Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2014:4600

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
01-09-2014
Datum publicatie
01-09-2014
Zaaknummer
08.952350-14 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Overijssel veroordeelt een man wegens een woninginbraak in Deventer en bezit van pepperspray tot een gevangenisstraf van 5 maanden en het betalen van een schadevergoeding van 2.815 euro. Verdachte is in het verleden veroordeeld voor soortgelijke delicten. De man is vrijgesproken van acht andere feiten wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 08.952350-14 (P)

Datum vonnis: 1 september 2014

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1987 te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats],

nu verblijvende in de PI te Zwolle.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 18 augustus 2014. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. A.M.C.V. Fellinger en van hetgeen door de verdachte en diens raadsvrouw mr. C.M.H. van Vliet, advocaat te ‘s-Gravenhage, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenkingen komen er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1 tot en met 5: samen met anderen heeft ingebroken in woningen in Deventer;

feit 6 tot en met 9: samen met anderen heeft geprobeerd in te breken in woningen in Deventer;

feit 10: een busje pepperspray voorhanden heeft gehad.

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:

1.

hij op of omstreeks 01 maart 2014 te Deventer, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres 1]) heeft weggenomen een hoeveelheid sieraden/horloges, in elk geval enig goed/goederen, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (te weten middels het verbreken/forceren van een raam van voornoemde woning);

2.

hij op of omstreeks 15 maart 2014 te Deventer, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres 2]) heeft weggenomen een geldkistje met een geldbedrag van 250,- euro, althans enig geldbedrag en/of een hoeveelheid sieraden, in elk geval enig goed/goederen, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (te weten middels het verbreken/forceren van een (achter)deur van voornoemde woning);

3.

hij in of omstreeks de periode van 22 maart 2014 tot en met 23 maart 2014 te Deventer, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres 3]) heeft weggenomen een hoeveelheid sieraden en/of een hoeveelhied (zilveren/verzilverde) theelepeltjes, in elk geval enig goed/goederen, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (te weten middels het verbreken/forceren van een raam van voornoemde woning);

4.

hij in of omstreeks de periode van 21 maart 2014 tot en met 24 maart 2014 te Deventer, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres 4]) heeft weggenomen twee manchetknopen en/of een (zilveren) ring, in elk geval enig goed/goederen, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (te weten middels het verbreken/forceren van een raam van voornoemde woning);

5.

hij op of omstreeks 18 januari 2014 te Deventer, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres 5]) heeft weggenomen een hoeveelheid sieraden, in elk geval enig goed/goederen, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (te weten middels het verbreken/forceren van een raam van voornoemde woning);

6.

hij in of omstreeks de periode van 15 maart 2014 tot en met 29 maart 2014 te Deventer, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres 6]) weg te nemen (een) goed(eren) en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) en/of geldbedrag onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen heeft getracht een raam van voornoemde woning open te breken/te forceren, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

7.

hij op of omstreeks 22 maart 2014 te Deventer, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de

J. Reviusstraat 19) weg te nemen (een) goed(eren) en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan A. Plat, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) en/of geldbedrag onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen een (keuken)raam van voornoemde woning heeft geforceerd en/of (vervolgens) de woning heeft doorzocht, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

8.

hij in of omstreeks de periode van 13 maart 2014 tot en met 20 maart 2014 te Deventer, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres 7]) weg te nemen (een) goed(eren) en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 8], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) en/of geldbedrag onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen heeft getracht/gepoogd een schuifpui (aan de achterzijde) van voornoemde woning open te breken/te forceren, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

9.

hij in of omstreeks de periode van 25 april 2014 tot en met 26 april 2014 te Deventer, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres 8]) weg te nemen (een) goed(eren) en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 9], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) en/of geldbedrag onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen heeft getracht/gepoogd een uitzetraampje van de keuken (aan de achterzijde) van voornoemde woning open te breken/te forceren, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

10.

hij op of omstreeks 06 mei 2014 te 's-Gravenhage een busje pepperspray, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met (een) giftige en/of verstikkende en/of weerloosmakende en/of traanverwekkende stof(fen) van de categorie II, onder 6°, voorhanden heeft gehad.

3 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de veroordeling van verdachte ter zake het ten laste gelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen pepperspray en inbreekwerktuigen, verbeurdverklaring van het inbeslaggenomen geldbedrag van € 1.300,- en toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] (feit 1) met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

4 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5 De beoordeling van het bewijs

Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of de tenlastegelegde feiten bewezenverklaard kunnen worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte de feiten heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

5.1

De feiten die niet ter discussie staan

De rechtbank constateert dat de onderstaande feiten bij de behandeling van de zaak op de terechtzitting niet ter discussie hebben gestaan.

Op dinsdag 6 mei 2014 heeft een doorzoeking in de woning van verdachte plaatsgevonden. Tijdens die doorzoeking werd in de gangkast onder andere een plastic tas aangetroffen met daarin twee grote schroevendraaiers en, op een andere plek in dezelfde gangkast, een busje pepperspray.

5.2

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat alle ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden, met uitzondering van het medeplegen. Zij baseert zich daarbij op de aangiftes, het aantreffen van een zaklamp met daarop DNA van verdachte in de woning als genoemd onder feit 1, het aantreffen van een ring bij verdachte thuis afkomstig uit de woning als genoemd onder feit 4, de processen-verbaal van sporenonderzoek betreffende schroevendraaiers, schoensporen en de zaklamp en het forensisch onderzoek daarvan. De officier van justitie acht de verklaringen van verdachte over het aantreffen van de spullen bij hem thuis (waaronder de ring als genoemd onder feit 4) en zijn DNA op het koord van de zaklamp in de woning als genoemd onder feit 1 volstrekt ongeloofwaardig. Omdat bij de doorzoeking pepperspray bij verdachte thuis is aangetroffen acht de officier van justitie ook feit 10 wettig en overtuigend bewezen.

De raadsvrouw heeft integrale vrijspraak bepleit. Over de feiten 1 tot en met 9 heeft zij aangevoerd dat haar cliënt nimmer in Deventer is geweest en dat hij daar ook niet door bewijsmiddelen is te plaatsen. Over feit 10 heeft de raadsvrouw aangevoerd dat niet is gebleken dat het busje verboden traangas bevat.

5.3

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Ten aanzien van feit 1:

De rechtbank acht op basis van de volgende bewijsmiddelen, te weten: de aangifte, het proces-verbaal sporenonderzoek, het proces-verbaal sporenonderzoek, het rapport DNA-onderzoek van het Nederlands Forensisch Instituut en het proces-verbaal afgerond werktuigsporenonderzoek forensische opsporing, waarvan de inhoud in de bijlage bij dit vonnis is weergegeven, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 ten laste gelegde feit heeft begaan.

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat het ter plaatse van de inbraak aangetroffen schroevendraaierspoor niet als bewijsmiddel kan dienen omdat het onderzoek niet op de juiste -conform de vakbijlage vergelijkend werktuigsporen onderzoek- wijze is uitgevoerd.

De rechtbank volgt de raadsvrouw hierin niet.

De deskundige heeft in zijn rapport (pag. 223) vermeld, voor zover hier van belang:

(…) In het blad en de vouw van deze schroevendraaier zijn van fabriekswege aangebrachte slijpsporen en door het gebruik ontstane beschadigingen waargenomen. Ten behoeve van het onderzoek zijn met schroevendraaier [nummer 1] [B] proefindruksporen vervaardigd, die vervolgens zijn afgevormd. Ten gevolge van de slijpsporen en beschadigingen in het blad van de schroevendraaier [nummer 1] [B], kunnen hiermee vervaardigde en afgevormde (proef)sporen als karakteristiek voor dit werktuig worden beschouwd.(…)

Deze karakteristieke proefindruksporen zijn vervolgens door de deskundige (microscopisch) vergeleken met de afgevormde werktuigsporen van de op de plaats delict aangetroffen sporen. Vervolgens heeft de deskundige een waarschijnlijkheidsconclusie ten aanzien van de vraag of het afgevormde werktuigspoor is veroorzaakt met de schroevendraaier. Hij komt tot de conclusie dat het afgevormde spoor veroorzaakt is met die (bij verdachte in zijn woning aangetroffen schroevendraaier. De conclusie is vervolgens getoetst door een tweede deskundige. Deze heeft de conclusie bevestigd.

Naar het oordeel van de rechtbank is in de vakbijlage niet dwingend voorgeschreven dat de deskundige expliciet aangeeft welke sporen fabriekssporen en welke gebruikssporen zijn. De combinatie van die sporen levert een voor het onderzochte werktuig karakteristieke (en dus van andere voorwerpen afwijkende) afdruk op die zich leent voor vergelijking met andere sporen.

De alternatieve verklaringen die de raadsvrouw en verdachte hebben aangevoerd met betrekking tot de aanwezigheid van de schroevendraaier [B] in de woning van verdachte en het DNA van verdachte dat is aangetroffen op het koord van de zaklamp die in de woning van aangeefster naast een opengebroken geldkistje is aangetroffen, acht de rechtsbank onaannemelijk. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

Verdachte heeft met betrekking tot de schroevendraaier verklaard dat hij deze in een groene tas met nog meer gereedschap enkele dagen voor de doorzoeking op 6 mei 2014 in bewaring heeft gekregen van ene [naam]. Verdachte heeft geen enkel concreet en specifiek gegeven over deze [naam] verstrekt (zoals bijvoorbeeld een achternaam, adres of telefoonnummer), zodat er geen enkel aanknopingspunt voorhanden was om onderzoek naar de identiteit van deze [naam] te verrichten. Dat deze [naam] – zoals verdachte heeft verklaard – zich regelmatig in het Vermeerpark in ‘s-Gravenhage zou ophouden, 23 à 24 jaar oud is, 1,75 meter lang, zwart haar (voller dan verdachte) heeft, geen krullen, een kort koppie, Turks is, mager is en geen tatoeages heeft of sieraden draagt, is daarvoor volstrekt onvoldoende. Dat verdachte van een voor hem nagenoeg onbekende man een tas gereedschap aanneemt om – kennelijk ook zonder nadere afspraken – deze tas in zijn kast in zijn woning in bewaring te nemen, acht de rechtbank onaannemelijk.

Met betrekking tot het aangetroffen DNA van verdachte op het koord van de in de woning van aangeefster aangetroffen zaklamp heeft verdachte eerst ter terechtzitting verklaard dat hij in het verleden in ’s-Gravenhage enige tijd fietsen en brommers heeft gerepareerd bij mensen thuis en daarbij dan ook wel eens gebruik heeft gemaakt van een voorhanden zijnde zaklamp en dat op die wijze mogelijk zijn DNA op zaklampen terecht is gekomen. Verdachte vermoedt dat een van die betreffende zaklampen vervolgens na de inbraak in de woning van aangeefster in Deventer is aangetroffen. Nu verdachte ook dit alternatief scenario op geen enkele wijze heeft onderbouwd, acht de rechtbank dit onaannemelijk.

De raadsvrouw kan worden toegegeven dat een enkel DNA-spoor op de plaats delict onvoldoende bewijskracht kan hebben met betrekking tot de aanwezigheid van een verdachte op die plaats. In het onderhavige geval is het echter de combinatie van het aantreffen van verdachtes DNA op de plaats delict met het aantreffen van de schroevendraaier, waarmee volgens de deskundige het op de plaats delict afgevormde werktuigspoor is veroorzaakt, in de woning van verdachte, die maakt dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen acht dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan.

Voor het in vereniging plegen van het feit biedt het dossier geen aanknopingspunten, zodat verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

Ten aanzien van de feiten 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8 en 9:

De rechtbank overweegt dat het dossier voor de feiten 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8 en 9 wel wettige bewijsmiddelen bevat zoals de verschillende aangiftes en de werktuig- en schoensporen, maar dat het voor elk individueel feit te weinig is om verdachte in of bij de verschillende woningen te kunnen plaatsen. Daarbij is de rechtbank van oordeel dat de schoensporen te weinig specifieke kenmerken laten zien om te kunnen concluderen dat ze afkomstig zijn van schoenen van verdachte. Zo vertonen de bij verdachte thuis aangetroffen schoenen van het merk Zara weliswaar overeenkomsten voor wat betreft de maat en het profiel van de schoenen, maar ontbreken karakteristieke overeenkomsten. Ook de modus operandi van de verschillende woninginbraken acht de rechtbank te weinig specifiek om aan verdachte toe te kunnen schrijven. Dat – zoals de officier van justitie heeft gesteld – uit de ten laste gelegde feiten 2 tot en met 9 blijkt dat sprake is van een periode van meerdere maanden waarin in een bepaalde wijk van Deventer woninginbraken, dan wel pogingen daartoe, - meestal op een zaterdag in de namiddag, dan wel aan het begin van de avond - zijn gepleegd, waarbij gebruik is gemaakt van schroevendraaiers, is naar het oordeel van de rechtbank daarvoor onvoldoende onderscheidend.

De ring die bij verdachte is aangetroffen en afkomstig is uit de woning als genoemd onder feit 4 plaatst verdachte evenmin op die plaats delict.

Op grond van het hiervoor overwogene komt de rechtbank tot het oordeel dat het onder 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8 en 9 ten laste gelegde onvoldoende wettig en overtuigend kan worden bewezen, zodat verdachte van deze feiten moet worden vrijgesproken.

Ten aanzien van feit 10:

In het huis van verdachte is een busje pepperspray aangetroffen en uit het dossier blijkt dat het busje gevuld was. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij wist dat het busje pepperspray bij hem thuis lag. De rechtbank heeft geen enkele reden om te veronderstellen dat het busje iets anders bevatte dan pepperspray en is dan ook van oordeel dat het onder 10 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden. Pepperspray betreft een wapen in de zin van artikel 2, eerste lid (categorie II onder 6) van de Wet wapens en munitie.

5.4

De conclusie

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8 en 9 is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het onder 1 en 10 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 1 maart 2014 te Deventer, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning (gelegen aan de [adres 1]) heeft weggenomen een hoeveelheid sieraden/horloges, toebehorende aan [slachtoffer 1], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak en inklimming (te weten middels het verbreken/forceren van een raam van voornoemde woning);

10.

hij op 6 mei 2014 te 's-Gravenhage een busje pepperspray, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met een weerloosmakende en traanverwekkende stof van de categorie II, onder 6°, voorhanden heeft gehad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder 1 en 10 meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) en artikel 55 van de Wet wapens en munitie. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1

het misdrijf:

diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

feit 2

het misdrijf:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

7 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

8 De op te leggen straf of maatregel

8.1

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de straf de geldende oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) als uitgangspunt genomen. De rechtbank zal voor de straftoemeting uitgaan van het zwaarste delict te weten de woninginbraak. Het LOVS geeft als oriëntatiepunt voor straftoemeting ten aanzien van een woninginbraak met recidive een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden.

Anders dan de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat sprake is van recidive. Uit een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d. 2 juli 2014, blijkt namelijk dat verdachte vaker -waaronder tweemaal in de afgelopen vijf jaren- is veroordeeld voor soortgelijke delicten.

Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een diefstal uit een woning waar hij naar binnen is gedrongen door middel van het openbreken van een raam. Dit is een feit dat, naast gevoelens van angst en onveiligheid, schade voor de benadeelde meebrengt. Bij dit soort feiten worden slachtoffers doorgaans ook emotioneel getroffen, aangezien een vreemde hun huis is binnengedrongen en de gehele woning heeft doorzocht, en omdat voorwerpen met voor hen emotionele waarde, zoals sieraden, zijn weggenomen. Verdachte is hiervoor ten aanzien van het hoogbejaarde slachtoffer [slachtoffer 1] verantwoordelijk. De rechtbank rekent dat verdachte aan.

Uit de retourzending opdracht reclasseringsadvies d.d. 16 juli 2014, blijkt dat verdachte niet heeft willen meewerken aan de totstandkoming van een rapportage. Hierdoor is er geen inzicht gekomen in de beweegredenen van verdachte voor zijn strafbare handelen. Evenmin is duidelijk geworden hoe dergelijk handelen in de toekomst kan worden voorkomen.

Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden passend. De tijd die de verdachte voor deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, zal bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf geheel in mindering worden gebracht.

8.2

De inbeslaggenomen voorwerpen

De rechtbank is van oordeel dat, in navolging van wat de officier heeft gevorderd, het busje met pepperspray en het inbrekersgereedschap moeten worden onttrokken aan het verkeer, omdat met behulp van deze voorwerpen het feit is begaan of voorbereid en het ongecontroleerde bezit ervan in strijd is met de wet of het algemeen belang.

De rechtbank zal de teruggave aan verdachte gelasten van het bij hem inbeslaggenomen en aan hem toebehorende geldbedrag van € 1.300,-, aangezien niet is komen vast te staan dat dit geldbedrag door middel van het strafbare feit is verkregen, het niet vatbaar is voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en het belang van strafvordering zich niet tegen teruggave verzet.

9 De schade van benadeelden

9.1

De vordering van de benadeelde partij

[slachtoffer 1], wonende te Deventer, heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van € 2.815,-. Deze schade bestaat uit de waarde van de gestolen sieraden die de dekking door de verzekeringsmaatschappij te boven gaat.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde onder 1 rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De opgevoerde schade is door de, als bijlage bij de vordering gevoegde, brief van de verzekeringsmaatschappij, waarin wordt verwezen naar het rapport van de door haar ingeschakelde schade-expert Lengkeek Expertise, voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 2.815,-. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

9.2

De schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal hierbij de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door feit 1 is toegebracht.

10 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 10, 27, 36b, 36c, 57 en 91 Sr.

11 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

  • -

    verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8 en 9 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

  • -

    verklaart bewezen, dat verdachte het onder 1 en 10 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 en 10 meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

    feit 1: diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming;
    feit 10: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

  • -

    verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1 en 10 bewezenverklaarde;

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 5 maanden;

  • -

    bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

schadevergoeding

  • -

    veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van een bedrag van € 2.815,- (zegge: achtentwintighonderdvijftien euro);

  • -

    veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 1 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 2.815,- ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 38 dagen zal worden toegepast;

  • -

    bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

de inbeslaggenomen voorwerpen

- verklaart onttrokken aan het verkeer de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten:

- verschillende inbrekersgereedschappen (goednummers PL04DD-2014018234-345825, PL04DD-2014018234-345827 en PL04DD-2014018234-345830);

- een spuitbus met Dragon Pepperspray (goednummer PL04DD-2014018234-345987);

- gelast de teruggave aan verdachte van de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten:

- een geldbedrag van € 1.300,- (goednummer PL04DD-2014018234-345979);

opheffing bevel voorlopige hechtenis

- heft het bevel tot voorlopige hechtenis op met ingang van de dag dat het voorarrest gelijk wordt aan de opgelegde onvoorwaardelijke straf.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.P. van Eerde, voorzitter, mr. L.J. Bosch en
mr. M. van Bruggen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.E. Blauw, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 1 september 2014.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland, recherche district IJsselland Zuid, met dossiernummer PL04CB-2014055537. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

De aangifte van [slachtoffer 1] d.d. 1 maart 2014 (pag. 37, 39, 40) waarbij zij onder meer het volgende heeft verklaard:

(…) Plaats delict: [adres 1], [postcode] Deventer

Pleegdatum/tijd: Tussen zaterdag 1 maart 2014 te 15:00 uur en zaterdag 1 maart 2014 te 22:15 uur (…)

Op eerst genoemde datum en tijdstip had ik (…) mijn woning verlaten. (…) Op tweede genoemde datum en tijdstip (…) naar huis gebracht. (…) dat er in de woonkamer op de grond een opengebroken sieradenkistje lag. (…) Naast dit doosje lagen diverse documenten van mijn overleden man op de grond. Dit kistje komt bij mij uit de slaapkamer uit de lage kast vandaan. (…) ook ontdekt dat het raampje van de keuken van buitenaf was opengebroken. Kennelijk hebben de dader(s) zich de toegang tot de woning via dit raampje verschaft. (…) constateerde boven dat men in mijn slaapkamer alle kasten had doorzocht. Diverse sieradendoosjes waren uit de kasten gehaald en geleegd. De dader(s) hebben de andere twee slaapkamers, gelegen aan de voorzijde van de woning ook betreden en alle kasten doorzocht. Alle kistjes en doosjes die in de kasten hebben gelegen, zijn door de dader(s) uitgehaald en opengemaakt. (…)

Bijlage goederen (…)

Categorie omschrijving : Horloges/klokken

Object : Horloge

Merk/type : Damesmodel

Kleur : Goudkleurig (…)

Bijzonderheden : Gouden horloge met een ovale wijzerkast en gouden schakelbnd (…)

Categorie omschrijving : Horloges/klokken

Object : Horloge

Merk/type : Damesmodel

Kleur : Goudkleurig (…)

Bijzonderheden : Gouden horloge met ronde wijzerkast en bruin lederen band (…)

Categorie omschrijving : Horloges/klokken

Object : Horloge

Merk/type : Damesmodel

Kleur : Goudkleurig (…)

Bijzonderheden : Gouden horloge met witte wijzerplt en gouden band (…)

Categorie omschrijving : Sieraden/tafelzilver

Object : Ring (…)

Bijzonderheden : Gouden ring met parel erop (…)

Categorie omschrijving : Sieraden/tafelzilver

Object : Ring (…)

Bijzonderheden : Gouden ring met drie diamanten erop (…)

Categorie omschrijving : Sieraden/tafelzilver

Object : Ring (…)

Bijzonderheden : Gouden ring met 1 diamant erop (…)

Categorie omschrijving : Sieraden/tafelzilver

Object : Ring (…)

Bijzonderheden : Gouden ring met rode koraalsteen erop (…)

Categorie omschrijving : Sieraden/tafelzilver

Object : Hanger (…)

Bijzonderheden : Gouden hanger met rode koraalsteen (voor de halsketting) (…)

Categorie omschrijving : Sieraden/tafelzilver

Object : Armband

Kleur : Goudkleurig (…)

Bijzonderheden : Gouden schakelarmband (…)

Categorie omschrijving : Sieraden/tafelzilver

Object : Ketting (…)

Bijzonderheden : Korte gouden halsketting met een parel (…)

Categorie omschrijving : Sieraden/tafelzilver

Object : Ketting (…)

Bijzonderheden : Lange gouden halsketting met een parel (…)

Categorie omschrijving : Sieraden/tafelzilver

Object : Hanger (…)

Bijzonderheden : Gouden letterhanger van ‘g’ (voor de halsketting) (…)

Categorie omschrijving : Sieraden/tafelzilver

Object : Armband

Kleur : Goudkleurig (…)

Bijzonderheden : Gouden armband uit een stuk met werkje (…)

Het proces-verbaal sporenonderzoek d.d. 20 maart 2014 (pag. 61 tot en met 63) waarin [verbalisant 1], BOA domein generieke opsporing, onder meer het volgende heeft gerelateerd:

(…) Onderzoekslocatie

Het onderzoek is verricht in een rijtjeswoning aan de [adres 1], [postcode] Deventer. (…) Onderzoek plaats delict: (…)

- Ik zag in de sluitnaad van het keukenraam meerdere indrukken van het wrikken met een breekvoorwerp, vermoedelijk een schroevendraaier. Door mij werden meerdere indrukken veiliggesteld. (…)

- In de woonkamer voor de openslaande tuindeuren lag een opengebroken geldkistje. Ik zag dat naast dit opengebroken geldkistje een blauwe zaklamp lag. De bewoonster vertelde mij dat deze zaklamp niet van haar was en dat het geldkistje boven in een kast had gestaan. De blauwe zaklamp werd door mij veiliggesteld voor verder forensisch onderzoek. (…)

Werktuig sporen (…)

Spoornummer : PL04TR-2014018234-42971

SIN : [nummer 2]

Spooromschrijving : Schroevendraaier (…)

Tijdstip veiligstellen : 2 maart 2014 te 09:40 uur

Plaats veiligstellen : Kopse kant keukenraam, achterzijde woning (…)

Sporendrager(s)

Goednummer : PL04TR-2014018234-334505

Object : Zaklantaarn

Kleur : Blauw (…)

SIN : [nummer 3]

Bijzonderheden : Blauwe zaklamp aangetroffen in woonkamer. (…)

Het proces-verbaal sporenonderzoek d.d. 7 maart 2014 (pag. 66 en 67) waarin [verbalisant 2], forensisch onderzoeker bij de afdeling Forensische Opsporing Politie Oost-Brabant, onder meer het volgende heeft gerelateerd:

(…) Op vrijdag 7 maart 2014 te 11:38 uur, werd door mij (…) een forensisch onderzoek naar biologische sporen verricht aan onderstaande sporendrager (…) .

Sporendrager

Goednummer : PL04TR-2014018234-334505

Object : Zaklantaarn

Kleur : Blauw (…)

SIN : [nummer 3]

Bijzonderheden : Blauwe zaklamp aangetroffen in woonkamer. (…)

Ik heb de gehele zaklamp bemonsterd met behulp van een wattenstaafje + demiwater en het gehele koordje bemonsterd met behulp van een stub op mogelijk aanwezige gebruikssporen. (…)

Spoornummer : PL04TR-2014018234-42990

SIN : [nummer 4]

Spooromschrijving : Overige

Wijze veiligstellen : Stub

Tijdstip veiligstellen : 7 maart 2014 te 12:45 uur

Plaats veiligstellen : Gehele koordje (…)

Het rapport DNA-onderzoek naar aanleiding van een inbraak gepleegd in Deventer op

1 maart 2014 d.d. 24 maart 2014 (pag. 68 en 69) waarin NFI-deskundige forensisch DNA-onderzoek ing. H.M. van Beerendonk onder meer het volgende heeft gerelateerd:

(…)

Zaaknummer 2014.03.13.139 (…)

SIN

Beschrijving DNA-profiel/ celmateriaal kan afkomstig zijn van

Matchkans DNA-profiel

[nummer 4]#01

DNA-mengprofiel van minimaal twee personen

afgeleid DNA-hoofdprofiel:

[verdachte] (…)

kleiner dan één op één miljard

(…) DNA-databank

Het afgeleide DNA-hoofdprofiel van het celmateriaal in de bemonstering [nummer 4]#01 is op 20 maart 2014 opgenomen in de Nederlandse DNA-databank voor strafzaken en wordt

sindsdien vergeleken met daarin aanwezige DNA-profielen. Hierbij is een match gevonden

met het DNA-profiel van [verdachte] [nummer 5]. (…). Deze matchende DNA-profielen zijn geregistreerd onder DNA-profielcluster 27883 (…)

De bijlage bij voornoemd NFI-rapport betreffende DNA-profielcluster 27883 (pag. 71):

(…) NFI-zaaknummer 2014.03.13.139

Omschrijving onderzoeksmateriaal een bemonstering

DNA-identiteitszegel [nummer 4]#01 (…)

Soort DNA-profiel afgeleid DNA-profiel

Matchkans DNA-profiel kleiner dan één op één miljard

Datum opname DNA-databank 20 maart 2014 (…)

Omschrijving onderzoeksmateriaal een referentiemonster wangslijmvlies van

[verdachte] (geboren op [geboortedatum] 1987)

DNA-identiteitszegel [nummer 5] (…)

Het proces-verbaal Afgerond Werktuigenonderzoek Forensische Opsporing d.d. 16 juni 2014 (pag. 221, 222 en 229), waarin [verbalisant 3], brigadier bij de afdeling Forensische Opsporing, onder meer het volgende heeft gerelateerd:

(…) Op donderdag 8 mei 2014 ontving ik (…) de volgende, bij doorzoeking van de woning van verdachte [verdachte] inbeslaggenomen goederen:

Een plastic zak, gemerkt 05.01.03, met als inhoud:

(…) B. een zwarte schroevendraaier, merk Skandia’, door mij gemerkt [nummer 1]; (…)

Bij een oriënterend onderzoek in de sporenverzameling van het district IJsselland bleek, dat

de volgende, in die verzameling voorkomende sporen, in aanmerking kwamen voor een

vergelijkend onderzoek met (…) schroevendraaier [nummer 1] [B]:

1. Een werktuigspoor, gemerkt [nummer 2], afgevormd op 2 maart 2014, tijdens

sporenonderzoek naar aanleiding van inbraak in een woning aan de [adres 1] te Deventer (BVH 2014018234). (…)

CONCLUSIE

- Het afgevormde werktuigspoor [nummer 2] [1] is veroorzaakt met schroevendraaier [nummer 1] [B] (…)

TOELICHTING

Bij het formuleren van de conclusie(s) is gebruik gemaakt van de volgende waarschijnlijkheidsconclusies:

Bevestigend: is veroorzaakt (praktische zekerheid) (…)

Het proces-verbaal d.d. 26 mei 2014 (pag. 153 tot en met 156, inclusief foto’s) waarin [verbalisant 4], brigadier, onder meer het volgende heeft gerelateerd:

(…) Op dinsdag 6 mei 2014, werd een busje pepperspray in de woning aan de [adres 9] te Den Haag bij de verdachte [verdachte] inbeslaggenomen. (…)

Omschrijving wapen:

PEPPERSPRAY:

Merk : SDG Dragon Pepperspray met 8% OC-gehalte

Inhoud : het busje bleek gevuld te zijn. (…)

Traangasspray is een weerloosmakend en traanverwekkend middel. (…)