Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2014:4275

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
08-08-2014
Datum publicatie
08-08-2014
Zaaknummer
C/08/157983 / KG ZA 14-232
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Vordering tot betaling geldsom. De rechtbank wijst de vorderingen af.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zwolle

zaaknummer / rolnummer: C/08/157983 / KG ZA 14-232

Vonnis in kort geding van 8 augustus 2014

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GIANT EUROPE B.V.,

gevestigd te Lelystad,

eiseres,

advocaat mr. W.J.L. de Clerck te Amsterdam,

tegen

de rechtspersoon naar buitenlands recht

GIANT ITALIA S.R.L.,

gevestigd te Povolaro-Dueville (Italië),

gedaagde,

advocaat mr. E.C. Beekman te Amsterdam.

Partijen zullen hierna Giant Europe en Giant Italia worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de mondelinge behandeling

  • -

    de pleitnota van Giant Europe

  • -

    de pleitnota van Giant Italia.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Partijen hebben op 1 juli 2005 een distributieovereenkomst gesloten. Op basis van deze overeenkomst, en met toepassing van de algemene voorwaarden van Giant Europe, heeft Giant Europe fietsen, frames en accessoires aan Giant Italia verkocht ten behoeve van wederverkoop in Italië.

2.2.

Partijen zijn, in afwijking van de algemene voorwaarden, in artikel 3.3 van de distributieovereenkomst een betalingstermijn van 60 dagen na factuurdatum overeengekomen. Vervolgens hebben partijen gedurende de looptijd van de distributieovereenkomst afwijkende betalingsvoorwaarden afgesproken. Reden voor de afwijkende betalingsvoorwaarden was aanvankelijk om te voorzien in de kennelijk in Italië gebruikelijke zeer ruime betalingstermijnen van 90 dagen na factuurdatum die Giant Italia hanteerde tegenover haar afnemers. Vanaf 2009 was het terugbrengen van het saldo van nog door Giant Italia te betalen facturen terzake eerdere leveringen van meer dan € 1.000.000,- naar € 300.000,- de reden van de afwijkende betalingsvoorwaarden.

2.3.

Eind december 2013 heeft Giant Europe de leveringen opgeschort met als reden het onbetaald laten van facturen door Giant Italia.

3 Het geschil

3.1.

Giant Europe vordert samengevat – veroordeling van Giant Italia primair tot betaling van € 1.068.980,84, vermeerderd met rente, en subsidiair tot het stellen van een bankgarantie tot eenzelfde bedrag, met veroordeling van Giant Italia in de kosten.

3.2.

Giant Europe legt aan haar vorderingen – kort weergegeven – het navolgende ten grondslag. Partijen zijn van de distributieovereenkomst afwijkende betalingsvoorwaarden overeengekomen. Thans geldt appendix F tussen partijen, inhoudende dat Giant Italia de facturen dient te voldoen binnen zes dagen na levering (en niet na factuurdatum) van door Giant Italia bestelde producten, met een bijtelling van 5% of 10% van de factuurwaarde van de desbetreffende levering. Daarbij is beoogd het saldo van door Giant Italia te betalen facturen ter zake eerdere leveringen terug te brengen naar € 300.000,-. Vanaf eind december 2013 heeft Giant Italia nagelaten de facturen van Giant Europe in overeenstemming met deze betalingsafspraken te voldoen. Giant Europe heeft zich daardoor genoodzaakt gezien nieuwe leveringen op te schorten totdat oude leveringen werden betaald.

3.3.

Het verweer van Giant Italia komt zakelijk weergegeven op het volgende neer. Giant Italia heeft haar betalingsverplichtingen opgeschort omdat zij een aantal vorderingen op Giant Europe heeft die Giant Europe weigert te voldoen. Deze vorderingen betreffen met name schadevergoeding vanwege (i) niet of te laat geleverde producten, (ii) verkeerde prijzen die Giant Europe heeft gehanteerd, (iii) het feit dat Giant Europe haar leveringen aan Giant Italia onterecht heeft opgeschort en (iv) de aanstelling van een tweede distributeur in Italië terwijl Giant Italia exclusiviteitsrechten heeft. Giant Italia zal deze vorderingen in de bodemprocedure in reconventie indienen.

4 De beoordeling

Bevoegdheid rechtbank

4.1.

Nu Giant Italia is gevestigd op het grondgebied van een andere staat dan Nederland en de vorderingen uit dien hoofde een internationaal karakter dragen, dient allereerst de vraag te worden beantwoord of de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle, bevoegd is van deze vorderingen kennis te nemen. Aangezien de Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (verder te noemen: EEX-Vo) verbindend is en rechtstreeks toepasselijk is in de lidstaten van de Europese Unie en partijen in een lidstaat van de Europese Unie zijn gevestigd, dient de rechterlijke bevoegdheid beoordeeld te worden op basis van deze verordening.

Artikel 23 van de EEX-Verordening bepaalt dat een gerecht van een lidstaat bevoegd is wanneer partijen, van wie er tenminste één woonplaats heeft op het grondgebied van een lidstaat, dat gerecht hebben aangewezen voor de kennisname van geschillen die naar aanleiding van de desbetreffende rechtsbetrekking zijn ontstaan of zullen ontstaan. Partijen hebben een forumkeuzebeding gemaakt, zoals blijkt uit zowel de distributieovereenkomst als de daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden. Zij hebben de Nederlandse rechter, en in het bijzonder de rechter in Zwolle, aangewezen als de bevoegde rechter om van de onderhavige vorderingen kennis te nemen. Gelet hierop is de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle, bevoegd om van het onderhavige geschil kennis te nemen.

Toepasselijk recht

4.2.

Uit zowel de distributieovereenkomst als de daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden blijkt dat partijen zijn overeengekomen dat Nederlands recht van toepassing is op deze overeenkomst en op “any agreements concluded between Giant Europe and Distributor” (zie artikel 15.1 van de distributieovereenkomst). Nu Giant Italia zich niet heeft verweerd tegen toepasselijkheid van Nederlands recht zal de voorzieningenrechter Nederlands recht toepassen op de onderhavige vorderingen.

De verdere beoordeling

4.3.

Met betrekking tot een voorziening in kort geding, bestaande in veroordeling tot betaling van een geldsom, is terughoudendheid op zijn plaats. De rechter zal daarbij niet alleen hebben te onderzoeken of het bestaan van een vordering van de eiser op de gedaagde voldoende aannemelijk is, maar ook of daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist, terwijl de rechter in de afweging van de belangen van partijen mede zal hebben te betrekken de vraag naar - kort gezegd - het risico van onmogelijkheid van terugbetaling, welk risico kan bijdragen tot weigering van de voorziening.

4.4.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat de vorderingen van Giant Europe de onder 4.3 vermelde toets niet kunnen doorstaan. Daarbij wordt het volgende overwogen.

4.5.

Giant Italia heeft onder andere aangevoerd dat zij schade heeft geleden doordat Giant Europe haar leveringen aan Giant Italia in december 2013 ten onrechte heeft opgeschort. Zij heeft daartoe gesteld dat partijen, in aanloop naar de omzetting van de distributieovereenkomst naar een agentuurovereenkomst, voor de afname en levering van producten van seizoen 2014 nieuwe voorwaarden zijn overeengekomen, te weten een betalingstermijn van 90 dagen. Volgens Giant Italia was ten tijde van het inroepen van het opschortingsrecht door Giant Europe de betalingstermijn nog niet verstreken, zodat Giant Europe ten onrechte de leveringen heeft opgeschort.

Giant Europe heeft daartegen aangevoerd dat partijen weliswaar een betalingstermijn van 90 dagen hadden afgesproken maar dat voor het seizoen 2014 de regeling over de kredietlimiet tussen partijen nog steeds bestond. Zij heeft echter geen inzicht gegeven in de specifieke reden van de opschorting.

Volgens Giant Italia was de kredietlimiet geen onderdeel van de nieuwe voorwaarden voor de levering van seizoen 2014.

Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter kan gelet op hetgeen Giant Italia gemotiveerd en gedocumenteerd heeft gesteld thans niet worden aangenomen dat de verweren feitelijke grondslag missen. Een oordeel over de vraag of Giant Europe in december 2013 al dan niet ten onrechte de leveringen heeft opgeschort en of Giant Italia eventueel recht op schadevergoeding heeft, vergt een uitgebreid (feiten-)onderzoek, waarvoor de aard van een kort geding zich niet leent. Dit nadere onderzoek zal met name moeten zien op de vragen: welke voorwaarden waren tussen partijen van toepassing ten aanzien van de leveringen van seizoen 2014, op welke grondslag heeft Giant Europe in december 2013 opgeschort (overschrijding van de kredietlimiet of van de betalingstermijn of anderszins). De vordering van Giant Europe op Giant Italia is daarom thans niet voldoende aannemelijk geworden.

4.6.

In het licht van het vorenstaande worden hogere eisen gesteld aan de spoedeisendheid. Giant Europe heeft de spoedeisendheid slechts onderbouwd met de stelling dat zij nu haar rechten zeker wenst te stellen omdat de financiële positie van Giant Italia slecht is. De vrees van Giant Europe voor die slechte financiële positie van Giant Italia rechtvaardigt de spoedeisendheid echter niet voldoende daar niet valt in te zien dat bij een toewijzend vonnis in kort geding de kans op verhaal groter zal zijn. Het tegenovergestelde lijkt eerder in de rede te liggen omdat op een dergelijk vonnis volgende executiemaatregelen tot een algehele toestand van insolventie zouden kunnen leiden, zoals van de zijde van Giant Italia ook aangegeven.

4.7.

De vorderingen zullen derhalve worden afgewezen.

4.8.

Giant Europe zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Giant Italia worden begroot op:

- griffierecht € 3.829,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 4.645,00

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt Giant Europe in de proceskosten, aan de zijde van Giant Italia tot op heden begroot op € 4.645,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.H.S. Lebens-de Mug en in het openbaar uitgesproken op 8 augustus 2014.