Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2014:4363

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
13-08-2014
Datum publicatie
17-10-2014
Zaaknummer
08/229935-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De verzoeker verzoekt de politierechter om het bevel van de rechter-commissaris tot voorlopige tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf op te heffen.

De politierechter wijst het verzoek af.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08/229935-12

Sas-nummer: 14/2362

Uitspraak van de politierechter op het verzoekschrift op grond van artikel 14fa lid 8 Sr van:

[verzoeker],

geboren op [geboortedag] 1980 in [geboorteplaats] (Syrië),

wonende in [woonplaats], aan de [adres],

nu verblijvende in het Politie Arrestantencomplex te Borne,

verder te noemen: de verzoeker.

1 Het verloop van de procedure

Op 16 juli 2014 is ter griffie van deze rechtbank ingekomen de vordering van de officier van justitie van het arrondissementsparket Oost Nederland, d.d. 16 juli 2014, strekkende tot het verlenen van een bevel tot voorlopige tenuitvoerlegging van een door de politierechter in de rechtbank Overijssel, locatie Almelo, bij vonnis van 30 mei 2013 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 60 dagen tegen de veroordeelde.

Op 17 juli 2014 heeft de rechter-commissaris voornoemde vordering tot voorlopige tenuitvoerlegging toegewezen.

Het verzoekschrift opheffing bevel voorlopige tenuitvoerlegging is gedateerd 24 juli 2014 en is op 25 juli 2014 op de griffie van de rechtbank ontvangen.

Het is ingediend namens verzoeker, door mr. J.B.A. Kalk, advocaat te Enschede.

Het verzoekschrift is behandeld op de openbare terechtzitting van 13 augustus 2014.

Bij de behandeling zijn de officier van justitie, de verzoeker en de raadsman mr. U. Ural gehoord.

De politierechter heeft kennis genomen van het door de officier van justitie overgelegde dossier van de strafzaak tegen de verzoeker.

2 De standpunten van de veroordeelde en de officier van justitie

De verzoeker verzoekt de politierechter om het bevel van de rechter-commissaris tot voorlopige tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf op te heffen. De raadsman van de verzoeker heeft ter terechtzitting het verzoekschrift toegelicht.

De officier van justitie stelt dat het verzoek dient te worden toegewezen omdat het Openbaar Ministerie met het vorderen van de voorlopige tenuitvoerlegging teveel een voorschot heeft genomen op de uitkomst van de strafzaak, die ten grondslag is gelegd aan de vordering tot tenuitvoerlegging van de eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf vanwege overtreding van de algemene voorwaarde. De behandeling van die strafzaak was aanvankelijk voorzien op de zitting van 25 juli jl. maar is van die zitting afgehaald vanwege het feit dat op die zitting te veel zaken waren aangebracht. Daardoor kan de strafzaak met de onderhavige vordering tenuitvoerlegging pas op 4 september 2014 worden behandeld.

3 De ontvankelijkheid

De politierechter stelt vast dat het verzoekschrift ontvankelijk is.

4 De beoordeling

Op grond van de stukken en de behandeling op de zitting stelt de politierechter het volgende vast.

De verzoeker is bij onherroepelijk geworden vonnis van de politierechter in de rechtbank Overijssel van 30 mei 2013 veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 60 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Onder de algemene voorwaarden, dat de veroordeelde zich, voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit, dat veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt, dat de veroordeelde medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen,

en waarbij als bijzondere voorwaarden het gedrag van de veroordeelde betreffende zijn gesteld:

-de veroordeelde zich gedurende de proeftijd bij de Reclassering Nederland, arrondissement Almelo zal melden, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

-de veroordeelde zal zich gedurende de proeftijd onder behandeling stellen van JustAct of een soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, op tijden en plaatsen als door of namens Reclassering Nederland aan te geven, teneinde zich te laten behandelen voor zijn verslavingsproblematiek, ook als dat inhoudt een voortdurende klinische opname ten behoeve van crisis, detoxificatie, stabilisatie, observatie en/of diagnostiek, waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Uit het proces-verbaal van de politie van 15 juli 2014 blijkt dat verzoeker ervan wordt verdacht zich opnieuw schuldig te hebben gemaakt aan een strafbaar feit. Om die reden heeft de officier van justitie aan de rechter-commissaris verzocht de voorlopige tenuitvoerlegging te bevelen van de eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf. De rechter-commissaris heeft op 17 juli 2014 de voorlopige tenuitvoerlegging bevolen.

De politierechter is anders dan de officier van justitie van oordeel dat het bevel tot voorlopige tenuitvoerlegging van de rechter-commissaris niet opgeheven hoeft te worden, zoals door de raadsman namens veroordeelde is verzocht. De politierechter overweegt in dit verband dat verzoeker bij vonnis van de politierechter van 30 mei 2013 een voorwaardelijke vrijheidsstraf is opgelegd. Het taakstrafverbod van artikel 22b lid 2 Sr stond op dat moment in de weg aan oplegging van een taakstraf zonder meer nu veroordeelde eerder op 25 mei 2009 en derhalve binnen vijf jaar voorafgaand aan de door hem in 2012 gepleegde feiten (waarvoor hij bij vonnis van 30 mei 2013 werd veroordeeld), door de politierechter in Almelo vanwege soortgelijke feiten tot taakstraf was veroordeeld.

Het verzoek van de raadsman strekt ertoe om de zittingsrechter op 4 september 2014 tijdens de behandeling van de strafzaak de volledige vrijheid te geven om te bepalen of gebruik kan worden gemaakt van de in artikel 14g lid 2 Sr voorziene mogelijkheid tot omzetting naar taakstraf van het restant van het nog te ondergane gedeelte van voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf dan wel om de proeftijd te verlengen.

De politierechter overweegt dat artikel 22b lid 2 Sr hieraan in de weg staat omdat de politierechter op 30 mei 2013 om de hiervoor genoemde reden een voorwaardelijke gevangenisstraf heeft opgelegd waarvan thans de voorlopige tenuitvoerlegging is bevolen. Anders dan de raadsman is de politierechter van oordeel dat om die reden de in artikel 22b lid 2 Sr genoemde uitzondering op het taakstrafverbod in de onderhavige zaak niet van toepassing is.

De politierechter is overigens van oordeel dat er ernstige redenen bestaan voor het vermoeden dat verzoeker de voorwaarde, dat hij zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit, niet heeft nageleefd, temeer nu verzoeker tijdens de behandeling heeft verklaard dat hij zich opnieuw schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit waarvoor hij zich op 4 september 2014 bij de politierechter moet verantwoorden. Het bevel tot voorlopige tenuitvoerlegging is daarom gerechtvaardigd. De politierechter zal het verzoek daarom afwijzen.

5 De beslissing

De politierechter wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. B.W.M. Hendriks, politierechter, in tegenwoordigheid van mr. M.H. Falkmann-Herber, griffier, ondertekend door de politierechter en de griffier en in het openbaar uitgesproken op 13 augustus 2014.