Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2014:4201

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
04-08-2014
Datum publicatie
04-08-2014
Zaaknummer
C/08/157714 / KG ZA 14-224 en C/08/157772 / KG ZA 14-226
Rechtsgebieden
Aanbestedingsrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Aanbesteding – ontvankelijkheid – geen schending aanbestedingsrechtelijke beginselen – eisen zijn duidelijk en transparant.

Wetsverwijzingen
Aanbestedingswet 2012
Aanbestedingsbesluit
Wet implementatie rechtsbeschermingsrichtlijnen aanbesteden
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAAN 2014/186
Module Aanbesteding 2015/748

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummers: C/08/157714 / KG ZA 14-224 en

C/08/157772 / KG ZA 14-226

datum vonnis: 4 augustus 2014 (jk)

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Overijssel, rechtdoende in kort geding, in de zaken van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Taxi- en Vervoercentrale Almelo B.V.,

gevestigd te Almelo,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat: mr. E.E. Zeelenberg te Nijmegen,

en

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[A],

gevestigd te [vestigingsplaats],

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[B],

gevestigd te [vestigingsplaats],

eiseressen in de hoofdzaak,

verweersters in het incident,

advocaten: mrs. R. Blom en M. Goorhuis Oude Sanderink te Enschede,

tegen

1. de publiekrechtelijke rechtspersoon

Gemeente Dalfsen,

zetelend te Dalfsen,

2. de publiekrechtelijke rechtspersoon

Gemeente Hardenberg,

zetelend te Hardenberg,

3. de publiekrechtelijke rechtspersoon

Gemeente Ommen,

zetelend te Ommen,

4. de publiekrechtelijke rechtspersoon

Gemeente Twenterand,

zetelend te Vriezenveen,

5. de publiekrechtelijke rechtspersoon

Gemeente Wierden,

zetelend te Wierden,

gedaagden in de hoofdzaak,

verweersters in het incident,

advocaat: mr. M.M. Fimerius te Eindhoven.

en waarin hebben gevorderd om zich als partij te mogen voegen aan de zijde van gedaagden in beide hoofdzaken (de gemeenten):

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[C]

gevestigd te [vestigingsplaats],

eiseres in het incident,
advocaat: mr. P.F.C. Heemskerk te Utrecht.

en waarin hebben gevorderd om zich als partij te mogen voegen aan de zijde van gedaagden (de gemeenten) in de hoofdzaak C/08/157714 / KG ZA 14-224:

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[D] ,

gevestigd te [vestigingsplaats],

eiseres in het incident,
advocaat: mr. L.J.W. Sueters te ‘s-Hertogenbosch.

Partijen zullen hierna worden aangeduid als ‘Taxi Almelo’, ‘[C]’ en ‘[D]’, [A] en [B] gezamenlijk als ‘de combinatie’ en gedaagden zullen gezamenlijk worden aangeduid als ‘de gemeenten’.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding inclusief producties zijdens Taxi Almelo,

  • -

    de dagvaarding inclusief producties zijdens de combinatie,

  • -

    de producties aan de zijde van de gemeenten,

  • -

    incidentele conclusies houdende een verzoek tot tussenkomst dan wel voeging zijdens [C] in C/08/157772 / KG ZA 14-226 en C/08/157714 / KG ZA 14-224,

  • -

    incidentele conclusie houdende een verzoek tot tussenkomst dan wel voeging zijdens [D],

  • -

    de mondelinge behandeling,

  • -

    de pleitnota van Taxi Almelo,

  • -

    de pleitnota van de combinatie,

  • -

    de pleitnota van de gemeenten,

  • -

    de pleitnota van [C],

  • -

    de pleitnota van [D].

1.2.

Ter mondelinge behandeling heeft de voorzieningenrechter beslist dat de zaken met zaaknummers C/08/157772 / KG ZA 14-226 en C/08/157714 / KG ZA 14-224 gevoegd zullen worden behandeld, alsmede de voeging van [C] in beide zaken en [D] in de zaak C/08/157772 / KG ZA 14-226 toegestaan.

1.3.

De datum van de uitspraak is vastgesteld op vandaag.

2 De feiten

2.1.

In deze zaak staat het navolgende vast.

2.2.

Op 14 februari 2014 hebben de gemeenten de aanbesteding van de opdracht “Leerlingenvervoer Dalfsen, Hardenberg, Ommen, Twenterand en Wierden” (hierna: ‘de opdracht’) aangekondigd en gepubliceerd. De aanbestedingsprocedure werd voor de gemeenten begeleid door Euro Management Consultants B.V. (hierna: ‘EMC’), die ook de verdere projectorganisatie uitvoert. De beschrijving van de opdracht en de aanbestedingsprocedure staat nader omschreven in het bestek, die via EMC aan potentiele inschrijvers ter beschikking is gesteld (hierna: ‘het bestek’).

2.3.

Het doel van de aanbesteding is dat per perceel met één inschrijver een zogenaamde vervoersovereenkomst wordt gesloten voor een periode van vier jaar met ingangsdatum

1 augustus 2014 tot en met 31 juli 2018 met een optionele verlenging van maximaal 2 jaar.

2.4.

De opdracht is verdeeld in de vijf percelen (hierna afzonderlijk: ‘Perceel 1’, ‘Perceel 2’ etc.) en inschrijvingen konden worden ingediend voor één of meer van de navolgende percelen:

- Perceel 1: leerlingenvervoer gemeente Dalfsen;

- Perceel 2: leerlingenvervoer gemeente Hardenberg;

- Perceel 3: leerlingenvervoer gemeente Ommen;

- Perceel 4: leerlingenvervoer gemeente Twenterand;

- Perceel 5: leerlingenvervoer gemeente Wierden;

2.5.

Op de aanbestedingsprocedure zijn de Aanbestedingswet 2012 en het Aanbestedingsbesluit van toepassing. Het betreft een openbare Europese aanbestedingsprocedure met als gunningscriterium de Economisch Meest Voordelige Inschrijving (hierna: EMVI). Genoemd gunningscriterium is onderverdeeld in vijf subgunningscriteria, te weten:

1. Vervoersmaandprijs per leerling (totaal 65 punten);

2. Plan van aanpak implementatie (totaal 20 punten);

3. Duurzaamheid (totaal 5 punten);

4. Social return (totaal 5 punten);

5. Communicatieplan (totaal 5 punten).

2.6.

Er zijn vier Nota’s van Inlichtingen gepubliceerd.

2.7.

Op 22 mei 2014 heeft EMC namens de gemeenten de voorlopige gunningsbeslissingen meegedeeld. Taxi Almelo kreeg het bericht dat zij niet was geselecteerd en dat de gemeenten voornemens waren om perceel 1 te gunnen aan [D], perceel 2 en 3 aan De Vier Gewesten B.V. en TCR B.V. en [E], en de percelen 4 en 5 aan [C].

2.8.

Bij e-mail van 22 mei 2014 heeft EMC namens de gemeenten de combinatie laten weten dat zij niet is geselecteerd ten aanzien van perceel 2 en dat zij het besluit heeft genomen het voornemen tot gunning te verlenen aan de inschrijver De Vier Gewesten B.V. en TCR B.V. en [E].

2.9.

Taxi Almelo heeft per brief van 2 juni 2014 aan EMC gevraagd om een nadere motivering van de mededelingen van de voorlopige gunningsbeslissingen. In antwoord daarop heeft EMC per brief van 4 juni 2014 aan Taxi Almelo een overzicht verstrekt van de door haar en de winnaar van de percelen behaalde scores op de subgunningscriteria.

2.10.

Bij brieven van 5 juni 2014 heeft Taxi Almelo nogmaals gevraagd om een nadere toelichting. Bij haar eerste brief heeft Taxi Almelo een beoordelingstabel bijgevoegd die haar had bereikt vanuit Larcom/OVB (hierna: ‘OVB’), met daarin de bevindingen van OVB ten aanzien van de door de inschrijvers ingediende routeplanningen (hierna: ‘overzicht vervoersplan tijden’). OVB is een onderneming, die voor de gemeenten de controlerende en operationele werkzaamheden bij het leerlingenvervoer uitvoert en ook controleert of de door de inschrijvers ingediende routeplanningen aan alle eisen is voldaan.

2.11.

EMC heeft Taxi Almelo per e-mailbericht van 6 juni 2014 laten weten dat zij niet in de gelegenheid was om diezelfde dag nog inhoudelijk te reageren op de brieven van Taxi Almelo, en dat beantwoording daarvan zou volgen op 10 juni 2014. In verband daarmee heeft EMC de lopende bezwaartermijn, die op grond van de mededelingen van de voorlopige gunningsbeslissingen zou eindigen op 11 juni 2014, verlengd tot 13 juni 2014 om 17.00 uur.

2.12.

EMC heeft Taxi Almelo bij brief van 10 juni 2014 laten weten dat de door Taxi Almelo geuite bezwaren jegens de voorlopige gunningsbeslissingen geen reden vormen tot herziening, dat de voorlopige winnaars van de percelen volgens EMC allen voldoen aan de gestelde eisen en om die reden de voorlopige gunningsbeslissingen gehandhaafd blijven.

2.13.

Op of omstreeks 11 juni 2014 heeft Taxi Almelo een overzicht vervoersplan tijden aan de combinatie verstrekt, met de mededeling dat zij blijkens het overzicht de eerste geldige inschrijver op perceel 2 zou zijn.

2.14.

Taxi Almelo heeft de gemeenten op 12 juni 2014 gedagvaard. De combinatie heeft haar dagvaarding op 13 juni 2014 uitgebracht.

3 De vorderingen

In de procedure C/08/157772 / KG ZA 14-226

3.1.

Taxi Almelo vordert - na eiswijziging en verkort weergegeven - om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

Primair

I. de gemeenten te verbieden om de percelen 1, 3, 4 en 5 van deze opdracht nog aan een (of meer) marktpartij(en) wensen te gunnen, deze percelen te gunnen aan een ander dan aan Taxi Almelo, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom;

II. de gemeenten te gebieden om de gedeeltelijke definitieve gunning van perceel 5 van deze opdracht aan [C] ongedaan te maken door:

  1. de daarop betrekking hebbende overeenkomst(en) direct na het in deze te wijzen vonnis te beëindigen, en;

  2. dit deel van de opdracht vervolgens conform het gevorderde onder I te gunnen aan Taxi Almelo, dan wel voor dit deel van de opdracht met Taxi Almelo een overeenkomst tot tijdelijke continuatie van het vervoer te sluiten onder dezelfde voorwaarden als de gemeenten tijdelijke continuatiecontracten hebben gesloten voor de overige percelen van deze opdracht;

III. zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom.

Subsidiair

IV. de gemeente te verbieden om alle vijf de percelen van de opdracht te gunnen onder de huidige aanbestedingsprocedure;

V. de gemeenten te gebieden om, indien zij (alle vijf de percelen van) de opdracht nog aan een marktpartij wensen te gunnen, over te gaan tot heraanbesteding;

VI. een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom.

Meer subsidiair

VII. de gemeenten te gebieden de standstill-termijn te verlengen, en;

VIII. de gemeenten te verbieden gedurende die (verlengde) termijn een overeenkomst te sluiten met de door hen in de voorlopige gunningsbeslissingen van 22 mei 2014 aangewezen voorlopige winnaars van de vijf percelen, zolang geen arrest is gewezen in een eventuele appelprocedure, dan wel totdat de appeltermijn ongebruikt is verstreken;

IX. zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom.

Uiterst subsidiair

X. een maatregel te treffen die de voorzieningenrechter in goede justitie passend acht.

Zowel primair, subsidiair, meer subsidiair als uiterst subsidiair

XI. de gemeenten te veroordelen in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de nakosten.

In de procedure C/08/157714 / KG ZA 14-224

3.2.

De combinatie vordert - verkort weergegeven - om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

Primair

I. de gemeenten te gebieden het voornemen tot gunning ter zake perceel 2 in te trekken;

II. de gemeenten te verbieden de opdracht voor perceel 2 definitief te gunnen aan De Vier Gewesten B.V., TCR B.V. en [E] of enige andere derde;

III. de gemeenten te gebieden de opdracht voor perceel 2 te gunnen aan de combinatie, voor zover de gemeenten deze opdracht nog altijd wenst te gunnen, dan wel de gemeenten te verbieden deze opdracht aan een ander dan de combinatie te gunnen;

Subsidiair

IV. de gemeenten te verbieden om de opdrachten voor de percelen 1 tot en met 5 te gunnen aan welke inschrijver dan ook;

V. de gemeenten te gebieden, voor zover deze nog wens over te gaan tot het gunnen van de opdrachten, tot heraanbesteding;

Meer subsidiair

VI. een maatregel te treffen die de voorzieningenrechter in goede justitie passend acht.

Primair en (meer) subsidiair

VII. alles op straffe van verbeurte van een dwangsom;

VIII. met veroordeling van de gemeenten in de kosten van de procedure, te vermeerderen met de nakosten en de wettelijke rente.

In de procedures C/08/157714 / KG ZA 14-224 en C/08/157772 / KG ZA 14-226

3.3.

De gemeenten voeren gemotiveerd verweer en concluderen tot niet ontvankelijkheid, dan wel afwijzing van de vorderingen van Taxi Almelo en de combinatie.

De vorderingen in de zaken tot voeging

3.4. [C] vordert om zich te mogen voegen aan de zijde van de gemeente en Taxi Almelo en de combinatie in hun vorderingen niet-ontvankelijk te verklaren, althans deze af te wijzen met veroordeling van Taxi Almelo en de combinatie in de kosten van het geding, alsmede in de nakosten en de wettelijke rente.

3.5.

[D] vordert om zich te mogen voegen aan de zijde van de gemeente en Taxi Almelo in haar vorderingen niet-ontvankelijk te verklaren, althans deze af te wijzen met veroordeling van Taxi Almelo in de kosten van het geding, alsmede in de nakosten en de wettelijke rente.

3.5.

Taxi Almelo noch de combinatie dan wel de gemeenten hebben zich verzet tegen voeging of tussenkomst van [C] en [D].

4. De beoordeling

In het incident

4.1. Ter zitting zijn de vorderingen van [C] en [D] om zich te mogen voegen in het geding toegewezen. [C] en [D] hebben daarbij voldoende belang, omdat toewijzing van een van de tegen de gemeente gerichte vorderingen tot gevolg kan hebben dat [C] en [D] worden benadeeld, aangezien zij beiden inschrijvers zijn aan wie (een deel van) de opdracht nu is gegund.

4.2.

Hoewel [C] en [D] belang hebben zich aan de zijde van de gemeenten in deze procedure te scharen, ziet de voorzieningenrechter geen reden om Taxi Almelo, noch de combinatie met de kosten in het incident te belasten en dienen [C] en [D] hun eigen kosten te dragen.

In de hoofdzaak

4.3.

Het spoedeisend belang volgt uit de aard van het gevorderde.

4.4.

Het meest verstrekkende verweer dat is opgeworpen houdt in, dat Taxi Almelo en de combinatie in hun vorderingen niet-ontvankelijk zijn, in de eerste plaats omdat Taxi Almelo (tegen alle aanbestedingsrechtelijke beginselen in) contact heeft opgenomen met de aanbestedende dienst. Taxi Almelo heeft namelijk bij dagvaarding een geluidsopname en transcriptie overgelegd van een telefoongesprek, dat heeft plaatsgevonden tussen een medewerker van OVB en de heer [S] van [X]. [S] heeft dat telefoongesprek heimelijk opgenomen.

4.5.

[C] heeft gesteld dat dit telefoongesprek door Taxi Almelo is geënsceneerd, en dat zij daarom niet-ontvankelijk moet worden verklaard. De voorzieningenrechter gaat daar aan voorbij, omdat niets er op wijst dat [S] namens, of op verzoek of in opdracht van Taxi Almelo met OVB contact heeft gezocht.

4.6.

Als tweede grondslag van het niet-ontvankelijkheidsverweer is aangevoerd, dat de combinatie niet binnen de gestelde Alcateltermijn, en dus niet uiterlijk op 11 juni 2014, heeft geageerd. Ook die redenering wordt verworpen. De Alcateltermijn is bedoeld om belanghebbenden gedurende een zekere termijn in de gelegenheid te stellen actie tegen een voorgenomen gunningsbeslissing te ondernemen. Dit is echter geen vervaltermijn. Wel zou, als de combinatie niet voortvarend genoeg bezwaar zou hebben gemaakt tegen de voorlopige gunningsbeslissing, kunnen worden geoordeeld dat zij haar rechten om bezwaar te maken tegen het gunningsvoornemen en de gunning had verwerkt, maar die situatie doet zich niet voor.

4.7.

De combinatie heeft haar rechten niet verwerkt. De Europese rechtsbeschermingsrichtlijnen, die via de Wet Implementatie Rechtsbeschermingsrichtlijnen Aanbesteden (WIRA) in het nationale recht zijn geïmplementeerd, bevatten minimumharmonisatie. Dit betekent dat als het nationale recht meer bescherming biedt dan het communautaire recht, het nationale recht dient te worden toegepast. In deze casuspositie biedt het nationale recht meer bescherming biedt dan het Europese recht (zoals verwoord in het Grossmann-arrest), omdat naar nationaal recht rechtsverwerking niet kan worden aangenomen uitsluitend op grond van tijdsverloop of stilzitten. Daarnaast is vereist de aanwezigheid van een bijzondere omstandigheid, als gevolg waarvan hetzij het gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat de desbetreffende partij zijn aanspraak niet (meer) geldend zal maken hetzij de andere betrokken partijen onredelijk zouden worden benadeeld als hun wederpartij (i.c. de combinatie) haar aanspraak alsnog geldend zou maken (zie ook de uitspraak rechtbank Amsterdam van 24 mei 2012 (ECLI:RBAMS:2012:BX3388)).

4.8.

Die situatie is hier niet aan de orde. De combinatie heeft pas op 11 juni 2014 kennis genomen van het overzicht vervoersplan tijden. Er is niet gesteld of gebleken dat zij dat stuk al eerder had kunnen zien. Zij heeft vervolgens nog op diezelfde middag haar voornemen tot het starten van een kort gedingprocedure aangekondigd en verhinderdata gevraagd. De dagvaarding van Taxi Almelo werd uitgebracht op 12 juni en die van de combinatie op
13 juni. Onder die omstandigheden zijn de gemeenten niet onredelijk benadeeld.

4.9.

De vorderingen van Taxi Almelo en de combinatie strekken in de kern tot (primair) een verbod tot gunning aan andere partijen dan Taxi Almelo en de combinatie en (subsidiair) tot heraanbesteding. Deze vorderingen zijn in de eerste plaats gebaseerd op de stelling dat de gemeenten in strijd met de kernbeginselen van het aanbestedingsrecht ten onrechte de door henzelf in de aanbesteding vastgelegde eisen en criteria bij de beoordeling van de inschrijvingen hebben losgelaten, meer in het bijzonder de eis dat de routeplanning, die inschrijvers bij hun inschrijving moesten indienen, moest worden opgesteld met Easy Travel.

4.10.

Blijkens een overzicht, dat een medewerker van OVB per abuis aan Taxi Almelo heeft toegezonden, heeft OVB wel getoetst of de door de inschrijvers overgelegde routeplanningen waren opgesteld door middel van Easy Travel, maar is deze toetsing niet meegenomen in de eindbeoordeling. Kennelijk hebben de gemeenten die eis van het bestek dus niet gehandhaafd.

4.11.

Dat was echter onjuist. Inschrijvingen, die niet voldoen aan in het bestek gestelde eisen, zijn ongeldig en moeten daarom terzijde te worden gelegd. Dergelijke inschrijvingen mogen niet worden gegund. Volgens het door de medewerker van OVB verstrekte overzicht zou Taxi Almelo – nadat de ongeldige inschrijvingen terzijde zouden zijn gelegd – op percelen 1, 3, 4 en 5 als eerste zijn geëindigd en de combinatie op perceel 2.


4.12. Die redenering kan echter niet worden gevolgd. Anders dan Taxi Almelo en de combinatie stellen heeft de gemeente in het bestek niet de eis gesteld dat de in te dienen routeplanning dient te worden opgesteld met Easy Travel. De bepalingen in de aanbestedingsdocumenten met betrekking tot het gebruik van ‘Easy Travel’ kunnen door een normaal oplettende inschrijver slechts op één manier worden uitgelegd, en wel zo dat de individuele reistijd per leerling in het voertuig maximaal 75 minuten mag bedragen, waarbij de gemeenten bij de berekening van deze maximale reistijd gebruik maken van Easy Travel.

4.13.

In hoofdstuk 6 van het bestek is het programma van eisen opgenomen, waarin onder meer is bepaald dat de opdrachtnemer - gedurende de uitvoering van de overeenkomst - verplicht is om ieder jaar een routeplanning op te stellen. Uiterlijk op 1 augustus 2014 stellen de gemeenten daartoe alle adressen en tijden van de scholen/stageadressen beschikbaar. De routeplanning dient vervolgens voorafgaand aan de start van ieder schooljaar ter goedkeuring aan de gemeente te worden voorgelegd en dient te voldoen aan de eisen zoals genoemd in het programma van eisen.

4.14.

Ook bij de inschrijving dient een routeplanning te worden opgenomen, zo blijkt uit paragraaf 6.1.5 van het programma van eisen:

“In de Inschrijving dient een routeplanning opgenomen te worden. Dit op basis van het door de Opdrachtgever aangeleverde overzicht van de huidige omvang van het leerlingenvervoer. Elke gedurende de looptijd van de Vervoersovereenkomst op te stellen routeplanning dient in ieder geval te voldoen aan de hieronder en in de volgende sub-paragrafen opgenomen criteria.”

4.15.

Vervolgens worden - voor zover hier relevant - aan de in te dienen routeplanning in sub-paragraaf 6.1.6(.1) de navolgende eisen gesteld:

6.1.6.

Individuele reistijd

(…)

De individuele reistijd per leerling in het voertuig is gelimiteerd tot 75 minuten, tenzij het door externe omstandigheden niet mogelijk is om binnen deze maximale tijdsduur te blijven.

(…)

6.1.6.1. Berekening reistijd

De berekening van de reistijd van een route geschiedt als volgt:

de reistijd wordt bepaald aan de hand van de laatste versie van de routeplanner Easy Travel (…);



4.16. In de Eerste Nota van Inlichtingen wordt ter verduidelijking de vraag gesteld waar de routeplanning aan dient te voldoen. Het antwoord daarop luidt als volgt:

“De routeplanning wordt opgesteld door Inschrijver en dient te voldoen aan de gestelde eisen, zoals vastgelegd in het bestek.”

4.17.

In de tweede Nota van Inlichtingen is de volgende vraag opgenomen:

“Kunnen opdrachtgevers bevestigen dat het gebruik van Easy Travel enkel wordt gebruikt voor het bepalen van de maximale afstand tussen huisadres/opstapplaats en de eindbestemming (school/stageadres) en dat Easy Travel derhalve geen enkele invloed heeft op tarieven en/of de berekening hiervan?”

Antwoord:

“Het gebruik van Easy Travel wordt gebruikt voor het bepalen van de individuele reistijd per leerling die maximaal 75 minuten mag zijn.”

4.18.

Kortom: nergens staat in de aanbestedingsstukken, niet in (het programma van eisen opgenomen in) het bestek, noch in de Nota van Inlichtingen, dat de routeplanning dient te worden opgesteld met Easy Travel. Anders dan Taxi Almelo en de combinatie hebben aangevoerd is ook geen sprake van ‘dubbelzinnige eisen’ of is uit de context van de hiervoor geciteerde bepalingen iets anders af te leiden. Het bestek is eenduidig en is voor een normaal oplettende inschrijver begrijpelijk. Omdat het bestek dus niet (tevens) de eis heeft gesteld dat de in te dienen routeplanning dient te worden opgesteld met Easy Travel, kunnen de gemeenten zo’n eis dus ook niet ten onrechte hebben genegeerd.

4.19.

In dit verband hebben Taxi Almelo en de combinatie nog aangevoerd, dat uit het door de OVB medewerker verstrekte overzicht vervoersplan tijden zou volgen dat de overige inschrijvingen terzijde moeten worden gelegd op grond, dat in dit overzicht een tabel ‘Easy Travel’ is opgenomen waarin achter elke inschrijver ‘Ja’ dan wel ‘Nee’ staat. Daaruit blijkt volgens Taxi Almelo dat OVB als de ‘controlerende instantie” alle inschrijvingen heeft getoetst op het al dan niet gebruik van Easy Travel, en daarmee staat volgens Taxi Almelo en de combinatie vast dat het gebruik van Easy Travel een ‘harde eis’ is, die de gemeenten naderhand ten onrechte hebben losgelaten.

4.20.

Ook dit betoog faalt. De voorzieningenrechter kan uit het overzicht vervoersplan tijden niet afleiden welke inschrijvers Easy Travel wel of niet hebben toegepast. Evenmin valt daaruit af te leiden wat de OVB medewerker precies heeft getoetst. Daar komt nog bij dat, zoals Taxi Almelo zelf ook heeft betoogd, er geen routeplanning kan worden overgelegd die alleen met Easy Travel is opgesteld, Voor het maken van een routeplanning moet Easy Travel worden gekoppeld aan andere programma’s, zoals bijvoorbeeld een elektronische agenda en/of andere bedrijfssystemen. Daar komt nog bij dat [C] en [D] hebben aangevoerd dat zij wel degelijk hun routeplanning met behulp van onder meer Easy Travel hebben opgesteld.

4.21.

De eerste grondslag van de eis van Taxi Almelo en de combinatie kan toewijzing van de vorderingen dus niet dragen. De tweede stelling (subsidiaire grondslag van de eis), houdt in dat de aanbestedingsstukken, meer in het bijzonder de eisen als beschreven in paragraaf 6.1.5 en 6.1.6.1 van (het programma van eisen uit) het bestek, kennelijk op meer dan één manier kunnen worden uitgelegd uitleg vatbaar zouden zijn en dus niet transparant zijn. Immers, Taxi Almelo en de combinatie hebben die eisen op een andere manier uitgelegd en redelijkerwijs ook mogen uitleggen dan de gemeenten dat doen. De eisen waren dus dubbelzinnig en niet transparant, en daarom moet heraanbesteding plaatsvinden.

4.22.

In de gunningswensen werd gevraagd naar vijf aanvullende wensen, die betrekking hadden op (respectievelijk) duurzaam inkopen, social return on investment, extra dienstverlening, een implementatieplan en een incidentenprotocol. In de door de gemeente geformuleerde wensen konden inschrijvers echter niet lezen wat zij zouden moeten aanbieden om optimaal te scoren. De wensen konden zo ruim ingevuld worden, dat niet helder was op welke kenmerken de aanbestedende dienst zou beoordelen. De gemeente heeft elf verschillende gunningscriteria geformuleerd, maar niet duidelijk gemaakt hoe deze zich onderling verhouden qua zwaarte en/of beoordelingspunten.


4.23. De wijze waarop de wensen waren geformuleerd gaven daardoor ook voor de aanbestedende dienst te weinig houvast bij de beoordeling, zodat niet ieder risico op willekeur werd uitgesloten en de uitslag ook niet verifieerbaar was. Dit gebrek aan transparantie brengt mee dat gelijke behandeling van de inschrijvers niet verzekerd is.

4.24.

De gemeenten, [C] en [D] hebben hier tegen ingebracht dat Taxi Almelo en de combinatie hun rechten hebben verwerkt om zich nu nog te beroepen op enig gebrek aan transparantie van de door de gemeenten gestelde eisen. Immers, er zijn vier Nota’s van Inlichtingen gepubliceerd, zodat inschrijvers ruimschoots de mogelijkheid is geboden om eventuele onduidelijkheden weg te (laten) nemen door daarover vragen te stellen.

4.25. De voorzieningenrechter is het met de gemeenten, [C] en [D] eens dat van alle inschrijvers – en dus ook Taxi Almelo en de combinatie – enige pro-activiteit mocht worden verwacht. Ter opheldering van eventuele onduidelijkheden dan wel onvolledigheid had men vragen kunnen stellen. Voor zover men geen reden heeft gezien om de gelegenheden daartoe te benutten kan daarover in dit stadium niet meer met vrucht worden geklaagd.

4.26.

Het voorgaande brengt met zich dat aldus naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen sprake is van schending van het transparantie- en/of gelijkheidsbeginsel dan wel enig ander beginsel van het aanbestedingsrecht door de gemeenten en dat de vorderingen van Taxi Almelo en de combinatie ook hierom dienen te worden afgewezen. Dit alles betekent dat de vorderingen moeten worden afgewezen. Taxi Almelo en de combinatie dienen als de in het ongelijk gestelde partijen te worden belast met de proceskosten.

De beslissing

De voorzieningenrechter:

In de incidenten

I. laat [C] en [D] toe als voegende partijen.

II. bepaalt dat [C] en [D] hun eigen kosten dragen.

In de hoofdzaak C/08/157714 / KG ZA 14-224

III. Wijst de vorderingen af.

IV. Veroordeelt Taxi Almelo in de kosten van dit geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van de gemeenten begroot op € 608,- aan verschotten en € 816,- aan salaris van de advocaat, met bepaling dat, indien deze kosten niet binnen twee weken na betekening van dit vonnis zijn betaald, daarover de wettelijke rente is verschuldigd vanaf dat moment tot aan de dag der algehele voldoening.

V. Veroordeelt Taxi Almelo in de kosten van dit geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van [C] begroot op € 608,- aan verschotten en € 816,- aan salaris van de advocaat, met bepaling dat, indien deze kosten niet binnen twee weken na betekening van dit vonnis zijn betaald, daarover de wettelijke rente is verschuldigd vanaf dat moment tot aan de dag der algehele voldoening.

VI. Veroordeelt Taxi Almelo in de kosten van dit geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van [D] begroot op € 608,- aan verschotten en € 816,- aan salaris van de advocaat, met bepaling dat, indien deze kosten niet binnen twee weken na betekening van dit vonnis zijn betaald, daarover de wettelijke rente is verschuldigd vanaf dat moment tot aan de dag der algehele voldoening.

VII. Veroordeelt Taxi Almelo in de nakosten van deze procedure ten bedrage van respectievelijk € 131,-- zonder betekening en € 199,-- in geval van betekening, indien en voor zover Taxi Almelo niet binnen een termijn van veertien dagen na aanschrijving aan dit vonnis hebben voldaan, alsmede te vermeerderen met de wettelijke rente indien en voor zover Taxi Almelo in gebreke blijft hieraan te voldoen.

In de hoofdzaak C/08/157772 / KG ZA 14-226

VIII. Wijst de vorderingen af.

IX. Veroordeelt de combinatie in de kosten van dit geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van de gemeenten begroot op € 608,- aan verschotten en € 816,- aan salaris van de advocaat, met bepaling dat, indien deze kosten niet binnen twee weken na betekening van dit vonnis zijn betaald, daarover de wettelijke rente is verschuldigd vanaf dat moment tot aan de dag der algehele voldoening.

X. Veroordeelt de combinatie in de kosten van dit geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van [C] begroot op € 608,- aan verschotten en € 816,- aan salaris van de advocaat, met bepaling dat, indien deze kosten niet binnen twee weken na betekening van dit vonnis zijn betaald, daarover de wettelijke rente is verschuldigd vanaf dat moment tot aan de dag der algehele voldoening.

XI. Veroordeelt de combinatie in de nakosten van deze procedure ten bedrage van respectievelijk € 131,-- zonder betekening en € 199,-- in geval van betekening, indien en voor zover de combinatie niet binnen een termijn van veertien dagen na aanschrijving aan dit vonnis hebben voldaan, alsmede te vermeerderen met de wettelijke rente indien en voor zover de combinatie in gebreke blijft hieraan te voldoen.

In beide hoofdzaken

XII. Verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. W.K.F. Hangelbroek, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 augustus 2014, in tegenwoordigheid van de griffier.