Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2014:4212

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
05-08-2014
Datum publicatie
05-08-2014
Zaaknummer
08.910028-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft op 9 april 2014 een medebewoner van het Hostel van Tactus verslavingszorg aan de Oostzeelaan in Zwolle mishandeld door hem met een mes te verwonden.

De rechtbank houdt er, in strafverhogende zin, rekening mee dat verdachte gebruik heeft gemaakt van een mes.

Strafverlagend werkt echter dat het blijkens het psychologisch rapport d.d. 25 juni 2014 aannemelijk is dat de ziekelijke stoornis van verdachte, ernstige en langdurige alcoholafhankelijkheid, en de gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens, lichte zwakzinnigheid, zijn gedragskeuzen hebben beïnvloed. De rechtbank zal verdachte dan ook als verminderd toerekeningsvatbaar beschouwen.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van twee weken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 08.910028-14

Datum vonnis: 5 augustus 2014

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedag] 1968 te [geboorteplaats],

wonende te [adres 1], [woonplaats].

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 22 juli 2014. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. H.J. Timmer en van wat door verdachte en de raadsvrouw van verdachte mr. T.H. Dijkstra, advocaat te Zwolle, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

primair: op 9 april 2014 heeft geprobeerd om [slachtoffer] te doden door met een mes in zijn buikstreek te steken/snijden;

subsidiair: op 9 april 2014 heeft geprobeerd om [slachtoffer] zwaar te verwonden door met een mes in zijn buikstreek te steken/snijden;

meer subsidiair: op 9 april 2014 [slachtoffer] heeft mishandeld door met een mes in zijn buikstreek te steken/snijden.

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:

hij op of omstreeks 09 april 2014 in de gemeente Zwolle ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet met een mes, althans een scherp voorwerp, meerdere malen, althans eenmaal (met kracht) in de buik(streek), althans het lichaam van die [slachtoffer] heeft gestoken/gesneden/geprikt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

althans, voor zover voor het vorenstaande geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, subsidiair, terzake dat

hij op of omstreeks 09 april 2014 in de gemeente Zwolle ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met een mes, althans een scherp voorwerp, meerdere malen, althans eenmaal (met kracht) in de buik(streek), althans het lichaam van die [slachtoffer] heeft gestoken/gesneden/geprikt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, althans, voor zover voor het vorenstaande geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, meer subsidiair, terzake dat

hij op of omstreeks 09 april 2014 in de gemeente Zwolle opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]), meerdere malen, althans eenmaal (met kracht) in de buik(streek), althans het lichaam van die [slachtoffer] heeft gestoken/gesneden/geprikt, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

3 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het subsidiair tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden met aftrek van voorarrest. De officier van justitie heeft gevorderd het inbeslaggenomen mes te onttrekken aan het verkeer.

4 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5 De beoordeling van het bewijs

Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of het tenlastegelegde feit bewezenverklaard kan worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte het feit heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

5.1

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie is van oordeel dat vrijspraak moet volgen voor het primair ten laste gelegde feit en dat gelet op de verklaringen van [slachtoffer] en [getuige] het subsidiair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden.

De raadsvrouw van verdachte heeft vrijspraak bepleit van wat aan verdachte ten laste is gelegd. Zij is van oordeel dat uit de bewijsmiddelen niet kan volgen wat er die bewuste dag precies is gebeurd. Er is volgens de raadsvrouw geen wettig en overtuigend bewijs voor het feit dat verdachte opzettelijk heeft gehandeld.

5.2

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Verdachte heeft verklaard dat er op 9 april 2014 tussen hem en [slachtoffer] een woordenwisseling ontstond toen zij beiden op bezoek waren bij [getuige]. Hij heeft verklaard dat hij door [slachtoffer] bij de keel is gepakt en bewusteloos is geraakt. Hij is hierdoor een stuk van de film kwijt. Verdachte heeft ontkend dat hij een mes heeft gehanteerd. Hij heeft wel verklaard dat hij altijd twee messen op zak heeft.

[slachtoffer] heeft verklaard dat er inderdaad sprake was van een woordenwisseling tussen hem en verdachte. Op een gegeven moment riep [getuige] dat verdachte een mes had en toen voelde [slachtoffer] een branderig gevoel aan de linkerzijde van zijn buik, aldus [slachtoffer]. [slachtoffer] verklaart dat hij verdachte geen steekbewegingen heeft zien maken.

Uit de foto’s en de letselrapportage blijkt dat [slachtoffer] twee kleine snijwondjes aan de linkerkant van zijn buik had.

[getuige] heeft verklaard dat er sprake was van een worsteling tussen verdachte en [slachtoffer], waarbij hij zag dat verdachte een mes pakte.

De rechtbank acht op basis van de voornoemde verklaringen van aangever [slachtoffer] en [getuige] en het bij [slachtoffer] geconstateerde letsel wettig en overtuigend bewezen dat door verdachte, toen er op 9 april 2014 een worsteling tussen hem [slachtoffer] ontstond, een mes heeft gehanteerd. Daardoor heeft verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat [slachtoffer] in de worsteling zou worden geraakt met het mes, waardoor pijn en/of letsel zou ontstaan.

Gelet op het oppervlakkige letsel, en de verklaring van [slachtoffer] dat verdachte geen steekbewegingen heeft gemaakt, is niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte gericht op de buikstreek van [slachtoffer] heeft ingestoken en aldus vitale delen van het lichaam zouden kunnen worden geraakt, waardoor de dood kan intreden of zwaar letsel kan ontstaan, zodat zij verdachte van het primair en subsidiair tenlastegelegde zal vrijspreken.

Het meer subsidiair tenlastegelegde acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen.

5.3

De conclusie

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het meer subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 09 april 2014 in de gemeente Zwolle opzettelijk mishandelend een persoon te weten

[slachtoffer], in de buik(streek) heeft gesneden, waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het subsidiair bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij artikel 300 van het Wetboek van Strafrecht.

De raadsvrouw van verdachte heeft, subsidiair, betoogd dat verdachte een beroep op noodweer dan wel noodweerexces toekomt. Zij heeft daartoe aangevoerd dat aannemelijk is dat sprake was van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding waartegen verdachte zich mocht verdedigen. Verdachte heeft immers verklaard dat [slachtoffer] hem in een wurggreep had. Ook [getuige] heeft verklaard dat verdachte door aangever bij de keel werd gepakt en ook uit de letselrapportage volgt dat de bloeding in het oogwit van verdachte veroorzaakt kan zijn door het gedurende langere tijd uitoefenen van druk op de hals.

De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsvrouw. Naar het oordeel van de rechtbank was er door de wurggreep weliswaar sprake van een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding van [slachtoffer] jegens verdachte en had verdachte op zichzelf het recht om zich te verdedigen, maar heeft hij door het gekozen verdedigingsmiddel en de wijze waarop hij dit heeft aangewend de grenzen van de noodzakelijke verdediging overschreden. Hij heeft immers een mes tevoorschijn gehaald en dat dusdanig gehanteerd dat hiermee meerdere snijverwondingen zijn toegebracht op de romp van [slachtoffer], terwijl de aanval op verdachte bestond uit een één-armige greep om de nek. Het door verdachte gebruikte geweld is als disproportioneel aan te merken.

Verder is niet aannemelijk geworden dat verdachte door de aanranding in een heftige gemoedsbeweging geraakte, als gevolg waarvan hij het mes heeft gehanteerd. In geen enkele verklaring, ook niet die van verdachte zelf, wordt deze gemoedsbeweging genoemd.

Dat betekent dat een beroep op noodweer(exces) niet kan slagen

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert op:

meer subsidiair

Mishandeling

7 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.

8 De op te leggen straf

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

Verdachte heeft op 9 april 2014 een medebewoner van het Hostel van Tactus verslavingszorg aan de Oostzeelaan in Zwolle mishandeld door hem met een mes te verwonden. Verdachte heeft hierdoor de lichamelijke integriteit van het slachtoffer geschonden en hem pijn bezorgd.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de hoogte van de op te leggen gevangenisstraf de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) als vertrekpunt genomen. Het LOVS geeft als oriëntatiepunt voor straftoemeting ten aanzien van een mishandeling waarbij sprake is van enig lichamelijk letsel met behulp van een slagwapen een taakstraf voor de duur van 120 uren.

De rechtbank houdt er, in strafverhogende zin, rekening mee dat verdachte in dit geval gebruik heeft gemaakt van een mes.

Strafverlagend werkt echter dat het blijkens het psychologisch rapport d.d. 25 juni 2014 aannemelijk is dat de ziekelijke stoornis van verdachte, ernstige en langdurige alcoholafhankelijkheid, en de gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens, lichte zwakzinnigheid, zijn gedragskeuzen hebben beïnvloed. De rechtbank zal verdachte dan ook als verminderd toerekeningsvatbaar beschouwen.

Verdachte heeft geen recente relevante justitiële documentatie op het gebied van geweldsfeiten.

Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat kan worden volstaan met oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van twee weken.

8.2

De inbeslaggenomen voorwerpen

De rechtbank is van oordeel dat het inbeslaggenomen mes moet worden onttrokken aan het verkeer, omdat met behulp van dit voorwerp het bewezen verklaarde feit is begaan en van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang.

9 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 10, 27, 36b en 36c van het Wetboek van Strafrecht.

10 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- verklaart niet bewezen wat primair en subsidiair aan verdachte is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

bewezenverklaring

  • -

    verklaart bewezen, dat verdachte het meer subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven onder 5.3 omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer subsidiair meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

Mishandeling

- verklaart verdachte strafbaar voor het subsidiair bewezenverklaarde;

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van twee weken;

  • -

    bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

beslag

- verklaart het inbeslaggenomen mes onttrokken aan het verkeer.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.M. Milani, voorzitter, mr. S. Taalman en mr. G.P. Nieuwenhuis, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. Seuters, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 5 augustus 2014.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie IJsselland met nummer PL04ZC 2014030256. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

1.

Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] van 9 april 2014, inhoudende:

Vandaag, woensdag 9 april 2014 omstreeks 15.10 uur was ik op de kamer hij medebewoner [getuige]. Hij heeft een kamer tegenover de mijne. (…)

Ik zag vervolgens dat medebewoner [verdachte] binnen kwam. Toen hij binnenkwam ben

ik opgestaan. [verdachte] is achter mij langs gelopen en hij is vanaf de deur gezien in

de verste hoek van de bank gaan zitten.

Ik hoorde dat [verdachte] een heel verhaal begon over de werkzaamheden die hij eerder

altijd deed in de tuin rondom het pand. Hij begon te mekkeren. (…)

Ik probeerde hem te bedaren maar ik kon er echt geen woord tussen krijgen. Ik begon

me echt aan het te irriteren dus ik legde mijn hand op zijn schouder en zei: “doe

eens even normaal zeg”. (…)

Ik zag en merkte dat de frustratie van [verdachte] zich tegen mij begon te richten.

Ik hoorde [getuige] vervolgens zeggen: ”Hij heeft een mes”. Toen zag ik het mes pas (…) Ik zag dat hij het mes in zijn rechter hand had. Ik voelde een branderig gevoel aan de linker zijde van mijn buik. [verdachte] heeft geen steekbewegingen gemaakt.

2.

Het proces-verbaal van verhoor van [getuige] van 9 april 2014, inhoudende:

Ik woon aan de [adres 2] te Zwolle. (…) Ik was thuis. In mijn woning waren [verdachte] en [slachtoffer].

We waren een biertje aan het drinken. [verdachte] en [slachtoffer] maakten ruzie. (…)

Ik zag dat [verdachte] een armbeweging maakte in de richting van [slachtoffer]. Ik denk dat

[slachtoffer] dacht dat het een grapje was en pakte hierop [verdachte] bij zijn keel. Ik zag

dat [slachtoffer] [verdachte] probeerde af te weren. Hierna zag ik dat [verdachte] een mes pakte.

(…) Ik zag dat het mes ongeveer 18 centimeter was en een snijvlak had van 12 centimeter. Ik zag dat hij het mes uit zijn rechter broekzak haalde. Ik zeg dat het mes al was opengeklapt. Ik heb geen idee hoe hij het mes opengeklapt heeft. (…) Ik vertelde [slachtoffer] dat [verdachte] een mes had. Ik zag dat [slachtoffer] hierop reageerde en [verdachte] bij het mes pakte en met veel moeite het mes afhandig kon maken. (…)U vraagt mij hoe het steken is gegaan. Ik verklaar u dat het steken is gebeurd tijdens het vastpakken van [verdachte] door [slachtoffer].

3.

De verklaring van verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 22 juli 2014, inhoudende:

Het klopt dat ik op 9 april 2014 bij mijn buurman [getuige] in zijn woning was. [slachtoffer] was er ook en we hebben een woordenwisseling gehad.

Ik heb altijd twee messen op zak.

4.

De letselrapportage van S.J.Th. van Kuijk van 2 mei 2014 van 2014, inhoudende,

letselbeschrijving

(…)

op de voorzijde van de buik links ongeveer in de tepellijn is een schuin verlopende

lijnvormige 12 mm grote scherpe snijwond - dus geen steekwond- aanwezig die

heeft gebloed; (…)

wond veroorzaakt door (zeer) scherp snijdend letsel zoals bijvoorbeeld snijden met

een scherp en gezien de aanzet waarschijnlijk ook puntig mes, wond is niet veroorzaakt door een stekende beweging

laag op de zijkant van de buik links is een schuin verlopende V-vormige 15 mm grote

scherpe snijwond aanwezig die gezien het patroon in 3 snijbewegingen gemaakt is (…)

wond veroorzaakt door (zeer) scherp snijdend letsel zoals bijvoorbeeld snijden met

een scherp en gezien de aanzet waarschijnlijk ook puntig mes; meerdere malen op

vrijwel dezelfde plaats aangezet.

Bij de letselrapportage zijn foto’s gevoegd van het letsel van [slachtoffer]. Er is te zien dat hij twee snijwondjes op de linkerzijde van zijn buik heeft.