch gebleken is dat [gedaagde] voor ‘administrative restoration’ heeft zorggedragen, zodat de rechtbank het ervoor houdt dat Chineurrus is ontbonden. Ondanks zijn ter comparitie gedane toezeggingen heeft [gedaagde] geen enkel bewijs overgelegd dat Chineurrus weer aan het rechtsverkeer deelneemt.

4.17.

Daar komt bij dat uit de overgelegde emailcorrespondentie blijkt dat [gedaagde] [eiseres] vanaf begin februari 2012, vanaf welk moment [eiseres] herhaalde malen aanspraak maakte op betaling, aan het (spreekwoordelijke) lijntje heeft gehouden. Eerst zou er sprake zijn van een beslaglegging op tegoeden van Chineurrus door de douane, vervolgens zou er sprake zijn van een mogelijk witwasschandaal, dan weer was [gedaagde] niet te bereiken vanwege de 50ste verjaardag van zijn vrouw of ontving [eiseres] het bericht “dat men bezig is”. Elke keer bleef echter, ondanks toezegging daartoe, betaling uit. [eiseres] komt er vervolgens zelf achter dat Chineurrus op 1 juni 2012 uitgeschreven c.q. ‘dissolved’ is, zonder daarvan in kennis te zijn gesteld door [gedaagde]. Omdat [eiseres] geen verhaal heeft kunnen nemen op Chineurrus heeft hij ervoor gekozen [gedaagde], als degene die volledige zeggenschap over Chineurrus had, aan te spreken.

4.18.

Gelet op het bovenstaande is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat

[gedaagde] onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiseres], nu hem van bovenomschreven handelwijze als bestuurder een voldoende ernstig verwijt kan worden gemaakt. Het kan niet zo zijn dat degene, die volledige zeggenschap heeft over een vennootschap, het in zijn macht heeft om met een dergelijke handelwijze verhaal voor crediteuren onmogelijk te maken.

4.19.

De rechtbank overweegt - bovendien - in navolging van de rechtbanken

’s-Hertogenbosch en Arnhem in hun respectievelijke uitspraken van 21 maart 2012

(LJN: BV8844) en 26 juli 2006 (LJN: AZ8913) dat het ondanks de aanwezigheid van baten en een schuldeiser achterwege laten van een vereffening na ontbinding van een vennootschap, tegenover die schuldeiser als onrechtmatig moet worden beschouwd.

4.20.

De rechtbank verwerpt overigens de stelling van [gedaagde] dat de onderhavige vordering niet kan worden ingediend door [eiseres], maar enkel door de curator. Een onrechtmatige daadsactie op basis van bestuurdersaansprakelijkheid staat (ook) open voor crediteuren van de vennootschap.

4.21.

[gedaagde] is op grond van het voorgaande aansprakelijk voor de schade die [eiseres] als gevolg van het onrechtmatig handelen van [gedaagde] heeft geleden. Nu [gedaagde] het causaal verband tussen de onrechtmatige gedraging van [gedaagde] en de door [eiseres] gestelde (omvang van de geleden) schade niet gemotiveerd heeft weersproken - [gedaagde] heeft niet gemotiveerd betwist dat Chineurrus wel aan haar verplichtingen zou hebben voldaan indien onttrekking aan het rechtsverkeer achterwege zou zijn gebleven - kan de gevorderde schade worden toegewezen. Ook de stellingen van [eiseres] ten aanzien van het causaal verband tussen het achterwege laten van vereffening na ontbinding en de gestelde schade, heeft [gedaagde] in het geheel niet gemotiveerd betwist.

4.22.

[eiseres] vordert veroordeling van [gedaagde] tot vergoeding van de schade met verwijzing naar de schadestaatprocedure.

4.23.

Art. 612 Rv bepaalt dat de rechter die een veroordeling tot schadevergoeding uitspreekt, de schade in het vonnis begroot, voor zover hem dit mogelijk is. Indien begroting

in het vonnis hem niet mogelijk is, spreekt hij een veroordeling uit tot schadevergoeding op te maken bij staat. Indien de rechter het niettemin mogelijk oordeelt de schade(vergoeding) te begroten, dan moet hij tot begroting overgaan en verwijzing achterwege laten (vgl. onder meer HR 8 juni 2001, NJ 2001, 466 en HR 8 april 2005, NJ 2005, 371).

4.24.

De rechtbank is van oordeel dat zij in het onderhavige geval de schade kan en moet begroten en dat verwijzing naar de schadestaatprocedure achterwege kan blijven. Onbetwist is dat de schade van [eiseres] bestaat uit de onbetaald gelaten facturen, te vermeerderen met rente en (buitengerechtelijke) kosten. De buitengerechtelijke kosten komen de rechtbank overigens ingevolge het toepasselijke rapport Voorwerk II niet onredelijk voor. Gesteld noch gebleken is van overige (causale) schade. De rechtbank begroot de schade daarom op een bedrag van € 146.434,13, zijnde een bedrag in hoofdsom van € 134.893,07, een bedrag van € 8.699,06 aan verschenen en berekende rente tot 10 december 2013 en een bedrag van € 2.842,00 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 134.893,07 vanaf 10 december 2013.

4.25.

[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld, te vermeerderen met de wettelijke rente. De kosten aan de zijde van [eiseres] zullen worden begroot op:

- vast recht € 589,00

- explootkosten 94,79

- salaris advocaat 2.842,00 (2 punten x € 1.421,00) +

Totaal € 3.525,79.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

verklaart voor recht dat [gedaagde] onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiseres] door te bewerkstelligen, althans toe te laten dat Chineurrus is ontbonden waardoor Chineurrus niet meer aan haar verplichtingen jegens [eiseres] kon voldoen, althans Chineurrus te ontbinden zonder de baten en schulden daarvan te vereffenen en dat [gedaagde] op die grond gehouden is de schade die [eiseres] als gevolg daarvan lijdt, te vergoeden,

5.2.

veroordeelt [gedaagde] tot vergoeding van de door [eiseres] geleden schade ter hoogte van € 146.434,13, (honderdzesenveertigduizend vierhonderdvierendertig euro en dertien cent) te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 134.893,07 vanaf

10 december 2013 tot aan de dag der algehele voldoening,

5.3.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten met bepaling dat indien deze kosten niet binnen twee weken na betekening van dit vonnis zijn betaald, [gedaagde] daarover de wettelijke rente is verschuldigd vanaf dat moment tot aan de dag der algehele voldoening. De kosten aan de zijde van [eiseres] worden begroot op: € 3.525,79,

5.4.

verklaart dit vonnis tot zover en met uitzondering van onderdeel 5.1. uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Lorist en in het openbaar uitgesproken op

27 augustus 2014 in tegenwoordigheid van de griffier.1

1 type: coll: