Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2014:4189

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
15-04-2014
Datum publicatie
01-08-2014
Zaaknummer
425754 CV EXPL 12-6257
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Geschil over tarieven van nutsvoorzieningen recreatiewoning.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

Zaaknummer : 425754 CV EXPL 12-6257

Uitspraak : 15 april 2014

Vonnis in de zaak van:

1 [eiser]

2. [eiseres],

wonende te [woonplaats],

eisers in de hoofdzaak en het incident, hierna ook wel [eiser c.s.] te noemen

gemachtigde: mr. A.A. Zeeman, werkzaam bij ARAG Rechtsbijstand te Leusden

tegen

de besloten vennootschap Buitencentrum Hessenheem B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Markelo, gemeente Hof van Twente,

gedaagde in de hoofdzaak en het incident, hierna ook wel Hessenheem te noemen

gemachtigde: mr. L.J. Krijgsman, advocaat te Enter

1 procedure

Deze blijkt uit de navolgende stukken:

  • -

    het tussenvonnis van 19 november 2013

  • -

    de nadere conclusie van conclusie van [eiser c.s.]

  • -

    de antwoordakte van Hessenheem

Het vonnis is bepaald op heden.

2 feiten

Tussen partijen staat het navolgende in rechte vast als enerzijds gesteld en anderzijds niet, dan wel onvoldoende gemotiveerd weersproken, alsmede op grond van de niet betwiste inhoud der producties:

  • -

    [eiser c.s.] zijn blijkens akte van levering d.d. 28 februari 2003 eigenaar van een perceel grond met de daarop staande mobiele woning, gelegen in het Buitencentrum Hessenheem, nabij de Potdijk te Markelo, kavelnummer [X], te gebruiken door [eiser c.s.] voor recreatieve doeleinden;

  • -

    In de akte van levering de dato 28 februari 2003 wordt verwezen naar een akte van levering de dato 4 februari 1999 waarin onder “A kettingbedingen” sub 9 is bepaald: “De nog te plaatsen mobiele woning mag niet voor permanente bewoning worden gebruikt dan wel in gebruik worden gegeven…….”

3 beoordeling

In de hoofdzaak:

3.1

Kern van het geschil tussen partijen is dat Hessenheem in de periode van 2005 tot en met 2011 teveel aan [eiser c.s.] in rekening heeft gebracht en door [eiser c.s.] teveel betaald is voor de door Hessenheem aan [eiser c.s.] geleverde elektra, (propaan)gas en water. De door Hessenheem aan [eiser c.s.] in rekening gebrachte tarieven zijn veel hoger dan de tarieven die nutsbedrijven hanteren.

[eiser c.s.] hebben onderzocht wat hun betalingsverplichting zou zijn geweest als Hessenheem marktconforme tarieven in rekening zou hebben gebracht voor elektra, (propaan)gas en water, rekening houdend met een opslagpercentage van 20% voor bijkomende kosten als administratiekosten. De kosten die Hessenheem aan [eiser c.s.] in rekening heeft gebracht gaan daar bovenuit.

Over de periode 2005 tot en met 2011 betreft het voor propaangas een teveel betaald bedrag van € 1.651,00, voor elektra € 3.478,00 en voor water € 1.005,00.

3.2

Door Hessenheem is een beroep gedaan op verjaring en rechtsverwerking.

Verder is door Hessenheem zakelijk weergegeven het volgende aangevoerd.

Zij hanteert redelijke tarieven en is ook niet gehouden dezelfde tarieven te hanteren als nutsbedrijven. Haar situatie wijkt af van die van reguliere leveranciers. Zij heeft investeringen gedaan en in de toekomst moeten doen in de infrastructuur en voorzieningen. Hessenheem heeft een eigen watervoorziening. Ook heeft zij veel seizoenklanten waardoor de terugverdienperiode korter is dan bij reguliere leveranciers en zijn de verbruikskosten van permanente bewoners, waartoe ook [eiser c.s.] behoren, veel hoger dan van tijdelijke bewoners. De permanente gasten belasten de infrastructuur en voorzieningen meer dan seizoengasten. Betwist wordt dat zij maximaal een opslagpercentage van 20% mag hanteren. Verder staat het [eiser c.s.] vrij en zij hebben ook de mogelijkheid, om elektra, gas en water elders in te kopen. Gedaagde heeft geen monopolypositie.

De volgens [eiser c.s.] door Hessenheem te hanteren redelijke tarieven zijn niet goed onderbouwd. Er is bijvoorbeeld sprake van vergelijkingen via het internet en met tarieven voor propaangas welke gelden in België.

3.3

Naar aanleiding van hetgeen partijen over en weer hebben aangevoerd wordt als volgt overwogen.

Vanaf het moment dat [eiser c.s.] eigenaar werden van het perceel grond en de daarop staande mobiele woning hebben zij gas, water en elektra gekocht van Hessenheem zonder dat tussen partijen de prijs is bepaald.

Artikel 7:4 BW bepaalt in dat geval dat [eiser c.s.] een redelijke prijs verschuldigd zijn en dat bij de bepaling van die prijs rekening wordt gehouden met de door de verkoopster Hessenheem ten tijde van het sluiten van de overeenkomst gewoonlijk bedongen prijs.

Ondanks dat partijen zich niet hebben bekommerd om de koopprijs is voor het door Hessenheem aan [eiser c.s.] verkochte gas, water en elektra wel een koopovereenkomst tussen partijen tot stand gekomen.

Niet gesteld of anderszins is gebleken dat Hessenheem voor gas, water en elektra aan [eiser c.s.] van meet af aan andere hogere prijzen in rekening heeft gebracht dan aan de bewoners van de ongeveer vierhonderd andere woningen waarvan er ongeveer honderd permanent bewoond zijn. Niet betwist is dat [eiser c.s.] hun woning ook permanent bewonen ondanks hetgeen in de akte van levering staat vermeld.

De prijs die door Hessenheem in de periode van 2005 tot en met 2011in rekening werd gebracht aan [eiser c.s.] is de gewoonlijk door Hessenheem bedongen prijs.

Beantwoord dient vervolgens te worden de vraag of de door Hessenheem bedongen en in rekening gebrachte prijs buitensporig is.

Die vraag wordt door de kantonrechter ontkennend beantwoord.

Door Hessenheem is in het geding gebracht een in opdracht van Hessenheem uitgebracht rapport d.d. 9 oktober 2013 door Van der Reest Advies.

De samenvattende conclusies van dat rapport luiden:

  • -

    “Buitencentrum Hessenheem is een recreatiebedrijf. De tariefstructuur van de nutsvoorziening is afgestemd op het recreatief gebruik van de voorzieningen.

  • -

    Permanente bewoning is geen recreatief maar oneigenlijk gebruik van de accommodatie. Het energieverbruik bij permanente bewoning is vele malen hoger dan bij recreatief gebruik.

  • -

    De tarieven van de nutsvoorzieningen gelden voor alle accomodatievormen. Er wordt geen onderscheid gemaakt naar soort.

  • -

    De berekeningen laten zien dat dat het berekende elektratarief van € 0,318 inclusief BTW is gelegen tussen het gehanteerde tarief in 2011 (€0,30) en 2012 (€ 0,30) per KWH. Daaruit mag worden geconcludeerd dat een reële prijs wordt betaald voor elektra.

  • -

    De berekening van een geleverde m3 propaangas komt uit op € 4,675 inclusief BTW. Hessenheem hanteert in 2012 een tarief van € 4,12 inclusief BTW. Conclusie is dat Hessenheem zich zelf tekort doet en per m3 propaangas hier € 0,56 op toelegt.

  • -

    De berekening van de waterprijs laat zien dat dat water € 2,850 per m3 inclusief BTW zou moeten kosten. Hessenheem rekent echter slechts € 2,70 per m3 en legt hier dus € 0,15 per m3 op toe.

  • -

    Slotconclusie is dan ook dat Buitencentrum Hessenheem eerder te lage tarieven rekent dan te hoge. Wij zien dan ook reden om de tarieven bij te stellen door fasegewijs prijsverhogingen door te voeren”

Die conclusies waarvan de gespecificeerde onderbouwing in het rapport is neergelegd, zijn door [eiser c.s.] niet voldoende weerlegd.

Terecht wordt als uitgangspunt genomen dat de tariefstructuur afgestemd is op recreatief gebruik van de woning. Dat de gemeente een persoonsgebonden gedoogbeschikking aan [eiser c.s.] heeft afgegeven maakt dat oordeel niet anders. [eiser c.s.] wisten dat de woning niet voor permanente bewoning gebruikt mocht worden.

Bij de bepaling van de tarieven/koopsommen mag Hessenheem als ondernemer rekening houden met de kosten van de aansluiting op de woning, de kosten van het transport door leidingen, de kosten van het opnemen van meterstanden, de kosten van het beheer en onderhoud van de leidingen, de kosten van toekomstige investeringen, de kosten van de administratie en dergelijke kosten.

Daarenboven mag Hessenheem als ondernemer een winstmarge berekenen.

3.4

Nu de vorderingen op grond van het vooroverwogene afgewezen zullen worden, behoeft hetgeen verder door partijen is aangevoerd geen bespreking meer.

Als de in het ongelijk gestelde partij zullen [eiser c.s.] hoofdelijk in de kosten van de procedure veroordeeld worden.

Zoals gevorderd door Hessenheem zal de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad verklaard worden

In het incident:

3.6

Als de in het ongelijk gestelde partij zal Hessenheem in de kosten van de procedure in het incident veroordeeld worden.

4 beslissing

In de hoofdzaak:

Wijst de vorderingen af;

Veroordeelt eiser sub 1 en eiser sub 2 hoofdelijk des dat de één betalende de ander zal zijn bevrijd in de kosten van de procedure aan de zijde van Hessenheem tot op heden begroot op

€ 575,-- wegens gemachtigdesalaris.

Verklaart het vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

In het incident:

Veroordeelt Hessenheem in de kosten gevallen op het incident tot op heden aan de zijde van [eiser c.s.] begroot op € 200,00 wegens gemachtigdesalaris.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. G. van Eerden, kantonrechter, en op 15 april 2014 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.