Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2014:4077

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
23-07-2014
Datum publicatie
23-07-2014
Zaaknummer
C/08/158261 / KG ZA 14-244
Rechtsgebieden
Aanbestedingsrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Aanbesteding leerlingenvervoer.

Wetsverwijzingen
Aanbestedingswet 2012
Aanbestedingswet 2012 2.94
Aanbestedingswet 2012 2.130
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAAN 2014/159
Module Aanbesteding 2015/730

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer: C/08/158261 / KG ZA 14-244

datum vonnis: 23 juli 2014

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Overijssel, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Taxi Baan Rijssen B.V.,

gevestigd te Rijssen,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat: mr. G.J. van de Wetering te Deventer,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

Gemeente Almelo,

zetelend te Almelo,

gedaagde in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat: mr. R. Blom te Enschede.

en waarin hebben gevorderd om zich als partij te mogen voegen aan de zijde van gedaagde in de hoofdzaak (de gemeente):

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Taxi- en Vervoerscentrale Almelo B.V.

gevestigd te Almelo,

eiseres in het incident,
advocaat: mr. I.J. van den Berge te Zwolle.

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

De Vier Gewesten B.V. ,

gevestigd te Zwolle,

eiseres in het incident,
advocaat: mr. A.L. Appelman te Zwolle.

Partijen zullen hierna ‘Taxi Baan’, ‘de gemeente’, ‘TCA’ en ‘DVG’ genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding inclusief producties,

  • -

    de producties aan de zijde van de gemeente,

  • -

    incidentele conclusie houdende een verzoek tot tussenkomst dan wel voeging zijdens TCA,

  • -

    incidentele conclusie houdende een verzoek tot tussenkomst dan wel voeging zijdens DVG,

  • -

    de mondelinge behandeling,

  • -

    de pleitnota van Taxi Baan,

  • -

    de pleitnota van de gemeente,

  • -

    de pleitnota van TCA,

  • -

    de pleitnota van DVG.

1.2.

Het vonnis is bepaald op vandaag.

2 De feiten

2.1.

In deze zaak staat het navolgende vast.

2.2.

Op 21 januari 2014 heeft de gemeente de aanbesteding van de opdracht “Leerlingenvervoer” (hierna: ‘de opdracht’) aangekondigd. Het betreft een openbare Europese aanbestedingsprocedure met als gunningscriterium de Economisch Meest Voordelige Inschrijving (hierna: EMVI), waarbij gebruik wordt gemaakt van de systematiek ‘gunnen op waarde’. In deze systematiek wordt de behaalde score op kwaliteit (in de onderhavige aanbesteding genoemd ‘gunning wensen’) omgezet in en fictieve korting op de inschrijfsom.

2.3.

De opdracht heeft betrekking op het vervoeren van circa 175 leerlingen die woonachtig zijn in de gemeente Almelo, naar verschillende bestemmingen (scholen, stageplaatsen en opvoedkundige centra) met ingang van schooljaar 2013-2014 en eindigend na schooljaar 2016-2017. De opdracht bestaat uit twee percelen (hierna afzonderlijk: ‘Perceel 1’ en ‘Perceel 2’), te weten:

- Perceel 1: vervoer naar scholen binnen de gemeentegrenzen (ongeveer 90 leerlingen);

- Perceel 2: vervoer naar scholen in de gemeente Enschede, Hellendoorn, Hengelo (Overijssel), Ommen en Mariënberg (ongeveer 85 leerlingen);

2.4.

Op de aanbestedingsprocedure is de Aanbestedingswet 2012 van toepassing.

De beschrijving van de opdracht en de aanbestedingsprocedure staat nader omschreven in de navolgende documenten, welke via het digitale platform ‘Negometrix’ aan potentiele inschrijvers ter beschikking zijn gesteld (hierna: ‘het bestek’):

  1. ‘Inleiding’ + ‘Formele eisen’ + ‘Selectie eisen’ + ‘Gunning eisen’ (algemeen);

  2. ‘Gunning eisen’ + ‘Gunning wensen’ Perceel 1;

  3. ‘Gunning eisen’ + ‘Gunning wensen’ Perceel 2;

  4. Bijlagen.

2.5.

Doel van de aanbestedingsprocedure is om voor beide percelen twee inschrijvers te selecteren, meer in het bijzonder:

- één inschrijver voor gunning van de opdracht (inschrijver met de EMVI);

- één inschrijver voor gunning van de reservebankpositie (hierna: ‘de reservebank’), de opvolgend inschrijver.

2.6.

Er zijn drie Nota’s van Inlichtingen gepubliceerd.

2.7.

Na afloop van de aanbesteding is het proces-verbaal van aanbesteding via Negometrix gepubliceerd. In het proces-verbaal staan de aangeboden inschrijfsommen per jaar en de behaalde fictieve kortingen op de ‘Gunningwensen’ per perceel en per inschrijver vermeld.

2.8.

De gemeente heeft de inschrijvers bij brief van 25 maart 2014 bericht dat de inschrijvingen van TCA als economisch meest voordelige waren aangemerkt en dat de gemeente voornemens was beide percelen aan TCA te gunnen. De reservebankovereenkomst zou worden gesloten met de nummer 2 in rangorde, te weten DVG.

2.9.

Tussen de gemeente en Taxi Baan heeft op 26 maart 2014 een evaluatiegesprek plaatsgevonden.

2.10.

Per e-mail van 16 april 2014 heeft de gemeente aan de inschrijvers een herziening van de voorgenomen gunning toegezonden. De gunningsvoornemens jegens TCA zijn gehandhaafd, maar de gemeente heeft nu het voornemen de reservebankpositie voor percelen 1 en 2 te gunnen aan Taxi Baan in plaats van DVG. De gemeente stelt hierin onder meer dat haar na verificatie is gebleken dat DVG niet voldoet aan de in de aanbestedingsprocedure gestelde minimumeisen.

2.11.

Bij e-mailbericht van 3 juni 2014 heeft de gemeente een herziend besluit aan de inschrijvers doen toekomen, waarin kenbaar werd gemaakt dat de beslissing om de inschrijvingen aan TCA op beide percelen als economisch meest voordelige inschrijving aan te merken gehandhaafd bleef en de reservebankovereenkomst zou worden aangegaan met DVG.

3 De vorderingen

3.1.

Taxi Baan vordert - verkort weergegeven - om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

Primair

a. de gemeente te verbieden Perceel 1 en Perceel 2 van de aanbesteding leerlingenvervoer te gunnen anders dan na heraanbesteding;

Subsidiair en meer subsidiair

  1. de gemeente te verbieden de reservebankovereenkomsten voor Perceel 1 en Perceel 2 van de aanbesteding leerlingenvervoer a) te sluiten met DVG en b) met een ander dan Taxi Baan, althans – meer subsidiair – de gemeente te verbieden reservebankovereenkomsten voor Perceel 1 en 2 van de aanbesteding leerlingenvervoer met DVG te sluiten voordat de gemeente haar voornemens daartoe deugdelijk heeft gemotiveerd en voordat de gemeente Taxi Baan conform artikel 2.127 Aanbestedingswet 2012 een termijn van 20 dagen na verstrekking hiervan om tegen dat voornemen/die voornemens een kort geding aanhangig te maken en Taxi Baan die termijn ongebruikt heeft laten verstrijken;

  2. de gemeente te verbieden Perceel 1 en 2 van de aanbesteding leerlingenvervoer te gunnen aan Taxi Almelo voordat de gemeente haar voornemens daartoe deugdelijk heeft gemotiveerd en voordat de gemeente Taxi Baan conform artikel 2.127 Aanbestedingswet 2012 een termijn van 20 dagen na verstrekking hiervan om tegen dat voornemen/die voornemens een kort geding aanhangig te maken en Taxi Baan die termijn ongebruikt heeft laten verstrijken;

Meest subsidiair

a. de gemeente te gelasten de maatregelen te treffen die de voorzieningenrechter noodzakelijk c.q. geschikt acht;

Primair, subsidiair, meer subsidiair en meest subsidiair

…, al het voorgaande op straffe van verbeurte van een dwangsom en met veroordeling van de gemeente in kosten van dit geding, alsmede de nakosten en de wettelijke rente over de (na)kosten.

3.2.

De gemeente voert gemotiveerd verweer en concludeert tot niet ontvankelijkheid, dan wel afwijzing van de vorderingen van Taxi Baan.

De vorderingen in de zaak tot voeging

3.3.

TCA vordert bij vonnis, zich te mogen voegen aan de zijde van de gemeente en Taxi Baan in haar vorderingen niet-ontvankelijk te verklaren, althans deze af te wijzen met veroordeling van Taxi Baan in de kosten van het geding, alsmede in de nakosten en de wettelijke rente.

3.4.

DVG vordert bij vonnis, zich te mogen voegen aan de zijde van de gemeente en Taxi Baan in haar vorderingen niet-ontvankelijk te verklaren, althans deze af te wijzen met veroordeling van Taxi Baan in de kosten van het geding, alsmede in de nakosten en de wettelijke rente.

3.5.

Taxi Baan noch de gemeente hebben zich verzet tegen voeging of tussenkomst van TCA dan wel DVG.

4. De beoordeling

In het incident

4.1.

Ter zitting zijn de vorderingen van TCA en DVG om zich te mogen voegen in het geding toegewezen. TCA en DVG hebben daarbij voldoende belang, omdat toewijzing van een van de tegen de gemeente gerichte vorderingen tot gevolg kan hebben dat TCA en DVG worden benadeeld, aangezien TCA de inschrijver is aan wie de opdracht nu is gegund, terwijl aan DVG als opvolgend inschrijver de reservebankpositie is gegund.

4.2.

Hoewel TCA en DVG belang hebben zich aan de zijde van de gemeente in deze procedure te scharen, ziet de voorzieningenrechter geen reden om Taxi Baan met de kosten in het incident te belasten en dienen TCA en DVG hun eigen kosten te dragen.

In de hoofdzaak

4.3.

Het spoedeisend belang volgt uit de aard van het gevorderde.

4.4.

De vorderingen van Taxi Baan strekken in de kern tot (primair) heraanbesteding en (subsidiair) tot een verbod om de reservebankovereenkomsten voor Perceel 1 en 2 van de aanbesteding leerlingenvervoer te sluiten met DVG.

4.5.

Deze vorderingen zijn in de eerste plaats gebaseerd op de stelling dat de gemeente ten onrechte het standpunt heeft ingenomen dat DVG door middel van een TX-keur en een SFT-verklaring van haar onderaannemers kan voldoen aan de in het bestek gestelde eisen. Op grond van paragraaf 2.8.2 moeten zowel DVG als iedere onderaannemer afzonderlijk aan de TX-eis en de SFT-eis voldoen. Blijkens een brief van de gemeente van 13 juni 2014 heeft de gemeente die eis niet gehandhaafd omdat die (kort samengevat) niet zou beantwoorden aan de wet. Echter: ook al zou die eis onrechtmatig zijn, de gemeente mocht die eis toch niet laten vallen (ecarteren) omdat dit in strijd zou zijn met artikel 2.94 Aanbestedingswet 2012. Nu de gemeente dat toch heeft gedaan moet op grond van de vaste jurisprudentie op dit punt heraanbesteding volgen.

4.6.

Taxi Baan voegt daar aan toe dat, ook als DVG op deze punten niet ten onrechte een beroep op haar onderaannemers zou doen, zij dit alleen zou mogen doen als zij aantoont dat zij kan beschikken over de voor de uitvoering van de opdracht noodzakelijke middelen. DVG heeft dat laatste echter niet gedaan. Zij heeft bij haar inschrijving weliswaar een ‘Verklaring aansprakelijkheid hoofd-/onderaannemerschap’ overgelegd, maar met die verklaring toont DVG nog niet aan dat zij kan beschikken over de noodzakelijke middelen van haar onderaannemers.

4.7.

De tweede grondslag van de eis van Taxi Baan is, dat de door de gemeente gehanteerde gunningswensen (met betrekking tot ‘duurzaam inkopen’, ‘social return on investment’, ‘extra dienstverlening’, ‘implementatieplan’ en ‘Protocol incidenten’) zo ontransparant waren, dat rechtmatige gunning niet mogelijk was, zodat ook om die reden heraanbesteding dient plaats te vinden. Het gaat daarbij om elf afzonderlijke gunningscriteria, waarvan de gemeente niet bekend heeft gemaakt hoe zij die concreet heeft ingevuld en beoordeeld.

4.8.

De derde grondslag van de vordering is, dat de gemeente de gunningsbeslissing onvoldoende heeft gemotiveerd. De kenmerken en de voordelen van de winnende inschrijving van TCA zijn niet daarin beschreven. Zonder voldoende motivering is geen sprake van een rechtsgeldige gunning. Zowel de transparantie van de procedure als de mogelijkheden van rechtsbescherming van Taxi Baan zijn daardoor aangetast.

4.9. De voorzieningenrechter beoordeelt deze stellingname, gezien de daartegen door de gemeente, TCA en DVG gerichte verweren, als volgt.

4.10.

Anders dan Taxi Baan stelt heeft de gemeente in het bestek geen onrechtmatige eis gesteld. Evenmin heeft de gemeente een dergelijke eis ‘geëcarteerd’. De bepalingen in de aanbestedingsdocumenten met betrekking tot het ‘TX-keur’ en de ‘SFT-verklaring’ kunnen door een normaal oplettende inschrijver slechts op één manier worden uitgelegd, en wel zo dat een onderneming die als hoofdaannemer inschrijft (zoals DVG) niet verplicht is om zelf te beschikken over het TX-keurmerk en de SFT-verklaring, maar op deze punten een beroep kan doen de kwalificaties van de onderaannemers, die de inschrijver/hoofdaannemer voor de uitvoering van de aan te besteden opdracht wil inzetten.

4.11.

Dit strookt met de inhoud en strekking van artikel 2.94 Aanbestedingswet 2012, waarvan het eerste lid luidt als volgt:

“Een ondernemer kan zich voor bepaalde overheidsopdrachten beroepen op de bekwaamheid van andere natuurlijke personen of rechtspersonen, ongeacht de juridische aard van zijn banden met die natuurlijke personen of rechtspersonen, mits hij aantoont dat hij kan beschikken over de voor de uitvoering van de overheidsopdracht noodzakelijke middelen.”


4.12. Geheel in lijn met deze bepaling schrijft het Bestek in paragraaf 2.8.2 onder meer voor: “In enkele gevallen (…) kunnen inschrijvers zich daarbij beroepen op andere natuurlijke- of rechtspersonen: deze gevallen en bijbehorende kaders zijn expliciet in de selectiecriteria benoemd. (…) De hoofdaannemer treedt op als contracts- en contactpartij voor de Aanbestedende dienst en is en blijft verantwoordelijk en aansprakelijk voor de in onderaanneming uitgevoerde diensten.”

4.13.

Dat inschrijvers zich ook voor het TX-keur en de SFT verklaring kunnen beroepen op de door hen als vervoerders in te zetten onderaannemers blijkt uit paragraaf 3.1.3 van het Bestek, dat onder meer vermeldt: “Opdrachtgever stelt hoge eisen aan de dienstverlening en verlangt van de vervoerder dat deze voor uitvoering van de opdracht in het bezit is van een geldig TX-keur (…)“ en uit de Nota van Inlichtingen als volgt: “Uit de verklaring van SFT moet blijken dat de CAO-naleving van de vervoerder door SFT als voldoende wordt beoordeeld.”

4.14.

Kortom: DVG, dat zelf geen taxibedrijf is en dan ook zelf geen taxi’s en ook geen chauffeurs in dienst heeft, heeft ingeschreven als hoofdaannemer met twee onderaannemers, die allebei zowel beschikken over taxi’s en chauffeurs, als over een TX-keur en een SFT-verklaring. Hiermee voldoet DVG aan de op deze punten in de wet en in het Bestek gestelde regels. Anders dan Taxi Baan heeft aangevoerd is ook geen sprake van ‘dubbelzinnige eisen’. Het bestek is eenduidig en is voor een normaal oplettende inschrijver begrijpelijk.

4.15.

In dit verband heeft Taxi Baan nog aangevoerd, dat de inschrijving van DVG ook terzijde gelegd moet worden, omdat DVG weliswaar een “Verklaring aansprakelijkheid
hoofd-/onderaannemerschap” bij haar inschrijving heeft gevoegd, maar dat zij met die verklaring nog niet heeft aangetoond dat zij kan beschikken over de noodzakelijke middelen van haar onderaannemers, zoals artikel 2.94 Aanbestedingswet 2012 eist.

4.16.

DVG heeft hierop gereageerd met de onweersproken gebleven stellingen, dat voormelde Verklaring mede was ondertekend door haar onderaannemers, en dat zij bovendien een eveneens door haar onderaannemers ondertekend zgn. confirmatieformulier heeft overgelegd, dat (naar de voorzieningenrechter begrijpt) in grote lijnen hetzelfde doel dient als de voormelde Verklaring. Taxi Baan heeft vervolgens niet gemotiveerd gesteld op grond waarvan DVG onder de gegeven omstandigheden hetzij bij haar inschrijving, hetzij later, met méér of andere bewijsmiddelen had moeten aantonen dat zij kan beschikken over de middelen van haar onderaannemers.

4.17.

De eerste grondslag van de eis van Taxi Baan kan toewijzing van de vorderingen dus niet dragen. De tweede stelling, namelijk dat de door de gemeente gehanteerde gunningswensen zo ontransparant waren, dat rechtmatige gunning niet mogelijk was en dat daarom heraanbesteding dient plaats te vinden, heeft Taxi Baan toegelicht als volgt.

4.18.

In de gunningswensen werd gevraagd naar vijf aanvullende wensen, die betrekking hebben op duurzaam inkopen, social return on investment, extra dienstverlening, een implementatieplan en een incidentenprotocol. In de door de gemeente geformuleerde wensen konden inschrijvers echter niet lezen wat zij zouden moeten aanbieden om optimaal te scoren. De wensen konden zo ruim ingevuld worden, dat niet helder was op welke kenmerken de aanbestedende dienst zou beoordelen. De gemeente heeft elf verschillende gunningscriteria geformuleerd, maar niet duidelijk gemaakt hoe deze zich onderling verhouden qua zwaarte en/of beoordelingspunten.

4.19.

De wijze waarop de wensen waren geformuleerd gaven ook voor de aanbestedende dienst te weinig houvast bij de beoordeling. Daardoor was niet ieder risico op willekeur uitgesloten en was de uitslag ook niet verifieerbaar. Dit gebrek aan transparantie brengt mee dat gelijke behandeling van de inschrijvers niet verzekerd is.

4.20.

De gemeente en TCA hebben hier tegen ingebracht dat Taxi Baan haar rechten heeft verwerkt om zich nu nog te beroepen op enig gebrek aan transparantie van de gunningswensen. Immers, Taxi Baan heeft over die transparantie van de gunningwensen een vraag gesteld, die door de gemeente (via Negometrix) is beantwoord op 7 februari 2014 om 16.12 uur, waarna Taxi Baan en andere inschrijvers nog tot 11 februari 2014 om 14.00 uur de mogelijkheid hadden om aanvullende vragen te stellen. Van deze gelegenheid heeft vervolgens geen der inschrijvers en dus ook Taxi Baan geen gebruik gemaakt.

4.21. Taxi Baan had, aldus de gemeente en TCA, zelf geattendeerd op de door haar als inschrijver ingevolge het aanbestedingsrecht in acht te nemen pro-activiteit, die haar zou verplichten om vervolgvragen te stellen als het antwoord van de gemeente niet zou leiden tot de van haar te vergen transparantie. Nu Taxi Baan geen aanvullende vragen heeft gesteld moet worden aangenomen dat het door de gemeente op 7 februari 2014 verstrekte antwoord duidelijk genoeg was. Taxi Baan kan op dit punt niet met succes opnieuw klagen over gebrek aan transparantie van de gunningswensen.

4.22. De voorzieningenrechter is het daar mee eens en laat deze klacht van Taxi Baan daarom verder onbesproken. Taxi Baan heeft tenslotte de derde grondslag van haar eis, namelijk de klacht dat de gemeente het voornemen tot gunning aan TCA als winnende inschrijver en de gunning van de ‘reservebankpositie’ aan DVG op geen enkele manier heeft gemotiveerd, toegelicht als volgt.

4.23.

De motivering van de gunningsbeslissing tot gunning aan TCA was slechts abstract geformuleerd en daarom onvoldoende. De kenmerken en de voordelen van de winnende inschrijving van TCA zijn niet beschreven. De gemeente heeft aan Taxi Baan niet de scores van DVG op de verschillende gunningscriteria verstrekt, noch de redenen die tot die scores hebben geleid. Deze motiveringsgebreken hebben de transparantie van de aanbestedingsprocedure en de gelijke kansen van de inschrijvers aangetast.

4.24.

De gemeente, TCA en DVG hebben dit standpunt bestreden op de volgende gronden. Ten eerste stelt de gemeente dat Taxi Baan tot aan de dagvaarding in kort geding geen vragen heeft gesteld over, noch bezwaar heeft gemaakt tegen, de motivering van de gemeente van haar voornemen tot gunning aan TCA. De stelling dat die motivering tekort zou schieten komt daarom nu te laat.

4.25.

Inhoudelijk heeft de gemeente aangevoerd dat zij aan de deelnemers de maximale informatie heeft verstrekt die het aanbestedingsplatform Negometrix mogelijk maakt. Zij heeft aldus de volgende gegevens verstrekt: scores van alle inschrijvers, zowel op prijs als kwaliteit, de scores per vraag, groepsscores en totaalscores, alle namen, de rangorde, de prijs van de aanbieder aan wie gegund is en de prijs/kwaliteitverhouding, een en ander met een samenvattend commentaar. Meer transparantie kon de gemeente via Negometrix niet bieden. En daarmee heeft de gemeente volledig openheid van zaken gegeven. De gemeente heeft haar voornemen tot gunning aan TCA gemotiveerd en onderbouwd overeenkomstig artikel 2.130 Aanbestedingswet 2012.

4.26.

Ook heeft de gemeente per gunningwens inzichtelijk gemaakt waarom de inschrijving van TCA beter heeft gescoord, met uitzondering van het onderwerp ‘social return on investment’. De motiveringsplicht van de gemeente gaat niet verder, en strekt zich met name niet uit tot het prijsgeven van bedrijfsgevoelige en vertrouwelijke informatie over de inschrijving van TCA.

4.27.

TCA heeft hier aan toegevoegd, dat de gemeente veel uitgebreider heeft gemotiveerd dan op grond van de wet en de jurisprudentie verplicht was. De motiveringsplicht van de gemeente eindigde daar, waar bedrijfsvertrouwelijke en concurrentiegevoelige informatie wordt gevraagd. Taxi Baan heeft zulke informatie ook gevraagd, maar de gemeente hoefde deze niet te geven.

4.28.

Deze verweren treffen doel. Dat de gemeente de motivering heeft gegeven zoals hiervoor in r.o. 4.25 is beschreven is niet betwist. Deze motivering is op het eerste gezicht ruim voldoende. Als Taxi Baan niettemin gegronde reden had om te veronderstellen dat daarin een voor haar belangrijk concreet en specifiek element ontbrak (niet zijnde informatie over andere inschrijvers van bedrijfsvertrouwelijke en/of concurrentiegevoelige aard) had zij daarom tijdig (dat wil in ieder geval zeggen: niet voor het eerst in de dagvaarding) aan de gemeente kunnen vragen. Omdat zij dat niet heeft gedaan kan haar klacht over ontoereikende motivering haar nu niet meer baten.

4.29.

Uit het voorgaande volgt dat de vorderingen moeten worden afgewezen. Taxi Baan dient als de in het ongelijk gestelde partij te worden belast met de proceskosten.

De beslissing

De voorzieningenrechter:

In het incident

I. laat TCA en DVG toe als voegende partij.

II. bepaalt dat TCA en DVG hun eigen kosten dragen.

In de hoofdzaak

III. Wijst de vorderingen af.

IV. Veroordeelt Taxi Baan in de kosten van dit geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van de gemeente begroot op € 608,- aan verschotten en € 816,- aan salaris van de advocaat, met bepaling dat, indien deze kosten niet binnen twee weken na betekening van dit vonnis zijn betaald, daarover de wettelijke rente is verschuldigd vanaf dat moment tot aan de dag der algehele voldoening.

V. Veroordeelt Taxi Baan in de kosten van dit geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van TCA begroot op € 608,- aan verschotten en € 816,- aan salaris van de advocaat, met bepaling dat, indien deze kosten niet binnen twee weken na betekening van dit vonnis zijn betaald, daarover de wettelijke rente is verschuldigd vanaf dat moment tot aan de dag der algehele voldoening.

VI. Veroordeelt Taxi Baan in de kosten van dit geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van DVG begroot op € 608,- aan verschotten en € 816,- aan salaris van de advocaat, met bepaling dat, indien deze kosten niet binnen twee weken na betekening van dit vonnis zijn betaald, daarover de wettelijke rente is verschuldigd vanaf dat moment tot aan de dag der algehele voldoening.

VII. Veroordeelt Taxi Baan in de nakosten van deze procedure ten bedrage van respectievelijk € 131,-- zonder betekening en € 199,-- in geval van betekening, indien en voor zover Taxi Baan niet binnen een termijn van veertien dagen na aanschrijving aan dit vonnis hebben voldaan, alsmede te vermeerderen met de wettelijke rente indien en voor zover Taxi Baan in gebreke blijft hieraan te voldoen.

VIII. Verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. W.K.F. Hangelbroek, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 juli 2014, in tegenwoordigheid van de griffier.