Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2014:4106

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
23-07-2014
Datum publicatie
24-07-2014
Zaaknummer
3161986 EJ VERZ 145/14
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontbinding. Reflexwerking opzegverbod tijdens ziekte. Werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst van werknemer, met psychiatrisch verleden, op grond van een incident op de werkvloer. Na incident meldt werknemer zich ziek. Werkgever accepteert ziekmelding en geeft aan dat werknemer niet eerder dan na een bezoek aan de bedrijfsarts kan terugkeren. Werknemer meldt zich hersteld voordat hij na bedrijfsarts is geweest, maar geeft wel gevolg aan oproep. Bedrijfsarts acht zich zonder recente medische gegevens niet in staat adequaat re-integratieadvies te geven en vraagt werknemer om een machtiging af te geven tot inzage in zijn medisch dossier. Werknemer weigert, ondanks herhaald verzoek, op grond van privacy-overwegingen de gewenste machtiging af te geven. Zelfs loonstop brengt hierin geen verandering. Patstelling, welke in de visie van werkgever er in heeft geresulteerd dat arbeidsverhouding primair op grond van dringende reden subsidiair op grond van een verstoorde verhouding dient te worden ontbonden. Kantonrechter acht aannemelijk dat gedragingen van werknemer kunnen passen bij geconstateerde medische beperkingen en mogelijk daardoor geheel kunnen worden verklaard. Kantonrechter van oordeel dat aan het opzegverbod tijdens ziekte in beginsel reflexwerking dient toe te komen. Desondanks wordt er ontbonden. Te veel gebeurd op werkvloer en geen vooruitzicht dat verstoring in nabije toekomst kan worden weggenomen. Vergoeding: C=1,5

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2014-0649
AR 2014/531
Prg. 2014/229

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

Zaaknummer : 3161986 EJ VERZ 145/14

Beschikking van de kantonrechter d.d. 23 juli 2014 in de zaak van:

de besloten vennootschap

General Logistics Systems Netherlands B.V.

gevestigd te Utrecht

verzoekster

hierna te noemen: GLS

gemachtigde: mr. J.C. Zevenberg

advocaat te Rijswijk

tegen

[verweerder]

wonende te [woonplaats]

verweerder

hierna te noemen: [verweerder]

gemachtigde: mr. N. Brands

advocaat te Almelo

1 Procedure

1.1

In haar verzoekschrift, ingekomen ter griffie van deze rechtbank op 18 juni 2014, vraagt GLS de arbeidsovereenkomst met [verweerder] te ontbinden.

1.2

[verweerder] heeft een verweerschrift ingediend, ingekomen ter griffie van deze rechtbank op 15 juli 2014.

1.3

Het verzoek is mondeling behandeld ter terechtzitting van woensdag 16 juli 2014 om 10:30 uur. Ter zitting is GLS verschenen bij haar algemeen directeur [K] en haar manager P&O, [A], bijgestaan door mr. Zevenberg. [verweerder] is in persoon verschenen, bijgestaan door mr. Brand.

Beide partijen hebben hun respectievelijke standpunten laten toelichten door hun gemachtigden aan de hand van een pleitnota. Van het verhandelde ter terechtzitting zijn door de griffier aantekeningen gemaakt.

1.4

Beschikking is bepaald op heden.

2 feiten

2.1

Bij de beoordeling van het verzoek wordt uitgegaan van de hierna opgesomde feiten. Deze worden als vaststaand beschouwd omdat zij door de ene partij zijn gesteld en door de andere partij zijn erkend dan wel onvoldoende of niet zijn betwist.

2.2

[verweerder] is op 2 oktober 2000 bij (een rechtsvoorganger van ) GLS in dienst getreden en laatstelijk werkzaam in de functie van loodsmedewerker II in het depot van GLS te Enschede. Zijn huidig salaris bedraagt € 1.035,78 bruto, per maand ,exclusief toeslagen en vakantiegeld, op basis van een dienstverband van 20 uur per week.

2.3

Eind 2012 is [verweerder] tijdelijk opgenomen geweest bij Dimence, een GGZ-instelling. Nadien heeft [verweerder] zijn werkzaamheden hervat, doch viel hij na korte tijd nogmaals uit en is hij tot 1 mei 2013 onder behandeling geweest.

2.4

Vanaf begin februari 2013 is [verweerder] weer gaan re-integreren in zijn eigen werk. Per 18 maart 2013 is hij weer volledig arbeidsongeschikt verklaard voor zijn eigen arbeid.

2.5

Op 7 april 2014 doet zich een incident voor op de werkvloer bij GLS waarbij [verweerder] is betrokken.

2.6

Naar aanleiding van dit incident heeft collega [X] navolgende schriftelijke verklaring afgelegd, voor zover hier van belang:

Verslag van de situatie die zich voordeed maandag 7 april 2014

[… .] [verweerder] kwam omstreeks 8:00 uur naar mij toe [… .] met de vraag of ik wist wie er in wapens handelde. [… .] [verweerder] zei ook dat het probleem nu maar eens afgelopen moest zijn en hij dit als laatste oplossing zag.

Mijn antwoord was nee, maar als je problemen hebt kunnen we er wel over praten.

[verweerder] antwoordt: Nee ik wilde alleen maar weten of je iemand weet die in wapens handelt, dat is alles. [… .]

GLS voorman [B] kwam bij mij om te vragen wat er aan de hand was [… .] Het verhaal heb ik toen aan [B] verteld. [… .]

2.7

[B] heeft vervolgens [verweerder] verzocht het terrein van GLS te verlaten, hetgeen hij weigerde. Gelet op het feit dat de dienst van [verweerder] nog 30 minuten duurde en hij inmiddels gekalmeerd leek, is er voor gekozen op dat moment niet verder in te grijpen.

2.8

Naar aanleiding van het conflict op 7 april 2014 is [J], adviseur P&O bij GLS, op 8 april 2014 naar het depot in Enschede gegaan om samen met depotmanager mw. [T], in gesprek te gaan met [verweerder] over hetgeen is voorgevallen. [verweerder] weigerde in gesprek te gaan, waarna [J] [verweerder] verzocht zijn werkzaamheden te staken en het depot te verlaten. [verweerder] is uiteindelijk met behulp van de politie van het depot verwijderd en door de politie meegenomen voor nader onderzoek naar het arrestantencentrum Borne.

2.9

Op 8 april 2014 heeft [verweerder] zich ziek gemeld.

2.10

Bij brief van 11 april 2014 schrijft GLS aan [verweerder], het navolgende, voor zover hier van belang:

Naar aanleiding van uw ziekmelding wordt u opgeroepen bij de bedrijfsarts. Nadat de afspraak bij de bedrijfsarts is geweest, zal er vastgesteld worden of en zo ja op welke basis re-integratie mogelijk is. Indien re-integratie tot de mogelijkheden behoort zal alsnog eerst een gesprek plaatsvinden met uw depotmanager [… .] en de heer [J].

Wij willen benadrukken dat zolang u nog niet bij de bedrijfsarts bent geweest en het gesprek met uw werkgever nog niet heeft plaatsgevonden aan u de toegang tot depot Enschede is ontzegd [… .]

2.11

Op 14 april 2014 bericht [verweerder] dat hij zijn werkzaamheden op 15 april 2014 wenst te hervatten.

2.12

Op 17 april 2014 gaat [verweerder] naar de bedrijfsarts [S]. In zijn ‘Rapportageformulier spreekuur’ heeft de bedrijfsarts het navolgende opgenomen, voor zover hier van belang:

[… .]

Wat is de aanleiding voor de verzuimmelding?

Betrokkene claimt volledig voor eigen werk geschikt te zijn.

Wat is de prognose voor werkhervatting zonder bijzonderheden?

Op basis van de mij bekende medische informatie en arbeidsgerelateerde informatie kan ik zonder recente medische gegevens geen adequate re-integratie adviseren. Betrokkene claimt volledig geschikt voor het eigen werk te zijn en geeft mij geen toestemming om medische informatie op te vragen.

2.13

Op 29 april 2014 schrijft GLS aan [verweerder] het navolgende, voor zover hier van belang:

[… .] GLS is van mening dat uw gedrag en de uitlatingen die u doet aanleiding geven tot zorg over uw gezondheidssituaties. Daar u aangeeft dat dit onterecht is, hebben we u wederom in de gelegenheid gesteld uw gedrag en uitlatingen te verklaren. U heeft daarop aangegeven dat het door u getoonde gedrag niet als vreemd of zorgwekkend moet worden bestempeld. U legt uit dat uw gedragingen mogelijkerwijs noodzakelijk zijn omdat u in uw privé situatie door organisaties, die u niet nader benoemt, maar wel bestempelt als ‘criminele organisaties’, in de gaten gehouden wordt. Ook spreekt u hierin uit dat u het niet geheel onwaarschijnlijk acht dat ook GLS hierbij betrokken is.

Dat collega’s aan de depotleiding hebben aangegeven dat zij zich door uw uitlatingen en gedragingen niet meer veilig voelen op de werkvloer in uw bijzijn en zij zich ernstig zorgen maken om u. [… .]

Wij hebben u toegelicht dat we uit zorg voor u en uw collega’s niet eerder over kunnen gaan tot betermelding en/of re-integratie dan wanneer een bevoegde arts uw omstandigheden heeft kunnen beoordelen en aan ons of aan de bedrijfsarts bevestigt met welke omstandigheden er al dan niet rekening gehouden dient te worden. Tot die tijd zien we ons genoodzaakt de bestaande situatie en daarmee de ontzegging tot depot Enschede te handhaven.

2.14

Op 6 mei 2014 schrijft GLS aan [verweerder] het navolgende, voor zover hier van belang:

[… .] u [wordt] verwacht bij [de] bedrijfsarts [… .]om o.a. alsnog de eerder voorgelegde medische machtiging te tekenen. Deze machtiging is noodzakelijk om [… .] tot een adequaat re-integratie advies te kunnen komen. [… .]

2.15

Op 15 mei 2014 verschijnt [verweerder] bij de bedrijfsarts. De bedrijfsarts komt tot het navolgende advies:

Op basis van de mij bekende medische informatie en arbeidsgerelateerde informatie kan ik zonder recente medische gegevens geen adequate re-integratie adviseren. Betrokkene claimt volledig geschikt voor het eigen werk te zijn en geeft mij geen toestemming om medische informatie op te vragen. Ik heb betrokkene uitgelegd dat hij in deze situatie een deskundigenoordeel kan aanvragen bij het UWV.

2.16

Op 23 mei 2014 wordt [verweerder] per e-mail uitgenodigd voor een gesprek op maandag 26 mei 2014 met [M], case-manager bij Gezond Transport, en [J].

2.17

Op 27 mei 2014 schrijft [A], manager P&O, aan [verweerder] het navolgende, voor zover hier van belang:

[… .] u [bent] afgelopen maandag niet verschenen op de afspraak. [… .] U blijft bij uw standpunt beter te zijn, zonder dit te laten toetsen, terwijl u ook niet meewerkt aan het afgeven van een medische machtiging [… .]

Gelet op [… .] onze herhaalde verzoeken [… .] om mee te werken aan de noodzakelijke stappen om tot een adequate re-integratie te komen [… .] [kunnen] wij niet anders [… .] dan thans, zoals ook aangekondigd, met ingang van 26 mei jl. over te gaan tot het stoppen van uw loon.

Deze loonstop blijft gehandhaafd totdat u meewerkt aan uw re-integratie door alsnog de noodzakelijke medische machtiging af te geven bij de bedrijfsarts. Doet u dit echter niet uiterlijk 2 juni a.s. dan laat u ons geen andere keuze dan een ontslagprocedure in te zetten bij de kantonrechter. [… .]

3 verzoek

3.1

GLS verzoekt om de arbeidsovereenkomst per direct dan wel op korte termijn te ontbinden wegens gewichtige redenen in der zin der wet, primair bestaande uit een dringende reden en subsidiair uit een verandering van omstandigheden die een spoedig einde van de arbeidsrelatie met [verweerder] rechtvaardigt.

GLS legt aan haar verzoek de hiervoor opgenomen vaststaande feiten ten grondslag en stelt voorts dat er op 7 april 2014 sprake is geweest van een ernstig incident, welke incident op zich onmiddellijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst met zich mee zou kunnen brengen. GLS is daar niet toe overgegaan in verband met het feit dat zij het sterke vermoeden had dat het handelen van [verweerder] is voortgekomen uit een zich bij hem voordoende ziekte. Desalniettemin is GLS van mening dat het incident zoveel impact heeft gehad op de werknemers van het depot Enschede, dat zij het niet verantwoord acht dat [verweerder] bij haar op de werkvloer terugkeert nadat duidelijk en medisch is vastgesteld dat de terugkeer verantwoord is, zowel voor [verweerder] als zijn collega’s. [verweerder] wil niet meewerken aan een zodanige vaststelling. Hij acht zich arbeidsgeschikt en weigert een door de bedrijfsarts noodzakelijk geachte medische machtiging te ondertekenen. GLS is van mening dat zij geen andere keuze heeft dan een beëindiging van de arbeidsovereenkomst met [verweerder] na te streven. [verweerder] werkt op geen enkele wijze mee aan een deugdelijke re-integratie. In zoverre is sprake van zodanige veranderde omstandigheden dat tot een ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verweerder] kan worden gekomen. Nu het onderhavige verzoek enkel en alleen ten gevolge van de handelwijze van [verweerder] is ingegeven, is er geen plaats voor toekenning van een ontbindingsvergoeding.

4 verweer

4.1

[verweerder] verweert zich tegen het verzoek van GLS en concludeert tot afwijzing daarvan. Hij voert daartoe aan dat dat hij altijd goed heeft gefunctioneerd en zich vrijwel nooit ziek heeft gemeld, behoudens eind 2012. Op dat moment is hij tijdelijk opgenomen in een GGZ-instelling. Per 18 maart 2013 is hij volledig arbeidsgeschikt verklaard. In de maand daarop is hij door Dimence nog begeleid , waarna zijn behandeling op 1 mei 2013 is gestopt.

[verweerder] ontkent uitdrukkelijk hetgeen door GLS is gesteld met betrekking tot het incident op 7 april 2014. [verweerder] ontkent [X] te hebben aangesproken omtrent wapens. De situatie is eerst geëscaleerd op 8 april 2014, omdat hij tijdens zijn werkzaamheden voor het blok werd gezet: hij moest met GLS in gesprek en bij weigering kon hij huiswaarts keren. [verweerder] stelt dat dit bij hem in verkeerde aarde viel en dat hij vervolgens in de verdediging is geschoten. Uiteindelijk is hij door de politie afgevoerd en heeft hij gesproken met een medewerkster van Dimence, omdat GLS op 7 april 2014 reeds een melding had gedaan bij Dimence. Voor Dimence was het contact met hem geen aanleiding een vervolgtraject in te zetten. Wel werd hem geadviseerd om de volgende dag niet naar het werk te gaan, reden waarom hij zich ziek heeft gemeld. [verweerder] stelt dat hij, na bezoek aan zijn huisarts, zich per 14 april 2014 bij GLS beter heeft gemeld. Deze betermelding is door GLS niet geaccepteerd, omdat hij zich eerst moest melden bij de bedrijfsarts. De bedrijfsarts wenst een medische machtiging te ontvangen, zodat hij de medische gegevens uit het verleden kan mee nemen in zijn beoordeling. Tot het geven van die machtiging is hij uit privacyoverwegingen niet bereid. In dat kader stelt [verweerder] dat hij zich ziek heeft gemeld met symptomen van griepverschijnselen. In zo’n geval kan de afgifte van een medische machtiging niet als een redelijk voorschrift worden aangemerkt. Het voorschrift van de bedrijfsarts is gebaseerd op de loze stellingen van GLS. Lichamelijk is er zonder meer geen sprake van arbeidsongeschiktheid en naar zijn stellige overtuiging stelt [verweerder] dat er mentaal evenmin sprake is van enige problematiek. De door GLS ingestelde loonstop, op grond van het feit dat er geen medische machtiging wordt afgegeven, is onrechtvaardig. [verweerder] voert vervolgens aan dat GLS de gevolgen van loonstopsanctie niet heeft afgewacht, maar gelijktijdig het ontbindingsverzoek heeft ingediend.

Concluderend stelt [verweerder] dat er geen gewichtige redenen zijn die een ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen partijen rechtvaardigen, laat staan indien er voor zover er toch sprake zou zijn van arbeidsongeschiktheid.

Voor zover de kantonrechter meent dat de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst toch zou moeten eindigen, verzoekt [verweerder] hem een billijke vergoeding toe te kennen op basis van de kantonrechtersformule met een C-factor = 3.

5 beoordeling

5.1

Tussen partijen is niet in geschil dat [verweerder] goed heeft gefunctioneerd in de eerste 12 jaar van het dienstverband tot het moment waarop hij eind 2012 uitviel wegens ziekte.

Zoals in de vaststaande feiten opgenomen is [verweerder] eind 2012 tijdelijk opgenomen geweest bij Dimence, een GGZ-instelling, alwaar hij tot 1 mei 2013 onder behandeling is geweest.

5.2

Partijen verschillen van mening over hetgeen is voorgevallen op 7 april 2014. Ondanks de betwisting van [verweerder], twijfelt de kantonrechter niet aan de juistheid van de door zijn collega [X] op schrift gestelde verklaring omtrent hetgeen op 7 april 2014 is voorgevallen. Overigens, desgevraagd door de kantonrechter, weet [verweerder] zich weinig concreets te herinneren van hetgeen op 7 april 2014 is voorgevallen.

5.3

Op basis van de inhoud van de verklaring van [X] en hetgeen overigens op de zitting is gebleken, is de kantonrechter met GLS van oordeel dat de nodige zorgvuldigheid betracht dient te worden, voordat [verweerder] terugkeert op zijn werkplek. Eén van eisen die GLS daaraan heeft verbonden is dat [verweerder], ondanks het feit dat hij zich reeds hersteld had gemeld, eerst een bezoek brengt aan de bedrijfsarts. [verweerder] heeft de bedrijfsarts bezocht. De bedrijfsarts is van mening zonder recente medische gegevens geen adequaat re-integratieadvies te kunnen geven, reden waarom hij [verweerder] heeft gevraagd een machtiging af te geven waarbij [verweerder] aan de bedrijfsarts toestemming geeft om medische informatie omtrent zijn persoon in te winnen. [verweerder] heeft een en ander hardnekkig geweigerd, zelfs een loonstop per 26 mei 2014 heeft [verweerder] niet kunnen bewegen de gevraagde machtiging af te geven.

5.4

Thans bestaat er een patstelling, die in de visie van GLS er in heeft geresulteerd dat de arbeidsverhouding primair op grond van een dringende reden dient te worden ontbonden, dan wel subsidiair die verhouding zo verstoord is geraakt dat een vruchtbare voortzetting hiervan niet meer tot de mogelijkheden behoort.

5.5

Allereerst dient beoordeeld te worden of het ontbindingsverzoek verband houdt met het bestaan van het opzegverbod als bedoeld in de wet, met name tijdens de eerste twee jaar van ziekte als bedoeld in artikel 7:670 lid 1 sub a BW. Deze vraag wordt door de kantonrechter bevestigend beantwoord gelet op de volgende overwegingen.

5.6

Uit het door [verweerder] bij het verweerschrift in het geding gebrachte gespreksverslag van Dimence, naar aanleiding van het ophalen van [verweerder] op 8 april 2014 door de politie, blijkt dat [verweerder] bij Dimence bekend staat als een zorgmijder met een psychotische stoornis NAO. De kantonrechter is ambtshalve bekend met het feit dat NAO staat voor: psychotische stoornis Niet Anders Omschreven, zijnde een restcategorie waarbij onduidelijkheid bestaat over de specifieke diagnose.

5.7

Het gedrag van [verweerder], zijn uitlatingen op de werkvloer, het grote verzet bij zijn arrestatie waarbij hij een agent in zijn onderarm heeft gebeten, zijn hardnekkige weigering aan de bedrijfsarts een machtiging te verschaffen om inzage te verkrijgen in zijn medisch dossier, en zijn onaangekondigde hersteldmelding, zou naar het oordeel van de kantonrechter bij de door Dimence geconstateerde medische beperkingen kunnen passen en kan daardoor mogelijk zelfs geheel worden verklaard.

5.8

De kantonrechter acht gezien het vorenstaande voldoende aannemelijk dat de door GLS gestelde verstoring van de arbeidsverhouding tussen partijen wegens de halsstarrige houding ten opzichte van de bedrijfsarts in overwegende mate is veroorzaakt door de psychische klachten van [verweerder]. Daarom is de kantonrechter van oordeel dat in dit geval aan het opzegverbod tijdens ziekte in beginsel reflexwerking dient toe te komen.

5.9

De door GLS gestelde verstoring van de arbeidsrelatie is echter een verandering van omstandigheden die maakt dat desondanks tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst moet worden overgegaan. Immers het gedrag van [verweerder] op 7 en 8 april 2014 heeft zoveel impact op de overige werknemers van GLS gehad dat ieder vertrouwen op een vruchtbare voortzetting van die samenwerking ontbreekt. [verweerder] zelf is van oordeel dat hij niet arbeidsongeschikt is en dat hij -mede daarom- geen medische of andere begeleiding zoekt of aanvaardt. Er is dan ook geen vooruitzicht dat de verstoring van de arbeidsrelatie in de nabije toekomst kan worden weggenomen. De kantonrechter is dan ook voornemens de ontbinding van de bestaande arbeidsovereenkomst per 1 september 2014 uit te spreken.

5.10

Met betrekking tot de ontbindingsvergoeding is de kantonrechter van oordeel dat in het licht van alle hiervoor gememoreerde omstandigheden van het geval, waarbij aanmerkelijk gewicht behoort te worden toegekend aan de in ieder geval door Dimence gediagnostiseerde NAO bij [verweerder], hij geen aanspraak kan maken op doorbetaling van loon tijdens ziekte dan wel aanspraken op re-integratie in het 1ste of 2e spoor en het feit dat [verweerder] tot aan zijn eerste ziekmelding 12 jaar naar alle tevredenheid heeft gefunctioneerd, [verweerder] een bedrag toekomt, met inachtneming van een factor C= 1,5, van € 26.847,36 bruto.

5.11

Nu GLS een ontbinding nastreeft zonder vergoeding, zal zij op de voet van het negende lid van artikel 7:685 BW tot uiterlijk 15 augustus 2014 in de gelegenheid worden gesteld haar verzoek in te trekken. Indien zij daartoe overgaat zal zij als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Indien het niet tot een intrekking komt zullen de proceskosten tussen partijen gecompenseerd worden als hierna te vermelden.

6 beslissing

6.1

Stelt partijen in kennis van het voornemen van de kantonrechter de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst te ontbinden per 1 september 2014, onder toekenning van een vergoeding aan [verweerder] ten laste van GLS ter grootte van € 26.847,36 bruto.

6.2

Stelt GLS tot uiterlijk 15 augustus 2014 in de gelegenheid haar verzoekschrift in te trekken.

6.3

Voor het geval GLS haar verzoekschrift niet intrekt:

  • -

    ontbindt de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst met ingang van 1 september 2014;

  • -

    kent aan [verweerder] ten laste van GLS een vergoeding toe van € 26.847,36 bruto;

  • -

    compenseert de proceskosten, des dat iedere partij haar eigen kosten draagt.

6.4

Voor het geval GLS haar verzoekschrift wel intrekt:

 Veroordeelt GLS in de kosten van dit geding tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] gevallen en begroot op € 400,00 aan gemachtigde salaris.

6.5

Wijst af het meer of anders verzochte.

Aldus gegeven te Almelo op 23 juli 2014 en in het openbaar uitgesproken door mr. G.G. Vermeulen, kantonrechter, in tegenwoordigheid van de griffier.